En dan wordt je opeens geraakt

We zijn in Zentsju de plaats waar Kobo Daishi geboren is. Het is duidelijk een belangrijke plaats hier op het eiland en op de 88 henro. Ik heb vorige keer alles uitgebreid bekeken en ga daarom vandaag naar 3 bekkaku tempels. En ik ga met de trein. Een raar idee, met de trein ‘op tocht’ naar de tempels. Maar ze liggen zo ver uit elkaar dat je er soms dagen voor moet omlopen. Dus dan maar met de trein.

2 Liggen op het zelfde traject, ik moet er alleen halverwege voor overstappen van een trein op een 1-car trein (die trein bestaat uit 1 wagon) en deze gaat eens in de drie uur. Van mijn plan met de verste te beginnen en vanaf de dichtst bijzijnde terug te lopen komt dus niets terecht. Het is een dag geworden van wachtkamers, treinen, tempels en ook nog een kabelbaan.

Wachten in de wachtkamer.

Als eerste ga ik naar tempel Kaiganji nr 18. Deze wordt net als de hoofdtempel Zentsuji, als plaats genoemd waar hij geboren is. Deze ligt aan zee (de andere staat 12 km verderop in de stad).

In de verte ligt de haven van Takamatsu.

Dan volgt tempel 17, Kannonji.

De trein zit vol scholieren, die allemaal op hun telefoon kijken.

Hiervoor moet ik een half uur lopen vanaf het stationnetje.

Een wandeling langs prachtige herfstbossen.

Tempel 17 is heel eenvoudig. Als ik het terrein oploop is de vrouw van de stempels juist de toiletten aan het schoonmaken. Ze loopt met me mee en ik mag het allerheiligste zien. Dan vraagt ze mijn stempelboek en gebaart me ondertussen naar een kleine heuvel waar een beeld van Kobo Daishi opstaat.

Het altaar.

De tempel ligt aan een prachtig meer. Dit is een groot waterreservoir, gebouwd op instructies van Kukai. (hij dacht werkelijk aan alles…) Als dank hiervoor liet de toenmalige keizer deze tempel bouwen. Omdat mijn trein pas over 2 uur vertrekt heb ik nog tijd om hier langs te lopen.

Terug in de trein zit ik er, op een man na, lange tijd alleen in. De reis gaat nu door lange tunnels en steil omhoog. Hiervoor rijdt de trein ‘heen en weer’. Een stukje heen, de machinist sluit zijn cabine af en loopt door de trein naar achteren, gaat daar zitten en rijdt langs een andere rails een stuk omhoog. En loopt dan weer naar het andere eind van de trein. Ondertussen is een groepje wandelaars ingestapt.

Daar loopt de machinist. De passagiers staan klaar om foto’s van dit traject te nemen.

En tenslotte tempel 15, Hashkurasi. Vertaald is dit de tempel van de eetstokjes…. Het is ook het allerheiligste van de Konpira schrijn. (De belangrijkste Shinto schrijn hier op het eiland) Hier heeft de Konpira kami aan Kukai gezworen dat alle mensen gered zullen worden. Een duidelijk teken van de Shinto ‘overgave’ aan het Boeddhisme. Deze tempel ligt boven op een berg. Omdat er nog maar 1 trein over 3 uur (weliswaar) terug gaat, ga ik niet lopend naar boven en weer terug maar neem de kabelbaan. Stel dat ik verdwaal daar op die berg en de trein mis.

De poort gezien vanuit de kabelbaan.
De tempel is een sprookje.

‘En dan wordt je geraakt.’ Het hele complex is van hout en ligt tussen de herfstbomen boven op de berg in het gouden licht van de na-middagzon. Het is er prachtig!

Een paneel met dierenfiguren.
De Daishido – hal.
Kannon Bosatsu.
De trap (224 treden) naar de Shinto schrijn.

In het donker vertrekt het wagonnetje weer voor de terugreis met weer dezelfde machinist die weer heen en weer moet lopen en weer dezelfde man. Later stapt er weer een groep wandelaars in.

Dit keer bejaarden, zij hebben een plaatselijke ns wandeling gemaakt.

Ik Kotohira stap ik over op een ‘gewone trein’. Ik lever mijn kaartje in bij de uitgang van het station. Op dit kaartje, dat je bij het instappen uit de automaat trekt, staat het nummer van de plaats waar je bent in gestapt, zo weet de controleur hoeveel je moet betalen. Daarna heb ik nog tijd voor een beker koffie van de Seven Eleven (mijn tweede pas die dag), ik koop nu een kaartje voor de volgende trein en als ik zoekend rondkijk naar een bord waarop het perron staat, steekt de kaartjes controleur alweer lachend 3 vingers omhoog: perron 3 dus.

Om 6 uur loop ik door een donker (en koud) Zentsuji naar het hotel.

Van zon naar regen.

Vandaag, 3 december is het weer droog.

Zondag 1 december zijn we met de rope-way naar de top van de berg Unpenji vertrokken waar de gelijknamige tempel (Nr 66) staat.

Liep ik er vorige keer in de mist, nu was het fantastisch weer en bescheen de ochtendzon de beelden. Er staan heel veel beelden rond de tempel, ik heb ze niet geteld, maar het moeten de 500 arhats (discipelen van de Boeddha) voorstellen. (En mooi vind ik ze ook niet)

Jizo Bosatsu.
Levensgrote beelden, ook met de rope way naar boven gekomen?

Unpenji ligt op 997 meter hoogte, het was een lange tocht over enorm veel traptreden naar beneden.

