The long and winding road.

Woensdag 8 juni Het was twee uur lopen van Kingston, waar ik had geslapen naar Bigbury. Zodra ik buiten stond ging het regenen en omdat ik via de voetpaden liep, werden de benen nu niet alleen door de brandnetels en braamstruiken aangevallen, maar werd alles van de struiken en van de regen nat. Dus toch maar ook de regenbroek aan. In Bigbury werd het droog en om 11 uur bereikte ik het bordje en de bel van de ferry.

Je moest hard op de bel slaan en zwaaien naar het boothuis aan de overkant. Nadat ik op de bel had geslagen zwaaide ik, er kwam echter geen reactie. Ik luidde nogmaals de bel en zag een bootje in de verte varen, de schipper zwaaide. Het kwam van een ander boothuis.

Who pays the ferryman?

Dat betalen ging eenvoudig, met mijn betaalpas. Aan boord zaten ook 2 Engelse echtparen met wie ik in gesprek raakte en later een kopje koffie dronk.

En waar spraken we over? The Queen, Boris and Brexit.

Daarna (het was inmiddels 12 uur en ik had nog 24 km te gaan) snel op pad, naar wat alweer een prachtige wandeling zou worden. Ik werd regelmatig stil, in stille bewondering voor de prachtige natuur, de prachtige wereld waar je zomaar doorheen kunt, mag lopen.

In de verte ligt Bigbury.
Het laatste stuk naar Salcombe.

Hier ging het pad om de rots heen en toen lag daar Salcombe, waar ik slaap vannacht. Het was nog een stuk naar het dorpje, ik heb me er naar toe heb gesleept.

Salcombe.

Salcombe ligt aan een rivier, dus jawel…. morgen begint de dag weer met een ferry.

Donderdag 9 juni

Het eikeltje is het teken van het coastpath, dus rechtsaf hier, naar de ferry.
Zicht op Salcombe.

De ferry’s zijn meestal kleine motorbootjes bestuurd door een werkstudent. En oo wat ben ik er blij mee, anders is het 9 mijl omlopen.

De alles wetende site http://www.southwestcoastpath.org.uk spreekt vandaag van ‘moderate to streneous’ en als ze spreken van ‘streneous’ dan is het dat ook. Maar het was erg de moeite waard.

Het is bewolkt vandaag, en vooral in het begin lekker fris wandelweer. Aan het eind van de ochtend werd het broeierig en om 2 uur ging het regenen.

Net als ik bedenk dat dit geen pad voor mensen met hoogtevrees is, (soms is het pad 30 cm breed naast een steile afgrond naar de zee), kom ik een man en vrouw tegen die ik ook al in Bigbury had ontmoet. Ze lopen terug! De vrouw beeft over haar hele lichaam en vooral haar handen gaan zo hard dat het lijkt alsof ze ermee wappert. De man vertelt dat ze teruggaan, ze heeft een onverwachte paniekaanval door de hoogte.

Later blijkt dat het zwaarste stuk nog moet komen.

Langs het klif klauter je over de stenen.

Als ik 2 uur later een hoek omsla staat de man, Tim te wachten hij heeft zijn vriendin terug naar Salcombe gebracht en gaat alleen deze dag verder. (Zij volgt s’avonds met een auto). Samen lopen we verder, hij is verschrikkelijk moe, wil alleen maar achter me lopen, het is een zware dag en dan ook nog heen en weer. Het is dus maar goed dat we dit stuk samen lopen.

En dan naderen we toch weer onverwachts ‘Startpoint’ het meest zuidelijke puntje van Devon.

het gebouwtje van de coastguards. .

Naast het gebouw van de coastguards is een informatiecentrum over de plek en het kustpad. Uitgebreid en erg interssant, er staan ook enorme telescopen waarmee je de zee kunt afspeuren. Ik ben ook nog even bij de coastguards gaan kijken.

Daar ging hij voor staan.

Daarna ging het verder naar ‘Startpoint’, het Devonse Lands End. Maar ja dat is ook zo maar een punt (en een soort pretpark). Want het pad gaat door, en ‘starten’, ook dat gaat maar door – een lang pad van start punten tot voorbij de horizon.

A long and winding road.

Soms smal, soms breed, soms hoog en altijd is er daar de horizon.

