Climb every temple……

Maandag 25 december. Vandaag ben ik met de drie-daagse tempeltour begonnen. Ik had me ooit, alweer lang geleden voorgenomen geen meer tempels ‘hoeven’ te beklimmen. Maar ja, ik kon me natuurlijk weer niet beheersen.

Angkor wat

Blik op de tempel Angkor Wat

De foto geeft een stille indruk. Dit is schijn, het is druk met toeristen, maar wel begaanbaar. De meeste backpackers blijven in de stad.

Stenen ramen

De vorige keer – in het pre-toerisme tijdperk – kon/moest je met levensgevaar de tempels beklimmen. De trappen zijn erg stijl, ongelijke treden en diep. Allemaal zo gebouwd dat je naar beneden kijkend (eerbiedig) omhoog moet klimmen. Naar beneden gaan op deze trappen is doodeng. En die vorige keer was ik dus halverwege de afdaling toen de vrouw boven me in paniek raakte: schreeuwen, huilen. Maar ‘we’ hebben het gehaald.

Zoals het was

Het is nog steeds stijl, maar gelijke treden en niet zo diep. Dus ik ben toch maar weer…. omhoog gegaan.

De hele tempel (bijna alle tempels) is bedekt met beeldige, dansende apsara’s, vrouwelijke geesten van de wolken en het water.

Maar ik kwam eigenlijk voor deze galerijen.

De hele tempel is omgeven met deze galerijen waar op de muur de belangrijkste verhalen van het hindoeïsme afgebeeld zijn.

Krishna

En het scheppingsverhaal: ‘het karnen van de oceaan van melk’.

Hierna heb ik nog 5 andere tempels bezocht en uitgeput kwam ik om 5 uur terug in het hotel.

Voor de toegangspoort naar de Bayon

(Waarover morgen meer)

Wachters langs de weg

Ta Prohm. Deze tempel werd in de 19e eeuw (toen het hele complex in het oerwoud ontdekt werd) expres zo gelaten om te laten zien in welke staat de tempels werden aangetroffen.

Het zal alleen maar meer oerwoud zijn geworden

Nog even de mijnen. Van de Vietnamoorlog en de Rode Khmertijd merk je hier niets. Het is natuurlijk alweer lang geleden en ik spreek de taal niet, dus de gesprekjes blijven oppervlakkig.

Langs het toegangspad naar deze tempel zat een orkestje dat authentieke Khmermuziek speelde. Het orkestje bestond uit slachtoffers van landmijnen, de opbrengst ging naar een stichting.

Erg authentiek, een fragment

Kampong Thom

‘Het land in’

Zaterdag 23 december Vandaag heb ik Phnom Penh verlaten en ben halverwege Siem Riep in Kampong Thom, een soort Cambodjaans ‘Honderd jaar eenzaamheid’.

Ik heb eergisteren dan eindelijk het busticket kunnen kopen (ben voor de zekerheid – langs de plek des onheils…- er met een tuktuk naar toe gegaan) en vanochtend vertrokken we met een klein busje keurig op tijd. Zodra je buiten Phnom Penh bent merk je de enorme invloed van China. De bus stopte onderweg in een wegrestaurant, dit was geheel Chinees, t/m de zo typische Chinese geur. Maar ze hadden koffie!

Onderweg

Ik ben in Kampong Thom omdat dit de uitvalsbasis voor de resten van de tempels van Sambor Prei kuk is. Vanaf ‘de stad’ was het nog ruim een uur met de tuktuk.

In de tuktuk

Onderweg veel verdroogde rijstvelden, magere runderen, en veel afval.

Filmpje vanuit de tuktuk

Het tempelcomplex is pre-Angkor en is in de 7e eeuw gebouwd. Er is niet veel van over omdat het in de jaren 70 zwaar door de Amerikanen werd gebombardeerd, en het gebied daarna strijdtoneel in de burgeroorlog werd. Rond de ruïnes liggen nog bomkraters en het is sinds 10 jaar ‘landmijnvrij’. En nu maar hopen dat ze er niet eentje over het hoofd hebben gezien.

Het heeft waarde omdat het het oudste complex van Cambodja is. Recentelijk werd het een UNESCO wereld erfgoed.

