‘Mr Modi rules by dividing the people’

Het kan natuurlijk niet uitblijven dat ik toch met de mensen wil praten over de politiek en de situatie waarin ze zich bevinden.

Gisteren stond er een man op de hoek bij het hotel die me toen ik hem passeerde een vrolijk nieuwjaar toewenste. (Dat gebeurt vaker). Daarop vroeg ik hem of ik iets mocht vragen. Hij zag er islamitisch uit (een baardje en zo’n mutsje. Ook hebben moslims vaak een iets ander hemd aan). Op mijn vraag of hij moslim was antwoordde hij ja en daarop vroeg ik -voorzichtig- hoe het is, anno nu een moslim te zijn in India. Hij verklaarde dat dit een probleem in het noorden is, hij wuifde met de hand ‘Pakistan’. Hier in Tamil Nadu waren ze allemaal broeders.

Hier in het zuiden zie je sowieso veel minder moslims, er zijn veel heilige hindoe plaatsen en wat heb je daar als moslim te zoeken?

Op eerdere reizen in het noorden sprak ik vaker moslims die me van hun situatie vertelden. Modi voert een hindoe nationalistisch beleid en dat is niet mals.

Er wonen hier wel veel christenen, die hier al heel lang wonen. Het verhaal gaat dat dit al is sinds onze jaartelling toen de apostel Thomas naar de kust van Kerala vaarde. En daarna is er hier vroeger flink bekeerd door o.a. de Portugezen.

Bij het ontbijt gisteren sprak een man me aan die vertelde christen te zijn. Hij was in Kanchipuram ivm een partijcongres en de hele ontbijtzaal zat vol kwetterende congresgangers. Hij zei dat het moeilijk was in deze dagen christen te zijn. Dus dan probeer je een gesprekje te voeren en realiseer je je weer hoe anders onze samenleving in elkaar zit.

Werd de bus vanochtend gezegend?

En de bus werd gezegend, er liep een man met een enorme wierookpot door het gangpad. Ik geloof dat wierook vaak werd/wordt gebruikt tegen de stank, en dat is nou juist het enige waar je hier nauwelijks iets van merkt. De mensen zijn schoon op hun lichaam, op de armste plaatsen zie je mensen zich wassen bij de pomp of in de rivier.

Maar goed, bij de start van deze dag hing er een aangename wierookgeur in de bus. (die al snel verdween, de raampjes en de deur stonden allemaal open).

Tijdens de rit vult de bus zich al snel met reizigers. Halverwege stapten er twee zwaar gesluierde moslimmeisjes (?) in die samen op een nog beschikbare plaats voorin wilden gaan zitten. Driftig gebaarde de chauffeur hen naar achteren.

Ik zit trouwens meestal alleen op een bankje voor twee personen. Kaste? Vrouw? Westers? Geen idee. Toen de bus vol was en er een oude man naast me aan de reling hing wees ik op de lege plek naast me. Met veel moeite, helemaal van me afgekeerd wilde hij wel gaan zitten.

De bus rijdt door een mooi landschap

Ik ben nu in Tiruvannamalai met een prachtige tempel en het lijkt alsof de tijd er is stil blijven staan. Heel veel pelgrims, ‘heilige mannen’, veel koeien op straat en in de tempel. En alleen de riksha’s zijn er niet meer.

De heilige tempelkoeien.

Chennai en verder

Chennai is geen echt inspirerende stad, na 2 dagen heb je het wel gezien (eigenlijk niet want het is enorm groot), maar de chaos, het lawaai, de verkeersopstoppingen ….. genoeg!

31 december heb ik kalm aan gedaan, alweer een jetlag. Ik weet soms niet welke dag, welke tijd…hoe zat het ook alweer.

Gisteren, 1 januari heb ik een lange wandeling over de boulevard gemaakt.

‘Paas’best op nieuwjaarsdag

Deze foto is ‘bij mij om de hoek’. Wallace garden is een rustige wijk waar van alles door elkaar woont. Het ene ogenblik een krottenwijkje, pal daarnaast een enorm huis met een muur er om heen. En vaak rotzooi op straat. Eigenlijk ligt er hier rotzooi overal op straat. De jongen van het vruchtensap stalletje (die me voorzichtig de troep ontwijkend zag stappen) zei dat de jongere generatie het schoner wilde. Ik wens hen veel succes.

Maar de papaja’s smaken heerlijk!

Langs de boulevard stonden nog enkele koloniale gebouwen (allemaal in gebruik als overheidsgebouw ) en ik passeerde het museum van Vivekananda. Hier heb ik een klank en licht show over hem gezien.

Tenslotte kwam ik bij de st Thomaskerk uit, waar net een kerkdienst eindigde.

Met een tuktuk terug naar het hotel. Ik liet me natuurlijk weer overhalen een souvenirs winkel te bezoeken, en toen vroeg ik de chauffeur ook nog me naar een kledingzaak te brengen, na drie winkels dacht ik eindelijk te slagen, maar het geval was veel te klein. (De verkoper vond dat het perfect paste, ik kon echter nauwelijks ademhalen).

Vandaag, 2 januari ben ik in Mahabalipuram aangekomen, een plaatsje voor een dag, maar het staat vol met bezienswaardigheden. Bijna allemaal met afbeeldingen van gebeurtenissen uit de Mahabharata.

