Wandelen, altijd maar door

‘Zoals het de wandelaar vergaat, voor wie zijn wandeling geen einde vindt, omdat er achter elke kleiige duinenrij die hij heeft bereikt, nieuwe verten naar nieuwe kliffen lokken.’

Thomas Mann (uit: Jozef en zijn broers)

Even iets anders, ‘een dag ik Wakayama’

Het is altijd subjectief. Dus ook dit blog. Ik ben ontzettend geneigd om alleen de mooie kanten te laten zien, altijd. En dan probeer ik er ook nog een mooie foto van te maken. En dan fotografeer ik ook nog alleen maar dat wat ik mooi vind, waar ik voor kom. Op Shikoku heb ik geprobeerd ‘nieuwe’ foto’s te maken (en ik weet nu al dat ik veel dubbele heb), en deze laatste twee weken met als hoofddoel de Saikoku tempels moet ik er erg op letten niet alleen die tempels te fotograferen.

Maar rommel, armoede, drukte, het verkeer ik neem er geen foto’s van of heb het al eens een vorige keer gedaan.

Dat gezegd hebbende: ‘een dag in Wakayama‘, nog steeds geen rommel, drukte enz maar in ieder geval iets anders.

7 maart Het eerste dat me opvalt…er zijn hier geen tsunami waarschuwingen, – torens, -evacuatiepunten, golfbrekers, enz langs de kust, Het hele tsunami-gebeuren is weg. Op de hotelkamer ligt nog wel een zaklantaarn……voor als er een aardbeving is.

Vandaag liep ik naar de eerste tempel, Kimi dera. Ik passeerde het museum, met daarvoor waarschijnlijk weer een Samurai te paard. En die bal is er waarschijnlijk later bij gezet.

Het provinciaal museum

Ik wilde een snelle blik in het museum werpen, maar het was dicht, ‘renovation’.

Heel even waren daar deze oude huisjes, ze doen me denken aan de datongs in China (ook inmiddels allemaal weg).

In het centrum (rondom het station) heerst de moderne tijd, Starbucks, kfc.

En heb ik heerlijk vegetarisch geluncht (met bruine rijst)

En dan, wat is dit? Op het gebouw dat erbij staat stond: ‘work and chill’ en ‘coffee’. Ik ben nog gaan kijken naar die koffie, maar heb niets ontdekt.

Work and chill

8 maart was de lange dag naar Kokawa dera. De weg ging lang door een agrarisch gebied. In deze bouwsels wordt hooi opgeslagen. Op Shikoku heb ik dit nog nooit gezien.

‘Hooihuis’

Een prachtige boerenhoeve (rechts niet op de foto een woongedeelte)

Het doet me denken aan de boerenhoeven van Zuid Limburg.

Ook een bijzonder huis, op stenen, waarschijnlijk tegen overstromingen en prachtig van vorm. Ook iets wat ik nog niet eerder zag.

9 maart was het kasteel-dag. In Japan heeft elke grote stad een kasteel en ze zijn allemaal hetzelfde. Ik ben sowieso niet zo’n kastelen liefhebber maar had besloten het kasteel van Wakayama te gaan bekijken.

Alle kastelen staan hoog, op een heuvel.

Altijd strategisch

In het gebouw was een klein museum ingericht met zwaarden en een soort maliënkolders. Bij binnenkomst hing een groot bord met twee voeten, ik dacht direct ‘o jee, weer de schoenen uit’. (Dit moet in de grote tempels van Kioto en in elk huis dat je binnen gaat). Maar eronder stond juist ‘keep your shoes on’. Er was een man met een bezem aan het werk om de spiegelende vloer schoon te houden. Met zijn bezem volgde hij elke bezoeker. Het gaf een welkom gevoel.

Het hotel heeft op de bovenste (12de) verdieping een onsen, met een buiten afdeling. Dus lag ik er ‘s avonds in het warme water en keek naar de lichtjes.

Voor daarna is er een zitje (voor als je je wasje draait?) naast de drankjes automaat (met dit keer alleen koude thee, koffie enz) en de microwave.

En Wakayama tot slot: de wilg in het park bij het kasteel. Kannon kan zich in verschillende vormen manifesteren (waarschijnlijk kiest ze precies die vorm die in een bepaalde situatie het beste is), één van haar vormen is de wilg. En dat kon deze wel eens zijn.

10 maart

Vandaag ben ik met de trein naar Kashihara gegaan. Ik heb deze plaats gekozen omdat hij het dichtst bij de 3 komende tempels ligt. Zo’n beetje in het midden ervan.

