‘Het land in’
Zaterdag 23 december Vandaag heb ik Phnom Penh verlaten en ben halverwege Siem Riep in Kampong Thom, een soort Cambodjaans ‘Honderd jaar eenzaamheid’.
Ik heb eergisteren dan eindelijk het busticket kunnen kopen (ben voor de zekerheid – langs de plek des onheils…- er met een tuktuk naar toe gegaan) en vanochtend vertrokken we met een klein busje keurig op tijd. Zodra je buiten Phnom Penh bent merk je de enorme invloed van China. De bus stopte onderweg in een wegrestaurant, dit was geheel Chinees, t/m de zo typische Chinese geur. Maar ze hadden koffie!

Ik ben in Kampong Thom omdat dit de uitvalsbasis voor de resten van de tempels van Sambor Prei kuk is. Vanaf ‘de stad’ was het nog ruim een uur met de tuktuk.

Onderweg veel verdroogde rijstvelden, magere runderen, en veel afval.
Het tempelcomplex is pre-Angkor en is in de 7e eeuw gebouwd. Er is niet veel van over omdat het in de jaren 70 zwaar door de Amerikanen werd gebombardeerd, en het gebied daarna strijdtoneel in de burgeroorlog werd. Rond de ruïnes liggen nog bomkraters en het is sinds 10 jaar ‘landmijnvrij’. En nu maar hopen dat ze er niet eentje over het hoofd hebben gezien.
Het heeft waarde omdat het het oudste complex van Cambodja is. Recentelijk werd het een UNESCO wereld erfgoed.

Er was een gids die eigenlijk zoals te verwachten was niet veel vertelde. (En ik vergeet het meestal ook weer snel). Alle Hindu-inscripties (voorzover die nog te zien zijn) werden door hem afgewezen als niet-Cambodjaans. Ik besloot maar niet te zeggen dat Vishnu ook een Hindu God is en dat Boeddha er geboren is. We bespraken ook even ‘de Chinezen’. Ik zei ‘You kick the French out and you let the Chinese in’, hetgeen me niet handig leek. Hij beaamde dit. Arm Cambodja. Een enorm klasse verschil, idem corruptie, werkeloosheid en dan ook nog die Chinezen die het land koloniseren.

Zoals gezegd er was niet veel over van de tempels, en er werd met behulp van Japan hevig gerestoreerd.


Terug in het hotel heb ik hier heerlijk gezwommen, want het zwembad is groot en ik heb het voor me zelf alleen.
Want, waar blijven de Chinese toeristen? Misschien zijn ze nog een beetje corona – bang. Ik slaap nml in een enorm groot ook weer Chinees hotel en ik ben de enige gast. in de eetzaal was alles keurig gedekt met vork en lepel (messen doen ze hier niet aan) en stond de airco gericht op het kleed van de lange tafel voor het buffet. Dat kleed wapperde vrolijk. Ik heb hier de hele tijd China dejavu gevoelens. Ze hebben een uurtje geleden ook nog de karaoke aangezet, maar die is gelukkig weer uit.
Maar het is maar voor een nacht.
Zondag 24 december Daar in Nederland is het eerste Kerstdag. Hier merk je er -behalve een enkele kerstboom – nauwelijks iets van. Komt natuurlijk ook door het weer, het is hier 27 graden 😎. In de hotels en in de bus trek ik mijn fleece aan (deden we ook in China) want de airco staat overal erg koud.

Ik reis verder met een particuliere busonderneming die ook een afdeling pakketten versturen heeft. De moeder van dit meisje werkt er en het kind gaat mee.
Onderweg stopte de bus weer bij een wegrestaurant.

Dit bestaat uit een groot restaurant met aan het meer allemaal hutjes met zitjes. Om 10 uur zitten er al veel mensen te eten. (Dat doen ze overigens de hele dag).

En misschien nog wel veel meer. De eieren kon ik onderscheiden.
En nu ben ik in Siem Riep, het hoofddoel van dit gedeelte van mijn reis. Ik ga morgen de tempels bekijken, heb een tuktuk geregeld die me rond zal rijden en ik ben even ‘de stad in geweest’. Veel westerse toeristen, maar geen Chinese! Die eigenlijk het grootste aandeel zouden moeten hebben, dus dat scheelt.

