Beren op de weg

Vrijdag 28 februari

Waarlijk, ‘t is voorjaar!

zie, een heuvel zonder naam

in morgenwazen. (Basho)

Het hotel waar we vannacht sliepen.
‘A room with a view’.

De wereld was grijs deze ochtend, er leek regen in de lucht te hangen. Soms spetterde het een beetje, een ander ogenblik scheen de zon.

Een grijs dorp aan de grijze zee.

Wat is de goede weg?

We waren het (zo goed aangegeven) pad kwijt. Op de kaart uit het boekje stond langs het pad een herdenkingsbeeld van een walvis aangegeven, in het Engels en Japans. Handig als je de weg vraagt, dan hoef je alleen maar het Japanse woord aan te wijzen en weet je ook wat je aanwijst. We vroegen het aan een dame die yakult flesjes (yakult bestaat hier dus echt) rondbracht. Zij wist het niet, ze haalde er de man bij die in een werkplaats aan het werk was. Hij wist het ook niet en hij haalde zijn buurvrouw erbij. Gedrieën bespraken ze ons probleem. Ze wezen en zeiden die weg gaat naar …… wat we natuurlijk niet begrepen. Het wijzen schoot ook niet op omdat ze naar een berghelling wezen waar naar mijn idee geen weg liep.

Uiteindelijk zijn we toch maar een stukje teruggelopen om nog nauwkeuriger de aanwijzingen te zoeken. Het goede pad bleek een niet eindigende (zo leek het) stenen trap te zijn en boven halverwege de heuvel aangekomen was een weg met een bord richting de eerste pas. En daar moesten we een stenig bospad inslaan en liepen we goed.

Ring the bel!

Overal op deze tocht wonen beren, maar hier dus heel veel. Om de 150 meter stond er een bord: ‘ring the bel’ met daarbij een bel, hetgeen we natuurlijk direct, enthousiast deden. (Ook hebben we alle twee een belletje aan de rugzak hangen).

Pelgrimsgraf.

We passeerden een pelgrimsgraf van enkele eeuwen geleden.

Jizo met half vergaan slabbetje.
Zou dit een aanwijzing zijn?

Na twee toges (omhoog – naar beneden – weer omhoog – weer naar beneden) bij het dorp van overnachting aangekomen bleek hier de tsunami enorm te hebben huisgehouden. Er staan geen tsunami torens zoals op Shikoku, maar iedereen moet in geval van een tsunami de heuvel op gaan. (In de iets grotere dorpen zijn er hiervoor trappen de heuvel op aangelegd). En op deze waarschuwingsborden staat ook altijd de tekst in het Engels, net als bij de beren-bel borden.

Links rijdt een auto met surfplank, nog een beetje koud, maar het kan bijna.

We slapen dit keer in een erg leuke ‘farm’ (staat in de naam). Het is er heerlijk, maar een boerderij is het niet. Beneden een erg gezellig restaurantje (met stoelen!!), boven een verdieping voor ons alleen. (met een bank!!). Het is hier zo anders dan wat we gewend zijn dat ik er hier twee foto’s van neerzet.

De bar.

De eigenaar is deze enthousiaste, vriendelijke man. Hij heeft heerlijk eten voor ons gemaakt en we konden veel met hem bespreken want hij spreekt Engels!

En hij heeft echt een boerderij, daar groeien sinaasappels.

Owase

Omdat dit een grote stad is, met wellicht bezienswaardigheden zijn we vanochtend de stad in gegaan.

Vlak bij het hotel ligt de grote Jinja (Shintoschrijn) van Owase. een man was hier aan het werk. Hij verbrandde spullen. Ik denk niet iets religieus, want hij heeft een overall aan. Maar hij zit wel op ‘heilige grond’. Ik weet het dus niet.

Een bijgebouw.

Hier houden honden de wacht. (Er staan vaak dieren: vosjes, honden of leeuwen bij Shinto gebouwen)

Een blik door de houten tralies.

We konden in een groter gebouw even naar binnen kijken. Er stond een soort altaar (zonder beeld), een grote trommel en een enorm vat sake.

En dit hangt er.

Het belangrijkste gebouw ( waar een voor Owase belangrijke kami woont) staat achter hekken, verborgen tussen de bomen, en is ontoegankelijk.

Naast het Shinto complex staat een grote boeddhistische tempel. Beide godsdiensten zijn vaak concurrenten, of vijanden van elkaar geweest. Het lijkt (me) dat er nu een soort acceptatie van elkaar is.

