Naar Trier

17,3 km naar het station van Trier

Dinsdag 21 september

Het is deze ochtend voor het eerst fris en de zon schijnt ook (nog) niet. Ik voel dat er iets in de atmosfeer is gedraaid naar een ander jaargetijde, maar de geur van de naderende herfst hangt nog niet in het bos. Het lijkt wel of er een orkaan in het bos is rondgegaan, overal takken en omgevallen bomen. Hoe dichter ik bij Trier kom (en hoe meer meters ik daal) hoe erger het is.

Zicht op Kassel

Toch gaat het pad nog steeds dan weer omhoog, dan weer omlaag. Als ik uit het dal geklommen ben en bovenop een uitgestrekte vlakte sta is de zon definitief doorgebroken en verdwijnen de wolken snel.

Na deze vlakte verschijnen er steeds weer kleine dorpjes, waarvan ik elke keer denk dat het de eerste huizen van Trier zijn.

Als ik dan eindelijk aan ‘de definitieve afdaling’ begin staan er geiten op het pad. Ze lijken niet echt opzij te willen. Er zit een vrouw bij, die later de parttime herderin blijkt te zijn. Ze wuift dat ik door kan lopen en als ik de geiten gepasseerd ben houdt ze een heel verhaal tegen me. Eindelijk eens niet over Corona, Ze vertelt dat ze kinder-psychologe is en dat ze de geiten bij haar therapie inschakelt.

Tijdens het gesprek bedenk ik me dat het ook een mooie tocht zou zijn, door Europa (een stukje….) en luisteren naar de verhalen van de mensen die je onderweg tegenkomt. Ik ben nauwelijks mensen tegengekomen, wilde dan ook ns lekker helemaal een paar dagen in de natuur zijn. En als ik ‘s avonds ergens aankwam lag ik meestal uitgeteld op bed, helemaal niet meer in staat een gesprek (in een ook nog nauwelijks te begrijpen dialect) te voeren. Maar het idee is leuk. Met de ontmoeting met de geiten en hun herderin stap ik ook weer de wereld van ‘de grote stad’ binnen. Ik kan me haar niet echt in een plaatsje als Nonnweiler voorstellen.

De eerste huizen van Trier

Trier ligt in een dal aan de Moezel omgeven door wijngaarden. Als de Saar Hunsruck Steig is afgelopen (de blauw groene tekens stoppen abrupt) moet ik nog 8 km naar het centrum lopen.

De straten stonden weer blank bij de regens van een week geleden
De Porta Nigra

Ik ga later op de middag toch nog maar even de stad in. Het is weer veel wennen lopen door een stad tussen zoveel mensen.

Trier heeft een lange geschiedenis en is de oudste stad van Duitsland. Tijdens de Romeinse overheersing was de stad de hoofdstad van het noord-westelijke deel van dat rijk. Een schoon volkje……ze hebben er veel thermen achtergelaten. (Het hotel heeft ook thermen, die helaas gesloten zijn – Corona, wat anders? – het leek me wel wat op het einde van een wandeltocht me heerlijk in dat water te laten zakken).

De keizerlijke thermen

Deze thermen zijn door de Romeinen nooit echt helemaal afgebouwd, omdat het politieke gebeuren naar het oosten werd verplaatst. Later werden er op de plek steeds meer gebouwen gezet die de thermen in de aarde deden verdwijnen.

Onderaardse gangen

Daar lopende dacht ik nog ‘zouden ze hier in de oorlog tijdens de bombardementen geschuild hebben?’ In tegendeel, juist door die bombardementen kwamen deze gebouwen te voorschijn en vanaf 1960 is men begonnen met het ‘blootleggen’ van dit gebied.

Vandaag, woensdag 22 september heb ik de hele dag door de stad gelopen, heb nog meer thermen gezien en de Dom, de Konstantijn basiliek, de Liebfrauen Basiliek, de Moezel, het treintje met toeristen dat door de stad rijdt, enorm veel Eiscafes (wat eten die mensen hier veel ijs), tot ik er doodmoe van werd. Uiteindelijk ben ik de buurt achter het hotel ingevlucht en heb heerlijk door een gewone buurt gelopen.

Stenen, zoveel stenen

Zoveel stenen deze reis. Het begon met de edelstenen in Idar Oberstein, daarna dagen lopend over de stenen in het pad, met stenen in een waterval en steentjes in mijn schoenen. En mijn reis eindigt met deze stenen van de Romeinse thermen. Ze vormen lagen geschiedenis en telkens weer groeit daaruit een klein plantje, het begin van een nieuw leven, van een nieuw verhaal.

Bedankt Dory, wat goed van je te horen. En je hebt gelijk, het is hier erg mooi. Groetjes, Marga

‘Aahh, jetzt geht es nur nach unten’

Zo zei de eigenaar van het Berghotel in Holzerath. Daar sliep ik vannacht. Maar laat me met gisteren beginnen.

Zondag ging het pad zoals altijd op en neer, en weer (zoals elke dag) door die wonderschone wereld.

Op weg naar Kell am See

Ik passeerde het stuwmeer bij Kell. Het was zondag en rond de klok van 11: dus tijd voor een kopje koffie! Vijf voor elf passeerde ik Hotel restaurant ‘Post’ in Kell. Ik ben dus dol op hotels Die Post, de Gouden Leeuw, enz. heten. En dit ging om 11 uur open, dus om de tijd te doden bezocht ik even het plaatsje Kell. Stilte, doodse stilte. Dus snel terug naar Post. Daar zat ik weer als enige op het terras.