Beneden kwamen we bij ‘het schuurtje’ waar ik 3 jaar geleden bijna ‘kapot’ op een bankje neer viel.

3 jaar later. (Het bankje staat er nog)

1 december en het land is hier nog groen.

Beneden in Kanonji aangekomen werd het al donker en haalden we het net nog naar Kanonji (68) en Jinne-in (69).

Me ook weer niet gerealiseerd: in dit jaargetijde worden de dagen steeds korter.

In de hoofdstraat van Kanonji City.
De Saitarivier.

‘s Nachts begon het enorm te regenen en dit ging de volgende dag gewoon door, alleen maar afgewisseld met periodes waarin het nog hard regende.

De binnentuin van ryokan Bansui.

Maandag 2 december ‘moesten’ we naar tempel 16 van de bekkaku serie Hagiwaraji. Het boekje raadde de ‘comunity bus’ aan en dit bleek een Japanse buurtbus te zijn. Hij ging 1x in de 3 uur maar door een speling van het lot waren we 10 minuten te vroeg voor de bus van kwart voor 9. Voor de prijs van 100 yen (80 cent) deed deze bus elke buurt, elke straat minstens 2x aan en na drie kwartier (toen ik al begon te vrezen dat de chauffeur ons vergeten was) stopte de bus op een landelijk weggetje en seinde de chauffeur dat we er uit moesten.

Na enig zoeken en vragen in een auto spuiterij kwamen we bij de tempel.

Ook in de regen.

En hoe nu terug te gaan? Waar is de bushalte en hoe laat komt er weer een bus? Ik vroeg het aan de dame van het stempelbureau (de enige aanwezige).

Hier is ze net klaar met mijn boek.

Ze heeft wel 10 minuten op haar telefoon naar de dienstregeling gekeken en zei toen ‘ik breng jullie.’ En ze belde haar man (de stempelmonnik?) haar te komen vervangen in het kantoortje. Inmiddels was er een andere pelgrim het gebouwtje binnengekomen en hij ging ook mee, allemaal in de auto. Ze heeft ons keurig bij het station afgezet en gelukkig had ik als dank nog een koelkast magneetje van Nijntje om haar dit (‘voor de kinderen’) te geven.

We waren dus opeens, weer veel te vroeg terug. En het regende nog steeds, een goede gelegenheid voor een kopje koffie en we vroegen de andere pelgrim mee. Hij bleek 20 jaar in Engeland te hebben gewerkt dus eindelijk….. iemand aan wie we al onze vragen konden stellen.

De haiku van Basho.

Dus ook naar de vertaling van de haiku van Basho. ( de stempeldame had de Japanse tekst voor me op een blaadje gezet).

De haiku luidt:

‘Een fazant die schreeuwt.

Naar Vader en Moeder

die dood zijn

verlang ik.’

Twee henro’s in de Seven Eleven.

Daarna scheidden onze wegen en gingen wij op zoek naar een bakker. Deze vonden we niet maar wel, zo rond 12 uur een bento shop! (Een winkel waar verse sushi’s worden gemaakt die dan in een bento = doos vervoerd worden). We verlangden wel vaker naar sushi’s, maar de winkels zagen we altijd op onmogelijke tijden, of ze waren dicht. We hebben nu deze schade ingehaald. de sushi’s waren vers, de box van plastic.

‘s Middags bezochten we nog tempel 70: Motoyama waar het ook regende.

Dit is de enigste tempel waar Bato Bosatsu de hoofdheilige is. Deze Bato wordt afgebeeld met of als een paard. Voor mijn overzicht ‘wie is wie in Boeddhistisch Japan’ heb ik op zoek naar een beeld van hem werkelijk elke verzameling beelden op elk tempelterrein afgezocht en het bij elk stempelbureau gevraagd.

Dus nu zou in ieder geval de monnik van dit stempelbureau iets moeten weten. Er bleek een beeld te zijn, maar (natuurlijk) was dit niet te zien.

Maar er stonden wel 2 beelden van paarden.

Tegenover de tempel was onze ryokan en we waren benieuwd, konden we hier al om twee uur terecht? (Gebruikelijk is dat je na 4 uur welkom bent) En dan waren we (de regenkleding en de schoenen) ook nog drijfnat. We werden binnen gelaten door een oud dametje, ‘alles is goed’, die direct thee bracht en de verwarming aan zette.

Een mooie oude ryokan, met veel hout.
En ‘s avonds kregen we weer een heerlijke maaltijd.

Zomaar wat gedachten.

Zaterdag 30 november De dag begon zoals bijna alle dagen: we gingen op pad, naar tempel 65 Sankakuji. Het was stralend weer en de wereld lag er prachtig bij.

Dit is wel een heel groot teken.

Het pad ging weer gestaag omhoog.

Voor morgen wordt er regen voorspeld.
Hier is het herfst en lente tegelijk.
En ook Jizo heeft zich aan de herfstkleuren aangepast.

