‘Zoals het de wandelaar vergaat, voor wie zijn wandeling geen einde vindt, omdat er achter elke kleiige duinenrij die hij heeft bereikt, nieuwe verten naar nieuwe kliffen lokken.’
Thomas Mann (uit: Jozef en zijn broers)
‘Zoals het de wandelaar vergaat, voor wie zijn wandeling geen einde vindt, omdat er achter elke kleiige duinenrij die hij heeft bereikt, nieuwe verten naar nieuwe kliffen lokken.’
Thomas Mann (uit: Jozef en zijn broers)
Ik loop vandaag door een landschap waar alles zich moet bedwingen om niet open te springen, want het gaat bijna lente worden, sommige bomen kunnen zich niet beheersen, laat staan de vogels die vliegen zenuwachtig kwetterend rond.

Ik loop dit jaar voor de derde keer (de helft van) de Shikoku 88 tempels pelgrimage. Deze pelgrimage gaat het hele eiland rond en loopt langs 88 (of 102) tempels waar Kobo Daishi is geweest.

Kobo Daishi leefde van 774 tot 835 en is de stichter van het Shingon Boeddhisme een van de belangrijkste Boeddhistische stromingen in Japan. Hij wordt in het hele land vereerd, maar de belangrijkste plaats (na Koysan waar hij begraven ligt) is Shikoku, daar werd hij geboren en kwam er weer terug nadat hij in China het boeddhisme had bestudeerd.
Het grootste gedeelte van zijn leven was hij pelgrim en zo wordt hij bijna altijd afgebeeld: met de staf, de hoed, de tas en aan zijn voeten stro sandalen.

Ryozenji is tempel 1 van de tocht. Dat ‘eerste’ is willekeurig, evenals de start daar. Dit is gebruikelijk maar niet verplicht.
In Japan zijn twee geloofsovertuigingen die soms elkaars rivaal en vijand waren en soms samenwerkten: het Boeddhisme en het Shintoïsme. Dit laatste is een natuurreligie, men gelooft dat er in bomen, rivieren, bergen en rivieren goden (kami’s) leven. Belangrijk hierbij zijn harmonie, respect en reinheid in/met de natuur.

Deze cederboom is 1200 jaar oud en volgens de legende heeft Kobo Daishi hem geplant. Het touw erom duidt erop dat hij heilig is, het scheidt de heilige wereld van de kami’s met die van de buitenwereld.
Het Shintoïsme en Boeddhisme hebben elkaar sterk beïnvloed en veranderd. Tegenwoordig staan beide religies naast elkaar, vaak letterlijk bij de tempels en soms niet tot een van deze twee te herleiden.

Ik vermoedde dat ik de enige zou zijn die nu, in de winter de pelgrimage maakt. Maar nee, vandaag kwam ik verschillende Japanners tegen die ook lopend de tocht afleggen.

Elke tempel heeft wel iets speciaals. Tempel 4, Dainichiji heeft een lange gang met daarin 33 afbeeldingen van Kannon, de vrouwelijke manifestatie van de Boeddha.

Voordat men de daishido (het hoofdgebouw) nadert moet men eerst de handen wassen en de mond spoelen. Deze plaats wordt vaak door een draak beschermd.
Deze wasplaats staat bij de Bekkaku tempel 1. Er zijn 20 Bekkaku tempels en ze zijn vaak moeilijk te bereiken. Ook bij deze tempels heeft Kobo Daishi iets gedaan. Het is vrij willekeurig, waarom de ene tempel bij de 88 hoort en de andere bij de 20. Mijn westerse, rationele kant zegt dat hier waarschijnlijk economische redenen een rol speelden. Veel pelgrims offeren geld bij hun komst. (maar dat is een verklaring).
Taisanji ligt op 500 meter hoogte in de bossen. toen het pad ophield stond er een poort met daarachter 245 treden (ik heb ze met mijn laatste restje adem geteld) die naar de tempel leidden.
Na het stempelen kreeg ik een kopje koffie met koekjes.

