Kumbakonam heeft erg veel tempels die allemaal kris kras in de stad staan.
Gelukkig adviseerde mijn gids welke tempels de moeite waard van het bezoeken zijn en ik koos er 3 + de ‘watertank’ die van groot hindoeïstisch belang is.
Het water men zegt heilig leek me eerder een favoriete plek voor de malariamug
De Kumbareshwara tempel bezocht ik hierna als eerste. De tempels hier zijn vrij primitief, klein en zeer levend.
Een lange gang met marktwinkeltjes leidt naar de tempel
In de gang was ook een beeldenmaker aan het werk, de beelden worden hier al eeuwenlang op dezelfde manier gemaakt.
De gang gaat over in tempel terrein
Ik kon in deze tempel ook weer gewoon rondlopen en maakte een dienst mee. ‘Dienst’ houdt hier in dat de goden getoond worden en dat er aan hen geofferd wordt. Te beginnen altijd aan de koe Nandi.
Hier is men in de weer bij de koe
In de volgende tempel werden enorme hoeveelheden melk over de koe gegoten, daarna werd het beeld met bloemen versierd.
Na dit offeren gaan de, ja, hoe noem je deze mensen, nou ja men gaat een stuk verder richting het heilige alwaar men door een priester met vuur gezegend wordt.
Het vuur komt uit het allerheiligste (wederom een lingam omringd door vuur)
Ook deze tempel is weer door 3 in het vierkant gebouwde muren omsloten. Tussen de muren zijn binnenplaatsen, soms overdekt, soms open.
De tweede tempel Nagashwara Swami Siva is de oudste tempel van Kumbakonam.
De tempel is gesticht in het jaar 886 (de toegangspoorten 907-940jOok nu weer een rij voor Nandi
Ook hier werd een dienst gehouden. Tijdens deze dienst werd er muziek gemaakt (een groot blaasinstrument en een tabla) En omdat mijn boek deze tempel roemde omdat hij de oudste tempel van Kumbakonam is en omdat hier prachtige beelden staan ging ik daar naar op zoek en kon zo ook een opname van de muziek maken.
De God Brahma
En tenslotte, Shiva met zijn vrouw Parvati samen in 1 beeld. ‘The sculpture draped tastefully to cover his/her single breast’. (Zei mijn boek)
Het beeld wordt – tegenwoordig – bedekt, van het sculpture is niets meer te zien.
Dit is de volgende tempelstad, en omdat het nu 2 uur is en de tempels weer om half vier open gaan en omdat alweer een bericht over tempels toch wel klein beetje eentonig wordt, hierbij een verslag van het praktische gebeuren hier zo in India.
Ik sliep vannacht in Chidambaram in hotel Haresharam, enorm aanbevolen door de gids, maar het hotel had duidelijk beter tijden gekend. Na het tempelgebeuren wilde ik er nog iets eten, maar het restaurant gedeelte was al opgeruimd, dus vlug naar iets anders.
Vanochtend bleek dat er een nieuwer restaurant van het hotel is, ‘left and then right’ sprak de man van de balie. De tocht ging langs de heren toiletten (die nog niet vernieuwd waren) altijd verfrissend op de vroege ochtend.
Maar bij het ontbijt was er cornflakes en jam. (Naast de gebruikelijke Indiase hapjes en soepjes). Ook lagen er sneeën brood naast de cornflakes en stond er een broodrooster aan de andere kant van de zaal naast het Indiaas gebeuren. En er was zoals altijd fruit! Wat zal ik die papaya gaan missen.
Na het ontbijt kon ik direct oversteken naar het busstation aan de overkant. Het vinden van de juiste bus vergt altijd enige zorg omdat alle woorden hier in het tamil geschreven worden. Maar er is altijd iemand die wil helpen, een vriendelijke man bracht me naar de plek waar de bus zou komen. Hier stond een groepje buschauffeurs en -conducteurs met wat dames te praten. Dolle pret zo met elkaar. De dames bleken travestieten te zijn, een groep die al eeuwen hier in de cultuur een plek heeft. Ik had al eerder travestieten gezien, en ook deze wilden niet op de foto. (Ze willen zich geen ltb-enz noemen)
Enkele reisden mee in de bus: ze gingen langs alle passagiers, klapten elke keer drie maal hard in de handen en zegenden daarna de passagier, man, vrouw, kind, moslim iedereen kreeg een beurt. Tegen een kleine vergoeding, natuurlijk, dat wel.
Dat brengt me op het geld. Het grootste biljet is 500 rsp. Dat is voor het gemak €5.- dus als je €100 pint dan krijg je 20 biljetten van 500 rsp, en soms van de laatste biljetten wat klein geld: 200, 100 enz.
Onder de papieren rupees zitten munten. In het toeristencircuit wordt het bedrag vaak afgerond naar papier. In winkels en op de markt is het muntgeld heel gewoon. Een banaan bv kost 2 rupees. (Ja, dat is 2 cent).
