Wandelen, altijd maar door

‘Zoals het de wandelaar vergaat, voor wie zijn wandeling geen einde vindt, omdat er achter elke kleiige duinenrij die hij heeft bereikt, nieuwe verten naar nieuwe kliffen lokken.’

Thomas Mann (uit: Jozef en zijn broers)

Bericht uit het skidorp

En langs het tuinpad van mijn vader, zag ik de hoge bomen staan……

Dit bericht is eigenlijk bedoeld om ieder te laten weten dat het goed met me gaat. Het was nog 2 dagen warm en ik heb rustig aangedaan in Chamonix. (Eigenlijk het enige dat je daar kunt doen, als je je niet met het kinderlijk vermaak wilt bezighouden. Zo rijdt er een soort speelgoedtreintje, waarvan een keer de laatste wagon gevuld was met Arabieren. Zij zongen van blijdschap en klapten daar enthousiast bij.) ik heb dus rustig aan gedaan, had wat andere plekken op het lichaam die ook een dreun hebben gehad, dus ‘smiddags een tukje, veel terrasjes met heerlijke koffie (dat wel) en uitgebreid de winkels bezocht. Ik denk dat China en/of Vietnam hier goede souvenirzaken doen. De Action is er niets bij.

Kan niet missen: het Mont Blanc station.,

Vandaag had ik bedacht naar Landry te gaan, Margreet en Leo komen daar morgen aan en overmorgen vertrekken we van daar. Ik had het op ‘nsinternationaal’ opgezocht, 4 keer overstappen, een enorme rondtoert langs de bergen, maar het kon. (Ik denk dat je beter kunt gaan lopen) Ik ging voor de zekerheid toch maar even langs het toeristenbureau. Daar zat dezelfde juffrouw die me verteld had dat ik via het internet een afspraak in het ziekenhuis moest maken. (ik ben maar gewoon gegaan en werd in 15 minuten geholpen). Ze gaf me een ingewikkeld schema, waar ik niets van begreep.

Het advies van de lokale vvv, het zou vroeg op zijn en dan met een dure taxi, maar vroeg in Landry!

Dus toen maar naar de balie van de SNCF. Hier was de route gelijk aan die van de ns, de tijden waren echter anders, ik zou nu om 19.15 uur in Landry aankomen. Het kon echt niet anders, zo werd me verzekerd.

Ik besloot maar op eigen houtje te gaan. Ik heb de 4 kaartjes gekocht en ben met andere treinen (dan waar de kaartjes voor waren) om 5 voor 10 vertrokken, moest alleen bij de laatste overstap 1,30 uur wachten en kwam keurig om 10 voor 4 in Landry aan. Het hotel van morgen was vandaag vol, ik ben er wel even langs gegaan om morgen te bespreken en wilde toen naar Montchevan lopen, volgens booking com (het is hier erg moeilijk deze te vermijden, ook als je direct bij een hotel wilt boeken wordt je automatisch naar hen geleid) was het 1,1 km. Ik dacht een buitenwijkje. Het bleken er 7 km te zijn stijl de berg op. Maar dan heb je ook wat!

Een dorp met een heuse toegangspoort.

Ik heb wat rondgeslenterd en dacht elke keer ‘wat mis ik toch?’ Ik miste de geur van koeien, ik miste bewoners, eigenlijk miste ik leven. Ik heb de Alpen leren kennen en ben ervan gaan houden doordat ik met mijn ouders in Oostenrijk of Joegoslavië de vakantie doorbracht en we sliepen dan bij mensen thuis. Vaak op de boerderij en altijd in een levend dorp.

Een kompleet nieuw gebouwd ski dorp.

.Hier woont dus nauwelijks een autochtoon, laat staan een koe. Het hele dorp is volgebouwd met dit soort huizen, er is een skischool, er is een ski-verhuur winkel enz. De parkeerplaats staat vol met auto’s en alle huizen, appartementen en hotels zijn bezet. Met toeristen. Een stuk boven op de berg is nog zo’n dorp, maar dan veel groter. En overal skibanen, liften enz. Een soort ski- CenterParc geheel dus.

Achter de wolken ligt de Mont Blanc, daar komt het pad vandaan.

Daar komt het pad vandaan’, tja dat is mijn wereld. die wereld trekt. Ik ben dus wel weer hersteld.

