Wandelen, altijd maar door

‘Zoals het de wandelaar vergaat, voor wie zijn wandeling geen einde vindt, omdat er achter elke kleiige duinenrij die hij heeft bereikt, nieuwe verten naar nieuwe kliffen lokken.’

Thomas Mann (uit: Jozef en zijn broers)

Eremita Augusta – Merida

Eremita Augusta werd 25 v Christus gesticht door keizer Augustus. De stad groeide snel uit tot 1 van de belangrijkste steden van het Romeinse rijk en werd in 713 veroverd door de Moren en werd Christelijk in 1230. Er zijn enorm veel prachtige Romeinse monumenten en bezienswaardigheden bewaard gebleven.

Het Romeins museum.

Ik weet niet wat ik mooier vind: het gebouw, de collectie of de combinatie hiervan: het samenspel van museum en inhoud.

De stad werd van water voorzien door vier grote aquaducten.
Het theater.

Alles is ontzagwekkend groot en na die 2000 jaar van bestaan nog prachtig.

De tempel van Diana.

Het gebouwtje achter de tempel is half over de tempel gebouwd door de ridders van Santiago. ‘Volgens de esthetische normen van die tijd’, staat er bij op een bordje.

De basiliek van Eulalia.

De basiliek is uit de 13e eeuw en is gewijd aan de martelares Eulalia, een jonge christelijke vrouw die (in de 3e eeuw) weigerde de Romeinse goden te aanbidden. Ze is de beschermvrouwe van de stad.

En ja…daar is ‘ie weer: een afbeelding van Santiago in de basiliek.

En vandaag is het 1 mei, wij hebben nog een dag in Merida en hebben vooral rondgeslenterd en op terrasjes gezeten.

Op de Plaza d’Espagna,
Daar was enkele uren later de 1 mei bijeenkomst,

En we liepen over deze brug naar de overkant van de rivier, waar het busstation is. Daar vertrekken we morgenochtend om 10 voor half 6 met de bus naar Malaga. Ik ga nu dus maar ‘ns pakken.

Aankomst in Merida.

Gisteren stonden we om 13.13 uur op de Romaanse brug in Merida.

Aangekomen!

Na voor de laatste keer een ontbijtje ‘in de bar’ vertrokken we om 8 uur uit San Pedro de Merida.

De bar van hostal Kavanne.

Halverwege de ochtend bereikten we het plaatsje Trullijanos waar een Santiago kerk bleek te staan uit de Reconquista tijd.

En toen wandelden we voor de allerlaatste keer door de olijfgaarden.

Heel in de verte ligt Merida.

Bij de binnenkomst van Merida moesten we eerst door een industriegebied en daarna door woonwijken lopen. De natuur was voorbij, dat was duidelijk!

Op een kruispunt tussen al het lelijks stond een beeldig kerkje.

We zijn direct door gelopen naar de Romeinse Brug (de langste Romeinse brug in Spanje, 800 meter). Dit is het ‘officiële’ eindpunt van de camino mozárabe. Na de foto door de drukke binnenstad naar het hotel. Douchen! De rugzak uitpakken! We zijn er!

‘s Avonds trakteerde Mariet op een heerlijke ‘we hebben het verdiend’ maaltijd de Parador. Op weg ernaar toe passeerden we de tempel van Diana. (Merida staat vol met Romeinse resten). Voor de tempel was een podium waarop een ‘dansvoorstelling’: keiharde beatmuziek waar jonge kinderen op hip-hopten. De tempel was hel verlicht,

Van ‘uit de tijd’ terug in de wereld van anno nu.

