Een dagje Bayreuth

Maandag 28 juli, het is een operaloze dag, dus sightseeing vandaag.

Bayreuth is een kleine plaats. Er staat een oud en een (relatief) nieuw slot, met een prachtige Schlossgarten,  er zijn bronnen en veel mooie nieuw gebouwde huizen en kerken. Want bijna  heel Bayreuth is in de 2e Wereldoorlog verwoest. (Het Festspielhaus is op miraculeuze wijze de dans ontsprongen).

Bayreuth dankt haar naam aan Wagner.

Want hij verkoopt goed.

Hij koos Bayreuth als woonplaats omdat hij vond dat deze plaats de voor hem gewenste kleinsteedse atmosfeer bezit. Die atmosfeer is er nog steeds…                                    

Er is een beeldig buurtje, en verder 1 winkelstraat met hoofdzakelijk restaurants en veel worst tenten.

Dus vandaag op naar zijn villa. Zowel de bouw hiervan als van het Festspielhaus zijn betaald door koning Ludwig de 2e.

Op het huis staat: ‘hier waar mijn waanvoorstellingen tot rust kwamen – Wahnfried – wordt dit huis door mij genoemd.

Hier in het midden staat de god Wotan, met het gezicht van Wagner.

In het gebouw (met uitbreiding) is nu het Wagnermuseum gevestigd met een uitgebreide afdeling over de nazi- periode. (Hitler op het balkon van het Festspielhaus…ik ben er gisteravond ook even gaan staan)

Ein Deutscher Vall …..zong Wolf Biermann al weer lang geleden, ik moest er aan denken toen ik las dat  Horst Mahler gestorven was. Ook hij ging politiek van uiterst links naar uiterst rechts. En zo was ook der Vall Wagner. Van bijna anarchistisch naar nationalistisch en anti-semitisch.

In het park rondom het festspielhaus staat een overzicht van alle joodse zangers en musici die eerst uit het muzikale en daarna uit het stadsbeeld verdwenen. Een groot aantal van hen is in de kampen vermoord. Ook is er een overzicht van de rol die de familie Wagner bij de opkomst tot het einde van het nazi regime speelde. Hitler kwam er graag en vaak op bezoek, bij de familie en om er naar de opera’s te luisteren.

Wagner werd geen lid van de nazipartij omdat hij al gestorven was toen Hitler aan de macht kwam.

De denazificatie van het gehele Wagnergebeuren duurde van 1951 – 1976.

Begraafplaats in de tuin.

Wij ‘hebben’ Lucebert en W.F.Hermans, maar zij verbleken bij Wagner. Is er een scheiding tussen de politieke ideeën en de composities van een componist? Kan een componist, of schilder die scheiding maken? Kan de lezer, luisteraar of kijker die maken? Als  je weet hebt van die visie? Telt die mee in je oordeel?

Angela Merkel bezoekt elk jaar het Wagnerfestival. Ook toen ze bondskanselier was. In haar werkkamer hing een schilderij van Emil Nolde, een zee-gezicht. Nolde is 1 van de belangrijkste Duitse schilders van het expressionisme. Zijn werk werd door de nazi’s verboden als ‘ontaard’. Hij was echter ook aanhanger van de NSDAP en antisemiet. Het schilderij van de zee had volstrekt geen politieke betekenis, toch haalde Merkel het weg uit haar kamer. En toch bezocht en bezoekt ze het Wagnerfestival.

Zoveel vragen…..

Wagner – Bayreuth

Zaterdag 26 en zondag 27 juli.  Ik  ben deze dagen in Bayreuth, een stadje ten noorden van Neurenberg. Bayreuth is het centrum van de muziek van Wagner, hier staat het Festspielhaus, speciaal voor zijn opera’s ontworpen en gebouwd en hier wordt elke zomer het Wagner-festival gehouden waar alle opera’s elk twee maal worden opgevoerd.

Het Festspielhaus.

Alweer 11 jaar geleden zag ik de vier opera’s van de Nibelungenring en hoorde de muziek van Wagner voor het eerst: de prachtige uitvoering door de Nederlandse opera o.l.v. Pierre Audi. Het  maakte een verpletterende indruk.