In de verte schemert een ruïne.

Er was een gids die eigenlijk zoals te verwachten was niet veel vertelde. (En ik vergeet het meestal ook weer snel). Alle Hindu-inscripties (voorzover die nog te zien zijn) werden door hem afgewezen als niet-Cambodjaans. Ik besloot maar niet te zeggen dat Vishnu ook een Hindu God is en dat Boeddha er geboren is. We bespraken ook even ‘de Chinezen’. Ik zei ‘You kick the French out and you let the Chinese in’, hetgeen me niet handig leek. Hij beaamde dit. Arm Cambodja. Een enorm klasse verschil, idem corruptie, werkeloosheid en dan ook nog die Chinezen die het land koloniseren.

De natuur heeft de macht terug genomen

Zoals gezegd er was niet veel over van de tempels, en er werd met behulp van Japan hevig gerestoreerd.

Wat er was, was beeldig.
De aapjes hadden vrij spel

Terug in het hotel heb ik hier heerlijk gezwommen, want het zwembad is groot en ik heb het voor me zelf alleen.

Want, waar blijven de Chinese toeristen? Misschien zijn ze nog een beetje corona – bang. Ik slaap nml in een enorm groot ook weer Chinees hotel en ik ben de enige gast. in de eetzaal was alles keurig gedekt met vork en lepel (messen doen ze hier niet aan) en stond de airco gericht op het kleed van de lange tafel voor het buffet. Dat kleed wapperde vrolijk. Ik heb hier de hele tijd China dejavu gevoelens. Ze hebben een uurtje geleden ook nog de karaoke aangezet, maar die is gelukkig weer uit.

Maar het is maar voor een nacht.

Zondag 24 december Daar in Nederland is het eerste Kerstdag. Hier merk je er -behalve een enkele kerstboom – nauwelijks iets van. Komt natuurlijk ook door het weer, het is hier 27 graden 😎. In de hotels en in de bus trek ik mijn fleece aan (deden we ook in China) want de airco staat overal erg koud.

Bij het ‘busstation’.

Ik reis verder met een particuliere busonderneming die ook een afdeling pakketten versturen heeft. De moeder van dit meisje werkt er en het kind gaat mee.

Onderweg stopte de bus weer bij een wegrestaurant.

Een dagje uit

Dit bestaat uit een groot restaurant met aan het meer allemaal hutjes met zitjes. Om 10 uur zitten er al veel mensen te eten. (Dat doen ze overigens de hele dag).

Deze dame verkoopt gekookte eieren

En misschien nog wel veel meer. De eieren kon ik onderscheiden.

En nu ben ik in Siem Riep, het hoofddoel van dit gedeelte van mijn reis. Ik ga morgen de tempels bekijken, heb een tuktuk geregeld die me rond zal rijden en ik ben even ‘de stad in geweest’. Veel westerse toeristen, maar geen Chinese! Die eigenlijk het grootste aandeel zouden moeten hebben, dus dat scheelt.

Nog een klein stukje oud Siem Riep

Een beetje dom

Een beetje? Eigenlijk ontzettend stom, want wat is er gebeurd:

Ik liep vanochtend naar een reisbureau’tje om een tour voor overmorgen te boeken. Bij gemis van een papieren kaart gebruikte ik de kaart op de telefoon en ja, deze werd op een onnadenkend moment op geraffineerde wijze uit mijn hand gerukt.

3 jongens op een brommer, 1 stapte af en vroeg of ik hulp nodig had. Voordat ik nee kon zeggen pakte hij stevig mijn pols en rukte de telefoon uit mijn hand. (En nee…. Ik berg dat ding altijd goed op, maar had hem even nodig).

Hij rende ermee weg, ik er achter aan, luid schreeuwend. Maar hij was natuurlijk sneller.

Dus op naar het politiebureau. De tuktuk bracht me naar een officieel groot gebouw, hier stond een jonge agente die enige woorden Engels sprak. Aangifte moet hier op de politiepost in de wijk waar de diefstal plaats vindt, ze wilde wel mee om te helpen.

