Wandelen, altijd maar door

‘Zoals het de wandelaar vergaat, voor wie zijn wandeling geen einde vindt, omdat er achter elke kleiige duinenrij die hij heeft bereikt, nieuwe verten naar nieuwe kliffen lokken.’

Thomas Mann (uit: Jozef en zijn broers)

Tja Corona …..

Reizen in Corona tijd, het is me wat. Allereerst moet je de wens, de gedachte op reis te willen gaan accepteren, het beleid is tenslotte dat we zo veel mogelijk binnen zitten. Daarna zijn er de zorgen die je vervolgens krijgt: wat zijn de maatregelen bij het inreizen daar, het terugreizen naar hier? Veranderingen hierin bijhouden, plotselinge lock down daar? Corona bij mezelf vlak voor vertrek? Corona bij mezelf daar? Voor sommige hiervan moet je alert blijven, en van sommige dacht ik ‘laat maar’.

De berichtgeving over de Corona maatregelen was verwarrend. Volgens Italië had ik een test nodig om er binnen te komen, volgens de Nederlandse sites (ook de officiële ……) had ik alleen de 2g app nodig. De testuitslag werd al na 1 stap op Italiaanse bodem gecontroleerd.

Schiphol en de klm: zodra ik uit de trein op Schiphol was gestapt was de lock down voorbij. Een vrolijke drukte op het vliegveld. De winkels mochten niet meer open, je kon er nu je bestelling afhalen. (Ze zagen er erg open uit) De piloten en stewardessen liepen te showen en het was een drukte van vakantie vierende reizigers. Nog met het gesprek in wintergasten met Yuval Harari in mijn hoofd: in welk verhaal ben ik nu gestapt?

Heen was het vliegtuig druk, er zat een schoolreisje naar Rome in. Ook zij dus.

Direct na de landing werd de test gecontroleerd en traden de maatregelen in werking: altijd een chirurgisch mondkapje op, bij elke gelegenheid de Corona check, dikwijls de temperatuur. Maar verder was alles open, ging alles zijn gang. (Behalve dat je wel heel vaak de sirenes van de ambulance hoorde en er overal op straat vaccinatie tenten stonden).

vaccinatie tent voor station Termini.

Ik merkte dat ik heel snel, direct eigenlijk weer ‘gewoon’ met alles mee deed. Even een winkel in, kopje koffie aan de bar enz. Ik kreeg 1 keer een soort ‘handmates tale’ gevoel (natuurlijk niet te vergelijken) toen een mevrouw die naast me zat in de metro en een zelfgemaakt mondkapje op had, zenuwachtig een goedgekeurd/ verplicht mondkapje uit haar tas haalde en een heel verhaal over de politie tegen me begon. En er waren veel lokale boa’s, die voorzover ik het zag geen tegenspraak kregen noch zouden dulden.

De avond voor vertrek terug naar Nederland kreeg ik een mail van de klm met de dringende vraag een gezondheidsverklaring in te vullen en mijn ‘Corona documenten’ op te sturen. Anders gaf het veel problemen aan de grens, zo schemerde het in de mail door. Geen idee wat dat waren ‘corona documenten’. Ik heb maar een printje van de qr code gemaakt. Dit prompt werd afgekeurd. ‘Ik zie wel’, dacht ik toen. Terug op het Romeinse vliegveld werd ik 4x getemperatuurd en werd 5x de Corona check gecontroleerd.

In het vliegtuig zaten we dit keer keurig verdeeld, met veel tussenruimte. En op Schiphol? Niets, er werd niets gecontroleerd. Ik heb thuis toen maar een zelftest gedaan.

Dante gaf me de reis’ (vrij naar Kafavis)

‘Op het midden van mijn levensweg’

Daarmee begint canto 1 van ‘De Hel’ en het toegevoegde motto bij de laatste canto 33 van ‘Het Paradijs’ (als zijn reis ten einde is) – en waar ik dus nog lang niet ben- luidt:

‘At the still point of the turning world. Neither flesh nor fleshness; Neither from nor towards; at the still point, there the dance is.’ (uit The Four Quartets – T.S. Elliot)

Het is deze dans waar de grote thema’s uit de reis van Dante en daarmee deze cursus overgaan: vrijheid, identiteit, het mysterie van het bestaan en contemplatie: over deze thema’s denken, ermee in gesprek gaan. Dante kwam er tot op zekere hoogte op het einde van zijn reis uit. Het zijn ook de thema’s waar het nu in onze tijd en niet alleen ivm corona over gaat. En gaat het daar eigenlijk niet altijd om? Sartre zei ‘de hel, dat zijn de anderen’. Ook daar valt veel over te denken. (en te zeggen). In relatie tot die anderen, wat die anderen doen, met jou, met anderen, met zichzelf, wat ze maken (mooie literatuur, mooie schilderijen bv) zo wordt je identiteit gevormd. Vrijheid, nog zo’n corona thema. Berlin noemt hierbij de negatieve vrijheid: de externe invloeden, wetten enz. en de positieve vrijheid: de vrijheid die je over jezelf hebt, want uiteindelijk neem je zelf een besluit. En dat vind ik een erg positieve gedachte.

‘At the still point’ uit dat middelpunt komt altijd weer de energie, de inspiratie. Want dat is wat danst, kiest, reageert, zoekt en denkt over ‘wat is de mens’.

Dante eindigt zijn boek met: Maar intussen werd mijn drang naar inzicht en mijn vurige wil, als een rad dat met gelijkwaardige snelheid wordt rondgedraaid, reeds voortgestuwd door de Liefde, die de drijfkracht is van de zon en de andere sterren.

en dit is het slotwoord van de cursus:

https://youtu.be/K8qL-PRzP8g

Dante op een fresco van Rafaël in het Vaticaans museum

De kerken van Rome – lopend door de geschiedenis

Een van de mooiste dingen die ik kan doen is alleen maar lopen door Rome, waarbij je ook altijd weer door de geschiedenis loopt.

