Cordoba

Ons Hostal in Santa Gruz

Gisteren waren we nog in Santa Gruz en stonden we te wachten op de bus naar Cordoba. De bus naar Cordoba? Het zou 26 km worden en omdat het die nacht weer flink geregend had was het pad een klei-glijbaan geworden. ‘Langs de weg’ was nog een optie, maar dat was een snelweg en ze rijden hier nou niet echt volgens de verkeersregels en het werd weer heet, ook dat nog…….26 km langs een gevaarlijke weg in de zon…….. We besloten ‘met de bus’ te gaan. Bij de bushalte hing geen dienstregeling en er gingen diverse tijden rond: 7.20, 8.20, of 10.20 uur. We stonden er alle tijden (tussendoor dronken we koffie, aten koekjes bij de bakker om de hoek, spraken met de andere pelgrims) en reisden uiteindelijk om 10.20 uur in een half uur naar Cordoba.

We hadden eigenlijk over deze brug Cordoba binnen moeten wandelen.

Cordoba is in Semana Santa modes, en dat is dus eigenlijk interessant, fascinerend, afschrikwekkend (weer rijen mensen in boetelingen dracht), ontroerend (de muziek en het gezang), tot nadenken stemmend, aanlokkelijk, want zodra we de muziek hoorden gingen we weer…. en ook verschrikkelijk. Het is hier namelijk ontzettend druk en er zijn talrijke processies en soms kost het moeite een processie te ontwijken. De binnenstad is omgebouwd tot een openlucht theater (met stoelen, waaronder hele luxe, met veel te dure toegangskaartjes….) waar de processies langs gaan. Wij slapen in een pension in een zijstraat van de San Fernando straat, een straat waar de meeste processies ook door gaan. En een straat voor de gewone mensen. Hier geen stoelen te huur maar lang wachten langs de straat en ondertussen kilo’s pompoenpitten weg kauwend en -spugend. En duwend zodra de stoet er aan kwam. Maar ook wij waren erbij (let op de ironie), dus hierbij een kleine impressie van deze processie-dagen.

Voor de San Francisco kerk, het kruis wordt uit de kerk gedragen.
Dit is geen zaak voor mensen met slappe knieën.

Ook zij liepen gisteren nog heel bescheiden (1 in het groen geklede man en 2 veteranen ?….. en wij hopen van de ‘goede partij’, hier in dit Spanje) mee. Vandaag was deze kerk de plaats van de laatste staatsie en werd de gekruisigde Jezus liggend op het kruis door een heel gewapend peloton naar de kerk terug gebracht. Dit vergezeld door een enorme muziekband (en altijd wordt de muziek vals, of tegen het valse aan gespeeld, en altijd is het zo mooi. Ik vermoed dat ook dit een reden heeft). En tenslotte zongen de dragers (och arme in die hitte), staande met het kruis op de schouders een lied.

Het was druk, en warm….
en Maria is er altijd bij, gekleed in haar prachtige mantel.

Ook ‘s avonds en ‘s nachts gaat het processie leven door.

Een lange stoet door kaarsen verlicht.

In een bar kreeg ik het boekje met het programma, hierin eerst een uitgebreide beschrijving van de desbetreffende processie per dag, gevolgd door een volledig overzicht per dag.

Het rooster voor vandaag.
Terug in de kerk.

En omdat het bijna Pasen is als afsluiting dit mooie Paaspsalm van Leo Vroman.

Een psalm voor Systeem

Was de nacht soms uiterst stil

dan hoorde ik haast Uw stem

geschapen door mijn eigen wil

of door uw Eigen Stem.

Soms bliksemde het. Het of Wie;

dan stond ik voor ons grote raam

en was de donderslag Uw Naam

dan riep ik Die.

Gun straks mijn stervend brein de waan

van eeuwigheid maar even,

een vaag landpad om langs te gaan

waar gras wuift, hoge bomen staan

en lieve dieren leven.

En dan – vergeet mijn zielig lijf

als het zichzelf vergeet.

En wie Gij zijdt of hoe ook heet,

besta die nacht. En blijf!

Nog even gisteren (en daarna vandaag)

Gisteravond (in Castro del Rio) maakte ik nog een kleine wandeling.

Wie stonden daar bij de kerk?

En opeens hoorde ik weer trommels. Castel del Rio had dus, ondanks het slechte weer, besloten dat de processie deze avond moest doorgaan.

