Wandelen, altijd maar door

‘Zoals het de wandelaar vergaat, voor wie zijn wandeling geen einde vindt, omdat er achter elke kleiige duinenrij die hij heeft bereikt, nieuwe verten naar nieuwe kliffen lokken.’

Thomas Mann (uit: Jozef en zijn broers)

Heir to a glimmering world

De reacties op dit boek waren een mooie aanleiding dit boek weer te bekijken. Ik las het eind januari 2009, in de kerstvakantie daarvoor was in naar New York geweest. ‘Ik deed maar’ is een zin die deze dagen vaak door mijn hoofd schiet, dan weer dit, dan weer daar naar toe – je dacht er toch nooit aan dat dit eens zou ophouden?

Lang geleden las ik de boeken van Chaim Potok, boeken die de levens van jonge opgroeiende jongens in het Joodse orthodoxe milieu van vlak na de 2 Wereldoorlog in New York beschrijven. Ik vond die boeken toen erg mooi (geen idee wat ik er nu van zou denken) en herinner me nog dat ik dit met een feministe besprak die alleen nog maar boeken wilde lezen die door vrouwen waren geschreven en die over vrouwen gingen. (ja… ook toen al, deze nauwe blik die niet over inhoud gaat. Maar dat is een andere discussie) Maar ze las wel Chaim Potok, over jongens dus. We concludeerden dat deze boeken met zoveel liefde het leven daar beschreven en dat ze daarom zo mooi waren.

Met de boeken van Chaim Potok en Philip Roth in mijn gedachten logeerde ik in een orthodox Joods hotel in “the Lower Eastside’. Het is de buurt waar de straten namen hebben (i.p.v. nummers), hij ligt vlak bij de aankomstpier waar de immigranten na ‘goedkeuring’ de nieuwe wereld binnen stapten. Het hotel, de eigenaar met zijn gezin en de mensen die er rondliepen, werkten, rondhingen (?) leken allen hoofdpersonen uit die boeken.

In de straat stonden een authentiek Italiaans en een Joods huis, ingericht zoals deze aan het begin van de vorige eeuw door de immigranten bewoond werden. het was die Kerstvakantie ijzig koud en ik kreeg van het hotel een toegangskaartje voor het fitness centrum om de hoek: aan de Williamsboulevard. Daar stond ik op de lopende band met uitzicht op de Williamsbrug. Het was even of ik er woonde…….

Maar hier het boek:

‘Erfgenaam van een glinsterende wereld’

We zakten nog dieper in de wildernis….de jongens in oorlog, ondergoed ongewassen, pannen die overkoken. Mitwisser die achter een gesloten deur liep te ijsberen, zijn vrouw paniekerig in haar bed. Waltraut ongewassen die steeds moeilijker werd. Soms verviel ze in ontroostbaar gehuil. Als ik op de ene plek orde schiep, sijpelde het verval al op een ander plaats naar binnen. Ik, de vreemdeling, was alles wat ons van de laatste stadia van de anarchie afhield – ik was een verborgen motor van overleven geworden.’ ( Rose)

Rose Meadows, een wees die een plek nodig heeft om te wonen en te werken, gaat via een krantenadvertentie wonen bij de familie Mitwisser, Duitse Joden die in 1933 alles wat ze hadden op de vlucht moesten achterlaten. In hun nieuwe vaderland worden ze als ‘parasieten’ beschouwd. Rudolf Mitwisser is een onderzoeker van oude Joodse teksten, hij sluit zich voornamelijk op in zijn kamer, hij heeft weinig contact met de rest van de familie of met de realiteit van het dagelijks leven. In Europa werd hij als een grote geleerde beschouwd, in de VS vindt men zijn onderzoeken van weinig belang. Zijn vrouw Elsa is een natuurkundige die in Berlijn samenwerkte met een geleerde die kort na haar vertrek de Nobelprijs ontving (dit is trouwens ook het onderwerp van: ‘In een roes van helderheid’ – Helga Konigsdorf). Ze is radeloos dat haar gezin nu afhankelijk is van anderen, ze is mentaal onevenwichtig en ook zij sluit zich op in haar kamer. Het gezin bestaat uit vijf kinderen, Anneliese, het oudste meisje zorgt voor haar 3 jongere broers en de zeer behoeftige 3 jarige Waltraut.

Maar ze hebben ook geluk, het gezin is ‘geadopteerd’ door James A’Bair (een karakter gebaseerd op de zoon van A.A.Milne, de schrijver van Winnieh the Pooh). Deze James ontvangt nog steeds geld van verkoop van de boeken van zijn vader en hij voelt zich aangetrokken tot een huiselijk leven dat totaal anders is dan wat hij heeft gekend. Hij stuurt periodiek geld en cadeautjes voor de kinderen. Deze James, werd ‘ een berenjongen’ toen hij 5 jaar was en heeft door zijn publieke figuur nooit een eigen identiteit kunnen ontwikkelen. Rose heeft een moeder die loog o.m. over de dood van haar man.

James, die de ‘berenjongen’ werd toen hij 5 jaar was heeft omdat hij een publieke figuur was nooit zijn identiteit kunnen ontwikkelen, Rose heeft een moeder die loog over de dood van haar vader.

De Mitwissers hebben ontdekt dat hun wereld voor altijd is veranderd, maar noch de vader, noch de moeder is bereid zich aan te passen.

Het boek is gericht op de karakters en het thema, in plaats van op een plot (dat is er ook niet). De schrijfster schept een intense wereld waarin elke persoon de vervulling van zijn of haar dromen zoekt, die aan de horizon glinsteren als vuurvliegjes, het is een kwetsbare hoop die kan sterven voordat ze tot bloei komt.

Het zijn allemaal ongewone personages, met ironie beschreven – op zo’n manier dat hun verhalen belangrijk worden.

Ik had over het boek in de krant gelezen en in New York gekocht (het is niet in het Nederlands vertaald). Toen ik een maand later elke dag met de trein en de bus moest reizen lag het boven op een stapel nog te lezen boeken dus ging het mee onder het mom van ‘als ik maar iets te lezen heb ……’

Zo gaat dat met boeken en zo gaat dat met mij.

En ik ben er nog niet uit: ‘Heir to a glimmering world’: die wereld waar ieder naar toe ging was dus niet zo glimmering. Daar denk ik nog even over door.

berichten van een veranderde wereld

Toen mijn moeder gestorven was en ik elke dag weer naar het ouderlijk huis moest om van alles te regelen, ging ik vanaf het station Haarlem met de bus daar naar toe. In mijn herinnering regende het altijd (het was januari) en in die bus las ik ‘Heir to the glimmering world’ en dit zo lezende in die bus in de regen, het waren de enige momenten in die periode dat ik me niet verdrietig, ontheemd of ‘wees’ voelde. in tegendeel ik voelde me toen veilig, beschermd in die bus.

