Verder langs de kust

Het strand bij Eyp’s Mouth vanochtend

Het was twee uur lopen naar de eerste koffie stop in West Bay, een onooglijk plaatsje, een mengeling van een oud vissers plaatsje en de moderne tijd in de vorm van verschrikkelijke nieuwbouw.

De haven

Als ik de kerkjes zie in die oude vissers plaatsjes moet ik altijd denken aan alle zorgen, angsten en verdriet die er vroeger om de vissers bij zwaar weer op zee waren.

Het pad liep verder over de klif rechts achter de kerk.

Het ging weer stijl omhoog

Na enkele uren werd het wat vlakker en moesten we verder over het strand. Dit is geen zandstrand maar een strand van ‘peddles’, kiezelstenen, soms groot, soms klein en altijd zwaar om over te lopen.

Chesil Beach

Chesil Beach is een soort zandbank van 18 mijl lang. Tussen het vaste land en de zandbank is een lagune met zout water. En Chesil Beach is bekend om het mooie boek geschreven door Ian McEwan, dat ook verfilmd is: ‘On Chesil Beach’. Over een paar dagen lopen we door Weymouth waar het hotel staat dat zo’n belangrijke rol in het verhaal speelt.

Maar wij waren voor vandaag de peddles zat en gingen het land in op weg naar Abbotsbury.

Mariet in dit prachtige, wijdse landschap

Vlak voor Abbotsbury staat de Sint Catharina kapel.

Hoog op het klif

En dit is Abbotsbury, een beeldig oud dorp, maar jammer genoeg erg toerisme like opgeknapt. Er stond hier opeens weer een file op de weg.

Het laatste boekje!

Ik loop het Coastpath met boekjes waar alleen een goede kaart in staat waarop de route is aangegeven. Meer is niet nodig omdat a. de route onderweg goed is aangegeven, en b. je ‘alleen maar’ langs de kust moet lopen. Ik ben van de vijf boekjes (Noord Devon, Noord Cornwall, Zuid Cornwall, zuid Devon) dus nu in het laatste boekje: Dorset aangekomen. Het laatste blog eindigde met het plaatsje Beer, daarna moesten we nog naar Seatown lopen waar we sliepen.

Vandaag, 19 juni zijn we naar Seaton en dan weer wat verder omdat daar het hotel staat, gelopen. We slapen in het plaatsje Eype’s Mouth. De rivier de Eype is een klein stroompje, ook hier heeft het al veel te lang niet geregend.

Bij Lime Regis begint de Jurassic coast, waar iedereen hier erg trots op is. Ik moet de hele tijd aan Jurassic Park denken, iets anders dus. Maar die coast is prachtig, ja, om trots op te zijn.

Lime Regis

Vanaf Lime Regis ging het klif op en klif neer met prachtige uitzichten, die weliswaar soms door de wolken? de mist? bedekt waren maar toch altijd mooi zijn.

We liepen in deze etappe over het hoogste klif van de zuid kust: de Golden Cap. Hij is 191 meter hoog en omdat je voordat je deze beklimt al ettelijke keren op en neer bent gegaan en hij bovendien erg stijl is, zijn de bankjes onderweg erg welkom.

‘De weg was lang………’

Hierna dachten we vals plat en langzaam naar Eyp’s Mouth te kunnen lopen, maar dit bleek niet het geval.

Het bleef op en neer gaan
Zicht op Eyp’s Mouth

Enigszins…… uitgeput kwamen we in het hotel aan.

De laatste zonnestralen

Na het eten kon ik het niet laten toch maar ‘even’ langs het strand te lopen.

De avond valt

Naar Sidmouth en de volgende dag Seaton

Bij Exmouth sliepen we in een b&b die al een stuk op de route van de volgende dag lag, dus opeens hadden we een ‘korte’ wandeldag. (Dit ‘korte’ valt altijd tegen)

Herdenkings boot

Op het strand van Budleigh Salteron ligt deze boot. Ieder die dit wil kan een kleine herdenkings tekst op de wanden van de boot laten aanbrengen.