Ik heb soms het gevoel dat ik gemakkelijk met die biljetten van 500 rsp omga, maar dat dit voor de gewone man of vrouw, laat staan de armen een heel bedrag is.
En het kan verwarrend zijn. De tuktuks! Dit zijn degenen waarbij je moet afdingen en ze hebben altijd een voorsprong, ze weten de weg, ze weten de afstand en ze weten dat je veel geld hebt. Dus altijd gedoe, voor je het weet om 100 rsp (want in je achterhoofd is er altijd dat stemmetje, ‘toeristenprijs, ik word weer bela….’) zo was een ritje van het hotel naar de tempel gisteren met moeite 50 rsp (5 minuten hooguit) en was vandaag een ritje van het busstation naar dit hotel ook 50 rsp (10 minuten). En ik had ook even geen zin om af te dingen. ik weet nog steeds niet wat de juiste prijs is.
500 rsp is dus een enorm bedrag. Ik heb zojuist hier in het hotel (dat vrij chiq is) voor 295 rsp gegeten (in de ‘stad’ kost dezelfde maaltijd 150j en dan denk ik 295 ‘wat duur’. En dan realiseer ik me weer dat dit €2,95 is.
Na het eten kreeg ik een opgevouwen blaadje van een mij onbekende boom, verpakt in een plastic zakje. Na veel gepeuter zat er iets heerlijk zoets in het blaadje. De bediende kwam langs en zei ‘you can eat the leaf too’. Dat zal ik volgende keer doen.
In de bus zaten weer veel moeders met beeldschone kinderen. Door de drukte lukte het niet daar een foto van te maken. (De moeders maakten wel weer selfie met mij). Daarom een foto uit het restaurant van vanmiddag.
Ik ben in Chidambaram, de plaats waar Shiva een danswedstrijd van Kali won en zo Nataraja, de Heer van de kosmische dans werd.
‘U kent natuurlijk de voorstelling van de dansende Shiva? Hij, met twee benen en de vier armen, dansend, springend binnen een cirkel van kosmisch vuur, met 1 been opgeheven en de andere geplant op het lichaam van onwetendheid en kwaad, om die ook op hun plaats te houden. De dansende Shiva, de dans van schepping, behoud en vernietiging. Een complete kringloop, een volkomenheid. Het is een moeilijk begrip, men moet er met het hart op reageren, niet met het hoofd.’ (Zuster Ludmila, in dl 1 van de Jewel in the crown)
Ik ben vanochtend in de stromende regen uit Pondicherry vertrokken, de voorspelling is 100% regen voor vandaag maar zojuist ben ik al even naar de Nataraja tempel geweest (voor hij tot 4 uur dicht ging) en was het droog. In Pondicherry ‘dreven’ de brommertjes in het water en zag ik mensen tot aan de heupen door het water gaan. De tuktuk man zette me gelukkig precies voor de deur (die altijd open staat) van de bus af. En gaandeweg de bus verder reed werd de regen minder.
Ik ben hier eigenlijk maar een halve dag, alleen voor de tempel.
Vier enorme toegangspoorten geven toegang tot de tempel.
Detail van een toegangspoort 108 dansende figuurtjes in de toegangspoort
Je zou een studie kunnen maken over de betekenis van het getal 108, ik heb het in Tibet gezien (een vrouw met 108 strengen haar) en ook in het boeddhisme is het een heilig getal.
We werden er 10 voor 1 uitgestuurd, dus tijd om wat te gaan eten.
Dit is een ‘Chidambaram meals’. Heel attent krijg ik er een lepel bij. Iedereen eet hier met de hand.
Het rode bakje rechts zijn bietjes, het enige dat ik kon thuisbrengen
Om 4 uur ging alles weer open en heb ik uitgebreid de tempel bezocht. Het allerheiligste gedeelte bereik je na 3 ingangen. ik had hierbij echt het gevoel steeds dieper tot de kern te komen.
De tweede ingang
De derde ingang leidt naar een gebouw met een gouden dak, waarin een lingam gemaakt van ether (waaruit lucht, vuur, water en de aarde zijn geboren) wordt bewaard, deze lingam is onzichtbaar. (Het wezen van het bestaan is ook onzichtbaar).
Er staan ook nog een kristallen lingam en een robijnen beeldje van Shiva, deze worden tijdens de dienst in vlammen gebaad, onder het geluid van gezangen.
Ik kon overal bij zijn, het was verschrikkelijk druk, en als de laatste deuren eindelijk open gaan raakt de menigte die ervoor staat te wachten in extase. De priesters gaan met het vuur rond en de mensen worden door een soort bewakers (die ook scherp opletten dat er geen foto’s worden gemaakt) gemaand door te lopen. Daarna krijgen ze een klein hapje te eten. Ik kreeg ook een blaadje met eten. Je kon ook nog tegen een kleine vergoeding vlak langs het heilige lopen, ik weet niet of ik dit zou mogen, ik heb het niet geprobeerd. De mannen moesten met ontbloot bovenlijf, de vrouwen mochten hun kleren aanhouden.
