Weer verder, naar Yunomine onsen.

Pruimenbloesemgeur, en

plotseling gaat de zon op

over het bergpad. Basho

Donderdag 6 maart liepen we verder over een heerlijk rustig en begaanbaar pad.

Jizo beeldje op het hoogste punt van deze dag.

Jizo beeldjes staan vaak langs het pad of bij heilige plaatsen. Ze dragen vaak een rood ‘slabbetje’, omdat rood de kleur is die demonen en ziektes verdrijft. Jizo beeldjes beschermen de ziel van gestorven kinderen en die van de reizigers. Ook kunnen ze zijn gemaakt als gedenkteken om de ziel te beschermen van hen die op hun pelgrimstocht zijn overleden.

Eerste zicht op Hongu (witte vlekje rechts onder)
Langs het pad.

We sliepen in een prachtige, oude ryokan.

Ryokan Odamaya in Yunomine Onsen.

De ryokan is erg oud en is van hout gemaakt.

We hebben hier niets van gemerkt en sliepen heerlijk.

In de gang.

Yunomine Onsen is de oudste warm water bron van Japan. (Hij werd 1800 jaar geleden ontdekt) Het (zwavel)water is heel warm, je kunt er een ei of aardappel in koken. Dit kan links in het midden in de ijzeren omheining. De eieren zijn hiervoor in een speciaal winkeltje te koop, je krijgt er wat zout bij. (Door de zwavel hangt er al een soort ‘rotte eieren’ geur in het plaatsje, dus het koken van een ei hebben we overgeslagen).

De kreek die door het dorp stroomt.

Al 1000 jaar gaan de pelgrims van de Kumano Kodo hier in bad om reinigingsrituelen uit te voeren.

Ook de onsen van de ryokan heeft uit dezelfde bron warm zwavel water. Voordat je hier in gaat moet je je grondig wassen. Traditioneel op een (houten) krukje met mandibakje. Voor het wassen lag er een heerlijk geurend stuk zeep. Na het baden is deze geur helaas verdwenen.

Wassen!

Ik was weer vergeten mijn zilveren ketting af te doen, nu is hij voor de 2e keer zwart van de zwavel.

Het warm waterbad.

Maar de mooiste onsen is hier buiten. Daar kun je in het warme water onder de bloeiende pruimenbloesem baden.

En dat deed ik. Zalig!

Kumano Kodo

Eergisteren, woensdag 5 februari zijn we met de laatste wandeltocht begonnen: de Nakahechi, die net zoals de Ise-ji 1 van de tochten van de Kumano Kodo is.

De route is goed aangegeven.

In Kii Katsuura stonden we voor de keus: wandelen of de beroemde tonijnveiling aldaar bezoeken. Mariet wilde daar graag naar toe dus ben ik in mijn eentje aan de wandeling begonnen.

Het pad bij het begin.
Het ziet er begaanbaar uit.

Begaanbaar….. de afstand is 14 km, geschatte tijd (volgens het boekje: 7 – 9 uur). In totaal was het 1260 meter klimmen en 930 meter dalen. Ik deed er iets meer dan 9 uur over.

Jizo langs de kant.
Eren van de gestorvenen.

Een gedeelte van de tocht is Moja-noDeai, de verblijfplaats van de doden. De traditie vertelt dat je hier een gestorven dierbare kunt ontmoeten die uit de tegenovergestelde richting komt. Zodra je echter deze figuur aanspreekt verdwijnt hij.

Bergen worden hier al eeuwenlang gezien als de plaats waar de grens tussen de doden en de levenden vervaagd.

Na dit gelezen te hebben en verder wandelend in dit gebied waar de bomen in nevelen zijn gehuld, kwamen bij mij herinneringen aan gestorven dierbaren omhoog. Ook een vorm van ontmoeten.