In een onooglijk pijpenlaatje enkele straten verder is er een rapport opgemaakt. (Dit wordt naar het ‘echte’ politiebureau opgestuurd en dan zou er een officiële aangifte moeten volgen, deze wordt naar mijn hotel gebracht)

Het duurde al met al meer dan een uur, we zijn ook nog met de tuktuk en een jongen op een brommer in optocht naar de plaats des onheils gegaan alwaar ik de plek moest aanwijzen, hier maakte de jongen een foto van.

De agente hielp waar ze kon, omdat het lang duurde stuurde ze de tuktuk man om flesjes water, alle aanwezigen in de politiepost kregen een flesje heerlijk koel water.

Tenslotte moesten we allemaal onze duim afdrukken op het formulier, dat inmiddels 3 kantjes onleesbaar schrift bevatte.

Als dank wilde ik de agente wat geld geven, wat ze consequent weigerde. (‘I did it with my heart’). Hierop heb ik haar adres gevraagd om later uit Nederland een cadeautje te sturen. Dit adres bleek ‘bridge 9’ te zijn.

Terug in het hotel heb ik via de chat via Vodafone de telefoon kunnen laten blokkeren.

‘s Middags bedacht ik me dat ik toch wel ernstig een telefoon nodig heb. Je moet van alles met de telefoon boeken, goedkeuren enz. Dus heb ik me met de tuktuk naar een winkelcentrum aan de andere kant van de stad laten vervoeren. (Dat was door 15 km verkeerschaos) We kwamen in een geheel andere wereld. Enorme huizen, keurig schone straten en een winkelcentrum dat een combinatie van Hema, Bijenkorf, v&d enz. is. Maar dan veel groter. En er was een telefoon afdeling. Hier heb ik de goedkoopste telefoon die er lag gekocht, en kon een simkaartje voor $1 dollar kopen. Alles is daar geïnstalleerd. Ik heb nu een Cambodjaans telefoonnummer. Dit luidt als volgt: +855-15785011 (op hoop van zegen)

Ik durfde natuurlijk niet met dat telefoondoosje open en bloot in de tuk tuk te zitten. Dus ging ik op zoek naar een tasje. hiervoor moest ik naar de supermarkt afdeling. Op weg ernaar toe passeerde ik een broodafdeling met zalig uitziend brood. Helaas stond mijn hoofd hier niet naar. Maar ze hadden wel een tasje voor me.

Toen we weer terugreden bedacht ik me dat ik mijn hoed in de politiepost had laten liggen. Daar aangekomen waren de agenten verdwenen, de poort stond nog open en de hoed lag er nog. Die heb ik toen maar gepakt.

Terug in het hotel (het was inmiddels 5 uur) heb ik geprobeerd me de telefoon eigen te maken. En gaf dit even later op. Ter verwerking van deze dag ben ik heerlijk gaan zwemmen. (Hiermee werd mijn duim ook weer schoon) En heb daarna gegeten. Morgen is er weer een dag.

Ik heb vandaag 1 foto gemaakt, vlak voor dat het gebeurde.

Vlak voor het gebeuren

Wat het lezen van een boek kan doen

Tijdens mijn vorige reis naar Cambodja las ik het boek ‘The gentleman in the parlour’ van W, Somerset Maugham, een prachtig verslag van zijn reizen uit 1920 door Zuid Oost Azië.

Hierin beschrijft hij o.a. wat het zien van het beeld van Harihara in het Nationaal museum van Phnom Penh met hem doet.

Harihara

Het beeld heeft voor hem een spirituele kwaliteit die hem onmiskenbaar ontroert, die hem aanspreekt. (Dat gezicht het glimlacht je toe)

En hij beschrijft het als ‘een beeld met macht en intelligentie, een wonder van gratie, een samengaan van het archaïsche met het verfijnde.’

De vorige keer dat ik in dit museum was stonden alle beelden dicht bij elkaar in 1 zaal. Kon ik dit beeld toen met deze beschrijving zelf ontdekken? Ik geloof…… dat het lukte, maar helemaal zeker weet ik het niet.

Nu staan de beelden prachtig opgesteld in vier ruime galerijen. Allemaal met een bordje erbij met een toelichting en ja, het beeld van Harihara staat er ook en met dezelfde naam.