Vlak achter het hotel bevind zich de rots met ‘de boetedoening van Arjuna’. Dit is waarschijnlijk een christelijke interpretatie, een andere naam is ‘afdaling in de Ganges’.

Arjuna staat hier op 1 been, links van hem staat Shiva.

Naast deze rots is het voorportaal van een tempel met een afbeelding van Krishna. Ook weer uitgehakt in de rotsen.

Krishna die de berg met 1 hand omhoog houdt.

Er was een hele groep pelgrims die in sneltrein vaart alle bezienswaardigheden bezocht. Ze waren allen in het rood gekleed. (Ik heb ooit geweten wat dit betekent, maar ik kom er niet op.)

Met een knuffel

En met een baby

Er is ook een plek met vijf gebouwen, (strijdwagens voorstellend) vernoemd naar de vijf Pandava broers die Krishna hielpen bij de wedstrijd tussen goed en kwaad.

Shiva met zijn vrouw

Toch weer een andere vorm van ‘twee in een’. De linkerhelft van het beeld is Shiva, de rechterkant zijn vrouw. (Vandaar 1 borst). Ik zie nu ook dat de rechter heup iets bevalliger is. Er moet hier ook nog een beeld van Harihara (Shiva en Vishnu) staan, maar ik weet niet zeker of ik deze wel goed heb ontdekt. Veel beelden zijn verweerd door de zoute zeewind.

De Indiërs gebruiken de gebouwen hoofdzakelijk als achtergrond voor foto’s van elkaar. Hiervoor beklommen ze enthousiast de gebouwen. En ook weer allemaal UNESCO wereld erfgoed.

Maar dan de laatste tempel, dat was andere koek.

De kust tempel

Deze wordt streng bewaakt en bij elke overtreding wordt er op een fluitje geblazen. De kust tempel is het oudste stenen tempel-gebouw in India.

Een prachtige rij koeien bewaakt de tempel

Deze dames met fruit in de verkoop mochten ook niet op het terrein.

En teruglopend door de hoofdstraat ontdekte ik een koe! De eerste koe! Koeien zijn in de grote steden allang uit het straatbeeld verbannen, of ze zijn zelf weg gerend (met al dat verkeer), maar hier staat er 1.

Het lijkt me interessant de stijl van de tempels en van de beelden van de diverse goden te vergelijken met die uit Cambodja. Grofweg zijn ze de meeste in dezelfde tijd gemaakt.

Maar dat is voor later.

L’odeur de papaya verte

Ik bezocht Cambodja ongeveer 25 jaar geleden ook. Tot nu toe heb ik geprobeerd tijdens dit bezoek en in dit blog niet de hele tijd te lopen vergelijken. Voor je het weet is vroeger alles beter. En is dat wel zo? De wereld verandert en is hij dan echt verandert?

Ik sliep vorige keer in hotel ‘la Noria’, dat was beroemd in die tijd en het was een zalig hotel. Beheerd door een Frans echtpaar dat (ik begrijp dat) van het land was gaan houden, misschien waren ze er wel geboren. En in het hotel werden jonge mensen uit arme gezinnen opgeleid om later in hotels en restaurants te gaan werken. Het toerisme stond nog letterlijk in de kinderschoenen.

Het was nog zo’n ouderwets gastvrij hotel. De sfeer was fijn, de kamers beeldig in een mooie Khmerstijl ingericht en het eten was er goed. Je moest het een half jaar van te voren boeken. Het was een geheim onder reizigers toen en zat altijd vol.

Bij de voorbereiding van deze reis heb ik het hotel op internet gezocht. Ik had een bon bewaard dus kon mailen. Het is geheel van de aardbodem, uit de boeken, van het internet verdwenen.

Via een oude gids hier in het hotel kon ik de straat van La Noria vinden en ik ben er vanochtend naar toe gegaan. Er was niets herkenbaars over. Zo gaat dat met de tijd.

Er zijn hier nu enorm veel hotels, het is zoeken naar zo’n hotel als La Noria.

Die vorige keer reed ik achter op een motor naar de tempels. Ook dat gaat niet meer. De moto-drivers hebben hun motor (of brommer liever gezegd) voor een tuk tuk gespannen en rijden je zo rond. En de backpackers rijden zelf op een brommer/motor rond.

Zo heeft iedere categorie toerist haar eigen vervoermiddel: de groepen een grote bus, de groepjes een vw busje en de solitaire, individuele reiziger vaak een tuk tuk.

Wat me nog het meest van toen is bijgebleven is de tocht naar en van Banta Srei. Die ging namelijk over een zandpaadje. Halverwege kwamen we een Amerikaan achter op een brommer tegen die me vroeg van hem een foto te maken daar achter op die brommer op dat paadje. Ik heb nu nog steeds spijt dat ik hem ook niet om een foto vroeg.

Er gaat nu een geasfalteerde weg naar Banta Srei, de tijd gaat voort, de kuilen zitten er al in.

Siep Reap is een backpackers – paradijs geworden. Er is voor hen een hele nieuwe stad ‘aan de overkant van de rivier’ gekomen met honderden winkeltjes vol troep, goedkope hostels en koffiebarretjes waar je je latte kunt drinken. En je ziet ze nauwelijks bij de tempels.

