Nuwara Eliya

Na de onafhankelijkheid is men hier in dezelfde Engelse bouw- en ontspanningsstijl doorgegaan. De hotels lijken Victoriaans en hebben Engelse namen. Er is een golfbaan, een  racebaan (waar nu koeien grazen) en er zijn paarden waarop je stapvoets een ritje kunt maken. (Ik zag wel opeens een ruiter in draf over de weg gaan, maar dat is dacht ik niet de bedoeling) en er is een verschrikkelijk duur hotel waar je high tea op the lawn kunt drinken. Nuwara Eliya is een soort namaak Engels plaatsje geworden. (Behalve het Victoriapark zag ik geen overblijfselen uit de koloniale tijd). En soms lijkt het alsof de Indiase toeristen hier ‘voor Engelsman spelen’.

In mijn hotel.

Het postkantoor.

En wat er nieuw is gebouwd is de  gebruikelijke chaos.

Onder het oog van een Boeddhabeeld het busstation.

In Nuwara Eliya is volgens de gids niets ‘bijzonders’ te zien. Dat gaf dus mooi de gelegenheid om hier zomaar wat rond te wandelen, en maar zien wat en of er iets bijzonders…. op mijn pad komt. (Want ja, wat is ‘bijzonder’?)

Tamil vrouw.

Ze is warm aangekleed, want ze vindt de 22 graden hier koud!

Nuwara Eliya is grotendeels op rijke toeristen uit India ingericht. Die dan ook weer precies hetzelfde doen als wat ze  in de hillstations in India doen. (Maar ja, ook hen is niets menselijks vreemd, dat doen wij ook vaak he? Overal hetzelfde doen). Er is (voor zover ik dat kan zien)  geen kontakt tussen de arme Tamils die op de thee plantages werken en de Indiase toeristen.

Overigens, de relatie tussen Sri Lanka en India is gecompliceerd. De Tamil Tigers kregen financiële steun uit Tamil Nadu (in het zuiden van India)  en ze werden er getraind.

Spelevaren op het meer.
IJsverkoper, voor de foto zette hij zijn petje recht.

Ik ben zomaar een stuk de weg af gelopen. En stuitte op dit beeldige Hindoe tempeltje. Het is gewijd aan de god Ram, die volgens de legende gered werd door Hanuman, een god in de vorm van een aap.

Er zijn dus heel veel aapjes in en op dit tempeltje.

Aapje op de staf van Sita, de vrouw van Ram.

Thee plantage.
Kas met aardbeien.

Daar heb ik natuurlijk direct een doosje van gekocht en ook meteen opgegeten. En ik moest even aan mijn jonge aardbeienplantjes denken, overleven zij de winter?

Op deze hoogte is het klimaat subtropisch. Overal zie je bewerkte stukjes land, prei is hier de grote favoriet. De groentes worden direct in stalletjes langs de weg verkocht. En ook die zalige aardbeien.

In een plantenwinkel.

Maar de mensen zijn natuurlijk het allermooist.

Als die ogen konden spreken….

Ballonnenverkoper.

En zij liep met een enorme bos prei.

De restaurants zijn hier hoofdzakelijk Indiaas of van alles wat. En ik heb nog nergens iets met prei op de kaart zien staan. Die lekkere groentes? Die eten ze zelf op. Groot gelijk.

6 Reacties op “Nuwara Eliya”

Geef een reactie op Dik Binnendijk Reactie annuleren