Een enorme stoet (met alweer) trommelaars trok door het oude centrum.

De stoet liep voorbij de kerk, de deur stond open (dit is meestal niet het geval) dus kon ik even naar binnen.

Alle beelden waren met doeken bedekt.

Hierna dus weer snel met de stoet mee. Deze liep naar een andere kerk. Deze stond naast een bar met terras. De bar deed dus zeer goede zaken.

‘Op wacht’.

Bij de toegang van deze kerk stonden 3 mensen met een groot vaandel, een kruis en ander. Ik vermoed dat ze de vertegenwoordigers van deze kerk zijn, de hele tijd stonden ze trouw ‘op wacht’. Ondertussen werden er allerlei rituelen uitgevoerd, zo werd er een plaquette van Maria onthuld en de priester (die meeliep) had zich verkleed en hield een toespraak en sprak (alweer vermoedelijk) een gebed uit. Ik stond tussen een groepje Spanjaarden van rond de 50-60, die de hele tijd doorgingen met hun gesprek (ze gaven commentaar op de omstanders, vermoedelijk ook op mij), maar zo met elkaar wachtend, we kregen een vorm van contact.

Uiteindelijk werd er een doornenkroon uit de kerk gedragen.
Gevolgd door een gekruisigde Jezus.

Onder vrij droefgeestig trommelgeroffel, door kaarsen verlicht ging de stoet weer op weg.

En de batterij van mijn telefoon was leeg. Dus hierbij eindigt dit verslag.

Woensdag 13 april liepen we van Castro del Rio naar Santa Cruz.

Het was een stralende morgen, het leek wel alsof de hele natuur weer was schoongewassen door de regen van gisteren en de vogels zongen allen van blijdschap.

De wereld was weer zo mooi.

Na 7 km bereikten we Espejo, een beeldig dorpje op een berg. Hier was het natuurlijk tijd voor een koffiestop.

Heel in de verte ligt Espejo.
Ik zit onder het zonnescherm met een passerende pelgrim.
Het politiebureau van Espejo.
Hier lopen we weer het plaatsje uit, de wereld in.

Hierna was het nog 12 km…….klei-trappen. De klei werd afgewisseld met grote plassen water, waar wij dan met de ‘klompschoenen’ omheen moesten lopen.

De schoenen van Mariet.
We kwamen doodop in Santa Cruz aan.
Ze zijn er altijd, en altijd mooi: de bloem van deze dag.

Hitte en regen

Gisternacht (nog in Cabra) klonk er rond 12 uur luide muziek, weer veel trommels en trompetten. Ik viel bijna uit mijn bed. Er ging wederom een processie van start en het leek wel of hij op het pleintje voor de kerk (en naast het pension) bleef staan, muziek – stilte – muziek enz. Na van de schrik te zijn bekomen: het was prachtige muziek. (alleen een beetje laat). De volgende ochtend na een heerlijk uitgebreid ontbijt (doel is hier 2 goede maaltijden per dag) gingen we op weg naar Baena.

Nog steeds olijfbomen en nog steeds mooi.

De olijfbomen vormen mooie patronen op de hellingen. Het was erg warm deze dag. De wandeling ging gedeeltelijk over een oude spoorlijn die tot wandel-fietspad was verbouwd. Dit gedeelte van de dag ging zo door uit gehakte rotsen en zo was het nog koel.

Bloemen zeeën, elke dag weer.

Halverwege gingen we van het wandelpad af en via Dona Mencía (niet echt een plaats om aan te bevelen) naar Baena. En toen werd het warm. Baena ligt op een heuvel en heeft een oud en nieuw gedeelte.

Daar gaat ze op weg naar Baena.

In Baena was er wat verwarring (laten we het zo maar noemen) over de gereserveerde kamer. Veel heen-en-weer gepraat waarvan de inhoud door de taal barrière grotendeels aan mij voorbij ging. Uiteindelijk belandden we in een ander appartement, dat veel mooier was. En toen was het natuurlijk weer processie tijd.

Trommelaars, trommelaars, trommelaars.

Deze avond gingen alle ‘processie-verenigingen’ (elke kerk heeft een eigen ‘vereniging’) in een lange stoet door het plaatsje. Aan het hoofd gingen de trommelaars; een enorme hoeveelheid trommelaars die allen zo hard mogelijk trommelden.