Ter ere van dat Franse echtpaar dat zo hard werkte daar in La Noria ben ik vandaag wezen lunchen in Sala Bai. Een hotel en restaurant waar jonge mensen uit arme gezinnen worden opgeleid om in het nu bloeiende hotelwezen te gaan werken. Nu heeft Cambodja dit ‘zelf in handen’, laten we hopen dat dit een verbetering is. (En er is hier heel veel in handen van ‘de Chinezen’). In het reisboek van Norman Lewis: A Dragon Apparent las ik dat dit honderd jaar geleden ook al zo was.

Ook hier was het eten zalig, ik herkende er weinig ‘Khmers’ aan, maar dat gaf niet. Ik heb hier ook al een keer zelf gemaakte mayonaise gegeten, ook zo heerlijk. Ik werd door 7 mensen bediend: een voor het water, een voor het bestek, een voor het opdienen enz. En ze vroegen allemaal waar ik vandaan kwam. (Dat is niet veranderd, dat wil iedereen weten.).

Die vorige keer op weg naar de tempels ging de weg langs een kinderziekenhuis. De Franse directeur was tevens de enige chirurg. Als bron van inkomsten speelde hij ‘s avonds op de cello sonates van Bach voor de toeristen. We zaten die avond met vier toeristen te luisteren naar een vreselijk valse uitvoering. (Het is onmogelijk een cello op goede toon te houden in de tropen). Maar het was zo mooi en zo ontroerend. Na afloop vertelde hij over zijn werk en dat hij zelfs tijdens de Rode Khmertijd ‘open’ was gebleven. (We hebben maar niet gevraagd tegen welke prijs). En dat ziekenhuis staat er nog, het is groter en er zullen vast meer kinderen beter beter worden dan toen.

Bach toen….. en nu worden er enorme geluidsinstallaties opgebouwd voor de jaarwisseling. Het zal een knalfeest worden hier…

Ik lees hier in de krant dat het water in Nederland hoog staat in de rivieren. Oei…… het Khmerrijk raakte in verval na een periode van grote droogte gevolgd door hevige monsoonregens. En de toenmalige heerser Jayavarman VII had zich bekeerd tot het boeddhisme, dat toen een ingekeerde, niet agressieve vorm had. Dus het bood geen tegenstand tegen de oprukkende legers uit Vietnam. (Ik zie Wilders zich nog niet tot het boeddhisme bekeren, maar van die droogte en regens…….)

Straks als ik thuis ben zet ik de cello sonates van Bach op, en denk dan weer even aan die cellist en de tempels van Angkor. Je kunt heel vaak luisteren naar die cello sonates en iedere keer hoor je iets anders, hoor je weer meer. Net zoals Angkor, je kunt er elke keer als je de tempels ziet weer iets nieuws, iets anders in zien. Het blijft mooi, nee, het wordt steeds mooier.

En de kern van Cambodja, van Angkor Wat, de geur van de groene papaya, de geur van Cambodja, die verandert niet.

‘On the foot of the Kulen Mountains‘

Het was niet helemaal ‘on the foot’, want om het doel te bereiken moest ik 1,5 km door een jungle- achtige omgeving langs een soms moeilijk begaanbaar pad omhoog klimmen.

Maar dan heb je ook wat. Het doel was de rivier Kbal Spean. Hierin is een plek waar allerlei voorstellingen van Vishnu en ‘duizenden Linga’s’ op de bodem van de rivier zijn uitgehakt. Dit alles dateert uit de 12e eeuw en is pas in 1968 ontdekt.

De liggende Vishnu

Hier houdt Vishnu (zijn hoofd is rechts van het water nog net te zien) de lotus vast die Brahma draagt.

‘Duizend linga’s’

Rond en in een zgn yoni (symbolische weergave van het vrouwelijke element Vishnu) liggen er duizenden bijna ronde vormpjes van linga’s (het mannelijke element Shiva). Weer een stuk verder lopen was daar de waterval. Ik had erg veel geluk hier in het droge seizoen te lopen, je moet er niet aan denken als alles nat is en je je een weg naar boven en naar beneden moet glibberen.

Naar beneden

Hierna heb ik nog twee ‘Banteay’ (citadel) tempels bezocht.

Allereerst Banteay Samre.

Veel ging verloren

Maar gelukkig is er veel bewaard gebleven. Het gehele Angkor Wat complex dat een oppervlakte van 400 vierkante kilometer beslaat (waarbij deze dag niet wordt meegerekend, Kbal Spean ligt 50 km buiten Siem Riep) kan natuurlijk nooit door het straatarme Cambodja (waar het geld dan ook nog slechts in enkele zakken verdwijnt) onderhouden, laat staan gerestaureerd worden. Het is UNESCO wereld erfgoed, en die stellen hoge eisen. Diverse landen hebben een tempel geadopteerd (ik zag borden uit China en Japan) of een aspect, zo restaureert Indonesië bv alle beelden van Garuda.

Afbeelding uit de Ramayana

En tenslotte deze dag alweer en ook als besluit een van de mooiste tempels: Banteay Srei. De naam betekent ‘vrouwen citadel’, of ‘citadel van schoonheid’. Hij was niet voor vrouwen bedoeld, mocht iemand dat denken. (Ik heb in de gidsen weinig over vrouwen in de Angkortijd gelezen, behalve natuurlijk het gebruikelijke huishoudelijk werk).

