En de oplossing is……

De vrucht doorgesneden.

Ook wij dachten eerst aan een kweepeer. Echter toen we de vrucht hadden doorgesneden leek hij op een appel en smaakte hij (vol sap) naar peer-en-appel.

We zijn gaan zoeken op het internet, het blijkt om een nashi peer te gaan:

Volgens Wikipedia komt hij steeds vaker voor op de Nederlandse markten (ik had hem nog nooit gezien). Maar, alle inzenders krijgen een nashipeer als ik hem tegenkom als dank voor het meedenken.

Technisch ongemak

Enkele maanden geleden is WordPress ge-up date-ed. Dit had enkele gevolgen: positieve en negatieve veranderingen. Daarna ben ik ook op een ‘ander menu’ overgestapt, hierbij zijn enkele pagina’s van India verdwenen.

De ‘reacties’ zijn het meest veranderd. Vroeger, ja vroeger toen alles beter was…., kreeg ik op het scherm van de ipad al een bericht: die en die heeft gereageerd. Dat was handig omdat ik reacties leuk vind en omdat ik ook altijd wil reageren. Dit bericht komt niet meer. In de app van wordpress staat natuurlijk ook ‘reacties’. Maar nu moet ik zoeken of er een nieuwe reactie is en kan ik deze: ‘beoordelen’ en als ik dit doe moet ik hem ‘toestaan’. Echter als ik dit laatste dan ook doe komt er ‘niet beoordeeld’. Daarnaast staan de nieuwe reacties soms bovenaan, soms helemaal onderaan. Daardoor is het voorgekomen dat sommige reacties niet beantwoord zijn terwijl andere wel 2 of 3 keer een antwoord kregen.

Zo dacht ik gisteren, laat ik alles weer eens ‘beoordelen’ en nu blijkt dat mijn reacties willekeurig rond zijn gestuurd.

Nou ja, om dit lange verhaal kort te maken, ik probeer elke reactie te lezen en hierop te reageren. Maar vraag me niet of dit lukt.

Ps ‘geef de schuld maar aan wordpress’…..daar zal het natuurlijk helemaal niet aan te liggen. En degene die zich hierin moet verdiepen?

Zij is alweer op stap.

Onderweg vervolg (deel 5)

1 Van de weinige woorden die ik kan lezen, hier staat ‘henro’.

Zondag 17 november liepen wij van Ozu, via Uchiko naar de ryokan Ikayda. Deze ligt op papier in Uchiko Town, maar ‘town’ en ‘city’ zijn hier rekbare begrippen want we liepen na Uchiko 15 km door een dal, langs een rivier met af en toe wat groepjes huizen en om dan nog steeds of weer in Uchiko te zijn………een verre buitenwijk misschien? Behalve een stuk of 5 huizen is er niets rond Ikayda.

Op de grens van Ozu ligt tempel 8: Toyogahashi. ‘Hashi’ betekent brug en dit was de brug waaronder Kukai een nacht heeft doorgebracht, beter gezegd geslapen. Daarom mogen wij, pelgrims niet met onze stok op de grond tikken, hij zou eens wakker worden. Kan het nog gekker? Jazeker, onder de brug ligt hij nog steeds te slapen. En hij wordt goed verzorgd.

Onder deze brug (?) heeft Kobo Daishi geslapen.
Hij wordt goed verzorgd.

De tempel die hierbij hoort is tijdens de overstroming van vorig jaar weggespoeld. Er is een noodtempel gebouwd en het stempelbureau is in een container gehuisvest.

Links de container.
Er wordt geld opgehaald voor een nieuw gebouw.

Hierna liepen we verder en kwamen in Uchiko bij een voorstelling terecht. En het was er zoals overal en altijd: vrolijke kinderen, een nerveuze leerkracht en het publiek gewapend met camera’s om net dat ene moment vast te leggen.

Nog even mijmerend over onze herinneringen aan soortgelijke optredens van weleer (geen heimwee) liepen we door naar het Uchiko Fresh Park Karani ………. een sprookje! Hier kleurt de Japanse esdoorn beeldschoon. En daar, onder die bloedrode hemel was een terras.

Zo dronk ik op deze zondagmorgen een kopje koffie.

Daarna voerde het pad weer een dal in langs een rivier. Ook hier herfsttinten.

We kregen deze wandeling ‘slechts’ 4 stuks fruit, maar wat voor fruit!

Twee enorme kaki-vruchten en twee onbekende vruchten (die ieder meer dan een pond wogen).

Daarom de de prijsvraag:

Wat is de naam van de vruchten links op de foto?

