The garden of Origins and Journeys

De rotstuinen van de Zentempels.

Vandaag, 14 maart, hebben we 4 tempels bezocht en liepen daarvoor de hele dag, door een klein stukje van het enorme Kioto.

Gelukkig liepen we op andere schoenen.

We bezochten achtereenvolgens de Saiho-ji, de ‘mostempel’.

Deze tempel heeft ‘The garden of origins and journeys’ op de website staan en mooier kan ik het niet zeggen.

De natuur als tempel.

En waar is het beter oorsprong, op weg zijn, groei, verandering, vergankelijkheid en concentratie te ervaren dan hier. Ik realiseerde me voor de honderdste keer dat ik vaak veel te vlug, onnadenkend loop of handel.

Maar dat onmogelijke glibberige pad van alweer een tijdje geleden hielp, dwong wel! Volledige concentratie bij elke stap, aan niets anders denken (zodra ik aan iets anders dacht, verslapte de concentratie)  en bewust ademhalen bij elke pas. Geen wonder dat de monniken vroeger dit gebied uitkozen voor hun ascetische oefeningen.

Myoshin-ji

Met deze tempel begonnen we met het bezoeken van de ‘droge landschapstuinen’.

Het zgn ‘droge landschap’, (van zand en grint, met een eenzame rots) symboliseert vaak de oneindige ruimte, de zee.

Ryoan-ji

Een eiland in de kosmische zee.

Kinkaku-ji (het Gouden Paviljoen)

Voor het Gouden Paviljoen.
De Phoenix als symbool van de macht door de hemel gezonden naar de keizerin.

Daitoku-ji

Oorzaak en gevolg: hoe een druppel een golf wordt….

Een draak.
En hoe een golf de zee wordt.

Het onderhoud.

Vandaag, 15 maart bezochten we Ginkaku-ji.

‘Een zee van zilver zand’.

Symbool van de golvende zee.

Symbool van de heilige berg Sumeru.

De kubus en de ‘platte’ golven zijn complementeer, als Yin en Yan. De kubus wordt elke maand afgebroken en opnieuw opgebouwd.

Het is hier maar een kleine greep van de prachtige en indrukwekkende rotstuinen. Ik kan moeilijk onder woorden brengen wat het zien ervan met me doet. Het is nog maar een begin, ik ben er zeker nog niet klaar mee. (Maar we gaan bijna naar huis……!)

Uji

Op weg naar Kioto bezochten we vandaag, donderdag 13 maart Uji. ‘onderweg’ is ruim gezegd, want ver voor Nara begint de stedelijke bebouwing en dat gaat via Uji door naar Kioto, het hele brede dal is volgebouwd.

In Uji staat Kosho-ji, de oudste zentempel van Japan, gesticht door Dogen. En Dogen is 1 van mijn favorieten. Hij was Zenpriester en poet, en uit die combinatie zijn prachtige geschriften voortgekomen, waarin hij vooral de natuur beschrijft.

Met wat zal ik de wereld vergelijken?

Maanlicht, gereflecteerd in dauwdruppels,

Vallend van een kraanvogelsnavel.

Uit de sutra van Bergen en Rivieren: ‘Bergen en rivieren doen niets anders dan volledig functioneren. Het leven van een berg en het leven van water kent geen begin en geen einde. Niet gebonden aan een bepaalde (van buitenaf toegekende) vorm, brengen zij de grootste kwaliteit van het bestaan tot uitdrukking.’

Dogen vraagt ons de berg nauwkeurig te bestuderen: ‘Kijk naar de berg als expressie van de uiteindelijke werkelijkheid. Laat hierbij alle ingeslopen ideeën en vertrouwde denkbeelden achterwege. ‘Dingen’ bestaan niet op zichzelf, maar zijn steeds aan verandering onderhevig en verschijnen altijd in afhankelijkheid van andere dingen.’

De meditatie ruimte.

‘’Water is niet sterk noch zwak, niet nat, niet droog, niet bewegend noch stilstaand, niet koud noch warm. Wanneer water bevriest is het harder dan diamant, wanneer het smelt is het zachter dan melk.’

‘Wie kan het vernietigen?’