Ik had thuis al de reis uitgestippeld op een onmogelijke kaart via de computer. Onmogelijk omdat er enorm veel lijnen zijn. Ik vrees dat zelfs de metro’s van Londen of Parijs hierbij verbleken. (Cees Nooteboom noemt het een meditatieve oefening, hier je reis uitstippelen, een oefening in aandacht)

Met mijn uitgestippelde reis ging ik dus naar het loket om een kaartje te kopen. De man keek pijnlijk naar mijn lijstje en pakte de plattegrond van de spoorlijnen erbij. Kashihara verstond hij. Met de kaart ging hij me in het Japans uitleggen waar ik moest overstappen. Ik zei maar elke keer ‘hai’ (ja). En mijn lijstje klopte! Tenslotte vroeg ik met een biljet in de hand of ik bij hem ook het kaartje kon kopen. (Want hoe moest ik voor deze ingewikkelde reis een kaartje bij de automaat kopen?) Hij schudde van nee, pakte het geld aan en gaf me een kaartje.

Op het perron

Langs de rand van het perron zijn touwen gespannen (‘the gate’). Als de trein tot stilstand is gekomen gaan de touwen omhoog en kun je instappen. (De trein staat tussen twee perrons, een voor het in- en één voor het uitstappen).

Van Wakayama naar Kashihara moest ik 5 keer overstappen, waaronder 1 keer naar de metro. Van Wakayama naar Kashihara is het continu huizen, een soort Japanse randstad. Kashihara ligt al in de town Osaka. (Er is een verschil tussen town – is altijd inclusief het gebied er omheen – en city, maar ook city betekent niet dat je in het centrum bent. Dat heb ik op Shikoku kunnen ervaren, soms duurde het nog kilometers)

En toen stapte ik ook nog een halte te vroeg uit. Maar het was nog vroeg en het bleek mooi: een enorm groot Shinto heiligdom, met een meertje, een soort park en veel rode tori’s. Met een half uur was ik bij het hotel. Daar heb ik mijn rugzak en plastic zak met tuinspullen in de locker gezet en ben direct weer met de trein (‘rail away…….’) naar Hasedera gegaan, de 3e tempel van mijn lijstje (ik volg niet de officiële volgorde)

Het hotel waar ik nu ben vermeldt expliciet dat ik overal met slippers en de kimono mag lopen. Ook in het restaurant, maar daar moet men uitkijken want het kan slippery zijn. (Voorzover je je nek al niet brak met de onmogelijke slippers). En er is een ‘lounge’ voor ‘social things’. Hier blijk je gratis koffie, fris of bier te kunnen drinken. Toen ik er binnen kwam zat er een groepje dames die duidelijk al meer dat een biertje op hadden.

En de koffie is heerlijk.

Hoe verheven….

Hoe verheven: groene blaadjes, jonge blaadjes,

in het licht van de zon!

Schrijft Matsuo Basho in zijn ‘De smalle weg naar het verre noorden‘ dat ik nu lees.

Ik bezocht vandaag de tempel Kokawa dera. Oorspronkelijk had ik het zo gepland dat ik er met de trein naar toe zou gaan, maar het was ‘loopbaar’ en omdat het op deze zondagochtend mooi weer was ging ik vroeg op pad.

Ik liep lang langs de rivier en lang door buitenwijken. De steden zijn enorm uitgedijd langs de oevers van de rivieren en de kust, het lijkt wel of alles is volgebouwd.

De ‘buiten’ poort

En dan sta je opeens voor deze poort, een poort die lijkt op te stijgen uit de eentonigheid van de eenvormige huizen. En stap je een andere wereld binnen.

Een wereld van aandacht

De rotstuin

De hoofdhal rijst als het ware op uit de rotstuin. Het is een tuin in de ‘droge-rots-stijl’ (1574-1602), waarover Nooteboom schrijft: ‘al die stenen samen is een absurde verstilling en waar boven de tempel als een traag varend schip zich voort beweegt’.

Senjū Kannon

De tempel is gewijd aan Senjū Kannon, maar wij gewone stervelingen mogen, kunnen haar niet zien. Boven de ingang van de hal hangt slechts een goudkleurig plakkaat met haar afbeelding. Maar wel vlakbij de bel, zodat ze altijd hoort wie er bij haar ‘aanklopt’.

Nog meer natuurkracht

Tempelwachter

Maar het mooiste was dit boompje

Saikoku

Bordje bij tempel 4 op Shikoku

Telkens als ik bedenk dat ik voor iets nieuws eigenlijk geen tijd heb, (dus niet doen…), dan besluit ik opeens om het wel te doen.

Dat kan ook ruimer, als ik tegen mezelf zeg ‘nu koop ik geen kleren meer’, dan heb ik in een oogwenk iets nieuws gekocht.

Het lijkt wel of ik onbewust al een besluit heb genomen, het rationele, bewuste gaat daar tegen in, maar het besluit is eigenlijk al genomen.

En zo ging het ook met de Saigoku pelgrimage. Toen ik 10 jaar geleden na de henro weer thuis was zocht ik naar een andere pelgrimstocht in Japan. Daar zijn er hier heel veel van, ze zijn alleen niet allemaal beschreven, laat staan in bv het Engels.