Doorlopend met de vruchten in de hand (te groot voor de tas) passeerden we nog meer herfstbomen en kwamen we in de ryokan van vandaag: Ikadaya terecht. Dit blijkt een groot, vrij nieuw complex te zijn. Glanzende vloeren en een prachtige eetzaal. Hier kregen we een mooie, heerlijke maaltijd.

Wat niet op de foto staat: een kom met udon, een bordje fruit en een glaasje sake.
Hulp bij de soya keuze, wat hoort waarbij?

Het eten werd op een zeer lage tafel geserveerd. Wij zaten, ‘lagen’ (op de grond) hierbij aan. Wij waanden ons in Romeinse tijden. Alleen het eten was anders. Omdat ik zo nogal ver van het eten zat (want waar laat je je benen?) hield ik mijn linkerhand onder de rechterhand met stokjes om het eten op te kunnen vangen als het op de glanzende grond of prachtige tafel dreigde te vallen. Ook bij het zitten wilde de dame helpen. Ze begon aan me te sjorren en duwen opdat ik maar dichterbij de tafel en het eten zou komen. Nou ja, uiteindelijk schoof ik 10 cm naar de tafel op en ging ze naar de keuken. Het eten was zalig!

Journey through the clouds

Dit was mijn kaart vandaag.

Ik ben vandaag naar tempel 7 Shussekiji geweest. Voor degenen die de tempels volgen: Het nummer klopt, deze tempel hoort bij een groep van 20 die ‘facultatief’ te bezoeken zijn. In het boekje stond wel de route, maar de eigenaar van de ryokan gaf me deze kaart en een mapje met foto’s van belangrijke punten in de route.

Het nummer correspondeert met het nummer op de kaart.

Zonder dit zou ik er nooit gekomen zijn. De tempel ligt boven op een berg op ruim 800 meter hoogte. Om bij de start van de klim te komen heb ik de trein van 10 voor 7 genomen en stapte na 2 haltes uit. Na een klein stukje over de weg ging er een paadje rechtsaf steil de berg op en dit ging zo 8 km door.

De eerste uren hing er mist.
Of waren het wolken?
Het was de ochtendnevel die in het dal hing.

Bij dit bord dacht ik dat er nog 1,1 km te gaan was. Jammer, fout gedacht. Het bord had heel ergens anders betrekking op en het henro’tje en pijltje waren er later bij gezet.

Een groep Jizo’s.

Onderweg stonden er verschillende groepen beeldjes in het bos, een teken dat ik de tempel naderde.

Kobo Daishi staat aan de voet van de trap.

Na 3,5 uur (en 8 km) bereikte ik de trap, de laatste lootjes en toen ik door de tempelpoort naar binnen ging stond daar een bankje (!) bij de drankenautomaat waar ook nog hete koffie in zat!

Was het nou een hert of een koe?

Deze tempel is gesticht op de plaats waar jagers zich tot het Boeddhisme bekeerden nadat ze een Boeddha uit de voet van een hert zagen verschijnen…… en dan ligt er ook een koe bij?? Verderop stond ook nog een beeld van een paard (niet op de foto). Dan maar alle dieren, om maar geen risico te lopen?

Toen ik weer enigszins hersteld was liep ik het tempelterrein op.

En daar stond dit boompje, te schitteren als het leven zelf.
Het uitzicht, met de oceaan in de verte. De oceaan is nooit ver weg.

Ik zat om 11 uur aan de udon, want er was een udonrestaurantje daar boven op de berg. Toen ik wegging kreeg ik een zakje snoepjes mee van de kok.

Na een laatste blik op het tempelterrein moest ik weer naar beneden.

Terug kon ook via de weg. Zo maakte ik een ‘rondwandeling’ (zie de kaart) en hoefde ik niet over het gladde steile pad naar beneden. Het was een smal weggetje waar ik in de 3 uur dat ik er liep 3 keer door een auto werd gepasseerd. En 3 keer stopte de auto en kreeg ik mandarijntjes.

Het uitzicht bleef verpletterend.

Het weggetje ging heel langzaam naar beneden, ergens zou ik ‘rechtsaf’ richting Ozu moeten gaan. Ik vermoed dat ik daar toch een fout heb gemaakt. Ik kwam een heel eind van de stad beneden. En ik had het wel gehad voor vandaag. Tot ik een spoorlijn over stak: daar was ik vanochtend met de trein over heen gereden, was er hier niet vlakbij een klein station? Na een half uur zat ik op het perron te wachten op het treintje dat na een kwartier kwam.

Rail away…..naar ‘huis’ voor vandaag.

Van de regen naar de zon (en het is echt herfst geworden)

Het handje bovenaan de steen geeft de richting aan.

