De zon is weer terug.

Gisteren ochtend om half 8.

We zijn gisteren om 7 uur vertrokken uit Monterubbio omdat het weerbericht meldde dat het tot 12 uur droog zou blijven. Het was echter de hele dag droog, sterker nog, ‘s ochtends nog veel wolken en ‘s middags weer een mooie blauwe lucht met hier en daar een wolk.

Onderweg naar Castuera kwamen we een Franse man tegen met wie we een stukje opliepen. Hij maakt tijdens zijn tocht van Almería naar Salamanca elke dag een beeldige aquarel. Op de Facebook pagina van de Franse amis van de camino Mozarabe komt zijn werk herhaaldelijk voor. Wat leuk om hem te ontmoeten en later aan het werk te zien.

In de herberg van Castuera, pelgrim Andre aan het werk.
Castuera.

In Castuera sliepen we in de pelgrimsherberg. De herberg is nieuw: 2 ruimtes met elk 2 stapelbedden, 2 badkamers met 2 douches annex w.c. en een grote keuken met tafels en stoelen. De sleutel moesten we ophalen bij de politie. Nadat we in de herberg de rugzak hadden neergezet (en de onderste bedden hadden ‘gereserveerd’) gingen we op zoek naar iets te eten. Castuera was uitgestorven. Wat een dode, stille, zielloze dorpjes komen we deze laatste dagen tegen. Na een uur rond zoeken kwamen we terecht bij het zwembad waar een restaurant bij was. Daar gegeten, we hadden sterk de indruk dat toeristen (buitenlanders, pelgrims?) een andere behandeling krijgen dat de gemiddelde Spaanse gast. We liepen terug langs de Spar, waar we brood, beleg en aqua…. liters aqua kochten voor de avondmaaltijd en het ontbijt. Bij terugkomst bleken er twee nogal chagrijnige Franse dames te zijn gearriveerd, ja, zij moesten de stapelbedden beklimmen.

Dit is ook Spanje.

Ik ben ‘s avonds voor de boodschappen voor de volgende dag op zoek gegaan naar de Dia (een Spaanse AH) en vond hem natuurlijk weer niet. Ik vroeg de weg aan de oude vrouw (je ziet erg weinig mensen op straat). ‘Dia?’ Ze begreep me niet en haalde haar man erbij. Hij bleek Duits te spreken, hij had 8 jaar in Keulen als gastarbeider gewerkt en bracht me al herinneringen ophalend naar de Dia.

Vandaag, zondag 24 april (waar blijft de tijd….) liepen we van Castuera naar Campanario. Alweer een plaats om niet naar terug te verlangen.

We lopen door een wijd, leeg landschap.

Het was een prettige wandeling, niet te lang 20 (of 24 -het is telkens onduidelijk wat de juiste afstand is-) km, niet te veel stijgen of dalen en een heerlijke zon, precies goed wandelweer.

Honderd tinten groen.

In Campanario slapen we in een casa rural. Voorzover je daar hiervan kunt spreken staat dit in het centrum van het plaatsje. Er blijkt ook een restaurant te zijn in Campanario (te weten 1 restaurant en 1 bar). Hier hebben we heerlijk gegeten. De bar gaan we morgen zoeken voor het ontbijt.

‘Gelukkig’ was de tv aan in restaurant Seneca en gelukkig dit keer niet met stierengevechten.

Andre zat ook op het terras, dus als afsluiting nog wat moois van hem.

Van de zon in de drup

En wat voor drup. Vandaag regende het de hele dag, dan weer hard, dan weer zacht, maar altijd gestaag.

Hinojosa del Duque.

We vertrokken gisteren met zon en een strakke blauwe lucht uit Hinosoja. Omdat het een lange etappe is, hadden we ook deze in tweeën gedeeld. Mariet had belde met het hotel van de volgende dag om een taxi voor een afhaalpunt af te spreken, toen de eigenaar heel aardig aanbood ons na 20 km bij een punt waar het pad een weg kruist op te pikken. ‘Hij reed er toch langs’.

We liepen deze dag door een vlak gebied met veel landbouw en veel bloemen.