Er staan hier veel beelden die me aanspreken, ontroeren. Wat maakt dat het iets tot je spreekt, dat het je ten diepste kan raken. Is het de afbeelding zelf? De schoonheid? De techniek? De gelaatsuitdrukking? De betekenis?

Krishna na een overwinning: de blijdschap

De gekwetstheid, het verdriet

De stilte van de inkeer

Het verhaal (de Bhagavad Gita)

De zekerheid, het vertrouwen

Het beeld dat nog steeds lijkt te leven

Ja, zulke beelden spreken je aan, ze raken je ziel, soms heel diep en zeggen iets tegen je, vragen, nee doen je tot een plotseling inzicht – over jezelf – komen. Rilke zegt het in zijn gedicht ‘archaïscher Torso zo: ‘Je moet je leven veranderen.’

Het kan een schilderij, een muziekstuk, een blik in de natuur, een boek of een beeld zoals deze zijn.

En Somerset Maugham eindigt zo: (ik probeer het goed te vertalen) ‘De grote werken van de Khmers veroorzaken een ongewone ontroering, vooral als je je bedenkt dat een paar ruïnes van tempels verspreid in de jungle en een paar beschadigde standbeelden hier en daar het enige is dat is overgebleven van dit machtige rijk en haar onrustige bevolking. Hun macht was gebroken, zij werden verbannen, en werden water dragers en houthakkers, zij stierven uit, en de rest assimileerde met hun overwinnaars, hun naam leeft alleen voor in hun kunst die ze zo rijkelijk produceerden.

Somerset Maugham vertelt dat het beeld Harihara heet zegt er direct bij dat deze naam hem verwarde. Hari staat voor Shiva, Hara voor Vishnu. Hij vermoedt dat de Franse conservator een fout heeft gemaakt.

Ik ben toch maar eens verder gaan zoeken naar dat Harihara en wat blijkt het geval: het zijn beelden die alleen in de Khmertijd in ZuidOost Azië gemaakt werden. In de beelden wordt Shiva afgebeeld in de rechter helft van het beeld, zijn derde verticale rechteroog is lichtjes ingekerfd op het voorhoofd. Zijn haarknot half in de hoofdtooi van de Vishnu god. Dat is het enige onderscheid.

Het is het symbool van de integratie van de krachten van beide goden: alles-in-1. Shiva de god van vernietiging en schepping, Vishnu als de behouder van de wereld, die ervoor zorgt dat Brahma na de vernietiging kan ontwaken en de wereld weer kan scheppen.

Zo belichaamt Harihara het evenwicht tussen deze twee onverenigbare krachten die nodig zijn voor een kosmische balans.

Harihara en zijn betekenis komt alleen in de Khmer religie voor. En daar is het van grote betekenis. Geen wonder dat Somerset Maugham erdoor geroerd was. Zijn verklaring zullen we hem vergeven. Zijn boeken inspireren, vertellen veel, zeggen iets over hem en daarmee over mij. En ik ging reizen, Somerset Maugham achterna.

Op weg

Het stond er zo geruststellend, ik zou in Hong Kong aankomen en vertrekken vanuit dezelfde terminal. Want er was enige zorg, ik had nml maar een uur om over te stappen.

Het vliegtuig vertrok met een half uur vertraging.

Maar haalde dit onderweg weer in.

Ter voorbereiding van de reis keek ik in het vliegtuig naar Apocalypse now, met dat prachtige ‘this is the end’ van de Doors en de opwindende Walkure van Wagner, allebei zo verschrikkelijk goed precies passend bij de film.

Het was 12 uur vliegen naar Hong Kong met 7 uur tijdsverschil.

In Hong Kong aangekomen bleek ‘onze plaats’ bezet en moesten we een half uur aan het begin van de landingsbaan wachten.

En ook het uitstappen ging tergend langzaam. Uit voorzorg had ik naast mijn redelijk volle en daardoor vrij grote rugzak ook mijn koffertje mee het vliegtuig in gesmokkeld.

Maar dat bleek geen probleem.

Met nog een kwartier te gaan kwam ik de slurf uit. Over 5 minuten zou de gate van de vlucht naar Phnom Penn dichtgaan en ik dacht nog steeds dat die gate heel dichtbij was.