Ik slaap vannacht in een oude, eenvoudige ryokan. Dit is in de eetzaal. Oma is dementerend en de kleindochter leert haar Engelse les. (Ze durfde niet met mij te oefenen). Dankzij Google translate heb ik nog wat met de eigenaresse kunnen praten. Haar man heeft een stukje land waar hij rijst op verbouwd. Het is hard werken hier in een klein bestaan. De enige contacten die ze hebben met de rest van de wereld is met de pelgrims die hier komen slapen. De glamourwereld van een duur winkelcentrum in Osaka, dat op televisie was, is heel ver weg voor hen,
En oma? Ze is 74 jaar.,

Bando ligt in een buitenwijk van Tokushima en daar ligt de eerste tempel: Ryozenji temple.
Ik ben met de bus naar Tokushima gegaan, de weg voerde over mooie, enorm lange bruggen maar omdat ik in gesprek raakte met een Amerikaanse vrouw die met een Japanner is getrouwd en hier al 35 jaar woont heb ik in het geheel niet opgelet en geen foto’s gemaakt.
Ze kwam net uit Amerika en we spraken over Trump (natuurlijk….). We bleken wederzijdse kennissen te hebben, ze is bevriend met de Amerikaanse mannen die zo’n 35 jaar geleden als buitenlanders met de henro zijn begonnen. Ik heb met 1 (10 jaar geleden) een paar dagen gewandeld en we hielden sindsdien contact, de andere 2 ken ik alleen via Facebook. Ze zijn alledrie een andere weg ingegaan, maar wel nog steeds in nauw verband met de henro. Zo gaat dat in 35 jaar.

In Tokushima heb ik wat gegeten, geld opgenomen (waarschijnlijk duurt het een poos voordat ik dat weer kan) en nam de trein naar Bando.

We spreken maar niet meer over de vergrijzing in Japan…. (Mijn haar begint trouwens ook te vergrijzen). Er zijn hier erg oude ryokans en minshuku’s (kleine herbergen voor de pelgrims) die al heel lang door een in onze ogen bejaarde worden beheerd. Sterft die bejaarde dan gaat de minshuku’s dicht.

Zo’n 15 jaar geleden leidde ook Shikoku een kwijnend bestaan. De overgrote meerderheid van de bevolking bestond uit bejaarden. (zoals in Japan op veel plattelandsgebieden). Dat is o.a. door de opbloei van de pelgrimstocht gekeerd. Steeds meer westerse wandelaars en iedereen is blij. Er gaan steeds meer herbergen weer open. Zolang het maar geen Camino of Kyoto wordt. Ik heb het eerste bordje met de dwingende vraag het afval mee naar huis (?) mee te nemen al zien hangen.

Dit huis staat tegenover de kapsalon ‘re-style‘, what’s in a name nietwaar? Het huis dankt dit vakwerk aan het German House, een museum dat is gebouwd op de plek waar een kamp voor Duitse krijgsgevangenen in de 2e WO stond, dit German House is nu een museum en is aan hen gewijd. Ze kregen contact met de bevolking en traden met een soort symfonieorkest op. Van hen hoorde de bevolking van dit eiland van dit gesloten land voor het eerst Mozart. Het moet een enorme ervaring voor hen geweest zijn.
Op de toegangsweg hangt een vlag met herzlich wilkommen erop. Zomaar opeens een Duitse tekst! Ik ben er nu 3 keer langsgelopen en ben er ook nu niet in geweest.

