Vandaag liep in Kōchi weer uit.

De eerste tempel vandaag lag boven op een heuvel in de botanische tuin van Kōchi. in de hoofdhal lag een prachtige Dorje.

De dorje (of vajra) is een van de belangrijkste rituele ‘gereedschappen’ van het Boeddhisme en Hindoeïsme.
Voor het Japanse Boeddhisme bv: Kobo Daishi gooide een Dorje van China naar Shikoku, symbolisch voor de komst van het Boeddhisme. Op de plaats van landing staat nu een tempel.
De Dorje is zo hard als diamant en het symboliseert de niet te vernietigen natuur van de wijsheid, het heeft de kracht van een bliksemschicht en wordt gebruikt om de wereldlijke verlangens te vernietigen. (Ik hoop niet letterlijk)
Het pad naar de volgende tempel : Zenjibu-ji ging weer door een bamboe bos en liep naar boven, weer een andere heuvel op.

Deze tempel staat direct aan de kust en werd veel gebruikt om hier een behouden thuiskomst voor de vissers te vragen.


Tenslotte moest ik met een veerpont naar de overkant van een enorme inham. Toen ik bij de aanlegsteiger van de veerpont aan kwam bleek deze niet te gaan. Ik moest een stuk omlopen (altijd fijn op het einde van een dag) naar een enorme brug. Een vrouw op een fiets zag me teruglopen en ging snel een drankje voor me kopen: ‘energy’, op het pakje stond: met dezelfde waarde aan koolhydraten als een rijstbal! (Het was duidelijk een Japans energy drankje). Vanaf de brug had ik prachtige uitzichten, (foto’s maken ging moeilijk), maar het zicht op de brug is ook imponerend.


Pal tegenover de laatste tempel, Sekkei-ji staat de ryokan waar ik slaap, gelukkig……dus het was even zonder rugzak naar de overkant.

Van de 88 (of 108) tempels zijn er 4 Zen en hiervan zijn er 2 van de Rinzai-stroming. Maar -natuurlijk- wel met een Daishido hal (Kobo Daishi)