Dus toen ik vorig jaar van iemand hoorde dat je ‘er gewoon naar toe kunt gaan’, (in tegenstelling tot de geruchten van een jarenlange wachtlijst) besloot ik er een projectje van te maken.

En nu ben ik er…….

In de hal.

Wagner schreef de opera’s van de Nibelungenring tussen 1848 en 1874. (Hij werkte er dus 26 jaar aan….) De ontwikkeling van Wagner en diens visie op de opera (inhoud en vorm) lopen gelijk op met die van het politiek-culturele klimaat in Duitsland. En dat zowel ten goede als ten kwade.

Heel kort gezegd…. Der Ring des Nibelungen speelt in de godenwereld waar  goed en kwaad, macht en liefde heersen.

Is de mens vrij of onvrij? Is hij schuldig of onschuldig? Brengt de liefde vrijheid of onvrijheid? Wat doet macht? Zijn de vragen die in de Ring worden gesteld. Alle personages hebben pure menselijke emoties. Alles heeft een (verborgen) betekenis – Wagner wilde met zijn Ring uitdrukking geven aan de diepe mythische waarheden van zijn (en onze) tijd.

Op Wikipedia staat heel veel informatie over Wagner en zijn opera’s. Veel beter, mooier en duidelijker dan ik ooit kan doen. Ik maak dus een chronologisch verslag van deze dagen, aangevuld met dingen die opvielen, of wat ik er van vind.

Het ritme van de dag Als er een opera is, dan ga ik ’s ochtends om half 11 naar de inleiding, am Deutsch….und grundlich. (In ieder geval goed voor mijn Duits). Maar grundlich: vandaag vergeleek de inleider de ontwikkeling van Siegfried met die van Hans Castorp uit de Toverberg.

Het Festspielhaus staat op een heuvel en er na toe lopend lijkt het net alsof je naar een tempel gaat. Het tempo (van alle mensen) is langzaam. Mijn eerste gedachte is eerbiedig, maar je moet wel ‘klimmen’ dus misschien komt dat langzame door de hoogte. Maar de  Wagneropera’s zitten vol met symbolen, en dat gebouw, op de ‘gruner Hugel’, uitkijkend over de stad, letterlijk en figuurlijk op een afstand van het gewone gedoe?

Daar aangekomen ga ik op een bankje zitten en drink ik een cappuccino. Met het zicht op dit beeldige bloemperk.

De inleiding is te volgen ….(dankzij een goed  boek in het Nederlands dat ik bij me heb), Mijn pension ligt vlakbij de Hofgarten, een  prachtig park, daar ga ik over “de opera  van vandaag’ lezen.

Zaterdag werd de 1e opera Das Rheingold opgevoerd. Alles in dit Festspielhaus is in de authentieke staat gelaten, houten trappen en onmogelijke houten  klapstoeltjes (met een heel dun nauwelijks zo te noemen kussentje). Alleen het podium is vernieuwd, zo stroomde daar deze avond de Rijn over  het podium en in tegenstelling tot 90 jaar geleden: de nazi-vlaggen zijn weggehaald. (Maar daarover later)

Das Rheingold wordt aan de ‘Vorabend’ uitgevoerd (het is een soort inleiding) en begint daarom om 6 uur ’s avonds. Er werd 3 uur zonder pauze muziek gemaakt, toneelgespeeld en gezongen. Ik vind het prachtig en onbegrijpelijk hoe de hoofdrolspelers 3 uur lang achter elkaar op dit niveau kunnen zingen.

In de zaal.

Zondag 27 juli

Na de inleiding liep ik de heuvel af en halverwege was daar een openlucht concert. Leden van verschillende operakoren uit Europa en daarbuiten komen zomers naar Bayreuth om elkaar te ontmoeten, samen te zingen en (waarschijnlijk ook) de opera’s te beluisteren.

En op zondagochtend geven ze een concert met koorwerken van Wagner.

Daarna was het vlug iets eten want om 4 uur ’s middags begint Die Walkure, de 2e opera. Deze duurt 4 uur met 2x een uur pauze waarin je op het ‘festivalterrein’ tegen astronomische bedragen iets te eten kunt kopen.