Maar……

Ik heb heerlijk gegeten.

Ere wie ere toekomt, het was een beetje geciviliseerd maar de tartiflette (een lokale specialiteit, een soort veredelde aardappelgratin) smaakte me weer heerlijk. En ik kreeg er groene! echte! sla bij. Toe een kaasplankje, omdat ik zielig ben (hoe zo?) het zoveelste. en dat was ook heerlijk. Het is goed toeven in dit ski dorp, even………

This was the day

Had ik net gedacht alles onder ‘controle’ te hebben: stijgend: elke voetstap gelijk op met de in- en uitademing (de loopmeditatie is niet voor niets de favoriete meditatie van de Dalai Lama), dalend elke voetstap, elke beweging, elke houding met volle aandacht, ik dacht aan niets anders…….

Woensdagochtend om half zeven.

De Mont Blanc lag er majesteitelijk bij deze ochtend: ik ben om half zeven in slaaptenue naar buiten gegaan, wat was dit mooi.

En na het ontbijt gingen we snel op pad.

Behalve de sticker met ‘verboden te roken’ is er de afgelopen 50? 100? Jaar in deze Refuge niets veranderd.

Het ging eerst een stuk naar beneden, we passeerden een stroompje (alles heeft veel te lijden van de hitte) en moesten toen klimmen, 920 meter de lucht in.

Het pad was goed, het pad was onmogelijk, maar het uitzicht bleef altijd prachtig.

Soms leek het pad dus weg, dan moesten we over rotsblokken klimmen of via treetjes in het leisteen omhoog gaan.

Op weg naar de pas.

Uiteindelijk bereikten we de pas, hier was het uitzicht onvoorstelbaar, en weer nog mooier.

Oog in oog met de berg.

Van hieruit zou het 30 minuten naar de kabelbaan zijn. Want: eergisteren sprak Leo het advies aan mij ‘dat het (morgen) een zware afdaling zou zijn, en misschien is het voor jou beter via Chamonix te gaan.’ En even later ‘misschien voor jou ook Margreet’. We dachten toen nog te gaan winkelen. Daarna kreeg hij een mail dat het water in de volgende hut op rantsoen was. We hadden ons toen al twee dagen niet kunnen douchen, of de douche was ijskoud. Nu moest er voor elke druppel (drinkwater) betaald gaan worden omdat de bron was opgedroogd. Dus besloot Leo ook mee naar Chamonix te gaan.

Het pad naar de kabelbaan was verschrikkelijk, ik heb er geen andere woorden voor. Regelmatig zagen we het pad niet meer en moest er geklommen worden over gladde stenen, via leistenen treetjes (boven velden met rotsblokken) enz. Tot ik een voet verkeerd zette en met mijn hoofd op een rand van een rotsblok terecht kwam. De bril ging kapot, een glas viel in een spleet en mijn hoofd bloedde enorm. Maar weer niets gebroken! Was mijn eerste gedachte. Ik lag op het onherkenbare pad en kreeg zo een verscheidenheid aan reacties van de andere wandelaars soms letterlijk over me heen. Margreet en Leo die het hadden zien gebeuren waren erg geschrokken en probeerden met pleisters te redden wat er te redden viel. Sommige mensen stapten over me heen, (ik lag tenslotte op het pad?) sommige boden aan te helpen maar konden niets doen. Uiteindelijk passeerde een Amerikaans echtpaar dat de wond schoonmaakte en met een soort krammetjes-pleister de snee kanten tegen elkaar plakten.

Leo met de man van de krammetjes, ze kwamen hem vandaag tegen.

Toen ik goed en wel stond kwam er nog een verwilderd type langs dat zei dokter te zijn en me vroeg de mond wijd open te doen, misschien had ik mijn kaak gebroken?

En het uitzicht bleef mooi.

Voetje voor voetje, tussen Leo en Margreet in ben ik verder naar de kabelbaan gegaan, (wat hebben zij mij goed geholpen!) klimmend, stappend, ‘rots klimmend’ tegen de wand op en met als sluitstuk: via ijzeren voetsteunen in de rots naar twee ladders die we moesten beklimmen. (We hebben hier totaal anderhalf uur over gedaan).