Behalve het Colusseum, het Forum Romanum zijn daar natuurlijk de kerken. Toen ik de vorige keer naar Rome liep, volgde ik het pad van Emo. Emo was een monnik die leefde in de Middeleeuwen en ivm een conflict met de bisschop zijn gelijk in Rome, bij de paus ging halen. Over die tocht (van Groningen naar Rome) is een prachtig boek verschenen en in Italië ben ik ‘samen met Emo’ naar Rome gelopen. En ja met zo’n monnik uit de middeleeuwen bezoek je in Rome de kerken uit middeleeuwen.

Thuis had ik als voorbereiding mijn favouriete kerken op een lijstje geschreven. Als ik tijd had, dan wilde ik ze weer bezoeken.

Op weg naar het centrum moest ik overstappen in de halte Giovanni (bij de basiliek S Giovanni Laterano ). Dit metrostation was recentelijk uitgebreid en de nieuwe lijn lag drie lange roltrappen diep.

Ook op weg naar de metro reis je door de tijd

Xxxx

Naar de pre historie

Ik heb deze kerk helaas gemist, en vooral die kruisgang met die prachtige zuilen.

De eerste kerk was die in Trastevere: Santa Maria in Trastevere

De kerk is als kerststal nagebouwd.

De koepels in de kerken, met de beeldverhalen vind ik het mooist.

12e eeuw, de kroning van de Maagd.

Sante Maria Maggiori

Wederom de kroning, en wederom mooi

En dit was een verrassing: Santa Prassede. Hier was ik nog nooit geweest, maar hij stond in mijn gids uit 1995 (!) en de mozaïeken werden dringen geadviseerd. En ze waren natuurlijk mooi. De kerk is in de 9e eeuw gesticht op de plaats van een 2de eeuws oratorium. Hij is door kunstenaars uit Byzantium met flonkerende, juweelkleurige mozaïeken gedecoreerd.

die prachtige uitdrukkingen op de gezichten.
Het plafond in de kapel van Zeno

Deze kapel is gebouwd als mausoleum. In deze kerk kregen de fresco’s die ik altijd zo mooi vind concurrentie van de mozaïeken. Ik ben naar de monnik van dienst gegaan (hij verkocht afgrijselijke ansichtkaarten, ooit een miskoop natuurlijk en nu zat hij ermee) en heb hem gezegd, ‘dat u mag werken in deze kerk, wat heerlijk!’ (zoiets, ik sprak in het Engels, weet niet of hij die taal beheerst). Hij begreep mijn intentie.

Is dat de maagd? de 3e van link? Ze heeft rode wangen.

Maar mijn absolute kerk is de Basiliek San Clemente omdat je daar door 3 verdiepingen door 3 tijden naar beneden kunt lopen.

En altijd weer zo’n rand met beeldige schaapjes.

Twee tijdzones (ik heb geen foto’s kunnen maken van de eerste verdieping naar beneden, want er mochten geen foto’s gemaakt worden) staat het altaar van Mithras met een reliëf waarop Mithras een stier dood. Dit was een zaal voor rituele maaltijden. ‘There is a strong suggestion that the building was associated with the mint of ancient Rome’. Aldus de folder die ik bij de ingang kreeg. Dat lijkt mij ook.

Het altaar van Mithras uit de 1e eeuw.

Dat altaar vind ik wel een mooi slot van deze dag. Nu ik zo met de gids en de kaart van Rome dit uitwerk, is mijn enige gedachte ‘wat heb ik weer een prachtige dingen gezien en wat is er zoveel dat ik nog zou moeten zien…..’

De tentoonstelling ‘Inferno’

Dansende spreeuwen deze ochtend, zo mooi.

Schreef ik er gisteren nog over……het staat vandaag in de krant.

Deze dag stond dus het bezoek aan de tentoonstelling ‘Inferno’ op het programma. Het was vorig jaar 700 jaar geleden dat Dante stierf en ter ere hiervan waren er door heel Italië tentoonstellingen, manifestaties, heruitgaven van boeken enz.

ik ben rustig in het zonnetje naar de Scuderie del Quirinale (de voormalige paardenstallen van de paus) gelopen. Het laatste stuk moest ik een beetje klimmen en kwam dus bezweet aan. Met een paal werd mijn temperatuur opgemeten, hij sloeg rood uit…….het zal toch niet…., geroutineerd richtte de controleur een thermometer op mijn voorhoofd: 36.5 – ik mocht naar binnen.

Als Dante ‘op het midden van zijn levensweg’ in een donker woud wakker wordt ontmoet hij Vergilius, die hem ‘uit de woestenij zal voeren, naar een gebied dat eeuwig is.’

Bij de toegang tot de hel staat de enorme poort van Rodin. Bijna bovenin een afbeelding van Dante, als de ‘Denker’.

‘Laat varen alle hoop gij die hier binnentreedt.’

In een schemerwereld is op de muur een film uit 1911 te zien, waar Vergilius Dante begeleidt langs spartelende ketters in brandende graven.

Een mondkapje?

In de eerste zaal hangen werken die allen de verschillende straffen tonen, sommige afgrijselijk.

Miquel Barcelo (2001)

Op de 1e verdieping hangen modernere werken, waaronder een versie van de hel uit Napels.

Helemaal onderin de hel bevindt zich ‘de vorst der duivels’: Lucifer, die met zijn drie monden Judas, Brutus en Cassius fijnmaalt. Verraad is de grootste zonde, dus beneden in de hel. Natuurlijk daar, verraad is het ergste wat een mens kan overkomen…. Ik heb het lang zo begrepen. Dante denk ik bedoelde er mee dat het verraad van Jezus (natuurlijk) de grootste zonde is. Maar wie weet, is dat niet juist een kenmerk van kunst, literatuur? Dat de inhoud door de eeuwen heen voor iedereen weer een eigen betekenis heeft? Dat het tegen je spreekt?