Het pad was moeilijk begaanbaar. Dit is moeilijk op een foto vast te leggen. Verzwarende factoren zijn op het pad: bijna constant klimmen of dalen, vaak langs een steil pad, waar stenen op liggen, die waarschijnlijk ooit een keurige trap vormden, maar nu onregelmatig liggen. Tussen die stenen liggen boomwortels, die omdat het zacht regende spiegelglad werden.

Mos.

En tenslotte het beeldige mos…. Hier levensgevaarlijk als het regent.

Toen ik dacht aan een afdaling te gaan beginnen kwam ik een man tegen die zei dat het zwaarste klimmen nog moest beginnen. (En toen had ik het eigenlijk al bijna gehad). En hij zei ook ‘take your time’. Ik kon niet anders.

De afdaling van ruim 800 meter ging over 5 km. Regelmatig stond er een bord ‘slippery, take caution’. Geen idee op welk gedeelte dit sloeg. Ik vond het overal slippery.

In de minshuku aangekomen wilden ze (Mariet en de eigenaar) me al gaan zoeken. Gelukkig niet nodig. En een heerlijke onsen stond op me te wachten.

Nachisan

Wij lopen in de regen (de eerste echte regendag), maar wel in een Mandala.

Het gebied van Nachisan heeft de vorm van een mandala: het is rond en kan gezien worden als de symbolische weergave van de kosmos. Een mandala heeft geen begin en geen eind. Hier, in dit gebied staat de derde belangrijke schrijn van de Kumano Kodo: De kumano Nachi schrijn.

Om er te komen liepen we eerst langs de Nachi Falls.

De waterval is met een lengte van 133 meter de langste waterval van Japan, en is ook heilig, want ook hier woont een Kami. Er is een pad dat zo dicht mogelijk langs de waterval loopt, waar kommetjes staan waarmee de gelovige reinigend water kan opvangen, en drinken. Dit reinigt niet alleen, maar brengt ook geluk. (Dit hadden we dan ook wel nodig, de regen maakt de stenen ‘slippery’).

Hierna liepen we naar de ‘Pagode met drie verdiepingen’ deze pagode brandde in 1581 af en is pas in 1972 weer herbouwd. Het is me niet helemaal duidelijk wat de functie van de pagode is. Behalve dan dat hij mooi is en samen met de waterval op bijna elke reclame affiche van dit gebied staat. We hebben geprobeerd de plaats te vinden waar deze afbeelding (pagode + waterval) gemaakt is. We vonden hem niet en hebben sterk het vermoeden dat het affiche gefotoshopt is. Desalniettemin, maar toch…. is dit alles erg mooi in het landschap.

De pagode telt 3 verdiepingen en op elk ervan staat een beeld van een godheid. (Aldus de folder).

Rechts Fudo Myo-o.

Op de tweede verdieping een (enigszins beslagen) beeld van Boeddha-Amida, de hoofdboeddha van het Pure Land boeddhisme, (1 van de drie grote stromingen). Het beslagen raam zorgt voor een bijna christelijk effect.

Amida-Boeddha.

Amida regeert over het Westelijk Paradijs (Het Pure Land)

Ook hier kan de godsdienst voor vreselijke daden ‘zorgen’. Op Shikoku is een klif waarde legende over zegt dat door hier vanaf te springen, je regelrecht in dit Paradijs komt. (Er staat inmiddels een enorm hek voor).

Kannon met de duizend armen.

Kannon is de Boeddha van mededogen, ze heeft duizend armen om de lijdende mensheid te helpen. In elke hand heeft ze een middel om te helpen, op de foto is links een wiel te zien, dit staat voor de weg naar de vrijheid (verlichting) via het achtvoudige pad. Rechts is een tempel te zien.

In het Boeddhisme is de Kami god van de waterval, Hiro Gongen, een manifestatie van Kannon. (Aldus de folder).

