de tuin…..

Vorig jaar toen de eerste lock down werd afgekondigd kreeg, ontstond er direct een gevoel van ruimte, vrijheid, geen verplichtingen dus alle tijd om me eens op wat moeilijke dingen te storten. Dat werd de Goddelijke Komedie van Dante, daar over later meer. (n.b. er is de laatste tijd wat commotie over het ‘verwijderen van Mohamed uit de hel bij het schrijven van een nieuwe versie. In de discussie wordt gezegd dat Mohamed op de bodem van de hel in het vagevuur zit. Typisch weer zo’n voorbeeld van ‘de klok horen luiden’. Hij zit wel degelijk in de hel maar op een andere plek. Daar beneden in het ergste, heetste punt zitten de verraders: Judas, Brutus en Cassius. Mohamed zit met zijn schoonzoon Ali in de afdeling van de hel waar de tweedracht zaaiers zitten – en omdat de straf ‘past’ bij de zonde worden zij steeds maar weer door de duivels aldaar in tweeën gescheurd!

Maar goed, ik kreeg dus zo’n gevoel van ruimte, alle tijd!

De regels waren streng vorig jaar ik weet nog dat ik de stad uit fietste en me afvroeg ‘mag dit wel?’ Op 1 van de fietstochten passeerde ik in Maarsen het volkstuincomplex ‘Levenslust’ en met al die vrijheid, al die ruimte dacht ik ‘dat is leuk, een volkstuin!’ Ik nam direct ’s avonds contact op en er was een wachtlijst. Deze was zo lang dat het niet mogelijk was me bij ‘Levenslust” in te schrijven. Maar ik kreeg allemaal mooie tips dus schreef me bij een aantal verenigingen in. Terwijl ik vroeger nog wel eens ergens van afzag, een wachtlijst……. dacht ik nu, laat ik er maar op gaan staan en dan zie ik wel.

ik werd 2 dagen later gebeld en kon een tuintje krijgen naast, bij, voor een ander volkstuincomplex in Maarssen en of ik de volgende dag even kon komen tekenen.

Hier ben ik er al aan in het werk. De grond was keihard, om er enige beweging in te krijgen moest je er eerst een emmer water over gooien, dan vlug aan het werk: hakken, want na een half uur (en een vierkante meter) was alles droog en moest er weer een emmer water komen. Ik kreeg er dus blaren van op mijn handen.

En ik wist dus niets, maar dan ook niets.

Maar met hulp (coaching) van Eus werd het wel wat. En hij heeft slaplantjes, die hij uitdeelt.

Ondertussen groeide de sla, de pompoenen (het werden er 20), de bloemen en de broccoli. En als ik er niet was kreeg ik hulp van Nelleke en Magda twee vriendinnen uit de straat.

Maar……..ik had me dus ook op de wachtlijst van enkele tuinverenigingen in Utrecht laten zetten. En wat schetst de verbazing, een maand later kreeg ik een tuin bij de Amateur Tuinvereniging Stadion. Een heuse, echte vereniging (met alle bestuursconflicten die daarbij horen), met klusdagen, een verenigingsgebouwtje (met wc!), en wat al niet meer. Hier was de bodem overwoekerd met onkruid, tot heuphoogte! Toen ik het eenmaal redelijk ‘schoon’ had moest ik twee weken weg. Bij terugkeer was ook het onkruid teruggekeerd op de oude, bekende hoogte.

Dit is dus tuin2. Onder het net groeit veldsla en hierachter staat mijn trots: de artisjok. Hij had in november twee grote bloemen en 1 dag voordat het ging sneeuwen heb ik de wortels nog bedekt met stro. Hij heeft dapper, dapper doorgezet .

Dit is hem nu, begin april, dus als hij de komende kou overleefd dan gaat dit wat worden dit jaar. In deze tuin heb ik hulp van de tuin-buren en Karin, zo zijn we naar een kweker geweest om bloemenplanten te kopen, die ook nu ook weer terugkeren. Prachtig om te zien, hoe (bijna) alles weer gaat groeien.

Ondertussen is het hele verenigingsleven door de corona stilgelegd. Maar het werk gaat door: In beide tuinen komen de uitjes op en bij mijn thuis is boven op zolder een kleine kwekerij ontstaan. Ik heb inmiddels een ‘tuinplan’ en een schriftje aangelegd waarin ik de groei van de zaadjes en het vervolg bijhoud (als…ze uitkomen).

En ik ben vaste klant van het naburige tuincentrum geworden. Ik heb geen blaren meer op mijn handen, maar eelt.

En onder het plastic groeit de spinazie, de snijbiet en de uitjes.

The day brakes…….

Dit hoorde ik vanochtend op de radio, zo prachtig gezongen door Cilla Black, ze werd 77 jaar oud, en deze versie nam ze heel laat in haar leven op, haar stem is ‘gebroken’ door alles wat ze heeft meegemaakt, maar, of juist daardoor zingt ze het prachtig.

Ik ben deze week in Diepenveen, beter gezegd: in de abdij / het klooster Nieuw Sion. Ik ‘werk en woon’ deze week in de oude portiersloge en ben dus een soort ‘gastenpater’ (‘gastennon’; dit woord zou toch ook moeten bestaan, klinkt anders en wordt door de spellingcontrole ‘onderschept’). Maar goed, ’s ochtends ontvang ik de gasten en ‘smiddags ben ik vrij. Vanwege corona zijn er nauwelijks gasten, dus wandel en lees ik veel. Het is een beetje de oude Benedictijnse regel: rusten – werken – bidden. (Ik eet, ‘werk’ en lees).

Ik ben hier bij toeval verzeild geraakt, nog voor Corona. Ik heb eigenlijk iets met het klooster Maria Toevlucht in Zundert, kom daar al heel lang en houd erg veel van het Brabantse landschap. Maar ‘zij doen niets met vrijwilligers’, en toen kwam deze plek op mijn weg.