Het is donderdag 14 november en ik toen ik vanochtend wakker werd was de lucht bewolkt. Er was voor vannacht en deze ochtend regen voorspeld en het had inderdaad vannacht geregend. Weer regen sinds 24 oktober, dat zijn 21 droge en vaak zonnige dagen! (Voor volgende week wordt er regen voorspeld)

Uwajima, om 6.40 uur.

Maar toen we op weg gingen was het al droog en in de loop van de morgen brak de zon door. De tocht ging eerst door een smal dal waarin de weg langzaam omhoog kroop. Na een pas kwamen we in een enorm wijd dal en daar stond tempel 41 Ryukoji.

Uitzicht vanaf de tempel.

Er stond een stevige wind in dit wijde dal en in die wind was het koud. We begrepen nu wel waarom er sinds vorige week bij de Lawson (naast de Kerstaanbiedingen) mutsen, dassen en handschoenen te koop lagen.

Tempel 42: Butsumokoji had weer een andere sfeer……hier stond op het tempelterrein naast de gebruikelijke gebouwen ook een kleine schrijn gewijd aan gestorven huisdieren. Bij het stempelbureau was een honden-vouwpakket te koop.

Hier stonden ook de ‘Zeven Geluksgoden’. Zij horen overal en nergens bij en staan overal, in restaurants, op Boeddhistische en Shintoistische tempelterreinen en op het huisaltaar.

De mandjes zijn voor donaties.

Ebisu: de enige van Japanse oorsprong. Hij heeft een hengel met een vis eraan en ‘helpt’ bij een goede vangst en veilige reizen.

Benzaiten Bishamon-ten en Daikoku-ten komen uit India. Benzaiten is de beschermster van de kunst (zij heeft een luit vast), Daigoku geeft kracht. Hij zorgt ook voor een goede oogst, naast hem staan twee balen rijst.

Jurojin, Fukurokuji en Hotei-son stammen uit China. Jurojin schenkt een lang leven, Fukurokuji staat voor welzijn en geluk en Hotei-son symboliseert de welvaart. Hij wordt ook wel de (dikke) lachende Boeddha genoemd.

Veel pret, maar geen Boeddha.

Daarna dachten wij……nog ruim 10 kilometer te moeten gaan. Echter het pad was afgesloten ivm landslights. Daarom moesten we over de weg die door de bergen in lange lussen omhoog richting alweer een pas kroop. Het werden zo veel meer dan de beloofde 10 km.

Maar wel weer een mooi uitzicht.

Gelukkig kregen we een lift van twee Japanse pelgrims in een auto, zodat we toch nog op een redelijke tijd in tempel 43 Meisekiji aankwamen.

En tempel 43 was een herfstplaatje!

Overal staan kerkhoven (urnen met as, vergezeld met takken of bloemen, een fles water voor de overledene en langwerpige houten amuletten). Ze staan lukraak langs de kant van de weg, naast een huis of in het rijstveld. Soms een enkele, soms een groot aantal. Waar mogelijk staan de urnen zo hoog mogelijk op een berg en naast een tempel.

Kerkhof naast de benzinepomp.

Vanaf tempel 43 is het 70 km naar nummer 44 en vrijdag 15 november liepen we daarom door naar het plaatsje Ozu, waar geen tempels uit de 88 serie staan, maar waar we wel kunnen slapen.

We besloten vandaag 1 keer het pad ‘over de tunnel’ te nemen.

En dan kun je opeens, dit zomaar zien.
Of een prachtige palmboom langs het pad.

Ozu, is een vriendelijk toeristisch plaatsje. Het is geen hoogseizoen meer.

De rivier ligt bijna droog, de toeristenbootjes liggen op de wal.

En wij hebben gegeten en gaan straks met een kruik naar bed. Zodra de zon weg is wordt het koud, dat is weer wennen dus.

Halverwege!

Henro richtingaanwijzer.

Het is een pad met heel veel verschillende richtingaanwijzers, soms staan ze bij elkaar, soms zien we ze vaak en soms lopen we uren tot we weer een teken zien. Gelukkig is er ook altijd het boekje, het chaotische boekje. Daar zou ik uren over kunnen vertellen. Ik verlang regelmatig naar de Lange Afstandspaden- of de GR boekjes. Vanaf nu begint elk blogbericht met een richtingaanwijzer. Als start 1 van de meest voorkomende en 1 die we kunnen begrijpen. (want ook dat is handig)

Maandag 11 november We zijn zojuist in tempel 40, Kanjizaji aangekomen en volgens het boekje zijn we nu op de helft van het aantal kilometers. De helft dus! (Nog 600 km te gaan……..)

Hier staan we bij Kannon Bosatsu.

Het was een rustige, mooie wandeling.