Hierna dwaalde ik wat door de diverse gangen.
In de gangen zijn nissen met kapelletjes met beelden van de diverse goden of verschijningsvormen van Shiva, hier zit een priester waar de gelovige ‘puja’ bij kan doen (een soort gebed). Ik kreeg vaak uitleg en toelichting van hen.
Kapelletje voor Parvati
En rond zes uur, als het geheel weer wordt afgesloten, wie stapte daar uit de tempel? Ik heb echt overal gekeken en heb geen olifant gezien.
Maar hij was er wel en mag nu weer naar ‘huis’
Alweer ruim een week in India en nu al een dagje rust. De drukte van India: het getoeter, het je aanspreken, al die indrukken, het opletten bij het lopen op straat, waar komt het verkeer vandaan? Trap je niet ergens in? Wat wordt er nu weer geroepen, de geuren, de kleuren, de reclames, de muziek. En het gaat maar door, de hele tijd, zodra je een voet buiten de deur hebt gezet. De bedelaars hebben je, zonder dat je het merkt, direct in de gaten, de verkopers staan met hun waar klaar. Het is het lawaai van India. Je wordt er in opgezogen, zelfs mijn biotex ruikt naar massala.
Dus heb ik een dagje rust hier in Pondicherry gepland. Pondicherry was ooit een Franse kolonie er er ‘hangt nog de typisch Franse sfeer’ aldus de gids.
Wandelen langs de boulevard
Langzaam verandert Pondicherry zich in een soort Indiaas ‘Zandvoort’. Het is nu weekend en het oude Franse gedeelte (‘white town’) wordt bevolkt door kinderen van erg rijke Indiërs, de jongens rijden stoer op motors rond, de meisjes laten zich in prachtige westerse uitgaanskleding fotograferen. (Ik trek mijn Indiase dracht hier dus maar niet aan, ik zou bijna een bezienswaardigheid zijn)
En ze willen nog steeds met me op de foto
Er zijn ‘Franse’ restaurants, ik heb er gisteren een ceasarsalade gegeten, het enige wat ik als ceaser kon traceren was de sla, bedekt onder een onduidelijke gesmolten ja wat? laag. En er zijn tentjes met croissantjes (erg lekker, maar 1 is alweer genoeg) en cappuccino.
Waar Siem Riep helemaal op de westerse toerist is ingericht, is Pondicherry dat op de Indiase toerist. En allebei hebben ze die cappuccino (dat wel) en MacDonalds (hier met massala chicken).
Cambodja is te arm, dat heeft (nog) geen eigen toeristen.
Vandaag, zondag 7 januari ging ik eerst naar de botanische tuin. Deze is aardig in verval.
Er is wel een speeltuin en een miniatuurtreintje (met perron) dat door de tuin zou moeten rijden. (Ik heb het niet gezien)
Van de kassen is weinig meer over
De toegang voor foreigners is 50 rsp (50 cent). Ook hier mocht de grote camera niet mee, tenzij ik 1000 rsp betaalde.
Hierna ging ik weer op weg naar de boulevard.
Langs de straat zie je hier herhaaldelijk deze kastjes ‘wall of kindness’. Waar bij ons deze met boeken zijn gevuld, ligt er in deze kastjes kleding.
Een schoenenwinkel
Tijdens mijn wandeling stuitte ik op een yoga wedstrijd. Zeer zeker! voor gevorderden!
De jury kijkt kritisch toe
Ik was voornamelijk bang dat de deelnemers niet meer uit de knoop konden komen, of dat ze zouden omvallen (staande op 1 been, of 1 arm)
Lenig, zo lenig
En de jury voorzitter vroeg de kandidaten ‘een beetje op te schieten, want er waren nog meer kandidaten’. Hoe haalt ‘ie het in zijn hoofd.
Zodra je het oude Pondicherry (the white town) uit bent, ben je weer in het andere India.
Het united coffee house
Ik heb hier gelukkig een zalig guesthouse: Les Hibiscus.
Hier vestigde Shiva zijn macht over Brahma en Vishnu door zich als een lingam van vuur te tonen. En daarmee is de Arunchaleshvara – tempel de tempel van het vuur, het tweede element en is de stad heilig.
Zicht op de Arunachala berg
Het mooiste uitzicht op de enorme tempel, die vanaf de grond niet te overzien en niet in zijn geheel te fotograferen is, is vanaf 1 van de heuvels achter de Sri Ramanasram ashram. Dus toog ik daar vanochtend eerst naar toe.
Langs de weg zitten bijna naast elkaar ‘heilige mannen’.
