‘De tempelbel stopt,
maar het geluid blijft uit de bloemen komen.’ (Matsuo Basho)


Dinsdag 10 maart bezocht ik ‘s middags de eerste tempel, Hasedera (686). Deze tempel is beroemd door zijn standbeeld van Jūichimen Kannon en omdat hij vaak in de klassieke Japanse literatuur voorkomt, waaronder in ‘Het verhaal van Genji’. (Nog zoiets wat ergens in mijn onderbewuste rond dwarrelt: lees mij! en waar ik dus echt geen tijd voor heb).

Het straatje dat naar de tempel loopt. Aan beide kanten zijn eethuisjes en souvenier winkeltjes. Nadat ik de tempel heb bezocht heb ik er groene soba noedels gegeten.

Als je dan eindelijk bij de tempel denkt te zijn aan gekomen, zijn daar de trappen en via vele overdekte trappen bereik je de tempel.


Jūichimen heeft 11 gezichten, die blij, vrolijk, boos enz kijken. Allen om het goede te verwelkomen en het kwade af te weren. Dit beeld is 8 meter hoog en gemaakt van het hout van een kamferboom. (En daarna verguld denk ik).
Voor dit grote, imponerende beeld staande denk ik aan het mooie Bodhisattva ideaal, de aandacht waarmee de ambachtsmannen dit beeld maakten en de devotie van de pelgrims. Grote beelden, ook dit beeld, doen iets met me, iets dat voorbij religieus geloof of devotie gaat.

Woensdag 11 maart ben ik met de bus naar Tsubosakaja dera (721) gegaan. Deze tempel heeft een eigen bushalte, onderaan de berg. Nadat ik was uitgestapt liep ik natuurlijk de verkeerde kant op, maar de buschauffeur wees me de goede richting. Het was nog een half uur klimmen door een prachtig landschap.


Tsubasakaja dera staat erom bekend heilzaam voor oogziektes te zijn. En is daarom heilig voor ooglijders. Het heilzame is naar deze tijd vertaald. De tempel zendt regelmatig oogartsen uit naar India, artsen gespecialiseerd in een bepaalde oogziekte en als wederdienst heeft India de tempel twee enorme Boeddha beelden geschonken.

Er is ook een lange muur met een beeldverhaal van de Jataka preek, de eerste toespraak die de Boeddha hield. Onduidelijk wanneer en wie het gemaakt heeft, maar de afbeeldingen zijn zeer on-Japans. Het is een kopie van de rotsen van Amaravati in India. De vrouwelijke vormen en ontblote bovenlichamen zijn waarheidsgetrouw ook gekopieerd.

De Hinamatsuri poppen stellen de keizerlijke hofhouding van lang geleden voor. Ze worden uitgestald rond 3 maart (Meisjesdag) om te bidden voor de gezondheid en geluk van de meisjes. Geloof en bijgeloof zijn weer moeilijk te onderscheiden, alles loopt door elkaar en bestaat naast en met elkaar.

Ik kon achter de tribune met de poppen komen om zo het beeld beter te bekijken. Senjū heeft 1000 armen, maar wordt vaak afgebeeld met 42.

Cees Nooteboom kon het pad niet vinden en moest toen weer terug naar de bus en met het openbaar vervoer naar de volgende tempel. Ik kon (dankzij meneer Google) het pad wel vinden en liep in twee en een half uur naar Oka dera.


Ook Oka dera (663) is een groot complex op en in de bergen bestaande uit verschillende hallen en deze pagode. En hier heeft een draak een wonder verricht, dit onder leiding van Kobo Daishi.

Dit beeld is gemaakt van klei en het is het grootste beeld van klei in Japan. Hij (Nyoirin is een man) wordt beveiligd (waarschijnlijk tegen vogels die op het geofferde voedsel afkomen) door glas, in het midden is hij als een schim te ontdekken, maar al met al geeft het glas een mooi effect. Er spiegelt van alles.

‘Toen de grote leermeester Kōbō Daishi hier zijn tempel stichtte, kon hij vast duizend jaar in de toekomst kijken, want thans doorstraalt de schittering van deze plek de hemel en haar zegen vervult de windstreken.
Zo ontzagwekkend is dit oord dat ik er niet meer over zal schrijven.’
Matsuo Basho
Lopen en kijken is genoeg, en alles in-ademen, in me opnemen.

Mooi weer!
LikeLike
Dank!
LikeLike