We moesten weer een brede stroom over, de bodem was glibberig en lag vol stenen. Hiervoor heb ik ‘waterschoenen’ (plastic sandalen van van Haren) bij me. En zo kost een stroompje veel tijd: bergschoenen en sokken uit trekken, soms de stokken van de rugzak losmaken en langer maken (en vastdraaien…..anders zak je nog het water in), de waterschoenen en handdoekje uit de rugzak halen en aantrekken. En dan zo opgetuigd het koele water in. En je weet nooit wat deze toekomst brengen zal. Aan de overkant hetzelfde ritueel maar dan in andere volgorde. Bijkomend punt hierbij: hoe houd je de voeten schoon, want na het afdrogen moet je direct de sok en schoen aan, erop gaan staan geeft weer zand en modder aan de voet. Het handigst hiervoor is een goede grote steen om op te zitten, maar die ligt helaas niet overal klaar. Mariet was deze keer in het gras aan de oever gaan zitten. Toen er plotseling een hond verscheen. Even later riep een man de hond terug. Ik stedeling uit een andere wereld dacht dat de man de hond uit liet, maar al snel bleek dit niet het geval. Er kwam namelijk een grote kudde schapen en geiten aan en deze dreigde over Mariet heen te galopperen. Gelukkig wist de herder ze langs haar heen te leiden, hierna renden de beesten (waarschijnlijk net zo geschrokken als wij) snel weg.

Mariet maakte deze aktie foto.

Hierna ging de wandeling deze dag heerlijk rustig in de zon, met prachtige vergezichten door. We kwamen een kwartier voor de afgesproken tijd op de plaats aan.

Onderweg velden vol bloemen.

We sliepen deze nacht in Monterrubio de la Serena in een erg leuk hotelletje op de Plaza de España tegenover de kerk.

En vandaag, vrijdag 22 april zouden we eigenlijk het tweede deel van de wandeling doen, maar het weer is voor de zoveelste keer weer helemaal omgeslagen. Het is koud (we hebben de airco op warm gezet) en het regent. En we horen van sneeuw in Spanje…maar zo erg is het gelukkig bij ons nog (?) niet.

Vanochtend, kleumend wachten op het ontbijt.

Ik wilde toch de 12 km van de tweede helft lopen, dacht anderhalf uur heen langs de weg en daarna weer terug. Gehuld in plastic ging ik op pad. Drie maal stopte er een auto met de vraag of ik een lift wilde, en na de derde keer ben ik maar weer terug gegaan. Zo werden het slechts 10 km deze dag.

Weer terug in Monterubbio de la Serena.
Bloemen van gisteren.

Omdat de geslachten veroordeeld

tot 100 jaar eenzaamheid geen tweede kans krijgen op aarde.

Alcaracejos.

We sliepen twee nachten in Alcaracejos en zo kon ik het dorpje uitgebreid bekijken. We lopen deze dagen door een gebied met stille, half verlaten dorpjes waar veel huizen verkrot zijn en/of te koop staan. Het doet me allemaal erg denken aan de dorpjes uit de boeken van Gabriel García Marquez.

In de bar hing een affiche van een tentoonstelling van vrouwen die naar Santiago waren gelopen, deze tentoonstelling was in dit kerkje. Het waren mooie foto’s van krachtige vrouwen. Ze liepen met? tegen? borstkanker (ik begreep natuurlijk weer niets van de tekst).

Wij moesten gisteren dinsdag 19 april, nog de 2e helft van de lange etappe lopen, het was luxe zo zonder rugzak. En alhoewel het koeler was, was het nog…. heerlijk wandelweer.

Het landschap is erg veranderd. We lopen door een brede vallei met veel landbouw en veeteelt.

Er waren weer de nodige stroompjes over te steken.

En vandaag, woensdag 20 april liepen we van Alcaracejos naar Hinojosa del Duque. Het weer is vannacht omgeslagen, we liepen de 21 km bijna helemaal met tegenwind en in de regen. Na 3 km kwam er een dorpje waar we de bar niet konden ontdekken, (het had wel een beeldige kerk, maar geen foto ivm de regen). Na 10 km was er gelukkig weer een dorpje met bar, waar we koffie dronken en een croissant aten (maar was deze oud? Te snel uit de oven? Nog niet gaar? Hij bleef in mijn maag de rest van de dag erg aanwezig)

Door heel Spanje lopen deze Canadá’s, dit zijn brede zandwegen waar het vee twee keer per jaar over trok, als ze van de winterweiden en zomerweiden wisselden. En wij liepen er nu over, in de regen.

Steeneiken.

Zo liepen we langs eindeloze velden met steeneiken, afgewisseld met graanvelden.

Graansilo’s.

In Hinojosa staan deze graansilo’s. Ze zijn niet meer in gebruik, het zijn nu monumenten. En ze zijn prachtig.