Misschien zijn we nu, in deze (nog steeds durende) corona tijd allemaal ‘Heirs to the glimmering world’ – of misschien is het alleen maar omdat het ritme van ‘Berichten van een veranderende wereld’ het zelfde klinkt als de titel van dat boek, maar in ieder geval toen ik bedacht ‘laat ik weer eens iets op het blog schrijven’ – toen moest ik de hele tijd aan dit boek denken. En niet alleen wbt de titel, het boek gaat over emigranten en hoe ze hun leven in het nieuwe land hernemen, opbouwen, leven. Nou ja dat zijn wij nu ook, migranten naar een andere wereld.

Dus vandaar…. berichten van een veranderende – veranderde wereld, die nog steeds glimmering is.

Op mijn wc hangt het toegangskaartje van de tentoonstelling ‘De aanbidding van het Lam Gods’ uit Gent. Dit is een foto van de folder, fotograferen was verboden. Met ‘Het Lam Gods’ wordt Jezus bedoeld, Agnus Dei: ‘Als een lam werd Hij ter slachting geleid’. Het offeren van en het bloed van het lam zijn in de godsdiensten van het Midden Oosten een vaker gebruikt beeld. Als je ernaar googled wordt het allemaal erg bloedig, opofferend, Christelijk dus – dus met dat googelen stop ik nu. Het gaat mij op de schoonheid en de blik van dit lam.

Wat kijkt dit lam prachtig de wereld in. Niet echt als een lam dat naar de slacht wordt geleid lijkt me. Eerder ‘wie doet me wat’, het straalt waardigheid uit. Het zegt iets over de tijd dat het geschilderd werd. Het ging goed met Gent in die dagen, de handel floreerde, de stad bloeide. Het zijn nog Middeleeuwen, maar er straalt al een zelfverzekerheid uit. Het veelluik waar dit lam op staat is klein, het bestaat uit 12 panelen die aan beide kanten beschilderd zijn. Een prachtig ‘Middeleeuwse stripboek’ vol symboliek. Het werd geschilderd door de gebroeders van Eyck, in opdracht van de koopman Joost Vijd, die hiervoor een kapel in de St Bataafskathedraal liet inrichten.

Het toegangskaartje staat op 3 maart, dus dit is precies een jaar geleden. In België heerste al corona, maar van maatregelen op straat, in het museum, in de winkels heb ik nauwelijks iets gemerkt. zo ben ik heerlijk uit eten geweest. In de trein echter heerste al een vreemde sfeer, ik had toch een gevoel van ‘kan ik hier nog wel zijn?’ Het was mijn laatste ‘echte reis’. Ik geloof dat minister Bruins ‘dat briefje’ al had ontvangen, van het eerste corona geval in Nederland en hierna zou ook Nederland in een ‘intelligente lockdown’ geraken. Ik ga nog even uitzoeken wanneer dat was.

En sindsdien zitten we dus soms stevig, soms los, (en intelligent?) in een lockdown. Mijn leven is veranderd……en toch weer niet. Wat zal volgen zijn berichten van dit veranderde, veranderende leven.

‘Heir to a glimmering world’, daar wil ik nog even op terugkomen. Er staat niet ‘Heir from’ wat ik zou vertalen als ‘erfgenaam van’, maar ‘Heir to’ ook dit betekent ‘erfgenaam van’ maar als je ‘erfgenaam naar’ op google translate zet, dan verschijnt ‘heir to’. Ik ga dus van beide uit, we hadden een glimmering world geërfd, en we gaan deze erven. (in het boek is het tenslotte ook niet duidelijk welke wereld bedoeld wordt, maar misschien was dat juist de bedoeling). En in ieder geval een titel waarvan je bijna over elk woord kunt na denken.

Leuk als jullie mijn blog weer lezen, reacties zijn welkom!

Van Koyasan naar Osaka

Het was maar 4 uur met de trein en een wereld van verschil.

De gang in de tempel.

Woensdag 18 december Vanochtend om 5 voor 6 liepen we weer door deze gang op weg naar de ceremonie. Het is een mooie ceremonie met prachtig gezang. Een ander onderdeel is weer het goma-ritueel. Op onze kamer liggen ‘gebedsstokjes’ en een viltstift waarmee we een wens op het gebedsstokje kunnen schrijven.

De ‘bijsluiter’

Een onderdeel waar wij aan mogen meedoen is het offeren van wierook bij het Boeddha beeld en het zetten van een glaasje water bij dat van Kobo Daishi. Direct daarna gaan we om de beurt op een krukje zitten en wordt onze rug met een rinkelend apparaat gemasseerd. Heerlijk, daar niet van, maar ook dit had ik nog nooit meegemaakt.

Daarna was het weer ontbijt. De monnik die ons al 3x bediend had bij het eten ‘do you want more rice? (En dan kreeg je een klein schepje, zodoende vroeg iedereen wel 3 of 4 keer om rijst) was er niet. We moesten het zelf doen! De vader van de familie uit Maleisië, die met ons te gast zijn sprong direct in dit gat.

In de tempel bleek een belangrijk persoon op visite te zijn. Toen we na het ontbijt een kopje koffie in de zeer moderne inpandige coffeeshop dronken stond hij aan de andere kant van het glazen raam tegenover ons en mediteerde (?) door het open raam naar buiten. Daar zaten we met de koffie! Het blijft jammer dat we door de taalbarriere niet met de monniken kunnen praten. We hadden graag meer willen weten over de rituelen, het bezoek en de gang van zaken in de tempel.

Koyasan is vandaag in mist gehuld.

Geen sneeuw in Koyasan (een stille hoop) maar mist en regen. Met de bus ging het weer naar de kabelbaan en daarna beneden verder met de trein. We moesten 2x overstappen en hadden hier 3 en 4 minuten voor. In die tijd moesten we erachter zien te komen op welk perron de volgende trein zou komen en moesten we daar naar toe. En wat te doen bij vertraging? Maar in Japan heeft de trein geen vertraging…….. en zodra je bent uitgestapt is er altijd wel iemand van de spoorwegen of een andere reiziger die helpt.

Ons hotel in Osaka ligt op 4 minuten afstand van het station. Het is bloedheet op de kamer en het raam kan niet open. We hebben aan alle knopjes gedraaid waarvan we vermoeden dat die iets voor de temperatuur kunnen betekenen. De hitte blijft. Dus toen naar de receptie. De man die onze koffers naar boven had gebracht (hiervoor had hij witte handschoenen aan gedaan) ging met me mee, de handschoenen weer aantrekkend. Ook hij draaide aan de knopjes, zei ‘okay’ en vertrok weer. Na 5 minuten was hij er weer, nu met een ventilator! Het is tenslotte 18 december……. dus de ventilator brengt ons koele lucht deze winter.