Hierna kwamen we bij een prachtige van hout gebouwde tempel:

Seiganto-ji (tempel van de blauwe kust)

Bij deze tempel begint de Saikoku Kannon 33 pelgrimage. (Hier schreef o.a. Cees Noteboom een prachtig boek over)

Kannon.

En tenslotte, wellicht het belangrijkste (afhankelijk van wat je gelooft) de grote Kumano Nachi Taisha schrijn. (Shinto). Het is de hoofdschrijn van de 4000 Kumano schrijnen in Japan. Hij hoort via de oude natuurgodsdienst bij de waterval.

De drie potige kraai.

De houten bordjes zijn bedoeld om er een wens op te schrijven.

De drie potige kraai verscheen als een bediende van Amaterasu, die hem als gids naar de eerste keizer van Kumano naar Nara zond. Hier stichtte hij de eerste hoofdstad van Japan.

Een blik in de schrijn.

Wierook.

Het heeft in de ochtend geregend, ‘s middags werd het droog en kwam de mist, dit gaf een extra mysterieus effect.

Vandaag, 4 maart slapen we in een hotel met een ‘natuuronsen’, in een prachtige grot, direct aan zee. We hebben heerlijk gebaad in het zwavelhoudend water.

Het is ten strengste verboden foto’s van de onsen te maken, daarom een foto uit de folder.

Helemaal aan het einde is de bron, daar zit je in het warme water, direct uit de bron en kijk je uit op de (vandaag) woeste golven van de oceaan.

De schrijnen van Shingu.

We zijn in Shingu, hier eindigt de Ise-ji en start de Nahakechi route (de laatste wandeling) waar we overmorgen mee gaan beginnen.

Het hele gebied hier is heilig, want hier zijn verschillende belangrijke Kami uit de hemel neergedaald.

Het Shintoïsme: vertaling: de Weg der Goden.

In het Shintoïsme worden de Kami vereerd. Kami zijn goden, geesten, natuurlijke krachten of voorouders. Bij bepaalde plekken horen bepaalde geesten, terwijl anderen vereenzelvigd worden met bv. verschijnselen in de natuur, Amaterasu bv (van de grote schrijn in Ise) is de zonnegodin.

Het Shintoïsme is een krachtige natuurgodsdienst, er is een grote eerbied en liefde voor de natuur. De maan of een apart gevormde steen kunnen een kami zijn, of begrippen zoals ‘groei’ of ‘vruchtbaarheid’. In de loop der eeuwen namen de kami steeds meer mens-vormen aan, met daaraan gekoppeld vele mythen.

Priester voor de schrijn.

Kami worden vooral vereerd in openbare heiligdommen, de gebouwen (ofschoon prachtig en zorgvuldig gebouwd) zijn niet het belangrijkste. Het gebouw geeft een bepaalde plaats aan, die is belangrijk.

(Het kan ook helemaal fout gaan met het Shintoïsme, zoals bv tijdens de 2e Wereldoorlog. Als ideologie werd het misbruikt om het toenmalige Japanse militarisme te rechtvaardigen. Kami-kaze, (vertaling ‘Hemelse of Goddelijke wind) waren piloten die de vijandelijke schepen aanvielen met zelfmoord als gevolg) De keizer werd beschouwd als een levende kami)

We bezochten eerst de Kumano Hayatama Taisha Schrijn. De naam betekent ‘vlug’, dit stamt af van de bronnen van het water, dat de bron van het leven is. De schrijn staat naast de Kumano-gawa rivier. En daar zouden we vandaag een boottocht over maken…..maar deze ging niet door, het water staat te laag.

Poortwachter.

De draak die water geeft.

Reiniging is heel belangrijk, bij alle tempels en schrijnen zijn wasplaatsen. En ja, haast in alle hotels, of ryokans – eenvoudige pensionnetjes- is een onsen, een heet water bad. Voordat je hier in gaat moet je je eerst grondig wassen. En grondig is hier grondig.

De Nagi boom.

De Nagi boom is 1000 jaar oud en de heilige boom van de schrijn.