Na Budleigh Salterton moesten we de rivier de Otter oversteken. Omdat het hele gebied natuurgebied is heeft men over het smalste stuk in de rivier een brug gebouwd. Het water in de rivier stond so wie so te hoog om er doorheen te kunnen gaan.

Natuurgebied rond de Otter

Na de brug ging het al snel omhoog, het klif op.

Achter dit klif bleek een enorm groot vakantiedorp te zijn gebouwd, met zwembad, restaurant, speeltuinen en een soort aangelegd wandelgebied. Een moderne vorm van recreatie, er ging een geheel nieuwe wereld voor me open.

Op weg naar de toiletten passeerde ik een gokhal

Ik vind dat nou typisch een reden om hier naar toe te gaan, gokken.

Gelukkig zijn de kliffen zo gevormd dat je na 5 minuten lopen niets meer van het vakantiedorp merkt.

We hadden in Sidmouth een hotel geboekt. Dit stuurde ons vorige week een bericht dat ze de boeking cancelden. Een reden werd niet opgegeven. (Ze hebben liever geen gasten voor 1 nacht. Het gebied is zo populair dat ze gemakkelijk de kamers voor meerdere dagen vol krijgen). Gelukkig schoot me te binnen dat in deze stad een vrienden van de fiets adres was. Ik heb dit toen vorige week direct gebeld en we konden komen!

Pizza’s kopen

De ‘vriendin van de fiets’ bleek een enthousiaste wandelaarster te zijn die ons allerlei tips over dit gebied gaf. En ze had veel fietstochten in Nederland gemaakt en sliep daarbij altijd bij ‘Vrienden van de fiets’.

Ze had geen zin om te koken en stelde een gezamenlijke pizza maaltijd voor. De man links op de foto brengt de bestellingen rond. (Wij gingen ze halen)

Ontbijt in de prachtige keuken

De rotsen en zee waren deze ochtend in mist gehuld.

Dit gaf in ieder geval het gevoel…. dat het lekker fris wandelweer was. Na de eerste klim was van dat gevoel weinig over. Het zweet droop van mijn gezicht.

De bomen brachten enige verkoeling
Het pad leek af en toe stijl naar beneden te gaan

Rond vier uur kwamen we in Seaton aan.

De rotsen zijn inmiddels wit

Seaton is een onaantrekkelijk en vervallen plaatsje. Het was er ook moeilijk een restaurant te vinden dat open was.

Seaton is dus niks, daarom ter afsluiting een foto van een rijtje huizen in het plaatsje Beer (what’s in a name) waar we vlak voor Seaton doorheen liepen.

Naar Exmouth

Van Teignmouth naar Exmouth, het zijn allemaal mondingen van rivieren waar we vandaag omheen of langs lopen of over varen.

En de trein rijdt langs de zee

Het was maar een kort stuk vandaag, heerlijk om er weer ‘in’ te komen.

Zicht op Dawlish

Het spoor langs het pad wordt uitgebreid en gerenoveerd. Daarom moesten we vaak omlopen. En hadden we opeens dit prachtige uitzicht.

Begroeide kliffen na Dawlish

En een blik richting zee.

Het is eb

Na Dawlish kwamen we al snel bij de monding van de Ex. Hier ging het verder met de ferry naar de overkant.

De scheepshond
Aankomst in Exmouth

Onderweg heb ik nog geprobeerd de Zuiderzee ballade in te zetten, maar niemand deed mee.

Om het lawaai van de laatste nacht te verwerken zijn we hier na aankomst heerlijk in een vis restaurant op het terras, aan zee (het kon niet op) vis (natuurlijk) gaan eten.