Vanmiddag zijn we even Osaka in geweest. Een cultuur shock!!!

We hebben okonomiyaki (een specialiteit van Osaka) gegeten.

Okonomiyaki is te omschrijven als een hartige pannenkoek. Een pannenkoek waarop een laagje kool wordt gelegd, gevolgd door bv inktvis, een sausje, eventueel nog een groente met als slot weer iets stevigs met bedekt met mayonaise, tomatensaus en wat groen strooisel. (onbekend wat). Het geheel wordt op een hete plaat gebakken en daarna geserveerd en dan snijd je er met een mes stukken af die daarna met de stokjes worden opgegeten……….zonder dat er stukjes vulling tussen uitvallen. Dit lukte ons aardig, na 10 weken o hasji (stokjes) training.

En wat wandelend door het centrum (eindelijk een soort centrum) van Osaka zagen we veel gokhallen met daarin veel mensen, veel winkels en mensen met tassen vol, want ze houden hier erg van kopen, kopen en kopen. Er zijn hier veel restaurantjes en kleine eettentjes. Die zijn we vandaag (donderdag) maar eens gaan uit proberen.

Veel gokhallen met veel mensen.
Overdekte winkelstraten en iedereen koopt, koopt……

Vandaag, donderdag 19 december hebben we eerst een enorm aquarium bezocht waar je onder en langs vissen uit de hele wereld kon lopen.

De kwallen, zo mooi als de natuur weer was, het was soms net kantwerk.

Daarna hebben we de grootste departement store (warenhuis) van Osaka bezocht. Ik geloof dat de voedselafdeling net zo groot is als de hele Beijnkorf bij ons. En het was er enorm druk. Voor sommige afdelingen stond een lange rij. Wij kochten hier (weer) handdoekjes. Een rugzak vol met handdoekjes inmiddels, want ze zijn zo leuk hier.

Tenslotte zijn we naar een food market gegaan waar we van alles zagen en sommige hapjes geprobeerd hebben.

De viswinkel, sommige vis wordt levend bewaard.
Zowel voor de barbecue als voor de sashimi.
Uit de pakketjes van 550 yen steken kopjes (onbekend, welk dier) omhoog.
Geflambeerde coquilles.
Tempura met oesters.
Balletjes met inktvis.

Het was heerlijk dus!

En toen was het met de metro terug naar het hotel.

Keurig in de rij (hier staan pijltjes voor op de grond) wachtend op de trein.
Osaka by night.

Het is inmiddels avond geworden en ik ga inpakken, voor de laatste keer want morgenochtend vertrekken we weer naar huis.

Het zit er echt helemaal op!

De weg terug

Vertrek om 8 uur uit de ryokan.

Donderdag 12 december zijn we om 8 uur van de ryokan bij tempel 88 vertrokken naar de onsen waar we vannacht slapen. Het is toch een beetje ‘verder lopen’. We zitten gewoon nog/weer in de wandelmodus: gisteren bij aankomst meteen alle kleren verzamelen voor de was, de droger 2x laten draaien want anders zijn de sokken niet droog, het adres van de volgende dag laten bellen om te reserveren en nu in de onsen hebben we weer laten bellen voor morgen en overmorgen. Alles is nu tot vertrek gereserveerd.

Het was best fris vanochtend en ik vraag me af hoe koud het hier in januari wordt. Het bos ziet er best einde herfst uit, maar er staan hier ook palmbomen, en zijn die wel wintervast?

Henro – auto

Het pad ging weer door prachtige bossen, langs beekjes en over moeilijke paadjes.

Vrijdag 13 december het was een koud begin vanochtend, de rijp lag op de velden. Zodra de zon boven de bergen uit was kreeg ze meer kracht en werd het warm. Dus heerlijk terug gelopen naar tempel 10.

Ginkoboom bij tempel 10

Zaterdag 14 december vandaag liepen we de hele dag langs de weg in de bebouwde kom. En de rek is er een beetje uit. Dus veel Lawson en Seven Eleven voor een kopje koffie. We zijn alvast voorzichtig (we moeten het allemaal meesjouwen) met de boodschappen voor mee naar huis begonnen.

En toch nog een mooi herfstveld.
Het kan nog…….verse sushi’s.

Sliepen we gisteren in een schone, mooie ryokan met een restaurant waar we heerlijk aten, vandaag is het misschien wel de minste van de hele reis.

De eigenaar (?)

Het henro-seizoen loopt duidelijk op z’n eind. Dit was de enige ryokan die nog open was. Toen we aankwamen was er niemand. Ik haalde de buurman uit zijn winkeltje die zijn telefoon pakte om de eigenaar te bellen. Net op dat moment kwam er een krom vrouwtje de hoek om, ‘sumimasen, sumimasen’ (sorry) roepend dat ons binnen liet. Ondertussen praatte ze de hele tijd tegen me. Via een restaurant met een enorme troep bracht ze ons naar de kamer. Na vijf minuten bracht ze thee, met een bonbon, een snoepje en een koekje. Na uitleg over de ofuro werd elke lichtschakelaar geprobeerd en ondertussen maar pratend en pratend. Hier begrepen we niets van, maar ik denk dat dat niet belangrijk is.

De administratie en de doos met de nieuwe spullen.

Tijdens het eten (hier zaten ‘ontbijt onderdelen’ bij: een rauw ei en de natto, nog een geluk dat ik de sushi’s had gegeten) pakte de man de grote doos uit. Hier zat in: een camera, een kussen (dat ik ook mocht uit proberen), 2 dozen mooie snoepjes (een soort Japans Turks fruit) waar we van mochten proeven en een stofzuiger die hij even uit probeerde. Ook de man praatte de hele tijd door, ongeacht of hij antwoord kreeg, of dat het begrepen werd.

In het restaurant hingen 2 henro hessen geheel bedrukt met de stempels van de 88 tempels. Er lagen ook 3 stempelboeken. Toen ik deze bekeek, bewonderde en hier naar vroeg kregen we een prachtig brokaten naambriefje van ene Yoshida. Was dit familie van de man? Hij was het niet. We kwamen er niet achter wie dit was.

Tegen de muur stond ook een enorme kooi. We vroegen ons af van welk dier deze was, want de kooi was leeg.

Je kunt in dit restaurant ook aan je conditie werken.

Even later kwam het vrouwtje (zo krom, ach zo krom) met een zeer alert katje binnen en ze stopte dit direct in de kooi. Hierna haalde ze nog een katje dat ook direct werd opgesloten.