Ik zou vorig jaar eigenlijk maar 4 keer een week gaan, maar omdat de gemeente Deventer hier de familieleden van de corona patiënten wilde onderbrengen, heb ik me voor meer aangemeld. Die familieleden kwamen dus niet, en omdat ik nog steeds een klein trauma’tje heb over ‘afzeggen’ (toen ik nog werkte, dan stond ik in de trein en dan belde er weer een zieke op, dat geregel, gesmeek om een invaller op het laatste moment, vreselijk), heb ik vorig jaar dus niet afgezegd en ben hier zo toen vaak geweest. Zo ken ik de woongemeenschap inmiddels goed, op woensdagavond eten ze gezamenlijk en dan eet ik mee. (en ook weer zalig dat ik niets hoef met de groepsprocessen………)

Het klooster bestaat uit een woongemeenschap (10 woningen met jonge gezinnen, of alleenwonenden), een werkgemeenschap (hoofdzakelijk vrijwilligers, rond de 70 in getal en vaak ook zo in leeftijd…..ik realiseer me dat ook ik die leeftijd nader) en een getijdegemeenschap, die de gebedsdiensten (4x per dag) verzorgen. Ik heb een poosje mee gedaan met de opbouw van de getijdengemeenschap maar omdat ik me geheel niet in de inhoud van het geloof kan vinden heb ik me daarvan teruggetrokken. Zie verder: http://www.NieuwSion.nl .

De monniken zijn overigens jaren geleden vertrokken, hier is door Kruispunt een erg mooie documentaire over gemaakt. Ik heb gezocht die kon ik niet meer vinden. 2 Jaar later heeft Kruispunt nogmaals een documentaire gemaakt hoe het de monniken sindsdien verging: ze hebben een nieuw klooster op Schiermonnikoog gesticht. Zie hiervoor: ‘Het eiland van de monniken’ op uitzending gemist. Ook mooi en, met veel beelden van ‘hier’. En voor het nieuwe klooster zie: http://www.klooster Schiermonnikoog.

Even een rondkijkje in het klooster:

Er zijn nog veel dingen, ruimtes en gebruiken van de monniken over gebleven, dit is de klompenkast, ik vind het 1 van de mooiste plekjes.

Nog een favoriet: de druivengang. Als ik hier door heen loop moet ik altijd even aan de monniken denken die hier naar toe gingen (zo denk ik) als ze verdrietig waren. De druivenranken zijn door gaten in de muur naar buiten geleid, waar ze in de aarde verdwijnen.

Wat is hier allemaal te doen? Het complex is voor een ‘zacht prijsje’ door een stichting gekocht die het als een ruim spiritueel (Christelijk) centrum exploiteert. Er is een gastenverblijf, twee ‘kluizen’ (nu twee mooie grote gastenverblijfjes), een moestuin, verkoop van eigen groente, een ciderbrouwerij, (in de herfst komen uit heel de omtrek mensen appels brengen), en er zijn ruimtes om cursussen e.d. te geven. Een van de kapellen wordt op dit moment tot koffie- en theeschenkerij verbouwd. ’s Zomers is er een camping wat vorig jaar erg leuk was. Er waren gasten die een muziekinstrument bespeelden of zongen die een bijdrage aan de diensten wilden en konden deden.

Voor mij is de grote attractie (behalve een zalige stilte) de plek: als je de poort uit stapt sta je in het bos of in de landerijen. Zo zag de wereld er woensdagochtend vroeg uit.

We waren nml stembureau en ik daarom moest ik vroeg het hek open maken en was toen weer helemaal flabbergasted van het landschap en het licht.

Dit is ‘mijn; boompje zoals het er in de herfst bij stond.

De natuur houdt op dit moment haar adem in, nog heel even wachten en dan explodeert de lente. Ik was vanochtend bij de buren: een boerderij met een melktappunt, waar ik altijd even een praatje maak met de boer of boerin. Er waren jonge kalfjes geboren! Zo mooi. Volgende week gaan de koeien naar buiten. Maar dan ben ik weer in de stad.

Zoals ik al zei, de stilte is een weldaad. Het is een ‘klein bestaan’ hier, waardoor je alles zuiver, zo mooi ervaart.

Het licht, het is altijd weer het licht.

Gelukkig dat

het licht bestaat

en dat het met

me doet en praat

en dat ik weet

dat ik er vandaan

kom, van licht

of hoe dat heet

(Hans Andreus)

10 maart, de herdenking van de Chinese inval in Tibet

Het is vandaag 62 jaar geleden dat China Tibet binnenviel en het annexeerde.

In 1986 heb ik Tibet bezocht en sindsdien ging ik op 10 maart altijd naar de herdenking van de Chinese inval. Deze werd lange tijd in de Dominicuskerk aan de Spuistraat in Amsterdam gehouden. De hele kerk stond dan vol kraampjes van actiegroepen. De bezoekers waren een bonte verzameling Tibetaanse monniken, vluchtelingen, en Westerse belangstellenden: Boeddhisten, hippies, en handelaren in Tibetaanse prullaria en -kunst.

De herdenking had meer weg van een reünie, en van ‘stilstaan bij’ kan ik me niets herinneren. Rond 12 uur was er een lange pauze, waarin ik altijd in de buurt rond ging lopen. Die buurt was (en is) een ‘rosse’ en ik weet nog goed hoe de monniken langs die dames liepen. Vandaag is er een bijeenkomst bij de Chinese ambassade gehouden. Al 62 jaar bezetting. Al 62 jaar protest en het schiet geen meter op.

Die reis van 1986 was zwaar. We vlogen naar Kathmandu en zouden met de bus naar de grens met China gaan, alwaar we zouden overstappen naar het Chinees openbaar vervoer. Op weg naar die grens bleek (het was moesson) dat er ‘landslights’ waren: grote gedeeltes van de weg waren weggespoeld en zo moesten we daar de bus uit, boven langs lopen en aan de andere kant weer vervoer zien te regelen (dat ook niet verder de weg af kon) , dat ons naar de volgende landslight kon brengen.

Bij de grens aangekomen, liep er een enorme modderstroom over het pad dat we moesten kruisen waarna we omhoog ‘de hoogvlakte op’ moesten klimmen. Er stonden Nepalese dragers klaar om de bagage naar de overkant te sjouwen, dus toen ik mijn rugzak daar door de stroom zag gaan moest ik hem wel volgen.

Aan de overkant stond de bus (er stond een bezem in), die al snel naar boven de 5000 meter steeg. Een van de medereizigers raakte in coma. We deden er 3 dagen over Lhasa te bereiken, onderweg bezochten we het Tashilunpo klooster waar de Panchenlama op bezoek was. We sliepen daar boven het toilet. Alle Tibetanen waren nog in Mao blauw gekleed.

Lhasa was nog een Tibetaanse stad, met behulp van meegebrachte foto’s van de Dalai Lama kreeg ik o.a. toegang tot het dak van de JokHang (de hoofdtempel van het Tibetaans Boeddhisme). De muren van dat dak waren versierd met prachtige fresco’s. Daar maakte ik deze foto van de dansende witte Tara:

Ze hangt er nu niet meer. Bij een van de opstanden is het dak door het Chinese leger verwoest.