Het stempel van Kosho-ji.

Kersenbloesem als symbool voor vergankelijkheid van schoonheid; van het leven.

Nara

We kwamen gisteren in Nara aan. Nara is de oude hoofdstad van Japan. Er wordt ‘ ‘s avonds deze weken een vuur-ritueel uitgevoerd, dus gingen wij, in het donker, er naar toe.

De poort wordt geflankeerd door 2 woest kijkende beschermgoden, de Ni-o.

Ni-o
Het avondlijke ritueel.

Het gaat hier om het Nigatsudo Shuni-e ritueel. Het wordt al 1250 jaar uitgevoerd en symboliseert zuivering (alweer die zuivering). Het dient ook als een middel voor monniken om te boeten voor de zonden van de mensheid, terwijl het ook de lente verwelkomt.

Vanochtend, 12 maart, gingen we eerst op zoek naar de Nanendo tempel, die onderdeel is van de 33 Kannon pelgrimage (wederom zie het prachtige boek hierover van Cees Nooteboom). omdat de kaart van het toeristenbureau en Google (dat zo wie zo hier van slag is) niet overeen komen werd het een heel gezoek.

Zo kwamen we terecht op een kerkhof…

Via de hoofdstraat kwamen we er uiteindelijk wel.

De deuren bleven dicht, dus jammer, geen Kannon gezien.
Jongeren op bezoek bij de tempel.

Langs het pad naar de Todaiji tempel staan kraampjes, met toeristenprullen en eten.

Vet! eten.

Het was druk, je kon nog net niet over de hoofden lopen.

De toegangspoort.

De hoofdhal van de Todaiji tempel is ‘s werelds grootste houten gebouw. (En de beelden erin zijn ook enorm)

Vairocana Boeddha, de Boeddha van het licht.

Naast het enorme beeld staan aan weerskanten beelden van bodhisattva’s.

De bodhisattva Kannon.
Voormalige beschermgod.

Hadden we gisteravond het vuur ritueel gezien, nu werden voorbereidende? afsluitende? rituelen uitgevoerd. Er werd veel heen en weer gesjouwd met water en rijst. De betekenis hiervan werd me niet helemaal duidelijk.

In schooluniform op excursie.

Hierna wandelden door het Kasugayama-woud. Met prachtige eeuwenoude bomen en een schrijn (voor de kami van het woud).

In de schrijn, de stam heeft een omtrek van 3 meter.

Het hele gebied, (bomen en schrijn) is Werelderfgoed.

Jonge moderne dracht bij een eeuwenoude schrijn.

Op de papiertjes worden wensen geschreven.

Het kleedje past prachtig bij de achtergrond.

Voor de kami van het woud.

Verder naar terug.

Vanaf Hongu liepen we nog 2 dagen verder langs de Kumano Kodo, terug naar de westerse, bewoonde wereld.

Waren de eerste 2 Kumano-dagen ‘alleen maar‘ wandelen door dat prachtige landschap met hoge cederbomen, en slechts 1 of 2 eenvoudige ryokans waar we in overnachtten, nu kwamen we in dorpjes gericht op de westerse wandeltoerist. Teksten in het Engels! Echte filterkoffie! Weer heel anders, maar ook weer lekker (ik moet bekennen) die koffie.

Gesprek via de vertaalapp..

In Nonaka sliepen we in een ryokan, waar we een qr-code kregen van haar whatsapp nummer, ze leerde ijverig Engels (middels youtube filmpjes) en we aten voor het eerst bruine rijst. Wat een verschil met de eigenaar van de traditionele ryokan van 3 dagen geleden, die slechts enkele woorden Engels sprak en waar we het ‘normale’ Japanse ontbijt: met een rauw ei kregen.

Manga winkeltje onderweg.
Het allerlaatste pad.
Rijstvelden.

4 weken geleden zagen we droogstaande, geel verdroogde rijstvelden, hier ligt de grond klaar om weer beplant te worden.

De Tori (poort) door, terug naar de seculiere wereld.

De laatste ryokan, onderaan het pad.

Met de bus gingen we verder naar Tanabe, waar we gisteren, 10 maart aankwamen.

In de wachtruimte van het station.