Over Saikoku heb ik veel gezocht en via het internet ontdekte ik een Birmese non die voor enorm veel geld zich als gids aanbood. Om verschillende redenen leek dat me niets.

En de Saikoku pilgrimage verdween in de kast, diep in de kast.

Tot ik vorig jaar bij de tempel Seigantoji kwam. Dat is tempel 1 van Saikoku. En terwijl ik tegen mezelf zei, ‘je hebt er geen tijd voor’ kocht ik het stempelboekje. En ja, dan moet je wel. Toch?

We hebben vorig jaar een aantal tempels van Saikoku bezocht en dit jaar wil ik er weer een ‘paar’ doen. Daarom ben ik nu in Wakayama. Het doel is 1 tempel per dag, want ze zijn soms ingewikkeld te bereiken.

De Saikoku pelgrimage

Deze pelgrimage is de oudste (sinds de 8ste eeuw) en belangrijkste van Japan. Lang mochten alleen de keizerlijke familie en de aristocratie deze bezoeken, inmiddels mag iedereen het. Officieel is de pelgrimage aan de schrijn in Ise verbonden. (De schrijn gewijd aan de zonnegodin Amaterasu).

De 33 tempels zijn gewijd aan Kannon Bosatsu. De Bodhisattva van mededogen. (Een bodhisattva is een wezen, een Boeddha dat de verlichting al heeft gevonden maar op aarde te blijft om de mensen te helpen). Oorspronkelijk had het in India en Tibet een mannelijke vorm, nu in Azië vaak in een vrouwelijke vorm. Ze is in heel Azië populair, zo ook in China, daar heet ze heet Quan Yin.

In principe kan ze 33 vormen (manifestaties) aannemen om te helpen, zoals bv een heilige, een mens, een demoon, een wilgenboom of een een dier. In de tempels in Japan komen 7 manifestaties in menselijke vorm voor.

‘Pure Kannon’ , met 18 armen en een 3e oog. (tempel 4)

Vandaag, 7 maart heb ik de eerste tempel van deze reis, Kimi Dera bezocht.

Ik tel geen traptreden meer

Het werd bijna dwangmatig, dat tellen van de traptreden en waarom? Wat heb ik eraan te weten hoeveel treden? Wat is de hoogste trap? En dan? (Maar toch, deze zou wel eens alle records hebben kunnen breken).

Bijna een Tibetaanse tempel

In deze hal staat een enorm beeld.

Een 12 meter hoge Senjū Kannon (?)

Deze Kannon heeft veel armen (met daarin alle attributen, symbolen van het Boeddhisme) en 11 hoofden + een ‘derde oog’. Allemaal om de lijdenden te kunnen helpen. Het is echter niet de Kannon waar deze tempel aan is gewijd.

Dat is Juichimen, een Kannon met 11 hoofden en 2 armen. De tempel bezit hier een prachtige versie van cederhout van. Hier mocht geen foto van worden gemaakt.

Nog meer goud wat er hier blinkt:

Jizo met goud beplakt

Het is de eerste keer dat ik dit zo zag. In Birma is het gebruikelijk de beelden met stroken goud papier te beplakken, maar hier in Japan?

Deze tempel heeft een speciale taak:

Op het tempelterrein staat een torentje voor de ‘verloren post’. Uit het hele land wordt de as van brieven hier naar toe gebracht waarop een verkeerd of onvolledig adres stond, waardoor ze niet konden worden bezorgd. Elk jaar, op de eerste zaterdag van april wordt daar voor de zielerust van de verloren post gebeden. (Volgens Cees Nooteboom).

Ik heb gezocht naar het torentje, kon het niet vinden. Nooteboom spreekt ook van ‘ergens bij het zeshoekige gebouw’ – dus hij kon het waarschijnlijk ook niet vinden.

Er schuilt wat moois in, dit verbranden. Want wat zou er allemaal niet in die brieven hebben gestaan? Welke emoties, welk verdriet of vreugde stond erin?

Hier komt de verloren post tot rust.

Het is wel een overgang

3 maart ben ik met de trein van Sukumo naar Tokushima terug gegaan. En daarmee kwam de andere wereld van het nieuws, van de oorlog steeds dichterbij. In de trein sprak ik een Amerikaans echtpaar dat me glunderend vertelde dat hun grote wens (met een duw van Trump) in vervulling was gegaan, ze hadden alles verkocht en reisden nu -zonder plannen- de wereld door.

Ik slaap hier in Tokushima in het hotel Clement, een soort onderdeel van het station. Er zijn nog steeds rauwe eieren bij het ontbijt, maar ze liggen wel keurig op een schaaltje. Er rijdt een robot achtig karretje rond om de gebruikte kopjes en borden op te halen. En ik heb een kaartje, zonder kaartje doe je niets, de lift, de deuren naar het ‘cleaning station’ (de wasmachines), bij alles heb je het kaartje nodig.