Van Lhasa zouden we via Golmud en Xining naar Kashgar gaan, vanaf Xining zou het 2 dagen met de bus over de hoogvlakte en door de woestijn rijden zijn. Het werden er 4. We kwamen 2 dagen (en koude nachten) vast te zitten in het moeras.

Toen ik in Kashgar aankwam zag ik daar een meisje dat met haar ‘mooie jurk’ voor de spiegel stond, ‘Hier willen ze weer mooi zijn…..’ verzuchtte ik, ik wilde geloof ik even helemaal niets. We sliepen in de oude Russische ambassade. Kashgar ligt op een strategisch punt in de Taklamakanwoestijn en aan het begin van de vorige eeuw wilden de grootmachten allen invloed in dat gedeelte van de wereld, die ambassade stond nu leeg en was door de reizigers als hotel geconfisceerd. De strijd en het hotel worden prachtig beschreven in het boek ‘The Great Game’ door Peter Hopkirk.

Ontmoeting in Kashkar

Van Kashgar gingen we met de bus verder over de Karakoram Highway (weer boven de 5000 meter, het sneeuwde op de pas) naar Pakistan. En ook toen kwamen we onderweg weer vast te zitten. Ik vergeet nooit het gezicht van Joke, met wie ik toen reisde. Ze had nml 2 enorme meloenen uit de vrachtauto voor ons bemachtigd, bezorgd om weer zonder eten vast te komen zitten. ‘Marga! Ik heb meloenen!’

Pakistan was prachtig, maar door al het oponthoud moesten we door. De laatste busrit zat ik naast de chauffeur die de hele nacht doorreed en gaf hem de hele tijd een sigaretje, zodat hij maar wakker bleef.

Rawalpindi was een soort paradijs. Het was alleen jammer dat het ramadan was, alles was dicht.

Inmiddels zijn zowel Tibet als het NoordWesten van China waar de Oeigoeren wonen voor reizigers compleet afgesloten en vond en vindt er een genocide plaats. Beide gebieden zitten vol mineralen, erts en liggen strategisch. Ook heeft China ‘lebensraum’ nodig voor haar bevolking. De kranten en tv geven geen aandacht meer aan de herdenking van de inval in Tibet.

De Oeigoeren hebben (wat aandacht betreft) meer ‘geluk’. Deze foto stond vanochtend in de krant:

Deze foto is een duidelijk voorbeeld van de ‘Chinezizering’. De Oeigoeren zijn een soort Turkse ‘stam’, ze spreken Turks en eten o.a. kabab en Turks brood. (en meloenen dus) De chinezen eten mie.

De laatste jaren zijn er veel Oeigoeren naar Turkije gevlucht, maar die Erdogan he? Die ziet zijn belangen bij China slinken en zinspeelt er nu op de gevluchte Oeigoeren regelrecht terug het strafkamp in te sturen.

Ik wilde eigenlijk een stukje schrijven over Birma, gisteravond hoorde ik op de radio dat de demonstranten daar hopen op hulp van de internationale wereld. En toen moest ik denken aan de Tibetanen, de Oeigoeren, de Koerden enz. enz. Telkens weer die hoop op hulp van buiten en telkens weer dat bedrogen uitkomen.

De volgende keer nee, een andere keer Birma. (‘het lijkt wel of ze in het verleden leeft’)

Heir to a glimmering world

De reacties op dit boek waren een mooie aanleiding dit boek weer te bekijken. Ik las het eind januari 2009, in de kerstvakantie daarvoor was in naar New York geweest. ‘Ik deed maar’ is een zin die deze dagen vaak door mijn hoofd schiet, dan weer dit, dan weer daar naar toe – je dacht er toch nooit aan dat dit eens zou ophouden?

Lang geleden las ik de boeken van Chaim Potok, boeken die de levens van jonge opgroeiende jongens in het Joodse orthodoxe milieu van vlak na de 2 Wereldoorlog in New York beschrijven. Ik vond die boeken toen erg mooi (geen idee wat ik er nu van zou denken) en herinner me nog dat ik dit met een feministe besprak die alleen nog maar boeken wilde lezen die door vrouwen waren geschreven en die over vrouwen gingen. (ja… ook toen al, deze nauwe blik die niet over inhoud gaat. Maar dat is een andere discussie) Maar ze las wel Chaim Potok, over jongens dus. We concludeerden dat deze boeken met zoveel liefde het leven daar beschreven en dat ze daarom zo mooi waren.

Met de boeken van Chaim Potok en Philip Roth in mijn gedachten logeerde ik in een orthodox Joods hotel in “the Lower Eastside’. Het is de buurt waar de straten namen hebben (i.p.v. nummers), hij ligt vlak bij de aankomstpier waar de immigranten na ‘goedkeuring’ de nieuwe wereld binnen stapten. Het hotel, de eigenaar met zijn gezin en de mensen die er rondliepen, werkten, rondhingen (?) leken allen hoofdpersonen uit die boeken.

In de straat stonden een authentiek Italiaans en een Joods huis, ingericht zoals deze aan het begin van de vorige eeuw door de immigranten bewoond werden. het was die Kerstvakantie ijzig koud en ik kreeg van het hotel een toegangskaartje voor het fitness centrum om de hoek: aan de Williamsboulevard. Daar stond ik op de lopende band met uitzicht op de Williamsbrug. Het was even of ik er woonde…….

Maar hier het boek:

‘Erfgenaam van een glinsterende wereld’

We zakten nog dieper in de wildernis….de jongens in oorlog, ondergoed ongewassen, pannen die overkoken. Mitwisser die achter een gesloten deur liep te ijsberen, zijn vrouw paniekerig in haar bed. Waltraut ongewassen die steeds moeilijker werd. Soms verviel ze in ontroostbaar gehuil. Als ik op de ene plek orde schiep, sijpelde het verval al op een ander plaats naar binnen. Ik, de vreemdeling, was alles wat ons van de laatste stadia van de anarchie afhield – ik was een verborgen motor van overleven geworden.’ ( Rose)

Rose Meadows, een wees die een plek nodig heeft om te wonen en te werken, gaat via een krantenadvertentie wonen bij de familie Mitwisser, Duitse Joden die in 1933 alles wat ze hadden op de vlucht moesten achterlaten. In hun nieuwe vaderland worden ze als ‘parasieten’ beschouwd. Rudolf Mitwisser is een onderzoeker van oude Joodse teksten, hij sluit zich voornamelijk op in zijn kamer, hij heeft weinig contact met de rest van de familie of met de realiteit van het dagelijks leven. In Europa werd hij als een grote geleerde beschouwd, in de VS vindt men zijn onderzoeken van weinig belang. Zijn vrouw Elsa is een natuurkundige die in Berlijn samenwerkte met een geleerde die kort na haar vertrek de Nobelprijs ontving (dit is trouwens ook het onderwerp van: ‘In een roes van helderheid’ – Helga Konigsdorf). Ze is radeloos dat haar gezin nu afhankelijk is van anderen, ze is mentaal onevenwichtig en ook zij sluit zich op in haar kamer. Het gezin bestaat uit vijf kinderen, Anneliese, het oudste meisje zorgt voor haar 3 jongere broers en de zeer behoeftige 3 jarige Waltraut.