Trommelaar in vol ornaat.

Daarna volgden de diverse groepen ‘boetelingen’, elk in de kleur van hun ‘vereniging‘.

En tenslotte nog een orkest.

Een ‘Romeins’ orkest.

Alle groepen (culturen? godsdiensten? volken? Hoe moet je hen in deze tijd nog noemen, zonder gecanceled te worden?) die een rol van betekenis speelden ten tijde van de laatste week van Jezus liepen mee in de processie. Dus ook de Romeinen, zij vormden het orkest. (Een vrolijke rol dit keer gezien hun rol toen……). Ook de Joden hadden een rol. Rik Zaal noemt deze rol in zijn uitstekende reisgids ‘Spanje’ dubieus. Ik heb geen ‘Joden’, noch rare praktijken in de processie ontdekt.

Dat was dus gisteren allemaal. Vandaag, 12 april liepen we van Baena naar Castro del Rio. De gids voorspelde een kurze und einfache Etappe (bij Baena komt de camino uit Granada bij ‘de onze’ en kunnen we nu -naast de Spaans talige -, ook de Duits talige gids gebruiken).

In de loop van de dag veranderde het weer. En toen we nog een uur naar Castro del Rio moesten lopen begon het te regenen. En dit steeds harder.

Donkere wolken pakten zich samen.
Ik wilde eigenlijk bij het plaatsnaam bord staan. Waarom? Dat weet ik niet.

We hebben een pension aan de andere kant van het erg mooie stadje. Hier zagen we ‘tussen de buien door’ iets van. Maar het regent en dus ook geen Semana Santa vandaag, zo meldde het journaal zojuist.

Een regenachtig Castro del Rio.

Maar…… de sinaasappelboompjes die hier vaak in de straten staan gaan door de regen nog heerlijker ruiken. (Die straten staan dan ook weer vol auto’s, ook hier)

De bloemen van vandaag.

Onderweg door de olijfgaarden

Vrijdag 8 april

Van Villanueva al Gaidas naar Encinas Reales

Deze ochtend zijn we vroeg vertrokken want het zou warm worden. Het dorp uit gaat snel, zodra je de hoofdstraat uit bent loop je tussen de olijfgaarden. De bomen staan in nette rijen en werkelijk alle hellingen zijn ermee bedekt.

8 uur in de ochtend.

En we moesten weer een ‘rivier’ over. Hier zijn we door de boekjes en blogs die we lezen erg voor gewaarschuwd: scherpe steentjes op de bodem (ik sleep hiervoor al de hele tijd sandalen mee) en een stevige stroming (hiervoor heb ik stokken mee bij me).

Het lijkt alsof ik huil, dit is niet het geval, maar hoe krijg ik met schone ? voeten mijn sokken en daarna mijn schoenen aan?

We konden koffie drinken in Encinas Reales, een op het eerste gezicht klein plaatsje (maar ze blijken hier bij nader inzien allemaal groter).

Er was maar 1 cafe, ‘Eros’, om alle schijn van een bordeel te vermijden een foto, want zie wie hier nog meer hangt.

Santa Semana (de heilige week voor Pasen) nadert nu snel. Overal zagen we de voorbereidingen hiervoor, zoals bv het opnieuw witten van de huizen of het ophangen van grote doeken met de lijdende Jezus, de smartelijke Maria of de patroonheilige van het plaatsje (ook in tranen).

Deze straat is er helemaal klaar voor.

We sliepen deze nacht in Benamejí (een Arabische naam, wordt op de Spaanse wijze uitgesproken), een plaatsje 4 km verderop. Rond 5 uur was daar een processie met kinderen.

Toen ik ‘savonds op bed lag klonk er muziek. Ik ben toch maar even gaan kijken. De kerk was open en daar binnen werd alles klaar gemaakt voor de komende week.

Ook het haar werd gekamd.

Zaterdag 9 april

Van Encinas Real naar Lucena

Zoals ik al schreef, weer een dag met olijfbomen.

Bij binnenkomst in Lucena moesten we eerst lang, erg lang door een soort industrieterrein lopen. En toen bleken we ook nog een hotel 4 km buiten de stad gereserveerd te hebben. En dat was natuurlijk weer een berg op. Maar het hotel vergoedde daarna alles. Zalig gegeten op een terras, (met uitzicht op de olijfgaarden en ondergaande zon), een kamer met bad, zonder wifi, alles echt Spaans. We hebben hier alleen maar uitgerust……….