En toen bracht ze ons twee heerlijke kopjes koffie, weer met koekjes. Soms vroegen we ons af ‘in welke film spelen we nu mee’, wat een chaos, bij twee aardige mensen die ook zo erg hun best deden gastvrij te zijn. Maar ze waren, ben ik bang, een beetje over hun top heen.

Zo krom…..
Het avondeten en ontbijt waren hetzelfde en kwamen uit deze keuken.

Zondag 15 december Het was nog een uur lopen naar tempel 1.

Het allerlaatste bord: nog 900 meter naar tempel 1.
En hier luidde ik nog 1 keer de bel.

We bekeken weer uitgebreid de hoofdhal want hij blijft mooi. Daarna lieten we ons fotograferen, een beetje weemoedig, trots en blij.

De cirkel is rond, we zijn terug in tempel 1.

Hier haalden we nog 1 keer het stempel op en toen zat het erop. We liepen naar Bando-station en na drie kwartier wachten kwam de trein.

En toen waren we in een kwartier in Tokushima.

De henro zit er op. Nu gaan we naar Koyasan waar Kobo Daishi in stille meditatie zit en wacht op Miroku, de volgende Boeddha.

Even een ander Japan

De afgelopen tijd zag ik niet alleen maar tempels. We liepen door prachtige natuur en ik heb geloof ik elk mooi boompje en elk prachtig uitzicht op de foto gezet. Maar de steden zijn niet echt mooi. Wat opviel was de reclame voor de kappers. Alle reclames zijn in het Japans, behalve die van de kappers. En er zitten prachtige bij. We denken dat met de invasie van de Amerikanen in de 2e Wereldoorlog het kappen een grote vlucht nam. Veel ‘perm’ dus, ofschoon we nauwelijks een gepermanent hoofd hebben gezien.

‘Cut and perm of professional technick’
Hier brengt de kapper vrede.
Een gesuikerde jongen, kan ook bij de kapper.
En wat gedacht van oranje haar?
Hier kun je met je haar communiceren.
De prijzen, 10 yen is ongeveer 8 cent.
Of canvas haar?
Maar haar kan ook egoïstisch zijn.
Kort maar duidelijk!
Herboren! Met nieuwe nagels!
Knippen en daarna Parma ham?
Of barok?
Hier wordt je haar gemaakt.
Zonder woorden.

Tijdens het lopen keek ik ook wel eens naar de grond en zag daar prachtige putdeksels. Elke stad heeft haar eigen ontwerp deksel.

Hier begon ik met het fotograferen van de deksels, die prachtige vogel!

De weg vinden Wat de Amerikanen ook brachten (denk ik) is de nummering van de belangrijkste wegen. ‘Route 56’ is een begrip voor ons geworden. En alweer: dit kunnen we lezen en zo konden we de weg weer (terug) vinden.

De slippers In ryokans en minshuku’s moeten de schoenen direct uit in het halletje achter de voordeur. Daar liggen slippers klaar. Hierop loop je naar je kamer en als daar een tatami mat ligt, dan moeten de slippers weer uit, die laat je buiten bij de deur staan. Die slippers zijn trouwens levensgevaarlijk. Bij aankomst ben je moe, ze passen nooit en je hebt je sokken nog aan. En zo ga je op die slippers met je rugzak en je spullen weer een onbekende trap op. De berg op ging gemakkelijker.

En dan moet je naar de wc. Je slippers staan buiten op de gang en hiermee loop je naar de wc. Daar staan toiletslippers (op de slippers staat vaak ‘toilet’). Deze zijn dus voor in de wc.

Wil je nog een keer naar buiten? Bij de deur staan ‘buitenslippers’ klaar.

En dan kom je uiteindelijk weer op je kamer en ontdek je dat je met de verkeerde slippers toch weer op die tatami mat staat.

In Takamatsu sliepen we in een chique hotel. Op de slippers die we in de kamer vonden stond ‘for room use only’. Maar wij toch op deze slippers naar het ontbijt. Bij de ingang werden we tegen gehouden. We mochten niet op deze slippers naar binnen. ‘Maar wij hebben alleen grote (en ook vieze) wandelschoenen aan, die kunnen we toch niet hier dragen?’ De dame belde haar baas (via een telefoontje dat op haar blouse bevestigd was). Na beraad mochten we voor 1 keer op deze slippers ontbijten.

Het toilet Is een zaligheid: de bril is vaak verwarmd of er zit een stoffen hoesje om de bril. Soms klinkt het geluid van stromend water als je eenmaal zit, of het geluid van kwetterende vogeltjes. Ben je klaar dan heb je de keuze uit een bidet, een toiletshower of een derde mogelijkheid. Zowel de kracht als de temperatuur van deze drie zijn te regelen. Soms spoelt het toilet automatisch door na het opstaan.

Buigen Doet men als begroeting of als dank. Op de tv zagen wij hoe belangrijker hoe dieper beide partijen met het buigen gaan. En dan gaat het maar door, steeds dieper. Ik moet toegeven, ik ben gelukkig niet belangrijk en maak dus maar een kleine buiging. Maar het hangt nauw, de buiging.

Nog niet de laatste lootjes…….

Maar wel bij tempel 88.

Het allerlaatste teken van vandaag: nog 0,7 km te gaan.
Afscheid vanochtend vroeg.

We werden uitgezwaaid door de eigenaresse van ryokan Azumaya. Een heel lief oud vrouwtje. Ze is al op leeftijd, net als de ryokan die duidelijk een betere tijd heeft gekend, (En dan zal ik maar niet van de keuken spreken). Ze heeft een dochter die in Lelystad woont dus de Nederlandse Henro heeft een streepje voor. We kregen snoepjes, chocolade en een onduidelijk energiedrankje mee. Ik had haar gevraagd de slaapplek voor overmorgen te reserveren. Dus veel getelefoneer, deze ochtend plaatselijke tijd 7 uur (wij ontbijten hier uiterlijk om half 7). Opeens kreeg ik de telefoon in handen en hoorde een Nederlandse stem (Nederlandse tijd 11 uur ‘s avonds): de dochter die me uitlegde dat het reserveren niet lukte, maar dat haar moeder het een uur later zou proberen enz. enz. Zoveel zorg, het blijft hartverwarmend.

We liepen weer door prachtige bossen en tot mijn grote verrassing en verbazing stonden er weer bomen In een kleur die ik nog niet gezien had.

Kastanje bruine kerstbomen.

Onder aan de berg, lang voor we bij tempel 88 zouden aankomen ligt de ‘Henro salon’. Hier werden we ontvangen met thee en koekjes en kregen we een ‘officieel certificaat’ als bewijs van het afleggen van de Henro.