Haus am See

Bij het stuwmeer was een restaurant, (Dat eigenlijk op de nominatie had gestaan) maar omdat ik net een kopje koffie op had wilde ik door. Daar aan de overkant van het meer lag ‘Haus am See’ (is er niet zo’n heel bekend Duits lied met een zin ‘Haus am See’? Ik heb er de rest van de dag over nagedacht), Dus een kleine lunch pauze ‘im Haus am See’.

Daarna ging het weer de bossen in. Onderweg zag ik steeds meer gevolgen van de regen van enkele maanden geleden. Soms waren hele bomen weggespoeld.

Erosie door de regenval

Een 650 meter lange loopbrug door het veen.

Het pad liep door het ‘Weyrichsbruch’, een bronveengebied.

Uitleg in het Nederlands!
Met ‘veenberken’

Hierna veranderde het landschap. Eerst liep ik door enorme bossen, daarna werd het landschap wijder en lagen er over de heuvels verspreid kleine dorpjes.

En opeens verschenen er langs de weg kleine herdenkings- of grafstenen voor mensen die daar door de bliksem waren getroffen of gedood waren in de verschillende oorlogen. Weer zo’n gebied waar herhaaldelijk om gevochten werd en dat dan telkens van nationaliteit veranderde.

De Frans-Duitse oorlogen

In Holzerath ging ik slapen. Ook hier had de tijd weer stil gestaan, zo leek het.

In het restaurant van het Berghotel, Holzerath

Nou ja, de eigenaar sprak dus ‘jetzt geht es nur noch nach unten’, dat moet je hier ruim zien dat ‘unten’. Thuis had ik lang zitten puzzelen over de laatste dagen. Vanaf Holzerath was het 29 km naar Trier en ik wilde daar niet kapot aankomen. Dus wilde ik de 29 in tweeën delen. Dit ging moeilijk, zo’n tocht laat zich niet zomaar in begaanbare stukken opdelen. Zo had ik vandaag 11 km te gaan. De plaatsjes zijn tot dusver niet echt ‘lebendig’, (om het zacht uit te drukken), dus ik had geen zin om ergens al om 1 uur aan te komen. Daarom heb ik een ‘traumschiefen’ (Een soort Hunsruck-ns) wandeling ingevoegd, het ‘Morscheiner Grenzpad’. Ik dacht dat het 11 km lang was, bleek ruim 16, dus zo werd het toch weer een lange dag, temeer omdat ik even van het pad af ging naar Sommerau alwaar (de resten van) een burcht zijn.

Uitzicht op Sommerau

De burcht stelde niet veel voor (ik heb so wie so niet zoveel met burchten), maar het uitzicht was weer prachtig en de wijnranken kwamen weer terug! Toen ik later in een dal neerdaalde stuitte ik op de ‘Riesling-tour’, kortom vino!

Het Morscheiner Grenzlandpad is prachtig. Ik weet alleen niet langs welke grens ik nu ben gegaan. Maar wat maakt het uit……grenzen?

Ja, niet alleen schuilhutten, maar ook slaapbanken langs het pad
Een slaapbank? Een droombank, om er altijd te blijven zitten.

Ik kwam dus weer uitgeput in het hotel aan.

Het land is klaar voor de herfst

Ik ben duidelijk in een ander gebied aangekomen. Het plaatsje ligt tussen hellingen allen bedekt met wijngaarden. Het hotel heeft wijn in de aanbieding. ‘Van eigen wijngaard!’. Bij het avondeten raakte ik in gesprek met 3 mannen uit Aalten. Ze maken een rondreis op de motor in Zd Duitsland. En ‘doen’ zo duidelijk meer kilometers dan ik. 3 heel verschillende mannen. Al pratende kwam Nederland opeens weer even heel dichtbij. Zwarte Piet, Rutte, er kwam een (voormalige) oost Duitser bij ons zitten, Merkel, de Duitse verkiezingen…… morgen ga ik naar Trier en donderdag naar huis. Ik realiseerde me weer hoe heerlijk het is (het is nog tegenwoordige tijd) om zo de hele dag in, door de natuur te lopen, alleen maar natuur, omgeven in natuur, geborgen in de natuur, dat is genoeg…………(ik heb nu al heimwee)

Ganz burgerlich

Ik slaap deze nacht in hotel restaurant de Jagershof in Reinsfeld, het heeft een mooie website, maar het is in werkelijkheid het meest authentieke, burgerliche en leuke hotel/restaurant tot nu toe. Bij mijn binnenkomst viste ik mijn mondkapje uit mijn broekzak, waarop een oude heer die op de balie leunde en enigszins aangeschoten was, zijn hoofd schudde, en daarna om ‘Maria’ riep. Een oude vrouw verscheen. Ik denk dat ze om mij te plezieren de informatie achter de Corona app las, ik mocht blijven.

Na de was (mijzelf en enige kleren) ben ik het plaatsje ingegaan. Dit was op zaterdag na 4 uur niet echt inspirerend. (Ik vrees voor 4 uur ook niet). Er was dus echt helemaal niets te doen: 1 bakker en die was dicht en verder stilte, doodse stilte. Zelfs geen slager!! Ik keerde terug naar de Jagershof, en ging op het terras zitten. Hier zaten Maria en de aangeschoten man (nu in een verder gevorderd stadium) met enkele plaatsgenoten. Ik denk dat ze het leven bespraken, maar verstaan van het plaatselijk dialect, laat staan begrijpen, helaas geen woord. Ik bestelde een glas rode wijn en kreeg een enorme bel waarop 0,2 liter staat. Ik heb geprobeerd over het opdrinken lang te doen, zodat ik dit gezelschap met opgeheven hoofd en lichaam kon verlaten.

