We zijn in Shingu, hier eindigt de Ise-ji en start de Nahakechi route (de laatste wandeling) waar we overmorgen mee gaan beginnen.
Het hele gebied hier is heilig, want hier zijn verschillende belangrijke Kami uit de hemel neergedaald.
Het Shintoïsme: vertaling: de Weg der Goden.
In het Shintoïsme worden de Kami vereerd. Kami zijn goden, geesten, natuurlijke krachten of voorouders. Bij bepaalde plekken horen bepaalde geesten, terwijl anderen vereenzelvigd worden met bv. verschijnselen in de natuur, Amaterasu bv (van de grote schrijn in Ise) is de zonnegodin.
Het Shintoïsme is een krachtige natuurgodsdienst, er is een grote eerbied en liefde voor de natuur. De maan of een apart gevormde steen kunnen een kami zijn, of begrippen zoals ‘groei’ of ‘vruchtbaarheid’. In de loop der eeuwen namen de kami steeds meer mens-vormen aan, met daaraan gekoppeld vele mythen.

Kami worden vooral vereerd in openbare heiligdommen, de gebouwen (ofschoon prachtig en zorgvuldig gebouwd) zijn niet het belangrijkste. Het gebouw geeft een bepaalde plaats aan, die is belangrijk.
(Het kan ook helemaal fout gaan met het Shintoïsme, zoals bv tijdens de 2e Wereldoorlog. Als ideologie werd het misbruikt om het toenmalige Japanse militarisme te rechtvaardigen. Kami-kaze, (vertaling ‘Hemelse of Goddelijke wind) waren piloten die de vijandelijke schepen aanvielen met zelfmoord als gevolg) De keizer werd beschouwd als een levende kami)
We bezochten eerst de Kumano Hayatama Taisha Schrijn. De naam betekent ‘vlug’, dit stamt af van de bronnen van het water, dat de bron van het leven is. De schrijn staat naast de Kumano-gawa rivier. En daar zouden we vandaag een boottocht over maken…..maar deze ging niet door, het water staat te laag.


Reiniging is heel belangrijk, bij alle tempels en schrijnen zijn wasplaatsen. En ja, haast in alle hotels, of ryokans – eenvoudige pensionnetjes- is een onsen, een heet water bad. Voordat je hier in gaat moet je je eerst grondig wassen. En grondig is hier grondig.


De Nagi boom is 1000 jaar oud en de heilige boom van de schrijn.
Daarna bezochten we de Kamikura-jinja schrijn. Dit is de plaats waar de Kumano goden de aarde raakten bij hun afdaling uit de hemel.
Deze schrijn staat boven op een heuvel van 80 meter hoogte. Er zijn 538 treden, en het had een beetje geregend, dan worden de enorme en oneven stenen glad.

Ik had mijn stokken in het hotel gelaten. Er stonden stokken aan de voet van de heuvel, dit realiseerde ik me pas goed toen de regen leek door te zetten en ik al bijna boven was.


Als laatste bezochten we de Asuka-jinja Schrijn. Hiervan zegt de uitleg bij de schrijn dat hier de belangrijkste kami Kotosakao no Mikoto is. (verder niets dus, qua uitleg)


Bij de schrijn is een museum, hierin o.a. een prachtige collectie Kakebotoko, kleine beeldjes met afbeeldingen van de Boeddha. (‘Een beeld van de Boeddha die de God van de schrijn voorstelt’ zo zegt de bijbehorende uitleg). Deze werden ontdekt op de heuvel achter de schrijn. ‘Deze illustreren de unieke relatie van het Boeddhisme en het Shintoïsme’. (Alweer de officiële uitleg, de geschiedenis is anders).
Onderweg zagen we opeens een geheel ander, (maar ook Shinto) ritueel: vooral oude mensen die voor een schrijn zaten, en de priester en enkele vrijwilligers gooiden snoep de menigte in. Veel snoep, iedereen was blij.


En deze lieve baby was met zijn moeder mee gekomen.