Vrouwen met huisraad tijdens een veldtocht (Bas reliëf Bayon tempel)

De oorspronkelijke naam van Banteay Srei is ‘Grote God van de Drievoudige Wereld’. Het is een kleine tempel, van een schoonheid onvergelijkbaar met de andere tempels.

De Drievoudige wereld

Je mag er niet meer tussendoor lopen en ook de felle zon hielp niet echt mee bij het fotograferen, dus een kleine selectie:

Krishna doodt koning Kama

De slag bij Lanka

Kunstroof. Ook hier, mijn boek vertelt bijvoorbeeld van André Malraux, die met enkele beelden (zoals deze) aan de grens met Thailand werd aangehouden. En in de musea in Berlijn en Parijs hangen prachtige bas reliëfs. Vooral direct na de Rode Khmertijd is er veel verdwenen.

De aapjes zijn nieuw

Dat was het dan, deze drie prachtige dagen in Angkor Wat.

Het raam gaat dicht

Terug naar anno (nog net) 2023

En nog meer tempels

Dinsdag 26 december Vandaag bezocht ik de mooiste tempel: Bayon. Angkor Wat uit 12e eeuw heeft de naam, en is de ‘afbeelding’ van de heilige berg Meru en is hier de’hoofdtempel’. Hij is groot en groots, hij straalt macht en gezag uit en de Rode Khmer verschanste zich hier op het laatst, wetende dat niemand dit gebouw wilde, durfde te verwoesten. (Maar ik las zojuist dat er in sommige reliefs kogelgaten zitten). En de tempel van Angkor is het nationale symbool van Cambodja, hij staat op de vlag, hij staat op het geld.

Maar de Bayon vind ik de mooiste tempel, ook in de 12e eeuw gebouwd, en ook deze tempel is het symbolische centrum van het universum. En in tegenstelling tot de volmaakte symmetrie van Angkor Wat lijkt (alleen maar lijkt) deze tempel slechts een hoop willekeurig neergegooide stenen.

Misschien was de hoop stenen wel de bedoeling maar als je dichterbij komt blijken er allemaal torens te staan. Totaal 37 met daarop het gezicht van Jayavarman VII, de laatste koning voordat het Khmer rijk in verval raakte.

Tijdens Jayavarman VII was het Khmerrijk op haar hoogtepunt van haar macht en Jayavarman beschouwde zichzelf niet alleen koning maar ook God. Ook in dat opzicht is er weinig verandert, de Zonnekoning, de keizer van Japan, de godswaanzin is van alle tijden. En ook nu nog laten dictators zich nog steeds veelvuldig uitbeelden, heel Syrië hangt vol met foto’s van Assad.

En na ruim 1000 jaar vinden we het mooi, of in ieder intrigerend.

De God-koning liet op de torens van de tempel, maar ook op de poorten naar de toegangswegen overal in zijn rijk zijn afbeelding uithakken.

De Bayon tempel zelf is een wirwar van kapellen, gangen, trappetjes en andere ruimtes. Erdoor heen klimmend ving ik telkens een onverwachte glimp van hem op.

En ook hier meterslange indrukwekkende reliefs, nu uitgehakt in zandsteen (zodat in ieder geval de foto’s er veel beter uitzien).

Een indruk van de afmetingen

Het zijn bijna allemaal ‘stripverhalen’ van veldslagen, met hier en daar een hindoe verhaal (ook weer het karnen van de melk – jammer genoeg in slechte staat); en een enkele Boeddha, tijdens zijn regering bekeerde Jayavarman zich tot het boeddhisme.

En als je dan een stukje verder loopt en even tussen twee zuilen naar buiten kijkt

Verschijnen daar weer de gezichten

Ik heb er 3 uur in verwondering rondgelopen.

De veldslagen

Een koe, wordt meegenomen om ritueel geslacht en geofferd te worden bij de overwinning

In het enorme gebied (ik word hier 3 dagen in een tuk tuk rondgereden) liggen verspreid in de jungle heel veel ruïnes, vooral van tempels, vaak met studie afdelingen en privé ruimtes. De politiek en religie gingen hier samen, van de steden die hierbij moeten hebben gelegen (waar o.a. alle arbeiders die de tempels moesten bouwen woonden) is niets bewaard gebleven.

Een kwartiertje verder lopen was de volgende tempel. Hier moest ik weer omhoog klimmen. Ik heb even goed gekeken, de verhouding van de traptreden oud : nieuw = 1 : 2 (en dan heb ik het alleen over de hoogte).

Maar het uitzicht was prachtig

Dankzij het toerisme zijn er w.c.’s op het terrein! Op weg hier naar toe stuitte ik op een groepje mannen die allemaal met prachtige camera’s rond deze twee aapjes stonden. Jammer genoeg heb ik niet gevraagd wat hun bedoeling was.

En waar wachtten zij op?
Laat ze alsjeblieft gewoon leven

Deze aapjes zijn erg populair als huisdier in Zd Oost Azië . Ze worden tam gemaakt, krijgen kleertjes en een luier aan en daar worden dan weer filmpjes van gemaakt. ik heb gelukkig niemand met een aapje weg zien gaan.