Onderweg kregen we weer osetta.

Osetta: dit zijn ‘kleine’ (volgens het boekje) geschenkjes van de plaatselijke bevolking aan de pelgrim. Maar soms zijn het dus ‘grote’ geschenken. Zo kreeg ik vandaag de wandelstok van een man die we op het bergpad tegenkwamen. ‘Ik ben bijna thuis’, zei hij. Ik heb hem sprakeloos nagekeken. We krijgen elke dag wel iets, vaak mandarijnen, heerlijk! Of snoepjes, de man op de foto kwam met twee potten snoepjes: ‘pak maar zoveel je wilt’. Alweer volgens het boekje: ‘Door deze zelf-loze daden van de plaatselijke bevolking voel je je nederig en zo ervaar je de werkelijke betekenis van ‘dankbaarheid’.

En, ja ik ben in een prachtige hut naar de wc geweest. Tussen alle knoppen (ook het doortrekken gaat hier elektrisch) kon ik het daarvoor bedoelde knopje niet vinden en dus probeerde ik ze allemaal. Helaas ook die van het alarm.

Hier probeer ik het alarm nummer te bellen om het alarm af te zetten.

De telefoon werd niet opgenomen (en hoe had ik het moeten uitleggen) en er kwam ook niemand. Gelukkig maar, dachten we, dat er niet iets echt was gebeurd.

Bij de gong in tempel 40.

Dinsdag 12 november

‘op een dorre tak
is een kraai nog blijven zitten
in de herfstavond’ (haiku van Basho)

Geen tempels vandaag, maar wel weer een zware klim over de Kashiwazakapas.

Met weer een prachtig uitzicht.

Volgens het verhaal……..raakten ooit de pelgrims boven op de pas bewusteloos door de dorst. Kobo Daishi verscheen en riep: ‘Graaf de wortels van de Shikimiboom (Japanse anijsboom) uit!’ Hierop verscheen puur water dat iedereen genas.

Geen water maar wel een Shintoschrijn (?) op de plaats van dit wonder.
In 1 van deze huizen hebben we vannacht geslapen.

Woensdag 13 november Op weg naar Uwajima, een grote stad.

Daar links van mij…..gaat het steil naar beneden.

Vandaag liepen we hoofdzakelijk langs ‘route 56’, een snelweg die ook het eiland rond gaat. Bij de tunnels is er vaak een pad voor de henro: ‘over de berg’, zodat je niet door de tunnel hoeft. Dit zijn vaak steile, moeilijk begaanbare paadjes. Omdat dit een relatief korte etappe was en omdat het een lange tunnel was (1750 meter) zijn we via dit pad gegaan.

Toen we beneden in een dorpje aankwamen kregen we van een mevrouw 2 mandarijnen en toen we daar zo met haar stonden kwam er een man naar ons toe rennen ‘wacht even’, hij had twee blikjes koffie voor ons.

En vanmiddag kwamen we in Uwajima aan. Uwajima heeft een kasteel op de berg (zoals elke stad hier) en de Tenshaen tuin. De tuin is in 1866 als vakantieverblijf (het huis is inmiddels weg) voor een plaatselijke edelman aangelegd. Nu is het ‘nationally designated scenic spot’. Er staan wel 11 soorten bamboe, maar wij vonden de bamboe die we ‘in het wild zien’ veel mooier. Maar de vijver met de begroeide brug: een plaatje toch?

‘de oude vijver
een kikker springt
geluid van water’ (haiku van Basho)

In Uwajima staat de Ryukoin tempel (nummer 6 van een groep andere tempels). Hier ligt ‘het heiligste’ van tempel 40 (wat meestal niet te zien is en dus ook hier niet).

Shinto schrijn en Boeddhistische tempel.

Links staat de (vaak rode) Shintoschrijn, bewaakt door twee vosjes. Zij bewaken de kami (god) van de rijst. En op de achtergrond de Boeddhistische tempel. Het was een stukje klimmen naar dit complex en ooit stond beneden aan de trap een grote rode tori. Maar dat zal teveel zijn geweest een tori die met zijn aanwezigheid het hele terrein Shinto maakt. Nu stond er niets, geen tori, geen toegangspoort.

Steen met een haiku van Basho.

Op het tempelterrein staat een steen met een haiku van Basho. De dame van het stempelbureau heeft de tekst voor me opgeschreven en stuurde een andere dame met me mee naar de steen. Nu dus nog uitzoeken wie het kan vertalen (en wat er staat). Maar de steen zo onder dat herfstboompje is ook mooi.