Hinojosa del Duque.
Boom van deze dag.

Wij lopen verder

Van Villaharta naar halverwege Alcaracejos

Het is 35 km lopen…..klimmen en dalen, dus we doen dit traject in 2 dagen.

Half 8 ‘s ochtends, uitzicht vanuit Villa Harta.

Het was prima wandelweer (‘s ochtends vroeg…later werd het weer erg warm) en we moesten direct veel stijgen. En dit dan ook nog op de verkeerde berg. Daar ging het echt steil omhoog, maar boven aangekomen zagen we geen gele pijlen (die door heel Spanje de routes naar Santiago aangeven). De gps gaf aan dat we wel op een pad zaten maar niet op het goede. Dus weer terug naar beneden, naar de rivier die we zojuist waren overgestoken.

Het ziet er eenvoudiger uit dan het was.
Hier klimt Mariet op de verkeerde berg omhoog. De foto laat niet duidelijk zien hoe steil het was.

Beneden aangekomen zagen we gelukkig direct het goede pad dat op een andere berg omhoog ging. Daarna moesten we gedurende de volgende 4 uur klimmen en dalen tot we op de plek kwamen waar een afslag was naar de weg. (Dit bij de steen die aangaf dat het nog 18 km te gaan was, gelukkig hadden we deze informatie op een blog van een andere pelgrim gelezen). Toen we deze afslag waren afgelopen kwamen we bij ‘het monument’, dat staat bij de snelweg naar Cordoba.

Raíces de los Pedroches.

Aurelio Teno maakte dit beeld ‘de wortels van de Pedroches’ ter herinnering aan de gevallenen in de Spaanse burgeroorlog. In dit gebied Pedroches (betekenis vallei en ook graniet, steen) vond in 1937 een belangrijke veldslag plaats bij het plaatsje Pozoblanco waarbij de Republikeinen stand hielden en de troepen van Franco zich moesten terugtrekken. De dictatuur van Franco werd pas eind 1939 in dit gebied ingevoerd.

Uit Spaanse literatuur en documentaires weet je dat de Spaanse burgeroorlog nog altijd aanwezig is. Als buitenlander hier merk je daar weinig van. Tot je plotseling op zo’n beeld stuit. We lopen dus door een gebied waar de Republikeinen (in het Franco gezinde zuiden) lang ‘als graniet’ stand hielden.

Ik had al zo’n vermoeden van een republikeins gebied toen ik gisteren in Villaharta het straatnaambordje met de naam Antonio Machado ontdekte en een oudere bewoner mij glunderend aankeek toen ik de naam uitsprak.

Op deze plaats hebben we naar een taxi naar Alcaracejos gebeld, die na 15 minuten kwam. Hoe eenvoudig is het lopen anno 2022……….je volgt de route via de gps op de telefoon (ook handig om te zien dat je op de verkeerde berg staat) en als je een taxi nodig hebt om je uit the middle of nowhere te halen dan bel je even. Alleen de voeten die zijn niet meegegaan met de ontwikkelingen richting nieuwe tijd: ze zijn nog steeds vermoeid en doen pijn na 20 km lopen. Maar dat van die telefoon? Wat een gemak!

In een kwartier waren we ‘thuis’ in hostal ‘Tres Jotas’. Daar bleek net zoals in het hele dorp alles gesloten te zijn. ‘Een feestdag’, ik weet nog niet welke, 2e Paasdag wordt hier niet gevierd. Vanochtend als ontbijt een geroosterde boterham met olijfolie, als lunch een droog wit broodje en nu als avondeten een bocadillo (broodje) kaas in de bar van een benzinepomp 2 km verderop. Het was een brooddag vandaag.

Er waren weer veel bloemen deze dag.

Ook op de verkeerde berg.

En werd er nog gewandeld?

Cordoba, 16 april, half 8 in de ochtend.

Omdat het een warme dag zou worden zijn we na een ontbijt om 7 uur vroeg op weg gegaan. Cordoba was leeg en stil.

Over deze brug verlieten we de stad.

Het was weer heerlijk in de natuur te zijn met het enige geluid het fluiten van de vogels. Deze dag liepen we 20 km naar Cerro Muriano. Het landschap waar we door liepen was helemaal veranderd. Er stonden geen olijfbomen meer maar loofbomen en er groeiden enorm veel verschillende bloemen.

Het eerste stuk ging nog redelijk plat, maar daarna ging steil omhoog.