Santa Amalia

Wij zijn vandaag, woensdag 27 april in Santa Amalia aanbeland. In Nederland is het Koningsdag, in Utrecht vrijmarkt en hier, in Santa Amalia heerst de siësta rust, zelfs de bars, zelfs de bazaars (nog erger dan de Action, vol met snoepjes en Chinese spullen en dito verkopers) alles is dicht. Met de man van het hostal veel spraakverwarring. Bij aankomst was het hostal dicht, dus naar de bar ook gelegen aan de Plaza dEspagna. Na een kopje koffie en een servezza weer naar het hostal, hierbij bleken we gevolgd door de man van de tap, hij coördineerde ook het hostal. Na uitrusten, douchen en telefoon opladen wilden we wat eten (meestal halen we de middagmaaltijd die vaak tot 4 uur mogelijk is). Hier in deze bar kwamen we 5 minuten te laat. Eten kon ‘s avonds weer na half 8. Het hele, doodstille dorp door op zoek naar iets te eten. Na vragen bleek dat er bij het zwembad (waar nog geen water in zat) iets te eten was. Daar was de keuken ook weer net dicht, maar ze wilden wel een broodje maken (als ze zelf klaar waren met eten). Maar wij blij. Terug bij het hostal konden we er niet in. (Hadden alleen zo’n modern kaartje). Dus de man uit zijn siësta gebeld. Het kaartje bleek ook de hoofddeur te openen. We zijn ‘s avonds nog even naar ‘onze bar’ gegaan voor een kopje koffie met iets kleins, en daar was een keurig tafeltje voor ons gedekt. Toen toch maar een gang van het menu besteld.

We zijn vanochtend om half 8, na het ontbijt uit Santa Amalia vertrokkenen en bedachten dat we op deze wandeltocht toch wel erg veel van het eenvoudige, niet toeristische boeren leven in Spanje mee konden maken. Het echte Spanje dus.

Het fort van Medellin.

Maar nog even gisteren: Vanochtend passeerden we juist rond koffietijd Medellin. Een woord dat allerlei associaties oproept. Zoals bv drugs.

Het Colombiaanse Medellin, bekend van de drugskartels, heeft een evenknie in Spanje. Nee, dat moet natuurlijk andersom, het Zuid-Amerikaanse Medellin is een kopie van het Spaanse. Gelukkig geen drugs in de Spaanse versie (alhoewel ik vanmiddag wel iets dacht te ruiken) maar Romeinse resten en kerken. (Het liefst allemaal bij elkaar). En gelukkig de koffie natuurlijk.

Romeinse resten en zicht op Medellin.
Ooievaars op het dak van de Santa Cecilia kerk.

In Medellin staat ook een standbeeld van Hernan Cortes, de kolonisator van Mexico.

Met het kruis in de hand…..Daar staat hij in volle glorie, hij is nog niet gecancelled, en van het woke gebeuren is hier zo te zien ook nog geen sprake.
Hernan kijkt uit op het gemeentehuis, hier hangt een spandoek ‘stop la guerre’.

Ik heb een kleine wandeling door het ‘archeologische park’ gemaakt. Een rondleiding was hier mogelijk. Met korting voor pensionades. Echter, ik moest er 25 minuten op wachten en de uitleg was in het Spaans. Dat zou niet opschieten, ik ben zelf maar wat gaan kijken.

De Santiagokerk.

Deze kerk staat dus ‘onderaan’ het Moorse fort en naast het Romeinse theater, alweer een vierkante kilometer vol geschiedenis.

Romaanse brug?? (en ook de rivier is er niet)

Deze brug is niet de echte Romaanse brug, de resten daarvan liggen ernaast (om onduidelijke redenen niet te zien). De rivier staat bijna helemaal droog.

Een koninklijk pad.

Ofschoon het zojuist nog even regende zagen we onderweg al veel droogte en veel pogingen het land vochtig te houden. Door de klimaatveranderingen wordt dit gebied in het zuiden van Spanje steeds meer woestijn. Een korte periode is alles groen en bloeien de bloemen uitbundig. Wat een geluk daar tussen door te lopen, elke dag weer.

We liepen een groot stuk over een cañada. Daarnaast is al heel lang geleden een waterleiding aangelegd. Deze stond ook droog.

Maar gelukkig nog wel veel bloemen.
Bloempje van deze dag, ook op droge grond.

Donderdag 28 april, bijna de laatste loodjes……liepen we naar San Pedro de Merida (We zijn dus vlakbij Merida, nog ongeveer 16 km te gaan). Dit keer had het pad niet de schoonheidsprijs. We waren er al voor gewaarschuwd, ruim 2 km langs een doodenge snelweg.

