Wandelen, altijd maar door

‘Zoals het de wandelaar vergaat, voor wie zijn wandeling geen einde vindt, omdat er achter elke kleiige duinenrij die hij heeft bereikt, nieuwe verten naar nieuwe kliffen lokken.’

Thomas Mann (uit: Jozef en zijn broers)

De laatste tempels

Vrijdag 13 maart Onderweg naar Ōsaka bezocht ik Fujii-dera. Deze tempel staat in een buitenwijk van Ōsaka, ingesloten tussen huizen. Het was nog zoeken en ook google raakte de kluts kwijt.

Het is een eenvoudige tempel, met een beeld, waarvan wordt gezegd dat het echt duizend armen heeft. En het wordt slechts 1keer per maand getoond.

Op de 18e van de maand.

En ja, ik was er op de 13e.

De poort is open, maar de hoofdhal blijft dicht

Zaterdag 14 maart ging ik naar Sefuku-ji.

Dat was een kleine onderneming. De enige kennis die ik over de tempels heb zijn kopieën die ik uit het boek van Cees Nooteboom heb gemaakt (gelukkig….) en een website over ‘Het verhaal van Genji’, de maker hiervan kreeg via dit verhaal belangstelling voor de Saikoku tempels (het verhaal speelt in verschillende tempels) en is ze toen allemaal gaan bezoeken.

Beide heren spreken van de moeite die ze hadden om Sefuku te bereiken, gedoe met de bus, overstappen, moeilijke klim, enz. Voor de laatste informatie ben ik langs het toeristen bureau gegaan: de bussen waren inmiddels opgeheven en het dichtst bijzijnde station lag op 12 km afstand. Heen en terug zou dat 24 km zijn, te doen leek me, ik moest het er maar op wagen.

Het pad volgde eerst een weg door een landelijke omgeving. De laatste 5 km gingen door een prachtig natuurgebied, hier waren wandelroutes uitgezet en zo kwam ik af en toe wandelaars tegen.

Het pad eindigde aan de voet van een berg. De tempel bleek op 400 meter hoogte te liggen.

De toegangspoort
Tempelwachter, aan het hek hangen ‘offer-sandaaltjes’ met wensen
De trap

Het pad werd trap: onregelmatige treden, soms steil. Soms was er een leuning, soms hingen er kettingen. Het grote voordeel was dat het al dagen droog is geweest, dus geen glibberige stenen.

Boven aangekomen stond er een eenvoudige tempel.

Maar deze tempel had zo haar schatten. Misschien wist de monnik van dienst dat ik geen beeld had gezien in de vorige tempel…..of het was een beloning voor na de klim…..maar hij wees me naar binnen en daar stond ik plotseling voor een verzameling prachtige beelden.

Bewaker/beschermer met een prachtig hoofddeksel

Bato Kannon (paard – bovenop zijn hoofd)

Kobo Daishi is hier ook geweest, 12 eeuwen geleden. De tempel was toen al 3 eeuwen oud. Tijd betekent hier niet zoveel (of is het ‘zijn-tijd’, zijn tijd en bestaan een?)

Op de terugweg passeer ik een kleine tempel, gewijd aan Kobo Daishi, hij staat ervoor als de essentiële pelgrim, als de eeuwige voorbijganger.

‘Ik was als een reiziger, op zoek naar een verblijfplaats waar ik zou kunnen eten en drinken,

Maar nadat de reiziger gegeten had en was uitgerust,

Kon hij daar niet langer op zijn gemak blijven en gaan slapen,

Hij moest weer een dagreis verder……’

Dogen

‘Maar vraag me niet waar ik naar toe ga,

Reizend in deze grenzeloze wereld

Waar elke stap die ik zet mijn thuis is.’

Donderdag 12 maart heb ik in Uji, de tempel Kosho-ji bezocht. Deze tempel staat op de plaats waar Dogen Zenji in een tempel een tijd heeft gewoond.

Dogen Zenji was een Japanse zenleraar en oprichter van de Soto-zen-stroming in Japan. Hij leefde van 1200 tot 1253. Ook hij ging naar China, daar leerde hij de basisprincipes van het Chaodong, die later zouden dienen als basis voor Soto.

Hij ging hierna terug naar Japan en kreeg daar met zijn moderne ideeen conflicten met de monniken. Hierop trok hij zich terug in een tempel, in Uji. Later heeft hij in Eiheji een eigen tempel gesticht, die nu nog steeds een van de twee hoofdtempels van de Soto-zen-school is.

Zijn werk is een hoogtepunt van de Japanse zen-literatuur. Ik vind het erg mooi, boeiend, vooral zijn natuurbeschrijvingen die direct het bestaan zelf beschrijven.

Ik heb de tempel uitgebreid kunnen bekijken. De monniken worden van bezoekers afgeschermd, ook mee doen aan een meditatie is erg moeilijk.