Lucifer

Op een verdieping hoger komt de waanzin van de hel dichterbij. Waren het eerst kunstwerken die ik bekijk, waar ik over nadenk, nu wordt ‘de hel’ een ervaring dat hij echt, ook nu bestaat. Waar ik (bijna) doorheen loop. Ik sta opeens voor een enorm schilderij van Kamp Buchenwald. En in een vitrine liggen hopen ledematen. Er zijn o.a. schilderijen van zwoegende arbeiders, litho’s van Goya en Otto Dix.

‘Nein! Eleven! – Jake en Dinos Chapman

Een speciale plek op de tentoonstelling heeft Primo Levi. Auschwitz was zijn hel en in een wereld zonder boeken overtuigde Dante hem ervan dat zijn geest niet gestopt was met werken. ‘Dante gaf me een weg mijzelf te vinden.’ Op school leerde Levi de Comedia uit zijn hoofd en nu haalde hij de woorden weer terug. Een medegevangene wilde Italiaans leren en met Dante leerde Levi hem het Italiaans.

‘Kijk naar uw oorsprong, gij zijt niet geschapen om als redeloze wezens te leven, maar om deugd en kennis na te streven.’

Dit zegt Ulysses tegen zijn bemanning als ze varen voorbij de zuilen van Hercules. En Levi zegt het tegen zichzelf, tegen zijn medegevangenen. (Waarom Ulysses bij Dante in de hel moet is weer een ander verhaal)

Tenslotte klimmen Dante en Vergilius uit de hel, ‘En zonder ook maar aan rusten te denken klommen wij naar boven, totdat we een punt bereikten waar ik door een ronde opening de schoonheid van het hemelgewelf weer kon aanschouwen. Daar gingen we naar buiten en zagen we opnieuw de sterren.

Sterren regen – Anselm Kiefer

Hier is de zaal geheel gevuld met opnames van de Nasa, samen met Dante zie ik de sterren groots en schitterend.

En tenslotte………. is daar het uitzicht op Rome. Bij Dante kan de poort van de hel niet open, nu, hier, deze wel.

Als je dat ziet…. dan ben je niet verloren.

Ik ga vanmiddag heerlijk door Rome lopen.

De eerste hele dag, ik ben bijna op de helft.

Ik was vroeg wakker en kon zo al vroeg ontbijten. Dit was op het ‘terras’ op de 4e piano. Zoals elke plaats, had ook dit hotel een ‘intrinsic motivation’ (iets onverwachts en altijd mooi of bijzonder, het is er echt, overal) en dat was hier het uitzicht. De volgende dag vlogen er duizenden, duizenden spreeuwen in prachtige patronen door de lucht. En toen had ik natuurlijk helaas mijn telefoon niet bij me.

ik had gisteravond in een warwinkel van kaartjes-aanbieders via het internet een kaartje voor het Vaticaans museum gekocht (via de site van het museum, ik moest mijn nationaliteit opgeven, maar Nederland stond er niet bij. Ik heb me toen maar als Belgische opgeven) en kwam er om 10 minuten voor 9 aan. Onderweg stonden langs de kant van de straat weer anderen met aanbiedingen (vaak op onmogelijke tijden tegen dito prijzen). Bij het museum stonden diverse rijen en werd me direct ‘the greenpass’ gevraagd en mijn temperatuur opgemeten. (ik zal dit vanaf nu niet meer vermelden…..). In 10 minuten was ik daarna binnen.

In het vliegtuig las ik een boek waar de hoofdpersoon tijdens zijn bezoek aan een museum slechts 1 voorwerp bekijkt. Dit vond ik wat weinig…….. en besloot als middenweg alleen de Middeleeuwse afdeling en de zalen met het werk van Rafaël en de Sixtijnse kapel te bezoeken. Ook dit werd bijna een overdosis aan mooie kunst, die me vooral na de weinige bezoeken aan musea van de afgelopen maanden bijna knock-out deden gaan.

Ik zal niet zo vaak Dante citeren, maar soms kan ik het niet laten, zoals hier, als hij Giotto noemt.

“Hoe ijdel is de roem van het menselijk kunnen! En hoe kortstondig is de bloei ervan…… Cimabue dacht dat hij heer en meester was, maar nu is het Giotto die naam maakt en de roem van zijn voorganger weer verduistert. ………………. Wat de wereld over iemand zegt is niet meer dan een windvlaag, die nu eens van deze en dan weer van die kant komt.” . Louteringsberg, canto XI vers 94-102

Ik ben een fan van Giotto en tot mijn vreugde ‘stond’ er een prachtig drieluik van hem. Dit werk is in opdracht van een kardinaal gemaakt voor de oude (? is er ook nog een oude?) Sint Peter basiliek. Het is op beide kanten beschilderd zodat zowel de gelovigen als de priester naar de afbeeldingen konden kijken.

Ook de kardinaal ‘wilde erop’. Ook toen al dus. Hier geeft hij het drieluik aan Christus.

Heel bijzonder vond ik dit werk: een geraamte van klei en stro, dat bedoeld is om het brons er overheen te gieten. Het stond tot 1980 in de opslag.

Van Bernini, ‘alleen’ maar de mal.

Er stond natuurlijk nog veel, veel meer maar om dit bericht niet al te lang te maken spring ik nu over naar de 4 zalen van Rafaël. Rafaël kreeg in 1508 opdracht de prive vertrekken van de toenmalige paus te decoreren. Hij heeft er (met zijn leerlingen) 16 jaar aan gewerkt. Ik wilde mn deze zaal: ‘Stanza della Segnatua en dit werk: De school van Athene zien.