Het eerste stuk ging nog langs boerenland. Veel boomgaarden en graanvelden.

Amandelbomen.

Halverwege passeerden we het dorpje Torrefresneda, hier zou volgens de boekjes en berichten niets zijn (geen winkels, geen bar), maar er was dus wel een bar, naast een moderne kerk. En er bleek ook een winkel met de meest basale levensmiddelen. Er lagen allerlei broden, deze waren al gereserveerd, ik kon alleen een stokbrood en wat kaas kopen. en het smaakte heerlijk.

Een prachtig oud kruis voor een (lelijke) nieuwe kerk.

Hierna liepen we op een pad langs de snelweg (ipv langs de vangrail op de snelweg) helemaal naar San Piedro de Merida.

En daar slapen we voor de laatste keer in een pelgrimshostal. En hier ‘haalden’ we de middagmaaltijd nog wel. We aten kikkererwtensoep met vis en spinazie en daarna pasta met tomaten en tonijn. Het echte Spanje. En het smaakte heerlijk.

Bloem van deze dag.

Van Campanario naar Don Benito

Daar doen we ook heerlijk 2 dagen over. Bij het vertrek uit Campanario liepen we door het kleine centrum. We sliepen in een soort buitenwijk, het centrum bleek veel leuker dan gedacht.

Zo loop je door een straat en zo, in een tel, ben je buiten de stad.

En daar liep een kudde schapen langs de snelweg.
Met een herder.

Direct eigenlijk al zagen we heel in de verte Magacela liggen, het ligt tegen en op een steile heuvel, die eenzaam in het bijna lege landschap ligt.

Nog 10 km te gaan.
Nog meer schapen op de weg.

In Magacela slapen we in een casa rural, dit ligt aan de voet van de heuvel. We hebben hier een zitkamer, een keuken, een slaapkamer en een grote binnenplaats. Maar ja, hadden we eten meegebracht? We dachten dat er wel een bar en/of restaurant zou zijn, daar wilden we desnoods die heuvel wel voor beklimmen, maar al snel hoorden we dat er niets in het dorpje was, alleen 1 sparwinkel helemaal boven op de top. Gelukkig wilden de eigenaren ons met de auto naar boven en daarna naar beneden brengen en zo konden we boodschappen doen. Bij het casa terug kregen we ook nog heerlijke sla uit de moestuin en zo hebben we deze avond heerlijk buiten gegeten.

Dinsdag 26 moesten we dus echt de heuvel beklimmen. Je wordt er in ieder geval wel wakker van, direct zo’n inspanning. Magacela was ooit een Moors plaatsje (helemaal op de top staan de resten van een Moors fort) en de invloed hiervan is nog op de huisjes te zien.

Langs de weg liepen we aan de andere kant van de heuvel weer naar beneden naar La Haba.

Ingenieuze skatebaan naar de kerk.

Hierna ging het weer over een lege vlakte naar Don Benito.

Lunch pauze.

In Don Benito slapen we in een push hotel, niet echt zo’n hotel waar je met een rugzak en op bergschoenen naar binnengaat. Maar dat deden we. En er is een zwembad………….maar dat was dicht. (Daar ging mijn zwemdroom). Maar de luxe hier is even erg fijn. En er is een ontbijtbuffet, hiermee kan ik mooi de psychische resten van die ontzettend vieze bar met het kleffe brood en dito barman van gisteren in Campanario verwerken.

Straatbeeld in Don Benito.

In de blogs en boekjes die we lezen (en gebruiken) komt Don Benito er bekaaid van af. Men loopt er snel doorheen. Ik ben vanavond even ‘de stad in geweest’ en vond het allemaal wel mee vallen. Het is een plaatsje met ‘intrinsieke motivatie’. En er was weer leven op straat! Buurvrouwen die met elkaar de laatste roddels doornemen, spelende kinderen, drukke bedrijvigheid op straat en terrasjes, veel terrasjes. En een Santiagokerk! (werd ook niet in die gidsjes genoemd). Er stond een deur open dus ik op zoek naar het beeld en iemand met een stempel. Tja, er zat een groepje mensen in een kring in de sacristie in gesprek, dus ik wilde hen niet storen en er zou een beeld van Santiago staan, maar daar hing een doek voor. Ingestort? Uitgeleend aan een tentoonstelling? Op renovatie? We zullen het nooit weten.