Maar zo door deze tempel lopend, dwalend, dat heeft indruk op me gemaakt.

Deze tempel is in 1645 op de plaats van de oorspronkelijke tempel gesticht als eerbetoon aan Dogen.

Het Boeddhabeeld in de meditatie zaal

In de eetzaal

Beeld van Dogen

‘Waarmee zal ik de wereld vergelijken?

De maan weerspiegeld in een dauwdruppel

Die glinstert aan de snavel van een kraanvogel.’

De drie tempels rond Kashihara

‘De tempelbel stopt,

maar het geluid blijft uit de bloemen komen.’ (Matsuo Basho)

Dinsdag 10 maart bezocht ik ‘s middags de eerste tempel, Hasedera (686). Deze tempel is beroemd door zijn standbeeld van Jūichimen Kannon en omdat hij vaak in de klassieke Japanse literatuur voorkomt, waaronder in ‘Het verhaal van Genji’. (Nog zoiets wat ergens in mijn onderbewuste rond dwarrelt: lees mij! en waar ik dus echt geen tijd voor heb).

Het straatje dat naar de tempel loopt. Aan beide kanten zijn eethuisjes en souvenier winkeltjes. Nadat ik de tempel heb bezocht heb ik er groene soba noedels gegeten.

Overdekte trappen

Als je dan eindelijk bij de tempel denkt te zijn aan gekomen, zijn daar de trappen en via vele overdekte trappen bereik je de tempel.

Een soort veranda, met rechts de eigenlijke hoofdhal

Jūichimen Kannon

Jūichimen heeft 11 gezichten, die blij, vrolijk, boos enz kijken. Allen om het goede te verwelkomen en het kwade af te weren. Dit beeld is 8 meter hoog en gemaakt van het hout van een kamferboom. (En daarna verguld denk ik).

Voor dit grote, imponerende beeld staande denk ik aan het mooie Bodhisattva ideaal, de aandacht waarmee de ambachtsmannen dit beeld maakten en de devotie van de pelgrims. Grote beelden, ook dit beeld, doen iets met me, iets dat voorbij religieus geloof of devotie gaat.

Woensdag 11 maart ben ik met de bus naar Tsubosakaja dera (721) gegaan. Deze tempel heeft een eigen bushalte, onderaan de berg. Nadat ik was uitgestapt liep ik natuurlijk de verkeerde kant op, maar de buschauffeur wees me de goede richting. Het was nog een half uur klimmen door een prachtig landschap.

Diep beneden ligt daar de bewoonde wereld
Een van de vele helpende handen

Tsubasakaja dera staat erom bekend heilzaam voor oogziektes te zijn. En is daarom heilig voor ooglijders. Het heilzame is naar deze tijd vertaald. De tempel zendt regelmatig oogartsen uit naar India, artsen gespecialiseerd in een bepaalde oogziekte en als wederdienst heeft India de tempel twee enorme Boeddha beelden geschonken.

Voor de liggende Boeddha staat dit bord

Er is ook een lange muur met een beeldverhaal van de Jataka preek, de eerste toespraak die de Boeddha hield. Onduidelijk wanneer en wie het gemaakt heeft, maar de afbeeldingen zijn zeer on-Japans. Het is een kopie van de rotsen van Amaravati in India. De vrouwelijke vormen en ontblote bovenlichamen zijn waarheidsgetrouw ook gekopieerd.

De Hinamatsuri poppen stellen de keizerlijke hofhouding van lang geleden voor. Ze worden uitgestald rond 3 maart (Meisjesdag) om te bidden voor de gezondheid en geluk van de meisjes. Geloof en bijgeloof zijn weer moeilijk te onderscheiden, alles loopt door elkaar en bestaat naast en met elkaar.

Senjū Kannon verdwijnt bijna achter de poppen

Ik kon achter de tribune met de poppen komen om zo het beeld beter te bekijken. Senjū heeft 1000 armen, maar wordt vaak afgebeeld met 42.

Ook dit beeld heeft een Indiase uitstraling

Cees Nooteboom kon het pad niet vinden en moest toen weer terug naar de bus en met het openbaar vervoer naar de volgende tempel. Ik kon (dankzij meneer Google) het pad wel vinden en liep in twee en een half uur naar Oka dera.

Pagode

Ook Oka dera (663) is een groot complex op en in de bergen bestaande uit verschillende hallen en deze pagode. En hier heeft een draak een wonder verricht, dit onder leiding van Kobo Daishi.

Nyoirin Kannon

Dit beeld is gemaakt van klei en het is het grootste beeld van klei in Japan. Hij (Nyoirin is een man) wordt beveiligd (waarschijnlijk tegen vogels die op het geofferde voedsel afkomen) door glas, in het midden is hij als een schim te ontdekken, maar al met al geeft het glas een mooi effect. Er spiegelt van alles.