We hebben bijna de hele dag hier rondgelopen, vol verbazing, herkenning, ‘wat jammer’, ‘wat mooi’ ’ onbegrijpelijk’ (dat gevoel blijft in Japan). En zo wenden we weer aan ‘de stad’. Ook dat ging weer snel.

In een shinto tempel.

Keurig geklede mensen die langs alle schrijnen liepen. 1 van hen droeg een soort akte die bij elke schrijn even op een altaar werd gelegd, waarna er enkele minuten stil werd gestaan.

De Japanse srv-in dit geval- vrouw.

Voor de boodschappen zijn er hier bijna alleen maar enorme grote supermarkten, en ‘convenience stores’ (een soort uitgebreide Etos achtige winkels met voorverpakte vaak vette hapjes, koffie, schrijfwaren, een w.c. ATM machines enz), en hier zagen we opeens op straat dit rijdende winkeltje.

En een prachtig ‘nieuw’ huis.

Hierna liepen we langs de oceaan en de haven, want we zijn voor het laatst bij de kust.

En probeer….ik de weg te vragen.

En passeerden daarna deze fietsenmaker. Op straat zie je niet veel fietsers, de stoep is tevens fietspad (of andersom). Soms werden we opeens (zonder geluid) ingehaald door vaak een oude man of vrouw op de fiets. Soms bleken ze al een tijdje achter ons te fietsen, en af en toe passeerden ons kinderen op weg naar school. Maar bij elk hotel en station staan fietsen te huur, dus wie weet komt de fiets-drukte nog.

En tenslotte bezochten we de Kozan-ji tempel.

De cirkel is rond, deze tempel is gesticht door Kobo Daishi, langs wiens pad lopende ik met Japan kennismaakte en ik zo letterlijk en boeddhistisch het gaan, het zijn in de wereld ervaarde.

Het tempeltje van Kobo Daishi.

Jizo, beschermer van de pelgrim.

Het voelde als weer thuiskomen.

Naar Hongu

In Hongu komen de vier belangrijkste Kumano pelgrimswegen samen. Daar staat de derde (belangrijke) schrijn.

Hosshinmon-oji

Dit is de toegang tot het heilige gebied van de Kumano Hongu Taisha schrijn. Het is de poort van ontwaken van de wil tot verlichting. En vanaf hier beginnen de overeenkomsten met de Camino Santiago.

Mizonomi-oji

De schrijn met de waterbron. Hier wasten de pelgrims hun voeten. Richting Santiago is er ook zo’n plaats.

Fushiogami-oji

Vanaf dit punt zagen we net als de pelgrims van weleer voor het eerst Kumano Hongu Taisha liggen. Fushiogamu betekent ‘knielen en aanbidden’. Toen ik voor de eerste keer Santiago in de verte zag liggen knielde noch aanbad ik de plek niet. Maar ik was wel ontroerd.

Ook deze was weer een prachtige wandeling.

Het spel van zon en wolken.

En voor de eerste keer zagen we theeplanten, macha thee!

Theevelden.

Haraido-oji

Nog een waterbron. Er kwam overigens geen water meer uit, ook de Kumano rivier staat praktisch droog.

Het was weer veel klimmen en dalen,
Uitzicht op de Oynohara tori.

Dit is de tori bij de oorspronkelijke schrijn. Maar die brandde 300 jaar geleden af tijdens een oorlog en hij werd daarna op een andere plek herbouwd.

Reinigingsplaats.

Een van de doelen voor de pelgrims was het verwijderen van onzuiverheden uit het lichaam en de geest uit het huidige en vorige leven en zo ritueel herboren en verjongd te worden, dit door de macht/krachten van de godheden van de Kumano Kodo. (Vrij naar de Camino vertaald: ook daar liep de pelgrim in de middeleeuwen om zijn zonden kwijt te raken)

De ingang van de schrijn.

Voor-tempel.

De paviljoens van de Hongu Taisha schrijn zijn 1 met de omgeving en het lijkt alsof ze samen met de bomen uit de aarde zijn gegroeid.

De prachtige daken.

Het dak is helemaal gemaakt van cipres hout en wordt elke 40 jaar vervangen, hierbij worden nauwelijks spijkers e.d. gebruikt.