Bijgeschreven in de annalen van de Henro.

De salon is opgericht en ingericht door een groepje dat ook de Camino naar Santiago heeft afgelegd. En daar krijg je ook een certificaat. Dus zodoende. In de ruimte is een maquette van Shikoku met alle tempels en een overzicht van de geschiedenis. We kregen ook een dvd en een beeldig tasje.

En toen werd het echt menens en moesten we klimmen, naar tempel 88, Okuboji.

En als je er dan denkt te zijn is er altijd nog een trap.
Symbool van de tocht van Kobo Daishi.

Vaak hangen er enorm grote sandalen aan de poort. Want Kobo Daishi droeg tijdens zijn tocht over Shikoku sandalen van stro. En aan die sandalen aan de poort wordt dan weer van alles opgehangen.

Kobo Daishi als pelgrim staat vlak achter de poort.
Yes! We made it!

Het is voor sommige pelgrims gebruik de stok hier achter te laten. (a 1000 yen……)

Maar dan staan ze wel onder het wakend oog van Kannon Bosatsu.
Bato Bosatsu met het paardenhoofd.

Ik heb in elke tempel naar een beeld van Bato gevraagd en het stond nergens. Zelfs niet in de tempel waar hij de heilige van is. En nu hier, zo op het einde, daar staat een beeld van hem met een heel lief paardenhoofdje op zijn voorhoofd.

Tijdens ons bezoek aan de tempel kwam er een enorme groep buspelgrims aan. Van 1 van hen kregen we een prachtig naambriefje en toen kwam er nog een man die ons 1000 yen osetta gaf. We raakten er helemaal verlegen van. ik heb toen maar snel 2 naambriefjes beschreven en die aan hen gegeven. En van die 1000 yen zijn we later een lekkere kom udon gaan eten.

Over naambriefjes gesproken, de pelgrims gooien bij elke hal in elke tempel een naambriefje met een wens in de daarvoor bestemde doos. Eens in de zoveel tijd worden deze verbrand. (Ik dacht, toen ik dit ritueel vorige keer in tempel 6 meemaakte dat we hiervan moesten ‘leren’ niets meer te willen wensen. Een Boeddhistische gedachte nietwaar?) Maar nee, door de briefjes te verbranden worden de wensen naar de goden gestuurd.

De naambriefjes worden verbrand.
Onder leiding van een monnik reciteren de pelgrims de Hartsutra.
En natuurlijk wordt dit moment op de foto vastgelegd.
Toen heb ik ook maar een selfie gemaakt.

En is nu, aankomend bij tempel 88, de tocht nu beëindigd? Behalve dat deze tempel qua sfeer en schoonheid niet echt uitnodigt om iets te beëindigen, officieel gaat de tocht verder naar de tempel waar je gestart bent. Dan is de cirkel rond en kun je weer verder doorgaan met lopen. Want de Henro is het leven, het leven dat doorgaat als in een cirkel, als in een kringloop.

Wij gaan na tempel 1 naar Koyasan, waar Kobo Daishi begraven ligt. En daarna naar huis, waar hopelijk het leven ook weer verder doorgaat.

Ato nareba nukitsu nukaretsu henro michi

Eerst volg ik

Dan passeer ik

En wordt gepasseerd

Het pad van de pelgrim.

onderweg (deel 8)

Donderdag 5 december. We naderen Takamatsu, waar de hele vallei met ‘stad’ is gevuld.

Ik moet er weer erg aan wennen, de drukte, het verkeer, het gemis van natuur.

Met twee beeldjes in de hand.

Als we langs een huis lopen horen we geroep. Het is deze man. We krijgen van hem ieder een piepklein stenen Jizobeeldje. Het is hol van binnen en daar zit een opgerold papiertje in waarop de mantra van de volgende tempel is geschreven. Het blijft verbazingwekkend hoe sommige mensen thuis de henro’s zitten op te wachten om hen iets te kunnen geven.

Kannon beeldjes langs de straat.

Bij tempel 77, Doryu-ji staat in een hoekje een groep Kannon beeldjes in een soort vierkante kring om een groot Kannonbeeld. Ik vind dat (net als de vorige keer) een prachtig plekje. En ik krijg het weer niet mooi op de foto.

Bij tempel 78, Goshoji.
‘Alle goedbedoelde

die de trap opkomt’ (vrij naar Wim Sonneveld)

Ja, dit wordt er allemaal bij de beeldjes neergezet. De glazen potten zitten vol met amuletten.

Kerstmarkt in een winkelcentrum in Takamatsu.

Vrijdag 6 december Sinterklaas is onopgemerkt aan me voorbij gegaan. Hier gaat het al richting kerstmis. Ik heb geen idee, wordt dit wel gevierd? Hoe en wat? Of gaat het alleen om de commercie en de frutsels er om heen? In elke winkel klinkt kerstmuziek, bij sommige huizen hangen kerststukken en op de koffie bekertjes bij de Lawson staan kersttaferelen.

Wij hebben vandaag een lange, zware dag. We lopen eerst langs tempel 81, Shiromineji en klimmen dan het Goshikidai plateau op naar tempel 82, Negoroji. Daarna gaat het klimmend en dalend over het plateau naar tempel 83, Ichinomijaji. Het lukte me niet een slaapplaats op het plateau te vinden dus moeten we aan het einde van de dag nog naar beneden. De stempelmonnik van 83 heeft een geplastificeerd overzicht van de route naar de bushalte een uur verder naar beneden. We rennen bijna de berg af. Ondertussen zijn de uitzichten weer prachtig. Nou ja dus, we komen net te laat bij de bushalte aan. En waarom is een bus niet net te laat als jij ook te laat bent? Het is al bijna donker en koud en we zijn moe en hebben geen puf meer om op de volgende bus te wachten. We nemen een taxi naar het hotel.

Een oude lantaarn op het plateau.

Zaterdag 7 december. We zijn in Takamatsu, hier staat tempel 19 van de 20-serie en hier is het Ritsurin park. We gaan eerst naar tempel 19 Kozaiji. En dan wandelen we door het park. Dit is 1 van de mooiste parken van Japan en ook hier staan de bomen in herfstkleuren.

Het is allemaal mooi, natuurlijk. Maar toch……. die bomen in de vrije natuur vind ik veel mooier. We zijn zo verwend de laatste weken met zoveel moois, dat het aangelegde park met de gecultiveerde bomen (het lijkt wel of er geen takje verkeerd zit) mooi is, maar me in eerste instantie weinig deed.

En toch….is het mooi.