Ik had twee dagen extra in Tokushima ingepland omdat er de eerste week 2 tempels ver van het pad af lagen. Ik zou ze kunnen overslaan en die nu bezoeken. Maar ik heb ze toen al bezocht.

En dus heb ik 2 dagen vrij…… om alles te wassen, bij te slapen (in een bed) en een beetje te lezen.

Over boeken gesproken

Ik ‘sleep’ (‘we doen het ons zelf aan’) een kleine stapel boeken mee. Dit zijn nokyocho, stempelboeken. Bij elke tempel is een nokyocho bureau, waar je tegen een kleine vergoeding (ik had korting omdat ik er voor de derde keer kwam) een stempel op de bladzijde van de tempel kunt laten zetten.

Er ligt een boek voor de 88 tempels, een boek voor de 20 tempels en een boek voor de 33 tempels. (Daarover later). De route guide is handig, maar omdat de henro bij buitenlanders steeds populairder wordt, bouwen deze ook steeds handiger apps. (Nog even en er is een wildgroei aan apps). Ik heb het boekje weinig gebruikt. 10 jaar geleden was het het enige waar ik mijn informatie uit kon halen.

Oorspronkelijk waren deze stempels het bewijs dat je in deze tempel geweest was, nu natuurlijk ook nog, maar ze zijn vooral erg mooi.

Bekkaku tempel 2

Het is een grote overgang, van de hele dag buiten lopen naar de stad met zoveel mensen, auto’s, reclames, enz. Daarom ben ik gisteren, 4 maart met de bus ‘terug gegaan’ naar tempel 4 (die ik heel mooi vind) en ben toen terug gewandeld naar tempel 1. Met een kleine omweg kwam ik langs deze tempel:

De naam heb ik niet kunnen achter halen, maar het is een okunoin, de heilige plaats van de tempel. Okunoins liggen vaak verborgen, hoog op de berg of in een grot. Soms worden ze ‘gewone tempel’, soms veranderd de ‘gewone tempel’ in okunoin. Tussen 40 en 88 liggen een paar erg bijzondere okunoins, die ik soms bij toeval ontdekte.

Deze tempel is ongetwijfeld aan Kobo Daishi als pelgrim gewijd. Het lijkt wel of het tempeltje van (touw)sandalen gemaakt is.

Stekken?.

s’Avonds bezocht ik nog een warenhuis. In sommige keukens had ik al ontdekt dat er voor het verschillende keukenwerk verschillende doekjes zijn, dat is bij ons natuurlijk ook zo, maar hier is het wel tot grote hoogte ontwikkeld.

.

Dweiltjes

Er zijn 5 rekken zoals deze met doekjes voor 5 verschillende taken. Alleen bij het vijfde stond ‘good for everything’.

Home socks

Voor de bioscoop

Vandaag, 6 maart ben ik ‘s ochtends eerst naar een tuincentrum gegaan. (Je moet toch iets doen…) Tijdens het lopen zag ik op het land allerlei handige dingen, zoals bv klemmetjes waarmee je het gaas over de bogen vastzet. Dus op naar het toeristenbureau dat me via verschillende plattegronden wees waar het dichtst bijzijnde lag. Met deze plattegronden ben ik een aardig stuk gekomen, maar omdat je niets kunt lezen….kortom ik werd staande gehouden door een man in een auto die me wilde helpen. Hij bracht me naar het ‘home centre’ (een soort Gamma, maar dan weer zo veel groter). De man sprak goed Engels, toen ik ernaar vroeg antwoordde hij dat hij dit van ‘rock and roll’ had geleerd. Dat vind ik nou weer typisch iets voor hier, ik geloof dat Murakami ook in een van zijn boeken iets dergelijks beschrijft.

Het was een half uur terug lopen naar het plein voor het station waar de bussen staan. Ik had nog net tijd om twee heerlijke gevulde rijstballen (in driehoekvorm) te kopen die ik op het bankje bij de bushalte vlug opat. Niemand keek me aan, maar ik voelde dat iedereen dacht……want hier eet of drinkt niemand op straat.

‘s Middags ben ik naar een poppen voorstelling geweest. Bij het theatertje is een museum met veel mooie uitleg.

De goden verschijnen.
Ebisu

Op het platteland is de cultuur van de poppen theaters nog steeds levend. Bij de Shinto schrijnen worden festivals gehouden, waarbij ook de poppen optreden. Langs de kust wordt aan de god van de vissers, Ebisu, gevraagd voor een goede vangst te zorgen.