‘Fish in tin’

Dit was het voorgerecht. De rekening hebben we betaald met de teruggave van de al betaalde hotel rekening (van de doorwaakte nacht). Want die nacht hoefden we niet te betalen. Zo was het hotel dan ook wel weer.

Weer terug naar de kust

Gisteren, woensdag 14 juni was het al weer de laatste dag op Dartmoor.

Op Haytor

Haytor is 1 van de meest karakteristieke punten op Dartmoor en het is daarmee meteen ook 1 van de meest toeristische. Behalve enkele schoolreisjes die in de hitte de heuvel op werden ‘gedreven’ hebben we er weinig toeristen gezien. En de afgelopen week al helemaal niet. Soms zagen we de hele dag niemand.

Haytor is nog hoog en liggend in het zuiden van Dartmoor moet je bij helder weer de zee kunnen zien.

Wij dachten (natuurlijk) heel in de verte de zee te zien.
Het allerlaatste meidoornboompje.

Vanaf Haytor volgden we de Templerway naar Teignmouth. Dit pad volgt de ‘tramline’ waarover vroeger het graniet en tin uit de mijnen naar de havens van Newton Abbot en Teignmouth werd vervoerd.

Het pad is totaal 30 km, we hebben er gelukkig (in de hitte) twee dagen over gedaan. Onderweg weer de gebruikelijke koeien (die zal ik missen als ik over 2 weken weer naar AH ga). Dit was een grote kudde, wij moesten dit eerste hek open doen, de koeien passeren en over het volgende hek klimmen omdat we het niet open kregen. En alles vlug, vlug, want die koeien roken de vrijheid.

Tja, de koeien luisterden niet echt. (Of had ik de verkeerde toon?)

We sliepen halverwege in Bovey Tracey en liepen vandaag via Newton Abbot verder.

Het pad volgt de rivier de Teign. Dit pad is alleen begaanbaar bij eb. Maar dan is het erg glad omdat het water een vette laag slib achter heeft gelaten met glibberig mos op de stenen.

Glibberend op weg

Halverwege zijn we via de weg verder gegaan en na 10 km bereikten we Shaldon.

Aan de overkant ligt Teignmouth

En toen was het weer terug in de bewoonde wereld.

Het is niet duidelijk te zien maar de foto moet de prachtige bloeiende rozen laten zien. (Maar de huisjes zijn ook leuk)

We slapen bij toeval in een mooi oud hotel. Dit staat echter aan een weg waar juist vanavond, precies onder ons raam aan gewerkt werd. We dreunden het bed uit. Ik herinner me vaag dat ik rond 12 uur nog naar de receptie ben geweest. Om 12 uur werd het stil.

Maar het hotel is echt mooi, dat wel.

Een ingenieus systeem om de ramen te openen
En het uitzicht en de tuin: onovertroffen.

Dartmoor

In Polen las ik het boek ‘Jaag je ploeg over de botten van de doden’, geschreven door Olga Tokarczuk. In dit boek vertaalt de hoofdpersoon gedichten van William Blake. De Engelse dichter die dat prachtige ‘Jerusalem’ schreef. En hij schreef meer mooie gedichten, zoals dit.

Op HamelTor, ik kon er helaas geen uur blijven. (Er zou nu een filmpje te zien moeten zijn- soms wel, soms niet. De techniek? Het WiFi?)

Stenen, stenen en dieren

Muurschildering in Okehampton

Van Okehampton liepen we naar Chagford over de Dartmoorway, een pad dat met een grote cirkel aan de rand van Dartmoor loopt. Soms een Tor op, soms door het bos.

Het ‘pad’

Zodra we het plaatsje uit waren volgden we een naar beneden stromend beekje. Een stroompje dat een kleine rivier werd. Hoe breder het werd, hoe onmogelijker het pad werd.

En soms was het pad weg.

Toen het pad eenmaal van het riviertje weg draaide werd het weer klimmen en kwamen de schapen weer op ons pad. Sommige hellingen zijn helemaal bedekt met varens, soms wel een meter hoog.