Daarna bezochten we de Kamikura-jinja schrijn. Dit is de plaats waar de Kumano goden de aarde raakten bij hun afdaling uit de hemel.

Deze schrijn staat boven op een heuvel van 80 meter hoogte. Er zijn 538 treden, en het had een beetje geregend, dan worden de enorme en oneven stenen glad.

Kleine schrijn beneden.

Ik had mijn stokken in het hotel gelaten. Er stonden stokken aan de voet van de heuvel, dit realiseerde ik me pas goed toen de regen leek door te zetten en ik al bijna boven was.

De trap.

Boven op de heuvel: de schrijn!

Als laatste bezochten we de Asuka-jinja Schrijn. Hiervan zegt de uitleg bij de schrijn dat hier de belangrijkste kami Kotosakao no Mikoto is. (verder niets dus, qua uitleg)

Bij de schrijn is een museum, hierin o.a. een prachtige collectie Kakebotoko, kleine beeldjes met afbeeldingen van de Boeddha. (‘Een beeld van de Boeddha die de God van de schrijn voorstelt’ zo zegt de bijbehorende uitleg). Deze werden ontdekt op de heuvel achter de schrijn. ‘Deze illustreren de unieke relatie van het Boeddhisme en het Shintoïsme’. (Alweer de officiële uitleg, de geschiedenis is anders).

Onderweg zagen we opeens een geheel ander, (maar ook Shinto) ritueel: vooral oude mensen die voor een schrijn zaten, en de priester en enkele vrijwilligers gooiden snoep de menigte in. Veel snoep, iedereen was blij.

De priester met nog wat laatste pakketten.

En deze lieve baby was met zijn moeder mee gekomen.

De laatste wandeldag van de Ise-ji.

Vrolijk en vriendelijk,

op nameloze plaatsen

Bloeit de wilde kers.

Aan het begin van de klim naar de pas staan stokken ‘te leen’. Erbij nog een halfvergane beren-waarschuwing en het rode teken (rood-wit net als de lange afstandspaden in Europa). Soms staat er ook een bak met belletjes. En onderweg staat weer regelmatig een stok met bel om te luiden.

Hier luid ik de beren-bel.

Gelukkig hebben we geen beren gezien. Je zou trouwens raar staan opkijken. En wat doe je? Als er plotseling een beer voor je staat?

Pauze.

We naderen de bewoonde wereld, er zijn steeds meer ‘zitjes’.

Kersenbloesem aan zee.

En op plaatsen ‘uit de wind, in de zon’ bloeit de kersenbloesem.

We liepen vandaag tot Odomari.

In Odomari stond er bijna om de 20 meter een waarschuwing ivm een tsunami en/of aardbeving. En we liepen hier dus 6 meter boven zeeniveau. Wat moet er bij de laatste tsunami een enorme hoeveelheid water het land op zijn gegooid. Ik realiseer me telkens weer hoe dicht de mensen hier met de gevaren van de natuur leven.

In Odomari zijn we met de trein verder naar Shingu gegaan.

En ook hier zit iedereen in de trein op zijn telefoon te kijken.

Shingu is net als elke andere stad hier een stad van uitersten. We maakten een kleine wandeling door de stad.

Rommel huisje.
Een prachtige ‘vergroeiing’ van de boom uit de houten afscheiding.
Nieuw naast oud.

Beren op de weg

Vrijdag 28 februari

Waarlijk, ‘t is voorjaar!

zie, een heuvel zonder naam

in morgenwazen. (Basho)

Het hotel waar we vannacht sliepen.
‘A room with a view’.

De wereld was grijs deze ochtend, er leek regen in de lucht te hangen. Soms spetterde het een beetje, een ander ogenblik scheen de zon.

Een grijs dorp aan de grijze zee.

Wat is de goede weg?