De voeten van Kobo Daishi

‘Toen de grote leermeester Kōbō Daishi hier zijn tempel stichtte, kon hij vast duizend jaar in de toekomst kijken, want thans doorstraalt de schittering van deze plek de hemel en haar zegen vervult de windstreken.

Zo ontzagwekkend is dit oord dat ik er niet meer over zal schrijven.’

Matsuo Basho

Lopen en kijken is genoeg, en alles in-ademen, in me opnemen.

Even iets anders, ‘een dag ik Wakayama’

Het is altijd subjectief. Dus ook dit blog. Ik ben ontzettend geneigd om alleen de mooie kanten te laten zien, altijd. En dan probeer ik er ook nog een mooie foto van te maken. En dan fotografeer ik ook nog alleen maar dat wat ik mooi vind, waar ik voor kom. Op Shikoku heb ik geprobeerd ‘nieuwe’ foto’s te maken (en ik weet nu al dat ik veel dubbele heb), en deze laatste twee weken met als hoofddoel de Saikoku tempels moet ik er erg op letten niet alleen die tempels te fotograferen.

Maar rommel, armoede, drukte, het verkeer ik neem er geen foto’s van of heb het al eens een vorige keer gedaan.

Dat gezegd hebbende: ‘een dag in Wakayama‘, nog steeds geen rommel, drukte enz maar in ieder geval iets anders.

7 maart Het eerste dat me opvalt…er zijn hier geen tsunami waarschuwingen, – torens, -evacuatiepunten, golfbrekers, enz langs de kust, Het hele tsunami-gebeuren is weg. Op de hotelkamer ligt nog wel een zaklantaarn……voor als er een aardbeving is.

Vandaag liep ik naar de eerste tempel, Kimi dera. Ik passeerde het museum, met daarvoor waarschijnlijk weer een Samurai te paard. En die bal is er waarschijnlijk later bij gezet.

Het provinciaal museum

Ik wilde een snelle blik in het museum werpen, maar het was dicht, ‘renovation’.

Heel even waren daar deze oude huisjes, ze doen me denken aan de datongs in China (ook inmiddels allemaal weg).

In het centrum (rondom het station) heerst de moderne tijd, Starbucks, kfc.

En heb ik heerlijk vegetarisch geluncht (met bruine rijst)

En dan, wat is dit? Op het gebouw dat erbij staat stond: ‘work and chill’ en ‘coffee’. Ik ben nog gaan kijken naar die koffie, maar heb niets ontdekt.

Work and chill

8 maart was de lange dag naar Kokawa dera. De weg ging lang door een agrarisch gebied. In deze bouwsels wordt hooi opgeslagen. Op Shikoku heb ik dit nog nooit gezien.

‘Hooihuis’

Een prachtige boerenhoeve (rechts niet op de foto een woongedeelte)

Het doet me denken aan de boerenhoeven van Zuid Limburg.

Ook een bijzonder huis, op stenen, waarschijnlijk tegen overstromingen en prachtig van vorm. Ook iets wat ik nog niet eerder zag.

9 maart was het kasteel-dag. In Japan heeft elke grote stad een kasteel en ze zijn allemaal hetzelfde. Ik ben sowieso niet zo’n kastelen liefhebber maar had besloten het kasteel van Wakayama te gaan bekijken.

Alle kastelen staan hoog, op een heuvel.

Altijd strategisch

In het gebouw was een klein museum ingericht met zwaarden en een soort maliënkolders. Bij binnenkomst hing een groot bord met twee voeten, ik dacht direct ‘o jee, weer de schoenen uit’. (Dit moet in de grote tempels van Kioto en in elk huis dat je binnen gaat). Maar eronder stond juist ‘keep your shoes on’. Er was een man met een bezem aan het werk om de spiegelende vloer schoon te houden. Met zijn bezem volgde hij elke bezoeker. Het gaf een welkom gevoel.

Het hotel heeft op de bovenste (12de) verdieping een onsen, met een buiten afdeling. Dus lag ik er ‘s avonds in het warme water en keek naar de lichtjes.

Voor daarna is er een zitje (voor als je je wasje draait?) naast de drankjes automaat (met dit keer alleen koude thee, koffie enz) en de microwave.

En Wakayama tot slot: de wilg in het park bij het kasteel. Kannon kan zich in verschillende vormen manifesteren (waarschijnlijk kiest ze precies die vorm die in een bepaalde situatie het beste is), één van haar vormen is de wilg. En dat kon deze wel eens zijn.

10 maart

Vandaag ben ik met de trein naar Kashihara gegaan. Ik heb deze plaats gekozen omdat hij het dichtst bij de 3 komende tempels ligt. Zo’n beetje in het midden ervan.

