Onderweg.

Woensdag 26 februari.

De ryokan.

We sliepen in een ryokan in Furusato Onsen.

De maaltijd.

De maaltijd was overvloedig, er is geen ander woord voor. (Het paste niet allemaal op de foto). En hiermee waren we nog niet klaar. Er kwamen nog oesters, een gebakken visje, misosoep (maar nu op basis van vis), rijst en een toetje: 2 schijfjes sinaasappel.

Zo konden we er weer tegen aan…..

Uitzicht vanaf de Haji Kami Toge (pas)

Na twee passen waren we eigenlijk er wel klaar mee voor vandaag. Maar er kwam nog een derde. Een bijzondere pas. Dit was de eerste pas die officieel de World Heritage status heeft. Hier liggen namelijk nog de oude stenen, die ooit honderden jaren geleden naar boven zijn gesjouwd om zo het pad voor de pelgrims aan te leggen.

Oude, eeuwenoude stenen.

En altijd als ik op dit soort paden loop, moet ik aan de pelgrims van honderden jaren geleden denken, zij liepen hier ook. De weg zoekend naar het laagste punt tussen de bergen waar ze overheen konden, naar de volgende vallei. Vol vertrouwen in de loutering van de zware tocht, een tocht vol ontberingen. Wij schrokken van een aap onderweg, maar wat kwamen zij tegen? Kou, beren, everzwijnen enz.

In Tibet geloven ze dat je als je sterft je een pas over gaat. Ook in je leven ga je passen over. Het leven als een tocht, een tocht over passen.

En wat is de goede weg?

We kwamen tegen de avond in Owase aan. Onderweg de eerste grote stad.

2 Reacties op “Onderweg.”

Plaats een reactie