Even op de fiets, het Boeddha beeld verzorgen.

Japan vergrijst enorm. De straten zijn vaak stil (vooral in de kleine dorpjes). En soms zie je wat oude mensen over straat schuifelen.

Klein buurtwinkeltje.

Als de bewoners gestorven zijn, blijft het huis vaak staan. Op het platteland, in kleine dorpjes komt dit regelmatig voor.

Verlaten huis op Shodoshima.

Bij het toeristen bureau wilden we de bustijden opvragen. Er bleek over 2 minuten een bus te vertrekken, de dame van het bureau rende voor ons uit op weg naar de bushalte. Dit hebben we vaker, we worden soms enorm uitgebreid geholpen.

En we hebben de bus gehaald.

We bezochten het Kumano Kodo information centre.

Voor dit centrum heeft Japan breed uitgepakt. Het is een prachtig gebouw (dat moeilijk goed op de foto is te zetten). Voor de bouw ervan is hout van 6500 plaatselijke cipresbomen gebruikt en het is op de oude manier (zoals van de schrijnen en tempels) gebouwd, zonder spijkers, schroeven enz.

Oude verbindingen.

In het gebouw is een overzichtstentoonstelling over de Kumano Kodo. Er werd informatie gegeven over de dieren, de bloemen, de geschiedenis, de religies, enz.

Mandala met de hel en het paradijs.

Terug met de bus naar het busstation…hier stond 1 halte, met daarop 4 buslijnen. De bussen gaan erg onregelmatig, maar als ze gaan: we konden over een uur met 2 bussen mee, met vertrektijden die 3 minuten verschilden. De trein ging 4 minuten later.

In de bus.

Ivm met het Owase-uitstapje hebben we vandaag 1 pas overgeslagen.

Er worden nog veel mondkapjes gedragen. Maar ook voor corona droeg men al mondkapjes. Toen ik hier in 2016 op Shikoku liep zat er vaak een mondkapje bij de welkomsspullen. (Ik weet hier geen beter woord voor). Naast de incheckbalie liggen: een kam, een scheerapparaat, een gezichtshanddoek, een tandenborstel, douche kap enz. Allen verpakt in plastic. Allen voor eenmalig gebruik.

Nou ja, toen werd het de hoogste tijd voor die ene pas.

Oude muren die het pad moesten beschermen.
Alweer verpletterende uitzichten.
De yama-kami (kami van de berg).
Het was een pas met veel trappen.

We slapen deze keer in een luxe hotel (met zalige onsen en dito eten).

En altijd weer die vriendelijke hulp.

Onderweg.

Woensdag 26 februari.

De ryokan.

We sliepen in een ryokan in Furusato Onsen.

De maaltijd.

De maaltijd was overvloedig, er is geen ander woord voor. (Het paste niet allemaal op de foto). En hiermee waren we nog niet klaar. Er kwamen nog oesters, een gebakken visje, misosoep (maar nu op basis van vis), rijst en een toetje: 2 schijfjes sinaasappel.

Zo konden we er weer tegen aan…..

Uitzicht vanaf de Haji Kami Toge (pas)

Na twee passen waren we eigenlijk er wel klaar mee voor vandaag. Maar er kwam nog een derde. Een bijzondere pas. Dit was de eerste pas die officieel de World Heritage status heeft. Hier liggen namelijk nog de oude stenen, die ooit honderden jaren geleden naar boven zijn gesjouwd om zo het pad voor de pelgrims aan te leggen.

Oude, eeuwenoude stenen.

En altijd als ik op dit soort paden loop, moet ik aan de pelgrims van honderden jaren geleden denken, zij liepen hier ook. De weg zoekend naar het laagste punt tussen de bergen waar ze overheen konden, naar de volgende vallei. Vol vertrouwen in de loutering van de zware tocht, een tocht vol ontberingen. Wij schrokken van een aap onderweg, maar wat kwamen zij tegen? Kou, beren, everzwijnen enz.

In Tibet geloven ze dat je als je sterft je een pas over gaat. Ook in je leven ga je passen over. Het leven als een tocht, een tocht over passen.

En wat is de goede weg?

We kwamen tegen de avond in Owase aan. Onderweg de eerste grote stad.

Vanuit Ise op weg.

De schrijnen van Ise.

Ik vind dat ik de schrijnen van Ise geen recht heb gedaan in het vorige bericht. Daarom hier enkele gedachten.