Maar in alle gevallen hebben de uitvoerenden deze pauzes nodig, zo zongen bv een uur lang de drie hoofdrolspelers, alleen maar zij. Een uur lang. Het blijft prachtig en ongelooflijk.

De Walkuren.

De Walkuren zijn figuren uit de Noorse mythologie. Het zijn strijdbare dochters van de god Wotan. Op een paard rijden ze langs de hemel op zoek naar de zielen van gevallen helden op het slagveld om ze op te halen en naar het Walkaha te brengen. In de opera helpen ze de god Wotan met zijn strijd tegen het kwaad.

In deze moderne enscenering zitten de walkuren in een huidkliniek (waar ze allerlei plastische chirurgie behandelingen ondergaan) als ze door Wotan worden geroepen.

Deze enscenering (er zitten meer van dit soort niet ter zake doende, bijna het verhaal tegenwerkende momenten in) klopt niet. Het heeft niets met het verhaal te maken, draagt niets bij en stoort alleen maar.

Maar gelukkig, wat werd er weer prachtig gezongen en gemusiceerd.

Bayreuth – Wagner

Vrijdag 25 juli vertrok ik in alle vroegte met de trein richting zd Duitsland. ‘Vroegte’ want het is een lange reis met het in Duitsland altijd aanwezige risico van vertraging en daarmee het missen van de volgende trein. De eerste overstap ging prima, de trein kwam op tijd in Keulen aan. Bij de 2e overstap ging het mis, de trein was te laat. Gelukkig…..kreeg ik een e-mailtje van de Duitse Bahn.

De boemel naar Bayreuth ging door een prachtig heuvellandschap en ik kreeg even spijt dat ik mijn wandelschoenen niet mee had genomen of dat ik aan dit opera uitstapje niet een weekje wandelen had gekoppeld.

p.s. De internet techniek hapert hier vaak. Ik weet dus niet of ik regelmatig een bericht kan versturen.

Maar dit was vrijdag, op naar de zaterdag!

Weer thuis

Ik ben inmiddels al weer 5 dagen thuis en het begint langzaam weer te wennen. Ik zie al nauwelijks meer hoe vies de straten hier zijn en het is alweer normaal ‘s ochtends ‘gewoon’ uit bed op te staan. (In Japan slaap je meestal op een soms dik, soms dun matras op de grond en dan sta je nooit ‘gewoon’ op).

Het was een reis van de winter naar het voorjaar en van heel eenvoudige, soms bijna primitieve tempels op Sodoshima naar de meest gestileerde, meest esthetische en rijke tempels van Kioto.

Een tocht door die prachtige natuur, met paden waarop je je in een kathedraal waant.

En natuur die een tempel is.

Saihoji-ji: ’ The temple of origins and journeys’.

Goshuin van Saihoji (stempel)

In een overmoedige bui kocht ik vorig jaar het vliegticket naar Osaka omdat ik heimwee naar Shikoku had (waar we dus helemaal niet geweest zijn).

Alles stroomt, alles verandert, ook reisplannen.

En dat opent weer nieuwe deuren, naar de literatuur, de cultuur en naar de geschiedenis van Japan. Want echt: hoe meer ik zie, hoe meer ik ervaar: hoe meer ik me realiseer dat ik er zo weinig van af weet.

Ook Japan

Behalve de prachtige natuur, de soms onbegrijpelijke cultuur, de religie, zo dicht in de natuur, het heerlijke eten, de onsen de vriendelijke en behulpzame mensen, zijn er nog enkele punten ‘vermeldenswaard….’

Zoals ‘schoon’

Het toilet: de staat en het gebruik ervan.

Hier staat Mariet bij een -ook- Japans toilet dat vies was. Vies? Het was het enige vieze toilet dat we de afgelopen 5 weken mochten gebruiken. Alle anderen waren schoon en dat niet alleen.

Gebruiksaanwijzing.

De bril is altijd schoon (voor een eventuele druppel zijn schoonmaakdoekjes), en verwarmd. Op Shikoku maakte ik mee dat er een gehaakt hoesje om de bril zat. Naast de wc hangt de gebruiksaanwijzing:

Welke delen wil je na gebruik schoonmaken? Welke temperatuur heeft de straal? Welke kracht? Wil je geluid? Er is stromend water, fluitende vogeltjes en een ‘sound exclusively for women’. Soms leidt de wc haar eigen leven: na het openen van de wcdeur gaat het deksel omhoog en na afloop (?) Spoelt hij door.