0

De mens wikt….en het getij beslist.

Ik moest vanochtend direct over de rivier de Yealm en daarom was het wachten op de ferry, die pas om 10 uur ging varen.

In de baai van Wembury.

Daarna ging het pad weer snel naar de zee en verder over de kliffen en weer vaak op en neer en altijd weer mooi.

Het is steiler dan het lijkt.

Rond 3 uur kwam ik in Mothecombe aan. Hier moest ik de rivier de Erme over, maar hoe? Er was geen brug, geen ferry, zelfs geen klein bootje te bekennen. Naast het cafe hing een bord met tekst en uitleg.

Rechtsonder de eb tijden van deze zomer.

Het was wachten op eb, volgens het bord zou dat vandaag om 5.45 uur zijn. Want dan viel het droog en kon je naar de overkant lopen. Een uur eerder of daarna, kon je door het water waden. Met een kop thee heb ik tot 4 uur gewacht en besloot het toen maar te wagen. Onder aanmoedigend gekrijs van de meeuwen ben ik ‘te water gegaan’. Het was een heerlijke koele massage voor de voeten (behalve de stenen, en ik heb dit keer geen plastic schoentjes mee).

En dan erin….
Veilig aan de overkant.

Aan de overkant heb ik zittend op een steen mijn voeten gedroogd.

En dan blijk je ook nog op een steen met kunst te zitten.
Het is wel duidelijk dat er bij vloed weinig te lopen valt.

Hierna moest ik nog een uur lopen naar Knowstone, waar ik in de Dolphin inn slaap. Hiervoor moest ik van het Coast Path af en verder over een public footpath, dit stond ook op het bord aangegeven.

De naderende regen stond niet op dat bord…..

Ik kwam net op tijd in Knowstone aan. De jubilee vlaggetjes hangen er treurig bij. Het regent inmiddels.

Terug bij, maar eerst naar de kust

Op deze foto staan ze alle twee, het Coast to Coast Path (dit liep grotendeels samen met de Two Moors Way, dit I laatste eindigt in Ivybridge, ik liep dus door langs het Coast to Coast Path). Ik kom van rechts, uit Lynmouth en heb de afgelopen week ongeveer 117 mijl gelopen. (Gisteren telt natuurlijk niet mee, maar omdat ik toch elke dag wel weer een keer verkeerd liep denk ik dat het toch wel ongeveer 117 mijl geweest zijn).

Naar ‘achteren’ staat het SouthWestCoastPath richting Minehead en is het 424 mijl (die heb ik al gedaan) en ‘naar voren’ staat richting Poole, dat is nog 206 mijl. Daarvan wil ik deze reis tot Torquay lopen. (Zal nog uitrekenen hoeveel mijl dat is).

De dag begon in Ivybridge, een mooie naam die allerlei verwachtingen bij me opriep, maar dat viel tegen, het plaatsje stelt niet veel voor.

Maar zodra je uit het plaatsje bent….

Ik heb ongeveer 2 uur dit riviertje gevolgd, daarna ging het pad verder door veel, erg veel weilanden. Ik heb het weer allemaal meegemaakt: koeien die vrolijk met me meeliepen, die me achtervolgden, die me negeerden of die hard wegliepen. Ik heb nooit geweten dat koeien zo hard kunnen lopen.

Mij negerende koeien.

Tot Yealmpton waren er nog prachtige vergezichten richting Dartmoor, waar het leek nu mooi weer te zijn. (‘leek’ je weet maar nooit).

Ja, hier lopend moest ik toch weer aan het lied ‘Jerusalem’ denken (en zachtjes zingen). Het wordt elk jaar gezongen bij de afsluiting van de zomerse Promenade concerten in de ‘Last night at the Proms’ en ik weet niet of het nu nog door de ‘cancel criteria’ zou komen, maar het heeft tot nu toe elke storm overleeft. Het is net als de andere slotliederen nationalistisch en de muziek en de tekst ondersteunen, versterken elkaar perfect.

Oordeel zelf.

Na de groene weiden kwam ik dus in Yealmton aan waar ik iets te eten zocht. En mijn blik vond al snel dit beeldige authentieke gebouw. Er hing ook nog een soort pub-achtig uithangbord.

Een kopje koffie met wat kleins?