Maar ze hebben ook geluk, het gezin is ‘geadopteerd’ door James A’Bair (een karakter gebaseerd op de zoon van A.A.Milne, de schrijver van Winnieh the Pooh). Deze James ontvangt nog steeds geld van verkoop van de boeken van zijn vader en hij voelt zich aangetrokken tot een huiselijk leven dat totaal anders is dan wat hij heeft gekend. Hij stuurt periodiek geld en cadeautjes voor de kinderen. Deze James, werd ‘ een berenjongen’ toen hij 5 jaar was en heeft door zijn publieke figuur nooit een eigen identiteit kunnen ontwikkelen. Rose heeft een moeder die loog o.m. over de dood van haar man.

James, die de ‘berenjongen’ werd toen hij 5 jaar was heeft omdat hij een publieke figuur was nooit zijn identiteit kunnen ontwikkelen, Rose heeft een moeder die loog over de dood van haar vader.

De Mitwissers hebben ontdekt dat hun wereld voor altijd is veranderd, maar noch de vader, noch de moeder is bereid zich aan te passen.

Het boek is gericht op de karakters en het thema, in plaats van op een plot (dat is er ook niet). De schrijfster schept een intense wereld waarin elke persoon de vervulling van zijn of haar dromen zoekt, die aan de horizon glinsteren als vuurvliegjes, het is een kwetsbare hoop die kan sterven voordat ze tot bloei komt.

Het zijn allemaal ongewone personages, met ironie beschreven – op zo’n manier dat hun verhalen belangrijk worden.

Ik had over het boek in de krant gelezen en in New York gekocht (het is niet in het Nederlands vertaald). Toen ik een maand later elke dag met de trein en de bus moest reizen lag het boven op een stapel nog te lezen boeken dus ging het mee onder het mom van ‘als ik maar iets te lezen heb ……’

Zo gaat dat met boeken en zo gaat dat met mij.

En ik ben er nog niet uit: ‘Heir to a glimmering world’: die wereld waar ieder naar toe ging was dus niet zo glimmering. Daar denk ik nog even over door.

berichten van een veranderde wereld

Toen mijn moeder gestorven was en ik elke dag weer naar het ouderlijk huis moest om van alles te regelen, ging ik vanaf het station Haarlem met de bus daar naar toe. In mijn herinnering regende het altijd (het was januari) en in die bus las ik ‘Heir to the glimmering world’ en dit zo lezende in die bus in de regen, het waren de enige momenten in die periode dat ik me niet verdrietig, ontheemd of ‘wees’ voelde. in tegendeel ik voelde me toen veilig, beschermd in die bus.

Misschien zijn we nu, in deze (nog steeds durende) corona tijd allemaal ‘Heirs to the glimmering world’ – of misschien is het alleen maar omdat het ritme van ‘Berichten van een veranderende wereld’ het zelfde klinkt als de titel van dat boek, maar in ieder geval toen ik bedacht ‘laat ik weer eens iets op het blog schrijven’ – toen moest ik de hele tijd aan dit boek denken. En niet alleen wbt de titel, het boek gaat over emigranten en hoe ze hun leven in het nieuwe land hernemen, opbouwen, leven. Nou ja dat zijn wij nu ook, migranten naar een andere wereld.

Dus vandaar…. berichten van een veranderende – veranderde wereld, die nog steeds glimmering is.

Op mijn wc hangt het toegangskaartje van de tentoonstelling ‘De aanbidding van het Lam Gods’ uit Gent. Dit is een foto van de folder, fotograferen was verboden. Met ‘Het Lam Gods’ wordt Jezus bedoeld, Agnus Dei: ‘Als een lam werd Hij ter slachting geleid’. Het offeren van en het bloed van het lam zijn in de godsdiensten van het Midden Oosten een vaker gebruikt beeld. Als je ernaar googled wordt het allemaal erg bloedig, opofferend, Christelijk dus – dus met dat googelen stop ik nu. Het gaat mij op de schoonheid en de blik van dit lam.

Wat kijkt dit lam prachtig de wereld in. Niet echt als een lam dat naar de slacht wordt geleid lijkt me. Eerder ‘wie doet me wat’, het straalt waardigheid uit. Het zegt iets over de tijd dat het geschilderd werd. Het ging goed met Gent in die dagen, de handel floreerde, de stad bloeide. Het zijn nog Middeleeuwen, maar er straalt al een zelfverzekerheid uit. Het veelluik waar dit lam op staat is klein, het bestaat uit 12 panelen die aan beide kanten beschilderd zijn. Een prachtig ‘Middeleeuwse stripboek’ vol symboliek. Het werd geschilderd door de gebroeders van Eyck, in opdracht van de koopman Joost Vijd, die hiervoor een kapel in de St Bataafskathedraal liet inrichten.

Het toegangskaartje staat op 3 maart, dus dit is precies een jaar geleden. In België heerste al corona, maar van maatregelen op straat, in het museum, in de winkels heb ik nauwelijks iets gemerkt. zo ben ik heerlijk uit eten geweest. In de trein echter heerste al een vreemde sfeer, ik had toch een gevoel van ‘kan ik hier nog wel zijn?’ Het was mijn laatste ‘echte reis’. Ik geloof dat minister Bruins ‘dat briefje’ al had ontvangen, van het eerste corona geval in Nederland en hierna zou ook Nederland in een ‘intelligente lockdown’ geraken. Ik ga nog even uitzoeken wanneer dat was.

En sindsdien zitten we dus soms stevig, soms los, (en intelligent?) in een lockdown. Mijn leven is veranderd……en toch weer niet. Wat zal volgen zijn berichten van dit veranderde, veranderende leven.