De filosofen uit Athene, in het midden lopen Plato (die naar de hemel wijst) en Aristoteles (die naar de aarde wijst).

Zowat alle Griekse filosofen zijn hier afgebeeld. Vrienden en familieleden van Rafaël stonden er model voor. Wat ik zo bijzonder vind is dat in die tijd de Griekse filosofie naast het Middeleeuws katholicisme stond. De schilder drukt het geloof uit dat de klassieke cultuur en het christendom in harmonie met elkaar waren omdat zij allebei streven naar waarheid. Wat moeten daar een discussies zijn gevoerd.

Daar stonden wij, kinderen van de 20ste eeuw in stille verbazing en dat dan ook nog op die prachtige vloer.

Tenslotte laat ik een alweer ontroerend werk zien, van het plafond (hoe is het mogelijk) van de Sixtijnse kapel: De schepping van Adam. Hij krijgt hier ‘de geestelijke deugd en het intellectueel vermogen’. Daar is de mens! Naast hem (op de foto er boven): De schepping van Eva. God schept haar uit een rib van Adam. (En wat kreeg Eva? Daar zegt de tekst niets over……..)

Michelangelo deed er 14 jaar over om deze fresco’s op het plafond te schilderen. Dit is een detail, het hele plafond is bedekt.

Daarna heb ik een lange wandeling langs de Tiber gemaakt. En dwaalde daarna lang door de wijk Trastevere en bekeek die prachtige kerk daar. Trastevere is een mengeling van toerisme en armoede, pijnlijke armoede.

Winter in Rome.

Ik lees hier het boek ‘De Geschiedenis’ geschreven door Elsa Morante. Het beschrijft het leven van een moeder met 2 kinderen tijdens en vlak na de 2e Wereldoorlog. Het verhaal is een geschiedenis in de dubbele betekenis. Het is niet alleen het verhaal van Ida, de hoofdpersoon, maar is ook de geschiedenis van een handje vol simpele, onschuldige mensen die door de loop van de geschiedenis wordt vermorzeld.

Vilma, Ida’s vriendin verzorgt de zwerfkatten die wonen tussen de ruïnes van het Theater van Marcellus.

Ik heb een wandeling door de wijk San Lorenzo gemaakt, de wijk waar het boek speelt. En soms leek het of ik Ida en Vilma tegen kwam. Heel soms. Er is voor de mensen die daar wonen weinig veranderd.

Alle zaadjes zijn gestorven, behalve een, daarvan weet ik niet wat het is, maar waarschijnlijk is het een bloem en geen onkruid. (slot van het boek)

Om vijf uur is het donker in Rome en haalde ik nog net het metrostation. Ik kon de telefoon weer opladen (‘the greenpass….’) en na een zalige maaltijd viel ik als een blok in slaap.

………

Lock down: tijd – ruimte – veel tijd om te lezen – maar ook thuis blijven………… o ja?

Toen de corona pandemie alweer lang geleden echt doorbrak en er een lock down werd afgekondigd had ik het gevoel van tijd! ruimte! Wat kon ik opeens veel doen!

Op mijn ‘pensioenplank’ (de plank met boeken die ik na mijn pensionering wilde gaan lezen, – er zijn inmiddels meer boeken bij gekomen dan dat er vanaf zijn gegaan) stond ook ‘De Goddelijke Komedie’ van Dante. En ik besloot dat dit een mooi boek zou zijn om in deze periode met zoveel tijd, zoveel ruimte te gaan lezen.

ik had al enkele cursussen bij een soort open universiteit van de Harvard Universiteit gevolgd en wist dat ze ook een cursus over dit boek hadden.

Mijn uitgave bestaat uit ‘De hel’ (die het bekendst is), ‘De Louteringsberg’ en ‘De Hemel’. Elk deel bestaat uit 33 canto’s (een soort hoofdstukken), in het begin dacht ik nog 1 canto per week ‘te doen’. Met de cursus die erg uitgebreid is, duurde dit al snel langer. Zo ben ik nu, na bijna 2 jaar in canto 5 van de Louteringsberg gekomen. Er is tenslotte is nog meer te lezen, te bezoeken, te doen.

Vorig jaar was het 700 jaar geleden dat Dante werd geboren. Dit werd in zijn geboorteland Italië uitgebreid herdacht. Ondermeer met een tentoonstelling in Rome die zowel in de NRC als in Trouw lovende recensies had.

Een bezoek hieraan brandde in mijn gedachten.

2 Weken geleden hakte ik de knoop door en boekte een kort reisje naar Rome.

Hierbij mijn verslag. Omdat ik daar van ‘s ochtends 8 tot 5 liep en na de maaltijd (met twee glaasjes wijn) als een blok in slaap viel heb ik dit verslag later, thuis gemaakt.

Reizen in Coronatijd heeft een extra dimensie. Er waren tegenstrijdige berichten over het wel of niet van te voren testen, er waren zorgen over het zitten in een vliegtuig, en so wie so kon dat wel zomaar opeens op reis? We moesten toch allemaal zoveel mogelijk binnen zitten?

Minimaal 24 uur van te voren moet je de sneltest laten afnemen, je krijgt hierna via de mail een code (bij een negatieve uitslag) die in de qr code verwerkt kan worden. Toen ik dit allemaal gedaan had kwam er een bericht van de KLM dat ik naar een andere, latere vlucht was overgeboekt…….. net buiten die 24 uur….. dus moest me weer laten testen. Gelukkig kan dit bijna om de hoek hier. Ook op 1 januari.

Ook meldde de KLM dat ik ivm met de corona maatregelen 3 uur van te voren op het vliegveld aanwezig moest zijn. Daar aangekomen heb ik verder niets van deze maatregelen gemerkt.