Het bleek een Chinees restaurant te zijn en vandaag gesloten. Gelukkig was er aan de overkant nog een restaurant, (hoe gelukkig dit was bleek later) waar ik een heerlijke focaccia at (ik ben tenslotte in Engeland).

Over dit pad ontstond bij mij enige twijfel. Volgens het boekje moest ik nog een stuk rechtdoor, maar er had een stukje terug wel een richtingaanwijzer ‘naar rechts’ gestaan. Dit was me wel vaker overkomen en dan ben je opeens het pad ook kwijt…. Ik passeerde twee wandelaars en vroeg (voor de zekerheid, alleen maar voor de zekerheid) of zij wisten of dit het Coast pad was. Eerst zeiden ze dat dit niet kon en vroegen waar ik naar toe ging. ‘Wembury’, dat was de hele andere kant op. Ik liet het kaartje zien, (hier staan de namen van de grote boerderijen op), ‘wacht’, zei de vrouw ‘ik heb een vriend die veel wandelt, ik zal hem even bellen’. De man begon me alvast omslachtig uit te leggen dat ik na boerderij x naar links en dan een stuk (yards…..) verderop naar rechts moest. Inmiddels was het telefoongesprek beëindigd en deelde de vrouw me mee dat dit het goede pad was. Ik kon verder lopen, zij gingen een andere kant op. Na 10 minuten kwam ik op een kruispunt van paden. En ja, daar stonden ze te wachten, liep ze wel goed? Voor de zekerheid toch maar even kijken…….Ze knikten goedkeurend, en wezen me nogmaals de goede kant op.

Dit is me al eerder overkomen, of ze komen me met een auto achterop. Ontzettend hulpvaardig, Het kost veel tijd, want ze nemen de tijd voor de uitleg, maar zo ontzettend hulpvaardig.

Na de boerderijen die ik ook volgens het boekje moest passeren klom ik voor de allerlaatste keer (deze dag) omhoog en had nog 1 keer uitzicht op Dartmoor.

En toen ik me daarna omdraaide en doorliep….

Was daar met tegenlicht, de zee! nauwelijks te zien, maar het is ‘m wel.

Het was nog een flink stuk lopen, maar toen stond daar het ‘verlossende’ bordje:

Ik zit inmiddels in een leuke b&b, vlak bij de zee. Er is 1 pub in Wembury, hiervoor moest ik bijna een half uur weer klimmen en dalen. Hij was echter dicht, uitrusten van het feesten, de afgelopen vier dagen. Gelukkig had ik die focaccia op, er was nog wel een winkel open, daar heb ik nog wat kaas en fruit enz gekocht, Morgen neem ik wel een full English breakfast, ik had het ontbijt toch al als de ‘warme’ maaltijd verklaard.

It’s all part of the game…..

De Chagford brug.

Zaterdag 4 juni. Ik ben inmiddels in Chagford, in het noorden van Dartmoor aangekomen. De brug is het beginpunt van de route naar Wide-Combe-in-the-Moor. De tocht ging eerst langs het riviertje de Leigh. Onderweg passeerde ik hardlopers met een kartonnen kroontje op.

En ook in de openbare toiletten van Chagford wordt aandacht besteed aan het jubilee.

Ik zie een foto van Willem Alexander nog niet zo snel staan op de openbare toiletten in Nederland. Hebben we die eigenlijk nog wel?

Gaandeweg het lopen langs de rivier werd het donker en al snel ging het regenen. De lucht trok dicht. Gehuld in plastic vervolgde ik de tocht. Ik zag mezelf echter niet snel in deze omstandigheden de Moors in en op gaan. Even later begon het hard te onweren. Ik besloot langs de weg verder te gaan. De wegen zijn hier smal en er loopt altijd wel een paadje in de berm. (Maar ja, het is niet ‘het pad’)

Onderweg veel koeien. (En water)

Na enige tijd verschenen de eerste kale heuvels van Dartmoor.

En stenen, veel stenen.

Wide-Combe-in-the-Moor (een hele mond vol voor een kerk en wat huizen) ligt in een dal. Het is een beeldig plaatsje (ik was hier al eerder) en erg toeristisch.