Bij het weggaan vroeg ik nog of ik hier kan eten…… welk een vraag! Naturlich! En nu zit ik hier in de eetzaal, het is 7 uur ‘s avonds en inderdaad is de meerderheid van de tafels met gezelschappen van 4 – 6 personen bezet. Allen wit. De laatst gekleurde zag ik in Idar Oberstein, ze bediende me bij het avondeten. Ik heb inmiddels een (2e, zucht) glas wijn besteld en wacht op het eten. Ik doe wederom tragend langzaam met de bel wijn.

Hoe begon deze dag?

Er is dat lied: ‘Il a 6 heur, Paris…. enz. Daar moet ik vaak aan denken als ik ‘s ochtends vroeg weer met een nieuwe dag begin en een plaatsje uitloop. Niet alleen daar ook op zaterdag vroeg ook naar de markt in Utrecht. Het is mooiste moment van de dag. Niet alleen Parijs, de stad, maar het is de natuur die ontwaakt. En daar mag ik dan lopen. Elke keer zo mooi.

Het beloofde een prettige dag te worden en dat werd het. Een beetje stijgend, een beetje dalend, weer door enorme bossen, de zon scheen (het werd warmer, maar daar had ik daar onder die bomen weinig last van), de teller stond op 18 km (wat een heerlijk getal) en halverwege lag het plaatsje Helmerkeil, een koffiestop! Het lijkt wel vakantie!

En wat voor Kuchen is dat?

Bij de koffie dacht ik een ‘flammenkuche’ te bestellen, iets lokaals, het was tenslotte al half 1, tijd voor een lunch. Het werd dit. Mijn Duits is niet zo goed en het plaatselijk dialect is een extra moeilijkheid (het is onverstaanbaar), en zo kreeg ik pruimentaart, ook heerlijk.

Alles wacht hier op verandering

De tocht ging verder, eerst langs veel, veel water en daarna door bos en velden.

Rond 3 uur bereikte ik de afslag richting Reinsfeld. En al snel hotel Jagershof, want zoals ik al schreef Reinsfeld is niet groot. Inmiddels is de tweede bel wijn op en verschijnt er een grote, beetje rose, bijna volle maan in de hemel en mijn maaltijd en deze dag, ze zijn bijna afgelopen.

Mijn avondeten

Die maaltijd was ‘Hirtengoulash’ – het is hier dus onmogelijk vegetariër te zijn, er stond gewoon niets vegetarisch op de kaart. De goulash werd vergezeld door room (zucht……) en op het bord ligt ‘Spatzle’ (een soort eierpasta), de bel wijn is hier nog nauwelijks aangeraakt.

En nu is het inmiddels bijna 8 uur en ik zit hier opeens in mijn eentje in de eetzaal, iedereen is weg. De maan wordt nog mooier, uit het cafe gedeelte klinken stemmen (ik moet er niet aan denken…..) en wie weet hebben ze hier koffie. Want dan haal ik mijn kamer.

Het leven is hier klein en goed. En morgen? Morgen is er weer een dag.

Het hoogste punt, de langste dag

Ik ben op de helft wat het lopen betreft, 4 dagen zijn vanavond achter de rug en er zijn er nog vier te gaan. Vandaag bereikte ik het hoogste punt van de Hunsruek/ Rijnland Palts en het zou ook een lange dag worden. En dat werd het.

Half 9 in de ochtend, uitzicht vanaf de Erbeskopf

Iemand van het hotel bracht me naar de plek waar ik gisteren het pad verliet (dat scheelde 9 km) en na een kwartier bereikte ik de top op 816 meter.

Skiën met een mondkapje?

De ‘top’ is een groot woord, het is meer een plateau dat in de winter ski gebied is. Er staan wat gebouwen en een uitkijktoren (die ivm Corona dicht was).

En er stonden paddestoelen, een heel stel

De route is erg goed aangegeven, er is 1 teken in verschillende kleuren en betekenissen. (Blauw-groen voor de route, oranje voor een afslag naar een dorp, paars voor een rondwandeling).

En er staan regelmatig palen met de diverse afstanden

Op deze paal staan links de doelen en afstanden van vandaag: 8,6 km naar Borfink, waar ik mijn eerste stop wilde houden, met een kopje koffie? Wie weet, ik blijf hopen en anders had ik nog een sinaasappel.

Ik kwam om half 1 in Borfink aan en begreep er niets van. 4 uur over 8 km? Het was wel weer alleen maar op en neer, maar verschilde niet van de andere dagen en dan was mijn tempo meestal 3 km per uur.

Omdat er veel bomen waren omgewaaid, losgespoeld, waren er diverse paden afgesloten. Ook moest ik regelmatig over omgevallen bomen klimmen of er omheen zien te lopen. Na een uur wandelen kwam ik bij een bord waarop stond dat het pad veranderd was omdat er door de sneeuwval van de laatste winter hele stukken helling met pad in het dal waren verdwenen.

Een mysterieuze sfeer in het Tranendal

Het pad liep nu door en over (via een hele lange planken-brug) een moeras. Langs dit beeldige meertje genaamd het Tranendal.