Zondag 8 december……A temple too far ik wilde vandaag van de 20 serie naar tempel 20 (de laatste….) en van diverse kanten had ik al gehoord dat dit moeilijk, lang en zwaar zou zijn. Ik ben met de eerste trein naar de bushalte voor de eerste bus gegaan en kwam toen op de plek waar het pad omhoog (het kortste, maar ook het steilste…) zou beginnen. Ik heb een half uur gezocht en realiseerde me toen al dat dit verder niet zou lukken. Het pad bleek onvindbaar. Heen en weer stond er totaal 7 uur voor en met dit half uur had ik nog maar 6 uur voor deze tocht. Daarbij opgeteld dat het hier altijd verder, langer en zwaarder is dan wat wordt voorspeld….

Daarboven moet ergens de tempel staan.

Ik besloot een stuk over de weg te gaan tot de dam, vanwaar ook een pad over een smalle weg richting tempel ging. Ik ben 2.30 uur gaan lopen en daarna weer 2.30 uur terug om zo weer net de bus terug naar het station te kunnen halen, want de bus ging eens in de 3 uur.

Het stuwmeer bij de dam.

Maandag 9 december Van tempel 83, Ichinomiyaji naar tempel 85, Yakuriji, leek ons een ontspannen dagje te worden, ware het niet dat tempel 84, Yashima-ji weer hoog op het plateau stond en we op weg er naar toe de weg kwijt raakten zodat we ‘over de weg’ naar boven gingen dus met een enorme omweg. Gelukkig stond onze ryokan aan de voet van de kabelbaan naar 85, die hebben we tot de volgende dag bewaard. En gelukkig stond er een heerlijk restaurant naast de ryokan, die al bij het reserveren had gezegd geen avondeten te serveren (wat ons enige zorgen had gebaard). Zo klopten we pas om 6 uur bij de ryokan aan.

We konden meteen in bad en daarna iets later, sliepen we ook meteen.

In tempel 83 staat deze constructie. Als je hoofd erin past, bouw je goed karma op, past het niet….dan loopt het slecht met je af. Toen ik de rechter steen wat stevig vast pakte bleek deze los te zitten, door hem open te klappen werd de opening ahw wat groter. Veel goed karma dus!

Mijn hoofd past!
Het uitzicht op weg naar tempel 84.
En dan sta je ineens in de toegangspoort.
De avond valt.

En vandaag, 10 december zijn we met de kabelbaan naar boven gegaan, naar tempel 85 Yakuriji.

Tempel 85 is weer een sprookje.

Het was een rustige, ontspannen wandeling naar tempel 86, Shido-ji, waar de tuinman ons naar een ‘Japanse tuin’ wees. Dit bleek een zentuin te zijn.

De pagode van tempel 86.

En toen was het nog 7 kilometer naar tempel 87, Nagao-ji.

We slapen hier vlak achter, zodat we morgen direct kunnen beginnen met de tocht naar tempel 88. En nee, dan zijn we nog niet klaar, want het is gebruik te eindigen op de plaats waar je begonnen bent, want dan is de cirkel pas rond.

Maar die 88……. is toch een mijlpaal.

Wie is wie in Boeddhistisch Japan?

Incarnaties? Manifestaties? Avatars? Symbolen? Uitstraling?

Door de integratie met het Shintoisme zijn er ‘veel Boeddha’s’ in Japan. Toen het Boeddhisme naar Japan kwam werd het aanvankelijk als een variant van de kami cultus gezien. Kukai (Kobo Daishi) bracht hier verandering in, maar de twee godsdiensten zijn nog steeds nauw met elkaar verweven. Zo wordt Dainichi Nyorai beschouwd als een ‘uitstraling’ van de kami Amaterasu (godin van de zon).

Er zijn vier Nyoria’s. De hoogste heiligen. Zij hebben de verlichting bereikt en als een teken hiervan worden ze zonder bezittingen of juwelen afgebeeld.

De belangrijkste Nyorai is Dainichi: de grote Boeddha van de levenskracht die alles verlicht. Dainichi is overal en is alles. bv Ook de lucht die we inademen. Alle andere Boeddha’s en bodhisattva’s zijn uitstralingen van hem.

Dainichi Nyorai.

Shaka Nyorai is de historische Boeddha.

Boeddha Gautama is gestorven, op weg naar het paradijs.

Amida Nyorai de Boeddha van het oneindige leven.

Amida Nyorai.

Yakushi Nyorai: heeft helende krachten en heeft daarom een medicijnflesje vast.

Yakushi Nyorai.

Dit is een poging ‘wat licht’ op de enorme hoeveelheid verschillende beelden te werpen. Soms dragen ze elkaars attributen. bv bij dit beeld:

Het Kannonbeeld van tempel 80, Kokubunji

Dit Kannonbeeld is een combinatie van Juichimen en Senju aspecten. Het heeft 11 hoofden en 42 armen.

Er zijn 8 bosatsu’s. ‘De ideale Boeddhist’. Zij hebben de (laatste) stap naar de verlichting uitgesteld om de mensen te helpen, c.q. te redden. Om dit te laten zien hebben ze verschillende voorwerpen in hun handen die de wensen van de mensen kunnen vervullen.

De belangrijkste en meest aanbeden is Kannon Bosatsu, de Bosatsu van het mededogen. (Avalokiteshvara) Van origine een man, maar wordt ook vaak als vrouw afgebeeld.

Kannon Bosatsu.

Kannon kan op Shikoku op 8 manieren verschijnen:

Sho Kannon

Sho Kannon draagt een kroon met daarop een kleine afbeelding van de Boeddha.

Senju bosatsu

Senju Bosatsu heeft duizend armen om de mensen te redden.

Juichimen Kannon Bosatsu

Juichimen Bosatsu heeft 11 hoofden, 10 om mee de wereld in te kijken en 1 om diep in zichzelf te zien.

Bato Bosatsu

Bato heeft een paardenhoofd op zijn hoofd en is beschermer van de dieren.

Monju Bosatsu.

In de rechterhand een zwaard en in de linker een lotus.

Miroku Bosatsu

Boeddha van de toekomst.

Jizo Bosatsu, is de enige die als monnik wordt afgebeeld. Het is de beschermheilige van de kinderen, moeders en reizigers. Hij beschermt op de kruispunten (waar het kwade vaak voorkomt) en op de passen (op weg naar een onbekend, gevaarlijk gebied). Langs de kant van de weg staan vaak Jizobeeldjes (in dat geval zijn het voorouder beschermgeesten). Jizo staat ook op kerkhoven, daar is hij de redder van de lijdenden. Een recente uitbreiding van zijn taken is Jizo als beschermer van de geesten van jong gestorven kinderen. Dan draagt hij kleertjes en slabbetjes.