Op zoek naar Santiago in de donkere kerk.
De Santiagokerk op de Plaza d’Espagna.

En het houdt niet op, elke dag weer nieuwe bloemen.

Bloem van de dag.

De zon is weer terug.

Gisteren ochtend om half 8.

We zijn gisteren om 7 uur vertrokken uit Monterubbio omdat het weerbericht meldde dat het tot 12 uur droog zou blijven. Het was echter de hele dag droog, sterker nog, ‘s ochtends nog veel wolken en ‘s middags weer een mooie blauwe lucht met hier en daar een wolk.

Onderweg naar Castuera kwamen we een Franse man tegen met wie we een stukje opliepen. Hij maakt tijdens zijn tocht van Almería naar Salamanca elke dag een beeldige aquarel. Op de Facebook pagina van de Franse amis van de camino Mozarabe komt zijn werk herhaaldelijk voor. Wat leuk om hem te ontmoeten en later aan het werk te zien.

In de herberg van Castuera, pelgrim Andre aan het werk.
Castuera.

In Castuera sliepen we in de pelgrimsherberg. De herberg is nieuw: 2 ruimtes met elk 2 stapelbedden, 2 badkamers met 2 douches annex w.c. en een grote keuken met tafels en stoelen. De sleutel moesten we ophalen bij de politie. Nadat we in de herberg de rugzak hadden neergezet (en de onderste bedden hadden ‘gereserveerd’) gingen we op zoek naar iets te eten. Castuera was uitgestorven. Wat een dode, stille, zielloze dorpjes komen we deze laatste dagen tegen. Na een uur rond zoeken kwamen we terecht bij het zwembad waar een restaurant bij was. Daar gegeten, we hadden sterk de indruk dat toeristen (buitenlanders, pelgrims?) een andere behandeling krijgen dat de gemiddelde Spaanse gast. We liepen terug langs de Spar, waar we brood, beleg en aqua…. liters aqua kochten voor de avondmaaltijd en het ontbijt. Bij terugkomst bleken er twee nogal chagrijnige Franse dames te zijn gearriveerd, ja, zij moesten de stapelbedden beklimmen.

Dit is ook Spanje.

Ik ben ‘s avonds voor de boodschappen voor de volgende dag op zoek gegaan naar de Dia (een Spaanse AH) en vond hem natuurlijk weer niet. Ik vroeg de weg aan de oude vrouw (je ziet erg weinig mensen op straat). ‘Dia?’ Ze begreep me niet en haalde haar man erbij. Hij bleek Duits te spreken, hij had 8 jaar in Keulen als gastarbeider gewerkt en bracht me al herinneringen ophalend naar de Dia.

Vandaag, zondag 24 april (waar blijft de tijd….) liepen we van Castuera naar Campanario. Alweer een plaats om niet naar terug te verlangen.

We lopen door een wijd, leeg landschap.

Het was een prettige wandeling, niet te lang 20 (of 24 -het is telkens onduidelijk wat de juiste afstand is-) km, niet te veel stijgen of dalen en een heerlijke zon, precies goed wandelweer.

Honderd tinten groen.

In Campanario slapen we in een casa rural. Voorzover je daar hiervan kunt spreken staat dit in het centrum van het plaatsje. Er blijkt ook een restaurant te zijn in Campanario (te weten 1 restaurant en 1 bar). Hier hebben we heerlijk gegeten. De bar gaan we morgen zoeken voor het ontbijt.

‘Gelukkig’ was de tv aan in restaurant Seneca en gelukkig dit keer niet met stierengevechten.

Andre zat ook op het terras, dus als afsluiting nog wat moois van hem.

