De laatste wandeldag van de Ise-ji.

Vrolijk en vriendelijk,

op nameloze plaatsen

Bloeit de wilde kers.

Aan het begin van de klim naar de pas staan stokken ‘te leen’. Erbij nog een halfvergane beren-waarschuwing en het rode teken (rood-wit net als de lange afstandspaden in Europa). Soms staat er ook een bak met belletjes. En onderweg staat weer regelmatig een stok met bel om te luiden.

Hier luid ik de beren-bel.

Gelukkig hebben we geen beren gezien. Je zou trouwens raar staan opkijken. En wat doe je? Als er plotseling een beer voor je staat?

Pauze.

We naderen de bewoonde wereld, er zijn steeds meer ‘zitjes’.

Kersenbloesem aan zee.

En op plaatsen ‘uit de wind, in de zon’ bloeit de kersenbloesem.

We liepen vandaag tot Odomari.

In Odomari stond er bijna om de 20 meter een waarschuwing ivm een tsunami en/of aardbeving. En we liepen hier dus 6 meter boven zeeniveau. Wat moet er bij de laatste tsunami een enorme hoeveelheid water het land op zijn gegooid. Ik realiseer me telkens weer hoe dicht de mensen hier met de gevaren van de natuur leven.

In Odomari zijn we met de trein verder naar Shingu gegaan.

En ook hier zit iedereen in de trein op zijn telefoon te kijken.

Shingu is net als elke andere stad hier een stad van uitersten. We maakten een kleine wandeling door de stad.

Rommel huisje.
Een prachtige ‘vergroeiing’ van de boom uit de houten afscheiding.
Nieuw naast oud.

Plaats een reactie