We waren het (zo goed aangegeven) pad kwijt. Op de kaart uit het boekje stond langs het pad een herdenkingsbeeld van een walvis aangegeven, in het Engels en Japans. Handig als je de weg vraagt, dan hoef je alleen maar het Japanse woord aan te wijzen en weet je ook wat je aanwijst. We vroegen het aan een dame die yakult flesjes (yakult bestaat hier dus echt) rondbracht. Zij wist het niet, ze haalde er de man bij die in een werkplaats aan het werk was. Hij wist het ook niet en hij haalde zijn buurvrouw erbij. Gedrieën bespraken ze ons probleem. Ze wezen en zeiden die weg gaat naar …… wat we natuurlijk niet begrepen. Het wijzen schoot ook niet op omdat ze naar een berghelling wezen waar naar mijn idee geen weg liep.

Uiteindelijk zijn we toch maar een stukje teruggelopen om nog nauwkeuriger de aanwijzingen te zoeken. Het goede pad bleek een niet eindigende (zo leek het) stenen trap te zijn en boven halverwege de heuvel aangekomen was een weg met een bord richting de eerste pas. En daar moesten we een stenig bospad inslaan en liepen we goed.

Ring the bel!

Overal op deze tocht wonen beren, maar hier dus heel veel. Om de 150 meter stond er een bord: ‘ring the bel’ met daarbij een bel, hetgeen we natuurlijk direct, enthousiast deden. (Ook hebben we alle twee een belletje aan de rugzak hangen).

Pelgrimsgraf.

We passeerden een pelgrimsgraf van enkele eeuwen geleden.

Jizo met half vergaan slabbetje.
Zou dit een aanwijzing zijn?

Na twee toges (omhoog – naar beneden – weer omhoog – weer naar beneden) bij het dorp van overnachting aangekomen bleek hier de tsunami enorm te hebben huisgehouden. Er staan geen tsunami torens zoals op Shikoku, maar iedereen moet in geval van een tsunami de heuvel op gaan. (In de iets grotere dorpen zijn er hiervoor trappen de heuvel op aangelegd). En op deze waarschuwingsborden staat ook altijd de tekst in het Engels, net als bij de beren-bel borden.

Links rijdt een auto met surfplank, nog een beetje koud, maar het kan bijna.

We slapen dit keer in een erg leuke ‘farm’ (staat in de naam). Het is er heerlijk, maar een boerderij is het niet. Beneden een erg gezellig restaurantje (met stoelen!!), boven een verdieping voor ons alleen. (met een bank!!). Het is hier zo anders dan wat we gewend zijn dat ik er hier twee foto’s van neerzet.

De bar.

De eigenaar is deze enthousiaste, vriendelijke man. Hij heeft heerlijk eten voor ons gemaakt en we konden veel met hem bespreken want hij spreekt Engels!

En hij heeft echt een boerderij, daar groeien sinaasappels.

Owase

Omdat dit een grote stad is, met wellicht bezienswaardigheden zijn we vanochtend de stad in gegaan.

Vlak bij het hotel ligt de grote Jinja (Shintoschrijn) van Owase. een man was hier aan het werk. Hij verbrandde spullen. Ik denk niet iets religieus, want hij heeft een overall aan. Maar hij zit wel op ‘heilige grond’. Ik weet het dus niet.

Een bijgebouw.

Hier houden honden de wacht. (Er staan vaak dieren: vosjes, honden of leeuwen bij Shinto gebouwen)

Een blik door de houten tralies.

We konden in een groter gebouw even naar binnen kijken. Er stond een soort altaar (zonder beeld), een grote trommel en een enorm vat sake.

En dit hangt er.

Het belangrijkste gebouw ( waar een voor Owase belangrijke kami woont) staat achter hekken, verborgen tussen de bomen, en is ontoegankelijk.

Naast het Shinto complex staat een grote boeddhistische tempel. Beide godsdiensten zijn vaak concurrenten, of vijanden van elkaar geweest. Het lijkt (me) dat er nu een soort acceptatie van elkaar is.