Van de zon in de drup

En wat voor drup. Vandaag regende het de hele dag, dan weer hard, dan weer zacht, maar altijd gestaag.

Hinojosa del Duque.

We vertrokken gisteren met zon en een strakke blauwe lucht uit Hinosoja. Omdat het een lange etappe is, hadden we ook deze in tweeën gedeeld. Mariet had belde met het hotel van de volgende dag om een taxi voor een afhaalpunt af te spreken, toen de eigenaar heel aardig aanbood ons na 20 km bij een punt waar het pad een weg kruist op te pikken. ‘Hij reed er toch langs’.

We liepen deze dag door een vlak gebied met veel landbouw en veel bloemen.

We moesten weer een brede stroom over, de bodem was glibberig en lag vol stenen. Hiervoor heb ik ‘waterschoenen’ (plastic sandalen van van Haren) bij me. En zo kost een stroompje veel tijd: bergschoenen en sokken uit trekken, soms de stokken van de rugzak losmaken en langer maken (en vastdraaien…..anders zak je nog het water in), de waterschoenen en handdoekje uit de rugzak halen en aantrekken. En dan zo opgetuigd het koele water in. En je weet nooit wat deze toekomst brengen zal. Aan de overkant hetzelfde ritueel maar dan in andere volgorde. Bijkomend punt hierbij: hoe houd je de voeten schoon, want na het afdrogen moet je direct de sok en schoen aan, erop gaan staan geeft weer zand en modder aan de voet. Het handigst hiervoor is een goede grote steen om op te zitten, maar die ligt helaas niet overal klaar. Mariet was deze keer in het gras aan de oever gaan zitten. Toen er plotseling een hond verscheen. Even later riep een man de hond terug. Ik stedeling uit een andere wereld dacht dat de man de hond uit liet, maar al snel bleek dit niet het geval. Er kwam namelijk een grote kudde schapen en geiten aan en deze dreigde over Mariet heen te galopperen. Gelukkig wist de herder ze langs haar heen te leiden, hierna renden de beesten (waarschijnlijk net zo geschrokken als wij) snel weg.

Mariet maakte deze aktie foto.

Hierna ging de wandeling deze dag heerlijk rustig in de zon, met prachtige vergezichten door. We kwamen een kwartier voor de afgesproken tijd op de plaats aan.

Onderweg velden vol bloemen.

We sliepen deze nacht in Monterrubio de la Serena in een erg leuk hotelletje op de Plaza de España tegenover de kerk.

En vandaag, vrijdag 22 april zouden we eigenlijk het tweede deel van de wandeling doen, maar het weer is voor de zoveelste keer weer helemaal omgeslagen. Het is koud (we hebben de airco op warm gezet) en het regent. En we horen van sneeuw in Spanje…maar zo erg is het gelukkig bij ons nog (?) niet.

Vanochtend, kleumend wachten op het ontbijt.

Ik wilde toch de 12 km van de tweede helft lopen, dacht anderhalf uur heen langs de weg en daarna weer terug. Gehuld in plastic ging ik op pad. Drie maal stopte er een auto met de vraag of ik een lift wilde, en na de derde keer ben ik maar weer terug gegaan. Zo werden het slechts 10 km deze dag.

Weer terug in Monterubbio de la Serena.
Bloemen van gisteren.

Omdat de geslachten veroordeeld

tot 100 jaar eenzaamheid geen tweede kans krijgen op aarde.

Alcaracejos.

We sliepen twee nachten in Alcaracejos en zo kon ik het dorpje uitgebreid bekijken. We lopen deze dagen door een gebied met stille, half verlaten dorpjes waar veel huizen verkrot zijn en/of te koop staan. Het doet me allemaal erg denken aan de dorpjes uit de boeken van Gabriel García Marquez.

In de bar hing een affiche van een tentoonstelling van vrouwen die naar Santiago waren gelopen, deze tentoonstelling was in dit kerkje. Het waren mooie foto’s van krachtige vrouwen. Ze liepen met? tegen? borstkanker (ik begreep natuurlijk weer niets van de tekst).