Eindelijk in Borfink dus aangekomen bedacht ik met schrik dat als ik 2 km per uur liep, ik wel erg laat in Nonnenweiler zou aankomen, dus besloot naar de volgende plaats over de weg te lopen. Dat schoot ontzettend op: ik was er in 2,5 uur. Dan kon ik het laatste gedeelte wel weer de oorspronkelijke route lopen, deze ging op het laatst langs een stuwmeer.

Bij de stuw was een kiosk met een enorm groot terras dat helemaal leeg was. De deur stond open en achter het buffet stond een man dus kon ik om half 5 mijn eerste kopje koffie drinken.

Toen ik uitgeput op bed liggend nog even op de website de ‘actuele informatie’ van de route nakeek, bleek dat de verandering richting Borfink een uitbreiding van 5 km extra betekende. Zo had ik vandaag ongeveer 29 km gelopen. ‘Gelopen’ ……. als ik loop let ik doorlopend op geen teken te missen, je loopt soms uren door enorme bossen en ik moet er niet aan denken hier te verdwalen. En daarnaast zijn de paden soms stijl en glad. Ik heb mezelf aangewend stil te staan als ik rond wil kijken. Nou ja met al dat opletten kwam het dus geheel niet in me op dat een omleiding wel eens langer kan duren. Ik heb de vorige dagen wel de actuele informatie gelezen, maar toen was er niets bijzonders. Dus dacht ik laat maar zitten. Toch wel handig dus het wel te doen.

De techniek

Van verschillende kanten komen berichten dat er reacties niet kunnen worden gegeven. Ook ik kan op sommige reacties niet reageren. Geen idee hoe dit komt. Enkele mogelijkheden: ik beheers lang niet alle vaardigheden om goed met het blog te kunnen werken. En alhoewel ik elke reis denk ‘ik moet me er toch ns in verdiepen’ is deze gedachte een zeer tijdelijk iets – hij is verdwenen zodra ik weer thuis ben.

Toen het Corona gebeuren begon wilde ik een soort ‘Corona dagboek’ bij gaan houden, toen kon er opeens niets op de iPad. Wel op de laptop, maar dat is een ander systeem. En de iPad is oud (in ieder geval in de iPad – wereld, niet naar mijn maatstaven) dus allerlei updates kan hij niet meer aan. En dan heb ik zitten rommelen met email adressen, het is complete flauwekul maar ik heb 3 e-mailadressen: 1 privé, 1 voor aanschaf met daarna nieuwsbrieven, reclames enz en 1 voor extra – onbetrouwbare zaken enz. Wederom door mijn onvermogen kan ik niet al deze adressen op de iPad openen, wel op de telefoon en laptop: daar gaat dat weer heel goed, maar die heb ik niet bij me. KORTOM het wordt tijd voor een grote schoonmaak en resetten, alles zou opnieuw geïnstalleerd moeten worden, maar ook deze gedachte ben ik kwijt zodra ik in Nederland ben.

Maar, elke reactie wordt gewaardeerd, ik probeer te antwoorden, gaat dit niet via het blog, dan doe ik het op een andere manier.

En dan over vandaag

Vandaag was het een ontspannen dag, het was prima wandelweer: af en toe een zonnetje, precies de goede temperatuur voor de korte broek (half september….), de heuvels waren weer hoog, de dalen diep en de uitzichten waren weer schitterend.

Voor de statistici onder ons:

De site http://www.saar-hunsrueck-steig geeft een zeer volledige informatie

Hierbij opgemerkt: ik loop in de tegenovergestelde richting, moest dus 590 meter dalen en 627 meter stijgen, en die 6.45 uur voor ruim 29 km is natuurlijk helemaal waanzin, ik haal hier ongeveer gemiddeld (er is echt niets helemaal plat) 3 km per uur. En ik vond 29 km wat aan de lange kant…… ben dus na 16 km van de route afgegaan richting Thalflang en bleek toen nog 9 km te moeten lopen. (Ik had niet goed op de kaart gekeken). Die Erbeskopf komt morgen, dat is het hoogste punt van dit gebied (ruim 800 meter). Het is zo ‘weinig’ stijgen omdat ik gisteren en eergisteren al flink ben gestegen en je daalt niet altijd evenveel af.

Onderweg vandaag voor het eerst de gevolgen van de zware regens van een tijdje geleden gezien. Bij een groot veld met zonnebloemen stond een bord: gratis plukken en de vraag te doneren voor de slachtoffers van het Moezelgebied en de Eifel. (Er stond een enorme collectebus naast). Ook stond op het bord ‘Balkanfrei’ – hetgeen ik niet begreep. (politiek?)

De pluktuin met zonnebloemen
De gevolgen van de regen
Een stralende dag

De eerste dag, de kop is eraf

Idar Oberstein is dus edelstenen, overal zijn edelstenen, ik blijk zelfs een stuk van de ‘Steinenwege’ te lopen. Ook het hotel doet hier aan mee, dit op haar eigen wijze. De sieraden zijn over mooie oude ansichtkaarten gehangen.

Oorbellen te koop

Daarna al vroeg met de klim naar de burcht begonnen. Deze was bij aankomst dicht, alles gaat hier pas om 11 uur open. (Maar het gaat open, dat blijkt later niet overal het geval te zijn).

Een laatste blik op Idar Oberstein

Bij de burcht was het de hoek om en toen liep ik in het bos en ging het omhoog en omlaag, als maar door, uren en uren lang.