Zondag 10 april

Van Lucena naar Cabra (en daar begon het feest……)

Lucena was heerlijk stil, zo zondags ‘s ochtends om 9 uur.

Alle kerken leken weer dicht.

Maar in de Sant Matteo kerk (met een prachtig houten plafond) konden we vlak na het beëindigen van de mis iemand met een stempel ‘vangen’.

De Santiago kerk.

Het pad naar Cabra liep over een oude spoorlijn, hier was een fiets-, annex wandelpad van gemaakt.

Met bermen vol bloemen.

In Cabra slapen we in een pension aan de rand van de oude stad. Na aankomst ging ik direct op zoek naar een kerk die open was, voor een stempel. Dezevheb ik niet gevonden. Maar ik raakte al snel verstrikt in een processie.

Dit was de eerste, met de gele mutsen.

Elke parochie/kerk heeft zijn eigen attributen voor een processie en aan de muur bij de ingang van een kerk hangt het schema van die kerk voor de komende week. Ook zijn bij de plaatselijke vvv komplete overzichten te krijgen. In Antequera zelfs in de vorm van een in kleuren gedrukt boekje. En hier in Cabra kan het je dus gebeuren dat je door een doodstille straat loopt, muziek hoort en 2 tellen later als je een hoek bent om gegaan in het publiek verstrikt ben geraakt.

Een van de beelden heeft een doek met het Santiago kruis over zijn arm.

Na het eten maakten we een wandelingetje door de oude stad.

Even als tussendoortje, ons avondeten: veldsla met geitenkaas met membrillo.

In het centrum bij de oudste kerk was het enorm druk.

Hier wordt het ??? de kerk uitgedragen.

De stoet wordt geopend door de figuren met puntmutsen. (Ik heb gele, bruine en paarse gezien). Een macaber gezicht dat mij aan de ku klux clan doet denken. Daarna de stellage met een uitbeelding van de lijdensweg van Jezus, of een smartelijk kijkende Madonna en tenslotte een enorm groot orkest dat van die prachtige trage half achtige blues speelt (komt bv ook in de Godfather voor).

Ik denk dat ik over het thema ‘processie’ nog wel meer wil weten. Ik heb bv de volgende vragen: onderweg waren de cafe’s vol met vrolijke mensen, de stad was in feeststemming. En daarna op naar de processie? In de lijdensweek ?? De meisjes (van gisteren) waren ‘bruidjes voor Jezus’ waarvan stamt dit gebruik? Waarom de onherkenbaar makende puntmutsen? Enz dus.

De derde processie in Cabra.
De dragers.

En dan tenslotte, dit bloemetje van de vorige dag.

Ps mijn kuiten zijn rood verbrand door de zon. Morgen is het nog warm, dinsdag wordt er onweer voorspeld, het lijkt wel Nederland ….

Olijven, modder, zon en uitzichten

Vandaag liepen we van Antequera naar Villanueva de Algaidas. We zijn vroeg op pad gegaan en de wereld was als nieuw. Na 6 km ging het pad door olijven boomgaarden en omdat het de dagen hiervoor regenachtig was geweest was het pad een grote klei massa geworden.

Klei die enthousiast aan de schoenen bleef plakken.

Ik kan me vaag herinneren dat er in de sportschool een oefening is waarbij je zakjes of zo iets aan je voeten moet doen om bepaalde spieren te oefenen, ik kan iedereen verzekeren: de voeten hebben vandaag voldoende oefening gehad.

Na 3 uur lopen kwamen we in Cartaojal, alweer zo’n mooi wit dorpje tegen de berg. En natuurlijk was er een bar met koffie en een winkeltje met broodjes kaas. Dat zijn de mooie wandeldagen, zon, niet te warm en halverwege koffie en vers brood.

‘The burning plane’ (het was gelukkig nog niet erg warm)

Na deze korte onderbreking ging het weer verder door de olijvenboomgaarden, nu bergopwaarts en zonder klei. De uitzichten werden weer prachtig.

Wij volgen de gele pijlen.