Heen was het vliegtuig vol. Dit gaf zoveel zorgen dat mijn temperatuur dreigde te stijgen, dit bleek een risico te zijn want in Italië worden de corona maatregelen consequent uitgevoerd en wordt de temperatuur regelmatig opgenomen.

Maar de qr code, ‘the green pass’ werkte! Bij de steekproeven in het openbaar vervoer, in het hotel, in winkels, in restaurants, in de musea. Overal moet je de qr code laten zien, overal moet je een chirurgisch mondkapje op (in Iran is het een hoofddoek, in Italie een mondkapje, het is overal wat) en regelmatig wordt je temperatuur dus ook opgemeten. Maar alles is open, ik heb zelfs nog even gedacht er naar de kapper te gaan.

zondag 2 januari kwam ik aan, na alle controles (maar geen paspoortcontrole) en een cappuchino aan de bar, ‘o remember….’ was ik met de trein in een half uur in het centrum. Vanaf het station was het ruim een half uur lopen naar het hotel. Ik wil altijd lopen, liep met mevrouw of meneer Google natuurlijk verkeerd en er bleek ook een metrostation op 10 minuten lopen van het hotel te zijn. Maar goed, zo kon ik acclimatiseren. Ik wandelde door een arme buurt met veel vuilnis op straat, veel daklozen en alimentari’s waar immigranten in werkten.

En Pasolini onderweg. (Sorry, geen idee wat er staat)

De 3e wereld begint ten zuiden van Rome en in de stad zelf zijn de verschillen tussen arm en rijk erg groot. In het centrum niks geen vuilnishoop op straat.

Het hotel stond in een wijk met een mengeling van vervallen kleine Romeinse villa’s, flatgebouwen en rijtjeshuizen. Een gewone wijk, ik was de enige toerist. Rond het metrostation waren restaurantjes, afhaalpizzeria’s en een supermarkt.

En bij de buren stond een boom in bloei.

Ik ben ‘s middags naar het centrum gegaan, naar het Vaticaan (met de metro). Hoopte op een mooie kerststal, dit viel tegen. Ook moest je veel toegang betalen en stond er een enorme rij dus ik dacht laat maar. Ik was hier al eerder.

Met chirurgisch mondkapje
10 jaar geleden. Aankomst na een voettocht (in delen) van Utrecht naar Rome.

Naar Trier

17,3 km naar het station van Trier

Dinsdag 21 september

Het is deze ochtend voor het eerst fris en de zon schijnt ook (nog) niet. Ik voel dat er iets in de atmosfeer is gedraaid naar een ander jaargetijde, maar de geur van de naderende herfst hangt nog niet in het bos. Het lijkt wel of er een orkaan in het bos is rondgegaan, overal takken en omgevallen bomen. Hoe dichter ik bij Trier kom (en hoe meer meters ik daal) hoe erger het is.

Zicht op Kassel

Toch gaat het pad nog steeds dan weer omhoog, dan weer omlaag. Als ik uit het dal geklommen ben en bovenop een uitgestrekte vlakte sta is de zon definitief doorgebroken en verdwijnen de wolken snel.

Na deze vlakte verschijnen er steeds weer kleine dorpjes, waarvan ik elke keer denk dat het de eerste huizen van Trier zijn.

Als ik dan eindelijk aan ‘de definitieve afdaling’ begin staan er geiten op het pad. Ze lijken niet echt opzij te willen. Er zit een vrouw bij, die later de parttime herderin blijkt te zijn. Ze wuift dat ik door kan lopen en als ik de geiten gepasseerd ben houdt ze een heel verhaal tegen me. Eindelijk eens niet over Corona, Ze vertelt dat ze kinder-psychologe is en dat ze de geiten bij haar therapie inschakelt.

Tijdens het gesprek bedenk ik me dat het ook een mooie tocht zou zijn, door Europa (een stukje….) en luisteren naar de verhalen van de mensen die je onderweg tegenkomt. Ik ben nauwelijks mensen tegengekomen, wilde dan ook ns lekker helemaal een paar dagen in de natuur zijn. En als ik ‘s avonds ergens aankwam lag ik meestal uitgeteld op bed, helemaal niet meer in staat een gesprek (in een ook nog nauwelijks te begrijpen dialect) te voeren. Maar het idee is leuk. Met de ontmoeting met de geiten en hun herderin stap ik ook weer de wereld van ‘de grote stad’ binnen. Ik kan me haar niet echt in een plaatsje als Nonnweiler voorstellen.

De eerste huizen van Trier

Trier ligt in een dal aan de Moezel omgeven door wijngaarden. Als de Saar Hunsruck Steig is afgelopen (de blauw groene tekens stoppen abrupt) moet ik nog 8 km naar het centrum lopen.

De straten stonden weer blank bij de regens van een week geleden
De Porta Nigra

Ik ga later op de middag toch nog maar even de stad in. Het is weer veel wennen lopen door een stad tussen zoveel mensen.

Trier heeft een lange geschiedenis en is de oudste stad van Duitsland. Tijdens de Romeinse overheersing was de stad de hoofdstad van het noord-westelijke deel van dat rijk. Een schoon volkje……ze hebben er veel thermen achtergelaten. (Het hotel heeft ook thermen, die helaas gesloten zijn – Corona, wat anders? – het leek me wel wat op het einde van een wandeltocht me heerlijk in dat water te laten zakken).

De keizerlijke thermen

Deze thermen zijn door de Romeinen nooit echt helemaal afgebouwd, omdat het politieke gebeuren naar het oosten werd verplaatst. Later werden er op de plek steeds meer gebouwen gezet die de thermen in de aarde deden verdwijnen.

Onderaardse gangen

Daar lopende dacht ik nog ‘zouden ze hier in de oorlog tijdens de bombardementen geschuild hebben?’ In tegendeel, juist door die bombardementen kwamen deze gebouwen te voorschijn en vanaf 1960 is men begonnen met het ‘blootleggen’ van dit gebied.