Moeder en kind drama

En ‘s avonds heb ik gegeten met Meg, een Amerikaanse vrouw (die ook blij is dat ze niet daar maar hier woont) die ik in de bus van Osaka naar Tokushima ontmoet heb. Ze is lerares Engels en is getrouwd met een Japanse man en woont hier al 37 jaar. We hadden afgesproken elkaar te zien als ik in Tokushima terug was. Nou ja, twee onderwijsmensen, we spraken dus veel over het onderwijs. Regels, regels zijn belangrijk hier. Of de kinderen echt zelf, kritisch leerden nadenken betwijfelde ze. Toen ik terug lopend naar het hotel voor het rode voetgangerslicht stil stond (en er van alle kanten geen auto’s aankwamen) kon ik me daar wel iets bij voorstellen. (Aan de andere kant, als het licht op groen springt en je over steekt komt er ook echt geen auto aan).

De laatste henro dagen

2 maart vertrok ik weer van het River and Mountain retreat. Voor me liepen de ‘twee Denen’, die ik al in de eerste week was tegen gekomen en daarna om de 3 a 4 dagen weer. Soms sliepen we in dezelfde ryokan. Het zijn jonge jongens, bergbeklimmers en bloed serieus in de tempels, ofschoon ze niets van het boeddhisme weten. (vertelden ze).

Ik zou ze deze dag nog 1x voor het laatst bij tempel 39 zien. Daar moest ik nog 6 km verder naar Sukumo lopen, ‘Will you walk with us a cross the Mountain?’ Vroeg er een. Omdat het stroomde van de regen had ik al besloten dit laatste stuk langs de weg te gaan.

Het is nu echt voorjaar en via een vernuftig irrigatie systeem staan in een mum van tijd de rijstvelden onder water.

Iedereen (de Japanners dan) juicht omdat er regen komt. Hoe droog alles staat is aan deze dam te zien, er kan tot 100 meter hoogte water staan, ooit bereikte het een hoogte van 94 meter. Het ziet er uit alsof het water nu nog geen meter hoog staat.

Jizo bij de toegangsweg naar Enko-ji, tempel 39.

De toegangspoort
De daishido hal (gewijd aan Kobo Daishi)

Het is een mooie tempel maar gezien het weer (het regende en waaide) en mijn ‘staat’ (ik had hier al 20 km gelopen), heb ik deze tempel vlug bekeken.

En dan eindig ik met deze twee lieve mensen. 6 weken geleden belde ik hen op om in mijn zeer gebrekkige Japans in hun minshuku te reserveren. En daar stond ik nu dus als een verzopen kat en klopte aan de deur. ‘Maruga’? Vroeg de man, en na mijn ja, ‘Oranda’ (vroeg hij nog, voor de zekerheid), werd ik als de verloren dochter binnen gehaald. Mijn poncho werd in de schuur opgehangen, mijn schoenen gevuld met kranten. En de kraan van het bad (40 graden, heerlijk voor de spieren) werd open gezet. Toen ik uit het bad kwam en hoopte het eten nog te kunnen halen, vroeg de vrouw of ik matcha thee wilde drinken. Ze liet me foto’s zien, ik dacht een verkooppraatje voor de buren die een matcha thee shop hebben. Ik had er geen puf voor.

De volgende ochtend na het ontbijt kwam ze aanzetten met een kom met matcha en het daarbij behorende kwastje waarmee je moet roeren. Ze wilde me dus alleen maar een kopje matcha thee geven.

Intentie, (zoals Niko van ZenAmsterdam altijd zegt) het gaat om de intentie. Intentie gaat nog boven hoe het is, of wat je ervan vind. Er gaat veel mis in de communicatie tussen mij (en ongetwijfeld iedere andere toerist) en de Japanner. Maar als de intentie er is dat we beide het goede, leuke enz willen en als de intentie er is dat we erop vertrouwen dat ‘de ander’ dezelfde intentie heeft…. Dan kom je ‘s ochtends met dat kopje matcha thee en dan drink je dat kopje, na het ontbijt (visjes, miso soepje, net geen rauw ei) op.

Deze voeten lopen door (hoop ik)

Mijn voeten stoppen nu (misschien voor nu, even) met de henro. Ik blijf nog een kleine veertien dagen in Japan, daarover later meer.

De wereld is weer schoon (gewassen)

Zaterdag 28 februari Na de hevige regen van gisteren leek de wereld weer als nieuw. Ik ben nog even terug gegaan naar tempel 37 en was daar ‘s ochtends heel vroeg. Er werd luid op de trom geslagen als begeleiding van het reciteren van sutra’s (die door al het lawaai nauwelijks hoorbaar zijn).

De vijver heeft de vorm van een mandala.

Illusie en/of werkelijkheid?

Ik kwam al snel weer aan de kust. Die er nu, met zo’n heel anders uitzag. Vanwege het weekend en mooie weer waren er al surfers op het water.

Afscheid van de oceaan.

Zondag 1 maart

Uit: de tuinman en de dood

Voor de avond bereik ik Ispahaan!-

…..Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t,

Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k  ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,

Die ik ’s avonds halen moest in Ispahaan.’

