De dag begon fris. Het was 5 graden. Ik loop nog steeds in korte broek (net op de knie) en heb ook de warme jas, die zo’n beetje de hele rugzak vult, nog niet aan gehad. Dacht wel even me om te kleden, zodra dit mogelijk was, maar toen werd het alweer warmer: 13 graden en dat blijkt prima wandelweer. (maar in de hotels is de verwarming aan).

Wandelend in het voorjaar, maak je mee als je geluk hebt, dat de natuur ‘open springt’, het lijkt wel alsof alle planten en bloemen in onderling overleg allemaal tegelijk weer beginnen te groeien. Opeens staan er weer bloemen en is de lucht vol energie.
Ik ben benieuwd of er ook zo’n moment van verandering in de herfst te ervaren is. Ruiken doe ik de herfst hier nog niet. Maar het lijkt wel of alles gestopt is met groeien, de natuur staat in stilstand. Aan de stelen van bloemen hangen de zaden en de eerste blaadjes vallen -nog twijelend- van de takken.

Aan het weer merk ik ook dat de herfst komt. Soms waait er een harde wind. In de ochtend scheen vandaag de zon, en dat zonnetje voelde ik ook nog. Maar rond 1 uur begonnen zich donkere wolken samen te pakken.


Deze wolk barstte uiteindelijk los. Er zat zelfs hagel tussen. Gelukkig allemaal niet op een moeilijk paadje maar jammer genoeg ook niet in een dicht bos.
Even was de hele hemel donker, maar gelukkig kwam eerst het licht en toen de zon terug. En wat blijft dat licht in dit wijde landschap mooi.

Een laatste blik op Bruch, waar ik morgen langs loop. Ik ging hier rechtsaf, naar Niederkail. 1 Km van het pad af.
In het hotel stuitte ik op 2 Nederlandse dames (van 85 jaar) die voorstelden met z’n drieën te eten. Het werd een gezellige maaltijd.