En dit is de toegangsweg naar mijn ryokan voor vannacht. De camera heeft er wat meer licht bijgedaan, in werkelijkheid was het donkerder en mysterieuzer. De lantaarns staan er omdat de weg naar een Shinto schrijn gaat. Dat zou weer klimmen worden. Maar ik hou het voor gezien vandaag en ben naar mijn ryokan gegaan. Daar meteen in een warm bad en hierna een maaltijd vol met visjes, sojasausjes enz. Het is nu 9 uur plaatselijke tijd, ik denk niet dat ik Eva van gisteren haal. Morgen is er weer een dag.
Translation.. In ieder geval lost in time. En ook Bill Murray, de hoofdpersoon uit de film Lost in translation is hier niet. Ik ben (op dit ogenblik) precies 25 uur geleden van Schiphol vertrokken en kwam hier in Osaka via Hong Kong met 8 uur tijdsverschil aan.
In Hong Kong waren er oorspronkelijk 50 minuten om over te stappen, maar omdat het vliegtuig met een half uur vertraging vertrok werd het krap. Op papier….leek het zo overzichtelijk, landing en vertrek in dezelfde terminal 1. Die bleek echter net zo groot als heel Schiphol. Gelukkig stond er een medewerker van het vliegveld op ons (2 Japanse en 1 Nederlandse vrouw) te wachten; we hadden 5 minuten voor een tocht over het vliegveld en de security check en de man bleef maar bellen en tegen ons zeggen dat we op tijd zouden zijn. Hij bleef kalm…Ik was de laatste die het vliegtuig binnen ging en de deur ging meteen achter mijn rug dicht. Toen werd ik weer kalm.
Omdat ik eigenlijk verwacht had het vliegtuig niet te halen (de volgende vlucht zou pas ‘s avonds gaan), heb ik hier op het vliegveld een kamer in zo’n cabine hotel geboekt. De ‘kamer’ bestaat uit een groot matras met een soort vensterbank waar een kluisje in is verwerkt, aan het plafond hangt een tv, en er is een enorm bad met een grote hoeveelheid aminities (alles wat je nodig hebt bij het schoonmaken in de ruimste zin des woord). Alles is hier heel schoon (bij de wasbakken hangt een briefje of we de drops weg willen vegen to comfort de ander gasten, tissues hangen hierbij) en om je te verplaatsen zijn er weer voor de verschillende plekken de verschillende slippers.
Op het vliegveld heb ik een Japanse simkaart gekocht, geld gewisseld en de bus voor morgen, naar Tokushima uitgezocht. Verder de rest van de dag doorgezet qua jetlag, wat gegeten (na 2 keer een ontbijt in de vliegtuigen was het avondeten wel een overgang) , uitgebreid in dat zalig warme water gelegen en nu schrijf ik in ‘mijn cabine’ dit. Het is hierbinnen bloedheet, ik had voor het vliegtuig een spionageroman uit de koude oorlogstijd meegenomen en door die bloedhitte en dat boek voel ik me eerder in Moskou dan in Osaka.
Maar ik ben er! Alles is bekend en toch weer anders.
En nu maar proberen te slapen.
Maandag 28 juli, het is een operaloze dag, dus sightseeing vandaag.
Bayreuth is een kleine plaats. Er staat een oud en een (relatief) nieuw slot, met een prachtige Schlossgarten, er zijn bronnen en veel mooie nieuw gebouwde huizen en kerken. Want bijna heel Bayreuth is in de 2e Wereldoorlog verwoest. (Het Festspielhaus is op miraculeuze wijze de dans ontsprongen).
Bayreuth dankt haar naam aan Wagner.

Hij koos Bayreuth als woonplaats omdat hij vond dat deze plaats de voor hem gewenste kleinsteedse atmosfeer bezit. Die atmosfeer is er nog steeds…Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â

Er is een beeldig buurtje, en verder 1 winkelstraat met hoofdzakelijk restaurants en veel worst tenten.
Dus vandaag op naar zijn villa. Zowel de bouw hiervan als van het Festspielhaus zijn betaald door koning Ludwig de 2e.

Op het huis staat: ‘hier waar mijn waanvoorstellingen tot rust kwamen – Wahnfried – wordt dit huis door mij genoemd.

Hier in het midden staat de god Wotan, met het gezicht van Wagner.
In het gebouw (met uitbreiding) is nu het Wagnermuseum gevestigd met een uitgebreide afdeling over de nazi- periode. (Hitler op het balkon van het Festspielhaus…ik ben er gisteravond ook even gaan staan)
Ein Deutscher Vall …..zong Wolf Biermann al weer lang geleden, ik moest er aan denken toen ik las dat Horst Mahler gestorven was. Ook hij ging politiek van uiterst links naar uiterst rechts. En zo was ook der Vall Wagner. Van bijna anarchistisch naar nationalistisch en anti-semitisch.