En tenslotte, we slapen in het Clementhotel. Beneden bij de receptie kun je allerlei spulletjes om te gebruiken mee nemen: o.a. toiletspullen, oordopjes en ook koffie. Hier zit de koffie in een soort theezakje, in een ‘drip coffee bag’.

Onderweg (vervolg, deel 4)

Vrijdag 8 november Het pad ging weer landinwaarts en een stukje terug langs de weg die we al gelopen hadden, maar gelukkig ging er aan de andere kant van de rivier ook een wandelpaadje. Daar passeerden we een tori met daarachter trappen naar een Shinto schrijn.

Hier staat Mariet onder de tori.

Ik ben nog even doorgeklommen naar de schrijn (die bij Shinto tempels altijd leeg is, maar toch…..).

Het dak van de schrijn.

Daarna kwamen we weer op de weg en bij de koffieshop, die enkele dagen geleden dicht was, maar nu open was! Dus dronken we in een vrij luxe omgeving (zeker voor Shikoku) een kopje koffie. (Dit keer geen ei bij de koffie maar een plakje cake). Bij het weggaan kregen we van de eigenaar osetta. Omdat ik het telkens vergeet van dit mooie gebaar een foto te maken bij deze dus.

Mariet met de osetta naast de eigenaar.

Daarna moesten we echt omhoog, het pad liep langs de plek ‘Shinnen An’. Shinnen was een man die in 1687 de henro tocht (volgens het boekje) 20 maal maakte en de eerste gids schreef. Tijdens zijn tochten heeft hij ontelbare hutten en pad-palen neergezet. Hij maakte de henro populair. Net als de vorige keer maakte deze plek veel indruk op me.

Het doet me erg denken aan de rijen gebedsstenen, die je in Tibet en Nepal langs de paden ziet.
En natuurlijk was het pad weer mooi.

Toen bleek het vandaag de dag van het paadje te zijn. Het boekje gaf een pad over de flank van een berg aan en er stond 1 pad-paal. (henro-richting aanwijzer) die omhoog wees. Dus zijn wij omhoog gegaan. Gaandeweg het lopen werd het pad steeds nauwer, raakte meer overgroeid en werd het steeds onbegaanbaarder.

Gelukkig stond er weinig water in deze stroom.

We vroegen ons tig keer af of dit a. wel een pad was en b. was dit wel het goede pad? Gelukkig liep het pad na de stroom verder onder langs een weg en was daar een opening in de vangrail. We zijn steil omhoog geklommen en verder langs de weg gegaan.

We sliepen in een prachtige ryokan. We moesten hier erg naar zoeken. Gelukkig wil echt iedereen helpen. Achter de oude man loopt een oude vrouw die ons helemaal naar de ryokan heeft vergezeld (ze heeft het laatste klompje gekregen). Maar de man wilde natuurlijk ook een stukje mee.

Op zoek naar de ryokan.

Helaas heb ik weinig foto’s van de ryokan gemaakt.

In onze ‘huiskamer’.
De tuin.

Er lag dit keer geen kimono klaar (die je na het bad aantrekt en die je dus aanhebt bij het avondeten) maar een soort piyama. Erbij lag ook een deken. De eigenaresse vroeg de hele tijd ‘atsui’ en ik wist natuurlijk weer niet of dit ‘warm’ of ‘koud’ (een toch wel essentieel verschil) was. Ondertussen werd het wel frisser. Om 6 uur kwam ze ons halen voor het avondeten. Dit werd in een ander gebouw geserveerd. Wij dus in piyama met deken in de donkerte op pad.

In piyama met deken aan de avonddis.

Het eten, hierboven aan het voorgerecht, was erg lekker en met veel zorg klaar gemaakt.

Zaterdag 9 november heeft de vrouw ons nog een stukje weggebracht en uitgezwaaid en waren wij met 12 km bij tempel 39: Enkoji.

Enkoji is de tempel van de schildpad.

Het verhaal gaat dat in 910 een schildpad met een bel op de rug uit de oceaan kwam en naar de tempel liep (die inmiddels door Kobo Daishi gebouwd was). Er staat een nog orginelere versie in het Nationaal Museum in Tokyo.

De bron.

Op het tempelterrein is ook een bron, waarvan men zegt dat het water oogziektes geneest. Wij konden dit niet verder onderzoeken het water was door enorme karpers in bezit genomen en met touwen hermetisch afgesloten.

We zouden eigenlijk in een minshuku bij de tempel slapen maar omdat ‘12 km toch wat weinig is…..’ zijn we doorgelopen naar Shukomo, 8 km verderop. Het werden uiteindelijk 24 km (het boekje klopt bijna nooit) en toen waren we toch weer blij dat de schoenen uit konden.