Slippers.

Na binnenkomst in bv een ryokan, een hotel met tatamimatten of een tempel moeten de schoenen uit en de slippers (die klaar staan) aan. Hierop loop je verder, tot net in de kamer: op de matten mag je alleen op sokken. In het toilet staan toiletsandalen. Ga je bv naar de overkant omdat daar de onsen is, dan wissel je je huis-  in voor straatslippers….tot de ingang van het gebouw, waar de slippers alweer klaar staan.

Afval.

We hebben geen vuilnisbakken ontdekt. Als je iets koopt wordt je vriendelijk gevraagd je rubbish mee naar huis te nemen. Brandschone straten.

Wachtend op de vuilnisauto.

In een dichtgeknoopte plastic zak, beschermd door een net. (Waarschijnlijk tegen dieren)

In het museum: is afval kunst.
Langs de stoep in Kyoto.

De jongeren.

Er is een uitgebreide, geheel autonome jongerencultuur. We zagen er iets van. (Het duidelijkst is dat in Tokyo of Osaka, waar we niet geweest zijn)).

Prulletjes, heel veel prulletjes in het haar, of hangend aan de rugzak.
Gelovig, bij de Shintoschrijn: een wens.
Een weekendje stappen in Kyoto.

Zijn het bij ons de stroopwafels, idie in de toeristencentra  huis-aan huis te koop zijn,  in  Kyoto kun je in het centrum overal een kimono huren.

Er is zoveel meer dan een  sushi.

Het lunchpakket, altijd mooi verpakt.
Een koffie cafeetje.

Aardbeien, de grote favoriet.

Bescherming, tegen de tsunamie, aardbevingen en overstromingen.

In elke hotelkamer hing/stond een zaklantaarn.

Tegen de tsunamie.
Tsunami resque.

De kersenbloesem.

Er zijn hier 62 soorten kersenbloesem.
Reclame.
De toeristen.
Alvast een waarschuwing.

Op Sodoshima en langs de Ise kumano werden we altijd heel vriendelijk en  gastvrij behandeld. Kyoto lijkt een beetje op Venetië qua toerisme: de drukte en het gedrag van de toeristen en de reactie van de plaatselijke bewoners. Gelukkig waren we er buiten het seizoen.

Jippie!

En op de achtergrond, altijd aanwezig: Kobo Daishi.

The garden of Origins and Journeys

De rotstuinen van de Zentempels.

Vandaag, 14 maart, hebben we 4 tempels bezocht en liepen daarvoor de hele dag, door een klein stukje van het enorme Kioto.

Gelukkig liepen we op andere schoenen.

We bezochten achtereenvolgens de Saiho-ji, de ‘mostempel’.

Deze tempel heeft ‘The garden of origins and journeys’ op de website staan en mooier kan ik het niet zeggen.

De natuur als tempel.

En waar is het beter oorsprong, op weg zijn, groei, verandering, vergankelijkheid en concentratie te ervaren dan hier. Ik realiseerde me voor de honderdste keer dat ik vaak veel te vlug, onnadenkend loop of handel.

Maar dat onmogelijke glibberige pad van alweer een tijdje geleden hielp, dwong wel! Volledige concentratie bij elke stap, aan niets anders denken (zodra ik aan iets anders dacht, verslapte de concentratie)  en bewust ademhalen bij elke pas. Geen wonder dat de monniken vroeger dit gebied uitkozen voor hun ascetische oefeningen.

Myoshin-ji

Met deze tempel begonnen we met het bezoeken van de ‘droge landschapstuinen’.

Het zgn ‘droge landschap’, (van zand en grint, met een eenzame rots) symboliseert vaak de oneindige ruimte, de zee.

Ryoan-ji

Een eiland in de kosmische zee.

Kinkaku-ji (het Gouden Paviljoen)

Voor het Gouden Paviljoen.
De Phoenix als symbool van de macht door de hemel gezonden naar de keizerin.