Maar helaas, en daarna gelukkig: ik werd opgewacht door een ridder met een bordje Phnom Penn in zijn hand. ‘I will bring you to the gate‘,’ sprak hij. Ik sputterde (natuurlijk ik weer…) wat tegen maar hij belde mijn komst al door, ze moesten maar even wachten.

Wat volgde werd een gezamenlijke renpartij door die terminal die dus enorm groot bleek te zijn. Hoezo Schiphol groot? Roltrap omhoog, roltrap neer En hij belde nog een keer, ‘we zijn onderweg’.

Tot overmaat van ramp moest ik weer door de security, weer het koffertje open, weer de riem af en werd ook mijn paspoort, visum en terugvlucht uit Cambodja nauwkeurig gecontroleerd. (En de douane beambte deed het paspoort weer keurig in het plastic zakje voor hij het aan me teruggaf)

Vlak na mijn komst ging de deur van het vliegtuig dicht en taxieden we naar de nu vertrekbaan.

Het was deze ochtend al vroeg lekker weer in Phnom Penh (tv schermpje in het vliegtuig)

Keuzes genoeg maar van de uitputting of zenuwen koos ik een Chinese (?) taal, die ik niet meer veranderd kreeg, maar daar heb ik verder weinig van gemerkt want na het tweede ontbijt deze reis (het lijkt wel of ‘het ‘s ochtends vroeg’ blijft) ben ik in slaap gevallen.

Op het vliegveld werd weer alles nauwkeurig gecontroleerd en buiten stond daar alweer een man met een bordje, maar nu met mijn naam erop te wachten. Het was de taxi van het hotel en na een half uur rijden over verschrikkelijk drukke wegen werd ik in dit heerlijke hotel afgeleverd.

Ik heb na een kopje koffie even gerust, maar wilde niet slapen (het was inmiddels Nederlandse tijd 4 uur ‘s nachts geworden) en heb de rest van de dag wat door de stad gelopen.

In de grote overdekte markthal.

Het oorspronkelijke centrum van deze hal is geheel door juweliers overgenomen. De eigenlijke markt (groente, vlees, vis) is naar buiten verplaatst.

Maar daar kun je wel nadat je vis hebt gekocht je teennagels laten doen. Kom daar maar eens om bij ons in Nederland.

Toen het begon te schemeren ben ik naar de rivier gelopen. En ja, als het ‘s avonds wat koeler wordt komt de hele stad tot leven.

En wandelt iedereen over de boulevard.

Op die boulevard is van alles te koop.

En uit de rivier wordt de vis vers gevangen,.

En hangen daar enorme afbeeldingen van het koninklijk paar.

Nou ik heb het nu tot 8 uur volgehouden, lekker gegeten aan de rand van het zwembad, het is welletjes vandaag. Gisteren stond ik om 6 uur op (altijd bang dat ik geen tijd voor iets heb, en altijd te vroeg op Schiphol), dat worden dus 31 uur wakker als ik het goed uitreken…. Tijd om te gaan slapen.

En wat is het weer verschrikkelijk fijn in de tropen te zijn.

De laatste dag

En nu zitten we een half uur te vroeg op een bank (maar we kunnen zitten!) op station London St Pancras. En heb ik mooi de tijd dit bericht af te maken.

Nog 1 blik achterom

Daar ergens tussen de rotsen ben ik eergisteren in de mist gestopt.

Ik wilde perse de kapel bij St Aldhemhead zien dus liep daar na wat later bleek het laatste kopje koffie voor uren zou zijn, naar toe.

Heerlijke koffie!

Om de kapel te bereiken was het ruim 8 km ‘om’. En er moest nog 1 hopelijk allerlaatste kloof overbrugd worden.

218 treden naar beneden, 216 omhoog

En alle treden zijn diep en verschillend van hoogte.

De kapel, 800 jaar oud

Hierna volgde een heerlijk pad, vaak vlak langs de zee, niet te steil, weinig overstapjes, weinig koeien enz. Gewoon een heerlijk pad.

Het pad slingert naar beneden

Voor de laatste keer wandelen tussen de wilde bloemen

Hier zouden we weer dolfijnen moeten zien.