Veel bloemetjes van de dag dit keer.
In de verte ligt in de diepte Cordoba.
Dicht bij de grond, een ‘bergbloemetje’.

We waren al om 2 uur bij ons Hostal van deze dag. En daarom hebben we daar direct op het terras heerlijk gegeten. Het leek wel vakantie……..

Vandaag, 17 april liepen we weer 20 km verder naar Villaharta. Voor de zekerheid maar weer vroeg, om 7 uur vertrokken. Na 2 km lopen zou er een benzinepomp verschijnen die 24 uur open is en waar we wilden ontbijten. We hebben echter geen benzinepomp gezien. Dus de 2 bananen voor onderweg maar als ontbijt opgegeten.

Er stond een prachtige maan, maar wat een overmoed te denken dat je daar een foto van kunt maken.
Er kwamen vandaag veel stroompjes op onze weg.
In de verte ligt Villaharta.

Het was wederom zo’n heerlijke, gemakkelijke (relatief gezien…..) wandeldag: mooi weer, niet te veel klimmen en dalen, halverwege een onverwachte bar (zeer welkom) en alweer vroeg in het hostal, al om 2 uur.

De mooiste van de afgelopen 2 dagen.

Tegen de avond heb ik nog een kleine wandeling door het dorpje gemaakt.

Een ooievaarsnest met ooievaar op de kerktoren.
En de hoofdstraat heet Antonio Machado.

Villaharta, een prachtdorp!

Vanuit Cerro Muriano: nog even Cordoba

Ja, ‘even’ Cordoba, Hoe durf ik dat te zeggen over deze prachtige stad. Dat ‘even’ staat er alleen omdat we het mooiste gebouw van Cordoba, de Mezquita, gelukkig tussen de passies door hebben bezocht en vooral hebben bekeken en ik het nu nog, een dag later ‘even’ moet beschrijven.

Een toegangsdeur.

‘Het gebouw dat alles zag.’ Alweer zo’n gebouw dus dat over vier culturen, overheersingen, religies kan vertellen. In de 8 ste eeuw werd Cordoba de hoofdstad van al-Andalus. En de Visigotische kerk die er al stond, werd door de Moslims eerst gekocht en daarna verbouwd en uitgebreid tot moskee die de Kaaba van het westen zou worden. Het gebouw groeide in de loop van een periode van 200 jaar verder en hierbij werd gebruik gemaakt van oude fundamenten (er stond ooit een Romeinse tempel) en pilaren die meestal van oude ruïnes afkomstig waren.

‘Wij zijn nog altijd indringer in een metafysische wereld die onze ervaring te boven gaat.’

In 1236 veroverden de Christenen Cordoba weer en werd de moskee tijdens de regering van Ferdinand lll en Karel V een kathedraal. Dit door o.a. 400 van de 1200 zuilen te verwijderen en in het hart van het gebouw een kathedraal te zetten. En langs de buitenmuren werden de nissen in kapellen veranderd.

De mihrab is bewaard gebleven.

Gaf hij wel of geen opdracht tot de verbouwing? Keizer Karel V was verbijsterd bij het zien van de verandering. ‘Een logge structuur moest in het hart van de magische vergezichten verrijzen alsof er opzettelijk naar gestreefd werd buitensporig vernielzuchtig te zijn.’

De Boeddha beelden in Afghanistan, de verwoestingen in Tibet door de Chinezen, de kruistochten, Odessa? altijd weer dat buitensporig vernielzuchtig………

Ps vannacht bedacht ik me dat de Mezquita niet in zijn geheel is verwoest (het buskruit was nog niet uitgevonden………), het bouwwerk staat er nog grotendeels en het is nog steeds indrukwekkend. Ook de kathedraal is mooi. Maar de ziel, de betekenis die is veranderd.

De koepel van de mihrab.

Een kathedraal in een moskee. De Moslim bouwmeesters bleven ook na de christelijke overwinning in Spanje en bouwden mee aan de paleizen en kathedralen. In Cordoba werden moskeeën in kerken veranderd en de minaret werd kerktoren. En zo beïnvloeden de verschillende bouwstijlen elkaar, werkten samen en staan naast elkaar.

De Moorse tegeltjes, met het katholieke werk daarboven.

En de kathedraal zette haar toon, zette haar bepalende beelden neer.

Santiago de Matamoros (de ‘Morendoder’).