P.N. van Eyck

‘Wanneer hoorde jij van….?’

Ik zat met een kopje koffie op een bankje bij de Lawson en keek naar de laatste Nieuwsuur. (Van 12 uur geleden). Iran, Nederland, de Oekraïne het is hier allemaal verweg van me. Ik wandel in ‘een kleine wereld’ die heel groots is. Maar toen ik naar  Nieuwsuur keek, toen  was dit alles even heel dichtbij. Arme mensen van Iran, ik hoop dat het na dit al beter met ze zal gaan, maar vrees het ergste.

Ik moest vandaag de bergen weer in, naar een ryokan die ‘River and Mountain retreat’ heet.

De rijstvelden worden klaargemaakt

Ik liep 2 uur over een kleine weg door een prachtig gebied. 1 maal kwam er een tegenligger aan: een man op een racefiets, hij stapte af en we raakten in gesprek. Nederland dat kende hij wel: Mathieu v.d. Poel! En dan de Olympische spelen ….het schaatsen!

De weg volgde dit riviertje

Met telkens weer die beeldige boompjes.

Morgen vertrek ik naar Sukomo, onderweg de laatste tempel voor mij, Enko-ji. Overmorgen ga ik weer terug naar Tokushima, nu met de trein.

Onderweg naar tempel 38

Donderdag 26 februari

Een praktische oplossing

Voor de meeste Shinto heiligdommen moet je naar boven, de heuvel op. Op deze plaats, vlakbij de oceaan heeft dit heiligdom een extra taak gekregen, reddingsplaats bij een tsunami. (Zie het bordje links)

Kopje koffie onderweg

De eigenaar kijkt of het suddervlees aan de stokjes al gaar is. Er zijn momenten dat ik blij ben dat ik geen vlees eet. Maar de koffie was heerlijk.

Shinnen an: verborgen in een bamboebos ligt een rij Jizo beeldjes. Dit is ter ere van Shinnen an. Shinnen an leefde in de 17e eeuw, hij maakte de tocht ruim 20 keer, beschreef de route in de eerste gids en zette honderden stenen richtingaanwijzers langs de route. Zo maakte hij de henro voor een groter publiek toegankelijk.

Weer terug bij de zee

Ik slaap vanavond in een bijzondere minshuku. In eerste instantie maakte hij een vervallen en oude indruk. (En dat is hij ook). Maar toen ik naar de kamer liep waar het eten werd geserveerd zag ik de keuken.

Een muur vol met osamefuda

Osamefuda zijn ‘name slips’, ik weet er geen Nederlands woord voor. Het is een strookje bedrukt papier waarop je je naam schrijft en bij de tempel in een daarvoor bestemde pot gooit, als ‘bewijs’ voor je bezoek. Ook geef je het aan mensen als dank voor hun osetta gift en je kunt het als een soort visitekaartje gebruiken. De kleur is afhankelijk van het aantal keren dat je de henro hebt gelopen.  Zo staat rood bv voor 7 tot 24 keer, en goudkleurig voor 50 tot 99. Ik heb thuis osamefuda van brokaat, dit hoort bij meer dan 100 keer……..

Er hing nog meer aan de muur:

De man rechts van de vrouw vooraan is een ‘beroemdheid’, hij schreef de Japanse gids. Dit boekje wordt soms met enige afgunst door ons westerse henro bekeken omdat er veel meer (en goede) adressen in staan. Dat merk je opeens als je een paar dagen met Japanners loopt.

De dracht van vroeger. (Er staat helaas geen datum bij)

Vrijdag 27 februari

Gewapend met twee rijstballen en een banaan ging ik verder op weg. Er was regen voorspeld dus had ik de regenkleding maar alvast aangedaan. Na ongeveer 2 uur begon het te regenen, het begon zachtjes maar het ging steeds harder. Bij Kongofukuji aangekomen stortregende het.

De poort van Kongofukuji

De poort heeft een bijzondere naam: Oostelijke Potalaka Poort. Als je door deze naar binnen gaat kom je in het gebied dat het hechtst verbonden is met de wereld van Kannon.

De schildpad is beschermheilige en symbool van een lang leven. ik heb vlug wat foto’s gemaakt en ben doorgelopen naar de minshuku, die gelukkig heel dichtbij is.

Daar ‘mocht’ ik alleen binnenkomen als ik mijn natte regenkleren  buiten aan de overdekte waslijn hing. Daar zat ook een enorm dikke kat. Een ‘obesitas neko’ (obesitas kat) zei ik tegen de eigenaar die met zijn armen vol met spullen van mij stond (camera, bril, telefoon, handtas) te wachten tot ik mijn regenbroek uit kreeg. Hij begreep het niet, of wilde het niet begrijpen…

De maaltijd, aan tafel zitten een japanse en een taiwanese vrouw en een japanse man en ik. De tweede dames gaan door tot 88, de man tot 40.