Als de winkels en eethuizen ‘s avonds weer dicht zijn is het er doodstil. Ik had een b&b gereserveerd op de helling, ‘wacht maar tot morgenochtend, dan heb je een prachtig uitzicht uit de eetkamer’, zo sprak de man.

Ergens in het midden ligt het dorp.

Omdat het nog 1,5 mijl naar beneden, naar het dorp was bracht hij me om er te gaan eten (dat deed hij met alle gasten, ‘jullie hebben de hele dag al gelopen’) en haalde hij me weer op. Het eten was er zoals in elke toeristische plaats.

Maar het kerkje is erg mooi.

De volgende ochtend, het is nu zondag 5 juni, was er van het uitzicht vanuit de eetkamer niets meer te zien.

Heel Dartmoor was in de mist gehuld.

Wat te doen? Er stond een lange zware tocht op het programma door moeilijk terrein. Er ging geen directe weg naar Ivybridge, waar ik langs zou kunnen lopen. Ik zag mezelf niet in mijn eentje in deze omstandigheden ‘deze berg opgaan’.

Dus besloot ik met diverse vervoer vandaag naar Ivybridge te gaan. Eerst naar de bus: de halte was 8 mijl verderop in Bovey Stacey. De vrouw van de b&b had de vertrektijden (elke 2 uur ging er een bus) voor me opgeschreven. (In deze streken is er nauwelijks of heel slecht internet en ook de gsm heeft het vaak op). Na enige tijd onderweg doemde in de mist het Dartmoor informatie centrum op. Ik besloot er naar binnen te gaan voor misschien wel een kopje koffie? Het was er niet druk, ik was de enige bezoekster. De verkoper bood direct aan me naar de bushalte te brengen, want ‘het was erg gevaarlijk lopen op de weg’ zo zei hij. (De wegen zijn hier smal en de chauffeurs van de auto’s zagen ook nauwelijks iets) De auto kwam om 11.10 uur bij de bushalte aan en de bus naar Newton Abbot vertrok om 11.19 uur! En dat plaatsje ken ik. Ik ben inmiddels al 3 keer in het Gaia House (een boeddhistisch centrum) geweest en dat ligt op 1,5 uur lopen vanaf Newton Abbot. ‘Als een kind aan huis’ liep ik naar het station. Ook daar kwam de trein er direct aan. Deze stopte regelmatig omdat de bliksem in de bovenleiding was ingeslagen en dan moest er eerst geschakeld worden. Het werd elke keer omslachtig uitgelegd, maar dat ging te snel voor mijn begrip. Ik was om 13.30 uur al in Ivybridge en ik slaap hier in een zeer authentieke inn. Om al het gedoe maar te vergeten ben ik hier wederom zeer authentiek gaan eten. ‘Roast’ is op de zondagmiddag, en dan is het ook nog het jubilee erg populair. (en ze hadden ook niets anders)

De helft van dit alles kan ik niet thuisbrengen, maar ik heb weer kracht voor morgen.

Mijn wasje hangt alweer te drogen, ze hebben met veel moeite een haarfohn kunnen vinden (‘ivm Covid zijn deze uit de kamers gehaald’) en de hemel buiten wordt al weer blauwer en blauwer. Morgen is er weer een dag.

The Ram of Pride

Bij de herdenkingskruizen moet ik altijd weer aan de ‘warpoets’ denken. Jonge mannen die in de Eerste Wereldoorlog hun oorlogservaringen zo prachtig (vreemd en beangstigend: gruwel kan ‘mooi’ zijn) verwoordden. Mijn favoriet is Wilfred Owen. Hij stierf in Noord Frankrijk enkele dagen voor het einde van de Great War.

Helaas nog steeds actueel.

The woods

The woods are lovely, dark and deep,

But I have promises to keep.

And miles to go before I sleep.

And miles to go before I sleep. (Robert Frost)

Ik ben inmiddels (2 juni) in midden Devon aangekomen. Het pad gaat over zachtglooiende heuvels waar het net gemaaide gras nog op de grond ligt, dat zalig ruikt en door dichte bossen waar het heerlijk koel is. Door het gebied stromen veel beekjes en in de bossen waar weinig zonlicht komt is het vaak modderig.

Op de modderigste plaatsen liggen verhoogde loopplanken.