Zaterdag 10 november liepen we door een landelijk gebied met alweer steile steigingen, dito dalingen en prachtige uitzichten.

Langs het pad.
De oceaan bleek toch weer dichtbij.

Onderweg zagen we ook veel dieren. Een slang kroop ijlings voor me weg (te snel voor een foto) en dit is dachten we een sprinkhaan of een lopende tak.

Wij schatten zo 10 cm lang.
Uitzicht vanaf de Jizopas (300 meter, maar het leek veel hoger)

Beneden in het dal stond daar deze prachtige herfstboom, die vooral in de zon erg mooi was. De zon verdween echter achter een wolk en kwam niet meer terug.

Het gebouwtje links is een openbaar toilet. We ervaren het als een heerlijke luxe dat er overal toiletten zijn, bijna altijd schoon en altijd met papier, zeep enz.

De herfst komt

Dinsdag 5 november. Langzamerhand gaat de na-zomer over in de herfst. We merken het aan het begin van de dag en na 4 uur ‘s middags als de zon achter de bergen verdwijnt, dan is het fris. Overdag zijn we niet meer totaal doorweekt, maar is het nu wel ‘lekker wandelweer’.

En we merken het aan de bossen, de rijstvelden en de bamboebossen.

Heel langzaam verkleurt alles.

En het was vandaag de dag van lang, en dan bedoel ik niet lang qua wandelen (want dat is morgen pas). Bij het verlaten van Kuroshio liepen we langs de Shimantorivier, de langste rivier hier, er zijn geen dammen in aangelegd en hij stroomt dwars door Shikoku.

In de verte is de brug nog net te zien.

Via de Shimanto ohashi (brug) liepen we naar de andere kant, deze brug was ruim een kilometer lang. En als dessert hadden we een tunnel van 1620 meter. Ik heb geklokt, we namen deze horde in 22 minuten.

Door dat prachtige landschap wandelend kwamen we bij onze slaapplaats van vandaag, minshuku Anshyuku.

Woensdag 6 november liepen we naar tempel 38: Kongokofuji. Deze tempel staat op het uiterste puntje van de Ashizuri kaap. Ik vind het een prachtige tempel en ik voelde een golf van dankbaarheid voor het weer kunnen maken van deze tocht, op deze manier zo met Mariet en voor dit moment, toen ik na de lange en prachtige wandeling via de poort naar binnen ging.

De toegangspoort van tempel 38.

Onderweg hadden we weer prachtige uitzichten over de oceaan. Het is de pelgrimage ‘van de gele bloemen’, ze staan overal, soms hele velden voor.

Hier dronken we koffie. De koffie kwam met een ei (gekookt) en een halve banaan en toen de koffie op was kregen we nog een kopje groene thee. Bij het weggaan gaf 1 van de andere gasten ons nog een enorme mandarijn.

In het koffietentje langs de weg.

De Ashizuri kaap heeft een ook een bittere kant. Volgens een stroming van het Pure Land Boeddhisme is dit de plek waar ’aan de overkant’ dit Pure Land (het paradijs) ook werkelijk bestaat. Daarom is dit een plek waar veel zelfmoorden plaatsvonden. De kaap zelf is inmiddels hermetisch afgesloten. (Zelfmoord komt in Japan veel voor. Anno 2019 heerst er een enorme competieve sfeer en dat gecombineerd met een groot schaamtegevoel…….maar ook vroeger kwamen zelfmoorden veel voor. Misschien is het wel diep verankerd in de cultuur, iets om later ‘ns verder uit te zoeken dus).

Een ‘kaap omgaan’ is bijna net zoiets als een pas over.

We sliepen in minshuku Hatto en aten daar vis. Vis? Naast ‘de gebruikelijke’ onderdelen van de maaltijd: rijst, misosoep, tofu, een visje, zoetzuur, tempura, iets met ei, salade en groentetjes kregen we heerlijke shashimi.

Zo werd de shashimi geserveerd.

En zie ook de enorme klodder wasabi……..

Er bleef weinig van de vis over. De shashimi was vers en rauw ook van deze vis gesneden. Hij heet hier ‘Bonito’. (What’s in a name)
Tempel Kongofukuji (38) in de vroege ochtend.

Donderdag 7 november (vandaag) liepen we weer terug naar minshuku Anshuyku. En konden soms heerlijk over het strand lopen.

Surfer aan de zee.

Pelgrim uit Oranda aan de zee.

Het was dus allemaal weer heerlijk wandelen. Omdat het gisteren in tegenstelling tot ‘wat het boekje zei’ geen 20 maar ruim 31 (!) km was, zijn we vanochtend eerst een stuk met de bus gegaan. Japan is een sterk vergrijsde samenleving. In Japan en mn op Shikoku wonen er relatief veel oude mensen. Dat bleek wel in de bus.