Baphuon tempel

Deze tempel vond ik daarom zo interessant omdat hij de vorige keer dat ik hier was (meer dan 20 jaar geleden) nog geheel met aarde bedekt was, een grote zandheuvel. Er stond toen een bordje bij dat hij zou worden uitgegraven en dat dit wel 20 jaar zou duren. Nou, dat klopt dus.

Garuda houdt de wacht bij de ingang

Hierop ging ik (nou ja, werd ik vervoerd) naar de Pre Riep tempel, ook hier had de natuur ‘gewoon haar gang gegaan’.

Sommige galerijen zijn nog begaanbaar.

Een stukje dan

Vervolgens werd ik naar een meer vervoerd waar prachte waterlelies groeiden.

Ik kreeg hier wel ‘Killing fields’ associaties
Oma met haar kleindochter

Oma moet de Rode Khmertijd hebben meegemaakt, 40 jaar geleden werd dit regime verdreven, eigenlijk nog heel dichtbij. Ik vroeg aan de tuktukman hoe oud zijn ouders zijn: 65 en 68 jaar. Dus zij waren toen jonge mensen. Het is zo jammer dat de buitenlandse talen zo weinig gesproken worden. In een tempel vroeg ik een gids naar een bepaalde poort en hij antwoordde dat hij alleen Chinees spreekt. Zo worden de gidsen opgeleid: per taal. En dan kennen ze echt alleen die woorden en zinnen die nodig zijn. En geen woord daar buiten.

De dag is ten einde, het schemert, heel even.

En het verslag van deze dag eindigt hier ook.

Climb every temple……

Maandag 25 december. Vandaag ben ik met de drie-daagse tempeltour begonnen. Ik had me ooit, alweer lang geleden voorgenomen geen meer tempels ‘hoeven’ te beklimmen. Maar ja, ik kon me natuurlijk weer niet beheersen.

Angkor wat

Blik op de tempel Angkor Wat

De foto geeft een stille indruk. Dit is schijn, het is druk met toeristen, maar wel begaanbaar. De meeste backpackers blijven in de stad.

Stenen ramen

De vorige keer – in het pre-toerisme tijdperk – kon/moest je met levensgevaar de tempels beklimmen. De trappen zijn erg stijl, ongelijke treden en diep. Allemaal zo gebouwd dat je naar beneden kijkend (eerbiedig) omhoog moet klimmen. Naar beneden gaan op deze trappen is doodeng. En die vorige keer was ik dus halverwege de afdaling toen de vrouw boven me in paniek raakte: schreeuwen, huilen. Maar ‘we’ hebben het gehaald.

Zoals het was

Het is nog steeds stijl, maar gelijke treden en niet zo diep. Dus ik ben toch maar weer…. omhoog gegaan.

De hele tempel (bijna alle tempels) is bedekt met beeldige, dansende apsara’s, vrouwelijke geesten van de wolken en het water.

Maar ik kwam eigenlijk voor deze galerijen.

De hele tempel is omgeven met deze galerijen waar op de muur de belangrijkste verhalen van het hindoeïsme afgebeeld zijn.

Krishna

En het scheppingsverhaal: ‘het karnen van de oceaan van melk’.

Hierna heb ik nog 5 andere tempels bezocht en uitgeput kwam ik om 5 uur terug in het hotel.

Voor de toegangspoort naar de Bayon

(Waarover morgen meer)

Wachters langs de weg

Ta Prohm. Deze tempel werd in de 19e eeuw (toen het hele complex in het oerwoud ontdekt werd) expres zo gelaten om te laten zien in welke staat de tempels werden aangetroffen.

Het zal alleen maar meer oerwoud zijn geworden

Nog even de mijnen. Van de Vietnamoorlog en de Rode Khmertijd merk je hier niets. Het is natuurlijk alweer lang geleden en ik spreek de taal niet, dus de gesprekjes blijven oppervlakkig.

Langs het toegangspad naar deze tempel zat een orkestje dat authentieke Khmermuziek speelde. Het orkestje bestond uit slachtoffers van landmijnen, de opbrengst ging naar een stichting.

Erg authentiek, een fragment

Kampong Thom

‘Het land in’

Zaterdag 23 december Vandaag heb ik Phnom Penh verlaten en ben halverwege Siem Riep in Kampong Thom, een soort Cambodjaans ‘Honderd jaar eenzaamheid’.

Ik heb eergisteren dan eindelijk het busticket kunnen kopen (ben voor de zekerheid – langs de plek des onheils…- er met een tuktuk naar toe gegaan) en vanochtend vertrokken we met een klein busje keurig op tijd. Zodra je buiten Phnom Penh bent merk je de enorme invloed van China. De bus stopte onderweg in een wegrestaurant, dit was geheel Chinees, t/m de zo typische Chinese geur. Maar ze hadden koffie!

Onderweg

Ik ben in Kampong Thom omdat dit de uitvalsbasis voor de resten van de tempels van Sambor Prei kuk is. Vanaf ‘de stad’ was het nog ruim een uur met de tuktuk.

In de tuktuk

Onderweg veel verdroogde rijstvelden, magere runderen, en veel afval.

Filmpje vanuit de tuktuk

Het tempelcomplex is pre-Angkor en is in de 7e eeuw gebouwd. Er is niet veel van over omdat het in de jaren 70 zwaar door de Amerikanen werd gebombardeerd, en het gebied daarna strijdtoneel in de burgeroorlog werd. Rond de ruïnes liggen nog bomkraters en het is sinds 10 jaar ‘landmijnvrij’. En nu maar hopen dat ze er niet eentje over het hoofd hebben gezien.