Myoo: vertegenwoordiger van Dainichi. Fudo Myoo: een woedende heilige. Standvasig en onbeweeglijk kan hij het kwaad blokkeren. Met een zwaard (van wijsheid) in de ene en een touw (waarmee hij het kwade vastbindt) in de andere hand.

Fudo Myoo.

Devabeelden, dit zijn oorspronkelijk oude, Indiase Brahmaanse heiligen die nu de poortwachters van het Boeddhisme zijn.

Benzaiten.

Benzaiten komt voort uit de Indiase godin Saraswati, de godin van kennis, muziek en leren. In Japan is ze de godin van alles dat stroomt: water, tijd, woorden, muziek en kennis. En ook weer in combinatie met de kami van het water.

En dan zijn er ook nog:

Binzuru.

Binzuru ziet er altijd oud en verweerd uit. Hij was een leerling van de Boeddha maar kon de drank niet laten staan. Daarom moest hij op de aarde blijven om de mensen te genezen, (want dat is zijn gave). Het beeld staat altijd buiten op de veranda van de hoofdhal en de meeste pelgrims strijken er even overheen.

De vijf Boeddha’s.

De vijf Tathagata’s: Boeddha’s van de wijsheid Zij geven de vijf kwaliteiten van de Boeddha weer: de wijsheid van compassie, van de zelfkennis, de gelijkmoedigheid, het onderscheidend vermogen en de wijsheid van ‘niets meer te willen’.

De 500 Arahants.

De 500 discipelen van de Boeddha.

Nio.

In elke toegangspoort staan aan weerskanten 2 Nio beelden. Zij symboliseren alpha & omega (leven en dood). Zij bewaken de toegang tot de tempel. Om het kwaad buiten het tempelterrein te houden zien ze er vreeswekkend uit.

En tenslotte, Bosatsu’s komen en gaan. Zo is er nu een Bosatsu die er voor kan zorgen dementie te voorkomen…….

Pelgrimeren langs tempels (deel 2)

De tempel: alle tempels zijn ‘open’ d.w.z. Je kunt altijd door de poort naar het terrein en tussen 9 en 5 uur is er minimaal 1 persoon (soms leek, soms monnik) die stempelt en de gebouwen ‘opent’ om dat wat gezien mag worden te tonen. Soms komt deze persoon ‘s ochtends met een auto aanrijden (ik ben om 5 uur ook al eens met hem mee terug gelift), soms woont deze met zijn gezin in een huis bij de tempel. Er zijn ook tempels met gastenverblijven. Deze zijn voor de groepen (buspelgrims), en als zij er slapen en als er plaats is kun je er ook als individu slapen. In dat geval is er een grote keuken en huishoudelijk personeel. Vaak is er dan ‘ s ochtends een dienst, men verwacht dan dat je deze bijwoont.

De ochtend dienst in Senyuji, tempel 58

In tempel Senyuji woont de priester met zijn gezin, een oude vrouw die voor de keuken zorgt en 5 jonge mensen, waaronder een Franse jonge man die er een jaar wilde blijven.

De priester. Bijna alle tempels staan vlakbij of naast een kerkhof, de priester vervult een belangrijke taak bij het sterven door de uitvoer van rituelen voor de gestorvene. (Men zegt wel eens dat de Japanners Shintoïstisch zijn bij hun geboorte, Christelijk als ze trouwen, en Boeddhistisch zijn als ze sterven.)

Onderweg liepen we langs een tempel waar juist het goma ritueel werd uitgevoerd.

Dit ritueel wordt in heel Azië bij alle godsdiensten ((Boeddhisme, Hindoeïsme, Jainisme) uitgevoerd. Het is al 5000 jaar oud en stamt uit India, waar het in het Vedische tijdperk door de priester werd uitgevoerd om de god Agni te vereren en zo wensen in vervulling te laten gaan.

Kukai bracht het ritueel uit China mee. (In het kort): het vuur in het Boeddhistische goma ritueel wordt ‘het vuur van de Grote Wijsheid’ genoemd. Het verwijdert de duisternis van de onwetendheid en brengt via dit ritueel het licht van de verlichting.

Priesters begeleiden groepen zoals de buspelgrims en zijn ‘te huur’ voor individuen.

Deze priester blies voordat zijn groep kwam op een soort doedelzak, ik denk ook als een vorm van een gebed. Ik wilde dit ook proberen en kreeg er natuurlijk…. geen geluid uit.

Traditioneel geklede priester (met moderne schoenen)
En hier is hij in gebed.

De pelgrim

Het is voor veel mensen belangrijk ten minste 1 keer in hun leven een pelgrimage af te leggen. Dit voor zichzelf of voor hun gestorven voorouders.

‘Buspelgrims’ bij tempel 71

Door tijdens de pelgrimage de pelgrimsattributen te dragen vervul je ‘1 van de 3 mysteries’ (daden, woorden en gedachten). Dit is een onderdeel van de ascetische training.

De stok!

En wat zijn dan die attributen?

De stok is heel belangrijk voor de pelgrim. Hij is de belichaming van Kobo Daishi die de pelgrim leidt. Er wordt dus goed voor de stok gezorgd. Zo is er soms een alkoof in de slaapkamer van een ryokan waar de stok kan staan en ook hebben we het meegemaakt dat deze bij aankomst met water wordt schoongemaakt. Op de stok staat vaak de Hartsutra en de bovenkant wordt door een lapje brokaat beschermd. (Soms zien we hierover ook een plastic hoesje voor als het regent)

Op de rand van de hoed staat de naam Kukai in het Sanskriet en de vier waarheden over het inzicht in het lijden en over de weg naar verlichting.

De witte hes stelt puurheid en onschuld voor, ook hier staat de naam Kukai in het Sanskriet op.

De pelgrimstas hier dragen we ons boek, het gidsje, de wierookjes, kaarsjes, naambriefjes, eten voor onderweg enz. in mee.

Met deze attributen zijn we herkenbaar als pelgrim. En dat is wel zo handig! De meeste dingen worden bij tempel aangeschaft en onderweg is er bij veel tempels een winkeltje waar de voorraad kan worden aangevuld.

De winkel bij tempel 1.

Rituelen bij de tempel

Bij elke tempel wordt het pelgrimboek ‘gestempeld’: de naam van de tempel en de datum worden gekalligrafeerd en er worden diverse stempels bij gezet. (er wordt veel gestempeld in Japan, ieder heeft zijn of haar eigen stempeltje. Zo wordt bv ook de rekening in een restaurant bestempeld)

Het kalligraferen.
3 Wierookstaafjes

Het is gebruikelijk 3 staafjes wierook te branden, een verklaring is: voor het verleden, het heden en de toekomst. Een andere verklaring is: voor de Boeddha, de leer en de gemeenschap (‘de drie juwelen’)

‘De drie Juwelen’ vormen 1 geheel.