Ik had thuis al de reis uitgestippeld op een onmogelijke kaart via de computer. Onmogelijk omdat er enorm veel lijnen zijn. Ik vrees dat zelfs de metro’s van Londen of Parijs hierbij verbleken. (Cees Nooteboom noemt het een meditatieve oefening, hier je reis uitstippelen, een oefening in aandacht)

Met mijn uitgestippelde reis ging ik dus naar het loket om een kaartje te kopen. De man keek pijnlijk naar mijn lijstje en pakte de plattegrond van de spoorlijnen erbij. Kashihara verstond hij. Met de kaart ging hij me in het Japans uitleggen waar ik moest overstappen. Ik zei maar elke keer ‘hai’ (ja). En mijn lijstje klopte! Tenslotte vroeg ik met een biljet in de hand of ik bij hem ook het kaartje kon kopen. (Want hoe moest ik voor deze ingewikkelde reis een kaartje bij de automaat kopen?) Hij schudde van nee, pakte het geld aan en gaf me een kaartje.

Op het perron

Langs de rand van het perron zijn touwen gespannen (‘the gate’). Als de trein tot stilstand is gekomen gaan de touwen omhoog en kun je instappen. (De trein staat tussen twee perrons, een voor het in- en één voor het uitstappen).

Van Wakayama naar Kashihara moest ik 5 keer overstappen, waaronder 1 keer naar de metro. Van Wakayama naar Kashihara is het continu huizen, een soort Japanse randstad. Kashihara ligt al in de town Osaka. (Er is een verschil tussen town – is altijd inclusief het gebied er omheen – en city, maar ook city betekent niet dat je in het centrum bent. Dat heb ik op Shikoku kunnen ervaren, soms duurde het nog kilometers)

En toen stapte ik ook nog een halte te vroeg uit. Maar het was nog vroeg en het bleek mooi: een enorm groot Shinto heiligdom, met een meertje, een soort park en veel rode tori’s. Met een half uur was ik bij het hotel. Daar heb ik mijn rugzak en plastic zak met tuinspullen in de locker gezet en ben direct weer met de trein (‘rail away…….’) naar Hasedera gegaan, de 3e tempel van mijn lijstje (ik volg niet de officiële volgorde)

Het hotel waar ik nu ben vermeldt expliciet dat ik overal met slippers en de kimono mag lopen. Ook in het restaurant, maar daar moet men uitkijken want het kan slippery zijn. (Voorzover je je nek al niet brak met de onmogelijke slippers). En er is een ‘lounge’ voor ‘social things’. Hier blijk je gratis koffie, fris of bier te kunnen drinken. Toen ik er binnen kwam zat er een groepje dames die duidelijk al meer dat een biertje op hadden.

En de koffie is heerlijk.

Hoe verheven….

Hoe verheven: groene blaadjes, jonge blaadjes,

in het licht van de zon!

Schrijft Matsuo Basho in zijn ‘De smalle weg naar het verre noorden‘ dat ik nu lees.

Ik bezocht vandaag de tempel Kokawa dera. Oorspronkelijk had ik het zo gepland dat ik er met de trein naar toe zou gaan, maar het was ‘loopbaar’ en omdat het op deze zondagochtend mooi weer was ging ik vroeg op pad.

Ik liep lang langs de rivier en lang door buitenwijken. De steden zijn enorm uitgedijd langs de oevers van de rivieren en de kust, het lijkt wel of alles is volgebouwd.

De ‘buiten’ poort

En dan sta je opeens voor deze poort, een poort die lijkt op te stijgen uit de eentonigheid van de eenvormige huizen. En stap je een andere wereld binnen.

Een wereld van aandacht

De rotstuin

De hoofdhal rijst als het ware op uit de rotstuin. Het is een tuin in de ‘droge-rots-stijl’ (1574-1602), waarover Nooteboom schrijft: ‘al die stenen samen is een absurde verstilling en waar boven de tempel als een traag varend schip zich voort beweegt’.

Senjū Kannon

De tempel is gewijd aan Senjū Kannon, maar wij gewone stervelingen mogen, kunnen haar niet zien. Boven de ingang van de hal hangt slechts een goudkleurig plakkaat met haar afbeelding. Maar wel vlakbij de bel, zodat ze altijd hoort wie er bij haar ‘aanklopt’.

Nog meer natuurkracht

Tempelwachter

Maar het mooiste was dit boompje

Saikoku

Bordje bij tempel 4 op Shikoku

Telkens als ik bedenk dat ik voor iets nieuws eigenlijk geen tijd heb, (dus niet doen…), dan besluit ik opeens om het wel te doen.

Dat kan ook ruimer, als ik tegen mezelf zeg ‘nu koop ik geen kleren meer’, dan heb ik in een oogwenk iets nieuws gekocht.

Het lijkt wel of ik onbewust al een besluit heb genomen, het rationele, bewuste gaat daar tegen in, maar het besluit is eigenlijk al genomen.

En zo ging het ook met de Saigoku pelgrimage. Toen ik 10 jaar geleden na de henro weer thuis was zocht ik naar een andere pelgrimstocht in Japan. Daar zijn er hier heel veel van, ze zijn alleen niet allemaal beschreven, laat staan in bv het Engels.