Samen aan het ontbijt
Dus liep ik eerst naar de ashram. Die bleek groot, mooi en wereldberoemd. En ik zag opeens heel veel leeftijdsgenoten uit het westen die hier een tijdje wonen. (Ik had er nog nooit van gehoord, maar het is het centrum van de Advaita Vedanta) Bij mijn binnenkomst was het juist etenstijd. Enorme lamellen met eten stonden klaar om de ook enorm lange rij saddhu’s eten te geven.
Er bleek inderdaad een pad achter de ashram naar boven te zijn. Dus liep ik in stilte (je mag er niet praten) en op blote voeten 2 km over enorme keien omhoog, de aapjes en hun uitwerpselen vermijdend. Het pad ging naar een grot waar Sri Ramana Maharishi jarenlang gemediteerd heeft. Ik moet eerlijk bekennen dat ik na het bereiken van het uitzichtpunt weer naar beneden ben gegaan.
Uitzicht op de Arunchaleshvaratempel
Hierna heb ik uitgebreid de tempel bezocht. Allereerst ben ik een stuk mee naar binnen gegaan met de pelgrims. Bij het allerheiligste mag ik niet komen (alweer een lingam, die tijdens een dienst gebaad en aangekleed wordt), maar zo op weg met de pelgrims kwam ik een heel eind.
Ik blijf natuurlijk proberen die enorme torens mooi op de foto te krijgen. Overigens alle foto’s binnen het complex zijn met de nieuwe telefoon gemaakt. Fotograferen is ook hier verboden, maar zo blijkt het, dit geldt alleen voor fototoestellen. (Ik denk dat ze de telefoons hier niet verbannen hebben gekregen, iedereen loopt ermee, om vooral zichzelf op de foto te zetten).
En natuurlijk veel nandi’tjes (de heilige koe)
Er was ook weer een prachtige hal met ‘duizend pilaren’.
Waar ik zomaar in mijn eentje een tijd lang doorheen kon dwalen.
Hierna ben ik gaan eten en werd voor de tweede keer in 1 ogenblik compleet drijfnat. De eerste keer was op weg naar de niet-bereikte grot. Nu was het het eten. De tali (een bord met verschillende bakjes met gerechtjes die je eet met rijst) was enorm scherp. (‘Sharp but nice he’ zei de dame van de bediening). en dat klopt, het was heerlijk.
En nu zit ik op ‘mijn balkon’ met zicht op de berg. Het is kwart voor zes, en straks in een oogwenk zo lijkt het zal het donker zijn. Schemeren daar doen ze hier niet aan.
Oog in oog met de goden
Dat hindoeïsme met al zijn prachtige verhalen, met zijn strijdende goden, want het gaat, ook bij hen, altijd om macht. Dan heeft de ene, dan weer de andere God de macht. Hier in het zuiden is het Shiva, de vernietiger van de schepping (zodat het daarna opnieuw geschapen kan worden, dat wel). Shiva woont in de tempel, waar hij wordt aanbeden. Ik begrijp er nog steeds niet veel van. Wat aanbidden ze daar? Zijn kracht? Of is het het accepteren dat er in de kringloop altijd weer een moment van vernietiging is, waarna de kracht van de schepping (Vishnu) zijn werk weer kan doen. Of is het de God gunstig stemmen zodat hij niet zal vernietigen. Ik merk dat ik snel westerse concepten gebruik.
Oog in oog met de goden, het beeld kijkt terug, wat, wie ziet het? Wat doet dat met mij?
Het kan natuurlijk niet uitblijven dat ik toch met de mensen wil praten over de politiek en de situatie waarin ze zich bevinden.
Gisteren stond er een man op de hoek bij het hotel die me toen ik hem passeerde een vrolijk nieuwjaar toewenste. (Dat gebeurt vaker). Daarop vroeg ik hem of ik iets mocht vragen. Hij zag er islamitisch uit (een baardje en zo’n mutsje. Ook hebben moslims vaak een iets ander hemd aan). Op mijn vraag of hij moslim was antwoordde hij ja en daarop vroeg ik -voorzichtig- hoe het is, anno nu een moslim te zijn in India. Hij verklaarde dat dit een probleem in het noorden is, hij wuifde met de hand ‘Pakistan’. Hier in Tamil Nadu waren ze allemaal broeders.
Hier in het zuiden zie je sowieso veel minder moslims, er zijn veel heilige hindoe plaatsen en wat heb je daar als moslim te zoeken?
Op eerdere reizen in het noorden sprak ik vaker moslims die me van hun situatie vertelden. Modi voert een hindoe nationalistisch beleid en dat is niet mals.
Er wonen hier wel veel christenen, die hier al heel lang wonen. Het verhaal gaat dat dit al is sinds onze jaartelling toen de apostel Thomas naar de kust van Kerala vaarde. En daarna is er hier vroeger flink bekeerd door o.a. de Portugezen.
Bij het ontbijt gisteren sprak een man me aan die vertelde christen te zijn. Hij was in Kanchipuram ivm een partijcongres en de hele ontbijtzaal zat vol kwetterende congresgangers. Hij zei dat het moeilijk was in deze dagen christen te zijn. Dus dan probeer je een gesprekje te voeren en realiseer je je weer hoe anders onze samenleving in elkaar zit.