We zijn met de kabelbaan naar beneden gegaan, hebben daar iets gedronken, hebben de slaapplaats opgezocht en hebben iets gegeten en toen heb ik besloten niet meer verder mee te gaan. 4 keer ‘geluk’: geen botbreuken of erger, geen helikopter die me van de berg moet takelen, dit ‘geluk’ zou ik niet altijd hebben. En ik ben bang geworden voor elk paadje dat naar beneden gaat. Ik heb driemaal geprobeerd me over de angst heen te zetten, en nu is het genoeg.

We hebben gisteravond nog een zalig hotel (met wel 4 schone, zachte kussens op het bed) geboekt en daar blijf ik 3 nachten. Zondag ga ik naar Landry, waar Margreet en Leo maandag aankomen. En dan gaan we dinsdag samen terug naar Nederland.

Zojuist ben ik voor de zekerheid toch maar even langs het ziekenhuis gegaan, waar ik direct werd geholpen.

Ik ben twee stitches rijker.

En naar buiten ga ik zo:

Toch ernstig Chamonix-like nietwaar?

(Gelukkig heb ik de zonnebril op goede sterkte bij me. En die lippenstift -bijna vloeibaar geworden – heerlijk deze op te doen, past mooi bij mijn sjaaltje).

En zo gaat het verder, alsmaar op en alsmaar neer

Maandag 8 augustus

Toen we wakker werden bleek er een gletsjer op de berg ‘aan de overkant’ te zijn. Het lijkt zo dichtbij.

Maar nog flink ver weg.

En staat gelukkig…..niet op ons programma. Direct achter de Refuge liep het pad verder richting grens met Zwitserland. Op de pas stond nog een kantoortje van de douane, dit was dicht.

Een kruispunt van wandelpaden op de grens.
Nog een blik terug, naar Frankrijk.

En toen liepen we zomaar Zwitserland binnen en bleek er dus verder niets veranderd te zijn.

Verkoeling vlak onder de pas in een zuchtje wind.

We sliepen dit keer in het plaatsje Samoëns, in een appartement. Het kostte enige moeite er binnen te komen (opbellen naar een buro, deze spreken rap Frans (wij dus niet), gedoe met codes, enz.) Maar uiteindelijk waren we binnen. Ofschoon het plaatsje vol met toeristen zit was het moeilijk een restaurant te vinden en dat dan ook nog open was. Maar uiteindelijk heerlijk buiten gegeten en naar de flanerende mensen gekeken. (En even een zwierige rok gemist om mee te lopen door de Grande Rue)

Dinsdag 9 augustus

Omdat de eerstvolgende Refuge 9 uur lopen is, (dit getal is volgens het boekje, het worden er meestal veel meer), wilden we ons op een parkeerplaats 500 meter de berg op laten afzetten. Dit hadden we met behulp van Franse mede wandelaars telefonisch en via de mail met een taxibedrijf geregeld. Dachten we. Na een uur staan wachten langs de straat hebben we maar een andere taxi gebeld, die zei binnen een half uur te komen. En hij kwam! Maar al met al begonnen we een ruim anderhalf uur later met wandelen. Niet echt fijn in de warmte.

Zicht op de Mont Blanc.

En nu moet ik een heleboel foto’s overslaan omdat er hier bijna nooit wifi is, ik gebruik dan het wifi van mezelf via de telefoon maar daarmee komen de helft van de foto’s niet over.

Maar het ging dus eerst uren omhoog via een onmogelijk pad, daarna heerlijk gelunched op een alpenweitje, weer wat gedaald en geklommen, nog een tweede ‘colletje’ (rond de 2000 meter, ik blijf hijgen op alweer een onmogelijk pad) en toen stond ik bij het laatste richting bord, met bovenaan ‘refuge’ de Moede Anterre.

En daar slapen we nu. Vanuit de eetzaal heb je een stilmakend uitzicht op de Mont Blanc (met ondergaand zonlicht, opkomende maan enz. Maar ook dit is voor mijn telefoon camera teveel, de foto’s geven het niet goed weer, en daarna verschijnen ze niet op de iPad.

Er is de afgelopen 50? 100? Jaar niets veranderd in deze Refuge
Het uitzicht.

Dat probleem is opgelost……. en nu morgen, woensdag 10 augustus nog.