In de eerste Wereld Oorlog werd een regiment (afdeling?) samengesteld met de jongens uit een dorp of stad. Wel zo ‘gemakkelijk’. Zo kenden de soldaten elkaar al. En zo stierven soms alle jongemannen van het dorp.

Herdenkingskruis Eerste en Tweede Wereldoorlog.

In alle dorpjes waar ik doorheen loop staat bij de kerk of op het centrale plein een herdenkingskruis (In 1 dorp was ook dit kruis jubilee-like versierd, helaas geen foto). Hele dorpen stierven in Noord Frankrijk. Daar enorme grote begraafplaatsen, hier een kruis.

Heel in de verte liggen de heuvels van Dartmoor.

En vandaag 3 juni liep ik verder door Devon.

Ik sliep vannacht in het dorpje Black dog. Op mijn kamer lag een boek met verhalen over de ‘Black dog’ en de inn werd door een soort…..pitt bul bewaakt: donker grijs. Bij het eten dronk ik een glas ale, dit gaf me de definitieve dreun: na het eten haalde ik nog net mijn kamer en het bed, maar dat was alles. Ik had de tv op BBC 1 aan gezet, wilde Eastenders zien, maar ik werd bij de aftiteling wakker. Gelukkig wordt alles rond het jubilee honderd keer herhaald. Zo zag ik Charles en Camilla alsnog optreden in Eastenders. ‘It will not go wrong’, zei de verslaggever van de BBC, ‘after all they’re all actors.’ Ja, zo is het maar net: een grote poppenkast.

Gelukkig van die hond, black of niet, niets meer gezien.

Het is vandaag ‘lopen over velden’, veel velden, allen maar velden. Soms zijn ze wel een kilometer lang. De velden zijn van elkaar gescheiden door hekken, beekjes of muurtjes, dus moet je via overstapjes, hekken, planken en zelfs via trappen van het ene naar het andere veld. Bij elkaar opgeteld liep ik zo 3 uur aaneengesloten over de velden. Heerlijk!

Vers gemaaid gras, helaas kan ik de heerlijke geur niet via dit blog ‘delen’.
Op weg naar Morchard Bishop.

Rond koffietijd kwam ik in Morchard Bishop aan.

‘Ach, zou die school er nog wel zijn…….’

Er staan geen kastanjebomen op het plein, maar verder…. Het hele dorp was versierd met tekeningen over het jubilee, gemaakt door de leerlingen. Bij de plaatselijke winkel (deze verkocht werkelijk alles) kocht ik een cappuccino (er was een dito apparaat) en deze heb ik heerlijk op een bankje voor de shop opgedronken.

Een druk ‘rooster’ voor de jubilee.

Maar qua foto: ik ‘viel’ voor de chocolade-bijtjes, maar 40p en schattig.

Hierna ging het gewoon weer door over de velden.

Dartmoor (de heuvels in de verte) komt steeds dichterbij.

Ik had een b&b ‘iets’ vanaf de route gereserveerd. Dat ‘iets’ is relatief, ik moest er 1,5 uur voor omlopen. Maar wat een pareltje! Het pand is uit de 16e eeuw en ik heb een prachtige kamer met nooit vervangen balken. Naast de b&b is de pub ‘The duck of Yeofort’ waar ik zojuist heb gegeten en ja, in Yeofort, daar wil ik wel blijven. Maar ja, ook ik ‘heb promises to keep’.

Nou, voor 1 keer dan: hip, hip, hooray!

In een etalage in Barnstable.

Het is dus onmogelijk deze dagen de festiviteiten rond het jubilee van de queen te ontlopen. Het lijkt wel alsof heel Engeland zich in een feestroes heeft gestort. Ik zag zelfs een kerkhof versierd met vlaggetjes (sorry, geen foto het licht stond verkeerd).

Voor de kerk van Witheridge.

In de kerk is de jaarlijkse flowershow, met prachtige bloemstukken allemaal in het teken van de queen.

Een bloemstuk als kroon, een kroon als bloemstuk?

Ook tijdens het wandelen is het jubilee niet te ontlopen, ik kwam drie mannen tegen die de route in de tegengestelde richting lopen: de rugzakken versierd met vlaggetjes. Of de man die me vroeg: ‘Ik dacht dat iedereen bij de straatfeesten het jubilee aan het vieren was? En u loopt hier.’