Na deze tempel wilde ik doorlopen naar bekkaku tempel 13 Senruji. De stempelmonnik wees me de weg en zei dat het ongeveer 2 uur lopen was, of langs een heel moeilijk pad met veel klimmen of langs een iets gemakkelijker pad. Maar er stonden ‘signs’. Ik ging vrolijk op pad langs het gemakkelijkste pad. Na 1.30 uur bleek ik op hetzelfde punt aan te komen waar ik een kwartier eerder ook al was. Dus nogmaals het pad …… de tekens hielden op. Weer terug. Er ging een goed pad naar beneden maar dit was met een touw afgesloten. Dus onder het touw door naar beneden. Dit was een heel goed pad, maar ook hier geen tekens. Nou ja dus ik ben 3x op en neer gegaan, zal ik verder gaan? Is dit wel het goede pad? Toch maar wel, en toch maar weer terug. want stel je loopt het verkeerde dal in….. Uiteindelijk ben ik naar het weggetje terug gegaan in de hoop dat er een auto of een henro zou passeren die ik om raad zou kunnen vragen. Na 10 minuten stopte er inderdaad een autootje (zo’n auto waar 2 mensen in kunnen zitten met een open laadbak van achteren, ze worden veel op het platteland gebruikt). Na mijn vraag ‘De tempel, welke kant moet ik op?’ (Dit doe ik met het boekje: ik wijs de naam in het Japans aan en zeg twee woorden Japans) ‘Dwong’ de vrouw me bijna naar binnen, gaf me haar stoel, klom tussen de stoelen en de laadruimte, vouwde zich op en daar reden we al weg. Langs de weg duurde het enorm lang voor we bij de tempel waren en ik werd er keurig bij afgezet.

Senruji

De waterval voor de ascetische training.

Dit is een bijzondere tempel. Het eigenlijke ‘heilige’ is in een grot, natuurlijk niet te zien. Voor de hoofdhal en de Daishido moet je naar binnen, en daarvoor moeten de schoenen uit natuurlijk.

Het altaar.

Na een kleine tocht kwam ik bij het ‘loket’ van de stempelmonnik, die zich a.h.w. tussen beide hallen had genesteld.

Na het stempel vroeg ik de weg naar de bushalte: ‘bij de tunnel’, zoals er in het boekje stond, het sprak van 5 km. Weer terug langs die ellenlange weg en dan de berg op zag ik even niet zitten. Hij antwoordde dat er inderdaad een bus ging maar dat er niet zoveel bussen reden…… Inmiddels had zich een henro echtpaar met auto voor een stempel gemeld. De monnik vroeg of ze me naar de bushalte wilden brengen, ‘natuurlijk’ was het antwoord. En ik dacht wel zo fijn.

De grot?

Na een snelle foto van de grot (?) reden we weg, op naar de tunnel. Ook deze bleek, zo dacht ik onderweg, veel verder dan de door het boekje voorspelde 5 km te zijn (vooral bij de bekkaku tempels kloppen de afstanden niet en het is nooit korter) en in het zicht van de bushalte zei de man tegen me dat hij me bij een afslag veel dichter bij het hotel zou afzetten. En ja toen we daar reden, reed hij door naar het hotel en werd ik hier wederom keurig afgezet.

Laatste blik richting de tempel.

En nu ik hier weer onder de kerstmuziek van sky radio zit, overdenk ik al die vriendelijkheid. We worden zo heel vaak zo mooi behandeld, geholpen, al die osetta, enz. Tegelijkertijd heeft Japan nauwelijks immigranten, gekleurd of niet gekleurd ‘je komt er niet in’. De tijdelijke gastarbeiders die er zijn worden slecht behandeld. We waren gisteren in een hut met een complete inrichting t/m bedden, een oven en een plant. ‘Er staat frisdrank in de koelkast’ stond er op een briefje. ‘Zouden de daklozen uit Tokyo dit weten?’ Zo vroegen we onszelf af.

En dan al die overvloedige consumptie. Een heleboel zaken zijn zo ‘typisch westers’. En tegelijkertijd al die pelgrims met de rituelen in de tempels. Het heilige water, het beeld van Kukai dat je een hand kan geven. De pot van Jakushi die je geneest als je biddend erover heen strijkt.

De hand (links) met de vaas.

De dame van de receptie komt me twee mandarijntjes brengen en ik zeg haar dat ik ‘bedjitarian’ ben. ‘Maar ik eet wel sakana’ (vis) zo vervolgde ik, geen neko (ik denk, hoop dat dit woord vlees betekent, maar het kan ook hond zijn, en wat denkt ze dan in vredesnaam van mij… ) Maar daar kwam ze alweer aan met een vertaal app op haar telefoon: eet u wel vis-vlees? Talen, woorden en hun betekenis…….

Over een uurtje gaan we eten, ik ben benieuwd.

En over het eten gesproken, dit hotel was voor ons door de eigenaresse van de vorige slaapplaats gereserveerd. Bij het inchecken vroegen we of het restaurant open was. ‘Nee’ was het antwoord. Alleen het ontbijt wordt geserveerd. Rond 6 uur gingen we naar beneden en wat schetst onze verbazing, de eetzaal zat vol etende gasten. We vroegen weer of we konden eten, ‘Nee, echt niet.’ Na nog wat heen en weer gepraat bleek dat je voor de maaltijd ruim van te voren moest reserveren en wie weet was ons dit bij het inchecken ook verteld maar hadden we dit niet begrepen. We hebben maar meteen voor de volgende dag gereserveerd en zijn naar een eethuisje ‘om de hoek’ gegaan, alwaar we heerlijk aten.

Dus nu, echt benieuwd naar het eten……..

Onderweg vervolg (deel 7)

Dinsdag 26 november vertrokken we ‘s morgens vroeg vanaf de berg weer naar beneden.

En nog steeds zijn er herfstkleuren.

Zicht op Imabari.

We liepen naar bekkaku tempel 11 Koryuji. In het boekje stond dat dit gebied bekend staat om de herfstkleuren en dat bleek…. we hadden nog nooit zo’n drukte bij een tempel gezien, de hele parkeerplaats stond vol.