Sporadisch is Santiago als Morendoder afgebeeld. Ik zag hem in de kathedraal in Burgos. En ook hier in de kathedraal dus. Santiago als Matamoros wordt vooral om politieke redenen van stal gehaald; ten tijde van de strijd met de Moren en ook door Franco, die de bedevaart naar Santiago gebruikte om hiermee zijn religieus-nationalistische politiek te propageren.

In de kathedraal stonden ook de beelden die die avond weer bij een processie door de stad werden gedragen. Ik was rond 6 uur ‘s avonds op zoek gegaan naar Romeinse resten. Ik vond ze niet. Het was verschrikkelijk druk in de stad en zo belandde ik bij de Mezquita. Daar stonden al veel mensen te wachten op (alweer…..) een processie. Na wat getwijfel en heen en weer geloop, ‘doe ik het nou wel, of niet’ ben ik toch maar op een goed plaatsje gaan staan, want die waren er nog op dat moment. Ik heb een ruim uur moeten wachten, de menigte werd groter en groter maar tenslotte kwam daar uit de Mezquita weer een processie,

De sfeer deze avond was (in tegenstelling tot de vorige avonden, toen leek het wel de vrijmarkt-nacht) mooi. In de stoet liepen zangers, zangkoren en orkesten mee die op sommige plaatsen prachtige liederen zongen. Als de beelden passeerden werd het publiek doodstil.

In 1 beeld: Spanje en de Moren.

Uit ‘Vragen van een lezende arbeider’ – Bertold Brecht

Wie bouwde Thebe met de zeven poorten?

In de boeken staan de namen van koningen.

Hebben de koningen de rotsblokken aangesleept?

En het meermaals verwoeste Babylon?

Wie bouwde het telkens weer op?

In welke huizen van het van goud fonkelende Lima

woonden de bouwvakkers?

En wie sjouwden de beelden door de straten van Cordoba?

Cordoba

Ons Hostal in Santa Gruz

Gisteren waren we nog in Santa Gruz en stonden we te wachten op de bus naar Cordoba. De bus naar Cordoba? Het zou 26 km worden en omdat het die nacht weer flink geregend had was het pad een klei-glijbaan geworden. ‘Langs de weg’ was nog een optie, maar dat was een snelweg en ze rijden hier nou niet echt volgens de verkeersregels en het werd weer heet, ook dat nog…….26 km langs een gevaarlijke weg in de zon…….. We besloten ‘met de bus’ te gaan. Bij de bushalte hing geen dienstregeling en er gingen diverse tijden rond: 7.20, 8.20, of 10.20 uur. We stonden er alle tijden (tussendoor dronken we koffie, aten koekjes bij de bakker om de hoek, spraken met de andere pelgrims) en reisden uiteindelijk om 10.20 uur in een half uur naar Cordoba.

We hadden eigenlijk over deze brug Cordoba binnen moeten wandelen.

Cordoba is in Semana Santa modes, en dat is dus eigenlijk interessant, fascinerend, afschrikwekkend (weer rijen mensen in boetelingen dracht), ontroerend (de muziek en het gezang), tot nadenken stemmend, aanlokkelijk, want zodra we de muziek hoorden gingen we weer…. en ook verschrikkelijk. Het is hier namelijk ontzettend druk en er zijn talrijke processies en soms kost het moeite een processie te ontwijken. De binnenstad is omgebouwd tot een openlucht theater (met stoelen, waaronder hele luxe, met veel te dure toegangskaartjes….) waar de processies langs gaan. Wij slapen in een pension in een zijstraat van de San Fernando straat, een straat waar de meeste processies ook door gaan. En een straat voor de gewone mensen. Hier geen stoelen te huur maar lang wachten langs de straat en ondertussen kilo’s pompoenpitten weg kauwend en -spugend. En duwend zodra de stoet er aan kwam. Maar ook wij waren erbij (let op de ironie), dus hierbij een kleine impressie van deze processie-dagen.

Voor de San Francisco kerk, het kruis wordt uit de kerk gedragen.
Dit is geen zaak voor mensen met slappe knieën.

Ook zij liepen gisteren nog heel bescheiden (1 in het groen geklede man en 2 veteranen ?….. en wij hopen van de ‘goede partij’, hier in dit Spanje) mee. Vandaag was deze kerk de plaats van de laatste staatsie en werd de gekruisigde Jezus liggend op het kruis door een heel gewapend peloton naar de kerk terug gebracht. Dit vergezeld door een enorme muziekband (en altijd wordt de muziek vals, of tegen het valse aan gespeeld, en altijd is het zo mooi. Ik vermoed dat ook dit een reden heeft). En tenslotte zongen de dragers (och arme in die hitte), staande met het kruis op de schouders een lied.