In het park rondom het festspielhaus staat een overzicht van alle joodse zangers en musici die eerst uit het muzikale en daarna uit het stadsbeeld verdwenen. Een groot aantal van hen is in de kampen vermoord. Ook is er een overzicht van de rol die de familie Wagner bij de opkomst tot het einde van het nazi regime speelde. Hitler kwam er graag en vaak op bezoek, bij de familie en om er naar de opera’s te luisteren.
Wagner werd geen lid van de nazipartij omdat hij al gestorven was toen Hitler aan de macht kwam.

De denazificatie van het gehele Wagnergebeuren duurde van 1951 – 1976.

Wij ‘hebben’ Lucebert en W.F.Hermans, maar zij verbleken bij Wagner. Is er een scheiding tussen de politieke ideeën en de composities van een componist? Kan een componist, of schilder die scheiding maken? Kan de lezer, luisteraar of kijker die maken? Als je weet hebt van die visie? Telt die mee in je oordeel?
Angela Merkel bezoekt elk jaar het Wagnerfestival. Ook toen ze bondskanselier was. In haar werkkamer hing een schilderij van Emil Nolde, een zee-gezicht. Nolde is 1 van de belangrijkste Duitse schilders van het expressionisme. Zijn werk werd door de nazi’s verboden als ‘ontaard’. Hij was echter ook aanhanger van de NSDAP en antisemiet. Het schilderij van de zee had volstrekt geen politieke betekenis, toch haalde Merkel het weg uit haar kamer. En toch bezocht en bezoekt ze het Wagnerfestival.
Zoveel vragen…..
Zaterdag 26 en zondag 27 juli. Ik ben deze dagen in Bayreuth, een stadje ten noorden van Neurenberg. Bayreuth is het centrum van de muziek van Wagner, hier staat het Festspielhaus, speciaal voor zijn opera’s ontworpen en gebouwd en hier wordt elke zomer het Wagner-festival gehouden waar alle opera’s elk twee maal worden opgevoerd.

Alweer 11 jaar geleden zag ik de vier opera’s van de Nibelungenring en hoorde de muziek van Wagner voor het eerst: de prachtige uitvoering door de Nederlandse opera o.l.v. Pierre Audi. Het maakte een verpletterende indruk.
Dus toen ik vorig jaar van iemand hoorde dat je ‘er gewoon naar toe kunt gaan’, (in tegenstelling tot de geruchten van een jarenlange wachtlijst) besloot ik er een projectje van te maken.
En nu ben ik er…….

Wagner schreef de opera’s van de Nibelungenring tussen 1848 en 1874. (Hij werkte er dus 26 jaar aan….) De ontwikkeling van Wagner en diens visie op de opera (inhoud en vorm) lopen gelijk op met die van het politiek-culturele klimaat in Duitsland. En dat zowel ten goede als ten kwade.
Heel kort gezegd…. Der Ring des Nibelungen speelt in de godenwereld waar goed en kwaad, macht en liefde heersen.
Is de mens vrij of onvrij? Is hij schuldig of onschuldig? Brengt de liefde vrijheid of onvrijheid? Wat doet macht? Zijn de vragen die in de Ring worden gesteld. Alle personages hebben pure menselijke emoties. Alles heeft een (verborgen) betekenis – Wagner wilde met zijn Ring uitdrukking geven aan de diepe mythische waarheden van zijn (en onze) tijd.
Op Wikipedia staat heel veel informatie over Wagner en zijn opera’s. Veel beter, mooier en duidelijker dan ik ooit kan doen. Ik maak dus een chronologisch verslag van deze dagen, aangevuld met dingen die opvielen, of wat ik er van vind.
Het ritme van de dag Als er een opera is, dan ga ik ’s ochtends om half 11 naar de inleiding, am Deutsch….und grundlich. (In ieder geval goed voor mijn Duits). Maar grundlich: vandaag vergeleek de inleider de ontwikkeling van Siegfried met die van Hans Castorp uit de Toverberg.
Het Festspielhaus staat op een heuvel en er na toe lopend lijkt het net alsof je naar een tempel gaat. Het tempo (van alle mensen) is langzaam. Mijn eerste gedachte is eerbiedig, maar je moet wel ‘klimmen’ dus misschien komt dat langzame door de hoogte. Maar de Wagneropera’s zitten vol met symbolen, en dat gebouw, op de ‘gruner Hugel’, uitkijkend over de stad, letterlijk en figuurlijk op een afstand van het gewone gedoe?
Daar aangekomen ga ik op een bankje zitten en drink ik een cappuccino. Met het zicht op dit beeldige bloemperk.