Met een henro van 90 jaar!

Ik was de enige buitenlandse henro en iedereen wilde met me op de foto of me op de foto zetten. Deze dame maakte de tocht met haar zoon in een auto.

Met deze kleurenpracht heeft de camera haar grens bereikt.

Het was nog een lange tocht naar Saijo, de plaats waar we zouden overnachten. Onderweg voelde je dat de winter nadert, het is, net als bij het wandelen in de lente, weer zo bijzonder te kunnen ervaren hoe het seizoen en daarmee het landschap verandert. Nu wordt de natuur stil, alles keert zich naar binnen.

De naderende winter.

We sliepen 2 nachten in Komatsu Ryokan, een ryokan die hoort bij een slagerij. Ze zijn verhuist naar een nieuw gebouw en de enige concurrent van de overkant is er niet meer.

Vegetarische fondue voor mij.
Een toast op de Henro.

Het kostte wat moeite uit de enthousiaste kreten van mijn buurman ‘Anton Geesink’ te herkennen. En ja, bij het avondeten zit iedereen, na een bad in de ofuro, schoongewassen in kimono aan tafel. Het bruine geval dat de buurman draagt hoort erbij, maar wordt niet altijd gedragen.

Woensdag 27 november We sliepen hier 2 nachten omdat we naar tempel 60 Yokomineji wilden en deze tempel ligt op 750 meter hoogte op een heuvel. Het kost ongeveer 3 uur om de ruim 9 km af te leggen, en we moesten eerst een stuk door het dorp wandelen om bij het begin van het pad te komen. Dat konden we eerst niet vinden en onderweg was het ook niet altijd goed aangegeven. Boven op de berg was het mistig en koud. Op de berg begint het pad naar de top van de berg Ishizuchi-san, dat ‘san’ staat erbij omdat de berg heilig is, er woont een ‘kami’ op. Ishizuchi is de hoogste berg op Shikoku, met een hoogte van bijna 2000 meter.

Shinto tori’s onderweg.
Het was er koud en mistig.
En altijd mooi.

We hebben een stempel gehaald, de Hartsutra gezegd, een blikje warme (!) koffie gedronken en zijn toen direct weer naar beneden gegaan. Zodra je wat gezakt was werd het weer wat warmer. Terug namen we een ander pad om een waterval te kunnen zien waar de ware asceet aan ‘watervaltraing’ doet. Maar ja, doen ze dat in de late herfst of is dit een activiteit voor de zomer? We hebben de waterval gehoord, zagen een pad dat er naar toe ging (maar het was afgesloten) en heel in de verte een Boeddhabeeld, maar geen mensen in witte kleding (zoals te zien was bij Pauline Cornelisse) en helemaal niet staande onder een waterval.

Hier nog een stroompje en nog niet geschikt voor een ‘watervaltraining’.

Donderdag 28 november Vandaag regende het bijna de hele dag, soms hard en na half 2 niet meer. We wandelden bijna de hele dag langs een snelweg, ook dat nog! De regen kwam niet alleen van boven maar spatte ook van opzij. Zelfs de monnik van tempel 62 had medelijden met ons, we kregen ‘s morgens vroeg een kopje koffie van hem.

Hoju-ji in de regen.

Daarna heb ik een poos geen foto’s gemaakt om de telefoon droog te houden. En wat ben ik blij met mijn goede regenbroek…..

Toen het in de loop van de middag opklaarde verscheen daar in de verte Ishizuchi, bedekt met sneeuw!

Het is nauwelijks te zien, maar er ligt sneeuw.

We sliepen gisteren in een ‘Henro-house’, een soort Vrienden van de fiets organisatie.

Hier maakt Fuku-san een heerlijke vegetarische curry voor ons.
Hulp bij het plannen van de komende dagen.

Vrijdag 29 november Een dag met slechts 1 tempel, veel weg en een stralend heldere blauwe lucht.

In de verte Ishizuchi-san met sneeuw.

We zijn nu in Shikoku-chuo en slapen 2 nachten in een hotel, want morgen wacht ons tempel 65: Sankakuji. We zijn zojuist uit eten geweest: een zalige gegrilde makreel, sashimi, groene- en Tofu salade en een miso soepje. Met salade zijn ze karig hier in dit land maar nu even niet. Ik zit opdat het wifi goed werkt beneden in de lobby en hier komt de achtergrondmuziek van Sky radio uit Oranda!! De Jumbo, black friday, Soldaat van Oranje, het schalt uit de lucht. Met Google translate heb ik nu 3x gevraagd: ‘waarom, deze muziek uit Oranda.’ Maar die vraag begrijpen ze niet. En nu weer multi vlaai. Hier krijg ik dus geen heimwee van. En dan komt er ook nog een jongen bij me staan om te kijken naar wat ik doe. En dan ontstaat er een gesprek. (Hij spreekt evenveel Engels als ik Japans). En hij gaat maar door.

Hier praat hij even met de dame van de receptie.

De hoogste tijd om te stoppen dus en naar bed te gaan.

Pelgrimeren langs tempels.

‘Het lichaam voelt wat de geest weet, en de geest weet wat het lichaam voelt.’