Het was druk, en warm….
en Maria is er altijd bij, gekleed in haar prachtige mantel.

Ook ‘s avonds en ‘s nachts gaat het processie leven door.

Een lange stoet door kaarsen verlicht.

In een bar kreeg ik het boekje met het programma, hierin eerst een uitgebreide beschrijving van de desbetreffende processie per dag, gevolgd door een volledig overzicht per dag.

Het rooster voor vandaag.
Terug in de kerk.

En omdat het bijna Pasen is als afsluiting dit mooie Paaspsalm van Leo Vroman.

Een psalm voor Systeem

Was de nacht soms uiterst stil

dan hoorde ik haast Uw stem

geschapen door mijn eigen wil

of door uw Eigen Stem.

Soms bliksemde het. Het of Wie;

dan stond ik voor ons grote raam

en was de donderslag Uw Naam

dan riep ik Die.

Gun straks mijn stervend brein de waan

van eeuwigheid maar even,

een vaag landpad om langs te gaan

waar gras wuift, hoge bomen staan

en lieve dieren leven.

En dan – vergeet mijn zielig lijf

als het zichzelf vergeet.

En wie Gij zijdt of hoe ook heet,

besta die nacht. En blijf!

Nog even gisteren (en daarna vandaag)

Gisteravond (in Castro del Rio) maakte ik nog een kleine wandeling.

Wie stonden daar bij de kerk?

En opeens hoorde ik weer trommels. Castel del Rio had dus, ondanks het slechte weer, besloten dat de processie deze avond moest doorgaan.

Een enorme stoet (met alweer) trommelaars trok door het oude centrum.

De stoet liep voorbij de kerk, de deur stond open (dit is meestal niet het geval) dus kon ik even naar binnen.

Alle beelden waren met doeken bedekt.

Hierna dus weer snel met de stoet mee. Deze liep naar een andere kerk. Deze stond naast een bar met terras. De bar deed dus zeer goede zaken.

‘Op wacht’.

Bij de toegang van deze kerk stonden 3 mensen met een groot vaandel, een kruis en ander. Ik vermoed dat ze de vertegenwoordigers van deze kerk zijn, de hele tijd stonden ze trouw ‘op wacht’. Ondertussen werden er allerlei rituelen uitgevoerd, zo werd er een plaquette van Maria onthuld en de priester (die meeliep) had zich verkleed en hield een toespraak en sprak (alweer vermoedelijk) een gebed uit. Ik stond tussen een groepje Spanjaarden van rond de 50-60, die de hele tijd doorgingen met hun gesprek (ze gaven commentaar op de omstanders, vermoedelijk ook op mij), maar zo met elkaar wachtend, we kregen een vorm van contact.

Uiteindelijk werd er een doornenkroon uit de kerk gedragen.
Gevolgd door een gekruisigde Jezus.

Onder vrij droefgeestig trommelgeroffel, door kaarsen verlicht ging de stoet weer op weg.

En de batterij van mijn telefoon was leeg. Dus hierbij eindigt dit verslag.

Woensdag 13 april liepen we van Castro del Rio naar Santa Cruz.

Het was een stralende morgen, het leek wel alsof de hele natuur weer was schoongewassen door de regen van gisteren en de vogels zongen allen van blijdschap.

De wereld was weer zo mooi.

Na 7 km bereikten we Espejo, een beeldig dorpje op een berg. Hier was het natuurlijk tijd voor een koffiestop.

Heel in de verte ligt Espejo.
Ik zit onder het zonnescherm met een passerende pelgrim.
Het politiebureau van Espejo.
Hier lopen we weer het plaatsje uit, de wereld in.

Hierna was het nog 12 km…….klei-trappen. De klei werd afgewisseld met grote plassen water, waar wij dan met de ‘klompschoenen’ omheen moesten lopen.

De schoenen van Mariet.
We kwamen doodop in Santa Cruz aan.
Ze zijn er altijd, en altijd mooi: de bloem van deze dag.