Vandaag, woensdag 22 september heb ik de hele dag door de stad gelopen, heb nog meer thermen gezien en de Dom, de Konstantijn basiliek, de Liebfrauen Basiliek, de Moezel, het treintje met toeristen dat door de stad rijdt, enorm veel Eiscafes (wat eten die mensen hier veel ijs), tot ik er doodmoe van werd. Uiteindelijk ben ik de buurt achter het hotel ingevlucht en heb heerlijk door een gewone buurt gelopen.

Stenen, zoveel stenen

Zoveel stenen deze reis. Het begon met de edelstenen in Idar Oberstein, daarna dagen lopend over de stenen in het pad, met stenen in een waterval en steentjes in mijn schoenen. En mijn reis eindigt met deze stenen van de Romeinse thermen. Ze vormen lagen geschiedenis en telkens weer groeit daaruit een klein plantje, het begin van een nieuw leven, van een nieuw verhaal.

Bedankt Dory, wat goed van je te horen. En je hebt gelijk, het is hier erg mooi. Groetjes, Marga

‘Aahh, jetzt geht es nur nach unten’

Zo zei de eigenaar van het Berghotel in Holzerath. Daar sliep ik vannacht. Maar laat me met gisteren beginnen.

Zondag ging het pad zoals altijd op en neer, en weer (zoals elke dag) door die wonderschone wereld.

Op weg naar Kell am See

Ik passeerde het stuwmeer bij Kell. Het was zondag en rond de klok van 11: dus tijd voor een kopje koffie! Vijf voor elf passeerde ik Hotel restaurant ‘Post’ in Kell. Ik ben dus dol op hotels Die Post, de Gouden Leeuw, enz. heten. En dit ging om 11 uur open, dus om de tijd te doden bezocht ik even het plaatsje Kell. Stilte, doodse stilte. Dus snel terug naar Post. Daar zat ik weer als enige op het terras.

Haus am See

Bij het stuwmeer was een restaurant, (Dat eigenlijk op de nominatie had gestaan) maar omdat ik net een kopje koffie op had wilde ik door. Daar aan de overkant van het meer lag ‘Haus am See’ (is er niet zo’n heel bekend Duits lied met een zin ‘Haus am See’? Ik heb er de rest van de dag over nagedacht), Dus een kleine lunch pauze ‘im Haus am See’.

Daarna ging het weer de bossen in. Onderweg zag ik steeds meer gevolgen van de regen van enkele maanden geleden. Soms waren hele bomen weggespoeld.

Erosie door de regenval

Een 650 meter lange loopbrug door het veen.

Het pad liep door het ‘Weyrichsbruch’, een bronveengebied.

Uitleg in het Nederlands!
Met ‘veenberken’

Hierna veranderde het landschap. Eerst liep ik door enorme bossen, daarna werd het landschap wijder en lagen er over de heuvels verspreid kleine dorpjes.

En opeens verschenen er langs de weg kleine herdenkings- of grafstenen voor mensen die daar door de bliksem waren getroffen of gedood waren in de verschillende oorlogen. Weer zo’n gebied waar herhaaldelijk om gevochten werd en dat dan telkens van nationaliteit veranderde.

De Frans-Duitse oorlogen

In Holzerath ging ik slapen. Ook hier had de tijd weer stil gestaan, zo leek het.

In het restaurant van het Berghotel, Holzerath

Nou ja, de eigenaar sprak dus ‘jetzt geht es nur noch nach unten’, dat moet je hier ruim zien dat ‘unten’. Thuis had ik lang zitten puzzelen over de laatste dagen. Vanaf Holzerath was het 29 km naar Trier en ik wilde daar niet kapot aankomen. Dus wilde ik de 29 in tweeën delen. Dit ging moeilijk, zo’n tocht laat zich niet zomaar in begaanbare stukken opdelen. Zo had ik vandaag 11 km te gaan. De plaatsjes zijn tot dusver niet echt ‘lebendig’, (om het zacht uit te drukken), dus ik had geen zin om ergens al om 1 uur aan te komen. Daarom heb ik een ‘traumschiefen’ (Een soort Hunsruck-ns) wandeling ingevoegd, het ‘Morscheiner Grenzpad’. Ik dacht dat het 11 km lang was, bleek ruim 16, dus zo werd het toch weer een lange dag, temeer omdat ik even van het pad af ging naar Sommerau alwaar (de resten van) een burcht zijn.

Uitzicht op Sommerau

De burcht stelde niet veel voor (ik heb so wie so niet zoveel met burchten), maar het uitzicht was weer prachtig en de wijnranken kwamen weer terug! Toen ik later in een dal neerdaalde stuitte ik op de ‘Riesling-tour’, kortom vino!

Het Morscheiner Grenzlandpad is prachtig. Ik weet alleen niet langs welke grens ik nu ben gegaan. Maar wat maakt het uit……grenzen?

Ja, niet alleen schuilhutten, maar ook slaapbanken langs het pad
Een slaapbank? Een droombank, om er altijd te blijven zitten.

Ik kwam dus weer uitgeput in het hotel aan.