‘Heir to a glimmering world’, daar wil ik nog even op terugkomen. Er staat niet ‘Heir from’ wat ik zou vertalen als ‘erfgenaam van’, maar ‘Heir to’ ook dit betekent ‘erfgenaam van’ maar als je ‘erfgenaam naar’ op google translate zet, dan verschijnt ‘heir to’. Ik ga dus van beide uit, we hadden een glimmering world geërfd, en we gaan deze erven. (in het boek is het tenslotte ook niet duidelijk welke wereld bedoeld wordt, maar misschien was dat juist de bedoeling). En in ieder geval een titel waarvan je bijna over elk woord kunt na denken.

Leuk als jullie mijn blog weer lezen, reacties zijn welkom!

Van Koyasan naar Osaka

Het was maar 4 uur met de trein en een wereld van verschil.

De gang in de tempel.

Woensdag 18 december Vanochtend om 5 voor 6 liepen we weer door deze gang op weg naar de ceremonie. Het is een mooie ceremonie met prachtig gezang. Een ander onderdeel is weer het goma-ritueel. Op onze kamer liggen ‘gebedsstokjes’ en een viltstift waarmee we een wens op het gebedsstokje kunnen schrijven.

De ‘bijsluiter’

Een onderdeel waar wij aan mogen meedoen is het offeren van wierook bij het Boeddha beeld en het zetten van een glaasje water bij dat van Kobo Daishi. Direct daarna gaan we om de beurt op een krukje zitten en wordt onze rug met een rinkelend apparaat gemasseerd. Heerlijk, daar niet van, maar ook dit had ik nog nooit meegemaakt.

Daarna was het weer ontbijt. De monnik die ons al 3x bediend had bij het eten ‘do you want more rice? (En dan kreeg je een klein schepje, zodoende vroeg iedereen wel 3 of 4 keer om rijst) was er niet. We moesten het zelf doen! De vader van de familie uit Maleisië, die met ons te gast zijn sprong direct in dit gat.

In de tempel bleek een belangrijk persoon op visite te zijn. Toen we na het ontbijt een kopje koffie in de zeer moderne inpandige coffeeshop dronken stond hij aan de andere kant van het glazen raam tegenover ons en mediteerde (?) door het open raam naar buiten. Daar zaten we met de koffie! Het blijft jammer dat we door de taalbarriere niet met de monniken kunnen praten. We hadden graag meer willen weten over de rituelen, het bezoek en de gang van zaken in de tempel.

Koyasan is vandaag in mist gehuld.

Geen sneeuw in Koyasan (een stille hoop) maar mist en regen. Met de bus ging het weer naar de kabelbaan en daarna beneden verder met de trein. We moesten 2x overstappen en hadden hier 3 en 4 minuten voor. In die tijd moesten we erachter zien te komen op welk perron de volgende trein zou komen en moesten we daar naar toe. En wat te doen bij vertraging? Maar in Japan heeft de trein geen vertraging…….. en zodra je bent uitgestapt is er altijd wel iemand van de spoorwegen of een andere reiziger die helpt.

Ons hotel in Osaka ligt op 4 minuten afstand van het station. Het is bloedheet op de kamer en het raam kan niet open. We hebben aan alle knopjes gedraaid waarvan we vermoeden dat die iets voor de temperatuur kunnen betekenen. De hitte blijft. Dus toen naar de receptie. De man die onze koffers naar boven had gebracht (hiervoor had hij witte handschoenen aan gedaan) ging met me mee, de handschoenen weer aantrekkend. Ook hij draaide aan de knopjes, zei ‘okay’ en vertrok weer. Na 5 minuten was hij er weer, nu met een ventilator! Het is tenslotte 18 december……. dus de ventilator brengt ons koele lucht deze winter.

Vanmiddag zijn we even Osaka in geweest. Een cultuur shock!!!

We hebben okonomiyaki (een specialiteit van Osaka) gegeten.

Okonomiyaki is te omschrijven als een hartige pannenkoek. Een pannenkoek waarop een laagje kool wordt gelegd, gevolgd door bv inktvis, een sausje, eventueel nog een groente met als slot weer iets stevigs met bedekt met mayonaise, tomatensaus en wat groen strooisel. (onbekend wat). Het geheel wordt op een hete plaat gebakken en daarna geserveerd en dan snijd je er met een mes stukken af die daarna met de stokjes worden opgegeten……….zonder dat er stukjes vulling tussen uitvallen. Dit lukte ons aardig, na 10 weken o hasji (stokjes) training.

En wat wandelend door het centrum (eindelijk een soort centrum) van Osaka zagen we veel gokhallen met daarin veel mensen, veel winkels en mensen met tassen vol, want ze houden hier erg van kopen, kopen en kopen. Er zijn hier veel restaurantjes en kleine eettentjes. Die zijn we vandaag (donderdag) maar eens gaan uit proberen.

Veel gokhallen met veel mensen.
Overdekte winkelstraten en iedereen koopt, koopt……

Vandaag, donderdag 19 december hebben we eerst een enorm aquarium bezocht waar je onder en langs vissen uit de hele wereld kon lopen.

De kwallen, zo mooi als de natuur weer was, het was soms net kantwerk.

Daarna hebben we de grootste departement store (warenhuis) van Osaka bezocht. Ik geloof dat de voedselafdeling net zo groot is als de hele Beijnkorf bij ons. En het was er enorm druk. Voor sommige afdelingen stond een lange rij. Wij kochten hier (weer) handdoekjes. Een rugzak vol met handdoekjes inmiddels, want ze zijn zo leuk hier.

Tenslotte zijn we naar een food market gegaan waar we van alles zagen en sommige hapjes geprobeerd hebben.

De viswinkel, sommige vis wordt levend bewaard.
Zowel voor de barbecue als voor de sashimi.
Uit de pakketjes van 550 yen steken kopjes (onbekend, welk dier) omhoog.
Geflambeerde coquilles.
Tempura met oesters.
Balletjes met inktvis.

Het was heerlijk dus!

En toen was het met de metro terug naar het hotel.

Keurig in de rij (hier staan pijltjes voor op de grond) wachtend op de trein.
Osaka by night.

Het is inmiddels avond geworden en ik ga inpakken, voor de laatste keer want morgenochtend vertrekken we weer naar huis.

Het zit er echt helemaal op!

De weg terug

Vertrek om 8 uur uit de ryokan.

Donderdag 12 december zijn we om 8 uur van de ryokan bij tempel 88 vertrokken naar de onsen waar we vannacht slapen. Het is toch een beetje ‘verder lopen’. We zitten gewoon nog/weer in de wandelmodus: gisteren bij aankomst meteen alle kleren verzamelen voor de was, de droger 2x laten draaien want anders zijn de sokken niet droog, het adres van de volgende dag laten bellen om te reserveren en nu in de onsen hebben we weer laten bellen voor morgen en overmorgen. Alles is nu tot vertrek gereserveerd.