Het heeft waarde omdat het het oudste complex van Cambodja is. Recentelijk werd het een UNESCO wereld erfgoed.

In de verte schemert een ruïne.

Er was een gids die eigenlijk zoals te verwachten was niet veel vertelde. (En ik vergeet het meestal ook weer snel). Alle Hindu-inscripties (voorzover die nog te zien zijn) werden door hem afgewezen als niet-Cambodjaans. Ik besloot maar niet te zeggen dat Vishnu ook een Hindu God is en dat Boeddha er geboren is. We bespraken ook even ‘de Chinezen’. Ik zei ‘You kick the French out and you let the Chinese in’, hetgeen me niet handig leek. Hij beaamde dit. Arm Cambodja. Een enorm klasse verschil, idem corruptie, werkeloosheid en dan ook nog die Chinezen die het land koloniseren.

De natuur heeft de macht terug genomen

Zoals gezegd er was niet veel over van de tempels, en er werd met behulp van Japan hevig gerestoreerd.

Wat er was, was beeldig.
De aapjes hadden vrij spel

Terug in het hotel heb ik hier heerlijk gezwommen, want het zwembad is groot en ik heb het voor me zelf alleen.

Want, waar blijven de Chinese toeristen? Misschien zijn ze nog een beetje corona – bang. Ik slaap nml in een enorm groot ook weer Chinees hotel en ik ben de enige gast. in de eetzaal was alles keurig gedekt met vork en lepel (messen doen ze hier niet aan) en stond de airco gericht op het kleed van de lange tafel voor het buffet. Dat kleed wapperde vrolijk. Ik heb hier de hele tijd China dejavu gevoelens. Ze hebben een uurtje geleden ook nog de karaoke aangezet, maar die is gelukkig weer uit.

Maar het is maar voor een nacht.

Zondag 24 december Daar in Nederland is het eerste Kerstdag. Hier merk je er -behalve een enkele kerstboom – nauwelijks iets van. Komt natuurlijk ook door het weer, het is hier 27 graden 😎. In de hotels en in de bus trek ik mijn fleece aan (deden we ook in China) want de airco staat overal erg koud.

Bij het ‘busstation’.

Ik reis verder met een particuliere busonderneming die ook een afdeling pakketten versturen heeft. De moeder van dit meisje werkt er en het kind gaat mee.

Onderweg stopte de bus weer bij een wegrestaurant.

Een dagje uit

Dit bestaat uit een groot restaurant met aan het meer allemaal hutjes met zitjes. Om 10 uur zitten er al veel mensen te eten. (Dat doen ze overigens de hele dag).

Deze dame verkoopt gekookte eieren

En misschien nog wel veel meer. De eieren kon ik onderscheiden.

En nu ben ik in Siem Riep, het hoofddoel van dit gedeelte van mijn reis. Ik ga morgen de tempels bekijken, heb een tuktuk geregeld die me rond zal rijden en ik ben even ‘de stad in geweest’. Veel westerse toeristen, maar geen Chinese! Die eigenlijk het grootste aandeel zouden moeten hebben, dus dat scheelt.

Nog een klein stukje oud Siem Riep

Een beetje dom

Een beetje? Eigenlijk ontzettend stom, want wat is er gebeurd:

Ik liep vanochtend naar een reisbureau’tje om een tour voor overmorgen te boeken. Bij gemis van een papieren kaart gebruikte ik de kaart op de telefoon en ja, deze werd op een onnadenkend moment op geraffineerde wijze uit mijn hand gerukt.

3 jongens op een brommer, 1 stapte af en vroeg of ik hulp nodig had. Voordat ik nee kon zeggen pakte hij stevig mijn pols en rukte de telefoon uit mijn hand. (En nee…. Ik berg dat ding altijd goed op, maar had hem even nodig).

Hij rende ermee weg, ik er achter aan, luid schreeuwend. Maar hij was natuurlijk sneller.

Dus op naar het politiebureau. De tuktuk bracht me naar een officieel groot gebouw, hier stond een jonge agente die enige woorden Engels sprak. Aangifte moet hier op de politiepost in de wijk waar de diefstal plaats vindt, ze wilde wel mee om te helpen.

In een onooglijk pijpenlaatje enkele straten verder is er een rapport opgemaakt. (Dit wordt naar het ‘echte’ politiebureau opgestuurd en dan zou er een officiële aangifte moeten volgen, deze wordt naar mijn hotel gebracht)

Het duurde al met al meer dan een uur, we zijn ook nog met de tuktuk en een jongen op een brommer in optocht naar de plaats des onheils gegaan alwaar ik de plek moest aanwijzen, hier maakte de jongen een foto van.

De agente hielp waar ze kon, omdat het lang duurde stuurde ze de tuktuk man om flesjes water, alle aanwezigen in de politiepost kregen een flesje heerlijk koel water.

Tenslotte moesten we allemaal onze duim afdrukken op het formulier, dat inmiddels 3 kantjes onleesbaar schrift bevatte.