De inleiding is te volgen ….(dankzij een goed boek in het Nederlands dat ik bij me heb), Mijn pension ligt vlakbij de Hofgarten, een prachtig park, daar ga ik over “de opera van vandaag’ lezen.

Zaterdag werd de 1e opera Das Rheingold opgevoerd. Alles in dit Festspielhaus is in de authentieke staat gelaten, houten trappen en onmogelijke houten klapstoeltjes (met een heel dun nauwelijks zo te noemen kussentje). Alleen het podium is vernieuwd, zo stroomde daar deze avond de Rijn over het podium en in tegenstelling tot 90 jaar geleden: de nazi-vlaggen zijn weggehaald. (Maar daarover later)
Das Rheingold wordt aan de ‘Vorabend’ uitgevoerd (het is een soort inleiding) en begint daarom om 6 uur ’s avonds. Er werd 3 uur zonder pauze muziek gemaakt, toneelgespeeld en gezongen. Ik vind het prachtig en onbegrijpelijk hoe de hoofdrolspelers 3 uur lang achter elkaar op dit niveau kunnen zingen.

Zondag 27 juli
Na de inleiding liep ik de heuvel af en halverwege was daar een openlucht concert. Leden van verschillende operakoren uit Europa en daarbuiten komen zomers naar Bayreuth om elkaar te ontmoeten, samen te zingen en (waarschijnlijk ook) de opera’s te beluisteren.
En op zondagochtend geven ze een concert met koorwerken van Wagner.

Daarna was het vlug iets eten want om 4 uur ’s middags begint Die Walkure, de 2e opera. Deze duurt 4 uur met 2x een uur pauze waarin je op het ‘festivalterrein’ tegen astronomische bedragen iets te eten kunt kopen.
Maar in alle gevallen hebben de uitvoerenden deze pauzes nodig, zo zongen bv een uur lang de drie hoofdrolspelers, alleen maar zij. Een uur lang. Het blijft prachtig en ongelooflijk.

De Walkuren zijn figuren uit de Noorse mythologie. Het zijn strijdbare dochters van de god Wotan. Op een paard rijden ze langs de hemel op zoek naar de zielen van gevallen helden op het slagveld om ze op te halen en naar het Walkaha te brengen. In de opera helpen ze de god Wotan met zijn strijd tegen het kwaad.
In deze moderne enscenering zitten de walkuren in een huidkliniek (waar ze allerlei plastische chirurgie behandelingen ondergaan) als ze door Wotan worden geroepen.
Deze enscenering (er zitten meer van dit soort niet ter zake doende, bijna het verhaal tegenwerkende momenten in) klopt niet. Het heeft niets met het verhaal te maken, draagt niets bij en stoort alleen maar.
Maar gelukkig, wat werd er weer prachtig gezongen en gemusiceerd.
Vrijdag 25 juli vertrok ik in alle vroegte met de trein richting zd Duitsland. ‘Vroegte’ want het is een lange reis met het in Duitsland altijd aanwezige risico van vertraging en daarmee het missen van de volgende trein. De eerste overstap ging prima, de trein kwam op tijd in Keulen aan. Bij de 2e overstap ging het mis, de trein was te laat. Gelukkig…..kreeg ik een e-mailtje van de Duitse Bahn.