When I get older………

Vrijdag 5 augustus

Na een heerlijk ontbijt in de luxe ‘refuge’ zijn we weer verder gegaan. Het pad ging al snel omhoog naar de col du Bise hier hadden we een werkelijk schitterend uitzicht op de bergen. Naar deze pas was een heerlijke wandeling, er vanaf…… was een ander verhaal.

Het meer van Genève was nog heel lang te zien.
Uitzicht vanaf de col du Bise

Ja en toen kwam de afdaling, het pad naar beneden…… dit was enorm stijl en de grond bestond hoofdzakelijk uit fijn zand, stof bijna waarop mijn schoenen geen grip konden krijgen. Ik ben 2 keer in een soort versnelling gegaan, zonder dat ik dit wilde ging ik rennend de berg af. De eerste keer kon ik nog stoppen, de 2e keer eindigde de ren in de berm: ik lag midden tussen de planten. Daarna ben ik nog voorzichtiger gaan lopen, tussen 2 stokken als ondersteuning en voor de balans. Ook hiermee kwam ik ten val, nu op het pad: zand en steentjes. Tot mijn grote verbazing had ik behalve de schrik geen noemenswaardige wonden of gebroken botten, ik ‘kon gewoon weer verder’. Verdoofd door de schok, met mijn ogen alleen op het pad gericht en in een vreselijk langzaam tempo bereikte ik uiteindelijk een makkelijker deel van het pad en de hut waar we deze dag sliepen. Sorry, na dit al geen foto’s van de hut en omgeving terwijl die dus wonderschoon was.

Voor de statistici: deze dag totaal 955 meter gestegen en 415 meter afgedaald.

Zaterdag 6 augustus

Na veel denken, aarzelen en zorgen toch maar besloten door te gaan in de hoop dat een dergelijke afdaling niet meer op het, c.q.mijn pad komt. (flauwekul natuurlijk, nergens staat iets dergelijks over het pad in de boekjes)

Al snel (na een uur klimmen) bereikten we col de la Bosse. In de hut waarschuwden vooral de andere wandelaars voor de afdaling ‘deep down’. En het had gisteravond een geonweerd, dus de grond was glibberig. Nou dit viel reuze mee, een ‘normale’ afdaling, weliswaar met veel leem onder de schoen, maar het was niet absurd stijl en ging ook niet loodrecht naar beneden. Onderweg zagen we gemzen (denken we) en herten, maar zij liepen en sprongen te snel voor een foto.

En dit zagen we, vanochtend om 8.00 uur

Hier zou de Mont Blanc op te zien moeten zijn, wij zagen een witte top op de achtergrond schemeren. De telefoon (voor de foto’s) haalde dit niet. Maar hij was er!

Beneden in het dal kwamen we in het plaatsje Le Chapelle d’Abondance, dit bleek een groot toeristisch oord te zijn, zowel zomers (men zat op terrasjes) als ‘s winters: het was een wintersportcentrum. Maar toeristen,dus…..het werd tijd voor een goed kopje koffie en dat dronken we.

Wij komen van rechts van de berg op de achtergrond.

Hierna was het klimmen, eindeloos klimmen, door een bos, langs een waterval, over een wei. Het ging maar door. De hut van vannacht ligt op een kale helling, onder de top. Er is geen elektriciteit, laat staan wificodes. We aten er zalig: onduidelijke groentesoep, omelette met kaas en aardappelen, kaas (een enorme plank ‘snij zelf maar af’) en tenslotte fromage blanc met bosbessen. Tijdens het eten belde er nog iemand om te komen slapen, ‘pas de probleme’ zei ze wel 3 keer door de telefoon. Er werd eten voor hem bewaard en toen hij uiteindelijk binnen viel kreeg hij een gastvrij onthaal. Na het eten ging de olielamp aan en rende ik telkens naar buiten voor dit schitterende uitzicht.

Voor de statistici: deze dag totaal 1200 meter gestegen en 850 meter afgedaald.

Zondag 7 augustus

Vandaag was een dag zonder veel stijgen of dalen maar wel met veel loop uren. Het werden er 8 (inclusief pauzes).

Zonsopkomst

De tocht begon met een ‘klein colletje’ achter de refuge.

Zicht op de Refuge van vannacht.