Als dank wilde ik de agente wat geld geven, wat ze consequent weigerde. (‘I did it with my heart’). Hierop heb ik haar adres gevraagd om later uit Nederland een cadeautje te sturen. Dit adres bleek ‘bridge 9’ te zijn.

Terug in het hotel heb ik via de chat via Vodafone de telefoon kunnen laten blokkeren.

‘s Middags bedacht ik me dat ik toch wel ernstig een telefoon nodig heb. Je moet van alles met de telefoon boeken, goedkeuren enz. Dus heb ik me met de tuktuk naar een winkelcentrum aan de andere kant van de stad laten vervoeren. (Dat was door 15 km verkeerschaos) We kwamen in een geheel andere wereld. Enorme huizen, keurig schone straten en een winkelcentrum dat een combinatie van Hema, Bijenkorf, v&d enz. is. Maar dan veel groter. En er was een telefoon afdeling. Hier heb ik de goedkoopste telefoon die er lag gekocht, en kon een simkaartje voor $1 dollar kopen. Alles is daar geïnstalleerd. Ik heb nu een Cambodjaans telefoonnummer. Dit luidt als volgt: +855-15785011 (op hoop van zegen)

Ik durfde natuurlijk niet met dat telefoondoosje open en bloot in de tuk tuk te zitten. Dus ging ik op zoek naar een tasje. hiervoor moest ik naar de supermarkt afdeling. Op weg ernaar toe passeerde ik een broodafdeling met zalig uitziend brood. Helaas stond mijn hoofd hier niet naar. Maar ze hadden wel een tasje voor me.

Toen we weer terugreden bedacht ik me dat ik mijn hoed in de politiepost had laten liggen. Daar aangekomen waren de agenten verdwenen, de poort stond nog open en de hoed lag er nog. Die heb ik toen maar gepakt.

Terug in het hotel (het was inmiddels 5 uur) heb ik geprobeerd me de telefoon eigen te maken. En gaf dit even later op. Ter verwerking van deze dag ben ik heerlijk gaan zwemmen. (Hiermee werd mijn duim ook weer schoon) En heb daarna gegeten. Morgen is er weer een dag.

Ik heb vandaag 1 foto gemaakt, vlak voor dat het gebeurde.

Vlak voor het gebeuren

Wat het lezen van een boek kan doen

Tijdens mijn vorige reis naar Cambodja las ik het boek ‘The gentleman in the parlour’ van W, Somerset Maugham, een prachtig verslag van zijn reizen uit 1920 door Zuid Oost Azië.

Hierin beschrijft hij o.a. wat het zien van het beeld van Harihara in het Nationaal museum van Phnom Penh met hem doet.

Harihara

Het beeld heeft voor hem een spirituele kwaliteit die hem onmiskenbaar ontroert, die hem aanspreekt. (Dat gezicht het glimlacht je toe)

En hij beschrijft het als ‘een beeld met macht en intelligentie, een wonder van gratie, een samengaan van het archaïsche met het verfijnde.’

De vorige keer dat ik in dit museum was stonden alle beelden dicht bij elkaar in 1 zaal. Kon ik dit beeld toen met deze beschrijving zelf ontdekken? Ik geloof…… dat het lukte, maar helemaal zeker weet ik het niet.

Nu staan de beelden prachtig opgesteld in vier ruime galerijen. Allemaal met een bordje erbij met een toelichting en ja, het beeld van Harihara staat er ook en met dezelfde naam.

Er staan hier veel beelden die me aanspreken, ontroeren. Wat maakt dat het iets tot je spreekt, dat het je ten diepste kan raken. Is het de afbeelding zelf? De schoonheid? De techniek? De gelaatsuitdrukking? De betekenis?

Krishna na een overwinning: de blijdschap

De gekwetstheid, het verdriet

De stilte van de inkeer

Het verhaal (de Bhagavad Gita)

De zekerheid, het vertrouwen

Het beeld dat nog steeds lijkt te leven

Ja, zulke beelden spreken je aan, ze raken je ziel, soms heel diep en zeggen iets tegen je, vragen, nee doen je tot een plotseling inzicht – over jezelf – komen. Rilke zegt het in zijn gedicht ‘archaïscher Torso zo: ‘Je moet je leven veranderen.’

Het kan een schilderij, een muziekstuk, een blik in de natuur, een boek of een beeld zoals deze zijn.

En Somerset Maugham eindigt zo: (ik probeer het goed te vertalen) ‘De grote werken van de Khmers veroorzaken een ongewone ontroering, vooral als je je bedenkt dat een paar ruïnes van tempels verspreid in de jungle en een paar beschadigde standbeelden hier en daar het enige is dat is overgebleven van dit machtige rijk en haar onrustige bevolking. Hun macht was gebroken, zij werden verbannen, en werden water dragers en houthakkers, zij stierven uit, en de rest assimileerde met hun overwinnaars, hun naam leeft alleen voor in hun kunst die ze zo rijkelijk produceerden.

Somerset Maugham vertelt dat het beeld Harihara heet zegt er direct bij dat deze naam hem verwarde. Hari staat voor Shiva, Hara voor Vishnu. Hij vermoedt dat de Franse conservator een fout heeft gemaakt.