We hebben hoofdzakelijk goede (lees lekker eten) ryokans uitgewisseld, want dit is er zo een.

Buiten bleef het regenen. Maar binnen…

rainy weather

In de henro groep op Facebook was het al gemeld, vanaf gisteren 4 uur zou er een enorm regengebied over de zuidkust trekken. En zo heeft het vannacht ontzettend hard geregend. Vanochtend was het al minder, voor Nederlandse begrippen: noodweer: code rood, voor Japanse begrippen: een pittige regenbui.

Miroo, de eigenaresse van Ohaana inn

Als afscheid neemt Miroo twee polaroid foto’s, één voor zichzelf (de foto’s van alle henro gasten hangen aan een waslijntje aan de muur) en één voor mij. Miroo heeft een tijd in Kameroen gewoond, vandaar haar schort met een Afrikaanse print. Gehuld in plastic ging ik op weg. Ik twijfelde of ik de trein zou nemen, maar toen ik eenmaal liep, was dat eigenlijk heel fijn, zo in de regen te lopen. Ik moest naar Shimanto, het was maar 21 km, zonder glibberige paadjes.

De zee roert zich

Foto’s nam ik snel met de telefoon. Het is niet goed te zien, maar de golven hebben witte, schuimige koppen.

Ik loop weer langs een populair surf gebied, wat aan de winkels en koffietentjes is te merken. Zo zag ik een winkel die ‘Robust surfing’ heet en deze surf gallery.

De balletjes…

Elke keer als ik deze boom zag, wilde ik een foto maken van die balletjes tegen die strak blauwe lucht. Maar het kwam er niet van. Maar de balletjes met regendruppels zijn ook mooi.

Inmiddels is het droog geworden. Door al die regen stroomt er veel water door de rivieren.

Panta rhei – Alles stroomt

Door de regen hangt er een nieuwe energie in de lucht. Zelfs dit water lijkt zich te haasten te stromen, stromen naar de oceaan. Het doet me denken aan de blijdschap in India als de moesson begint. De regen die komt, de zon die opkomt, het geeft energie aan het leven.

Panta rhei…… alles stroomt, alles is in beweging, alles veranderd, niets blijft. Het boeddhisme zegt het zo, annica…de vergankelijkheid, alle dingen en ervaringen veranderen voortdurend, ze hebben geen vaste kern en zijn onbestendig. Alles ontstaat en vergaat.

Takoyaki

In Shimanto aangekomen liep ik door de overdekte hoofdstraat. Hier volgde een groepje dames ‘Japan in beweging’.

Vanaf hier, in Shimanto moet ik nog 5 dagen lopen naar Sukomo, waar ik met de henro ga stoppen.

Heel Shikoku

Rechts ligt Tokushima, met daarboven Naruto, waar de Henro begint. Via Kōchi ben ik nu in Shimanto.

Dit is een print van de henro helper

Hierop staan de tempels (zwarte stip), de slaapplekken en de routes.

Vanaf Shimanto, daar ben ik nu (bij ‘measure’) ga ik in 2 dagen (39 km) naar tempel 38, Kongofuku-ji, helemaal rechts onder in. Vandaar loop ik om de kaap heen, sla rechts af en ga dan weer langs de kust terug tot ongeveer halverwege (20 km). Daar sla ik ‘linksaf’ naar ongeveer het midden van het kaartje (24 km) en tenslotte loop ik naar de zwarte stip links boven, daar ligt tempel 39 Enko-ji in het plaatsje Sukumo. Tempel 39 is de ‘grenstempel’ naar een nieuwe provincie en een nieuwe ‘dodo’. Hierover later meer. En daar stop ik wat betreft de henro.

Iwamoto-ji, tempel 37

Maandag 23 februari vertrok ik voor een tocht door de bergen, het ging 8 km omhoog, en daarna 8 km naar beneden. Het hoogste punt, op zowaar een pas lag op 400 m. Het zicht was heiig, op de foto is helaas niet te zien hoe mooi het landschap is.

Onderweg passeerde ik een winkel waar pompelmoes te koop lag. Deze vriendelijke mensen wilden me er 4 geven, ik wist dit tot 3 terug te brengen, waarvan ik er 1 ter plaatse op at. De 2 (zware, want ze zijn groot) andere heb ik  verder mee genomen (en ook alweer opgegeten).

De hoofdhal van Iwamotoji

Vandaag sliep ik in tempel 37, Iwamotoji.

Deze tempel staat erom bekend – en gaat er prat op- dat hij een bijzonder plafond heeft. En bijzonder is het. In 1973 werd de 200 jaar oude tempel gerenoveerd en werden er 575 schilderingen door ‘het publiek’ aangeboden. De beelden van bloemen en vogels vormen zo een mandala op het plafond.

