Onderweg naar tempel 38

Donderdag 26 februari

Een praktische oplossing

Voor de meeste Shinto heiligdommen moet je naar boven, de heuvel op. Op deze plaats, vlakbij de oceaan heeft dit heiligdom een extra taak gekregen, reddingsplaats bij een tsunami. (Zie het bordje links)

Kopje koffie onderweg

De eigenaar kijkt of het suddervlees aan de stokjes al gaar is. Er zijn momenten dat ik blij ben dat ik geen vlees eet. Maar de koffie was heerlijk.

Shinnen an: verborgen in een bamboebos ligt een rij Jizo beeldjes. Dit is ter ere van Shinnen an. Shinnen an leefde in de 17e eeuw, hij maakte de tocht ruim 20 keer, beschreef de route in de eerste gids en zette honderden stenen richtingaanwijzers langs de route. Zo maakte hij de henro voor een groter publiek toegankelijk.

Weer terug bij de zee

Ik slaap vanavond in een bijzondere minshuku. In eerste instantie maakte hij een vervallen en oude indruk. (En dat is hij ook). Maar toen ik naar de kamer liep waar het eten werd geserveerd zag ik de keuken.

Een muur vol met osamefuda

Osamefuda zijn ‘name slips’, ik weet er geen Nederlands woord voor. Het is een strookje bedrukt papier waarop je je naam schrijft en bij de tempel in een daarvoor bestemde pot gooit, als ‘bewijs’ voor je bezoek. Ook geef je het aan mensen als dank voor hun osetta gift en je kunt het als een soort visitekaartje gebruiken. De kleur is afhankelijk van het aantal keren dat je de henro hebt gelopen.  Zo staat rood bv voor 7 tot 24 keer, en goudkleurig voor 50 tot 99. Ik heb thuis osamefuda van brokaat, dit hoort bij meer dan 100 keer……..

Er hing nog meer aan de muur:

De man rechts van de vrouw vooraan is een ‘beroemdheid’, hij schreef de Japanse gids. Dit boekje wordt soms met enige afgunst door ons westerse henro bekeken omdat er veel meer (en goede) adressen in staan. Dat merk je opeens als je een paar dagen met Japanners loopt.

De dracht van vroeger. (Er staat helaas geen datum bij)

Vrijdag 27 februari

Gewapend met twee rijstballen en een banaan ging ik verder op weg. Er was regen voorspeld dus had ik de regenkleding maar alvast aangedaan. Na ongeveer 2 uur begon het te regenen, het begon zachtjes maar het ging steeds harder. Bij Kongofukuji aangekomen stortregende het.

De poort van Kongofukuji

De poort heeft een bijzondere naam: Oostelijke Potalaka Poort. Als je door deze naar binnen gaat kom je in het gebied dat het hechtst verbonden is met de wereld van Kannon.

De schildpad is beschermheilige en symbool van een lang leven. ik heb vlug wat foto’s gemaakt en ben doorgelopen naar de minshuku, die gelukkig heel dichtbij is.

Daar ‘mocht’ ik alleen binnenkomen als ik mijn natte regenkleren  buiten aan de overdekte waslijn hing. Daar zat ook een enorm dikke kat. Een ‘obesitas neko’ (obesitas kat) zei ik tegen de eigenaar die met zijn armen vol met spullen van mij stond (camera, bril, telefoon, handtas) te wachten tot ik mijn regenbroek uit kreeg. Hij begreep het niet, of wilde het niet begrijpen…

De maaltijd, aan tafel zitten een japanse en een taiwanese vrouw en een japanse man en ik. De tweede dames gaan door tot 88, de man tot 40.

We hebben hoofdzakelijk goede (lees lekker eten) ryokans uitgewisseld, want dit is er zo een.

Buiten bleef het regenen. Maar binnen…

Plaats een reactie