Even op de fiets, het Boeddha beeld verzorgen.

Japan vergrijst enorm. De straten zijn vaak stil (vooral in de kleine dorpjes). En soms zie je wat oude mensen over straat schuifelen.

Klein buurtwinkeltje.

Als de bewoners gestorven zijn, blijft het huis vaak staan. Op het platteland, in kleine dorpjes komt dit regelmatig voor.

Verlaten huis op Shodoshima.

Bij het toeristen bureau wilden we de bustijden opvragen. Er bleek over 2 minuten een bus te vertrekken, de dame van het bureau rende voor ons uit op weg naar de bushalte. Dit hebben we vaker, we worden soms enorm uitgebreid geholpen.

En we hebben de bus gehaald.

We bezochten het Kumano Kodo information centre.

Voor dit centrum heeft Japan breed uitgepakt. Het is een prachtig gebouw (dat moeilijk goed op de foto is te zetten). Voor de bouw ervan is hout van 6500 plaatselijke cipresbomen gebruikt en het is op de oude manier (zoals van de schrijnen en tempels) gebouwd, zonder spijkers, schroeven enz.

Oude verbindingen.

In het gebouw is een overzichtstentoonstelling over de Kumano Kodo. Er werd informatie gegeven over de dieren, de bloemen, de geschiedenis, de religies, enz.

Mandala met de hel en het paradijs.

Terug met de bus naar het busstation…hier stond 1 halte, met daarop 4 buslijnen. De bussen gaan erg onregelmatig, maar als ze gaan: we konden over een uur met 2 bussen mee, met vertrektijden die 3 minuten verschilden. De trein ging 4 minuten later.

In de bus.

Ivm met het Owase-uitstapje hebben we vandaag 1 pas overgeslagen.

Er worden nog veel mondkapjes gedragen. Maar ook voor corona droeg men al mondkapjes. Toen ik hier in 2016 op Shikoku liep zat er vaak een mondkapje bij de welkomsspullen. (Ik weet hier geen beter woord voor). Naast de incheckbalie liggen: een kam, een scheerapparaat, een gezichtshanddoek, een tandenborstel, douche kap enz. Allen verpakt in plastic. Allen voor eenmalig gebruik.

Nou ja, toen werd het de hoogste tijd voor die ene pas.

Oude muren die het pad moesten beschermen.
Alweer verpletterende uitzichten.
De yama-kami (kami van de berg).
Het was een pas met veel trappen.

We slapen deze keer in een luxe hotel (met zalige onsen en dito eten).

En altijd weer die vriendelijke hulp.

Onderweg.

Woensdag 26 februari.

De ryokan.

We sliepen in een ryokan in Furusato Onsen.

De maaltijd.

De maaltijd was overvloedig, er is geen ander woord voor. (Het paste niet allemaal op de foto). En hiermee waren we nog niet klaar. Er kwamen nog oesters, een gebakken visje, misosoep (maar nu op basis van vis), rijst en een toetje: 2 schijfjes sinaasappel.

Zo konden we er weer tegen aan…..

Uitzicht vanaf de Haji Kami Toge (pas)

Na twee passen waren we eigenlijk er wel klaar mee voor vandaag. Maar er kwam nog een derde. Een bijzondere pas. Dit was de eerste pas die officieel de World Heritage status heeft. Hier liggen namelijk nog de oude stenen, die ooit honderden jaren geleden naar boven zijn gesjouwd om zo het pad voor de pelgrims aan te leggen.

Oude, eeuwenoude stenen.

En altijd als ik op dit soort paden loop, moet ik aan de pelgrims van honderden jaren geleden denken, zij liepen hier ook. De weg zoekend naar het laagste punt tussen de bergen waar ze overheen konden, naar de volgende vallei. Vol vertrouwen in de loutering van de zware tocht, een tocht vol ontberingen. Wij schrokken van een aap onderweg, maar wat kwamen zij tegen? Kou, beren, everzwijnen enz.