Wij moesten gisteren dinsdag 19 april, nog de 2e helft van de lange etappe lopen, het was luxe zo zonder rugzak. En alhoewel het koeler was, was het nog…. heerlijk wandelweer.

Het landschap is erg veranderd. We lopen door een brede vallei met veel landbouw en veeteelt.

Er waren weer de nodige stroompjes over te steken.

En vandaag, woensdag 20 april liepen we van Alcaracejos naar Hinojosa del Duque. Het weer is vannacht omgeslagen, we liepen de 21 km bijna helemaal met tegenwind en in de regen. Na 3 km kwam er een dorpje waar we de bar niet konden ontdekken, (het had wel een beeldige kerk, maar geen foto ivm de regen). Na 10 km was er gelukkig weer een dorpje met bar, waar we koffie dronken en een croissant aten (maar was deze oud? Te snel uit de oven? Nog niet gaar? Hij bleef in mijn maag de rest van de dag erg aanwezig)

Door heel Spanje lopen deze Canadá’s, dit zijn brede zandwegen waar het vee twee keer per jaar over trok, als ze van de winterweiden en zomerweiden wisselden. En wij liepen er nu over, in de regen.

Steeneiken.

Zo liepen we langs eindeloze velden met steeneiken, afgewisseld met graanvelden.

Graansilo’s.

In Hinojosa staan deze graansilo’s. Ze zijn niet meer in gebruik, het zijn nu monumenten. En ze zijn prachtig.

Hinojosa del Duque.
Boom van deze dag.

Wij lopen verder

Van Villaharta naar halverwege Alcaracejos

Het is 35 km lopen…..klimmen en dalen, dus we doen dit traject in 2 dagen.

Half 8 ‘s ochtends, uitzicht vanuit Villa Harta.

Het was prima wandelweer (‘s ochtends vroeg…later werd het weer erg warm) en we moesten direct veel stijgen. En dit dan ook nog op de verkeerde berg. Daar ging het echt steil omhoog, maar boven aangekomen zagen we geen gele pijlen (die door heel Spanje de routes naar Santiago aangeven). De gps gaf aan dat we wel op een pad zaten maar niet op het goede. Dus weer terug naar beneden, naar de rivier die we zojuist waren overgestoken.

Het ziet er eenvoudiger uit dan het was.
Hier klimt Mariet op de verkeerde berg omhoog. De foto laat niet duidelijk zien hoe steil het was.

Beneden aangekomen zagen we gelukkig direct het goede pad dat op een andere berg omhoog ging. Daarna moesten we gedurende de volgende 4 uur klimmen en dalen tot we op de plek kwamen waar een afslag was naar de weg. (Dit bij de steen die aangaf dat het nog 18 km te gaan was, gelukkig hadden we deze informatie op een blog van een andere pelgrim gelezen). Toen we deze afslag waren afgelopen kwamen we bij ‘het monument’, dat staat bij de snelweg naar Cordoba.

Raíces de los Pedroches.

Aurelio Teno maakte dit beeld ‘de wortels van de Pedroches’ ter herinnering aan de gevallenen in de Spaanse burgeroorlog. In dit gebied Pedroches (betekenis vallei en ook graniet, steen) vond in 1937 een belangrijke veldslag plaats bij het plaatsje Pozoblanco waarbij de Republikeinen stand hielden en de troepen van Franco zich moesten terugtrekken. De dictatuur van Franco werd pas eind 1939 in dit gebied ingevoerd.

Uit Spaanse literatuur en documentaires weet je dat de Spaanse burgeroorlog nog altijd aanwezig is. Als buitenlander hier merk je daar weinig van. Tot je plotseling op zo’n beeld stuit. We lopen dus door een gebied waar de Republikeinen (in het Franco gezinde zuiden) lang ‘als graniet’ stand hielden.

Ik had al zo’n vermoeden van een republikeins gebied toen ik gisteren in Villaharta het straatnaambordje met de naam Antonio Machado ontdekte en een oudere bewoner mij glunderend aankeek toen ik de naam uitsprak.