Wandeltocht? We waanden ons even in een bejaardenuitstapje.

Morgen dus weer business as usual………….wandelen.

Mariet met Japanse henro.

Onderweg (vervolg, deel 3)

Gisteren, 3 november stond er een mooie wandeling langs de oceaan op het programma, maar al na 200 meter bleek het hele pad afgesloten want er was een stuk van het pad in de oceaan gezakt. Dus zijn we over de weg verder gegaan. (We zijn hier niet in de nacht gaan lopen, maar het is voor de telefoon moeilijk foto’s onder deze omstandigheden goed te belichten).

Vol goede moed op stap.

De weg ging diep het land in en hoog de heuvels op.

Zicht vanaf de pas, met in de verte de oceaan.

Het was een lange tocht naar Shimanto.

En weer door een mooi bos.

In Shimanto staat tempel 38, Iwamoto-ji.

En daar stond ook de ryokan waar we deze nacht sliepen. Het was een mooi ingerichte oude, houten ryokan. Het bleek echter moeilijk ‘een mooie foto’ van het interieur te maken, van de ofuro: het bad, dat lukte wel.

De heerlijke geuren staan ook op de foto.

Bij de receptie hangen alle naambriefjes van de pelgrims die hier geslapen hebben.

En hier hangt ook een naambriefje van ons bij.

Vandaag, 4 november, kwamen we na een uur lopen weer bij de oceaan.

Die elke keer weer anders en mooi is.
Ook hier was het pad regelmatig letterlijk weg gevallen.
Rijstvelden, vlakbij het zoute water.

Deze rijstvelden liggen een stuk hoger dan de oceaan en worden door een zware muur gestut. Zij worden bevloeid met zoet water dat uit de bergen komt.

In een henro hut.

Het is hier ‘walvissengebied’, overal staan borden met reclames voor boottochten naar de walvissen. (Daar is het nu niet het goede seizoen voor). En overal staat een walvis op. (Dus ook op het mapje van de eetstokjes).

Onderweg (vervolg)

Laat ik beginnen met nu, het is zaterdagmiddag 2 november, 4 uur en ik heb zojuist de was opgehangen.

De was heeft vandaag de kamer met het mooiste uitzicht.

Woensdag 30 oktober hebben we de tempels van Kochi bezocht.

Het pad naar tempel 29 is als een kathedraal.

De tempel heeft een prachtige tuin met haiku’s (die we niet konden lezen, maar toch mooi zijn) en er is een mostuin.

De mostuin.
Een Haiku.
Tempel 30 lig naast een enorm groot Shinto complex.
De schrijn is om een oude boom gebouwd, voor de boom-kami?

Donderdag 31 oktober vertrokken we uit Kochi.

Spitsuur.

Tempel 31 lag weer op een heuvel…..en het uitzicht was weer prachtig.

Precies op de goede plek stond daar een fotogenieke boom.

In het stempelbureau van de tempel kwam ons een bruidspaar tegemoet. Ze zouden gaan trouwen volgens (Shinto? Boeddhistische?) rituelen, want ze overhandigden een officieel uitziend papier aan de dame van het stempelbureau en wilden daarna natuurlijk voor ons poseren.

De pagode van Chikurin-ji (het is een belangrijke tempel)

Het lijkt heel voorzichtig herfst te worden. Dit merken we nog niet aan de temperatuur, het is al dagen rond de 25 graden in de zon wel te verstaan, ‘s ochtends als we om 8 uur vertrekken is het fris, maar zodra de zon schijnt wordt het warm, de zon heeft hier rond eind oktober nog veel kracht.

Na tempel 31 moesten we weer naar beneden en daar troffen we een groep kleuters aan die enthousiast allerlei spullen verzamelden. Dit begrepen we natuurlijk direct. Voor de herfsttafel! Het was weer een onmogelijk pad, maar de kleuters klommen over de stenen alsof ze op straat liepen.

De kleur van de petjes geeft de groep aan.

Na tempel 31 (ik blijf de nummers noemen omdat sommige volgers dit met een kaart van Shikoku doen waar de nummers op staan. Ik denk dat wordpress wel kan werken met een ‘interactieve’ kaart, maar ik kan het niet). Maar goed na 31 kwam 32 dus, en weer ging het pad door een bamboebos, en weer was dit zo mooi!

En de stammen zo lang!
Uitzicht met Kobo Daishi vanaf tempel 32.
En zowaar enkele bladeren in herfstkleuren.

Hierna liepen we door naar tempel 33.

Hier was het duidelijk: geduld is een schone zaak.