Hitte en regen

Gisternacht (nog in Cabra) klonk er rond 12 uur luide muziek, weer veel trommels en trompetten. Ik viel bijna uit mijn bed. Er ging wederom een processie van start en het leek wel of hij op het pleintje voor de kerk (en naast het pension) bleef staan, muziek – stilte – muziek enz. Na van de schrik te zijn bekomen: het was prachtige muziek. (alleen een beetje laat). De volgende ochtend na een heerlijk uitgebreid ontbijt (doel is hier 2 goede maaltijden per dag) gingen we op weg naar Baena.

Nog steeds olijfbomen en nog steeds mooi.

De olijfbomen vormen mooie patronen op de hellingen. Het was erg warm deze dag. De wandeling ging gedeeltelijk over een oude spoorlijn die tot wandel-fietspad was verbouwd. Dit gedeelte van de dag ging zo door uit gehakte rotsen en zo was het nog koel.

Bloemen zeeën, elke dag weer.

Halverwege gingen we van het wandelpad af en via Dona Mencía (niet echt een plaats om aan te bevelen) naar Baena. En toen werd het warm. Baena ligt op een heuvel en heeft een oud en nieuw gedeelte.

Daar gaat ze op weg naar Baena.

In Baena was er wat verwarring (laten we het zo maar noemen) over de gereserveerde kamer. Veel heen-en-weer gepraat waarvan de inhoud door de taal barrière grotendeels aan mij voorbij ging. Uiteindelijk belandden we in een ander appartement, dat veel mooier was. En toen was het natuurlijk weer processie tijd.

Trommelaars, trommelaars, trommelaars.

Deze avond gingen alle ‘processie-verenigingen’ (elke kerk heeft een eigen ‘vereniging’) in een lange stoet door het plaatsje. Aan het hoofd gingen de trommelaars; een enorme hoeveelheid trommelaars die allen zo hard mogelijk trommelden.

Trommelaar in vol ornaat.

Daarna volgden de diverse groepen ‘boetelingen’, elk in de kleur van hun ‘vereniging‘.

En tenslotte nog een orkest.

Een ‘Romeins’ orkest.

Alle groepen (culturen? godsdiensten? volken? Hoe moet je hen in deze tijd nog noemen, zonder gecanceled te worden?) die een rol van betekenis speelden ten tijde van de laatste week van Jezus liepen mee in de processie. Dus ook de Romeinen, zij vormden het orkest. (Een vrolijke rol dit keer gezien hun rol toen……). Ook de Joden hadden een rol. Rik Zaal noemt deze rol in zijn uitstekende reisgids ‘Spanje’ dubieus. Ik heb geen ‘Joden’, noch rare praktijken in de processie ontdekt.

Dat was dus gisteren allemaal. Vandaag, 12 april liepen we van Baena naar Castro del Rio. De gids voorspelde een kurze und einfache Etappe (bij Baena komt de camino uit Granada bij ‘de onze’ en kunnen we nu -naast de Spaans talige -, ook de Duits talige gids gebruiken).

In de loop van de dag veranderde het weer. En toen we nog een uur naar Castro del Rio moesten lopen begon het te regenen. En dit steeds harder.

Donkere wolken pakten zich samen.
Ik wilde eigenlijk bij het plaatsnaam bord staan. Waarom? Dat weet ik niet.

We hebben een pension aan de andere kant van het erg mooie stadje. Hier zagen we ‘tussen de buien door’ iets van. Maar het regent en dus ook geen Semana Santa vandaag, zo meldde het journaal zojuist.

Een regenachtig Castro del Rio.

Maar…… de sinaasappelboompjes die hier vaak in de straten staan gaan door de regen nog heerlijker ruiken. (Die straten staan dan ook weer vol auto’s, ook hier)

De bloemen van vandaag.

Onderweg door de olijfgaarden

Vrijdag 8 april

Van Villanueva al Gaidas naar Encinas Reales

Deze ochtend zijn we vroeg vertrokken want het zou warm worden. Het dorp uit gaat snel, zodra je de hoofdstraat uit bent loop je tussen de olijfgaarden. De bomen staan in nette rijen en werkelijk alle hellingen zijn ermee bedekt.

8 uur in de ochtend.

En we moesten weer een ‘rivier’ over. Hier zijn we door de boekjes en blogs die we lezen erg voor gewaarschuwd: scherpe steentjes op de bodem (ik sleep hiervoor al de hele tijd sandalen mee) en een stevige stroming (hiervoor heb ik stokken mee bij me).

Het lijkt alsof ik huil, dit is niet het geval, maar hoe krijg ik met schone ? voeten mijn sokken en daarna mijn schoenen aan?