Het was best fris vanochtend en ik vraag me af hoe koud het hier in januari wordt. Het bos ziet er best einde herfst uit, maar er staan hier ook palmbomen, en zijn die wel wintervast?

Henro – auto

Het pad ging weer door prachtige bossen, langs beekjes en over moeilijke paadjes.

Vrijdag 13 december het was een koud begin vanochtend, de rijp lag op de velden. Zodra de zon boven de bergen uit was kreeg ze meer kracht en werd het warm. Dus heerlijk terug gelopen naar tempel 10.

Ginkoboom bij tempel 10

Zaterdag 14 december vandaag liepen we de hele dag langs de weg in de bebouwde kom. En de rek is er een beetje uit. Dus veel Lawson en Seven Eleven voor een kopje koffie. We zijn alvast voorzichtig (we moeten het allemaal meesjouwen) met de boodschappen voor mee naar huis begonnen.

En toch nog een mooi herfstveld.
Het kan nog…….verse sushi’s.

Sliepen we gisteren in een schone, mooie ryokan met een restaurant waar we heerlijk aten, vandaag is het misschien wel de minste van de hele reis.

De eigenaar (?)

Het henro-seizoen loopt duidelijk op z’n eind. Dit was de enige ryokan die nog open was. Toen we aankwamen was er niemand. Ik haalde de buurman uit zijn winkeltje die zijn telefoon pakte om de eigenaar te bellen. Net op dat moment kwam er een krom vrouwtje de hoek om, ‘sumimasen, sumimasen’ (sorry) roepend dat ons binnen liet. Ondertussen praatte ze de hele tijd tegen me. Via een restaurant met een enorme troep bracht ze ons naar de kamer. Na vijf minuten bracht ze thee, met een bonbon, een snoepje en een koekje. Na uitleg over de ofuro werd elke lichtschakelaar geprobeerd en ondertussen maar pratend en pratend. Hier begrepen we niets van, maar ik denk dat dat niet belangrijk is.

De administratie en de doos met de nieuwe spullen.

Tijdens het eten (hier zaten ‘ontbijt onderdelen’ bij: een rauw ei en de natto, nog een geluk dat ik de sushi’s had gegeten) pakte de man de grote doos uit. Hier zat in: een camera, een kussen (dat ik ook mocht uit proberen), 2 dozen mooie snoepjes (een soort Japans Turks fruit) waar we van mochten proeven en een stofzuiger die hij even uit probeerde. Ook de man praatte de hele tijd door, ongeacht of hij antwoord kreeg, of dat het begrepen werd.

In het restaurant hingen 2 henro hessen geheel bedrukt met de stempels van de 88 tempels. Er lagen ook 3 stempelboeken. Toen ik deze bekeek, bewonderde en hier naar vroeg kregen we een prachtig brokaten naambriefje van ene Yoshida. Was dit familie van de man? Hij was het niet. We kwamen er niet achter wie dit was.

Tegen de muur stond ook een enorme kooi. We vroegen ons af van welk dier deze was, want de kooi was leeg.

Je kunt in dit restaurant ook aan je conditie werken.

Even later kwam het vrouwtje (zo krom, ach zo krom) met een zeer alert katje binnen en ze stopte dit direct in de kooi. Hierna haalde ze nog een katje dat ook direct werd opgesloten.

En toen bracht ze ons twee heerlijke kopjes koffie, weer met koekjes. Soms vroegen we ons af ‘in welke film spelen we nu mee’, wat een chaos, bij twee aardige mensen die ook zo erg hun best deden gastvrij te zijn. Maar ze waren, ben ik bang, een beetje over hun top heen.

Zo krom…..
Het avondeten en ontbijt waren hetzelfde en kwamen uit deze keuken.

Zondag 15 december Het was nog een uur lopen naar tempel 1.

Het allerlaatste bord: nog 900 meter naar tempel 1.
En hier luidde ik nog 1 keer de bel.

We bekeken weer uitgebreid de hoofdhal want hij blijft mooi. Daarna lieten we ons fotograferen, een beetje weemoedig, trots en blij.

De cirkel is rond, we zijn terug in tempel 1.

Hier haalden we nog 1 keer het stempel op en toen zat het erop. We liepen naar Bando-station en na drie kwartier wachten kwam de trein.

En toen waren we in een kwartier in Tokushima.

De henro zit er op. Nu gaan we naar Koyasan waar Kobo Daishi in stille meditatie zit en wacht op Miroku, de volgende Boeddha.

Even een ander Japan

De afgelopen tijd zag ik niet alleen maar tempels. We liepen door prachtige natuur en ik heb geloof ik elk mooi boompje en elk prachtig uitzicht op de foto gezet. Maar de steden zijn niet echt mooi. Wat opviel was de reclame voor de kappers. Alle reclames zijn in het Japans, behalve die van de kappers. En er zitten prachtige bij. We denken dat met de invasie van de Amerikanen in de 2e Wereldoorlog het kappen een grote vlucht nam. Veel ‘perm’ dus, ofschoon we nauwelijks een gepermanent hoofd hebben gezien.

‘Cut and perm of professional technick’
Hier brengt de kapper vrede.
Een gesuikerde jongen, kan ook bij de kapper.
En wat gedacht van oranje haar?
Hier kun je met je haar communiceren.
De prijzen, 10 yen is ongeveer 8 cent.
Of canvas haar?
Maar haar kan ook egoïstisch zijn.
Kort maar duidelijk!
Herboren! Met nieuwe nagels!
Knippen en daarna Parma ham?
Of barok?
Hier wordt je haar gemaakt.
Zonder woorden.

Tijdens het lopen keek ik ook wel eens naar de grond en zag daar prachtige putdeksels. Elke stad heeft haar eigen ontwerp deksel.

Hier begon ik met het fotograferen van de deksels, die prachtige vogel!

De weg vinden Wat de Amerikanen ook brachten (denk ik) is de nummering van de belangrijkste wegen. ‘Route 56’ is een begrip voor ons geworden. En alweer: dit kunnen we lezen en zo konden we de weg weer (terug) vinden.

De slippers In ryokans en minshuku’s moeten de schoenen direct uit in het halletje achter de voordeur. Daar liggen slippers klaar. Hierop loop je naar je kamer en als daar een tatami mat ligt, dan moeten de slippers weer uit, die laat je buiten bij de deur staan. Die slippers zijn trouwens levensgevaarlijk. Bij aankomst ben je moe, ze passen nooit en je hebt je sokken nog aan. En zo ga je op die slippers met je rugzak en je spullen weer een onbekende trap op. De berg op ging gemakkelijker.