Nadat het pad ‘linksaf’ ging verschenen er weer witte rotsen

En was het nog 2 mijl doorlopen tot Swanage waar we de bus naar Poole namen.

En ‘s avonds hebben we met een glas cider-ale (een ontdekking, het is heerlijk) de goede aankomst gevierd.

We made it!

Ik heb in 4 delen ruim 1000 km afgelegd, het laatste deel in combinatie met Dartmoor samen met Mariet.

Instructions for living a life:

Pay attention

Be astonished

Tell about it. Mary Oliver

Astonished, altijd weer astonished

On a misty day

Ballade over de voetpaden in Vastmanland dl. 3

wie gaven vorm aan het pad?

kolenbranders? vissers?

hout sprokkelende vrouwen met magere armen?

de vogelvrijen, schuw en grijs als het mos, nog in hun dromen

met het bloed van de broedermoord aan hun handen?

allen en niemand

we maken het samen

ook jij op een winderige dag

als het vroeg of laat op aarde is

we schrijven de paden

en de paden blijven bestaan

En de paden zijn verstandiger dan wij

en weten wat wij zouden willen weten

Vanochtend vroeg

Hier gaat het pad (linksonder in de hoek) steil omhoog. Ik moest soms met mijn handen en voeten klimmen. Eenmaal boven op het klif ging het een poosje redelijk vlak.

En was er nog een uitzicht

Het pad ging vandaag door een militair oefenterrein. Dit is alleen in de weekenden te gaan, de andere dagen van de week is het streng verboden toegang. Ook nu is het pad met een soort gele paaltjes aangegeven.

Opkomende mist

En van die gele paaltjes….. dat is maar goed ook want er kwam een enorme mist op. De gele paaltjes doemden op uit de mist, net als de andere wandelaars, de kliffen en een verdwaald schaap, maar de paaltjes wezen de weg.

Tot 2 uur ben ik doorgegaan, soms enorm steil en lang omhoog, soms weer naar beneden. De mist bleef. Om 2 uur kwam ik in Kimmeridge Bay. Dit was het startpunt van een hardloopwedstrijd over de kliffen, ook de hardlopers liepen met wandelstokken. (je moet wat doen op een vrije zaterdag). Op dit terrein stonden daarom koffie- en eettentjes. Mijn eerste pauze. Koffie! Omdat de mist bleef (en daarmee het uitzicht weg bleef) besloot ik over land naar Corfe Castle, waarvan we dachten dat ik daar een hotel had geboekt, te gaan. Verwarring alom en geen hotel. De man van het gedachte hotel bracht ons naar een ander hotel, vanwaar we morgen weer vertrekken op weg naar Poole.

Kliffen in de mist

En ik hoefde niet te lopen naar Corfe Castle. Ik had onderweg verschillende keren met een medewandelaar ervaringen uitgewisseld (over de mist, brexit, het pad, wat te doen na dit pad enzovoorts, alles waar je zoal over praat als je in de mist loopt) en hij werd door zijn vrouw met auto opgewacht en ze vroeg of ik mee wilde rijden.

The white cliffs………

There’ll be bluebirds over

The white cliffs of Dover

Tomorrow, just you wait and see

There’ll be love and laughter

And peace ever after

Tomorrow, when the world is free.

Strandhuisje in Weymouth

Vrijdag 23 juni, vandaag liep ik van Weymouth naar Lulworth Cove

En dat werd geen Dover, geen Amerikaanse vliegtuigen, geen eeuwige vrede en geen vrije wereld. maar wel witte kliffen!

Het begon onschuldig, als een prettige wandeling: langzaam ging het pad het klif op, na 2 uur was daar een inn met heerlijke koffie en ondertussen prachtige uitzichten.

Na ongeveer 4 uur ging er bovenop een klif een zijpaadje richting zee en stond daar dit bankje:

Met dit uitzicht!

Het hierop volgende klif was nog prettig te bewandelen en het lukte me zelfs een foto van een vlinder te maken. (We zien de hele reis al enorm veel vlinders, ze dansen voor ons uit, vliegen met ons mee, maar op de foto? Nee dat lukte niet).

