Een dag op de Kumbh, nog meer chaos.

Vandaag, 14 januari besloot ik het nog een keer te proberen op het terrein te komen. Het was haast nog drukker dan gisteren, maar ik ging door een andere ingang, dat scheelde.

Bij de ingang van de Kumbh Mela.

Vroeger was de Kumbh bijna uitsluitend voor de verschillende saddhu-sekten. Op de Kumbh vond de initiatie plaats en ontmoetten ze elkaar. (En dat bad natuurlijk). In de loop der tijd zijn er op deze belangrijke data en plaats steeds meer ‘gewone mensen’ bijgekomen die ook een dip in de Ganges nemen. De saddhu’s zijn gebleven en worden door de mensen als ‘heilige’ beschouwd. Dus na de dip ook nog een zegening.

Ik vind de saddhu’s het meest interessant. Ik denk omdat deze echt ver van mijn westerse leven afstaan. Ik wil er alles van weten, maar echt begrijpen doe ik niet. Maar misschien daarom fascineren ze zo.

As.

As is heel belangrijk voor de saddhu’s. Ze leven vaak bij crematieplaatsen omdat de as daar de laatste fase van dit materiële leven is, een laatste fase die wijst op de overgang van het materiële en illusionaire naar de wereldlijke wereld.

Hun vaak naakte lichaam is bijna altijd bedekt met as. Omdat dit een speciale gebeurtenis is, gebruiken ze hier as van verbrand hout.

Intocht op kamelen.
Trommelend.

De saddhu’s hebben vaak een trommeltje in de vorm van een zandloper. Ook een symbool van de vergankelijkheid.

Afwijzen van pijn.

Dat gaat ver dat afwijzen. Deze man zit al heel lang met 1 arm omhoog. Ik zag ook weer een saddhu liggend op doornen. In theorie wijzen ze pijn en plezier af. In de praktijk valt dat afwijzen van plezier wel mee. Ze zaten juichend op de paarden.

Gesprek.

De saddhu’s hebben ieder een eigen tent waar in ze ‘audiëntie’ houden.

Vandaag was het dus weer ontzettend druk. Gelukkig… kon ik op een ‘mediatower’ het geheel bekijken en foto’s nemen. Het klimmen en dalen op de provisorische ladder vond ik doodeng, maar je moet er wat voor over hebben.

De leiders van de sekten gaan naar de Ganges voor het rituele bad.

Travestiet.
Saddhu wordt geïnterviewd voor de televisie.

Een gehandicapt en heel lief (en heilig) meisje zegent een voorbijganger.
Beschermer.

Vroeger, toen er nog veel meer rondtrekkende saddhu’s waren, werden ze vaak aangevallen of hadden ze onderling ruzie. Daarom was er een ‘verdedigingssekte’ die toen zwaar gewapend en getraind was.

Zegeningen.

(De schitterend-witte schaamlap is nieuw. De vorige keer heb ik ze niet gezien. Invloed van de verpreutsing die over de wereld waait?)

Tja, en wat vind ik het mooiste hier, wat maakte de meeste indruk? Het zijn niet de onbegrijpelijke saddhu’s, – alhoewel die blijven fascineren -, of de overgave van de mensen. Wat ik erg mooi vind is het zicht op de paden aangelegd met pontonblokken en altijd weer die stroom mensen die er over loopt.

En de drietand van Shiva.

De meeste saddhu’s zijn volgelingen van de God Shiva. Deze bedekte zich ook met as, had ook lang haar en had altijd een drietand bij zich. De drie-tand symboliseert: de schepping – het zijn – en de vernietiging.

‘U kent natuurlijk de voorstelling van de dansende Shiva? Hij, met twee benen en de vier armen, dansend, springend binnen een cirkel van kosmisch vuur, met 1 voet opgeheven en de andere geplant op het lichaam van onwetendheid en kwaad, om die op hun plaats te houden. De dansende Shiva, de dans van schepping, behoud en vernietiging. Een complete kringloop. Een volkomenheid. Het is een moeilijk begrip, men moet er met het hart op reageren, niet met het hoofd.’

En natuurlijk is de god gevleugeld, wat de hele uitbeelding iets luchtigs en vliegends geeft dat je doet denken dat je met hem een sprong in het duister zou kunnen wagen en dat je niets kwaads overkomen zou.’

5 Reacties op “Een dag op de Kumbh, nog meer chaos.”

Plaats een reactie