De boemel naar Bayreuth ging door een prachtig heuvellandschap en ik kreeg even spijt dat ik mijn wandelschoenen niet mee had genomen of dat ik aan dit opera uitstapje niet een weekje wandelen had gekoppeld.
p.s. De internet techniek hapert hier vaak. Ik weet dus niet of ik regelmatig een bericht kan versturen.
Maar dit was vrijdag, op naar de zaterdag!
Ik ben inmiddels al weer 5 dagen thuis en het begint langzaam weer te wennen. Ik zie al nauwelijks meer hoe vies de straten hier zijn en het is alweer normaal ‘s ochtends ‘gewoon’ uit bed op te staan. (In Japan slaap je meestal op een soms dik, soms dun matras op de grond en dan sta je nooit ‘gewoon’ op).
Het was een reis van de winter naar het voorjaar en van heel eenvoudige, soms bijna primitieve tempels op Sodoshima naar de meest gestileerde, meest esthetische en rijke tempels van Kioto.
Een tocht door die prachtige natuur, met paden waarop je je in een kathedraal waant.

En natuur die een tempel is.



In een overmoedige bui kocht ik vorig jaar het vliegticket naar Osaka omdat ik heimwee naar Shikoku had (waar we dus helemaal niet geweest zijn).
Alles stroomt, alles verandert, ook reisplannen.
En dat opent weer nieuwe deuren, naar de literatuur, de cultuur en naar de geschiedenis van Japan. Want echt: hoe meer ik zie, hoe meer ik ervaar: hoe meer ik me realiseer dat ik er zo weinig van af weet.
Behalve de prachtige natuur, de soms onbegrijpelijke cultuur, de religie, zo dicht in de natuur, het heerlijke eten, de onsen de vriendelijke en behulpzame mensen, zijn er nog enkele punten ‘vermeldenswaard….’
Zoals ‘schoon’
Het toilet: de staat en het gebruik ervan.

Hier staat Mariet bij een -ook- Japans toilet dat vies was. Vies? Het was het enige vieze toilet dat we de afgelopen 5 weken mochten gebruiken. Alle anderen waren schoon en dat niet alleen.

De bril is altijd schoon (voor een eventuele druppel zijn schoonmaakdoekjes), en verwarmd. Op Shikoku maakte ik mee dat er een gehaakt hoesje om de bril zat. Naast de wc hangt de gebruiksaanwijzing:
Welke delen wil je na gebruik schoonmaken? Welke temperatuur heeft de straal? Welke kracht? Wil je geluid? Er is stromend water, fluitende vogeltjes en een ‘sound exclusively for women’. Soms leidt de wc haar eigen leven: na het openen van de wcdeur gaat het deksel omhoog en na afloop (?) Spoelt hij door.

Slippers.
Na binnenkomst in bv een ryokan, een hotel met tatamimatten of een tempel moeten de schoenen uit en de slippers (die klaar staan) aan. Hierop loop je verder, tot net in de kamer: op de matten mag je alleen op sokken. In het toilet staan toiletsandalen. Ga je bv naar de overkant omdat daar de onsen is, dan wissel je je huis-Â in voor straatslippers….tot de ingang van het gebouw, waar de slippers alweer klaar staan.
Afval.
We hebben geen vuilnisbakken ontdekt. Als je iets koopt wordt je vriendelijk gevraagd je rubbish mee naar huis te nemen. Brandschone straten.

In een dichtgeknoopte plastic zak, beschermd door een net. (Waarschijnlijk tegen dieren)



De jongeren.
Er is een uitgebreide, geheel autonome jongerencultuur. We zagen er iets van. (Het duidelijkst is dat in Tokyo of Osaka, waar we niet geweest zijn)).



Zijn het bij ons de stroopwafels, idie in de toeristencentra huis-aan huis te koop zijn, in Kyoto kun je in het centrum overal een kimono huren.
Er is zoveel meer dan een sushi.



Bescherming, tegen de tsunamie, aardbevingen en overstromingen.

In elke hotelkamer hing/stond een zaklantaarn.