In het Boeddhisme zijn het lichaam en de geest beide belangrijk, ze ‘weten’ van elkaar en zijn a.h.w. 1. Door te pelgrimeren ga je a.h.w. door de wereld van de goden: langs tempels, heilige stenen, bergen, en watervallen, en door deze lichamelijke inspanning ontwikkelt het spirituele zich. (En de spieren niet te vergeten ook). De lichamelijke inspanning krijgt een extra zetje omdat de meeste heiligdommen op een heuvel of berg liggen en je via vele steile trappen naar de tempel gaat (want je moet er wel wat voor doen). ‘Verlichting’ is zo een voortgaand proces dat door verschillende stadia van inzicht voert. Een proces dat niet eindigt. En ofschoon die inspanning wel eens ‘lijden’ wordt, is dat niet de bedoeling. De pelgrimage is ook geen boetedoening. ‘Lijden’ is een centraal begrip in het Boeddhisme, maar dat is weer een ander verhaal.

De pelgrimages gaan als een cirkel rond langs de heiligdommen. Een eiland als Shikoku leent zich daar dus goed voor. De tocht eindigt waar bij begonnen is (dan is de cirkel rond en kan zo weer door gaan).

In het Japanse landschap zijn honderden van deze cirkels uitgezet. Het landschap wordt beschouwd als een ‘kosmische werkelijkheid’ en wordt weergegeven als een mandala waarin elke god haar/zijn eigen plaats heeft. Het landschap als paradijs.

Mandala in tempel 60: Yokomineji.

De tempel en het tempelterrein zijn heilig, je gaat er via een poort naar binnen. De poort wordt bewaakt door 2 woest kijkende Nio beelden. Onder de poort maakt de pelgrim een buiging.

Hierna worden de handen en de mond gewassen.

En ook weer afgedroogd.

En wordt de grote tempelgong geluid.

Het belangrijkste gebouw is de hondo, waar het beeld van de hoofdgod wordt bewaard. (En dat bijna nooit te zien is)

Senju Kannon Bosatsu, in tempel 58, Senyuji.

Een ander belangrijk gebouw is de Daishido, de hal ter ere van Kobo Daishi.

De beide hallen van tempel 38: Kongofukuji.

Daarna wordt een kaarsje aangestoken en wierook gebrand. Er staat een bak voor de osame fuda, de naambriefjes. Hierop schrijft de pelgrim zijn/haar naam, de datum en een eventuele wens of vraag. Het briefje is allereerst bedoeld als bewijs van eerbied voor het/de heilige. De bakken liggen vol met briefjes, waarop van alles geschreven is. De briefjes geef je ook als je osettai krijgt of als dank aan de ryokan waar je die nacht geslapen hebt.

Een naambriefje van brokaat.

De kleur van de naambriefjes geeft het aantal keer aan dat je de henro loopt. (Zo zal ik eeuwig in ‘het wit’ blijven: 1-5 keer). Van een passerend echtpaar in een camper (dat kan ook) kreeg ik mandarijntjes, cakejes en deze brokaten osame fuda……… zij hadden al meer dan 100 keer (weliswaar rijdend, maar toch), de henro gemaakt. Ik schatte ze rond de 60, begonnen op hun 20ste dat is toch ongeveer 3 keer per jaar ‘dit rondje’. Het is een keuze.

Voor beide hallen hangt een gong, daarmee meld je je aanwezigheid. (In India maak je zo ‘de god’ wakker, maar ik geloof niet dat dat hier ook zo bedoeld wordt).

Elke slag op de gong creëert het nu. Het moment waarop de stilte verandert in zo’n enorm en levend geluid dat het voelt alsof je de hemel en de wolken inademt. En je hart de regen en de donder wordt. (Thich Nhat Hanh)

Zowel voor de tempel, de hondo en voor de Daishido zijn gebeden die de pelgrim opzegt. En natuurlijk ook de Hartsutra. Alleen deze laatste zeggen wij op, maar wel in elke tempel.

Op de doeken die voor de tempel hangen staan cirkels, ook een centraal begrip.

En dan ben ik de stok haast vergeten. En nog veel meer…. Wordt vervolgd.

Onderweg vervolg (deel 6)

Zaterdag 23 november Terug op Shikoku moesten we weer terug naar het pad en volgens het boekje was er een korte route naar tempel 52, dus gingen wij vol goede moed op zoek naar dit pad. Na wat zoeken en 1 verkeerde keuze kwamen we op een pad, erg overwoekerd (weinig gebruikt?) dat we toch maar, (ondanks dat we hier geen tekens zagen) vervolgden. Na een uur kwam er een man ons tegemoet die ons kon geruststellen, het was het goede pad.

In de nieuwe wildernis.
In tempel 52.

Na enkele uren (en tempel 53) bereikten we weer de (nu) zee, de Seto binnenzee. Er staan nog wel borden waarop staat aangegeven hoeveel meter je boven de zeespiegel bent en er zijn ook nog borden die wijzen naar de ‘rescue places’, maar er zijn geen hoge tsunamitorens meer.

We sliepen deze nacht bij warm water bronnen (?) aan zee. Het water was weer 40 graden, er waren weer bubbel baden en je kon ook buiten in het warme water liggen. Bij de kamer hadden we ook nog een soort privé warm water bad. Het was allemaal zalig. Ik werd er doodmoe van en heb die nacht 11 uur geslapen.

Maar kon voordat ik knock-out ging op een terrasje genieten van de zonsondergang.
De zee, de zee.

Zondag 24 november Nu ik dit ‘s avonds om 9 uur typ lijkt het vertrek vanochtend uit het bronnenhotel alweer ‘jaren geleden‘. En het was maar 13 uur geleden. ‘Tijd’ is een raar iets. Op een dag maak je zoveel mee en zie je zoveel dat het ‘s avonds lijkt alsof je ‘vol’ zit en de notie van ‘een dag lopen’ geheel kwijt bent. Als ik de foto’s van 5 weken geleden zie denk ik ‘het lijkt wel een leven lang geleden’.