Werd de bus vanochtend gezegend?
En de bus werd gezegend, er liep een man met een enorme wierookpot door het gangpad. Ik geloof dat wierook vaak werd/wordt gebruikt tegen de stank, en dat is nou juist het enige waar je hier nauwelijks iets van merkt. De mensen zijn schoon op hun lichaam, op de armste plaatsen zie je mensen zich wassen bij de pomp of in de rivier.
Maar goed, bij de start van deze dag hing er een aangename wierookgeur in de bus. (die al snel verdween, de raampjes en de deur stonden allemaal open).
Tijdens de rit vult de bus zich al snel met reizigers. Halverwege stapten er twee zwaar gesluierde moslimmeisjes (?) in die samen op een nog beschikbare plaats voorin wilden gaan zitten. Driftig gebaarde de chauffeur hen naar achteren.
Ik zit trouwens meestal alleen op een bankje voor twee personen. Kaste? Vrouw? Westers? Geen idee. Toen de bus vol was en er een oude man naast me aan de reling hing wees ik op de lege plek naast me. Met veel moeite, helemaal van me afgekeerd wilde hij wel gaan zitten.
De bus rijdt door een mooi landschap
Ik ben nu in Tiruvannamalai met een prachtige tempel en het lijkt alsof de tijd er is stil blijven staan. Heel veel pelgrims, ‘heilige mannen’, veel koeien op straat en in de tempel. En alleen de riksha’s zijn er niet meer.
Chennai is geen echt inspirerende stad, na 2 dagen heb je het wel gezien (eigenlijk niet want het is enorm groot), maar de chaos, het lawaai, de verkeersopstoppingen ….. genoeg!
31 december heb ik kalm aan gedaan, alweer een jetlag. Ik weet soms niet welke dag, welke tijd…hoe zat het ook alweer.
Gisteren, 1 januari heb ik een lange wandeling over de boulevard gemaakt.
‘Paas’best op nieuwjaarsdag
Deze foto is ‘bij mij om de hoek’. Wallace garden is een rustige wijk waar van alles door elkaar woont. Het ene ogenblik een krottenwijkje, pal daarnaast een enorm huis met een muur er om heen. En vaak rotzooi op straat. Eigenlijk ligt er hier rotzooi overal op straat. De jongen van het vruchtensap stalletje (die me voorzichtig de troep ontwijkend zag stappen) zei dat de jongere generatie het schoner wilde. Ik wens hen veel succes.
Maar de papaja’s smaken heerlijk!
Langs de boulevard stonden nog enkele koloniale gebouwen (allemaal in gebruik als overheidsgebouw ) en ik passeerde het museum van Vivekananda. Hier heb ik een klank en licht show over hem gezien.
Tenslotte kwam ik bij de st Thomaskerk uit, waar net een kerkdienst eindigde.
Met een tuktuk terug naar het hotel. Ik liet me natuurlijk weer overhalen een souvenirs winkel te bezoeken, en toen vroeg ik de chauffeur ook nog me naar een kledingzaak te brengen, na drie winkels dacht ik eindelijk te slagen, maar het geval was veel te klein. (De verkoper vond dat het perfect paste, ik kon echter nauwelijks ademhalen).
Vandaag, 2 januari ben ik in Mahabalipuram aangekomen, een plaatsje voor een dag, maar het staat vol met bezienswaardigheden. Bijna allemaal met afbeeldingen van gebeurtenissen uit de Mahabharata.
Vlak achter het hotel bevind zich de rots met ‘de boetedoening van Arjuna’. Dit is waarschijnlijk een christelijke interpretatie, een andere naam is ‘afdaling in de Ganges’.
Arjuna staat hier op 1 been, links van hem staat Shiva.
Naast deze rots is het voorportaal van een tempel met een afbeelding van Krishna. Ook weer uitgehakt in de rotsen.
Krishna die de berg met 1 hand omhoog houdt.
Er was een hele groep pelgrims die in sneltrein vaart alle bezienswaardigheden bezocht. Ze waren allen in het rood gekleed. (Ik heb ooit geweten wat dit betekent, maar ik kom er niet op.)
Met een knuffel En met een baby
Er is ook een plek met vijf gebouwen, (strijdwagens voorstellend) vernoemd naar de vijf Pandava broers die Krishna hielpen bij de wedstrijd tussen goed en kwaad.
Shiva met zijn vrouw
Toch weer een andere vorm van ‘twee in een’. De linkerhelft van het beeld is Shiva, de rechterkant zijn vrouw. (Vandaar 1 borst). Ik zie nu ook dat de rechter heup iets bevalliger is. Er moet hier ook nog een beeld van Harihara (Shiva en Vishnu) staan, maar ik weet niet zeker of ik deze wel goed heb ontdekt. Veel beelden zijn verweerd door de zoute zeewind.
