En ik vertrek uit de bergen
‘Als je het woud van de kraanvogels bereikt,
Verschijnt de grote hemelse Jizo koning……’ (uit het pelgrimsgebed)
Het was 4,5 kilometer steil klimmen tot ik de toegangspoort van de tempel van de kraanvogels bereikte.

De tempel is naar de kraanvogels vernoemd omdat (zo gaat het verhaal) toen Kobo Daishi hier onder een cederboom zat te bidden er 2 witte kraanvogels neerstreken in de cederboom. Met hun vleugels beschermden ze een kleine gouden Jizo.

De tempel ligt op 470 meter hoogte boven zee niveau en om de volgende tempel te bereiken gaat het pad eerst omlaag, doorkruist een dalletje en klimt dan weer 698 meter (weer steil) omhoog.

Deze tempel staat bekend om de mysterieuze sfeer die er hangt, iets dat nu werd versterkt door de wolken die over het tempelterrein hingen.

Het was er niet alleen mysterieus, maar ook koud. Op dit beeldje ligt nog het laatste restje sneeuw.

Kobo Daishi trainde hier op een rots. Daar is nu een tempel opgebouwd.

Omdat de klim steil en zwaar is, (iets dat ik kan beamen…..) is er een kabelbaan aangelegd, deze is 2775 meter lang. (Het is de langste kabelbaan in west Japan).

Vanuit de kabelbaan is er zicht op allerlei plekken waar Kobo Daishi iets gedaan heeft. Een speciale gids gaat de hele dag op en neer. Gewapend met een grote plattegrond van het terrein waarop deze plekken staan aangegeven geeft ze toelichting.
En je hebt een prachtig uitzicht op de bergen van Shikoku.

Ik was in 10 minuten beneden.