Hier gaat het pad over stenen

Corona

Om me het niet te laten vergeten kreeg ik om 12 uur weer een bericht van de Bundesregierung. Hoe zou ik de Corona maatregelen kunnen vergeten, zodra je een voet ergens over de drempel zet moet het kapje op, in de dorpen zie je overal gesloten winkels en als Corona hoogtepunt vandaag blijkt het restaurant van het hotel waar ik vannacht slaap haar restaurant gesloten te hebben. Het was een wildrestaurant en op het reclamebord aan de weg is het woord restaurant nu weggehaald. Dat eenzame woordje ‘wild’ geeft een droevige indruk, een sfeer die ook hier in het dorp heerst. In verband met de maaltijd en mijn uitgestelde ochtend kopje koffie (het enige restaurant onderweg deze dag was ook gesloten) dus op stap. Het dorp bestaat uit twee wegen. Er zijn twee cafés, ook dicht. Er zijn twee slagers, ik ontdek een bakker…tot 1 uur open en bij het teruglopen ontdek ik nog een bakker, met een koffieapparaat en een tafeltje met een stoel. De koffie heeft een vreemde chemische smaak, maar is warm! Ik vraag of ik op de stoel mag zitten om dit hoogtepunt van de dag te kunnen genieten, maar dat mag niet….Corona. Gelukkig staat er buiten een bank waar ik mijn koffie opdrink. In het hotel liggen folders van te bestellen pizza’s en kebab uit Morbach of Idar Oberstein. Daar heb ik geen trek in en besluit wat lekkere broodjes bij de bakker te halen. Als ik terug in het hotel mijn e-mails bekijk is daar een mail van het hotel voor overmorgen…… het restaurant is gesloten. Dit wordt een waarlijke dieetreis!

In de krant stond gisteren een interview met Lex Bohlmeijer over ‘Wat maakt het leven de moeite waard?’

Uit de krant van gisteren, een interview met Lex Bohlmeijer: Wat maakt het leven de moeite waard? Het heeft met verbondenheid te maken, maar niet perse met iemand?’ ‘Nee, dat bedoel ik. Verbondenheid met het bestaan. Met het leven. Dat ik er in pas en dat ik het fijn vind om te bestaan. Dat zijn natuurlijk heel vaak schoonheidsmomenten, het kan een dichtregel zijn of een lijn in een melodie die iemand speelt of een lichtval op de esdoorn voor het raam – dan kan ik een diepe ontroering voelen en dan is het gewoon goed’ – klein lachje – ‘om (er) te zijn. Snap je?’

Of de zon op een rij bomen

Eindelijk….. weer op reis

De Hunsruck en ‘Heimat’

Alweer enkele maanden geleden ben ik een dagje naar Düsseldorf geweest om de twee musea te bezoeken met werk van Joseph Beuys. En toen ik daar zo liep door (dat toen bloedhete) Düsseldorf kwam het idee bij me op te gaan wandelen in Duitsland. Mocht er dan opeens weer een lock down worden uitgeroepen dan kon ik ik altijd nog naar huis komen. Ik koos (een beetje luk raak) voor de Hunsrueck, want daar speelde die prachtige serie Heimat, zo had ik een heerlijke reden hem weer te zien, elke avond een aflevering: zalig.

Een selfie voor het station in Düsseldorf

Leeftijden……

Vandaag ben ik in de trein gestapt naar Idar Oberstein. Ofschoon het een ICE wilde zijn, reed hij met een slakkengang en bouwde zo veel vertraging op. Toen ik naar de wc ging vroeg een meisje dat hier voor stond of ik geen papier in de afvalbak wilde doen. Haar ‘handy’ (telefoon) was er namelijk in gevallen, ze ging op zoek naar iemand die haar kon helpen het ding weer te pakken. Toen ik boven het toilet hing en mezelf in de spiegel zag, zag ik dat ik mijn mondkapje verkeerd om had. Tja, de jeugd neem de telefoon mee naar de wc en een ander (ik wil het nog geen oudje noemen) draagt het mondkapje verkeerd om. Het kan verkeren.

Ik zat tegenover een magere man die zo ongeveer een heel brood opat, hij had 1 minuut overstaptijd en met de vertraging bouwde de stress zich op. Ik kreeg het ook even benauwd want er (ik denk op de grens) verscheen een bericht van de Duitse overheid op mijn telefoon over de Corona maatregelen. Bij een eerste blik bleek Die Niederlande risicogebied te zijn……. het bleek gelukkig om de Caribische eilanden te gaan.

De Dom van Keulen

De trein passeerde Keulen, ik moest aan mijn kindertijd denken toen we met de trein naar Joegoslavië gingen en we wakker bleven tot we de Dom hadden gezien. (In mijn herinnering werden we dan ook weer heel vroeg wakker, want na München naderden we de Alpen en het eerste zicht daarop wilden we ook niet missen). Maar ja, toen kon je nog zo heerlijk uit het raampje hangen. Nu kon dat niet en omdat de Klima het niet deed werd het warm in de trein. Het goede nieuws was dat de trein na Keulen een werkelijke ICE werd! Hij scheurde door het Duitse land. Af en toe ving ik een blik op van de Rijn en er verschenen heuvels waarvan de hellingen met wijngaarden waren bedekt.

In Frankfurt (flughafen) moest ik naar een plaatselijke regional zug overstappen, de vertraging was ingelopen en ik moest een uur wachten. Na een kopje koffie dacht ik een wc in te gaan, dit bleek een testcentrum. (Het is 2021!! – de wereld is veranderd) Voor het regional station moest ik door de vertrekhal van het vliegveld. Toch weer vreemd en vertrouwd zo door die gang te lopen.