Zojuist was op het nieuws (dat alleen aan het jubilee aandacht schenkt) dat prins Andrew de dienst in Westminster Abey niet kan bijwonen want hij heeft covid! Gered!

En zoals het woord ‘moor’ in verschillende landen een totaal verschillende betekenis heeft, zo moest ik bij de koffie met scone vanochtend even aan de Islamitische landen denken, als daar iets is om de woede te uiten dan is het de vlag, men loopt erover, men spuugt er op. Hier in Engeland veeg je je mond ermee af.

Overigens, lang niet iedereen hier is koningsgezind. Voor Elizabeth is veel respect, en ze houdt vol. Voor het bijwonen van de vieringen heeft ze 3 dagen gerust en ze stond zojuist op het balkon om de vliegshow te bekijken. De show voor Buckingham palace morgen zal ze met veel plezier missen. Dat hoop ik in ieder geval voor haar. En als ze sterft? Tja dan komt Charles in beeld. Vanavond speelt hij met Camilla mee in Eastenders. Zoals ik al zei, de festiviteiten zijn niet te ontlopen. En alles voor de kroon.

Dwars door Exmoor

Na een ‘full English breakfast’ (min de worstjes en de black pudding) moest ik dus direct weer die steile heuvel op terug naar de route. Die ging al snel een dal in en liep de hele ochtend verder langs het riviertje de Barle.

De vorige keren was ik hier begin mei en nu, een maand later is er van de grote velden met bluebells of wilde knoflook niets meer te zien.

De allerlaatste bluebells aan de oever van de rivier.

Het pad loopt naar de ‘Tarr steps’. Dit is een brug over de rivier helemaal uit enorme stenen opgebouwd. Maar voordat je daar aan komt moest ik over nog veel meer stenen gaan.

Stepping stones.

Het boek ‘After Buddhism’ van Stephen Batchelor heeft een foto van stepping stones op de voorkant. Ik vind dat zo’n mooie metafoor: stenen om zo naar de andere oever te gaan. Altijd als ik deze stenen zie moet ik aan dat boek denken.

Stenen op het pad.

Tenslotte verliet ik de rivier via de Tarr steps en ging het direct weer heuvel op.

En altijd weer schapen op de weg.
En wijdse uitzichten.

Ik sliep vannacht (en ook weer de komende) in een boerderij. Wat een geheel ander leven hebben de mensen hier. Voor een winkel moeten ze 25 km verderop en buren zijn er ook niet dichtbij. De vrouwen van de vorige en deze boerderij, die het slapen van de gasten organiseren bleken vriendinnen. De boerderijen hebben hun eigen bron waar ze het water uit halen.

Slapen in Zeal farm.

Vandaag, 1 juni had ik een lekker kort dagje rustig lopend door de velden op weg naar Knowstone. Onderweg werd ik ‘aangehouden’ door een boer op een soort bromfiets (het zal een naam hebben, ik weet hem niet). Ze waren koeien van het ene naar het andere weiland aan het verplaatsen en deze koeien gedroegen zich soms wat agressief naar vreemden. (Hij ging het pad dus een stukje af om eventuele wandelaars te waarschuwen) Ik moest op een bepaalde plek even wachten tot de koeien voorbij waren.

‘A man and his dogs’, de koeiendrijver.,

Ik was erg blij met de waarschuwing. Ik ben ooit op een weiland ‘achtervolgd’ door koeien en had toen geen idee of ze kwaad of goed in de zin hadden. Ze zagen er vrolijk uit, maar ja dat is ook maar een idee. Ik kon toen met rugzak op de rug nog net op tijd over een hek klimmen, ik weet niet of ik dat nog zou kunnen.

Hierna was ik al vlug in Knowstone. Daar stond een kopje op de kaart, dus hoopte ik er ook een kleine lunch te kunnen eten. Er bleek een inn te staan, dus ik naar binnen. Een restaurant met een Michelin! En omdat de eetmogelijkheden in dit gebied nogal variabel zijn ben ik er heerlijk van de lunch gaan genieten.

Het was daarna nog een uurtje lopen en toen was ik in Bowden Farm waar ik vannacht slaap.

Bowden Farm.

Ik heb inmiddels mijn eerste wasje gedaan en daarna thee (met scones) in de tuin, het lijkt wel vakantie.