Het land is klaar voor de herfst

Ik ben duidelijk in een ander gebied aangekomen. Het plaatsje ligt tussen hellingen allen bedekt met wijngaarden. Het hotel heeft wijn in de aanbieding. ‘Van eigen wijngaard!’. Bij het avondeten raakte ik in gesprek met 3 mannen uit Aalten. Ze maken een rondreis op de motor in Zd Duitsland. En ‘doen’ zo duidelijk meer kilometers dan ik. 3 heel verschillende mannen. Al pratende kwam Nederland opeens weer even heel dichtbij. Zwarte Piet, Rutte, er kwam een (voormalige) oost Duitser bij ons zitten, Merkel, de Duitse verkiezingen…… morgen ga ik naar Trier en donderdag naar huis. Ik realiseerde me weer hoe heerlijk het is (het is nog tegenwoordige tijd) om zo de hele dag in, door de natuur te lopen, alleen maar natuur, omgeven in natuur, geborgen in de natuur, dat is genoeg…………(ik heb nu al heimwee)

Ganz burgerlich

Ik slaap deze nacht in hotel restaurant de Jagershof in Reinsfeld, het heeft een mooie website, maar het is in werkelijkheid het meest authentieke, burgerliche en leuke hotel/restaurant tot nu toe. Bij mijn binnenkomst viste ik mijn mondkapje uit mijn broekzak, waarop een oude heer die op de balie leunde en enigszins aangeschoten was, zijn hoofd schudde, en daarna om ‘Maria’ riep. Een oude vrouw verscheen. Ik denk dat ze om mij te plezieren de informatie achter de Corona app las, ik mocht blijven.

Na de was (mijzelf en enige kleren) ben ik het plaatsje ingegaan. Dit was op zaterdag na 4 uur niet echt inspirerend. (Ik vrees voor 4 uur ook niet). Er was dus echt helemaal niets te doen: 1 bakker en die was dicht en verder stilte, doodse stilte. Zelfs geen slager!! Ik keerde terug naar de Jagershof, en ging op het terras zitten. Hier zaten Maria en de aangeschoten man (nu in een verder gevorderd stadium) met enkele plaatsgenoten. Ik denk dat ze het leven bespraken, maar verstaan van het plaatselijk dialect, laat staan begrijpen, helaas geen woord. Ik bestelde een glas rode wijn en kreeg een enorme bel waarop 0,2 liter staat. Ik heb geprobeerd over het opdrinken lang te doen, zodat ik dit gezelschap met opgeheven hoofd en lichaam kon verlaten.

Bij het weggaan vroeg ik nog of ik hier kan eten…… welk een vraag! Naturlich! En nu zit ik hier in de eetzaal, het is 7 uur ‘s avonds en inderdaad is de meerderheid van de tafels met gezelschappen van 4 – 6 personen bezet. Allen wit. De laatst gekleurde zag ik in Idar Oberstein, ze bediende me bij het avondeten. Ik heb inmiddels een (2e, zucht) glas wijn besteld en wacht op het eten. Ik doe wederom tragend langzaam met de bel wijn.

Hoe begon deze dag?

Er is dat lied: ‘Il a 6 heur, Paris…. enz. Daar moet ik vaak aan denken als ik ‘s ochtends vroeg weer met een nieuwe dag begin en een plaatsje uitloop. Niet alleen daar ook op zaterdag vroeg ook naar de markt in Utrecht. Het is mooiste moment van de dag. Niet alleen Parijs, de stad, maar het is de natuur die ontwaakt. En daar mag ik dan lopen. Elke keer zo mooi.

Het beloofde een prettige dag te worden en dat werd het. Een beetje stijgend, een beetje dalend, weer door enorme bossen, de zon scheen (het werd warmer, maar daar had ik daar onder die bomen weinig last van), de teller stond op 18 km (wat een heerlijk getal) en halverwege lag het plaatsje Helmerkeil, een koffiestop! Het lijkt wel vakantie!

En wat voor Kuchen is dat?

Bij de koffie dacht ik een ‘flammenkuche’ te bestellen, iets lokaals, het was tenslotte al half 1, tijd voor een lunch. Het werd dit. Mijn Duits is niet zo goed en het plaatselijk dialect is een extra moeilijkheid (het is onverstaanbaar), en zo kreeg ik pruimentaart, ook heerlijk.

Alles wacht hier op verandering

De tocht ging verder, eerst langs veel, veel water en daarna door bos en velden.

Rond 3 uur bereikte ik de afslag richting Reinsfeld. En al snel hotel Jagershof, want zoals ik al schreef Reinsfeld is niet groot. Inmiddels is de tweede bel wijn op en verschijnt er een grote, beetje rose, bijna volle maan in de hemel en mijn maaltijd en deze dag, ze zijn bijna afgelopen.

Mijn avondeten

Die maaltijd was ‘Hirtengoulash’ – het is hier dus onmogelijk vegetariër te zijn, er stond gewoon niets vegetarisch op de kaart. De goulash werd vergezeld door room (zucht……) en op het bord ligt ‘Spatzle’ (een soort eierpasta), de bel wijn is hier nog nauwelijks aangeraakt.

En nu is het inmiddels bijna 8 uur en ik zit hier opeens in mijn eentje in de eetzaal, iedereen is weg. De maan wordt nog mooier, uit het cafe gedeelte klinken stemmen (ik moet er niet aan denken…..) en wie weet hebben ze hier koffie. Want dan haal ik mijn kamer.

Het leven is hier klein en goed. En morgen? Morgen is er weer een dag.

Het hoogste punt, de langste dag

Ik ben op de helft wat het lopen betreft, 4 dagen zijn vanavond achter de rug en er zijn er nog vier te gaan. Vandaag bereikte ik het hoogste punt van de Hunsruek/ Rijnland Palts en het zou ook een lange dag worden. En dat werd het.

Half 9 in de ochtend, uitzicht vanaf de Erbeskopf

Iemand van het hotel bracht me naar de plek waar ik gisteren het pad verliet (dat scheelde 9 km) en na een kwartier bereikte ik de top op 816 meter.

Skiën met een mondkapje?

De ‘top’ is een groot woord, het is meer een plateau dat in de winter ski gebied is. Er staan wat gebouwen en een uitkijktoren (die ivm Corona dicht was).

En er stonden paddestoelen, een heel stel

De route is erg goed aangegeven, er is 1 teken in verschillende kleuren en betekenissen. (Blauw-groen voor de route, oranje voor een afslag naar een dorp, paars voor een rondwandeling).