De kersenbloesem.




Op Sodoshima en langs de Ise kumano werden we altijd heel vriendelijk en gastvrij behandeld. Kyoto lijkt een beetje op Venetië qua toerisme: de drukte en het gedrag van de toeristen en de reactie van de plaatselijke bewoners. Gelukkig waren we er buiten het seizoen.


De rotstuinen van de Zentempels.
Vandaag, 14 maart, hebben we 4 tempels bezocht en liepen daarvoor de hele dag, door een klein stukje van het enorme Kioto.

We bezochten achtereenvolgens de Saiho-ji, de ‘mostempel’.
Deze tempel heeft ‘The garden of origins and journeys’ op de website staan en mooier kan ik het niet zeggen.


En waar is het beter oorsprong, op weg zijn, groei, verandering, vergankelijkheid en concentratie te ervaren dan hier. Ik realiseerde me voor de honderdste keer dat ik vaak veel te vlug, onnadenkend loop of handel.
Maar dat onmogelijke glibberige pad van alweer een tijdje geleden hielp, dwong wel! Volledige concentratie bij elke stap, aan niets anders denken (zodra ik aan iets anders dacht, verslapte de concentratie) en bewust ademhalen bij elke pas. Geen wonder dat de monniken vroeger dit gebied uitkozen voor hun ascetische oefeningen.

Myoshin-ji
Met deze tempel begonnen we met het bezoeken van de ‘droge landschapstuinen’.

Het zgn ‘droge landschap’, (van zand en grint, met een eenzame rots) symboliseert vaak de oneindige ruimte, de zee.

Ryoan-ji

Kinkaku-ji (het Gouden Paviljoen)


Daitoku-ji





Vandaag, 15 maart bezochten we Ginkaku-ji.

Symbool van de golvende zee.

De kubus en de ‘platte’ golven zijn complementeer, als Yin en Yan. De kubus wordt elke maand afgebroken en opnieuw opgebouwd.
Het is hier maar een kleine greep van de prachtige en indrukwekkende rotstuinen. Ik kan moeilijk onder woorden brengen wat het zien ervan met me doet. Het is nog maar een begin, ik ben er zeker nog niet klaar mee. (Maar we gaan bijna naar huis……!)
Op weg naar Kioto bezochten we vandaag, donderdag 13 maart Uji. ‘onderweg’ is ruim gezegd, want ver voor Nara begint de stedelijke bebouwing en dat gaat via Uji door naar Kioto, het hele brede dal is volgebouwd.
In Uji staat Kosho-ji, de oudste zentempel van Japan, gesticht door Dogen. En Dogen is 1 van mijn favorieten. Hij was Zenpriester en poet, en uit die combinatie zijn prachtige geschriften voortgekomen, waarin hij vooral de natuur beschrijft.
Met wat zal ik de wereld vergelijken?
Maanlicht, gereflecteerd in dauwdruppels,
Vallend van een kraanvogelsnavel.

Uit de sutra van Bergen en Rivieren: ‘Bergen en rivieren doen niets anders dan volledig functioneren. Het leven van een berg en het leven van water kent geen begin en geen einde. Niet gebonden aan een bepaalde (van buitenaf toegekende) vorm, brengen zij de grootste kwaliteit van het bestaan tot uitdrukking.’

Dogen vraagt ons de berg nauwkeurig te bestuderen: ‘Kijk naar de berg als expressie van de uiteindelijke werkelijkheid. Laat hierbij alle ingeslopen ideeën en vertrouwde denkbeelden achterwege. ‘Dingen’ bestaan niet op zichzelf, maar zijn steeds aan verandering onderhevig en verschijnen altijd in afhankelijkheid van andere dingen.’



‘’Water is niet sterk noch zwak, niet nat, niet droog, niet bewegend noch stilstaand, niet koud noch warm. Wanneer water bevriest is het harder dan diamant, wanneer het smelt is het zachter dan melk.’

‘Wie kan het vernietigen?’


Kersenbloesem als symbool voor vergankelijkheid van schoonheid; van het leven.