Over Saikoku heb ik veel gezocht en via het internet ontdekte ik een Birmese non die voor enorm veel geld zich als gids aanbood. Om verschillende redenen leek dat me niets.

En de Saikoku pilgrimage verdween in de kast, diep in de kast.

Tot ik vorig jaar bij de tempel Seigantoji kwam. Dat is tempel 1 van Saikoku. En terwijl ik tegen mezelf zei, ‘je hebt er geen tijd voor’ kocht ik het stempelboekje. En ja, dan moet je wel. Toch?

We hebben vorig jaar een aantal tempels van Saikoku bezocht en dit jaar wil ik er weer een ‘paar’ doen. Daarom ben ik nu in Wakayama. Het doel is 1 tempel per dag, want ze zijn soms ingewikkeld te bereiken.

De Saikoku pelgrimage

Deze pelgrimage is de oudste (sinds de 8ste eeuw) en belangrijkste van Japan. Lang mochten alleen de keizerlijke familie en de aristocratie deze bezoeken, inmiddels mag iedereen het. Officieel is de pelgrimage aan de schrijn in Ise verbonden. (De schrijn gewijd aan de zonnegodin Amaterasu).

De 33 tempels zijn gewijd aan Kannon Bosatsu. De Bodhisattva van mededogen. (Een bodhisattva is een wezen, een Boeddha dat de verlichting al heeft gevonden maar op aarde te blijft om de mensen te helpen). Oorspronkelijk had het in India en Tibet een mannelijke vorm, nu in Azië vaak in een vrouwelijke vorm. Ze is in heel Azië populair, zo ook in China, daar heet ze heet Quan Yin.

In principe kan ze 33 vormen (manifestaties) aannemen om te helpen, zoals bv een heilige, een mens, een demoon, een wilgenboom of een een dier. In de tempels in Japan komen 7 manifestaties in menselijke vorm voor.

‘Pure Kannon’ , met 18 armen en een 3e oog. (tempel 4)

Vandaag, 7 maart heb ik de eerste tempel van deze reis, Kimi Dera bezocht.

Ik tel geen traptreden meer

Het werd bijna dwangmatig, dat tellen van de traptreden en waarom? Wat heb ik eraan te weten hoeveel treden? Wat is de hoogste trap? En dan? (Maar toch, deze zou wel eens alle records hebben kunnen breken).

Bijna een Tibetaanse tempel

In deze hal staat een enorm beeld.

Een 12 meter hoge Senjū Kannon (?)

Deze Kannon heeft veel armen (met daarin alle attributen, symbolen van het Boeddhisme) en 11 hoofden + een ‘derde oog’. Allemaal om de lijdenden te kunnen helpen. Het is echter niet de Kannon waar deze tempel aan is gewijd.

Dat is Juichimen, een Kannon met 11 hoofden en 2 armen. De tempel bezit hier een prachtige versie van cederhout van. Hier mocht geen foto van worden gemaakt.

Nog meer goud wat er hier blinkt:

Jizo met goud beplakt

Het is de eerste keer dat ik dit zo zag. In Birma is het gebruikelijk de beelden met stroken goud papier te beplakken, maar hier in Japan?

Deze tempel heeft een speciale taak:

Op het tempelterrein staat een torentje voor de ‘verloren post’. Uit het hele land wordt de as van brieven hier naar toe gebracht waarop een verkeerd of onvolledig adres stond, waardoor ze niet konden worden bezorgd. Elk jaar, op de eerste zaterdag van april wordt daar voor de zielerust van de verloren post gebeden. (Volgens Cees Nooteboom).

Ik heb gezocht naar het torentje, kon het niet vinden. Nooteboom spreekt ook van ‘ergens bij het zeshoekige gebouw’ – dus hij kon het waarschijnlijk ook niet vinden.

Er schuilt wat moois in, dit verbranden. Want wat zou er allemaal niet in die brieven hebben gestaan? Welke emoties, welk verdriet of vreugde stond erin?

Hier komt de verloren post tot rust.

Het is wel een overgang

3 maart ben ik met de trein van Sukumo naar Tokushima terug gegaan. En daarmee kwam de andere wereld van het nieuws, van de oorlog steeds dichterbij. In de trein sprak ik een Amerikaans echtpaar dat me glunderend vertelde dat hun grote wens (met een duw van Trump) in vervulling was gegaan, ze hadden alles verkocht en reisden nu -zonder plannen- de wereld door.

Ik slaap hier in Tokushima in het hotel Clement, een soort onderdeel van het station. Er zijn nog steeds rauwe eieren bij het ontbijt, maar ze liggen wel keurig op een schaaltje. Er rijdt een robot achtig karretje rond om de gebruikte kopjes en borden op te halen. En ik heb een kaartje, zonder kaartje doe je niets, de lift, de deuren naar het ‘cleaning station’ (de wasmachines), bij alles heb je het kaartje nodig.