En dan moet je naar de wc. Je slippers staan buiten op de gang en hiermee loop je naar de wc. Daar staan toiletslippers (op de slippers staat vaak ‘toilet’). Deze zijn dus voor in de wc.

Wil je nog een keer naar buiten? Bij de deur staan ‘buitenslippers’ klaar.

En dan kom je uiteindelijk weer op je kamer en ontdek je dat je met de verkeerde slippers toch weer op die tatami mat staat.

In Takamatsu sliepen we in een chique hotel. Op de slippers die we in de kamer vonden stond ‘for room use only’. Maar wij toch op deze slippers naar het ontbijt. Bij de ingang werden we tegen gehouden. We mochten niet op deze slippers naar binnen. ‘Maar wij hebben alleen grote (en ook vieze) wandelschoenen aan, die kunnen we toch niet hier dragen?’ De dame belde haar baas (via een telefoontje dat op haar blouse bevestigd was). Na beraad mochten we voor 1 keer op deze slippers ontbijten.

Het toilet Is een zaligheid: de bril is vaak verwarmd of er zit een stoffen hoesje om de bril. Soms klinkt het geluid van stromend water als je eenmaal zit, of het geluid van kwetterende vogeltjes. Ben je klaar dan heb je de keuze uit een bidet, een toiletshower of een derde mogelijkheid. Zowel de kracht als de temperatuur van deze drie zijn te regelen. Soms spoelt het toilet automatisch door na het opstaan.

Buigen Doet men als begroeting of als dank. Op de tv zagen wij hoe belangrijker hoe dieper beide partijen met het buigen gaan. En dan gaat het maar door, steeds dieper. Ik moet toegeven, ik ben gelukkig niet belangrijk en maak dus maar een kleine buiging. Maar het hangt nauw, de buiging.

Nog niet de laatste lootjes…….

Maar wel bij tempel 88.

Het allerlaatste teken van vandaag: nog 0,7 km te gaan.
Afscheid vanochtend vroeg.

We werden uitgezwaaid door de eigenaresse van ryokan Azumaya. Een heel lief oud vrouwtje. Ze is al op leeftijd, net als de ryokan die duidelijk een betere tijd heeft gekend, (En dan zal ik maar niet van de keuken spreken). Ze heeft een dochter die in Lelystad woont dus de Nederlandse Henro heeft een streepje voor. We kregen snoepjes, chocolade en een onduidelijk energiedrankje mee. Ik had haar gevraagd de slaapplek voor overmorgen te reserveren. Dus veel getelefoneer, deze ochtend plaatselijke tijd 7 uur (wij ontbijten hier uiterlijk om half 7). Opeens kreeg ik de telefoon in handen en hoorde een Nederlandse stem (Nederlandse tijd 11 uur ‘s avonds): de dochter die me uitlegde dat het reserveren niet lukte, maar dat haar moeder het een uur later zou proberen enz. enz. Zoveel zorg, het blijft hartverwarmend.

We liepen weer door prachtige bossen en tot mijn grote verrassing en verbazing stonden er weer bomen In een kleur die ik nog niet gezien had.

Kastanje bruine kerstbomen.

Onder aan de berg, lang voor we bij tempel 88 zouden aankomen ligt de ‘Henro salon’. Hier werden we ontvangen met thee en koekjes en kregen we een ‘officieel certificaat’ als bewijs van het afleggen van de Henro.

Bijgeschreven in de annalen van de Henro.

De salon is opgericht en ingericht door een groepje dat ook de Camino naar Santiago heeft afgelegd. En daar krijg je ook een certificaat. Dus zodoende. In de ruimte is een maquette van Shikoku met alle tempels en een overzicht van de geschiedenis. We kregen ook een dvd en een beeldig tasje.

En toen werd het echt menens en moesten we klimmen, naar tempel 88, Okuboji.

En als je er dan denkt te zijn is er altijd nog een trap.
Symbool van de tocht van Kobo Daishi.

Vaak hangen er enorm grote sandalen aan de poort. Want Kobo Daishi droeg tijdens zijn tocht over Shikoku sandalen van stro. En aan die sandalen aan de poort wordt dan weer van alles opgehangen.

Kobo Daishi als pelgrim staat vlak achter de poort.
Yes! We made it!

Het is voor sommige pelgrims gebruik de stok hier achter te laten. (a 1000 yen……)

Maar dan staan ze wel onder het wakend oog van Kannon Bosatsu.
Bato Bosatsu met het paardenhoofd.

Ik heb in elke tempel naar een beeld van Bato gevraagd en het stond nergens. Zelfs niet in de tempel waar hij de heilige van is. En nu hier, zo op het einde, daar staat een beeld van hem met een heel lief paardenhoofdje op zijn voorhoofd.

Tijdens ons bezoek aan de tempel kwam er een enorme groep buspelgrims aan. Van 1 van hen kregen we een prachtig naambriefje en toen kwam er nog een man die ons 1000 yen osetta gaf. We raakten er helemaal verlegen van. ik heb toen maar snel 2 naambriefjes beschreven en die aan hen gegeven. En van die 1000 yen zijn we later een lekkere kom udon gaan eten.

Over naambriefjes gesproken, de pelgrims gooien bij elke hal in elke tempel een naambriefje met een wens in de daarvoor bestemde doos. Eens in de zoveel tijd worden deze verbrand. (Ik dacht, toen ik dit ritueel vorige keer in tempel 6 meemaakte dat we hiervan moesten ‘leren’ niets meer te willen wensen. Een Boeddhistische gedachte nietwaar?) Maar nee, door de briefjes te verbranden worden de wensen naar de goden gestuurd.

De naambriefjes worden verbrand.
Onder leiding van een monnik reciteren de pelgrims de Hartsutra.
En natuurlijk wordt dit moment op de foto vastgelegd.
Toen heb ik ook maar een selfie gemaakt.

En is nu, aankomend bij tempel 88, de tocht nu beëindigd? Behalve dat deze tempel qua sfeer en schoonheid niet echt uitnodigt om iets te beëindigen, officieel gaat de tocht verder naar de tempel waar je gestart bent. Dan is de cirkel rond en kun je weer verder doorgaan met lopen. Want de Henro is het leven, het leven dat doorgaat als in een cirkel, als in een kringloop.

Wij gaan na tempel 1 naar Koyasan, waar Kobo Daishi begraven ligt. En daarna naar huis, waar hopelijk het leven ook weer verder doorgaat.