The road not taken.

Two roads diverged in a yellow wood,

And sorry I could not travel both.

And be one traveller, long I stood

And looked down one as far as I could

To where it bent in the undergrowth.

Zo begint dit mooie gedicht van Robert Frost. Hoe vaak stond ik niet op een splitsing en moest ik kiezen, welke kant, welke richting, wat te doen. In 2017 liep ik mijn eerste deel van het SouthWestCoastpath en passeerde ik Lynmouth.

Daar was een splitsing, een keuze rechtdoor of linksaf. Ik koos toen voor rechtdoor, daar liep het pad.

Nu, terug in Lynmouth sla ik linksaf naar de Two Moors Way, richting Exmoor. Want na Exmoor gaat het pad door Dartmoor, hier was ik in 2016, het jaar van mijn pensioen. Ik was erg onder de indruk van dat landschap en wilde er graag nog een keer naar terug. De laatste keer dat ik het kustpad liep, voor Corona in 2019 eindigde ik in Plymouth. En daar eindigt de TwoMoorsWay (Wembury ligt ‘naast’ Plymouth). Ik zou dus kunnen door lopen. In januari 2020 had ik alles uitgezocht en slaapplaatsen gereserveerd. En in maart dat jaar overspoelde covid de wereld.

Tja, voor sommige keuzes krijg je een tweede kans. Je kunt dan naar punten terugkeren en nog een keer kiezen.

Na de eerste dag wandelen ben ik bij het blauwe puntje, iets voorbij Simonsbath.

Gisteravond bereikte ik met veel reisgedoe (de rijen op Schiphol vermijdend, de vlucht werd geannuleerd, rennend naar de bus in Londen) na 6 uur in de bus Barnstable bereiken en vanochtend ben ik met de local bus naar Lynmouth gereisd. Tijdens de rit regende het en vlak voordat de bus Lynmouth bereikte werd het droog.

Terug kijkend naar de zee.

Ik dacht dat de eerste week een soort warming up voor de kliffen langs de zee zou worden, maar ook nu was het direct weer veel stijgen en dalen.

Op de Cheridon Ridge.
Wolken boven de zee.

Ik slaap vannacht in Warren farm, ‘a working farm’. Hiervoor moest ik van het pad afslaan en dwars over het land via een vreselijke steile afdaling naar een brug over een stroompje lopen. Altijd fijn zo op het einde van een dag. En morgen meteen weer steil omhoog terug…… Maar wat een zalige rust hier.

Links bij de twee lichte vlekken ligt Warren farm.

Eremita Augusta – Merida

Eremita Augusta werd 25 v Christus gesticht door keizer Augustus. De stad groeide snel uit tot 1 van de belangrijkste steden van het Romeinse rijk en werd in 713 veroverd door de Moren en werd Christelijk in 1230. Er zijn enorm veel prachtige Romeinse monumenten en bezienswaardigheden bewaard gebleven.

Het Romeins museum.

Ik weet niet wat ik mooier vind: het gebouw, de collectie of de combinatie hiervan: het samenspel van museum en inhoud.

De stad werd van water voorzien door vier grote aquaducten.
Het theater.

Alles is ontzagwekkend groot en na die 2000 jaar van bestaan nog prachtig.

De tempel van Diana.

Het gebouwtje achter de tempel is half over de tempel gebouwd door de ridders van Santiago. ‘Volgens de esthetische normen van die tijd’, staat er bij op een bordje.

De basiliek van Eulalia.

De basiliek is uit de 13e eeuw en is gewijd aan de martelares Eulalia, een jonge christelijke vrouw die (in de 3e eeuw) weigerde de Romeinse goden te aanbidden. Ze is de beschermvrouwe van de stad.

En ja…daar is ‘ie weer: een afbeelding van Santiago in de basiliek.

En vandaag is het 1 mei, wij hebben nog een dag in Merida en hebben vooral rondgeslenterd en op terrasjes gezeten.

Op de Plaza d’Espagna,
Daar was enkele uren later de 1 mei bijeenkomst,

En we liepen over deze brug naar de overkant van de rivier, waar het busstation is. Daar vertrekken we morgenochtend om 10 voor half 6 met de bus naar Malaga. Ik ga nu dus maar ‘ns pakken.