Ik had twee dagen extra in Tokushima ingepland omdat er de eerste week 2 tempels ver van het pad af lagen. Ik zou ze kunnen overslaan en die nu bezoeken. Maar ik heb ze toen al bezocht.

En dus heb ik 2 dagen vrij…… om alles te wassen, bij te slapen (in een bed) en een beetje te lezen.

Over boeken gesproken

Ik ‘sleep’ (‘we doen het ons zelf aan’) een kleine stapel boeken mee. Dit zijn nokyocho, stempelboeken. Bij elke tempel is een nokyocho bureau, waar je tegen een kleine vergoeding (ik had korting omdat ik er voor de derde keer kwam) een stempel op de bladzijde van de tempel kunt laten zetten.

Er ligt een boek voor de 88 tempels, een boek voor de 20 tempels en een boek voor de 33 tempels. (Daarover later). De route guide is handig, maar omdat de henro bij buitenlanders steeds populairder wordt, bouwen deze ook steeds handiger apps. (Nog even en er is een wildgroei aan apps). Ik heb het boekje weinig gebruikt. 10 jaar geleden was het het enige waar ik mijn informatie uit kon halen.

Oorspronkelijk waren deze stempels het bewijs dat je in deze tempel geweest was, nu natuurlijk ook nog, maar ze zijn vooral erg mooi.

Bekkaku tempel 2

Het is een grote overgang, van de hele dag buiten lopen naar de stad met zoveel mensen, auto’s, reclames, enz. Daarom ben ik gisteren, 4 maart met de bus ‘terug gegaan’ naar tempel 4 (die ik heel mooi vind) en ben toen terug gewandeld naar tempel 1. Met een kleine omweg kwam ik langs deze tempel:

De naam heb ik niet kunnen achter halen, maar het is een okunoin, de heilige plaats van de tempel. Okunoins liggen vaak verborgen, hoog op de berg of in een grot. Soms worden ze ‘gewone tempel’, soms veranderd de ‘gewone tempel’ in okunoin. Tussen 40 en 88 liggen een paar erg bijzondere okunoins, die ik soms bij toeval ontdekte.

Deze tempel is ongetwijfeld aan Kobo Daishi als pelgrim gewijd. Het lijkt wel of het tempeltje van (touw)sandalen gemaakt is.

Stekken?.

s’Avonds bezocht ik nog een warenhuis. In sommige keukens had ik al ontdekt dat er voor het verschillende keukenwerk verschillende doekjes zijn, dat is bij ons natuurlijk ook zo, maar hier is het wel tot grote hoogte ontwikkeld.

.

Dweiltjes

Er zijn 5 rekken zoals deze met doekjes voor 5 verschillende taken. Alleen bij het vijfde stond ‘good for everything’.

Home socks

Voor de bioscoop

Vandaag, 6 maart ben ik ‘s ochtends eerst naar een tuincentrum gegaan. (Je moet toch iets doen…) Tijdens het lopen zag ik op het land allerlei handige dingen, zoals bv klemmetjes waarmee je het gaas over de bogen vastzet. Dus op naar het toeristenbureau dat me via verschillende plattegronden wees waar het dichtst bijzijnde lag. Met deze plattegronden ben ik een aardig stuk gekomen, maar omdat je niets kunt lezen….kortom ik werd staande gehouden door een man in een auto die me wilde helpen. Hij bracht me naar het ‘home centre’ (een soort Gamma, maar dan weer zo veel groter). De man sprak goed Engels, toen ik ernaar vroeg antwoordde hij dat hij dit van ‘rock and roll’ had geleerd. Dat vind ik nou weer typisch iets voor hier, ik geloof dat Murakami ook in een van zijn boeken iets dergelijks beschrijft.

Het was een half uur terug lopen naar het plein voor het station waar de bussen staan. Ik had nog net tijd om twee heerlijke gevulde rijstballen (in driehoekvorm) te kopen die ik op het bankje bij de bushalte vlug opat. Niemand keek me aan, maar ik voelde dat iedereen dacht……want hier eet of drinkt niemand op straat.

‘s Middags ben ik naar een poppen voorstelling geweest. Bij het theatertje is een museum met veel mooie uitleg.

De goden verschijnen.
Ebisu

Op het platteland is de cultuur van de poppen theaters nog steeds levend. Bij de Shinto schrijnen worden festivals gehouden, waarbij ook de poppen optreden. Langs de kust wordt aan de god van de vissers, Ebisu, gevraagd voor een goede vangst te zorgen.