De dienst is beëindigd.

De schrijn werd bezocht door groepen Japanners en Taiwanezen. Zij bezochten ook een soort dienst.

Weer een enorme trap.

Langs de prachtige trap (waar wij gelukkig alleen maar naar beneden moesten lopen) flankeren wapperende banieren (geschenken van gelovigen).

De Kumano rivier.

De rivier staat voor een groot gedeelte droog. Er stroomt slechts een klein stroompje. We zouden bij Nachisan een ‘traditionele’ boottocht op de rivier maken, deze werd afgelast ivm de lage waterstand. We zagen onderweg veel verdroogde planten.

Een roofvogel.

En tenslotte…….

Dit deel van de Kumano Kodo is nauw verbonden met de Camino de Santiago. Vlak voor het toeristenbureau (maar buiten het ‘heilige gebied’) staat deze zuil. (toen ik 23 jaar geleden de Camino liep, liepen er inderdaad ook al Japanners).

Het Camino en Kumano Kodo stempel.

Op dit pelgrimspaspoort zijn nog veel hokjes vrij, de man van het toeristenbureau adviseerde ons de Camino te gaan lopen, ‘hier is nog genoeg plaats voor’.

Het lijkt me mooi de symboliek en achtergronden van de Camino en de Kumano Kodo te vergelijken en ik denk veel overeenkomsten te vinden. (Mooi ja, maar tijd…?)

De kraai, boodschapper van Amaterasu is het symbool van de Kumano schrijnen.

Op een kale tak

is een kraai neergestreken

avond in de lente.

Basho

Weer verder, naar Yunomine onsen.

Pruimenbloesemgeur, en

plotseling gaat de zon op

over het bergpad. Basho

Donderdag 6 maart liepen we verder over een heerlijk rustig en begaanbaar pad.

Jizo beeldje op het hoogste punt van deze dag.

Jizo beeldjes staan vaak langs het pad of bij heilige plaatsen. Ze dragen vaak een rood ‘slabbetje’, omdat rood de kleur is die demonen en ziektes verdrijft. Jizo beeldjes beschermen de ziel van gestorven kinderen en die van de reizigers. Ook kunnen ze zijn gemaakt als gedenkteken om de ziel te beschermen van hen die op hun pelgrimstocht zijn overleden.

Eerste zicht op Hongu (witte vlekje rechts onder)
Langs het pad.

We sliepen in een prachtige, oude ryokan.

Ryokan Odamaya in Yunomine Onsen.

De ryokan is erg oud en is van hout gemaakt.

We hebben hier niets van gemerkt en sliepen heerlijk.

In de gang.

Yunomine Onsen is de oudste warm water bron van Japan. (Hij werd 1800 jaar geleden ontdekt) Het (zwavel)water is heel warm, je kunt er een ei of aardappel in koken. Dit kan links in het midden in de ijzeren omheining. De eieren zijn hiervoor in een speciaal winkeltje te koop, je krijgt er wat zout bij. (Door de zwavel hangt er al een soort ‘rotte eieren’ geur in het plaatsje, dus het koken van een ei hebben we overgeslagen).

De kreek die door het dorp stroomt.

Al 1000 jaar gaan de pelgrims van de Kumano Kodo hier in bad om reinigingsrituelen uit te voeren.

Ook de onsen van de ryokan heeft uit dezelfde bron warm zwavel water. Voordat je hier in gaat moet je je grondig wassen. Traditioneel op een (houten) krukje met mandibakje. Voor het wassen lag er een heerlijk geurend stuk zeep. Na het baden is deze geur helaas verdwenen.

Wassen!

Ik was weer vergeten mijn zilveren ketting af te doen, nu is hij voor de 2e keer zwart van de zwavel.

Het warm waterbad.

Maar de mooiste onsen is hier buiten. Daar kun je in het warme water onder de bloeiende pruimenbloesem baden.

En dat deed ik. Zalig!

Kumano Kodo

Eergisteren, woensdag 5 februari zijn we met de laatste wandeltocht begonnen: de Nakahechi, die net zoals de Ise-ji 1 van de tochten van de Kumano Kodo is.