Het is een wonder van het Japanse vermogen de natuur te temmen. Het ziet er moeiteloos uit, maar het moet enorm veel werk geweest zijn.

Een vermenging van door de mens van de natuur gemaakte vormen met de natuur.

De stenen (die de aanblik iets kaals geven) en de tori zorgen ervoor dat de aandacht naar de tempel gaat, tegelijkertijd is het 1 geheel. Alsof de kami in het lege, kale landschap alleen staat en toch 1 geheel met de omgeving is.

Gisteren 24 februari zijn we gestart met De Kumano Kodo Ise-ji. De Kumano Kodo beslaat een reeks van verschillende oude pelgrimsroutes van Ise (de grote schrijnen) via (nog meer grote) schrijnen naar Koyasan en of Kioto. De paden lopen allemaal langs zowel Shinto- als Boeddhistische tempels, – beelden enz. (Maar helaas….geen Kobo Daishi meer die me zo mooi begeleidde op Shikoku en Shodoshima)

Door te pelgrimeren zochten (en wellicht vonden) de pelgrims healing en salvation als site van religieus significance . En dit al 1000 jaar.

We zijn gestart in Misedani en liepen naar Ise KashikWazaki. Het wandelen langs dit pad begon ingewikkeld. Ik had ergens…. een app ontdekt met de hele route. Echter zodra je hier in de bergen bent valt het wifi stil. Wat nu? Het kostte me enkele uren om te ontdekken dat de boekjes die we bij het toeristenburo in Ise hadden gekregen de complete route zeer gedetailleerd beschrijven. Dit echter met Japanse logica (die verschilt van de onze). Zo rekent men hier in Togen: passen en niet in kilometers. De kilometers zijn echter wel te vinden in een apart schema (een ander overzicht van de passen). Het is zoals veel hier zo gedetailleerd dat het enorm zoeken is.

Maar halverwege die dag liepen we dus de officiële route.

Een paal met aanwijzingen.
We liepen weer door een prachtig landschap.

Het dorpje waar we sliepen is beroemd om haar kersenbloesem. Die jammer genoeg nu nog niet bloeit.

Ondersteuning van een oude kersenboom.
Ontluikende kersenbloesem.
In de ryokan waar we sliepen.

Vandaag, 25 februari, liepen we verder, richting Furusato.

Afscheid van de eigenaars van de ryokan.

Bij de deur sloeg de eigenaresse 3x met een hamertje op een steen bij mijn oor. ‘Dat brengt geluk’, zei ze.

Aan het begin van de pas staat nog een oude richtingaanwijzer.

Ingehaald door de moderne tijd.

Nog meer ‘aanwijzingen’.

We beklommen de Tsuzurato-toge, onze eerste pas. Gestaag steeg het pad we door een prachtig woud.

Uitzicht vanaf de pas.

Vanaf Ise de eerste blik op de zee, zo zagen de pelgrims dit al 1000 jaar.

Richtingaanwijzer naar de volgende pas.

Heilige (Shinto) boom.
Jiao beeldje onderweg.

Op weg naar de Ikkoku-toge (pas)

Furusato, waar we deze nacht slapen.

Ise

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,

gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.

Een binnenplaats, meesmuilt ge, sintels, schillen,

en schimmel die een blinde muur aanrandt.

Er is geen boom, alleen een grauwe wand.

Hij is er, zeg ik, en mijn stem gaat trillen.

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,

gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.

Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille

stam in het winterlicht staat, onaangerand,

Niet te benaderen voor noodlots grillen.

Geen macht ter wereld kan het droomwereld drillen.

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant. Han G. Hoekstra

Ise is ‘het spirituele hart’ van Japan. Aldus 1 van de folders over deze plaats. De twee belangrijkste Shinto schrijnen staan hier, en omdat we morgen te voet uit Ise vertrekken, was deze dag een mooie gelegenheid deze schrijnen te bezoeken.

Ik weet niet veel van het Shintoïsme. De letterlijke betekenis van het woord is ‘de weg der goden’ en het is de oorspronkelijke religie van Japan. In het shintoïsme worden de kami, de natuurgoden aanbeden. De Kami zijn geestelijke krachten in bomen, bergen, zee en wind.

De eerste schrijn die we bezochten is de Ise Jingu Geku. De ‘buiten’ schrijn. Hier ‘woont’ de godin van de landbouw en industrie.