In Tibet geloven ze dat je als je sterft je een pas over gaat. Ook in je leven ga je passen over. Het leven als een tocht, een tocht over passen.

En wat is de goede weg?

We kwamen tegen de avond in Owase aan. Onderweg de eerste grote stad.

Vanuit Ise op weg.

De schrijnen van Ise.

Ik vind dat ik de schrijnen van Ise geen recht heb gedaan in het vorige bericht. Daarom hier enkele gedachten.

Het is een wonder van het Japanse vermogen de natuur te temmen. Het ziet er moeiteloos uit, maar het moet enorm veel werk geweest zijn.

Een vermenging van door de mens van de natuur gemaakte vormen met de natuur.

De stenen (die de aanblik iets kaals geven) en de tori zorgen ervoor dat de aandacht naar de tempel gaat, tegelijkertijd is het 1 geheel. Alsof de kami in het lege, kale landschap alleen staat en toch 1 geheel met de omgeving is.

Gisteren 24 februari zijn we gestart met De Kumano Kodo Ise-ji. De Kumano Kodo beslaat een reeks van verschillende oude pelgrimsroutes van Ise (de grote schrijnen) via (nog meer grote) schrijnen naar Koyasan en of Kioto. De paden lopen allemaal langs zowel Shinto- als Boeddhistische tempels, – beelden enz. (Maar helaas….geen Kobo Daishi meer die me zo mooi begeleidde op Shikoku en Shodoshima)

Door te pelgrimeren zochten (en wellicht vonden) de pelgrims healing en salvation als site van religieus significance . En dit al 1000 jaar.

We zijn gestart in Misedani en liepen naar Ise KashikWazaki. Het wandelen langs dit pad begon ingewikkeld. Ik had ergens…. een app ontdekt met de hele route. Echter zodra je hier in de bergen bent valt het wifi stil. Wat nu? Het kostte me enkele uren om te ontdekken dat de boekjes die we bij het toeristenburo in Ise hadden gekregen de complete route zeer gedetailleerd beschrijven. Dit echter met Japanse logica (die verschilt van de onze). Zo rekent men hier in Togen: passen en niet in kilometers. De kilometers zijn echter wel te vinden in een apart schema (een ander overzicht van de passen). Het is zoals veel hier zo gedetailleerd dat het enorm zoeken is.

Maar halverwege die dag liepen we dus de officiële route.

Een paal met aanwijzingen.
We liepen weer door een prachtig landschap.

Het dorpje waar we sliepen is beroemd om haar kersenbloesem. Die jammer genoeg nu nog niet bloeit.

Ondersteuning van een oude kersenboom.
Ontluikende kersenbloesem.
In de ryokan waar we sliepen.

Vandaag, 25 februari, liepen we verder, richting Furusato.

Afscheid van de eigenaars van de ryokan.

Bij de deur sloeg de eigenaresse 3x met een hamertje op een steen bij mijn oor. ‘Dat brengt geluk’, zei ze.

Aan het begin van de pas staat nog een oude richtingaanwijzer.

Ingehaald door de moderne tijd.

Nog meer ‘aanwijzingen’.

We beklommen de Tsuzurato-toge, onze eerste pas. Gestaag steeg het pad we door een prachtig woud.

Uitzicht vanaf de pas.

Vanaf Ise de eerste blik op de zee, zo zagen de pelgrims dit al 1000 jaar.

Richtingaanwijzer naar de volgende pas.

Heilige (Shinto) boom.
Jiao beeldje onderweg.

Op weg naar de Ikkoku-toge (pas)

Furusato, waar we deze nacht slapen.

Ise

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,

gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.

Een binnenplaats, meesmuilt ge, sintels, schillen,

en schimmel die een blinde muur aanrandt.

Er is geen boom, alleen een grauwe wand.