Daitoku-ji

Oorzaak en gevolg: hoe een druppel een golf wordt….

Een draak.
En hoe een golf de zee wordt.

Het onderhoud.

Vandaag, 15 maart bezochten we Ginkaku-ji.

‘Een zee van zilver zand’.

Symbool van de golvende zee.

Symbool van de heilige berg Sumeru.

De kubus en de ‘platte’ golven zijn complementeer, als Yin en Yan. De kubus wordt elke maand afgebroken en opnieuw opgebouwd.

Het is hier maar een kleine greep van de prachtige en indrukwekkende rotstuinen. Ik kan moeilijk onder woorden brengen wat het zien ervan met me doet. Het is nog maar een begin, ik ben er zeker nog niet klaar mee. (Maar we gaan bijna naar huis……!)

Uji

Op weg naar Kioto bezochten we vandaag, donderdag 13 maart Uji. ‘onderweg’ is ruim gezegd, want ver voor Nara begint de stedelijke bebouwing en dat gaat via Uji door naar Kioto, het hele brede dal is volgebouwd.

In Uji staat Kosho-ji, de oudste zentempel van Japan, gesticht door Dogen. En Dogen is 1 van mijn favorieten. Hij was Zenpriester en poet, en uit die combinatie zijn prachtige geschriften voortgekomen, waarin hij vooral de natuur beschrijft.

Met wat zal ik de wereld vergelijken?

Maanlicht, gereflecteerd in dauwdruppels,

Vallend van een kraanvogelsnavel.

Uit de sutra van Bergen en Rivieren: ‘Bergen en rivieren doen niets anders dan volledig functioneren. Het leven van een berg en het leven van water kent geen begin en geen einde. Niet gebonden aan een bepaalde (van buitenaf toegekende) vorm, brengen zij de grootste kwaliteit van het bestaan tot uitdrukking.’

Dogen vraagt ons de berg nauwkeurig te bestuderen: ‘Kijk naar de berg als expressie van de uiteindelijke werkelijkheid. Laat hierbij alle ingeslopen ideeën en vertrouwde denkbeelden achterwege. ‘Dingen’ bestaan niet op zichzelf, maar zijn steeds aan verandering onderhevig en verschijnen altijd in afhankelijkheid van andere dingen.’

De meditatie ruimte.

‘’Water is niet sterk noch zwak, niet nat, niet droog, niet bewegend noch stilstaand, niet koud noch warm. Wanneer water bevriest is het harder dan diamant, wanneer het smelt is het zachter dan melk.’

‘Wie kan het vernietigen?’

Het stempel van Kosho-ji.

Kersenbloesem als symbool voor vergankelijkheid van schoonheid; van het leven.

Nara

We kwamen gisteren in Nara aan. Nara is de oude hoofdstad van Japan. Er wordt ‘ ‘s avonds deze weken een vuur-ritueel uitgevoerd, dus gingen wij, in het donker, er naar toe.

De poort wordt geflankeerd door 2 woest kijkende beschermgoden, de Ni-o.

Ni-o
Het avondlijke ritueel.

Het gaat hier om het Nigatsudo Shuni-e ritueel. Het wordt al 1250 jaar uitgevoerd en symboliseert zuivering (alweer die zuivering). Het dient ook als een middel voor monniken om te boeten voor de zonden van de mensheid, terwijl het ook de lente verwelkomt.

Vanochtend, 12 maart, gingen we eerst op zoek naar de Nanendo tempel, die onderdeel is van de 33 Kannon pelgrimage (wederom zie het prachtige boek hierover van Cees Nooteboom). omdat de kaart van het toeristenbureau en Google (dat zo wie zo hier van slag is) niet overeen komen werd het een heel gezoek.

Zo kwamen we terecht op een kerkhof…

Via de hoofdstraat kwamen we er uiteindelijk wel.

De deuren bleven dicht, dus jammer, geen Kannon gezien.
Jongeren op bezoek bij de tempel.

Langs het pad naar de Todaiji tempel staan kraampjes, met toeristenprullen en eten.

Vet! eten.

Het was druk, je kon nog net niet over de hoofden lopen.

De toegangspoort.