Voordat het terrein wordt betreden worden de handen gewassen.

Ook hier stempels!

De Japanners blijken gek op stempelboeken. in Ise zijn 125 Shinto schrijnen, dus qua stempels: men kan vooruit.

Shinto priester.

Het bleek vandaag de dag waarop de verjaardag van de keizer wordt gevierd. Het was ontzettend druk in de straten die naar de schrijnen leiden en in de parken waar de schrijnen staan. Deze keurig aangeklede groep mensen kreeg speciaal toegang tot, ja wat? Geen idee, ik mocht er niet in. (Kwam niet voorbij de priester). Zij mochten 2 meter verder, en bleven daar toen ook staan. Later bleek: dit zijn ‘hooggeplaatsten’, zij mogen 1 hek verder, dichter bij de schrijn, de priesters mogen nog dichterbij en de keizer, ja, die mag alles.

Een belangrijke tempel.

Deze foto is vlug gemaakt, de tempel is belangrijk, fotograferen is verboden. De deur is dicht. Alle deuren van de schrijnen zijn dicht. Soms is er een deur open, maar dan hangt er een gordijn voor.

Klein kami-huisje.

Ik blijf het maar kami-huisje noemen. ik vind deze ‘huisjes’ veel en veel mooier dan de grote tempels. Deze huisjes staan op enorme velden kiezelstenen en op deze velden staan prachtige eeuwen-oude heel hoge ceders.

De boom-kami?
Boeddhistische monnik.

In de straat die naar het terrein van de volgende schrijn leidt is het enorm druk. Langs de kant staan veel eethuisjes en souvenirwinkels. Soms met mooie spullen, (vaak niet). En daar stond zomaar opeens deze monnik.

De Ise Jingu Naiku, de innerlijke schrijn ligt 6 km verderop en hier woont Amaterasu-Omikami (de hoogste kami in het Pantheon) in, zij is de godin van de zon, de bron van alle leven. Tot 1945 was de legende (ik noem het voor het gemak maar zo) dat de keizer van deze godin afstamde en daarmee zelf ook een god was. In 1945 heeft hij dit onder druk van de Amerikanen ‘ontkent’. Sindsdien zijn staat en religie gescheiden.

De schrijnen liggen in prachtige parken.
Het was vandaag enorm druk.

De gebouwen worden eens in de 20 jaar volgens eeuwen oude bouwwijze opnieuw gebouwd. Hierbij worden geen spijkers gebruikt, alle verbindingen zijn van hout.

De tempel van de zonne-godin.

Deze is zo heilig dat hij door ons, gewone stervelingen niet betreden, noch gezien mag worden. Er staat een soort schutting omheen. De diensten hierin worden uitgevoerd door hoge priesters onder leiding van een lid van de keizerlijke familie.

Nog meer heiligs.
En toch weer het mooiste….

(Sail and) rail away…..

Een woedende zee

tot aan het eiland Sado

strekt zich de Melkweg.       (Basho)

Gisteren,  22 februari vertrokken wij uit Tonosho. Het was een afwisselende reis…

Eerst met de ferry naar Okayama.

Daar met de bus naar het station. Het eten op Shodoshima was een uitdaging. Zo hadden we drie keer een hotel met restaurant zonder eten…. Twee keer werden we naar een winkel gebracht om sushi’s en salades te kopen, een keer naar een plaatselijk eethuisje. Een andere keer bleek de kok die dag te zijn weggelopen (??) in dit strak georganiseerde, hiërarchische land, maar toen hadden we uit voorzorg al eten meegenomen.

Dus als we op het station in Okayama aan zouden komen, zo hadden we onszelf beloofd, dan ‘mochten’ we daar broodjes kopen en koffie drinken in het enorme winkelcentrum daar, vol met heerlijk eten.

Er bleken 33 mensen voor ons te zijn bij het kaartjes loket. We durfden niet weg te gaan in de angst onze plaats in de rij te verliezen. het gaf mij weer de mogelijkheid de getallen in het Japans te oefenen…..

Uiteindelijk zijn we met de bijna onbegrijpelijke kaartjes toch aan het eten gegaan. En we kochten daarna ook nog wat lekkers voor in de trein.

Want het eerste stuk was die trein  de shinkansen, de supersnelle trein. Hij kwam op het station van Okayama zo snel binnen dat hij al bijna voorbij was voordat ik de telefoon voor onderstaand filmje had gepakt.

In Nagoya stapten we over op een iets langzamere, maar toch nog snelle trein.