We liepen weer langs haventjes.

Bij het ontbijt krijg je heel vaak wat gedroogde kleine wormpjes? Visjes? Nou ja, hier liggen ze dus te drogen, het zijn wormpjes.

De daken zijn hier met allerlei beesten versierd. Aapjes, vogels, leeuwen enz. Deze versiersels en dakpannen worden in dit gebied gemaakt.

Maar er kan zoveel meer…….
Voor de zeegod? Een piepklein Shintohuisje aan zee.
Aan de haven.

We zijn inmiddels in Imabari aangekomen, een grote stad met een enorme haven.

Een gebouw in de vorm van een schip.

De secularisatie heeft hier duidelijk toegeslagen, toen ik de weg naar een tempel aan een jonge vrouw vroeg wist ze dit niet (hij bleek om de hoek), de osetta staat ook op een laag pitje en op dit tempelterrein kun je ook parkeren.

Tussen alle nieuwbouw stonden ook nog enkele oude huizen.

We slapen vandaag, maandag 25 november, in een tempel op een berg. Een prachtige tempel met een heerlijk gastenverblijf met 2 gasten: wij dus. Op face book wordt er gewaarschuwd dat ‘alles vol is’ en dat je minstens 2 dagen van te voren De slaapplaats moet reserveren, maar wij merken hier weinig van. Het verslag van vandaag volgt later want de internet verbinding is zwak. Op de tv (die voor ons werd aangezet) is het journaal met de paus, hij blijkt ook in Japan te zijn: met juichende mensen in een voetbalstadion (niet helemaal vol), en de paus die kussend en zwaaiend wordt rondgereden. Hij bezoekt nu de keizer. Hiervoor was er een kookprogramma. Het is allemaal op z’n Japans, maar verder zijn de tv programma’s zeer herkenbaar en net als bij ons. Alleen nemen de presentatoren als het journaal is afgelopen met een buiging afscheid. Dat zie ik ze bij ons nog niet doen.

Vegetarisch eten in de tempel.

We hebben weer zalig gegeten. Voor het eerst een vorm van bruine (en toch ook klevende) rijst. Het eten werd opgediend op dit beeldige lakwerk servies. Helaas heb ik er geen ruimte voor in de rugzak.

Inmiddels is ‘Met het oog op morgen’ gedownload (45!minuten) dus ik stop er voor vandaag mee. Morgen is er weer een dag. Wie weet met een snellere internetverbinding.

Hiroshima ’Peace tourism’

Vrijdag 22 november ‘Tegenover’ Matsuyama ligt Hiroshima. Het is vlakbij, dus vandaag zijn we er met de ferry naar toe gegaan.

Het Vredespark:

Uit: Japanse kronieken: Hiroshima, juni 1943. Alle gezonde mannen zijn aan het front en vele jonge vrouwen werken in de oorlogsindustrie van Nagayo of zelfs in de kolenmijnen van Kyushi. De stadsreiniging is dus in handen van oude vrouwen en soms zelfs van Boeddhistische nonnen, die uit hun kloosters zijn geplukt. De vrouwen die in juni de straten van Hiroshima vegen hebben misschien wel tussen het straatvuil het volgende blaadje gevonden:

‘Zolang het keizerlijke rescript de overtuiging zal onderschrijven dat Japan even oud is als de Hemel en de Aarde, zal Amerika tot de ondergang gedoemd zijn…………..’ (einde citaat)

We zijn eerst naar het herdenkingspark over de aanval met de atoombom gegaan. Op de folders van het toeristenbureau staat ‘Hiroshima Peace tourism’ en ik ben nog aan het denken wat ik daar van vind.

Klaar voor de foto, het is in ieder geval ‘tourism’.

De Dome van de foto hierboven is het enige gebouw dat na de atoombom is blijven ‘staan’ en dit is nu het krachtigste monument dat aan de aanval herinnert. In het park wordt op verschillende plaatsen herdacht, er zijn monumenten voor de kinderen, voor de burgerbevolking, voor de toen aanwezige buitenlanders enz. En er staat een eeuwige vlam, waar elk staatshoofd dat Japan bezoekt een krans legt. En er is een museum.

Een bezoek aan het complex is voor alle scholen verplicht.

Zo wachten ze hier tot ze naar binnen mogen.

In het museum is een groot overzicht van de aanval en de directe gevolgen te zien. Er hangen verschrikkelijke foto’s en ofschoon er bij de deur een bord hangt waarop de leraren wordt gevraagd de kinderen hierop voor te bereiden (in het Japans en Engels opgesteld) vind ik deze beelden veel te erg en veel te veel voor kinderen. Er was een soort speurtocht voor hen en in het museum bekeken ze alle foto’s vol belangstelling.

Het Museum en het park maakten weer erg veel indruk op me.

Zoals altijd zijn het de gewone mensen en de kinderen die In de oorlog het slachtoffer zijn.
Herdenkingshal voor de burgerbevolking.

In het museum bleef ik weer op zoek naar andere en meer informatie over de Tweede Wereldoorlog; de rol van Japan, die van de keizer (deze wordt nergens genoemd), de aanloop naar de oorlog, kortom hoe begon het en hoe liep het af.

De enige tekst over de Tweede Wereldoorlog.

Daarna, om alles te verwerken, zomaar een beetje door de stad gelopen.

Hiroshima is open, energieke stad.

We bekeken een (duur) warenhuis:

Hier hangt de kerstversiering al.
Hoezo bento-box?
Een straat met restaurants.