De hoofdstraat van Idar Oberstein

Idar Oberstein is beroemd vanwege edelstenen, er zijn (veel) winkels met edelstenen en er is een edelstenen museum. Ik kwam om 4 uur aan en heb de edelstenen maar gelaten. Morgen begint de wandeling achter de ruïne, daar boven op die rots en ik ben op zoek gegaan naar het pad om bij die ruïne te komen. Er bleek een omleiding te zijn.

Er is ook een Hildegard von Bingen pad

Dit pad begint in Idar Oberstein, het lijkt wel of heel Europa uit 1 kluwen pelgrimspaden bestaat. Officieel eindigt ‘mijn pad’ hier, maar ik begin er dus. (Hoe mijn besluitvorming hierbij gaat is niet altijd helder of duidelijk).

Ik heb gegeten op een plein met uitzicht op deze ietwat treurige uitgeschoten mint planten. Het zal nog een hele toer worden vegetarisch te blijven eten, tussen alle schnitzels, braten en ander fleisch vond ik nog een pasta met cantharellen in een saus die verdacht veel op currysaus leek. Ik heb het weggespoeld met een glaasje heerlijke wijn. (Na al die wijngaarden…..)

België – Congo

Mijn laatste uitstapje voor de corona was naar België, dus het eerste gevaccineerde (corona, zo vrees ik zal nog wel blijven) was ook naar België. Dit is overigens niet helemaal waar, ten eerste heb ik tijdens de lock down heel veel leuke, interessante, mooie uitstapjes in Nederland gemaakt, en ten tweede ben ik al een dagje naar Düsseldorf geweest.

Maar hiervan geen berichten.

De hoeveelheid berichten van de afgelopen periode is geheel aan mijn technische capaciteiten te wijten. Was ik gebruikelijk altijd op de ipad te werken, opeens kon ik daar het blog niet meer openen, laat staan bewerken. Ik moest naar de laptop (ander merk, ander systeem…….) overschakelen. Ik moest dus de foto’s naar de laptop ‘sturen’ (want met het snoertje, dat werd niets), hen daar in een google toestand onderbrengen en vandaar weer naar het blog. En dan kon ik op de laptop werken. Dat ‘overbrengen’ – er zal een beter woord voor zijn, lukte regelmatig niet. Omdat ik het werken op het blog toch wel miste heb ik nu een gedeelte van de opslag op de ipad ‘on hold’ gezet en de app opnieuw geïnstalleerd. Tot nu toe gaat het goed. Maar ik sla dus een hele periode met mooie, indrukwekkende, alledaagse maar toch zo waardevolle gebeurtenissen over. Tijd……tijd….

Mijn eerste gang in Brussel was naar het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. Dit heette ooit achtereenvolgens het Koloniënmuseum en daarna Afrikamuseum. Het is in opdracht van koning Leopold ll in 1897 gebouwd voor de Wereldtentoonstelling in Brussel. Hij beschouwde het, net als Congo als zijn prive bezit. Rondom het complex is een park met een vijver, waarin een eiland. Leopold presteerde het om 267 Congolezen te laten komen die o.a. op het eiland in een nagebouwd Congolees dorp het dagelijks leven in de kolonie moesten tonen. Dit in rieten rokjes, 7 mensen stierven van de kou, mensonterend, op de tentoonstelling in Antwerpen worden zij alsnog geëerd.

De collecties (wetenschappelijk en museaal) groeiden snel (er werd wat afgeroofd) en er moest een groter museum komen. Dit is in dezelfde stijl als het Petit Palais in Parijs gebouwd.

Omdat het sindsdien nauwelijks van inhoud en toelichting veranderde was het museum expliciet, duidelijk racistisch. Van 2013 – 2018 was het gesloten voor een renovatie, hetgeen hard nodig was.

Ik ben er voor de renovatie 2x geweest en was benieuwd hoe het nu geworden was.

‘Gesloten centra, open dromen’ Freddy Tsimba. Renovatiematerialen en lepels uit Kinshasa.

Centraal in het gebouw is een grote hal in de vorm van een tempel met enorme beelden in de vier hoeken. Deze geven een koloniale visie weer. (De gouden koets verbleekt qua afmetingen hierbij). Omdat de beelden ‘integraal deel uit maken van een beschermd gebouw, mogen ze niet worden verwijderd’. Daarom is de Congolese kunstenaar Aimé Mpane gevraagd ‘een project op te zetten dat er een tegenwicht aan biedt’. Het resultaat is indrukwekkend, ontroerend en imponerend. Voor de beelden hangen ‘gazen’ – die er een nieuwe betekenis aan geven.

‘Ieder is zichzelf het naast’

Het beeld is van ‘de man van de Kerk, die bovenaan de koloniale piramide staat. Om het woord van God uit te dragen, volstaat dat hijzelf gedragen wordt’. (Wat is het Vlaams toch een mooie taal, ik citeer het regelmatig).

‘België schenkt de beschaving aan Congo’

Over dit beeld van een machthebber hangt een afbeelding van een krachtbeeld. Er schemert nog een gezicht door maar het heeft geen invloed meer.

M

In het Museum aan de Stroom was (was, want het was de laatste week, ik vond het zo mooi dat ik er de afgelopen week serieus over dacht nog een keer naar Antwerpen af te reizen) de tentoonstelling 100x Congo. Precies 100 jaar geleden ontstond de Congolese collectie, dus werden de 100 topstukken tentoon gesteld. Dit vergezeld van de tijdlijn van het kolonialisme. (En de rol van de kerk, het geld en onze Leopold natuurlijk hierin natuurlijk)

Krachtbeelden

Beelden met krachten uit de onzichtbare wereld van de geesten en de doden. Er zijn welwillende (beschermen de vruchtbaarheid en werken genezend) en kwaadwillende beelden (vervolgden het kwaad). Helaas hielpen de beelden niet tegen het kolonialisme).