Een passagier met heel speciale nagellak.
Hier rijdt de trein door een sneeuwbui.

De machinist van de laatste trein maakte bijzondere gebaren.

We zijn nu in Ise. Dit is de belangrijkste religieuze plaats in dit land van de rijzende zon. (Over die zon later meer).

En we hebben hier in het hotel alweer… heerlijk gegeten.

P.s. en Mariet heeft ook al, al onze kleren gewassen. Soms is er geen kok, soms geen eten, maar altijd wasmachines en drogers. In elk hotel. Dat is ook Japan.

De laatste dag

Gisteren, vrijdag 21 februari was onze laatste wandeling op Shodoshima. We ‘moesten’ nog rond een schiereiland lopen, en omdat we aan het eindpunt geslapen hadden, liepen we dit keer tegen de route in. (En waar zijn dan de pijlen? die er toch al zo sporadisch zijn). We bezochten eerst 3 tempels, allen mooi en bij alledrie kregen we weer stempels.

Osettai.

Op Shikoku krijg je als pelgrim Osettai (een kleinigheid, iets te eten of wat geld) van de bewoners, hier krijg je Osettai in de tempels. Hier kregen we een kopje thee en mochten een zakje Japanse koekjes/crackers uit de doos kiezen. (Mijn stempelboek ligt vooraan).

De tempel Aizenji is erg mooi met prachtige cactusachtige planten waarvan de zaden alweer klaar zijn voor de naderende lente.

Geen ‘horen, zien en zwijgen’.

Deze drie monnikjes staan bij de tempels, we vonden ze zo mooi. En konden ze nergens te koop vinden. Boven de beeldjes houten kaartjes waarop de Japanse pelgrim zijn of haar wensen schrijft.

Nadat we lang over de weg hadden gelopen (zwaar lopen, maar altijd weer met mooie uitzichten op de vissersdorpjes) kwamen we bij de op een na laatste tempel van vandaag. Deze was weer helemaal anders, dus heb ik er een filmpje van gemaakt.

Te zien: een slapende Kobo Daishi (hij heeft ooit onder een brug op Shikoku geslapen, bij die brug is een tempel gebouwd. Een slapende, toegedekte Kobo ligt in veel tempels), de bruine beelden: waarschijnlijk beschermende krijger/goden, een rij beeldige Jizo beeldjes, in het midden de gesloten kast met het Boeddha beeld, diverse trommels, twee beelden: ? en Fudo Myo en tenslotte een streng kraanvogels.

Achter deze tempel ging het pad verder door een prachtig kaal bos. Op de grond lagen bladeren van verschillende herfsten, zo dachten wij. Misschien een bladsoort die langzaam afbreekt?

Mariet met links een erg modern bord.

Dat erg moderne bord hebben we 4 keer gezien. Meestal hangt er een kaartje aan de boom of staat er een paal met een wijzende hand.

Eenmaal aan de andere kant van het schiereiland gekomen was het nog een uur naar de bushalte. De bussen gaan hier onregelmatig en structuur in de dienstregeling heb ik er ook niet in kunnen herkennen. Maar we wisten dat er rond half 5 een bus naar Tonosho zou gaan, dus moesten op het einde van een lange wandeling ook nog doorlopen.

Zo ga ik me Shodoshima herinneren, bijzondere tempels op plaatsen met een prachtig uitzicht.

We hebben het gehaald!

O’ Henro op Shodoshima.

Opeens realiseerde ik me (laat, maar beter laat dan nooit) dat ik niet heb vertelt waar en wat ik aan het doen ben. Daarom, hierbij een summiere uitleg. Ik hou van wandelen en ik vind het boeddhisme mooi. En in Japan wordt dat prachtig gecombineerd. Ben ik het met alles eens? Daar gaat het niet om, het zijn symbolen, metaforen, manieren om iets uit te leggen. Het gaat om de intentie, zou Nico Tydeman zeggen.

Het Boeddhisme is in Japan sterk beïnvloed door de tweede godsdienst, het Shintoïsme. Japan heeft zo een heel eigen, specifieke vorm. Het is het uiterlijk, niet de inhoud, laat staan de intentie……

Henro betekent pelgrimeren, pelgrim, pelgrimage. Zowel op het eiland Shikoku, als op Shodoshima kun je een pelgrimstocht langs 88 tempels maken. Deze tempels hebben allen iets met de monnik Kobo Daishi te maken. Hij is op Shikoku geboren, heeft er een tempel gesticht of heeft er esoterische oefeningen gedaan. Op zijn terugreis van China heeft hij enige tijd op Shodoshima door gebracht. (Is de legende)

Kobo Daishi is 1 van de twee monniken die het Boeddhisme naar Japan heeft gebracht.