Direct bij de start klimmen is niet echt mijn favoriet, maar je bent dan wel meteen wakker. Daarna ging de tocht verder door die betoverende wereld van bergen en nevelwolken.

We liepen tweemaal over een pas, met daarop een restaurant dus konden we weer een kopje koffie drinken.

Koe met beeldige halsband en dito omgeving.

Het is hier de hele dag ‘koeien’, je hoort voortdurend het geklingel van de bellen (ook ‘s nachts, slapen ze niet? Eten ze dan door?) en soms staan ze op het pad en passeren we ze voorzichtig. Gelukkig niets van het achtervolgen zoals de koeien in Engeland nog wel eens deden. Aan het eind van de dag passeerden we de Zwitserse grens, hiervan was niets te merken. We slapen in een Zwitserse Refuge, met wifi! Ik zit schoongewassen, met een warme (!) douche bij het stopcontact in het restaurant dit blog bij te werken met jodelmuziek in mijn oren en mannen met hoedjes met een edelweisje aan de bar. En vanavond wordt het kaasfondue, dus ook deze dag kan niet meer stuk.

De slaapzaal vannacht.

When I am sixty Four…….. nou ja ik ben al wat ouder, dus dit zal ik aan me voorbij gaan, we lopen door…………

Met een groet, uit Zwitserland.

Voor de statistici: we stegen (met eigen benen) 720 meter en daalden 780 meter.

De volgende dag

Zo op het einde van deze dag zit ik wat te mijmeren op een zalige zonnestoel met alweer het mooiste uitzicht van de wereld (1 van de vele mooiste uitzichten) en bedenk me ‘zo stap je in Utrecht in de trein (dat was gisteren) en zo zit je (een dag later) daar in een zonnestoel met jawel…..dat….’

Deze dag begon met een korte busrit naar Sint Gilgolph, een dorpje op de grens met Zwitserland (met een heuse grensovergang, ze bestaan nog. Bij de bushalte enige verwarring gevolgd door paniek. Volgens ons moest de bus aan de overkant de goede kant opgaan, maar de tekst op de bushalte gaf de andere kant van de weg aan. Daar gingen we dus staan. Uiteindelijk kwam de bus aan de overkant en moesten we hard lopen (met rugzak, in de warmte, druk verkeer) om deze bus (de volgende ging 2 uur later) te halen. De bus bleef wachten, de buschauffeur werd er niet vrolijker op en op de boulevard ontstond er een luid toeterende file. Maar we konden mee.

Met deze vlag is het voor de Zwitserse boeren moeilijk actie voeren.

Sint Gilgolph ligt op een hoogte van 375 meter en van hier was het gestaag omhoog, naar 950 meter hoogte.

Het is altijd kiezen in het leven, wij kozen voor rechtdoor.

Het was een warme, maar gelukkig korte tocht en hij ging door een prachtig landschap.

Een laatste blik op het meer van Genève.
Een plek om te mijmeren.

En nu (3 uur later) hebben we heerlijk buiten gegeten (met alweer dat uitzicht) en ga ik toch maar weer op tijd naar bed. Morgen gaat het stijgen verder.

Het dorpje Novel, helemaal rechts de Refuge ‘Les Chemins du Lac’.

Hotel du Lac

Wat een heerlijk boek (Anita Brookner) was dat toch. Ik geloof dat het minstens 30 jaar geleden is dat ik het las.

En nu ben ik zelf aan het meer van Genève in ‘a room with a view’.

Het lijkt bijna een verhaal over boeken te gaan worden, maar dat is dus niet zo het geval.

Maar wel Le Lac (Nog eentje dan) revisited. (Sorry, niet Brideshead)

8 jaar geleden liep ik van Reims naar Aosta en ging het pad aan de overkant (we denken dat daar Montreux ligt) door Genève en Montreux. Ik moest toen een dag langs het meer lopen en ging toen ‘links af’ de berg op en in 3 dagen naar de Sint Bernard pas. Nu zijn we aan de overkant in Frankrijk (en blijven daar grotendeels ook). Maar paden, bergen, passen (en de zon); ze zullen er allemaal weer zijn.