Het was wederom ontroering, ik liep vol verbazing, vreugde, (het is moeilijk de woorden te vinden) van beeld naar beeld. Het ene nog mooier, serener dan het andere.

Het beeld droeg een kindje.

Beelden, ze vertellen ons zoveel en hoe vind je de woorden, hoe kun je zeggen wat je ziet, wat je ervaart, wat je voelt?

de tuin…..

Vorig jaar toen de eerste lock down werd afgekondigd kreeg, ontstond er direct een gevoel van ruimte, vrijheid, geen verplichtingen dus alle tijd om me eens op wat moeilijke dingen te storten. Dat werd de Goddelijke Komedie van Dante, daar over later meer. (n.b. er is de laatste tijd wat commotie over het ‘verwijderen van Mohamed uit de hel bij het schrijven van een nieuwe versie. In de discussie wordt gezegd dat Mohamed op de bodem van de hel in het vagevuur zit. Typisch weer zo’n voorbeeld van ‘de klok horen luiden’. Hij zit wel degelijk in de hel maar op een andere plek. Daar beneden in het ergste, heetste punt zitten de verraders: Judas, Brutus en Cassius. Mohamed zit met zijn schoonzoon Ali in de afdeling van de hel waar de tweedracht zaaiers zitten – en omdat de straf ‘past’ bij de zonde worden zij steeds maar weer door de duivels aldaar in tweeën gescheurd!

Maar goed, ik kreeg dus zo’n gevoel van ruimte, alle tijd!

De regels waren streng vorig jaar ik weet nog dat ik de stad uit fietste en me afvroeg ‘mag dit wel?’ Op 1 van de fietstochten passeerde ik in Maarsen het volkstuincomplex ‘Levenslust’ en met al die vrijheid, al die ruimte dacht ik ‘dat is leuk, een volkstuin!’ Ik nam direct ’s avonds contact op en er was een wachtlijst. Deze was zo lang dat het niet mogelijk was me bij ‘Levenslust” in te schrijven. Maar ik kreeg allemaal mooie tips dus schreef me bij een aantal verenigingen in. Terwijl ik vroeger nog wel eens ergens van afzag, een wachtlijst……. dacht ik nu, laat ik er maar op gaan staan en dan zie ik wel.

ik werd 2 dagen later gebeld en kon een tuintje krijgen naast, bij, voor een ander volkstuincomplex in Maarssen en of ik de volgende dag even kon komen tekenen.

Hier ben ik er al aan in het werk. De grond was keihard, om er enige beweging in te krijgen moest je er eerst een emmer water over gooien, dan vlug aan het werk: hakken, want na een half uur (en een vierkante meter) was alles droog en moest er weer een emmer water komen. Ik kreeg er dus blaren van op mijn handen.

En ik wist dus niets, maar dan ook niets.

Maar met hulp (coaching) van Eus werd het wel wat. En hij heeft slaplantjes, die hij uitdeelt.

Ondertussen groeide de sla, de pompoenen (het werden er 20), de bloemen en de broccoli. En als ik er niet was kreeg ik hulp van Nelleke en Magda twee vriendinnen uit de straat.

Maar……..ik had me dus ook op de wachtlijst van enkele tuinverenigingen in Utrecht laten zetten. En wat schetst de verbazing, een maand later kreeg ik een tuin bij de Amateur Tuinvereniging Stadion. Een heuse, echte vereniging (met alle bestuursconflicten die daarbij horen), met klusdagen, een verenigingsgebouwtje (met wc!), en wat al niet meer. Hier was de bodem overwoekerd met onkruid, tot heuphoogte! Toen ik het eenmaal redelijk ‘schoon’ had moest ik twee weken weg. Bij terugkeer was ook het onkruid teruggekeerd op de oude, bekende hoogte.

Dit is dus tuin2. Onder het net groeit veldsla en hierachter staat mijn trots: de artisjok. Hij had in november twee grote bloemen en 1 dag voordat het ging sneeuwen heb ik de wortels nog bedekt met stro. Hij heeft dapper, dapper doorgezet .

Dit is hem nu, begin april, dus als hij de komende kou overleefd dan gaat dit wat worden dit jaar. In deze tuin heb ik hulp van de tuin-buren en Karin, zo zijn we naar een kweker geweest om bloemenplanten te kopen, die ook nu ook weer terugkeren. Prachtig om te zien, hoe (bijna) alles weer gaat groeien.

Ondertussen is het hele verenigingsleven door de corona stilgelegd. Maar het werk gaat door: In beide tuinen komen de uitjes op en bij mijn thuis is boven op zolder een kleine kwekerij ontstaan. Ik heb inmiddels een ‘tuinplan’ en een schriftje aangelegd waarin ik de groei van de zaadjes en het vervolg bijhoud (als…ze uitkomen).

En ik ben vaste klant van het naburige tuincentrum geworden. Ik heb geen blaren meer op mijn handen, maar eelt.

En onder het plastic groeit de spinazie, de snijbiet en de uitjes.

The day brakes…….

Dit hoorde ik vanochtend op de radio, zo prachtig gezongen door Cilla Black, ze werd 77 jaar oud, en deze versie nam ze heel laat in haar leven op, haar stem is ‘gebroken’ door alles wat ze heeft meegemaakt, maar, of juist daardoor zingt ze het prachtig.