De hoofdhal van de Todaiji tempel is ‘s werelds grootste houten gebouw. (En de beelden erin zijn ook enorm)

Vairocana Boeddha, de Boeddha van het licht.

Naast het enorme beeld staan aan weerskanten beelden van bodhisattva’s.

De bodhisattva Kannon.
Voormalige beschermgod.

Hadden we gisteravond het vuur ritueel gezien, nu werden voorbereidende? afsluitende? rituelen uitgevoerd. Er werd veel heen en weer gesjouwd met water en rijst. De betekenis hiervan werd me niet helemaal duidelijk.

In schooluniform op excursie.

Hierna wandelden door het Kasugayama-woud. Met prachtige eeuwenoude bomen en een schrijn (voor de kami van het woud).

In de schrijn, de stam heeft een omtrek van 3 meter.

Het hele gebied, (bomen en schrijn) is Werelderfgoed.

Jonge moderne dracht bij een eeuwenoude schrijn.

Op de papiertjes worden wensen geschreven.

Het kleedje past prachtig bij de achtergrond.

Voor de kami van het woud.

Verder naar terug.

Vanaf Hongu liepen we nog 2 dagen verder langs de Kumano Kodo, terug naar de westerse, bewoonde wereld.

Waren de eerste 2 Kumano-dagen ‘alleen maar‘ wandelen door dat prachtige landschap met hoge cederbomen, en slechts 1 of 2 eenvoudige ryokans waar we in overnachtten, nu kwamen we in dorpjes gericht op de westerse wandeltoerist. Teksten in het Engels! Echte filterkoffie! Weer heel anders, maar ook weer lekker (ik moet bekennen) die koffie.

Gesprek via de vertaalapp..

In Nonaka sliepen we in een ryokan, waar we een qr-code kregen van haar whatsapp nummer, ze leerde ijverig Engels (middels youtube filmpjes) en we aten voor het eerst bruine rijst. Wat een verschil met de eigenaar van de traditionele ryokan van 3 dagen geleden, die slechts enkele woorden Engels sprak en waar we het ‘normale’ Japanse ontbijt: met een rauw ei kregen.

Manga winkeltje onderweg.
Het allerlaatste pad.
Rijstvelden.

4 weken geleden zagen we droogstaande, geel verdroogde rijstvelden, hier ligt de grond klaar om weer beplant te worden.

De Tori (poort) door, terug naar de seculiere wereld.

De laatste ryokan, onderaan het pad.

Met de bus gingen we verder naar Tanabe, waar we gisteren, 10 maart aankwamen.

In de wachtruimte van het station.

We hebben bijna de hele dag hier rondgelopen, vol verbazing, herkenning, ‘wat jammer’, ‘wat mooi’ ’ onbegrijpelijk’ (dat gevoel blijft in Japan). En zo wenden we weer aan ‘de stad’. Ook dat ging weer snel.

In een shinto tempel.

Keurig geklede mensen die langs alle schrijnen liepen. 1 van hen droeg een soort akte die bij elke schrijn even op een altaar werd gelegd, waarna er enkele minuten stil werd gestaan.

De Japanse srv-in dit geval- vrouw.

Voor de boodschappen zijn er hier bijna alleen maar enorme grote supermarkten, en ‘convenience stores’ (een soort uitgebreide Etos achtige winkels met voorverpakte vaak vette hapjes, koffie, schrijfwaren, een w.c. ATM machines enz), en hier zagen we opeens op straat dit rijdende winkeltje.

En een prachtig ‘nieuw’ huis.

Hierna liepen we langs de oceaan en de haven, want we zijn voor het laatst bij de kust.

En probeer….ik de weg te vragen.

En passeerden daarna deze fietsenmaker. Op straat zie je niet veel fietsers, de stoep is tevens fietspad (of andersom). Soms werden we opeens (zonder geluid) ingehaald door vaak een oude man of vrouw op de fiets. Soms bleken ze al een tijdje achter ons te fietsen, en af en toe passeerden ons kinderen op weg naar school. Maar bij elk hotel en station staan fietsen te huur, dus wie weet komt de fiets-drukte nog.

En tenslotte bezochten we de Kozan-ji tempel.