Op deze plaats hebben we naar een taxi naar Alcaracejos gebeld, die na 15 minuten kwam. Hoe eenvoudig is het lopen anno 2022……….je volgt de route via de gps op de telefoon (ook handig om te zien dat je op de verkeerde berg staat) en als je een taxi nodig hebt om je uit the middle of nowhere te halen dan bel je even. Alleen de voeten die zijn niet meegegaan met de ontwikkelingen richting nieuwe tijd: ze zijn nog steeds vermoeid en doen pijn na 20 km lopen. Maar dat van die telefoon? Wat een gemak!

In een kwartier waren we ‘thuis’ in hostal ‘Tres Jotas’. Daar bleek net zoals in het hele dorp alles gesloten te zijn. ‘Een feestdag’, ik weet nog niet welke, 2e Paasdag wordt hier niet gevierd. Vanochtend als ontbijt een geroosterde boterham met olijfolie, als lunch een droog wit broodje en nu als avondeten een bocadillo (broodje) kaas in de bar van een benzinepomp 2 km verderop. Het was een brooddag vandaag.

Er waren weer veel bloemen deze dag.

Ook op de verkeerde berg.

En werd er nog gewandeld?

Cordoba, 16 april, half 8 in de ochtend.

Omdat het een warme dag zou worden zijn we na een ontbijt om 7 uur vroeg op weg gegaan. Cordoba was leeg en stil.

Over deze brug verlieten we de stad.

Het was weer heerlijk in de natuur te zijn met het enige geluid het fluiten van de vogels. Deze dag liepen we 20 km naar Cerro Muriano. Het landschap waar we door liepen was helemaal veranderd. Er stonden geen olijfbomen meer maar loofbomen en er groeiden enorm veel verschillende bloemen.

Het eerste stuk ging nog redelijk plat, maar daarna ging steil omhoog.

Veel bloemetjes van de dag dit keer.
In de verte ligt in de diepte Cordoba.
Dicht bij de grond, een ‘bergbloemetje’.

We waren al om 2 uur bij ons Hostal van deze dag. En daarom hebben we daar direct op het terras heerlijk gegeten. Het leek wel vakantie……..

Vandaag, 17 april liepen we weer 20 km verder naar Villaharta. Voor de zekerheid maar weer vroeg, om 7 uur vertrokken. Na 2 km lopen zou er een benzinepomp verschijnen die 24 uur open is en waar we wilden ontbijten. We hebben echter geen benzinepomp gezien. Dus de 2 bananen voor onderweg maar als ontbijt opgegeten.

Er stond een prachtige maan, maar wat een overmoed te denken dat je daar een foto van kunt maken.
Er kwamen vandaag veel stroompjes op onze weg.
In de verte ligt Villaharta.

Het was wederom zo’n heerlijke, gemakkelijke (relatief gezien…..) wandeldag: mooi weer, niet te veel klimmen en dalen, halverwege een onverwachte bar (zeer welkom) en alweer vroeg in het hostal, al om 2 uur.

De mooiste van de afgelopen 2 dagen.

Tegen de avond heb ik nog een kleine wandeling door het dorpje gemaakt.

Een ooievaarsnest met ooievaar op de kerktoren.
En de hoofdstraat heet Antonio Machado.

Villaharta, een prachtdorp!

Vanuit Cerro Muriano: nog even Cordoba

Ja, ‘even’ Cordoba, Hoe durf ik dat te zeggen over deze prachtige stad. Dat ‘even’ staat er alleen omdat we het mooiste gebouw van Cordoba, de Mezquita, gelukkig tussen de passies door hebben bezocht en vooral hebben bekeken en ik het nu nog, een dag later ‘even’ moet beschrijven.

Een toegangsdeur.