Hij is er, zeg ik, en mijn stem gaat trillen.

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,

gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.

Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille

stam in het winterlicht staat, onaangerand,

Niet te benaderen voor noodlots grillen.

Geen macht ter wereld kan het droomwereld drillen.

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant. Han G. Hoekstra

Ise is ‘het spirituele hart’ van Japan. Aldus 1 van de folders over deze plaats. De twee belangrijkste Shinto schrijnen staan hier, en omdat we morgen te voet uit Ise vertrekken, was deze dag een mooie gelegenheid deze schrijnen te bezoeken.

Ik weet niet veel van het Shintoïsme. De letterlijke betekenis van het woord is ‘de weg der goden’ en het is de oorspronkelijke religie van Japan. In het shintoïsme worden de kami, de natuurgoden aanbeden. De Kami zijn geestelijke krachten in bomen, bergen, zee en wind.

De eerste schrijn die we bezochten is de Ise Jingu Geku. De ‘buiten’ schrijn. Hier ‘woont’ de godin van de landbouw en industrie.

Voordat het terrein wordt betreden worden de handen gewassen.

Ook hier stempels!

De Japanners blijken gek op stempelboeken. in Ise zijn 125 Shinto schrijnen, dus qua stempels: men kan vooruit.

Shinto priester.

Het bleek vandaag de dag waarop de verjaardag van de keizer wordt gevierd. Het was ontzettend druk in de straten die naar de schrijnen leiden en in de parken waar de schrijnen staan. Deze keurig aangeklede groep mensen kreeg speciaal toegang tot, ja wat? Geen idee, ik mocht er niet in. (Kwam niet voorbij de priester). Zij mochten 2 meter verder, en bleven daar toen ook staan. Later bleek: dit zijn ‘hooggeplaatsten’, zij mogen 1 hek verder, dichter bij de schrijn, de priesters mogen nog dichterbij en de keizer, ja, die mag alles.

Een belangrijke tempel.

Deze foto is vlug gemaakt, de tempel is belangrijk, fotograferen is verboden. De deur is dicht. Alle deuren van de schrijnen zijn dicht. Soms is er een deur open, maar dan hangt er een gordijn voor.

Klein kami-huisje.

Ik blijf het maar kami-huisje noemen. ik vind deze ‘huisjes’ veel en veel mooier dan de grote tempels. Deze huisjes staan op enorme velden kiezelstenen en op deze velden staan prachtige eeuwen-oude heel hoge ceders.

De boom-kami?
Boeddhistische monnik.

In de straat die naar het terrein van de volgende schrijn leidt is het enorm druk. Langs de kant staan veel eethuisjes en souvenirwinkels. Soms met mooie spullen, (vaak niet). En daar stond zomaar opeens deze monnik.

De Ise Jingu Naiku, de innerlijke schrijn ligt 6 km verderop en hier woont Amaterasu-Omikami (de hoogste kami in het Pantheon) in, zij is de godin van de zon, de bron van alle leven. Tot 1945 was de legende (ik noem het voor het gemak maar zo) dat de keizer van deze godin afstamde en daarmee zelf ook een god was. In 1945 heeft hij dit onder druk van de Amerikanen ‘ontkent’. Sindsdien zijn staat en religie gescheiden.

De schrijnen liggen in prachtige parken.
Het was vandaag enorm druk.

De gebouwen worden eens in de 20 jaar volgens eeuwen oude bouwwijze opnieuw gebouwd. Hierbij worden geen spijkers gebruikt, alle verbindingen zijn van hout.

De tempel van de zonne-godin.

Deze is zo heilig dat hij door ons, gewone stervelingen niet betreden, noch gezien mag worden. Er staat een soort schutting omheen. De diensten hierin worden uitgevoerd door hoge priesters onder leiding van een lid van de keizerlijke familie.

Nog meer heiligs.
En toch weer het mooiste….