De Indiërs gebruiken de gebouwen hoofdzakelijk als achtergrond voor foto’s van elkaar. Hiervoor beklommen ze enthousiast de gebouwen. En ook weer allemaal UNESCO wereld erfgoed.
Maar dan de laatste tempel, dat was andere koek.
De kust tempel
Deze wordt streng bewaakt en bij elke overtreding wordt er op een fluitje geblazen. De kust tempel is het oudste stenen tempel-gebouw in India.
Een prachtige rij koeien bewaakt de tempelDeze dames met fruit in de verkoop mochten ook niet op het terrein.
En teruglopend door de hoofdstraat ontdekte ik een koe! De eerste koe! Koeien zijn in de grote steden allang uit het straatbeeld verbannen, of ze zijn zelf weg gerend (met al dat verkeer), maar hier staat er 1.
Het lijkt me interessant de stijl van de tempels en van de beelden van de diverse goden te vergelijken met die uit Cambodja. Grofweg zijn ze de meeste in dezelfde tijd gemaakt.
Ik bezocht Cambodja ongeveer 25 jaar geleden ook. Tot nu toe heb ik geprobeerd tijdens dit bezoek en in dit blog niet de hele tijd te lopen vergelijken. Voor je het weet is vroeger alles beter. En is dat wel zo? De wereld verandert en is hij dan echt verandert?
Ik sliep vorige keer in hotel ‘la Noria’, dat was beroemd in die tijd en het was een zalig hotel. Beheerd door een Frans echtpaar dat (ik begrijp dat) van het land was gaan houden, misschien waren ze er wel geboren. En in het hotel werden jonge mensen uit arme gezinnen opgeleid om later in hotels en restaurants te gaan werken. Het toerisme stond nog letterlijk in de kinderschoenen.
Het was nog zo’n ouderwets gastvrij hotel. De sfeer was fijn, de kamers beeldig in een mooie Khmerstijl ingericht en het eten was er goed. Je moest het een half jaar van te voren boeken. Het was een geheim onder reizigers toen en zat altijd vol.
Bij de voorbereiding van deze reis heb ik het hotel op internet gezocht. Ik had een bon bewaard dus kon mailen. Het is geheel van de aardbodem, uit de boeken, van het internet verdwenen.
Via een oude gids hier in het hotel kon ik de straat van La Noria vinden en ik ben er vanochtend naar toe gegaan. Er was niets herkenbaars over. Zo gaat dat met de tijd.
Er zijn hier nu enorm veel hotels, het is zoeken naar zo’n hotel als La Noria.
Die vorige keer reed ik achter op een motor naar de tempels. Ook dat gaat niet meer. De moto-drivers hebben hun motor (of brommer liever gezegd) voor een tuk tuk gespannen en rijden je zo rond. En de backpackers rijden zelf op een brommer/motor rond.
Zo heeft iedere categorie toerist haar eigen vervoermiddel: de groepen een grote bus, de groepjes een vw busje en de solitaire, individuele reiziger vaak een tuk tuk.
Wat me nog het meest van toen is bijgebleven is de tocht naar en van Banta Srei. Die ging namelijk over een zandpaadje. Halverwege kwamen we een Amerikaan achter op een brommer tegen die me vroeg van hem een foto te maken daar achter op die brommer op dat paadje. Ik heb nu nog steeds spijt dat ik hem ook niet om een foto vroeg.
Er gaat nu een geasfalteerde weg naar Banta Srei, de tijd gaat voort, de kuilen zitten er al in.
Siep Reap is een backpackers – paradijs geworden. Er is voor hen een hele nieuwe stad ‘aan de overkant van de rivier’ gekomen met honderden winkeltjes vol troep, goedkope hostels en koffiebarretjes waar je je latte kunt drinken. En je ziet ze nauwelijks bij de tempels.
Ter ere van dat Franse echtpaar dat zo hard werkte daar in La Noria ben ik vandaag wezen lunchen in Sala Bai. Een hotel en restaurant waar jonge mensen uit arme gezinnen worden opgeleid om in het nu bloeiende hotelwezen te gaan werken. Nu heeft Cambodja dit ‘zelf in handen’, laten we hopen dat dit een verbetering is. (En er is hier heel veel in handen van ‘de Chinezen’). In het reisboek van Norman Lewis: A Dragon Apparent las ik dat dit honderd jaar geleden ook al zo was.
Ook hier was het eten zalig, ik herkende er weinig ‘Khmers’ aan, maar dat gaf niet. Ik heb hier ook al een keer zelf gemaakte mayonaise gegeten, ook zo heerlijk. Ik werd door 7 mensen bediend: een voor het water, een voor het bestek, een voor het opdienen enz. En ze vroegen allemaal waar ik vandaan kwam. (Dat is niet veranderd, dat wil iedereen weten.).