Dit zijn Margreet en Leo, met wie ik al heel lang bevriend ben en met wie ik in Nederland ook wandel en fiets. Leo loopt de GR5, een lange afstandspad van Hoek van Holland naar Nice. Alweer 4 jaar geleden kwam het plan op met zijn drieën met Leo mee te gaan lopen als hij ‘de Alpen overgaat’. Het idee kwam van Machteld (de vierde persoon, met wie ik al heel wat lange afstandspaden in Nederland heb gelopen en ook bevriend is met Margreet en Leo) en toen kwam Corona en werd de uitvoer telkens uitgesteld.

En nu, nu het echt gaat gebeuren, trein kaartjes gekocht, hutten gereserveerd en veel op de trappetjes in het fitness te hebben geoefend, toen moest Machteld jammer genoeg afzeggen omdat ze hielspoor heeft.

En zo gaan we nu met zijn drieën verder. Morgen nog 20 minuten in de bus naar St Gingolph en dat gaan we van start.

Tja, Torquay

Aankomst in Torquay.

Onderweg ging het pad vandaag erg vaak over de stoep, hoe dichter ik Torquay naderde, hoe dichter de huizen op elkaar stonden.

De rode rotsen van Devon.
Elk stukje strand is in gebruik.
De pier.

Torquay is zo’n beetje alles wat je liever wilt vermijden. Massatoerisme langs de kust, veel dikke mensen, volwassenen en kinderen die al vroeg op de dag patat of chips lopen te eten. Een depressief centrum; dat viel me ook altijd op in Newton Abbot: veel lege winkelpanden, geen sfeer, altijd somber kijkende mensen die zich voort lijken te slepen en een enorme hoeveelheid action-achtige winkels. En bedelaars en daklozen, waaronder ook oude vrouwen op de stoepen.

Gelukkig heb ik hier niets van meegemaakt, het was heerlijk zo weer 14 dagen in de natuur te zijn en mensen te ontmoeten die vaak dicht bij de natuur leven. En Torquay….. dat was even doorlopen. Ik slaap in een b&b aan de andere kant van de klif (Torquay is op een enorme klif gebouwd), in een buurt waar het rustig is.

En waar ik uitzicht heb op het vervolg van het Coastpath (Ja, dat ‘moet’ nog).

Het is in Engeland zo’n mooi gebruik ter nagedachtenis van een gestorvene een bankje neer te zetten. Ik zag ze nu ook voor het eerst met een bosje bloemen eraan vastgemaakt. Deze trof me nog meer:

‘The sounds and scents of heaven’.

it, doesn’t have to be

the blue iris, it could be

weeds in a vacant lot

or a few

small stones, just

pay attention, then patch

a few words together and don’t try

to make them eleborate, this isn’t

a contest but the doorway

into thanks, and a silence in which

another voice may speak

(Mary Oliver)

’er is alleen maar dit’

De dagen gaan tellen, het wordt warmer en de laatste dag komt in zicht.

Gisteren, 10 juni liep ik van Startpoint naar Dartmouth. Ze noemen dit gedeelte de ‘Engelse Rivièra’ en alles is veel rijker dan het noordelijke stuk van het pad. Hele dorpjes zijn in ‘te huren cottages’ veranderd en er zijn veel 2e huizen. Ook is de zee veel minder ruw, lag er eerst in elk dorp een reddingsboot startklaar om uit te varen, nu zijn er de coastguards die naar Fowey bellen als er een boot moet uitrukken.

De kliffen blijven.
En de ferry’s (hier in Dartmouth) ook, maar nu zijn ze ‘echt’.

Na Dartmouth worden de kliffen weer hoog. De site spreekt van challenging to strenuous. (Maar dat las ik zojuist, uitgeteld op bed). En ik maar denken wat doe ik er lang over, het schiet maar niet op. Onderweg hoor ik het geluid van zeeleeuwen, ze zijn echter nauwelijks te zien.

Op het rijtje rotsen in het midden liggen een paar zeeleeuwen.
Vandaag heeft de zee een helder blauwe kleur.

Halverwege passeer ik Coleton Fishacre. Een enorm park dat ooit van een rijke adellijke familie was. Zij hebben er een enorme collectie tropische planten in gezet, die hier (veel vocht van zee en van een rivier en veel zon) goed groeien.

Enorme varens.

