Deze dag begon in de vrieskou, op de rijstvelden lag nog sneeuw. Alle wegen, stoepen en bruggen zijn schoon. Hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen? Misschien is het asfalt met iets bewerkt? Bij de bruggen en op hoeken liggen nog steeds de zakken strooizout te wachten, niet gebruikt.


Er staan vandaag 6 tempels op het programma, doorlopen dus.

Het pad loopt door de buitenwijken van Tokushima, overal tussen de huizen ligt land waar groente op verbouwd wordt.

Van tempel 17 naar 18 is het ongeveer 18 km, waarvan de laatste 5 km langs een drukke weg. Bovendien wil ik bekkaku (een van de 20 extra tempels) nummer 3 bezoeken en het enige daarvoor handige slaapverblijf is gesloten. Daarom moest ik een andere indeling maken en kwam het juist heel goed uit als ik het stuk van 17 naar 18 met het openbaar vervoer zou doen.
Na tempel 17 ben ik naar het dichtst bijzijnde station gewandeld en ben met de trein naar Tokushima centraal gegaan. De bus die het toeristenbureau me had geadviseerd bleek niet te gaan wegens werkzaamheden aan de weg. Ik waande me even in Nederland. Bij de bus informatie kreeg ik 2 onbegrijpelijke reisschema’s (ik moest overstappen) waarop de geadviseerde tijden met rood waren aangegeven. Ik had nog net tijd om bij de Seven eleven (daarover later meer) naar de wc te gaan en een beker koffie te drinken en 2 gevulde rijstballen op het station te kopen voordat de eerste bus vertrok. Omdat de bussen zo precies op tijd rijden, wist ik wanneer ik eruit moest. (Ik heb het toch maar even voor de zekerheid aan de chauffeur gevraagd). Daar moest ik 20 minuten wachten. Tijdens het wachten stopte een auto, rende de chauffeur naar me toe en gaf me een stoffen zakje, gevuld met zakdoekjes. ‘Osetta!’ En hij rende weer weg. En toen kwam de bus de hoek om rijden, precies op tijd.

Tempel 18 ligt op een berg. Heel lang was deze tempel voor vrouwen verboden. Maar toen Kobo Daishi hier was en zijn moeder hem wilde bezoeken (en dit niet mocht) heeft zoonlief 7 dagen ascetische oefeningen in de waterval naast de tempel uitgevoerd. De ban verdween en mocht zijn moeder (en ik…) naar binnen. De waterval ligt nu droog, gelukkig voor Kobo Daishi’s moeder en alle vrouwen die na haar kwamen was dit rond 814 niet het geval.

Van tempel 18 naar 19 liep ik door een prachtig bamboebos.

Daarna was het nog 10 km doorstappen naar mijn slaapverblijf. Door alle handelingen in 6 tempels (vandaag): de hartsutra opzeggen, wierookjes branden, stempelboek laten stempelen, en de wachttijden bij het overstappen van het vervoer begon het al te schemeren toen ik bij de afgesproken plaats kwam.
Een wonder!
Ook op de Camino in zuid Frankrijk heb ik een keer zo.’n soort verrassing meegemaakt, en nu dus op zijn Japans. Ik heb een eigen huisje van alle gemakken voorzien, zoals een bed, echte koffie met echte melk, een zichzelf vullende ofuro (groot warm bad) en een droogkamer voor als mijn kleren nat zouden zijn.

‘s Avonds (eigenlijk direct dus) werd ik bij de mensen thuis uitgenodigd voor het warme eten. De visjes die zo pijnlijk op het bordje liggen zijn vers gevangen zoet watervissen.

We spraken de hele maaltijd via google translate. Deze pelgrimsherberg (zoals ze het noemen) bestaat nu 2 jaar en in die tijd kregen ze 279 gasten. Dit zo doen vinden ze leuk! Zij is 73, hij 75. Na de maaltijd kreeg ik ook nog een envelopje met osetta (1000 yen), ik werd er verlegen van. Kortom: overweldigende gastvrijheid.
