Osaka

Maandag 16 maart Op het vliegveld hangt een bord met de route in geval van een aardbeving. We moeten ons dan verzamelen, maar dit alleen als de kracht van de beving meer dan 6 is. En dan? Komt iemand ons dat vertellen? Wordt het omgeroepen? Ze hebben er vast wel iets handigs op bedacht (hoop ik).

Osaka was vermoeiend, de overgang van Kashihara (met toch een soort Shikokou rust) naar de drukte, de wolkenkrabbers, de verschrikkelijke commercie, nou ja alles was groot en veel.  Net als ooit in Tokio voelde ik me er  verloren.

Maar  ’s avonds komt de stad (zoals overal in  Azië) tot leven: kleuren, muziek, reclames en geuren van de eethuisjes.

Dat voelde weer bekend

Tussen de wolkenkrabbers blijken overdekte straten te zijn. Heerlijk om er dan doorheen te lopen.

Ik had eigelijk 1 dag te besteden in Osaka. Dat was gisteren zondag 15 maart. Op weg naar het museum voor moderne kunst liep ik lang langs de rivier, met overal slenterend mensen in de ochtendzon.

Het museum voor moderne kunst

Het museum had een overzichtstentoonstelling Natsuyuuki Nakanishi. De ontwikkeling in zijn werk (jaren 50 – deze eeuw) heeft veel overeenkomsten met die van de westerse kunst in die periode. Naast schilderijen maakte hij ook ‘performances’ het leek veel op die uit de provo tijd, ik meen Johnny de Selfkicker.

De belangrijkste elementen zijn 4 geel-groene vormen in het centrum. Ze visualiseren het stromen van de tijd door te verschijnen en verdwijnen. Voor Nakanishi was schilderen een daad van het  veranderen van licht en tijd in kleuren van verf. Schilderen had voor hem betrekking op verschijnen en verdwijnen.

De kunstenaars spraken zich duidelijk uit over de oorlogsmisdaden en de ontwikkeling daarna van het consumptisme. Ik weet zo weinig over die naoorlogse jaren, hoe moest dit volk (net als het Duitse) met haar geschiedenis omgaan?  Na het einde van de 2e Wereldoorlog ging Japan open. De Amerikanen brachten naast de verplichte democratie ook een heel nieuwe cultuur en commerciële laag. Letterlijk overal hier (in Osaka) is direct alles te koop. En het lijkt wel of iedereen de hele tijd koopt. De metrostations zijn bijna ‘verborgen’ achter lange straten vol met winkels, alles onder de grond.

s’Middags heb ik een tentoonstelling in het museum voor schone kunsten bezocht. Het Myoshin tempelcomplex in Kyoto is een grote, oude en rijke zen-organisatie. De hoogtepunten van de bezittingen werden voor het eerst tentoongesteld. Erg mooi, maar ik mocht niet altijd een foto nemen. (Er liep in elke zaal iemand rond met een bord waarop in 3 talen ‘yes’ respectievelijk ‘no’ photo stond)

Een kamerscherm

Voor de zennies een koan:  wat is het geluid van 1 hand die klapt?

Daarna heb ik nog wat door een park geslenterd waar ik toch weer voor verrassingen kwam te staan.

Een foto in een bloemenhuis.

Maar wil dit kind wel?

Het bekijken van mos.

Dat wist ik nog van de serie over Japan van Paulien Cornelisse.

Naast de winkel ‘Pet’s Paradise’

Kunstgras waarop de honden ongestoord achter een hekje kunnen spelen.

Maandagavond 16 maart. Ik ben inmiddels in Hong Kong waar ik over moet stappen. Ook hier zijn geen afvalbakken te vinden. Nog 2 uur wachten. Ik zit hier weer tussen Nederlanders, ook wennen.

En dinsdag 17 maart liep ik weer door de binnenstad van Utrecht en speelde het carillon van de Dom. Ik ben weer thuis.

Plaats een reactie