Rond half 3 kwamen we in Villanueva de Algaidas aan waar ik hostel Chovi via Facebook (??) had gereserveerd, na enig zoeken bleek het een redelijk groot hotel annex restaurant te zijn. Het beloofde veel maar zag er stil uit en de deur was met een enorme ketting op slot. In het binnen terras zat een oude man (zoals overal in Spanje zat hier een oude man die wilde helpen) en hij hielp! Ik moest van hem een telefoonnummer bellen (hetzelfde wat ik ook had), dus ‘beide’ nummers geprobeerd (Mariet zei later dat ze de telefoon achter de gesloten deur twee maal hoorde gaan, dus dat klopte wel) maar er werd dus niet opgenomen. De oude man gebaarde niet op te geven, wij volgden dit advies natuurlijk. (waren moe van deze dag en hadden nauwelijks puf meer om nog iets anders te gaan ondernemen). Na enig heen en weer geloop van de man kwam een andere man met sleutels die me eerst enkele vragen stelde, die ik niet begreep. Ik liet hem de ‘reservering’ zien (waar ik gelukkig een printscreentje van had gemaakt). Hierop vroeg hij naar mijn paspoort, hij maakte hierop van mijn id kaartje met zijn telefoon twee foto’s, vroeg om het geld (dat direct in zijn broekzak verdween) en gaf ons toen 2 sleutels, 1 van een zij ingang en 1 van de kamer, die overigens heerlijk is. We wilden nog vragen naar gomer (eten) en desayuno (ontbijt) maar weg was hij al. Hij gebaarde alleen nog even vlug naar de bar aan de overkant, daar zijn we toen maar naar toe gegaan, en we besloten al snel daar dan maar meteen te gaan eten. (De keuken was tot 5 uur open en daarna pas weer om 8 uur). Inmiddels was onze ridder (nadat hij twee duimen naar me had opgestoken ook snel verdwenen…en we wilden hem nog wel een borreltje geven), maar gelukkig kwam Paul (de Amerikaan) het terras oplopen, met hem hebben we toen maar een glaasje gedronken en de avondmaaltijd gegeten.

En nu zijn de schoenen en de broekspijpen weer schoon en hangen op het balkon in de zon te drogen en zet ik nog even door om niet te snel in slaap te vallen. Er wordt morgen zon voorspeld dus de korte broek ligt klaar.

Bloempje van deze dag.

Antequera…. was het wel een rustdag?

Vandaag waren we een extra dag in Antequera. We wilden namelijk de Caminito del Rey bezoeken. We zijn er met zijn drieën naar toe gegaan, de derde persoon is Paul, die we in Almogia ontmoet hebben, het is een Amerikaan die al diverse camino’s gelopen heeft en nu ook tot Merida verder loopt. De Caminito was een wens van Mariet, Paul heeft een taxi geregeld en ik ben heerlijk meegegaan.

De Caminito del Rey

De Caminito del Rey (de kleine wandeling van de koning) is een enorme kloof waar doorheen een pad is aangelegd. Het gebied ligt op ongeveer 45 minuten rijden van Antequera. We mochten er alleen door in een groep en met een helm op (en met een gids, die veel Spaans sprak maar wel erg enthousiast was).

Het was erg indrukwekkend, wat een werk moet het zijn geweest om de paden aan te leggen.
De gids maakte ook foto’s.

‘s Middags moesten we nog een stempel op halen. We hebben nml een ‘pelgrimspaspoort’, als dit vol met stempels is kunnen we….. een certificaat in Santiago krijgen, ‘kunnen’, want we halen Santiago niet (we gaan ‘maar’ tot Merida) en we weten ook niet of we überhaupt dit certificaat willen hebben, maar goed, baat het niet dan schaadt het ook niet. Op mijn vorige camino’s wilde ik altijd ‘alleen maar stempels van kerken of kloosters’, dit gaf altijd veel stress, want deze waren namelijk bijna altijd dicht als ik in een plaatsje aankwam.

Deze keer genoeg redenen om het kalmer aan te doen. Zo hebben we als start een prachtig stempel uit de Santiago kerk in Malaga, daarna een stempel van de bar Coco, een stempel uit de albergue in Almogia en weer een stempel uit een bar in Villanueva. Het moest nu toch weer een stempel van een kerk worden, anders leek het wel een kroegentocht….. we gingen vanmiddag dus direct naar de Santiago kerk.

De Santiagokerk in Antequera.

Op het overzicht van kerken (met de openingstijden) dat we van de vvv kregen stond weliswaar dat de kerk vandaag dicht zou zijn, maar je weet maar nooit. Hij was open! Er was echter niemand aanwezig. Het stempel (soms staat dit op een tafeltje in de kerk ergens in een hoekje) vonden we ook niet.