Moeder en kind drama

En ‘s avonds heb ik gegeten met Meg, een Amerikaanse vrouw (die ook blij is dat ze niet daar maar hier woont) die ik in de bus van Osaka naar Tokushima ontmoet heb. Ze is lerares Engels en is getrouwd met een Japanse man en woont hier al 37 jaar. We hadden afgesproken elkaar te zien als ik in Tokushima terug was. Nou ja, twee onderwijsmensen, we spraken dus veel over het onderwijs. Regels, regels zijn belangrijk hier. Of de kinderen echt zelf, kritisch leerden nadenken betwijfelde ze. Toen ik terug lopend naar het hotel voor het rode voetgangerslicht stil stond (en er van alle kanten geen auto’s aankwamen) kon ik me daar wel iets bij voorstellen. (Aan de andere kant, als het licht op groen springt en je over steekt komt er ook echt geen auto aan).

De laatste henro dagen

2 maart vertrok ik weer van het River and Mountain retreat. Voor me liepen de ‘twee Denen’, die ik al in de eerste week was tegen gekomen en daarna om de 3 a 4 dagen weer. Soms sliepen we in dezelfde ryokan. Het zijn jonge jongens, bergbeklimmers en bloed serieus in de tempels, ofschoon ze niets van het boeddhisme weten. (vertelden ze).

Ik zou ze deze dag nog 1x voor het laatst bij tempel 39 zien. Daar moest ik nog 6 km verder naar Sukumo lopen, ‘Will you walk with us a cross the Mountain?’ Vroeg er een. Omdat het stroomde van de regen had ik al besloten dit laatste stuk langs de weg te gaan.

Het is nu echt voorjaar en via een vernuftig irrigatie systeem staan in een mum van tijd de rijstvelden onder water.

Iedereen (de Japanners dan) juicht omdat er regen komt. Hoe droog alles staat is aan deze dam te zien, er kan tot 100 meter hoogte water staan, ooit bereikte het een hoogte van 94 meter. Het ziet er uit alsof het water nu nog geen meter hoog staat.

Jizo bij de toegangsweg naar Enko-ji, tempel 39.

De toegangspoort
De daishido hal (gewijd aan Kobo Daishi)

Het is een mooie tempel maar gezien het weer (het regende en waaide) en mijn ‘staat’ (ik had hier al 20 km gelopen), heb ik deze tempel vlug bekeken.

En dan eindig ik met deze twee lieve mensen. 6 weken geleden belde ik hen op om in mijn zeer gebrekkige Japans in hun minshuku te reserveren. En daar stond ik nu dus als een verzopen kat en klopte aan de deur. ‘Maruga’? Vroeg de man, en na mijn ja, ‘Oranda’ (vroeg hij nog, voor de zekerheid), werd ik als de verloren dochter binnen gehaald. Mijn poncho werd in de schuur opgehangen, mijn schoenen gevuld met kranten. En de kraan van het bad (40 graden, heerlijk voor de spieren) werd open gezet. Toen ik uit het bad kwam en hoopte het eten nog te kunnen halen, vroeg de vrouw of ik matcha thee wilde drinken. Ze liet me foto’s zien, ik dacht een verkooppraatje voor de buren die een matcha thee shop hebben. Ik had er geen puf voor.

De volgende ochtend na het ontbijt kwam ze aanzetten met een kom met matcha en het daarbij behorende kwastje waarmee je moet roeren. Ze wilde me dus alleen maar een kopje matcha thee geven.

Intentie, (zoals Niko van ZenAmsterdam altijd zegt) het gaat om de intentie. Intentie gaat nog boven hoe het is, of wat je ervan vind. Er gaat veel mis in de communicatie tussen mij (en ongetwijfeld iedere andere toerist) en de Japanner. Maar als de intentie er is dat we beide het goede, leuke enz willen en als de intentie er is dat we erop vertrouwen dat ‘de ander’ dezelfde intentie heeft…. Dan kom je ‘s ochtends met dat kopje matcha thee en dan drink je dat kopje, na het ontbijt (visjes, miso soepje, net geen rauw ei) op.

Deze voeten lopen door (hoop ik)

Mijn voeten stoppen nu (misschien voor nu, even) met de henro. Ik blijf nog een kleine veertien dagen in Japan, daarover later meer.

De wereld is weer schoon (gewassen)

Zaterdag 28 februari Na de hevige regen van gisteren leek de wereld weer als nieuw. Ik ben nog even terug gegaan naar tempel 37 en was daar ‘s ochtends heel vroeg. Er werd luid op de trom geslagen als begeleiding van het reciteren van sutra’s (die door al het lawaai nauwelijks hoorbaar zijn).

De vijver heeft de vorm van een mandala.

Illusie en/of werkelijkheid?

Ik kwam al snel weer aan de kust. Die er nu, met zo’n heel anders uitzag. Vanwege het weekend en mooie weer waren er al surfers op het water.

Afscheid van de oceaan.

Zondag 1 maart

Uit: de tuinman en de dood

Voor de avond bereik ik Ispahaan!-

…..Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t,

Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k  ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,

Die ik ’s avonds halen moest in Ispahaan.’

P.N. van Eyck

‘Wanneer hoorde jij van….?’