Ato nareba nukitsu nukaretsu henro michi

Eerst volg ik

Dan passeer ik

En wordt gepasseerd

Het pad van de pelgrim.

onderweg (deel 8)

Donderdag 5 december. We naderen Takamatsu, waar de hele vallei met ‘stad’ is gevuld.

Ik moet er weer erg aan wennen, de drukte, het verkeer, het gemis van natuur.

Met twee beeldjes in de hand.

Als we langs een huis lopen horen we geroep. Het is deze man. We krijgen van hem ieder een piepklein stenen Jizobeeldje. Het is hol van binnen en daar zit een opgerold papiertje in waarop de mantra van de volgende tempel is geschreven. Het blijft verbazingwekkend hoe sommige mensen thuis de henro’s zitten op te wachten om hen iets te kunnen geven.

Kannon beeldjes langs de straat.

Bij tempel 77, Doryu-ji staat in een hoekje een groep Kannon beeldjes in een soort vierkante kring om een groot Kannonbeeld. Ik vind dat (net als de vorige keer) een prachtig plekje. En ik krijg het weer niet mooi op de foto.

Bij tempel 78, Goshoji.
‘Alle goedbedoelde

die de trap opkomt’ (vrij naar Wim Sonneveld)

Ja, dit wordt er allemaal bij de beeldjes neergezet. De glazen potten zitten vol met amuletten.

Kerstmarkt in een winkelcentrum in Takamatsu.

Vrijdag 6 december Sinterklaas is onopgemerkt aan me voorbij gegaan. Hier gaat het al richting kerstmis. Ik heb geen idee, wordt dit wel gevierd? Hoe en wat? Of gaat het alleen om de commercie en de frutsels er om heen? In elke winkel klinkt kerstmuziek, bij sommige huizen hangen kerststukken en op de koffie bekertjes bij de Lawson staan kersttaferelen.

Wij hebben vandaag een lange, zware dag. We lopen eerst langs tempel 81, Shiromineji en klimmen dan het Goshikidai plateau op naar tempel 82, Negoroji. Daarna gaat het klimmend en dalend over het plateau naar tempel 83, Ichinomijaji. Het lukte me niet een slaapplaats op het plateau te vinden dus moeten we aan het einde van de dag nog naar beneden. De stempelmonnik van 83 heeft een geplastificeerd overzicht van de route naar de bushalte een uur verder naar beneden. We rennen bijna de berg af. Ondertussen zijn de uitzichten weer prachtig. Nou ja dus, we komen net te laat bij de bushalte aan. En waarom is een bus niet net te laat als jij ook te laat bent? Het is al bijna donker en koud en we zijn moe en hebben geen puf meer om op de volgende bus te wachten. We nemen een taxi naar het hotel.

Een oude lantaarn op het plateau.

Zaterdag 7 december. We zijn in Takamatsu, hier staat tempel 19 van de 20-serie en hier is het Ritsurin park. We gaan eerst naar tempel 19 Kozaiji. En dan wandelen we door het park. Dit is 1 van de mooiste parken van Japan en ook hier staan de bomen in herfstkleuren.

Het is allemaal mooi, natuurlijk. Maar toch……. die bomen in de vrije natuur vind ik veel mooier. We zijn zo verwend de laatste weken met zoveel moois, dat het aangelegde park met de gecultiveerde bomen (het lijkt wel of er geen takje verkeerd zit) mooi is, maar me in eerste instantie weinig deed.

En toch….is het mooi.

Zondag 8 december……A temple too far ik wilde vandaag van de 20 serie naar tempel 20 (de laatste….) en van diverse kanten had ik al gehoord dat dit moeilijk, lang en zwaar zou zijn. Ik ben met de eerste trein naar de bushalte voor de eerste bus gegaan en kwam toen op de plek waar het pad omhoog (het kortste, maar ook het steilste…) zou beginnen. Ik heb een half uur gezocht en realiseerde me toen al dat dit verder niet zou lukken. Het pad bleek onvindbaar. Heen en weer stond er totaal 7 uur voor en met dit half uur had ik nog maar 6 uur voor deze tocht. Daarbij opgeteld dat het hier altijd verder, langer en zwaarder is dan wat wordt voorspeld….

Daarboven moet ergens de tempel staan.

Ik besloot een stuk over de weg te gaan tot de dam, vanwaar ook een pad over een smalle weg richting tempel ging. Ik ben 2.30 uur gaan lopen en daarna weer 2.30 uur terug om zo weer net de bus terug naar het station te kunnen halen, want de bus ging eens in de 3 uur.

Het stuwmeer bij de dam.

Maandag 9 december Van tempel 83, Ichinomiyaji naar tempel 85, Yakuriji, leek ons een ontspannen dagje te worden, ware het niet dat tempel 84, Yashima-ji weer hoog op het plateau stond en we op weg er naar toe de weg kwijt raakten zodat we ‘over de weg’ naar boven gingen dus met een enorme omweg. Gelukkig stond onze ryokan aan de voet van de kabelbaan naar 85, die hebben we tot de volgende dag bewaard. En gelukkig stond er een heerlijk restaurant naast de ryokan, die al bij het reserveren had gezegd geen avondeten te serveren (wat ons enige zorgen had gebaard). Zo klopten we pas om 6 uur bij de ryokan aan.

We konden meteen in bad en daarna iets later, sliepen we ook meteen.

In tempel 83 staat deze constructie. Als je hoofd erin past, bouw je goed karma op, past het niet….dan loopt het slecht met je af. Toen ik de rechter steen wat stevig vast pakte bleek deze los te zitten, door hem open te klappen werd de opening ahw wat groter. Veel goed karma dus!

Mijn hoofd past!
Het uitzicht op weg naar tempel 84.
En dan sta je ineens in de toegangspoort.
De avond valt.

En vandaag, 10 december zijn we met de kabelbaan naar boven gegaan, naar tempel 85 Yakuriji.

Tempel 85 is weer een sprookje.

Het was een rustige, ontspannen wandeling naar tempel 86, Shido-ji, waar de tuinman ons naar een ‘Japanse tuin’ wees. Dit bleek een zentuin te zijn.

De pagode van tempel 86.

En toen was het nog 7 kilometer naar tempel 87, Nagao-ji.

We slapen hier vlak achter, zodat we morgen direct kunnen beginnen met de tocht naar tempel 88. En nee, dan zijn we nog niet klaar, want het is gebruik te eindigen op de plaats waar je begonnen bent, want dan is de cirkel pas rond.

Maar die 88……. is toch een mijlpaal.