We sliepen in de ryokan tegenover de tempel, de ryokan waar ik 3 jaar geleden ook sliep. Ik stond nog in het boek!

Vrijdag 1 november. De volgende dag ontstond er wat gedoe over het vervolg. We moesten onze plannen wijzigen. De eerstvolgende slaapmogelijkheid bleek 30 km verderop te zijn en de eigenaar van de ryokan stelde daarom voor de eerste 8 km in een taxi af te leggen. De taxischauffeur was erg chagerijnig dus helaas, we hadden geen zin om een foto te maken. (De taxi’s zijn hier beeldig….smetteloos wit ingericht, met kanten kleedjes, soms heeft de chauffeur witte handschoenen aan, enz.)

Een groep buspelgrims om 8 uur in het mooie ochtendlicht bij tempel 34.

Enkele weken geleden alweer, ook als je ‘alleen maar loopt’ gaat de tijd snel, enkele weken geleden dus kwamen we een paar keer een Nederlandse vrouw van onze leeftijd op een fiets tegen. En dan spraken we wat met elkaar. Groot was onze verbazing toen we over een brug liepen en aan de overkant van de snelweg een fietser enthousiast naar ons zwaaide.

Onze schaduwen op de droge rivierbedding.
Verpletterend blauw!

Maar goed, de fietser. Zou dat haar zijn? Ze bleef maar zwaaien. Na de brug kwam een stad waar we koffie wilden drinken, leuk! kon ze mee, even bijpraten. En zo dachten we ook, ze schoot niet echt op, zo op de fiets.

Tja, oordeel niet te snel!

Het was een jonge man die even met ons mede-henro’s wilde praten en natuurlijk ook met ons op de foto wilde. We kregen een soort chocolade reep van hem. Ik gaf een mandarijntje terug. ( we hadden gisteren twee enorme zakken fruit van iemand gekregen, een zak mandarijntjes en een zak kaki-fruit. Van dit laatste kon ik nog net 2 stuks uithalen en de rest terug geven).

Tempel 35 lag weer op een berg.

Zandzakken langs de weg.

Ik denk dat deze zandzakken het water, dat bij zware regen onherroepelijk als een rivier van de berg af komt stromen, enigszins in banen moeten leiden.

Elke plaats heeft zo zijn eigen straatverlichting.

En tenslotte kwamen we bij een Lawson vanwaar we de man van de volgende slaapplaats moesten bellen, want hij zou ons komen ophalen. De slaapplaats was niet veel (maar dat is nu alweer geschiedenis). De man reed een beetje wild over de weg, hij haalde nog iemand op (bij een andere Lawson) en bracht ons toen naar de slaapplek. Daar lieten we de rugzak achter en bracht hij ons naar tempel 36! De service stond in schril contrast met de slaapplek.

Tja, dat pad bij tempel 36.

Vorige keer vroeg ik hier aan de dame van het stempelbureau naar het pad van mijn hotel (nu helaas gesloten). Ze wees naar achteren. Ik op pad. Het was op het einde van de dag en ik had het wel gehad voor die dag. Het pad werd steiler en steiler en ik durfde niet meer terug dus klom Ik maar door in de hoop op een breder pad of een weg uit te komen. Dat brede pad kwam en toen ik dat een kwartier had gevolgd kwam ik bij de weg: afgesloten met een groot hek. Ik weer terug de andere kant op, hoe kwam ik hier uit? Uiteindelijk bereikte ik een hek dat open stond en de weg waar een auto met een man stopte. Hij vroeg waar ik heen ging. Maar ik dacht, ‘ik ga niet bij een man alleen in een auto’ dus liep door. Een auto met een echtpaar stopte, en ik liet me in de auto vallen, doodop. Bij het hotel aangekomen stond daar de man van de eerste auto te wachten. Bezorgd!

En nu stond daar die behulpzame man van de slaapplek op ons te wachten om ons weer terug te brengen.

Foto van de opkomende zon (uit de rijdende auto genomen).

Vandaag, 2 november dus, bracht hij ons om half 7 naar de steiger van de ferry.

Wij moesten een uur varen naar de startplaats van die dag.

En vandaag hebben we alleen maar 1 van de ik noem het ‘tussentempels’ bezocht, bangai tempel 5.

Hier vraag ik de weg.
Uitzicht vanaf de tempel.

Hier zit Mariet onderaan de tempeltrap en ze bestudeert de route. Ze heeft een broodje gegeten en wat bleek, toen ik naar boven keek na het maken van de foto? Daar zat een aapje te kijken en te wachten ……….een broodje!

Hier rent het weer weg.

En toen waren we weer bij de oceaan.

En ik ga ‘ns kijken of de was al droog is.