Ik ben toch maar eens verder gaan zoeken naar dat Harihara en wat blijkt het geval: het zijn beelden die alleen in de Khmertijd in ZuidOost Azië gemaakt werden. In de beelden wordt Shiva afgebeeld in de rechter helft van het beeld, zijn derde verticale rechteroog is lichtjes ingekerfd op het voorhoofd. Zijn haarknot half in de hoofdtooi van de Vishnu god. Dat is het enige onderscheid.

Het is het symbool van de integratie van de krachten van beide goden: alles-in-1. Shiva de god van vernietiging en schepping, Vishnu als de behouder van de wereld, die ervoor zorgt dat Brahma na de vernietiging kan ontwaken en de wereld weer kan scheppen.

Zo belichaamt Harihara het evenwicht tussen deze twee onverenigbare krachten die nodig zijn voor een kosmische balans.

Harihara en zijn betekenis komt alleen in de Khmer religie voor. En daar is het van grote betekenis. Geen wonder dat Somerset Maugham erdoor geroerd was. Zijn verklaring zullen we hem vergeven. Zijn boeken inspireren, vertellen veel, zeggen iets over hem en daarmee over mij. En ik ging reizen, Somerset Maugham achterna.

Op weg

Het stond er zo geruststellend, ik zou in Hong Kong aankomen en vertrekken vanuit dezelfde terminal. Want er was enige zorg, ik had nml maar een uur om over te stappen.

Het vliegtuig vertrok met een half uur vertraging.

Maar haalde dit onderweg weer in.

Ter voorbereiding van de reis keek ik in het vliegtuig naar Apocalypse now, met dat prachtige ‘this is the end’ van de Doors en de opwindende Walkure van Wagner, allebei zo verschrikkelijk goed precies passend bij de film.

Het was 12 uur vliegen naar Hong Kong met 7 uur tijdsverschil.

In Hong Kong aangekomen bleek ‘onze plaats’ bezet en moesten we een half uur aan het begin van de landingsbaan wachten.

En ook het uitstappen ging tergend langzaam. Uit voorzorg had ik naast mijn redelijk volle en daardoor vrij grote rugzak ook mijn koffertje mee het vliegtuig in gesmokkeld.

Maar dat bleek geen probleem.

Met nog een kwartier te gaan kwam ik de slurf uit. Over 5 minuten zou de gate van de vlucht naar Phnom Penn dichtgaan en ik dacht nog steeds dat die gate heel dichtbij was.

Maar helaas, en daarna gelukkig: ik werd opgewacht door een ridder met een bordje Phnom Penn in zijn hand. ‘I will bring you to the gate‘,’ sprak hij. Ik sputterde (natuurlijk ik weer…) wat tegen maar hij belde mijn komst al door, ze moesten maar even wachten.

Wat volgde werd een gezamenlijke renpartij door die terminal die dus enorm groot bleek te zijn. Hoezo Schiphol groot? Roltrap omhoog, roltrap neer En hij belde nog een keer, ‘we zijn onderweg’.

Tot overmaat van ramp moest ik weer door de security, weer het koffertje open, weer de riem af en werd ook mijn paspoort, visum en terugvlucht uit Cambodja nauwkeurig gecontroleerd. (En de douane beambte deed het paspoort weer keurig in het plastic zakje voor hij het aan me teruggaf)

Vlak na mijn komst ging de deur van het vliegtuig dicht en taxieden we naar de nu vertrekbaan.

Het was deze ochtend al vroeg lekker weer in Phnom Penh (tv schermpje in het vliegtuig)

Keuzes genoeg maar van de uitputting of zenuwen koos ik een Chinese (?) taal, die ik niet meer veranderd kreeg, maar daar heb ik verder weinig van gemerkt want na het tweede ontbijt deze reis (het lijkt wel of ‘het ‘s ochtends vroeg’ blijft) ben ik in slaap gevallen.

Op het vliegveld werd weer alles nauwkeurig gecontroleerd en buiten stond daar alweer een man met een bordje, maar nu met mijn naam erop te wachten. Het was de taxi van het hotel en na een half uur rijden over verschrikkelijk drukke wegen werd ik in dit heerlijke hotel afgeleverd.

Ik heb na een kopje koffie even gerust, maar wilde niet slapen (het was inmiddels Nederlandse tijd 4 uur ‘s nachts geworden) en heb de rest van de dag wat door de stad gelopen.

In de grote overdekte markthal.

Het oorspronkelijke centrum van deze hal is geheel door juweliers overgenomen. De eigenlijke markt (groente, vlees, vis) is naar buiten verplaatst.

Maar daar kun je wel nadat je vis hebt gekocht je teennagels laten doen. Kom daar maar eens om bij ons in Nederland.

Toen het begon te schemeren ben ik naar de rivier gelopen. En ja, als het ‘s avonds wat koeler wordt komt de hele stad tot leven.

En wandelt iedereen over de boulevard.

Op die boulevard is van alles te koop.

En uit de rivier wordt de vis vers gevangen,.

En hangen daar enorme afbeeldingen van het koninklijk paar.

Nou ik heb het nu tot 8 uur volgehouden, lekker gegeten aan de rand van het zwembad, het is welletjes vandaag. Gisteren stond ik om 6 uur op (altijd bang dat ik geen tijd voor iets heb, en altijd te vroeg op Schiphol), dat worden dus 31 uur wakker als ik het goed uitreken…. Tijd om te gaan slapen.

En wat is het weer verschrikkelijk fijn in de tropen te zijn.