Bij de restaurants is vaak een soort etalage waarin het menu, in plastic uitgevoerd, te zien is. (Zodat je in ieder geval weet wat je bestelt). Het ‘nationale’ gerecht van Hiroshima is een, ik noem het maar ‘hartige pannenkoek’. De bodem is een zoete pannenkoek, met daarop: gekookte kool, een ei, tofu, vlees, iets onbekends enz. Alles naar keuze, bij voorkeur in laagjes. En tenslotte een flinke scheut soyasaus. Ik at er 1 de vorige keer, nu konden we zo’n restaurant niet vinden en hebben in een grillrestaurant gegeten. Dat gaf wat gedoe, ze eten hier enorm veel vlees (wat me de vorige keer totaal niet is opgevallen). Vleesloos kan, maar dan wel vis. En naast de vis lagen koolbladeren, plakjes ui, paddestoelen en paprika op de gril.

Typisch Japan, ze zijn gek op planten en bloemen. Ik heb onderweg nog nooit zoveel plantenwinkels gezien. Hier zijn jonge plantjes langs de Peace boulevard neergezet.

Bij een gokbureau (denken wij….het kan ook een ticketbureau’tje zijn)
De haven ‘s ochtends om half 9. We gaan weer terug naar Shikoku.

Matsuyama

Donderdag 21 november. Vandaag liepen we naar Matsuyama.

We naderen de stad, zelfs de Jizo beeldjes zien er hip uit.

Op het platteland staan vaak heel eenvoudige kraampjes met fruit of groente.

Vlak voor de stad is nog een enorme rettich te koop.

Nu lopen we weer op de stoep. Deze is hier altijd voor de fietsers en wandelaars samen. Tot nu toe hebben we nog niet 1 fietsbel gehoord als er bv iemand achter ons rijdt en ons wil inhalen. Er wordt dan vaart geminderd, langzamer gefietst. Soms merken we het dat er iemand achter ons rijdt en kunnen we aan de kant gaan. Soms merken we het niet en dan ‘wacht’ de fietser tot hij of zij ons kan passeren. En dan vaak ook nog met een buiging (wij buigen dan ‘terug’) of een goedendag. Maar bellen? Of iets roepen? Homaar.

Tempel 49: Jodoji staat langs een snelweg.
Zicht op de stad.

Ik was van plan wat ‘stadsfoto’s’ te maken, maar de steden zijn nog steeds niet echt mooi, dus dat is er weer bij ingeschoten. Ik zal mijn leven morgen beteren.

Een vajra bij tempel 51: Isheteji.

Een vajra beeldt zowel een bliksemschicht (‘als een bliksemschicht komt de verlichting’) als een diamant (het Boeddhisme is flonkerend, kostbaar). Deze lijkt van plastic, na inspectie blijkt het beschilderd hout.

Achter het hoofdgebouw was een lange, nauwe tunnel door de berg.

Met een lange rij Jizo beeldjes.
De tunnel leidt naar een ‘magere Boeddha’.

Ergens ‘achterin’ stonden beelden met gebeurtenissen uit het leven van de Boeddha. Toen ik ernaar vroeg bij de dame van de stempels bracht ze me naar nog een andere ruimte: een klein museum met Boeddhistische voorwerpen: een thank uit Tibet, beelden enz.

Dit beeld is m.i. niet in de Japanse stijl. Ik denk dat de stijl Indiaas is. En ze komen me zo bekend voor dat het wel eens kopieen van beelden uit Ajante kunnen zijn.

Pagode.

En waarom is Matsuyama bekend? Het badhuis en de warm water bronnen.

Dogo onsen.

Dit badhuis is 1 van de oudsten en mooisten (vooral de binnenkant) van Japan. Zo vertellen de toeristische folders. Dit kon ik weer niet checken. Vorige keer ben ik hier doorgelopen en nu wordt de binnenkant gerestaureerd. Maar de buitenkant vind ik ook mooi.

Langs de straat ook een bron met warm water.

Het is hier enorm toeristisch, veel dure winkels, souveniers, riksha’s en mensen, heel veel mensen.

En een klok!

Een klok waar op de hele uren poppen uit te voorschijn komen die dan de gang van zaken in het badhuis uitbeelden. Er stond een enorme menigte gewapend met een een telefoontje en vaak gekleed (want net schoongewassen) in kimono te wachten op klokslag 6 uur.

Afscheid van de bergen.

De duidelijkste richtingaanwijzer.

Dit is de meest duidelijke richtingaanwijzer; we kunnen het lezen en begrijpen. Er kan eigenlijk niets misgaan. Behalve dat hij de eerste weken erg vaak de weg wees (En dan ga je er toch op vertrouwen….) en dat deze pas weer de eerste in 3 dagen was die we zagen.

Woensdag 20 november Het was een frisse dag met prima wandelweer, de zon scheen en de wereld was weer zo mooi.

Kale akkers, klaar voor de winter.
Heel in de verte ligt Matsuyama.

We liepen, moesten nog 1 pas over en daarna zijn we morgen weer helemaal aan de kust. Vandaag zouden we 600 meter zakken. Het pad ging langzaam en lang naar beneden.

Na 2 uur verschenen de eerste huizen en tot onze verrassing stond daar ook een gebouwtje met een prachtige wc. Toen we hier ook even buiten gingen zitten verscheen dit oude vrouwtje dat een heel gesprek met ons voerde. (Zij voerde het gesprek)

Zij wilde maar wat graag op de foto.