Die vorige keer op weg naar de tempels ging de weg langs een kinderziekenhuis. De Franse directeur was tevens de enige chirurg. Als bron van inkomsten speelde hij ‘s avonds op de cello sonates van Bach voor de toeristen. We zaten die avond met vier toeristen te luisteren naar een vreselijk valse uitvoering. (Het is onmogelijk een cello op goede toon te houden in de tropen). Maar het was zo mooi en zo ontroerend. Na afloop vertelde hij over zijn werk en dat hij zelfs tijdens de Rode Khmertijd ‘open’ was gebleven. (We hebben maar niet gevraagd tegen welke prijs). En dat ziekenhuis staat er nog, het is groter en er zullen vast meer kinderen beter beter worden dan toen.
Bach toen….. en nu worden er enorme geluidsinstallaties opgebouwd voor de jaarwisseling. Het zal een knalfeest worden hier…
Ik lees hier in de krant dat het water in Nederland hoog staat in de rivieren. Oei…… het Khmerrijk raakte in verval na een periode van grote droogte gevolgd door hevige monsoonregens. En de toenmalige heerser Jayavarman VII had zich bekeerd tot het boeddhisme, dat toen een ingekeerde, niet agressieve vorm had. Dus het bood geen tegenstand tegen de oprukkende legers uit Vietnam. (Ik zie Wilders zich nog niet tot het boeddhisme bekeren, maar van die droogte en regens…….)
Straks als ik thuis ben zet ik de cello sonates van Bach op, en denk dan weer even aan die cellist en de tempels van Angkor. Je kunt heel vaak luisteren naar die cello sonates en iedere keer hoor je iets anders, hoor je weer meer. Net zoals Angkor, je kunt er elke keer als je de tempels ziet weer iets nieuws, iets anders in zien. Het blijft mooi, nee, het wordt steeds mooier.
En de kern van Cambodja, van Angkor Wat, de geur van de groene papaya, de geur van Cambodja, die verandert niet.
Het was niet helemaal ‘on the foot’, want om het doel te bereiken moest ik 1,5 km door een jungle- achtige omgeving langs een soms moeilijk begaanbaar pad omhoog klimmen.
Maar dan heb je ook wat. Het doel wasde rivier Kbal Spean. Hierin is een plek waar allerlei voorstellingen van Vishnu en ‘duizenden Linga’s’ op de bodem van de rivier zijn uitgehakt. Dit alles dateert uit de 12e eeuw en is pas in 1968 ontdekt.
De liggende Vishnu
Hier houdt Vishnu (zijn hoofd is rechts van het water nog net te zien) de lotus vast die Brahma draagt.
‘Duizend linga’s’
Rond en in een zgn yoni (symbolische weergave van het vrouwelijke element Vishnu) liggen er duizenden bijna ronde vormpjes van linga’s (het mannelijke element Shiva). Weer een stuk verder lopen was daar de waterval. Ik had erg veel geluk hier in het droge seizoen te lopen, je moet er niet aan denken als alles nat is en je je een weg naar boven en naar beneden moet glibberen.
Naar beneden
Hierna heb ik nog twee ‘Banteay’ (citadel) tempels bezocht.
Allereerst Banteay Samre.
Veel ging verloren
Maar gelukkig is er veel bewaard gebleven. Het gehele Angkor Wat complex dat een oppervlakte van 400 vierkante kilometer beslaat (waarbij deze dag niet wordt meegerekend, Kbal Spean ligt 50 km buiten Siem Riep) kan natuurlijk nooit door het straatarme Cambodja (waar het geld dan ook nog slechts in enkele zakken verdwijnt) onderhouden, laat staan gerestaureerd worden. Het is UNESCO wereld erfgoed, en die stellen hoge eisen. Diverse landen hebben een tempel geadopteerd (ik zag borden uit China en Japan) of een aspect, zo restaureert Indonesië bv alle beelden van Garuda.
Afbeelding uit de Ramayana
En tenslotte deze dag alweer en ook als besluit een van de mooiste tempels: Banteay Srei. De naam betekent ‘vrouwen citadel’, of ‘citadel van schoonheid’. Hij was niet voor vrouwen bedoeld, mocht iemand dat denken. (Ik heb in de gidsen weinig over vrouwen in de Angkortijd gelezen, behalve natuurlijk het gebruikelijke huishoudelijk werk).
Vrouwen met huisraad tijdens een veldtocht (Bas reliëf Bayon tempel)
De oorspronkelijke naam van Banteay Srei is ‘Grote God van de Drievoudige Wereld’. Het is een kleine tempel, van een schoonheid onvergelijkbaar met de andere tempels.
De Drievoudige wereld
Je mag er niet meer tussendoor lopen en ook de felle zon hielp niet echt mee bij het fotograferen, dus een kleine selectie:
Dinsdag 26 december Vandaag bezocht ik de mooiste tempel: Bayon. Angkor Wat uit 12e eeuw heeft de naam, en is de ‘afbeelding’ van de heilige berg Meru en is hier de’hoofdtempel’. Hij is groot en groots, hij straalt macht en gezag uit en de Rode Khmer verschanste zich hier op het laatst, wetende dat niemand dit gebouw wilde, durfde te verwoesten. (Maar ik las zojuist dat er in sommige reliefs kogelgaten zitten). En de tempel van Angkor is het nationale symbool van Cambodja, hij staat op de vlag, hij staat op het geld.