En er staan regelmatig palen met de diverse afstanden

Op deze paal staan links de doelen en afstanden van vandaag: 8,6 km naar Borfink, waar ik mijn eerste stop wilde houden, met een kopje koffie? Wie weet, ik blijf hopen en anders had ik nog een sinaasappel.

Ik kwam om half 1 in Borfink aan en begreep er niets van. 4 uur over 8 km? Het was wel weer alleen maar op en neer, maar verschilde niet van de andere dagen en dan was mijn tempo meestal 3 km per uur.

Omdat er veel bomen waren omgewaaid, losgespoeld, waren er diverse paden afgesloten. Ook moest ik regelmatig over omgevallen bomen klimmen of er omheen zien te lopen. Na een uur wandelen kwam ik bij een bord waarop stond dat het pad veranderd was omdat er door de sneeuwval van de laatste winter hele stukken helling met pad in het dal waren verdwenen.

Een mysterieuze sfeer in het Tranendal

Het pad liep nu door en over (via een hele lange planken-brug) een moeras. Langs dit beeldige meertje genaamd het Tranendal.

Eindelijk in Borfink dus aangekomen bedacht ik met schrik dat als ik 2 km per uur liep, ik wel erg laat in Nonnenweiler zou aankomen, dus besloot naar de volgende plaats over de weg te lopen. Dat schoot ontzettend op: ik was er in 2,5 uur. Dan kon ik het laatste gedeelte wel weer de oorspronkelijke route lopen, deze ging op het laatst langs een stuwmeer.

Bij de stuw was een kiosk met een enorm groot terras dat helemaal leeg was. De deur stond open en achter het buffet stond een man dus kon ik om half 5 mijn eerste kopje koffie drinken.

Toen ik uitgeput op bed liggend nog even op de website de ‘actuele informatie’ van de route nakeek, bleek dat de verandering richting Borfink een uitbreiding van 5 km extra betekende. Zo had ik vandaag ongeveer 29 km gelopen. ‘Gelopen’ ……. als ik loop let ik doorlopend op geen teken te missen, je loopt soms uren door enorme bossen en ik moet er niet aan denken hier te verdwalen. En daarnaast zijn de paden soms stijl en glad. Ik heb mezelf aangewend stil te staan als ik rond wil kijken. Nou ja met al dat opletten kwam het dus geheel niet in me op dat een omleiding wel eens langer kan duren. Ik heb de vorige dagen wel de actuele informatie gelezen, maar toen was er niets bijzonders. Dus dacht ik laat maar zitten. Toch wel handig dus het wel te doen.

De techniek

Van verschillende kanten komen berichten dat er reacties niet kunnen worden gegeven. Ook ik kan op sommige reacties niet reageren. Geen idee hoe dit komt. Enkele mogelijkheden: ik beheers lang niet alle vaardigheden om goed met het blog te kunnen werken. En alhoewel ik elke reis denk ‘ik moet me er toch ns in verdiepen’ is deze gedachte een zeer tijdelijk iets – hij is verdwenen zodra ik weer thuis ben.

Toen het Corona gebeuren begon wilde ik een soort ‘Corona dagboek’ bij gaan houden, toen kon er opeens niets op de iPad. Wel op de laptop, maar dat is een ander systeem. En de iPad is oud (in ieder geval in de iPad – wereld, niet naar mijn maatstaven) dus allerlei updates kan hij niet meer aan. En dan heb ik zitten rommelen met email adressen, het is complete flauwekul maar ik heb 3 e-mailadressen: 1 privé, 1 voor aanschaf met daarna nieuwsbrieven, reclames enz en 1 voor extra – onbetrouwbare zaken enz. Wederom door mijn onvermogen kan ik niet al deze adressen op de iPad openen, wel op de telefoon en laptop: daar gaat dat weer heel goed, maar die heb ik niet bij me. KORTOM het wordt tijd voor een grote schoonmaak en resetten, alles zou opnieuw geïnstalleerd moeten worden, maar ook deze gedachte ben ik kwijt zodra ik in Nederland ben.

Maar, elke reactie wordt gewaardeerd, ik probeer te antwoorden, gaat dit niet via het blog, dan doe ik het op een andere manier.

En dan over vandaag

Vandaag was het een ontspannen dag, het was prima wandelweer: af en toe een zonnetje, precies de goede temperatuur voor de korte broek (half september….), de heuvels waren weer hoog, de dalen diep en de uitzichten waren weer schitterend.

Voor de statistici onder ons:

De site http://www.saar-hunsrueck-steig geeft een zeer volledige informatie

Hierbij opgemerkt: ik loop in de tegenovergestelde richting, moest dus 590 meter dalen en 627 meter stijgen, en die 6.45 uur voor ruim 29 km is natuurlijk helemaal waanzin, ik haal hier ongeveer gemiddeld (er is echt niets helemaal plat) 3 km per uur. En ik vond 29 km wat aan de lange kant…… ben dus na 16 km van de route afgegaan richting Thalflang en bleek toen nog 9 km te moeten lopen. (Ik had niet goed op de kaart gekeken). Die Erbeskopf komt morgen, dat is het hoogste punt van dit gebied (ruim 800 meter). Het is zo ‘weinig’ stijgen omdat ik gisteren en eergisteren al flink ben gestegen en je daalt niet altijd evenveel af.

Onderweg vandaag voor het eerst de gevolgen van de zware regens van een tijdje geleden gezien. Bij een groot veld met zonnebloemen stond een bord: gratis plukken en de vraag te doneren voor de slachtoffers van het Moezelgebied en de Eifel. (Er stond een enorme collectebus naast). Ook stond op het bord ‘Balkanfrei’ – hetgeen ik niet begreep. (politiek?)

De pluktuin met zonnebloemen
De gevolgen van de regen
Een stralende dag