Het toilet was door de plaatselijke bevolking voor de henro’s neergezet, zo hoorden we later want met deze vrouw vlotte het gesprek natuurlijk en jammer genoeg niet. Het blijft verbazingwekkend wat er allemaal voor ons gedaan wordt. 5 Minuten later kwamen we bij een hut met thee, koekjes informatie enz. Alles gebouwd en verzorgd door een man uit het dorp.

Enorme dalia’s langs het pad.

Ja, dan loop je nu even voor het laatst in de bergen. Wat hebben we het met de herfstkleuren en het weer getroffen. We liepen hier net in de mooiste periode van de herfst. Over ongeveer een week, dan zijn we weer terug in de bergen. Maar nu eerst Matsuyama, een grote stad die ook weer aan de oceaan ligt.

Tempel 46: Joruiji.

Onder in de kelder staat de schat van deze tempel:

Honderden beeldjes van Amida Boeddha.
Een boom van 1000 jaar oud.

En dit sprookje is tempel 47: Yasakaji.

De voeten van de Boeddha.

Als specialiteit heeft deze tempel ‘de voeten van de Boeddha’. Als je er met blote voeten op staat krijg je daarna geen pijn meer in de voeten.

Hippe pelgrim die toch maar het zekere voor het onzekere neemt.

We slapen deze nacht bij een tempel. We waren er al vroeg, om 3 uur en hebben zalig alles kunnen gewassen. De meeste slaap plaatsen (ryokans, minshiku’s, tempels en soms ook hotels) hebben wasmachines en drogers. Er is hier ook een enorm grote ofuro (bad), tevens bubbelbad, met water van 40 graden: heet maar nog net te doen. Als je erin ligt is het net of alle vermoeidheid uit je lichaam wordt getrokken. Bij het eten zaten we weer op de grond, dat is een extra moeilijkheid bij het eten met stokjes, zo dachten wij. Aan tafel zat een man (ook wandelende henro) en een groep van 5 buspelgrims. Zij spraken evenveel Engels als ik Japans. We kregen een heerlijk visje dat erg gaar was. Het viel uit elkaar als je het aanraakte. Ons geworstel met de stokjes en dit visje gaf veel hilariteit. ‘En het ei? Eten jullie dat echt gekookt?’ Werd ons gevraagd. Zij eten het bij het ontbijt rauw, door de rijst en met soya. Soms wordt het voor ons gekookt. De rauwe versie eet ik ook, of beter gezegd slurp ik ook uit de rijstkom naar binnen. ‘En natto?’ (kleine boontjes in een soort slijmerige, draderige substantie dat wordt vermengd met mosterd en azijn). Natto eten we ook. Het blijft jammer dat de communicatie hierbij blijft.

Ontbijt bij het altaar. (Het ei was gekookt)

Op naar Matsuyama!

Herfst! De bomen juichen, herfst!

Maandag 18 november. We vertrokken om half acht uit Ikadaya.

De herfstkleuren sprongen me tegemoet.

En dit bleef zo, het was vandaag een wandeling door bossen met onwaarschijnlijk mooie kleuren. Alsof er iemand met een pot verf langs was gegaan.

‘Ik had een hutje in het bos.’
In bewondering.

Het pad ging, hoe kan het ook anders weer omhoog naar een pas van 600 meter en daar in een henro hut lag een boek met een bericht van twee bekenden.

Ik zat met Laura en Ingrid op Japanse les.
Vlak voor de pas.
Een altaartje langs de weg.

Het pad ging weer door een bos.

En zo kwamen we uiteindelijk in Kuma Kogen aan, waar we in het hotel onze rugzak achterlieten en nog net voor het donker werd en de bui los zou barsten tempel 44: Daihoji wilden bezoeken. Maar toen we uit het hotel stapten regende het al hard. En zo kwamen we drijfnat bij de tempel aan. Daar was ook alles nat.

Ook in de regen is de kleuren-hemel boven de tempel prachtig.
Jizo.
Kannon Bosatsu.

Dinsdag 19 november werd het nog mooier. In totaal 29 km liepen we heen en terug naar tempel 45: Iwayaji. Heen liepen we weer over de bergen.

Het pad ging soms steil omhoog en dan weer omlaag. Het was vandaag droog en bewolkt. Dus was het wachten op de zon voor nog mooiere foto’s.

Tempel 45 ligt halverwege een bergwand. Kobo Daishi ‘kreeg’ deze tempel van een vrouwelijke kluizenaar. Hij maakte daarop twee beelden en door 1 hiervan in een grot te zetten maakte hij de hele berg heilig. (Dit lijkt me duidelijk een poging tot samenwerking met -, of overname van het Shintoisme, volgens dat geloof zijn bergen heilig)

Bij de grot staat een kleine tempel.

Maar wij moesten verder afdalen en tijdens de laatste en definitieve afdaling liepen we langs prachtige, enorme bomen.

Overal langs het pad stonden kleine beeldjes.
Uiteindelijk bereikten we de toegangspoort.

Ik heb, geloof ik, precies dezelfde foto 3 jaar geleden in de lente gemaakt en ik blijf die poort zoals hij daar ligt mooi vinden.

De tempel zelf schitterde in de herfstkleuren.

Terug naar Kuma Kogen zijn we langs de weg gegaan. Deze voert tussen hoge bergen die allemaal met prachtige kleuren bedekt waren.

Een klein stroompje.

Nou ja, ondanks dat de zon soms maar heel even scheen, zijn we telkens maar door gegaan met het nemen van foto’s, ik voelde me als Alice in Wonderland, het was prachtig.