Er stond wel een prachtig beeld van Santiago. (St Jakobus)

Ten einde raad dan maar een kopje koffie in de bar naast de kerk. En na dat kopje koffie de vraag aan de man achter de bar….’Wilt U ons een stempel geven?’ Hij had een stempel! Met het kruis van Santiago! Multi-interpretabel…….. van de kerk? Of van de bar? Het maakt niet uit, wij hebben een stempel.

Daarna heb ik nog het Moorse fort bezocht, van waar je een prachtig uitzicht over Antequera hebt.

Met heel in de verte de heuvels van Torcal.

Naast het fort lagen nog resten van Romeinse thermen en daarnaast stond de Santa Maria de Mayor kerk, gebouwd ter ere van de overwinning op de Moren. (De moskee werd direct gesloopt.) Ook hier dus weer veel geweld, overwinningen, en ongetwijfeld veel bloed en tranen.

De Santa Maria de Mayor.
Het puntje van de toren is -nog- Moors.

Gelukkig laten al die culturen, geloven, volken wel mooie cultuur na. En gelukkig nemen ze soms ook iets van elkaar over.

Bloempjes van de dag.

Journey through the clouds

We zouden vandaag door het natuurgebied El Torcal gaan lopen, ware het niet dat de weergoden anders beschikten. Dit was gisteren al via het Spaanse weerbericht op de tv aangekondigd.

Uitzicht vanochtend om 7 uur.

Het regende dus en het was zwaarbewolkt. Voor deze dag gingen we daarom van twee dingen uit: ontbijt om 7 uur bij de bakker aan de overkant (rechts op de foto) en als het hard ging regenen wilden we met de bus naar Antequera gaan. De bakker bleef echter dicht. Dat was de eerste tegenvaller. Gelukkig was restaurant Godoy (naar later bleek het enige hier ter plaatse) open. Aan de bar stonden al wat oude mannen aan de borrel en wij konden heerlijk ontbijten. Eerder had ik ook al een bushalte ontdekt, waarop een briefje hing met de mededeling dat de bus om 9.00 zou vertrekken. Dus in principe hadden we niets te vrezen. Voor de zekerheid toch even langs de ‘gemeente’. Daar bij de halte stond een lieve oude man die zei (voor zover we het begrepen) dat de bus al weg was. Op de halte aldaar hing een briefje met 8.15 uur als vertrek. (Het was inmiddels tien voor 9). Hij bracht ons ook nog naar een andere halte. Ook daar hing de nieuwe (?) tijd.

Op weg naar de bushalte.

Nou ja, om dit verhaal kort te maken zijn we dus maar over de weg gaan lopen. En dat was eigenlijk heel mooi.

De kilometer aanduiding en -ervaring wekte verwarring. Bij aanvang was het 14 km, dit werd 16 en daarna bleef de tellerstand heel lang op 7 km staan, na een uur lopen bv stond daar weer een bord: 7 km. Ik heb besloten me niet meer met de km stand bezig te houden.

Onderwijl trokken de wolken op, en zakten met evenveel energie weer het dal in.

Even een kleine schok.

De heuvels op deze foto waren lang geheel met wolken bedekt. We wisten dus niet dat ze er waren. Volgens het kaartje zouden we een keer ‘naar links’ een pasje over moeten. Toen de wolken voor ons optrokken, zagen we dus deze heuvelrij. Niks linksaf, maar nog lang langs deze heuvelrij zo schrokken we even. Gelukkig bleek er ook weer opeens een kleine pas naar links te zijn, het volgende dal in. Dat het daarna weer nog veel langer zou worden dan verwacht, dat wisten we toen nog niet.

Ik ben inmiddels een gebruiker van het gps-systeem geworden.

We kwamen om half 4 in Antequera aan. (Ik reken nu niet uit hoeveel km dat zouden kunnen zijn). Antequera is een mooie plaats en we hebben hier een leuk traditioneel hotel. Met een föhn! Want alles wat niet door plastic bedekt was deze dag is nat en omdat we hier 2 dagen zijn (waarover morgen meer) heb ik ook nog van alles gewassen.

Bloemen van deze dag.

Verder de bergen in.