En altijd weer beeldige lammetjes

Tenslotte kwamen we in Chagford aan, waar ik vorig jaar in de stromende regen en mist het wandelen voor die dag opgaf.

Chagford

Stralend weer, dus nu kon ik door!

Vanuit Chagford liepen we de volgende dag dwars door Dartmoor (ongeveer) van noord naar zuid naar Widecombe in the Moor een beeldig en toeristisch plaatsje. De dag begon goed…….we konden het begin van het pad niet vinden en liepen verkeerd. (4 km extra).

De tocht ging eerst lang door bossen wat gezien de hitte goed uitkwam. Zoals gebruikelijk kwamen we weer diverse dieren tegen, zoals deze koeien die onder de boom de koelte hadden op gezocht. Na een nieuwsgierige blik en wat voorzichtige stappen richting onze kant besloten ze het hazepad te kiezen en renden weg.

Vlak daarna ging het pad over een weiland waar een stier op stond. Hij loeide ons vol vreugde tegemoet. Eindelijk weer iets te doen! Wij besloten over het daarnaast liggende weiland te gaan, maar moesten hiervoor over hekken klimmen.

Nou ja, en toen moest de tocht dwars over de heuvels nog beginnen.

Aan de voet van Hamel tor

In het begin ging het lang vals plat stijgend over een helling die met heide pollen was bedekt. Hier was geen pad te bekennen. Zonder een goede kaart (ik had de kaart op de telefoon geïnstalleerd, en wonder der techniek daarop stond ook een tekentje dat aangaf waar ik liep en ook waar ik verkeerd liep…..), zou dit een onmogelijke tocht zijn geworden.

En soms was daar een bloeiende pol hei
Alweer, het pad

Onder aan de volgende top ligt een kring stenen. Hier is het pad in ieder geval duidelijk te zien. Niet duidelijk te zien is hoe stijl het daar naar boven ging.

Heel in de verte liepen we 5 dagen geleden

En het was altijd onbeschrijfelijk mooi.

Diep in het dal ligt Widecombe in the Moor

Hier hadden we om 6 uur een pub gereserveerd om te eten.

Ik liep om 10 voor 6 het plaatsje in

En ik was blij, zo blij dat ik ook op deze dag met prachtig weer hier in dit wonderbaarlijke gebied had kunnen wandelen. En zo blij dat het er voor vandaag opzat.

Het is alweer twee dagen verder

Hexworthy

Het werd vandaag een lange dag hoog over de Moors, precies wat ik wilde, wat ik hoopte, en het weer was goed! We liepen door een eindeloze (zo leek het) leegte, met heel in de verte de toppen van de tors.

Stepping stones

Halverwege bereikten we het ‘plaatsje’ Princetown, dit is het hoogst liggende plaatsje in Engeland en ik ben bang dat dit haar enige verworvenheid is, verder was er nauwelijks iets te beleven, behalve de Dartmoor gevangenis, een groot luguber complex.

We liepen maar snel door.

Aan het eind van de dag -die toch weer verder, langer en vermoeiender was dan gedacht- zaten we even langs de kant van de weg op de kant van een opgedroogd slootje bij te rusten toen er een auto stopte waar een vrouw uitstapte die vroeg of we een probleem hadden. Kortom, ze zette ons voor de b&b in Tavistock af.

Tavistock is een grote plaats hier met een winkelstraat, een kerk en restaurants. Maar geen tandarts (meer), zo hoorden we later en een huisarts was ook moeilijk te vinden.

We aten hier heerlijke pizza’s, in een restaurantje ‘achter de kerk’ waar alle pizza’s een naam hadden van een beroemde wielrenner die dope had gebruikt, (ook dat hoorden we later).

We vertrokken met lichte regen en liepen langs een ‘echte Engelse kostschool’, ze bestaan dus echt!