‘Het gebouw dat alles zag.’ Alweer zo’n gebouw dus dat over vier culturen, overheersingen, religies kan vertellen. In de 8 ste eeuw werd Cordoba de hoofdstad van al-Andalus. En de Visigotische kerk die er al stond, werd door de Moslims eerst gekocht en daarna verbouwd en uitgebreid tot moskee die de Kaaba van het westen zou worden. Het gebouw groeide in de loop van een periode van 200 jaar verder en hierbij werd gebruik gemaakt van oude fundamenten (er stond ooit een Romeinse tempel) en pilaren die meestal van oude ruïnes afkomstig waren.

‘Wij zijn nog altijd indringer in een metafysische wereld die onze ervaring te boven gaat.’

In 1236 veroverden de Christenen Cordoba weer en werd de moskee tijdens de regering van Ferdinand lll en Karel V een kathedraal. Dit door o.a. 400 van de 1200 zuilen te verwijderen en in het hart van het gebouw een kathedraal te zetten. En langs de buitenmuren werden de nissen in kapellen veranderd.

De mihrab is bewaard gebleven.

Gaf hij wel of geen opdracht tot de verbouwing? Keizer Karel V was verbijsterd bij het zien van de verandering. ‘Een logge structuur moest in het hart van de magische vergezichten verrijzen alsof er opzettelijk naar gestreefd werd buitensporig vernielzuchtig te zijn.’

De Boeddha beelden in Afghanistan, de verwoestingen in Tibet door de Chinezen, de kruistochten, Odessa? altijd weer dat buitensporig vernielzuchtig………

Ps vannacht bedacht ik me dat de Mezquita niet in zijn geheel is verwoest (het buskruit was nog niet uitgevonden………), het bouwwerk staat er nog grotendeels en het is nog steeds indrukwekkend. Ook de kathedraal is mooi. Maar de ziel, de betekenis die is veranderd.

De koepel van de mihrab.

Een kathedraal in een moskee. De Moslim bouwmeesters bleven ook na de christelijke overwinning in Spanje en bouwden mee aan de paleizen en kathedralen. In Cordoba werden moskeeën in kerken veranderd en de minaret werd kerktoren. En zo beïnvloeden de verschillende bouwstijlen elkaar, werkten samen en staan naast elkaar.

De Moorse tegeltjes, met het katholieke werk daarboven.

En de kathedraal zette haar toon, zette haar bepalende beelden neer.

Santiago de Matamoros (de ‘Morendoder’).

Sporadisch is Santiago als Morendoder afgebeeld. Ik zag hem in de kathedraal in Burgos. En ook hier in de kathedraal dus. Santiago als Matamoros wordt vooral om politieke redenen van stal gehaald; ten tijde van de strijd met de Moren en ook door Franco, die de bedevaart naar Santiago gebruikte om hiermee zijn religieus-nationalistische politiek te propageren.

In de kathedraal stonden ook de beelden die die avond weer bij een processie door de stad werden gedragen. Ik was rond 6 uur ‘s avonds op zoek gegaan naar Romeinse resten. Ik vond ze niet. Het was verschrikkelijk druk in de stad en zo belandde ik bij de Mezquita. Daar stonden al veel mensen te wachten op (alweer…..) een processie. Na wat getwijfel en heen en weer geloop, ‘doe ik het nou wel, of niet’ ben ik toch maar op een goed plaatsje gaan staan, want die waren er nog op dat moment. Ik heb een ruim uur moeten wachten, de menigte werd groter en groter maar tenslotte kwam daar uit de Mezquita weer een processie,

De sfeer deze avond was (in tegenstelling tot de vorige avonden, toen leek het wel de vrijmarkt-nacht) mooi. In de stoet liepen zangers, zangkoren en orkesten mee die op sommige plaatsen prachtige liederen zongen. Als de beelden passeerden werd het publiek doodstil.

In 1 beeld: Spanje en de Moren.

Uit ‘Vragen van een lezende arbeider’ – Bertold Brecht

Wie bouwde Thebe met de zeven poorten?

In de boeken staan de namen van koningen.

Hebben de koningen de rotsblokken aangesleept?

En het meermaals verwoeste Babylon?

Wie bouwde het telkens weer op?

In welke huizen van het van goud fonkelende Lima

woonden de bouwvakkers?

En wie sjouwden de beelden door de straten van Cordoba?