Marilyn Monroe

Het bleef echter niet bij bloemen en vogels, er hangt een afbeelding van Marilyn Monroe en ook Maria hangt er, zo wees een man met (met een ironische glimlach) me aan. Zo werd het, zo denk ik, een mandala van de echte werkelijkheid.

Boeddha onder de schilderingen
’s Ochtends om 6 uur

Dinsdag 24 februari werden we (6 gasten) ‘s ochtends om 6 uur uitgenodigd voor een dienst. De buitenkant van de hoofdhal was prachtig verlicht. De dienst bestond uit het reciteren van sutra’s gevolgd door de Hartsutra, die energiek door de monnik op de trom begeleid werd.

Hierna kregen we het ontbijt.

En daarna liep ik de poort uit, weer verder

Er werd regen voorspeld vandaag, dit begon gelukkig pas toen ik al binnen was. Het was heel bijzonder zo de hele dag buiten te zijn en te voelen hoe het weer veranderde.

‘s Ochtends nog helder en warm

Het haventje van Tosa

‘s Middags veranderde het weer, de lucht werd vochtiger (helaas bleef mijn haar zo steil alsof het kurkdroog was) en het zicht op de bergen in de verte werd steeds minder.

‘Badplaats in de winter’

Ik kocht nog een portie takoyaki en at het op op een soort terras met uitzicht op het water.

Na nog een uur was er bijna niets meer te zien en net op tijd was ik op mijn slaapplaats, zojuist om 4 uur regende het even.

Weer verder.

Minshuku Kōchi ya

21 februari verliet ik al vroeg (7.15 uur) de minshuku, waar ik nu voor de derde keer had geslapen. Er was weinig veranderd, behalve dat er bij het bad een briefje hing dat je het badwater niet mocht laten weglopen. Je wast je immers voordat je het bad ingaat. Ook kun je nu kiezen of je het ei bij het ontbijt rauw (gebruikelijk) of gekookt wilde.

Rechtsonder staat een klein jong bokje

Ik liep vandaag regelmatig door kleine dorpen, met soms vreemde installaties in de tuin.

Je kunt maar beter op tijd zijn

En alweer ging het over een enorm brede rivier, zonder water.

Stug volhouden? Wachten op beter tijden?

Ik dacht ‘even’ Kiotaki-ji te bezoeken en was geheel vergeten dat hij op een heuvel lag. Het werd dus stevig door klimmen en dat niet ‘even’.

Met als slot: de trap!
En het was schitterend daarboven

Ik moest nog een flink eind door, heb nog even aan de optie bus gedacht (maar die vertrok erg laat), dus heb weer een nieuw persoonlijk record gevestigd, waarvan ik hoop deze afstand niet nog een keer te moeten afleggen.

Het dorpje Shiokaze

Daar sliep ik vannacht, in een van de huizen direct aan het water. Er ligt nog een stenen dijk als bescherming tegen het water, nauwelijks 1,5 meter hoog, maar als er weer een tsunami zou komen, is dit zo kwetsbare dorpje in een paar tellen verdwenen.

22 februari bracht de eigenaresse van de ryokan me over de (alweer een lange) brug terug naar iets vaster grond. Ze wilde precies om 6.40 uur vertrekken zodat we op tijd bij ‘haar plekje’ zouden zijn om de zon te zien opkomen. Ze vertelde dat ze hier elke dag naar toegaat. Wat een prachtig begin van de dag.

Ik was van plan de oversteek met de ‘ferry’ te doen. ‘Ferry’ is een groot woord, het is een van de bootjes die zo vredig in de opkomende zon liggen te wachten. maar op zondag vaart hij niet. Dus dan maar lopen, 8 km extra.

Met alweer prachtige vergezichten

Ik ben nu bij bekkaku 5, Daizen-ji. Hier is dus echt niets veranderd.

Ik geloof dat ik vorige keer precies dezelfde foto heb gemaakt

Ryokan Yanagia

Een zalige ryokan, pal tegenover de tempel. Hieronder een kijkje in mijn kamer: aan de lamp hangt een touwtje, door eraan te trekken, zet je het licht in mindere stand. De derde stand is een heel zacht licht. Net genoeg om ‘s nachts de wc te vinden.

Achter de deur rechts boven is een wasbak met toebehoren en een wc (erg luxe, deze privé zaken). De tafel staat op een kleed, waarschijnlijk om de tatami matten te beschermen. En er staat een stoeltje, waarvan de zitting op de grond staat. (Het blijft dus met moeite opstaan, maar je kunt wel lenen…)

De witte schuifdeur kan dicht, daarachter begint de slaapkamer.

Het bed is al opgemaakt, soms moet je dit zelf doen. Je ligt op een mat op de grond, als hoofdkussen vaak een kussentje gevuld met rijst. Achter de witte deur liggen meer matten.

Apart, niet op de foto is een kastje met theespullen en een waterkoker.

En nu is het tijd om te eten. En dat is hier ook zalig.