Het plan was vanochtend vroeg op te staan maar het werd toch weer iets later. Bar Coco was vanaf 6, 7 uur open (wie weet waren ze wel helemaal niet dichtgegaan….) en toen we er naar binnen gingen zaten er alweer oude mannen aan de koffie (dit maal). Wij namen een cafe con leche (sterke espresso koffie met warme melk, meestal in een smal hoog glas geserveerd) en een geroosterd broodje met olijfolie (ipv boter) met mancheokaas (geit). Mijn favouriete ontbijt.

Hierna waren we in 2 stappen het plaatsje uit. Het pad was smal maar de route stond goed aangegeven.

Het ging steil naar beneden het dal in.

Hierna was het bijna de hele dag weer op en neer. Af en toe passeerden we een vakantiehuis of boerderij, mensen zagen we nauwelijks.

Zicht op het Torcal, met links nog heel klein het doel van vandaag.

Om kwart over 12 zagen we Villanueva de la Conception liggen, onder de rotsen van het Torcal. Het zou nog bijna 5 uur duren voor we er naar binnen liepen.

En telkens weer die prachtige uitzichten.
De weg was lang.

Volgens de beschrijving die we vrijdag hadden gekregen moesten we via een brug een rivier over. Voor de brug moesten we 2x 800 meter langs de rivier ‘omlopen’. Maar tot onze verbazing liep het pad gewoon door, door de rivier. (Die gelukkig niet diep was).

Maar de schoenen moesten wel uit.

Vlak daarna zagen we ons doel weer liggen.

Nog 2,30 uur te gaan.

We hebben erg lopen gissen naar het prachtige groen. Wat groeit hier? De stand is nu rijst, voor de paella. Maar helemaal zeker weet ik het niet.

Villanueva de la Conception is alweer zo’n beeldig wit plaatsje. Het ligt in een kom pal onder de rotsen. Foto’s heb ik niet gemaakt, er verschenen donkere wolken en er viel een enkele druppel. Hier slapen we in een vakantie appartement, met zitkamer, keuken en slaapkamer. Dit kwam goed uit. Alle restaurants (voor zover ik zag 2) en bars (aanmerkelijk meer) waren dicht (maandag), dus hebben we wat eten gekocht en zelf een maaltijd gekookt.

Inmiddels (nu ik dit typ) is het harder gaan regenen (zoals voorspeld) en de weersvooruitzichten voor morgen zijn slecht; de hele dag zware regen (de bergen zijn al in de wolken gehuld), dus denken we met de bus naar Antequera te gaan.

‘ Bloempje van de dag’: de bermen, vaak vol met bloemen.

Nog 1 dag in de stad

Uitzicht vanaf het kasteel

Het was een toeristisch dagje vandaag, dus dan ook maar een toeristisch verslag.

Vanochtend hebben we eerst een kleine klim naar het kasteel gemaakt, met dit uitzicht. We vermoeden dat we morgen rechts van de heuvel in de verte het land intrekken.

Daarna met een lange wandeling naar het Alcazaba, de resten van het Moorse paleis annex fort. (Het kasteel van hierboven was ook Moors maar hiervan zijn echt alleen de muren en -gelukkig- het uitzicht bewaard gebleven).

Hier loop ik door 1 van de poorten naar binnen.

In het Alcazaba is nog veel bewaard gebleven van de Moren die in 1487 ‘na een genadeloos beleg’ de stad moesten opgeven.

Er is ook veel gerestaureerd.

Malaga werd gesticht door de Feniciërs, hierna heersten de Romeinen en Byzantijnen er. De marmergroeve leverde het marmer voor de in die tijd grootste kerk in de wereld: de Haga Sofia in Istanbul. In 711 veroverde Tarik I de stad. (Malaga ligt zeer strategisch en was tevens haven voor Granada en Cordoba).

Marmeren zuil, Romeins?

En nu trekt dit fort/paleis dus veel bezoekers.

Zoals ik!

Hierna (eigenlijk na een terrasje) hebben we het Picasso museum bezocht. Ik was van dit prachtige werk erg onder de indruk.

Picasso had een rijk relationeel leven. Ik raakte de tel wbt zijn vrouwen en minnaressen kwijt. Hij schilderde hen veelvuldig. Maar Picasso leefde ook in een tijd met veel geweld. De Spaanse burgeroorlog, de 2e Wereldoorlog. Dit is in veel van zijn werk direct en vaker indirect te zien.