Hierna werd het alsmaar steiler, enger en mooier.

3 kliffen ging het steil omhoog en steil naar beneden.

Ik sleep al bijna 3 weken mijn op de rugzak vastgebonden wandelstokken mee en toen ik bovenop het eerste steile klif stond en dat pad naar beneden zag, rukte ik ze bijna van de rugzak af.

Lulworth Cove

Tenslotte bereikte ik Lulworth Bay en was het nog 1 mijl lopen naar het dorp.

Lulworth bay

Ik slaap in een b&b in het dorpje Lulworth. Daar lijkt de tijd te hebben stilgestaan. En wat een rust! Toch een beetje schijn. De restaurants zijn vanavond allemaal volgeboekt en ik ben blij dat we deze b&b al in februari hebben geboekt want ook een slaapplaats is hier niet meer te vinden.

Er ligt een briefje bij de koffie en thee met deze ietwat mysterieuze tekst; ‘We respectfully ask you that you do not have Red Wine in the bedrooms due to many accidents’.

Portland

Ballade over de voetpaden in Vastmanland, deel 2

‘Het pad volgt trouw het kompas, als een streep’

je loopt naar het oosten

het kompas wijst halsstarrig naar het oosten

het pad volgt trouw het kompas, als een streep

alles is in orde

dan buigt het pad naar het noorden, in het noorden is niets

wat wil het pad nu? al snel komen we bij een groot moeras

het pad wist dat

het leidt ons er omheen met de zekerheid van iemand die het eerder heeft gedaan

het weet waar het moeras ligt, het weet waar de berg te steil wordt

het weet wat er gebeurt als je noordwaarts in plaats van zuidwaarts rond het meer gaat

het heeft dat alles zoveel keren eerder gedaan

dat betekent het een voetpad te zijn

Zicht op Chesil Beach en Weymouth (in de verte)

Vandaag liepen we rond het eiland Portland, een vreemd eiland. Het lijkt een mengelmoes van van alles: groepjes huizen, veel armoede, leegstand, fabrieken, twee gevangenissen, een voormalig olympisch dorp en veel natuur.

De vuurtoren op de zuid punt

Het kustpad liep rond het eiland, vlak langs de zee.

En dan wordt het een mooie wandeling

Onderweg meenden we scholen dolfijnen te zien, heel in de verte. Jammer genoeg te ver weg voor een foto.

En een dag zonder rugzak

We hebben driekwart van de wandeling gedaan, het laatste deel was ons ontraden en dat kwam goed uit, want het was warm. En toen kwamen we opeens bij een beeldig rijtje huizen.

Ook daar bracht het pad ons naartoe

Van Abbotsbury naar Portland

Langs oude wegen

Ballade over de voetpaden in Vastmanland door Lars Gufstafson dl. 1

Onder het zichtbare schrift van bijwegen, grindwegen, boerenwegen

vaak met in het midden een kam van gras tussen diepe wiel sporen

verborgen onder stapels hakhout

nog duidelijk in het kapotgedroogde mos

loopt een ander schrift: de oude voetpaden

ze lopen van meer tot meer, van dal tot dal

soms slijten ze uit, worden zichtbaar

soms raken ze verdoold over kale zwarte stenen

middeleeuwse bruggen dragen hen over zwarte beken

in moeras raak je ze gemakkelijk kwijt

zo ongemerkt, dat ze er het ene ogenblik zijn, het andere niet

deze paden zijn koppig, ze weten wat ze willen

er is een vervolg, er is altijd een vervolg als je maar zoekt

en aan kennis paren ze een list.

Soms is het pad nauwelijks te zien

Maar wel te voelen, dit pad was ook overwoekerd met braamstruiken en brandnetels.

En soms waren er kiezelstenen

We hebben maar ‘even’ over Chesil Beach gelopen (het duurde twee uur voordat er een zijpad was).

Er langs ging beter

En dat was prachtig, het blijft imponeren, deze enorm lange strand strook.

Aankomst in Portland

Portland is een eiland dat met een lange brug verbonden is met het vaste land. We blijven hier twee nachten, zodat we morgen hier een wandeling over het eiland kunnen maken.