De route is goed aangegeven.

In Kii Katsuura stonden we voor de keus: wandelen of de beroemde tonijnveiling aldaar bezoeken. Mariet wilde daar graag naar toe dus ben ik in mijn eentje aan de wandeling begonnen.

Het pad bij het begin.
Het ziet er begaanbaar uit.

Begaanbaar….. de afstand is 14 km, geschatte tijd (volgens het boekje: 7 – 9 uur). In totaal was het 1260 meter klimmen en 930 meter dalen. Ik deed er iets meer dan 9 uur over.

Jizo langs de kant.
Eren van de gestorvenen.

Een gedeelte van de tocht is Moja-noDeai, de verblijfplaats van de doden. De traditie vertelt dat je hier een gestorven dierbare kunt ontmoeten die uit de tegenovergestelde richting komt. Zodra je echter deze figuur aanspreekt verdwijnt hij.

Bergen worden hier al eeuwenlang gezien als de plaats waar de grens tussen de doden en de levenden vervaagd.

Na dit gelezen te hebben en verder wandelend in dit gebied waar de bomen in nevelen zijn gehuld, kwamen bij mij herinneringen aan gestorven dierbaren omhoog. Ook een vorm van ontmoeten.

Het pad was moeilijk begaanbaar. Dit is moeilijk op een foto vast te leggen. Verzwarende factoren zijn op het pad: bijna constant klimmen of dalen, vaak langs een steil pad, waar stenen op liggen, die waarschijnlijk ooit een keurige trap vormden, maar nu onregelmatig liggen. Tussen die stenen liggen boomwortels, die omdat het zacht regende spiegelglad werden.

Mos.

En tenslotte het beeldige mos…. Hier levensgevaarlijk als het regent.

Toen ik dacht aan een afdaling te gaan beginnen kwam ik een man tegen die zei dat het zwaarste klimmen nog moest beginnen. (En toen had ik het eigenlijk al bijna gehad). En hij zei ook ‘take your time’. Ik kon niet anders.

De afdaling van ruim 800 meter ging over 5 km. Regelmatig stond er een bord ‘slippery, take caution’. Geen idee op welk gedeelte dit sloeg. Ik vond het overal slippery.

In de minshuku aangekomen wilden ze (Mariet en de eigenaar) me al gaan zoeken. Gelukkig niet nodig. En een heerlijke onsen stond op me te wachten.

Nachisan

Wij lopen in de regen (de eerste echte regendag), maar wel in een Mandala.

Het gebied van Nachisan heeft de vorm van een mandala: het is rond en kan gezien worden als de symbolische weergave van de kosmos. Een mandala heeft geen begin en geen eind. Hier, in dit gebied staat de derde belangrijke schrijn van de Kumano Kodo: De kumano Nachi schrijn.

Om er te komen liepen we eerst langs de Nachi Falls.

De waterval is met een lengte van 133 meter de langste waterval van Japan, en is ook heilig, want ook hier woont een Kami. Er is een pad dat zo dicht mogelijk langs de waterval loopt, waar kommetjes staan waarmee de gelovige reinigend water kan opvangen, en drinken. Dit reinigt niet alleen, maar brengt ook geluk. (Dit hadden we dan ook wel nodig, de regen maakt de stenen ‘slippery’).

Hierna liepen we naar de ‘Pagode met drie verdiepingen’ deze pagode brandde in 1581 af en is pas in 1972 weer herbouwd. Het is me niet helemaal duidelijk wat de functie van de pagode is. Behalve dan dat hij mooi is en samen met de waterval op bijna elke reclame affiche van dit gebied staat. We hebben geprobeerd de plaats te vinden waar deze afbeelding (pagode + waterval) gemaakt is. We vonden hem niet en hebben sterk het vermoeden dat het affiche gefotoshopt is. Desalniettemin, maar toch…. is dit alles erg mooi in het landschap.

De pagode telt 3 verdiepingen en op elk ervan staat een beeld van een godheid. (Aldus de folder).

Rechts Fudo Myo-o.

Op de tweede verdieping een (enigszins beslagen) beeld van Boeddha-Amida, de hoofdboeddha van het Pure Land boeddhisme, (1 van de drie grote stromingen). Het beslagen raam zorgt voor een bijna christelijk effect.