We konden koffie drinken in Encinas Reales, een op het eerste gezicht klein plaatsje (maar ze blijken hier bij nader inzien allemaal groter).

Er was maar 1 cafe, ‘Eros’, om alle schijn van een bordeel te vermijden een foto, want zie wie hier nog meer hangt.

Santa Semana (de heilige week voor Pasen) nadert nu snel. Overal zagen we de voorbereidingen hiervoor, zoals bv het opnieuw witten van de huizen of het ophangen van grote doeken met de lijdende Jezus, de smartelijke Maria of de patroonheilige van het plaatsje (ook in tranen).

Deze straat is er helemaal klaar voor.

We sliepen deze nacht in Benamejí (een Arabische naam, wordt op de Spaanse wijze uitgesproken), een plaatsje 4 km verderop. Rond 5 uur was daar een processie met kinderen.

Toen ik ‘savonds op bed lag klonk er muziek. Ik ben toch maar even gaan kijken. De kerk was open en daar binnen werd alles klaar gemaakt voor de komende week.

Ook het haar werd gekamd.

Zaterdag 9 april

Van Encinas Real naar Lucena

Zoals ik al schreef, weer een dag met olijfbomen.

Bij binnenkomst in Lucena moesten we eerst lang, erg lang door een soort industrieterrein lopen. En toen bleken we ook nog een hotel 4 km buiten de stad gereserveerd te hebben. En dat was natuurlijk weer een berg op. Maar het hotel vergoedde daarna alles. Zalig gegeten op een terras, (met uitzicht op de olijfgaarden en ondergaande zon), een kamer met bad, zonder wifi, alles echt Spaans. We hebben hier alleen maar uitgerust……….

Zondag 10 april

Van Lucena naar Cabra (en daar begon het feest……)

Lucena was heerlijk stil, zo zondags ‘s ochtends om 9 uur.

Alle kerken leken weer dicht.

Maar in de Sant Matteo kerk (met een prachtig houten plafond) konden we vlak na het beëindigen van de mis iemand met een stempel ‘vangen’.

De Santiago kerk.

Het pad naar Cabra liep over een oude spoorlijn, hier was een fiets-, annex wandelpad van gemaakt.

Met bermen vol bloemen.

In Cabra slapen we in een pension aan de rand van de oude stad. Na aankomst ging ik direct op zoek naar een kerk die open was, voor een stempel. Dezevheb ik niet gevonden. Maar ik raakte al snel verstrikt in een processie.

Dit was de eerste, met de gele mutsen.

Elke parochie/kerk heeft zijn eigen attributen voor een processie en aan de muur bij de ingang van een kerk hangt het schema van die kerk voor de komende week. Ook zijn bij de plaatselijke vvv komplete overzichten te krijgen. In Antequera zelfs in de vorm van een in kleuren gedrukt boekje. En hier in Cabra kan het je dus gebeuren dat je door een doodstille straat loopt, muziek hoort en 2 tellen later als je een hoek bent om gegaan in het publiek verstrikt ben geraakt.

Een van de beelden heeft een doek met het Santiago kruis over zijn arm.

Na het eten maakten we een wandelingetje door de oude stad.

Even als tussendoortje, ons avondeten: veldsla met geitenkaas met membrillo.

In het centrum bij de oudste kerk was het enorm druk.

Hier wordt het ??? de kerk uitgedragen.

De stoet wordt geopend door de figuren met puntmutsen. (Ik heb gele, bruine en paarse gezien). Een macaber gezicht dat mij aan de ku klux clan doet denken. Daarna de stellage met een uitbeelding van de lijdensweg van Jezus, of een smartelijk kijkende Madonna en tenslotte een enorm groot orkest dat van die prachtige trage half achtige blues speelt (komt bv ook in de Godfather voor).

Ik denk dat ik over het thema ‘processie’ nog wel meer wil weten. Ik heb bv de volgende vragen: onderweg waren de cafe’s vol met vrolijke mensen, de stad was in feeststemming. En daarna op naar de processie? In de lijdensweek ?? De meisjes (van gisteren) waren ‘bruidjes voor Jezus’ waarvan stamt dit gebruik? Waarom de onherkenbaar makende puntmutsen? Enz dus.

De derde processie in Cabra.
De dragers.

En dan tenslotte, dit bloemetje van de vorige dag.

Ps mijn kuiten zijn rood verbrand door de zon. Morgen is het nog warm, dinsdag wordt er onweer voorspeld, het lijkt wel Nederland ….