Maar de Bayon vind ik de mooiste tempel, ook in de 12e eeuw gebouwd, en ook deze tempel is het symbolische centrum van het universum. En in tegenstelling tot de volmaakte symmetrie van Angkor Wat lijkt (alleen maar lijkt) deze tempel slechts een hoop willekeurig neergegooide stenen.
Misschien was de hoop stenen wel de bedoeling maar als je dichterbij komt blijken er allemaal torens te staan. Totaal 37 met daarop het gezicht van Jayavarman VII, de laatste koning voordat het Khmer rijk in verval raakte.
Tijdens Jayavarman VII was het Khmerrijk op haar hoogtepunt van haar macht en Jayavarman beschouwde zichzelf niet alleen koning maar ook God. Ook in dat opzicht is er weinig verandert, de Zonnekoning, de keizer van Japan, de godswaanzin is van alle tijden. En ook nu nog laten dictators zich nog steeds veelvuldig uitbeelden, heel Syrië hangt vol met foto’s van Assad.
En na ruim 1000 jaar vinden we het mooi, of in ieder intrigerend.
De God-koning liet op de torens van de tempel, maar ook op de poorten naar de toegangswegen overal in zijn rijk zijn afbeelding uithakken.
De Bayon tempel zelf is een wirwar van kapellen, gangen, trappetjes en andere ruimtes. Erdoor heen klimmend ving ik telkens een onverwachte glimp van hem op.
En ook hier meterslange indrukwekkende reliefs, nu uitgehakt in zandsteen (zodat in ieder geval de foto’s er veel beter uitzien).
Een indruk van de afmetingen
Het zijn bijna allemaal ‘stripverhalen’ van veldslagen, met hier en daar een hindoe verhaal (ook weer het karnen van de melk – jammer genoeg in slechte staat); en een enkele Boeddha, tijdens zijn regering bekeerde Jayavarman zich tot het boeddhisme.
En als je dan een stukje verder loopt en even tussen twee zuilen naar buiten kijkt
Verschijnen daar weer de gezichten
Ik heb er 3 uur in verwondering rondgelopen.
De veldslagenEen koe, wordt meegenomen om ritueel geslacht en geofferd te worden bij de overwinning
Een kwartiertje verder lopen was de volgende tempel. Hier moest ik weer omhoog klimmen. Ik heb even goed gekeken, de verhouding van de traptreden oud : nieuw = 1 : 2 (en dan heb ik het alleen over de hoogte).
Maar het uitzicht was prachtig
Dankzij het toerisme zijn er w.c.’s op het terrein! Op weg hier naar toe stuitte ik op een groepje mannen die allemaal met prachtige camera’s rond deze twee aapjes stonden. Jammer genoeg heb ik niet gevraagd wat hun bedoeling was.
En waar wachtten zij op?Laat ze alsjeblieft gewoon leven
Deze aapjes zijn erg populair als huisdier in Zd Oost Azië . Ze worden tam gemaakt, krijgen kleertjes en een luier aan en daar worden dan weer filmpjes van gemaakt. ik heb gelukkig niemand met een aapje weg zien gaan.
Baphuon tempel
Deze tempel vond ik daarom zo interessant omdat hij de vorige keer dat ik hier was (meer dan 20 jaar geleden) nog geheel met aarde bedekt was, een grote zandheuvel. Er stond toen een bordje bij dat hij zou worden uitgegraven en dat dit wel 20 jaar zou duren. Nou, dat klopt dus.
Garuda houdt de wacht bij de ingang
Hierop ging ik (nou ja, werd ik vervoerd) naar de Pre Riep tempel, ook hier had de natuur ‘gewoon haar gang gegaan’.
Sommige galerijen zijn nog begaanbaar.
Een stukje dan
Vervolgens werd ik naar een meer vervoerd waar prachte waterlelies groeiden.
Ik kreeg hier wel ‘Killing fields’ associatiesOma met haar kleindochter
Oma moet de Rode Khmertijd hebben meegemaakt, 40 jaar geleden werd dit regime verdreven, eigenlijk nog heel dichtbij. Ik vroeg aan de tuktukman hoe oud zijn ouders zijn: 65 en 68 jaar. Dus zij waren toen jonge mensen. Het is zo jammer dat de buitenlandse talen zo weinig gesproken worden. In een tempel vroeg ik een gids naar een bepaalde poort en hij antwoordde dat hij alleen Chinees spreekt. Zo worden de gidsen opgeleid: per taal. En dan kennen ze echt alleen die woorden en zinnen die nodig zijn. En geen woord daar buiten.