De hoge prijzen ook

Hierna kwamen ook op dit alternatieve pad (bad visibility option) diverse ‘overstapjes’

Blauwkapje in de moors

Gelukkig werd het weer droog en ook de schapen verschenen weer.

Halverwege bereikten we het plaatsje Mary on Tave, waar we grote verwachtingen van hadden, koffie! Gelukkig stond daar als eerste een kerk waar een vrouw werkte die ons mee naar haar huis nam voor koffie, want de enige pub in het dorp was dicht.

Het kerkje had prachtige glas-in-lood ramen

Ze bleek te wonen in een huis met een enorme tuin.

Bezichtiging van de tuin

Na de koffie en de wandeling over de tuin liepen we verder, het weer klaarde op en er verschenen weer schapen op het pad, hadden misschien ook geschuild?

Tenslotte bereikten we Lydford, het doel van deze dag.

Het gereserveerde hotel bleek een ruim uur klimmen verder te staan en het is zeer authentiek (laat ik het zo omschrijven). Zowel in de kamer als op weg naar en in de badkamer moet je je hoofd naar beneden houden om dit niet te stoten. Maar we hebben behang met klaprozen, dus dat vergoedt veel.

In de eetzaal

En over klaprozen gesproken, die zijn er hier ook ‘in het geel’.

En dan weer verder

Ivybridge

Het is een beetje krap op elkaar en ook iets helemaal anders maar ik ben weer op pad. Letterlijk op pad, alhoewel dat pad soms moeilijk te zien is. Hierboven ben ik net uit de bus in Ivybridge gestapt en bewonder ik de prachtige bloemen aldaar.

En zo liep ik Dartmoor in

Vanuit Ivybridge wandel ik met Mariet (dus -ook- weer veel mooie foto’s van mezelf) eerst 9 dagen in Dartmoor en lopen we daarna door naar de kust.

Bloeiende meidoorn
Het leken wel rododendron bossen

Dartmoor ligt in Devon, het is een ‘hoogland’ (upland in het Engels, ik weet hier niet de goede vertaling voor) dat voornamelijk uit graniet bestaat waar heide op groeit.

In de verte een ‘tor’

De heuvels hier heten ‘tor’, ze hebben allen een karakteristieke vorm en er liggen (?) vaak enorme rotsblokken op. in de dalen stromen beekjes en rivieren. Bovenop de tor hoor (en voel) je de wind suizen, in de dalen hoor je altijd het water stromen. En het is altijd klimmen en dalen. En we zagen dieren, half verwilderde paarden, schapen, koeien en een vosje dat snel wegliep. En de vogels natuurlijk, kwetterend, fluitend in de dalen, zwevend hoog in de lucht.

Natuurlijk op de eerste tot-top op de foto

De eerste nacht sliepen we in Buckfast, met uitzicht op de abbey.

Die schitterde als een ansichtkaart in de zon

De tweede wandeldag liepen we naar Hexworthy, hier staan 4 huizen en de Forest inn, waar we slapen. Bij aankomst hing er een bordje achter de deur: ‘closed’. En ook de rest van het gebouw zag er niet echt uitnodigend uit. Gelukkig was er een buurman die op een raampje tikte waarop een man verscheen. De kamer heet de ‘pinkroom’ met een mij onbekende bloem die het behang, het dekbed en het douche-gordijn siert. En ik at fish en chips.

Vandaag weer verder, naar Tavistock.

De vijfde dag

Nu weet ik waarom kapitein M. er de ochtend van 23 april op de drempel van Ravensbruck er zo knap uitzag. Nu weet ik weer waarom de kinderen zo mooi waren, die we die ochtend zagen op het perron van het Deense stationnetje. Ik weet waarom de bloemen zo mooi waren, waarom de hemel, de zon mooi waren, waarom de stemmen van de mensen zo ontroerend en mooi waren.

De aarde was zo mooi omdat we haar hadden teruggevonden.

Mooi en onbewoond.

(Charlotte Delbo)