Het gebied is nu eigendom van de National Trust, de Engelse Natuurmonumenten. Grote gedeelten van het Coastpath worden beheerd door de National Trust en daarvan hebben sommige gebieden nog een aparte status (omdat er bv zeldzame bloemen groeien), in deze gebieden mag bv niet gebouwd worden. En zo gaat het Coastpath grotendeels door enorme, prachtige natuurgebieden.

Achter het meest verre klif ligt Brixham.

In Brixham bleek Willem van Oranje in 1668 voet aan wal te hebben gezet. Op de kade staat een vreselijk beeld van hem. Volgens Wikipedia staat er op de sokkel ook nog (jawel in het Nederlands): ‘Engelands vrijheid door oranje hersteld’, maar dat heb ik gemist.

Na de regen….

De vuurtoren van Startpoint, vanochtend vroeg.

Mild the mist upon the hill

Telling not of storms tomorrow;

No, the day has wept its fill,

Spent it’s store of silent sorrow.

O, I’m gone back to the days of youth,

I am a child once more,

And ‘neath my father’s sheltering roof

And near the old hall door.

I watch this cloudy evening fall

After a day of rain;

Blue mists, sweet mists of summer pall

The horizon’s mountain chain.

The damp stands on the long green grass

As thick as morning’s tears,

And dreamy scents of fragrance pass

That breathe of other years.

Emily Bronte

Chivelstonehouse…..

Donderdag 9 juni (vervolg). Ik slaap vannacht in een b&b in Chivelstone. Op de kaart die ik bij me heb is dat ongeveer 1 mijl van het pad af en staan er 5 huizen en 1 kerk in dit plaatsje. Op mijn overzicht heb ik er Shallingtonhouse van gemaakt dus ik op zoek…. tussen die 5 huizen en de kerk. Ik vond het natuurlijk niet en probeerde te bellen. Probeerde, want de telefoon doet het hier regelmatig niet. Bij de kerk kreeg ik contact (zou het aan de plaats liggen?). Mij werd uitvoerig uitgelegd hoe ik moest lopen. ‘On the other side of the valley’ hoorde ik nog net. Ik moest in ieder geval terug, dat was duidelijk. Ik ontmoette een echtpaar en vroeg de weg. Zij wisten het niet, ‘We are here only for a holiday’, maar wilden me wel graag helpen. Ook hun telefoon werkte niet. ‘Then we’ll walk with you (met de hond) until you reach the place’. Een kleine vrachtwagen met een open bak stopte. Erin zat een vrouw, met ongekamde wilde haren, gekleed in een trui en onderbroek, vergezeld door 4 eveneens vieze honden die naast haar op de zitplaats lagen. Ook zij kende het adres niet. Maar ze kende iemand ‘who knows everybody here, I’ll drive you there, please jump in the back, the frontseats are occupied by the dogs’. Ik antwoordde dat de sprong te hoog voor me was, ‘then you can step on the wheel’. Ook dat leek me niet haalbaar. Ze dacht nogmaals na en zei toen dat het huis wat ik zocht niet bestond. ‘It has to be this house’. Ik zei haar dat ik haar achterna zou rennen als dit fout was (hierna reed ze luid lachend weg) en liep met het mij vergezellende echtpaar (en hond) naar de ingang van het huis. Na enig geroep verscheen een lieve oude vrouw die bevestigend knikte toen ik haar vroeg of we elkaar zojuist via de telefoon hadden gesproken.

Ik slaap dus deze nacht in een enige, oude, authentieke Engelse boerenwoning. Toen ik me geïnstalleerd had kwam de vrouw naar boven. Ze had geen zin om te koken, had ik misschien zin om met haar en haar man mee te gaan naar de pub, 5 mijl verderop. Nou dat leek me natuurlijk heerlijk, ik had me helemaal niet gerealiseerd misschien wel in een dorp te komen van 5 huizen dat misschien wel een kerk, maar geen geen pub had.

En daar hebben we gegeten.

Ik had graag van bijna iedereen in deze pub een foto gemaakt. De vrouw die me verzocht achterin de bak te springen was hier zeker niet de enige in haar soort. Ik durfde niet, helaas. Maar ter illustratie: er zat ook een vrouw in haar b.h. (En toch, zo warm was het niet) en er liepen 6 honden rond. Ik at hier natuurlijk fish and chips. (De azijn, die over de patatten moet heb ik laten staan). Het was heerlijk en heel gezellig.