Amida-Boeddha.

Amida regeert over het Westelijk Paradijs (Het Pure Land)

Ook hier kan de godsdienst voor vreselijke daden ‘zorgen’. Op Shikoku is een klif waarde legende over zegt dat door hier vanaf te springen, je regelrecht in dit Paradijs komt. (Er staat inmiddels een enorm hek voor).

Kannon met de duizend armen.

Kannon is de Boeddha van mededogen, ze heeft duizend armen om de lijdende mensheid te helpen. In elke hand heeft ze een middel om te helpen, op de foto is links een wiel te zien, dit staat voor de weg naar de vrijheid (verlichting) via het achtvoudige pad. Rechts is een tempel te zien.

In het Boeddhisme is de Kami god van de waterval, Hiro Gongen, een manifestatie van Kannon. (Aldus de folder).

Hierna kwamen we bij een prachtige van hout gebouwde tempel:

Seiganto-ji (tempel van de blauwe kust)

Bij deze tempel begint de Saikoku Kannon 33 pelgrimage. (Hier schreef o.a. Cees Noteboom een prachtig boek over)

Kannon.

En tenslotte, wellicht het belangrijkste (afhankelijk van wat je gelooft) de grote Kumano Nachi Taisha schrijn. (Shinto). Het is de hoofdschrijn van de 4000 Kumano schrijnen in Japan. Hij hoort via de oude natuurgodsdienst bij de waterval.

De drie potige kraai.

De houten bordjes zijn bedoeld om er een wens op te schrijven.

De drie potige kraai verscheen als een bediende van Amaterasu, die hem als gids naar de eerste keizer van Kumano naar Nara zond. Hier stichtte hij de eerste hoofdstad van Japan.

Een blik in de schrijn.

Wierook.

Het heeft in de ochtend geregend, ‘s middags werd het droog en kwam de mist, dit gaf een extra mysterieus effect.

Vandaag, 4 maart slapen we in een hotel met een ‘natuuronsen’, in een prachtige grot, direct aan zee. We hebben heerlijk gebaad in het zwavelhoudend water.

Het is ten strengste verboden foto’s van de onsen te maken, daarom een foto uit de folder.

Helemaal aan het einde is de bron, daar zit je in het warme water, direct uit de bron en kijk je uit op de (vandaag) woeste golven van de oceaan.

De schrijnen van Shingu.

We zijn in Shingu, hier eindigt de Ise-ji en start de Nahakechi route (de laatste wandeling) waar we overmorgen mee gaan beginnen.

Het hele gebied hier is heilig, want hier zijn verschillende belangrijke Kami uit de hemel neergedaald.

Het Shintoïsme: vertaling: de Weg der Goden.

In het Shintoïsme worden de Kami vereerd. Kami zijn goden, geesten, natuurlijke krachten of voorouders. Bij bepaalde plekken horen bepaalde geesten, terwijl anderen vereenzelvigd worden met bv. verschijnselen in de natuur, Amaterasu bv (van de grote schrijn in Ise) is de zonnegodin.

Het Shintoïsme is een krachtige natuurgodsdienst, er is een grote eerbied en liefde voor de natuur. De maan of een apart gevormde steen kunnen een kami zijn, of begrippen zoals ‘groei’ of ‘vruchtbaarheid’. In de loop der eeuwen namen de kami steeds meer mens-vormen aan, met daaraan gekoppeld vele mythen.

Priester voor de schrijn.

Kami worden vooral vereerd in openbare heiligdommen, de gebouwen (ofschoon prachtig en zorgvuldig gebouwd) zijn niet het belangrijkste. Het gebouw geeft een bepaalde plaats aan, die is belangrijk.