Er wordt een kaarsje aangestoken.

En de pelgrims zeggen sutra’s (gebeden) op. Dit is altijd de Hartsutra en daarbij een gebed voor de heilige van de tempel en een gebed voor Kobo Daishi.

Op het osame fuda (naambriefje) wordt een wens geschreven en de naam en de datum en dit wordt in de daarvoor bestemde bus gegooid.

En wat is er nog meer te zien en te doen?

Iedere tempel heeft een ‘specialiteit’, genezing van ziektes, zorgen voor vruchtbaarheid, een lang leven, rijkdom enz.

Amuletten.
Houten wensplankjes.

De kleuren corresponderen met succes op het werk, in huis, een goede gezondheid, en nog zo iets. Met de stift kun je een wens of vraag op het plankje schrijven, deze worden daarna geofferd. (En dit kan ook door het verbranden ervan tijdens het goma ritueel). Er ligt een tekst met voorbeelden bij.

Een heel rek met wensplankjes.
Een enorme gebedsketting die je kunt rond trekken..
Moderne gebedsmolen met de Hartsutra.
Een ruimte met beeldjes.

We hebben nu al diverse keren ruimtes (onder of boven de grond) met beeldjes gezien. Rijen, wanden met beeldjes. Geschonken?

Op de beeldjes van een ander gedeelte van deze wand waren allemaal kindermutsjes, sokjes e.d. gezet. Ook lag er bij alle beeldjes iets (meegegeven?) snoep, blikjes drank, speelgoed enz.

En dit laatste zagen we vandaag in tempel 79 Goshoji.

Ik ben weer ‘helemaal bij’.

En ik? Wat doe ik in de tempels? We luiden de bel, branden een kaarsje, steken de wierookjes aan en zeggen de Hartsutra.

En ik? Ik realiseer me weer hoe mooi, onbegrijpelijk, sterk en kwetsbaar het leven is. En ik ben dankbaar.

En dan wordt je opeens geraakt

We zijn in Zentsju de plaats waar Kobo Daishi geboren is. Het is duidelijk een belangrijke plaats hier op het eiland en op de 88 henro. Ik heb vorige keer alles uitgebreid bekeken en ga daarom vandaag naar 3 bekkaku tempels. En ik ga met de trein. Een raar idee, met de trein ‘op tocht’ naar de tempels. Maar ze liggen zo ver uit elkaar dat je er soms dagen voor moet omlopen. Dus dan maar met de trein.

2 Liggen op het zelfde traject, ik moet er alleen halverwege voor overstappen van een trein op een 1-car trein (die trein bestaat uit 1 wagon) en deze gaat eens in de drie uur. Van mijn plan met de verste te beginnen en vanaf de dichtst bijzijnde terug te lopen komt dus niets terecht. Het is een dag geworden van wachtkamers, treinen, tempels en ook nog een kabelbaan.

Wachten in de wachtkamer.

Als eerste ga ik naar tempel Kaiganji nr 18. Deze wordt net als de hoofdtempel Zentsuji, als plaats genoemd waar hij geboren is. Deze ligt aan zee (de andere staat 12 km verderop in de stad).

In de verte ligt de haven van Takamatsu.

Dan volgt tempel 17, Kannonji.

De trein zit vol scholieren, die allemaal op hun telefoon kijken.

Hiervoor moet ik een half uur lopen vanaf het stationnetje.

Een wandeling langs prachtige herfstbossen.

Tempel 17 is heel eenvoudig. Als ik het terrein oploop is de vrouw van de stempels juist de toiletten aan het schoonmaken. Ze loopt met me mee en ik mag het allerheiligste zien. Dan vraagt ze mijn stempelboek en gebaart me ondertussen naar een kleine heuvel waar een beeld van Kobo Daishi opstaat.

Het altaar.

De tempel ligt aan een prachtig meer. Dit is een groot waterreservoir, gebouwd op instructies van Kukai. (hij dacht werkelijk aan alles…) Als dank hiervoor liet de toenmalige keizer deze tempel bouwen. Omdat mijn trein pas over 2 uur vertrekt heb ik nog tijd om hier langs te lopen.

Terug in de trein zit ik er, op een man na, lange tijd alleen in. De reis gaat nu door lange tunnels en steil omhoog. Hiervoor rijdt de trein ‘heen en weer’. Een stukje heen, de machinist sluit zijn cabine af en loopt door de trein naar achteren, gaat daar zitten en rijdt langs een andere rails een stuk omhoog. En loopt dan weer naar het andere eind van de trein. Ondertussen is een groepje wandelaars ingestapt.

Daar loopt de machinist. De passagiers staan klaar om foto’s van dit traject te nemen.

En tenslotte tempel 15, Hashkurasi. Vertaald is dit de tempel van de eetstokjes…. Het is ook het allerheiligste van de Konpira schrijn. (De belangrijkste Shinto schrijn hier op het eiland) Hier heeft de Konpira kami aan Kukai gezworen dat alle mensen gered zullen worden. Een duidelijk teken van de Shinto ‘overgave’ aan het Boeddhisme. Deze tempel ligt boven op een berg. Omdat er nog maar 1 trein over 3 uur (weliswaar) terug gaat, ga ik niet lopend naar boven en weer terug maar neem de kabelbaan. Stel dat ik verdwaal daar op die berg en de trein mis.

De poort gezien vanuit de kabelbaan.
De tempel is een sprookje.

‘En dan wordt je geraakt.’ Het hele complex is van hout en ligt tussen de herfstbomen boven op de berg in het gouden licht van de na-middagzon. Het is er prachtig!

Een paneel met dierenfiguren.
De Daishido – hal.
Kannon Bosatsu.
De trap (224 treden) naar de Shinto schrijn.

In het donker vertrekt het wagonnetje weer voor de terugreis met weer dezelfde machinist die weer heen en weer moet lopen en weer dezelfde man. Later stapt er weer een groep wandelaars in.

Dit keer bejaarden, zij hebben een plaatselijke ns wandeling gemaakt.

Ik Kotohira stap ik over op een ‘gewone trein’. Ik lever mijn kaartje in bij de uitgang van het station. Op dit kaartje, dat je bij het instappen uit de automaat trekt, staat het nummer van de plaats waar je bent in gestapt, zo weet de controleur hoeveel je moet betalen. Daarna heb ik nog tijd voor een beker koffie van de Seven Eleven (mijn tweede pas die dag), ik koop nu een kaartje voor de volgende trein en als ik zoekend rondkijk naar een bord waarop het perron staat, steekt de kaartjes controleur alweer lachend 3 vingers omhoog: perron 3 dus.

Om 6 uur loop ik door een donker (en koud) Zentsuji naar het hotel.