‘Dream and lie of Franco’
En die ogen, hoe die de wereld in kijken,

Na de oorlog komen zijn naakten weer tot leven, ’zij ontvouwen zich als de velden en heuvels van een landschap’, (volgens het bijschrift in het museum). Soms is het bijschrift net zo mooi als het schilderij.

Vrouw of landschap?

En voor mij is Picasso toch ook de schilder van de kinderen.

En tenslotte, morgen beginnen we met onze tocht en omdat de kerken dan rond 8 uur waarschijnlijk nog wel dicht zullen zijn, hebben we in de Santiago-kerk alvast het eerste stempel gehaald. In de kerk oefende een koor (waarschijnlijk) voor Pasen, ze zongen ‘O Haupt vol Blut und Wunden’. Voor mij is het beluisteren van de Mattheus Passie altijd weer een ervaren van de overgang naar de lente, naar groei, naar ruimte. Bij het horen van deze muziek hier, nu, ging er een golf van ontroering door me heen.

De Santiago-kerk in Malaga.

Een dagje kennismaken met Malaga

Ik moet het eerlijk zeggen, sorry voor jullie daar in Nederland waar het sneeuwt….en vriest…. Wij hier in Malaga hebben deze dag doorgebracht met afwisselend op een terrasje te zitten – te wandelen langs het strand – de kathedraal bezoeken – en een bezoek aan Carmen Thyssenmuseum.

En we zijn op zoek geweest naar soda. Mariet heeft een raar kloppend plekje onder haar duimnagel dat weg moet. Zodoende veel farmacia’s bezocht en de Dia (een soort supermarkt) waar Mariet weliswaar haar Spaans veelvuldig kon oefenen, maar waar we geen soda vonden. Ten einde raad iets gekocht wat er op leek (2 kg!) maar toen we een gedeelte hiervan in een glas water strooiden, bleek het toch iets anders te zijn: er gebeurde niets. Niets met de vermeende soda en niet met haar duim.

Maar dan de kathedraal, deze gebouwd op de fundamenten van een moskee. Waarom, o waarom moet de overwinning altijd ‘gevierd’ worden met het vernietigen van een gebedshuis en de bouw van een ander hierop, Ayodhya in India (ooit stond er een tempel, in de middeleeuwen werd hier een moskee opgebouwd en 600 jaar later werd deze weer afgebroken – met duizenden doden, vreedzaam kan dit niet), of Erdogan die de Aya Sofia weer in een moskee verandert, om maar iets te noemen.

Op weg naar de kathedraal.

De kathedraal is dus enorm, met veel kapellen en een prachtig koor. Je kunt hier via een qr code direct een gesproken toelichting (in het Nederlands!) via de telefoon horen (hiervoor waren de kapellen genummerd, daarmee werd het toch een beetje een ‘kijkshow’) maar konden we wel alles goed zien.

Het prachtige koor.

Ik heb tussen alle heiligen nog gezocht naar een afbeelding van Sint Jacob, meende hem ook gevonden te hebben, maar de foto was niet scherp en bij het uitvergroten werd Jacob helemaal onherkenbaar.

‘s Middags dus het Carmen Thyssenmuseum bezocht. Met een werk van: Joaquin Sorolla y Bastida :

Met zo’n prachtige weergave van het licht en de warmte van Spanje.

Verder hangen hier veel echt Spaanse schilderijen van stierengevechten, feesten, dansende mensen enz. Op het einde nog een werk van Zurbaran, een schilder die Cees Nooteboom in ‘Een omweg naar Santiago’ zo prachtig beschrijft. Sindsdien ben ik dus een fan van Zurbaran.

Een schilderij, (en die ogen!) dat veel zegt.

Er is ook nog een zaal met moderne werken, o.a. met werken van Juana Frances, een schilderes uit de vorige eeuw.

‘Man en de stad’. Wederom die ogen, hoe kijken zij mij aan?

Tenslotte zijn we weer op een terrasje (eigenlijk al ‘ons terrasje’) op de Plaza de Merced neergestreken.

Ps, uiteindelijk geen soda gevonden. Rest nog de vraag kennen ze hier wel soda? De overgebleven ‘soda’ die dus geen soda is, heeft Mariet naast de prullenbak gezet met de mededeling ‘misschien hebben de mensen van hier er nog iets aan’ (het bleken nml ontkalkingstabletten voor de vaatwasmachine te zijn).