Ik zat met een kopje koffie op een bankje bij de Lawson en keek naar de laatste Nieuwsuur. (Van 12 uur geleden). Iran, Nederland, de Oekraïne het is hier allemaal verweg van me. Ik wandel in ‘een kleine wereld’ die heel groots is. Maar toen ik naar  Nieuwsuur keek, toen  was dit alles even heel dichtbij. Arme mensen van Iran, ik hoop dat het na dit al beter met ze zal gaan, maar vrees het ergste.

Ik moest vandaag de bergen weer in, naar een ryokan die ‘River and Mountain retreat’ heet.

De rijstvelden worden klaargemaakt

Ik liep 2 uur over een kleine weg door een prachtig gebied. 1 maal kwam er een tegenligger aan: een man op een racefiets, hij stapte af en we raakten in gesprek. Nederland dat kende hij wel: Mathieu v.d. Poel! En dan de Olympische spelen ….het schaatsen!

De weg volgde dit riviertje

Met telkens weer die beeldige boompjes.

Morgen vertrek ik naar Sukomo, onderweg de laatste tempel voor mij, Enko-ji. Overmorgen ga ik weer terug naar Tokushima, nu met de trein.

Onderweg naar tempel 38

Donderdag 26 februari

Een praktische oplossing

Voor de meeste Shinto heiligdommen moet je naar boven, de heuvel op. Op deze plaats, vlakbij de oceaan heeft dit heiligdom een extra taak gekregen, reddingsplaats bij een tsunami. (Zie het bordje links)

Kopje koffie onderweg

De eigenaar kijkt of het suddervlees aan de stokjes al gaar is. Er zijn momenten dat ik blij ben dat ik geen vlees eet. Maar de koffie was heerlijk.

Shinnen an: verborgen in een bamboebos ligt een rij Jizo beeldjes. Dit is ter ere van Shinnen an. Shinnen an leefde in de 17e eeuw, hij maakte de tocht ruim 20 keer, beschreef de route in de eerste gids en zette honderden stenen richtingaanwijzers langs de route. Zo maakte hij de henro voor een groter publiek toegankelijk.

Weer terug bij de zee

Ik slaap vanavond in een bijzondere minshuku. In eerste instantie maakte hij een vervallen en oude indruk. (En dat is hij ook). Maar toen ik naar de kamer liep waar het eten werd geserveerd zag ik de keuken.

Een muur vol met osamefuda

Osamefuda zijn ‘name slips’, ik weet er geen Nederlands woord voor. Het is een strookje bedrukt papier waarop je je naam schrijft en bij de tempel in een daarvoor bestemde pot gooit, als ‘bewijs’ voor je bezoek. Ook geef je het aan mensen als dank voor hun osetta gift en je kunt het als een soort visitekaartje gebruiken. De kleur is afhankelijk van het aantal keren dat je de henro hebt gelopen.  Zo staat rood bv voor 7 tot 24 keer, en goudkleurig voor 50 tot 99. Ik heb thuis osamefuda van brokaat, dit hoort bij meer dan 100 keer……..

Er hing nog meer aan de muur:

De man rechts van de vrouw vooraan is een ‘beroemdheid’, hij schreef de Japanse gids. Dit boekje wordt soms met enige afgunst door ons westerse henro bekeken omdat er veel meer (en goede) adressen in staan. Dat merk je opeens als je een paar dagen met Japanners loopt.

De dracht van vroeger. (Er staat helaas geen datum bij)

Vrijdag 27 februari

Gewapend met twee rijstballen en een banaan ging ik verder op weg. Er was regen voorspeld dus had ik de regenkleding maar alvast aangedaan. Na ongeveer 2 uur begon het te regenen, het begon zachtjes maar het ging steeds harder. Bij Kongofukuji aangekomen stortregende het.

De poort van Kongofukuji

De poort heeft een bijzondere naam: Oostelijke Potalaka Poort. Als je door deze naar binnen gaat kom je in het gebied dat het hechtst verbonden is met de wereld van Kannon.

De schildpad is beschermheilige en symbool van een lang leven. ik heb vlug wat foto’s gemaakt en ben doorgelopen naar de minshuku, die gelukkig heel dichtbij is.

Daar ‘mocht’ ik alleen binnenkomen als ik mijn natte regenkleren  buiten aan de overdekte waslijn hing. Daar zat ook een enorm dikke kat. Een ‘obesitas neko’ (obesitas kat) zei ik tegen de eigenaar die met zijn armen vol met spullen van mij stond (camera, bril, telefoon, handtas) te wachten tot ik mijn regenbroek uit kreeg. Hij begreep het niet, of wilde het niet begrijpen…

De maaltijd, aan tafel zitten een japanse en een taiwanese vrouw en een japanse man en ik. De tweede dames gaan door tot 88, de man tot 40.

We hebben hoofdzakelijk goede (lees lekker eten) ryokans uitgewisseld, want dit is er zo een.

Buiten bleef het regenen. Maar binnen…