De cirkel is rond, deze tempel is gesticht door Kobo Daishi, langs wiens pad lopende ik met Japan kennismaakte en ik zo letterlijk en boeddhistisch het gaan, het zijn in de wereld ervaarde.

Het tempeltje van Kobo Daishi.

Jizo, beschermer van de pelgrim.

Het voelde als weer thuiskomen.

Naar Hongu

In Hongu komen de vier belangrijkste Kumano pelgrimswegen samen. Daar staat de derde (belangrijke) schrijn.

Hosshinmon-oji

Dit is de toegang tot het heilige gebied van de Kumano Hongu Taisha schrijn. Het is de poort van ontwaken van de wil tot verlichting. En vanaf hier beginnen de overeenkomsten met de Camino Santiago.

Mizonomi-oji

De schrijn met de waterbron. Hier wasten de pelgrims hun voeten. Richting Santiago is er ook zo’n plaats.

Fushiogami-oji

Vanaf dit punt zagen we net als de pelgrims van weleer voor het eerst Kumano Hongu Taisha liggen. Fushiogamu betekent ‘knielen en aanbidden’. Toen ik voor de eerste keer Santiago in de verte zag liggen knielde noch aanbad ik de plek niet. Maar ik was wel ontroerd.

Ook deze was weer een prachtige wandeling.

Het spel van zon en wolken.

En voor de eerste keer zagen we theeplanten, macha thee!

Theevelden.

Haraido-oji

Nog een waterbron. Er kwam overigens geen water meer uit, ook de Kumano rivier staat praktisch droog.

Het was weer veel klimmen en dalen,
Uitzicht op de Oynohara tori.

Dit is de tori bij de oorspronkelijke schrijn. Maar die brandde 300 jaar geleden af tijdens een oorlog en hij werd daarna op een andere plek herbouwd.

Reinigingsplaats.

Een van de doelen voor de pelgrims was het verwijderen van onzuiverheden uit het lichaam en de geest uit het huidige en vorige leven en zo ritueel herboren en verjongd te worden, dit door de macht/krachten van de godheden van de Kumano Kodo. (Vrij naar de Camino vertaald: ook daar liep de pelgrim in de middeleeuwen om zijn zonden kwijt te raken)

De ingang van de schrijn.

Voor-tempel.

De paviljoens van de Hongu Taisha schrijn zijn 1 met de omgeving en het lijkt alsof ze samen met de bomen uit de aarde zijn gegroeid.

De prachtige daken.

Het dak is helemaal gemaakt van cipres hout en wordt elke 40 jaar vervangen, hierbij worden nauwelijks spijkers e.d. gebruikt.

De dienst is beëindigd.

De schrijn werd bezocht door groepen Japanners en Taiwanezen. Zij bezochten ook een soort dienst.

Weer een enorme trap.

Langs de prachtige trap (waar wij gelukkig alleen maar naar beneden moesten lopen) flankeren wapperende banieren (geschenken van gelovigen).

De Kumano rivier.

De rivier staat voor een groot gedeelte droog. Er stroomt slechts een klein stroompje. We zouden bij Nachisan een ‘traditionele’ boottocht op de rivier maken, deze werd afgelast ivm de lage waterstand. We zagen onderweg veel verdroogde planten.

Een roofvogel.

En tenslotte…….

Dit deel van de Kumano Kodo is nauw verbonden met de Camino de Santiago. Vlak voor het toeristenbureau (maar buiten het ‘heilige gebied’) staat deze zuil. (toen ik 23 jaar geleden de Camino liep, liepen er inderdaad ook al Japanners).

Het Camino en Kumano Kodo stempel.

Op dit pelgrimspaspoort zijn nog veel hokjes vrij, de man van het toeristenbureau adviseerde ons de Camino te gaan lopen, ‘hier is nog genoeg plaats voor’.

Het lijkt me mooi de symboliek en achtergronden van de Camino en de Kumano Kodo te vergelijken en ik denk veel overeenkomsten te vinden. (Mooi ja, maar tijd…?)

De kraai, boodschapper van Amaterasu is het symbool van de Kumano schrijnen.

Op een kale tak

is een kraai neergestreken

avond in de lente.

Basho