(Het kan ook helemaal fout gaan met het Shintoïsme, zoals bv tijdens de 2e Wereldoorlog. Als ideologie werd het misbruikt om het toenmalige Japanse militarisme te rechtvaardigen. Kami-kaze, (vertaling ‘Hemelse of Goddelijke wind) waren piloten die de vijandelijke schepen aanvielen met zelfmoord als gevolg) De keizer werd beschouwd als een levende kami)

We bezochten eerst de Kumano Hayatama Taisha Schrijn. De naam betekent ‘vlug’, dit stamt af van de bronnen van het water, dat de bron van het leven is. De schrijn staat naast de Kumano-gawa rivier. En daar zouden we vandaag een boottocht over maken…..maar deze ging niet door, het water staat te laag.

Poortwachter.

De draak die water geeft.

Reiniging is heel belangrijk, bij alle tempels en schrijnen zijn wasplaatsen. En ja, haast in alle hotels, of ryokans – eenvoudige pensionnetjes- is een onsen, een heet water bad. Voordat je hier in gaat moet je je eerst grondig wassen. En grondig is hier grondig.

De Nagi boom.

De Nagi boom is 1000 jaar oud en de heilige boom van de schrijn.

Daarna bezochten we de Kamikura-jinja schrijn. Dit is de plaats waar de Kumano goden de aarde raakten bij hun afdaling uit de hemel.

Deze schrijn staat boven op een heuvel van 80 meter hoogte. Er zijn 538 treden, en het had een beetje geregend, dan worden de enorme en oneven stenen glad.

Kleine schrijn beneden.

Ik had mijn stokken in het hotel gelaten. Er stonden stokken aan de voet van de heuvel, dit realiseerde ik me pas goed toen de regen leek door te zetten en ik al bijna boven was.

De trap.

Boven op de heuvel: de schrijn!

Als laatste bezochten we de Asuka-jinja Schrijn. Hiervan zegt de uitleg bij de schrijn dat hier de belangrijkste kami Kotosakao no Mikoto is. (verder niets dus, qua uitleg)

Bij de schrijn is een museum, hierin o.a. een prachtige collectie Kakebotoko, kleine beeldjes met afbeeldingen van de Boeddha. (‘Een beeld van de Boeddha die de God van de schrijn voorstelt’ zo zegt de bijbehorende uitleg). Deze werden ontdekt op de heuvel achter de schrijn. ‘Deze illustreren de unieke relatie van het Boeddhisme en het Shintoïsme’. (Alweer de officiële uitleg, de geschiedenis is anders).

Onderweg zagen we opeens een geheel ander, (maar ook Shinto) ritueel: vooral oude mensen die voor een schrijn zaten, en de priester en enkele vrijwilligers gooiden snoep de menigte in. Veel snoep, iedereen was blij.

De priester met nog wat laatste pakketten.

En deze lieve baby was met zijn moeder mee gekomen.

De laatste wandeldag van de Ise-ji.

Vrolijk en vriendelijk,

op nameloze plaatsen

Bloeit de wilde kers.

Aan het begin van de klim naar de pas staan stokken ‘te leen’. Erbij nog een halfvergane beren-waarschuwing en het rode teken (rood-wit net als de lange afstandspaden in Europa). Soms staat er ook een bak met belletjes. En onderweg staat weer regelmatig een stok met bel om te luiden.

Hier luid ik de beren-bel.

Gelukkig hebben we geen beren gezien. Je zou trouwens raar staan opkijken. En wat doe je? Als er plotseling een beer voor je staat?

Pauze.

We naderen de bewoonde wereld, er zijn steeds meer ‘zitjes’.

Kersenbloesem aan zee.

En op plaatsen ‘uit de wind, in de zon’ bloeit de kersenbloesem.

We liepen vandaag tot Odomari.

In Odomari stond er bijna om de 20 meter een waarschuwing ivm een tsunami en/of aardbeving. En we liepen hier dus 6 meter boven zeeniveau. Wat moet er bij de laatste tsunami een enorme hoeveelheid water het land op zijn gegooid. Ik realiseer me telkens weer hoe dicht de mensen hier met de gevaren van de natuur leven.

In Odomari zijn we met de trein verder naar Shingu gegaan.

En ook hier zit iedereen in de trein op zijn telefoon te kijken.

Shingu is net als elke andere stad hier een stad van uitersten. We maakten een kleine wandeling door de stad.

Rommel huisje.
Een prachtige ‘vergroeiing’ van de boom uit de houten afscheiding.
Nieuw naast oud.