Ik ben deze week in Diepenveen, beter gezegd: in de abdij / het klooster Nieuw Sion. Ik ‘werk en woon’ deze week in de oude portiersloge en ben dus een soort ‘gastenpater’ (‘gastennon’; dit woord zou toch ook moeten bestaan, klinkt anders en wordt door de spellingcontrole ‘onderschept’). Maar goed, ’s ochtends ontvang ik de gasten en ‘smiddags ben ik vrij. Vanwege corona zijn er nauwelijks gasten, dus wandel en lees ik veel. Het is een beetje de oude Benedictijnse regel: rusten – werken – bidden. (Ik eet, ‘werk’ en lees).

Ik ben hier bij toeval verzeild geraakt, nog voor Corona. Ik heb eigenlijk iets met het klooster Maria Toevlucht in Zundert, kom daar al heel lang en houd erg veel van het Brabantse landschap. Maar ‘zij doen niets met vrijwilligers’, en toen kwam deze plek op mijn weg.

Ik zou vorig jaar eigenlijk maar 4 keer een week gaan, maar omdat de gemeente Deventer hier de familieleden van de corona patiënten wilde onderbrengen, heb ik me voor meer aangemeld. Die familieleden kwamen dus niet, en omdat ik nog steeds een klein trauma’tje heb over ‘afzeggen’ (toen ik nog werkte, dan stond ik in de trein en dan belde er weer een zieke op, dat geregel, gesmeek om een invaller op het laatste moment, vreselijk), heb ik vorig jaar dus niet afgezegd en ben hier zo toen vaak geweest. Zo ken ik de woongemeenschap inmiddels goed, op woensdagavond eten ze gezamenlijk en dan eet ik mee. (en ook weer zalig dat ik niets hoef met de groepsprocessen………)

Het klooster bestaat uit een woongemeenschap (10 woningen met jonge gezinnen, of alleenwonenden), een werkgemeenschap (hoofdzakelijk vrijwilligers, rond de 70 in getal en vaak ook zo in leeftijd…..ik realiseer me dat ook ik die leeftijd nader) en een getijdegemeenschap, die de gebedsdiensten (4x per dag) verzorgen. Ik heb een poosje mee gedaan met de opbouw van de getijdengemeenschap maar omdat ik me geheel niet in de inhoud van het geloof kan vinden heb ik me daarvan teruggetrokken. Zie verder: http://www.NieuwSion.nl .

De monniken zijn overigens jaren geleden vertrokken, hier is door Kruispunt een erg mooie documentaire over gemaakt. Ik heb gezocht die kon ik niet meer vinden. 2 Jaar later heeft Kruispunt nogmaals een documentaire gemaakt hoe het de monniken sindsdien verging: ze hebben een nieuw klooster op Schiermonnikoog gesticht. Zie hiervoor: ‘Het eiland van de monniken’ op uitzending gemist. Ook mooi en, met veel beelden van ‘hier’. En voor het nieuwe klooster zie: http://www.klooster Schiermonnikoog.

Even een rondkijkje in het klooster:

Er zijn nog veel dingen, ruimtes en gebruiken van de monniken over gebleven, dit is de klompenkast, ik vind het 1 van de mooiste plekjes.

Nog een favoriet: de druivengang. Als ik hier door heen loop moet ik altijd even aan de monniken denken die hier naar toe gingen (zo denk ik) als ze verdrietig waren. De druivenranken zijn door gaten in de muur naar buiten geleid, waar ze in de aarde verdwijnen.

Wat is hier allemaal te doen? Het complex is voor een ‘zacht prijsje’ door een stichting gekocht die het als een ruim spiritueel (Christelijk) centrum exploiteert. Er is een gastenverblijf, twee ‘kluizen’ (nu twee mooie grote gastenverblijfjes), een moestuin, verkoop van eigen groente, een ciderbrouwerij, (in de herfst komen uit heel de omtrek mensen appels brengen), en er zijn ruimtes om cursussen e.d. te geven. Een van de kapellen wordt op dit moment tot koffie- en theeschenkerij verbouwd. ’s Zomers is er een camping wat vorig jaar erg leuk was. Er waren gasten die een muziekinstrument bespeelden of zongen die een bijdrage aan de diensten wilden en konden deden.

Voor mij is de grote attractie (behalve een zalige stilte) de plek: als je de poort uit stapt sta je in het bos of in de landerijen. Zo zag de wereld er woensdagochtend vroeg uit.

We waren nml stembureau en ik daarom moest ik vroeg het hek open maken en was toen weer helemaal flabbergasted van het landschap en het licht.

Dit is ‘mijn; boompje zoals het er in de herfst bij stond.

De natuur houdt op dit moment haar adem in, nog heel even wachten en dan explodeert de lente. Ik was vanochtend bij de buren: een boerderij met een melktappunt, waar ik altijd even een praatje maak met de boer of boerin. Er waren jonge kalfjes geboren! Zo mooi. Volgende week gaan de koeien naar buiten. Maar dan ben ik weer in de stad.

Zoals ik al zei, de stilte is een weldaad. Het is een ‘klein bestaan’ hier, waardoor je alles zuiver, zo mooi ervaart.

Het licht, het is altijd weer het licht.

Gelukkig dat

het licht bestaat

en dat het met

me doet en praat

en dat ik weet

dat ik er vandaan

kom, van licht

of hoe dat heet

(Hans Andreus)