3 maart ben ik met de trein van Sukumo naar Tokushima terug gegaan. En daarmee kwam de andere wereld van het nieuws, van de oorlog steeds dichterbij. In de trein sprak ik een Amerikaans echtpaar dat me glunderend vertelde dat hun grote wens (met een duw van Trump) in vervulling was gegaan, ze hadden alles verkocht en reisden nu -zonder plannen- de wereld door.
Ik slaap hier in Tokushima in het hotel Clement, een soort onderdeel van het station. Er zijn nog steeds rauwe eieren bij het ontbijt, maar ze liggen wel keurig op een schaaltje. Er rijdt een robot achtig karretje rond om de gebruikte kopjes en borden op te halen. En ik heb een kaartje, zonder kaartje doe je niets, de lift, de deuren naar het ‘cleaning station’ (de wasmachines), bij alles heb je het kaartje nodig.
Ik had twee dagen extra in Tokushima ingepland omdat er de eerste week 2 tempels ver van het pad af lagen. Ik zou ze kunnen overslaan en die nu bezoeken. Maar ik heb ze toen al bezocht.
En dus heb ik 2 dagen vrij…… om alles te wassen, bij te slapen (in een bed) en een beetje te lezen.
Over boeken gesproken
Ik ‘sleep’ (‘we doen het ons zelf aan’) een kleine stapel boeken mee. Dit zijn nokyocho, stempelboeken. Bij elke tempel is een nokyocho bureau, waar je tegen een kleine vergoeding (ik had korting omdat ik er voor de derde keer kwam) een stempel op de bladzijde van de tempel kunt laten zetten.

Er ligt een boek voor de 88 tempels, een boek voor de 20 tempels en een boek voor de 33 tempels. (Daarover later). De route guide is handig, maar omdat de henro bij buitenlanders steeds populairder wordt, bouwen deze ook steeds handiger apps. (Nog even en er is een wildgroei aan apps). Ik heb het boekje weinig gebruikt. 10 jaar geleden was het het enige waar ik mijn informatie uit kon halen.
Oorspronkelijk waren deze stempels het bewijs dat je in deze tempel geweest was, nu natuurlijk ook nog, maar ze zijn vooral erg mooi.

Het is een grote overgang, van de hele dag buiten lopen naar de stad met zoveel mensen, auto’s, reclames, enz. Daarom ben ik gisteren, 4 maart met de bus ‘terug gegaan’ naar tempel 4 (die ik heel mooi vind) en ben toen terug gewandeld naar tempel 1. Met een kleine omweg kwam ik langs deze tempel:

De naam heb ik niet kunnen achter halen, maar het is een okunoin, de heilige plaats van de tempel. Okunoins liggen vaak verborgen, hoog op de berg of in een grot. Soms worden ze ‘gewone tempel’, soms veranderd de ‘gewone tempel’ in okunoin. Tussen 40 en 88 liggen een paar erg bijzondere okunoins, die ik soms bij toeval ontdekte.
Deze tempel is ongetwijfeld aan Kobo Daishi als pelgrim gewijd. Het lijkt wel of het tempeltje van (touw)sandalen gemaakt is.


s’Avonds bezocht ik nog een warenhuis. In sommige keukens had ik al ontdekt dat er voor het verschillende keukenwerk verschillende doekjes zijn, dat is bij ons natuurlijk ook zo, maar hier is het wel tot grote hoogte ontwikkeld.
.

Er zijn 5 rekken zoals deze met doekjes voor 5 verschillende taken. Alleen bij het vijfde stond ‘good for everything’.


Vandaag, 6 maart ben ik ‘s ochtends eerst naar een tuincentrum gegaan. (Je moet toch iets doen…) Tijdens het lopen zag ik op het land allerlei handige dingen, zoals bv klemmetjes waarmee je het gaas over de bogen vastzet. Dus op naar het toeristenbureau dat me via verschillende plattegronden wees waar het dichtst bijzijnde lag. Met deze plattegronden ben ik een aardig stuk gekomen, maar omdat je niets kunt lezen….kortom ik werd staande gehouden door een man in een auto die me wilde helpen. Hij bracht me naar het ‘home centre’ (een soort Gamma, maar dan weer zo veel groter). De man sprak goed Engels, toen ik ernaar vroeg antwoordde hij dat hij dit van ‘rock and roll’ had geleerd. Dat vind ik nou weer typisch iets voor hier, ik geloof dat Murakami ook in een van zijn boeken iets dergelijks beschrijft.
Het was een half uur terug lopen naar het plein voor het station waar de bussen staan. Ik had nog net tijd om twee heerlijke gevulde rijstballen (in driehoekvorm) te kopen die ik op het bankje bij de bushalte vlug opat. Niemand keek me aan, maar ik voelde dat iedereen dacht……want hier eet of drinkt niemand op straat.
‘s Middags ben ik naar een poppen voorstelling geweest. Bij het theatertje is een museum met veel mooie uitleg.


Op het platteland is de cultuur van de poppen theaters nog steeds levend. Bij de Shinto schrijnen worden festivals gehouden, waarbij ook de poppen optreden. Langs de kust wordt aan de god van de vissers, Ebisu, gevraagd voor een goede vangst te zorgen.
En ‘s avonds heb ik gegeten met Meg, een Amerikaanse vrouw (die ook blij is dat ze niet daar maar hier woont) die ik in de bus van Osaka naar Tokushima ontmoet heb. Ze is lerares Engels en is getrouwd met een Japanse man en woont hier al 37 jaar. We hadden afgesproken elkaar te zien als ik in Tokushima terug was. Nou ja, twee onderwijsmensen, we spraken dus veel over het onderwijs. Regels, regels zijn belangrijk hier. Of de kinderen echt zelf, kritisch leerden nadenken betwijfelde ze. Toen ik terug lopend naar het hotel voor het rode voetgangerslicht stil stond (en er van alle kanten geen auto’s aankwamen) kon ik me daar wel iets bij voorstellen. (Aan de andere kant, als het licht op groen springt en je over steekt komt er ook echt geen auto aan).