Kobo Daishi.

Bij elke tempel staat een beeld van Kobo Daishi, vaak gekleed als pelgrim.

Ik heb 2 maal de tocht op Shikoku (1300 km) gelopen, 1 keer alleen in 2016 in het voorjaar en 1 maal met Mariet in de herfst van 2019.

In 2020 heb ik de kaart (meer is er niet) van de tocht op Shodoshima (150 km) gekocht om hem te gaan lopen. Maar corona gooiende roet in het eten.

Dus nu en weer met Mariet.

Kongo.

De kongo is een rituele bliksemschicht, hard als een diamant vernietigt hij onwetendheid. De legende vertelt dat Kobo Daishi vanuit China de kongo naar Japan gooide en zo er het boeddhisme bracht. (De kongo kwam op Shikoku terecht, op de plaats van aankomst is een tempel gebouwd). De Kongo ligt vaak voor op het altaar.

De toegangspoort.

De toegangspoort markeert de overgang van het seculiere naar de heilige grond. Vaak hangt er naast de poort een bel, waarmee je je komst aankondigt.

De draak.

Direct na de poort moeten de handen gewassen worden, het water hiervoor komt vaak uit de mond van een draak.

De onontwarbare knoop van het leven.
Een tempel.

Het hoofdgebouw van het tempelcomplex is de hondo. Daar wordt het bezit van de tempel (vaak een boeddhabeeld) bewaard, is het altaar en zijn er bijeenkomsten (bv als er iemand gestorven is). Het boeddhisme kent geen diensten zoals in de christelijke kerk.

Soms lijkt het altaar een rommeltje.
En soms is het erg netjes.
De hartsutra en de pelgrim.

De hartsutra is het belangrijkste gebed in het boeddhisme. Het vertelt de kern van het geloof. Het is gebruikelijk de sutra in de tempel, voor de hondo op te zeggen. Hier op Shodoshima werden we hierbij tot onze verrassing bijna altijd begeleid door de monnik, soms sprong hij zelfst enthousiast achter de trommel.

Gebedsmolens.

De gebedsmolen komt uit Tibet. Maar hier in Japan zag ik hem diverse malen in tempels. In de molen zit een gebed. Als je aan de molen draait, neemt de wind het gebed mee naar de goden.

Stempelboek.

Van elke tocht is er een stempelboek. Op Shikoku krijg je in elke tempel een stempel, hier krijg je (omdat niet elke tempel bemenst is) soms wel 5 stempels tegelijk. Het stempel bevat de naam, de mantra (kort gebed) en de plaats van de tempel. Het volle bestempelde boek is het bewijs dat je in elke tempel geweest bent. In Japan bouw je zo goed karma op. En het is een leuke bron van inkomsten voor de tempel…….de stempels kosten geld.

De stempels zijn erg mooi, elke keer weer wil ik een mooie inlijsten. Maar ja dan moet je dat boek uit elkaar halen, en hoe krijg je het weer goed dicht? Toch maar weer eens proberen straks thuis.

De tempelbel.
Applaus na het opzeggen van de hartsutra.

Deze monnik was een eind verderop het plein aan het vegen toen we uitgeput (nadat we de berg waren opgeklommen) het tempelterrein op liepen. Toen ik naar de hondo vroeg, liep hij met me mee en liet me zijn tempelschatten zien. Daarna begeleidde hij ons bij het opzeggen van de hartsutra. Bij het afscheid kregen we een zakje snoepjes mee.

Fudo Myo

Op het tempelplein staan diverse goden, manifestaties van de Boeddha en bijna altijd Fudo Myo. Soms is er een tempel aan hem gewijd. Fudo Myo vernietigt de negatieve energie.

88 boeddha’s (voor de 88 tempels) + Kobo Daishi.

Morgen, nog 1 laatste dag. Dan hebben we bijna alle 88 tempels bezocht.

Twee dagen wandelen

Die grote stilte!

je hoort een vogel stappen

Door ‘t gevallen blad. Ryushi

Gisteren, 18 februari, begon de dag eigenlijk direct met een klim over een pasje. Op de steile stukken is er meestal een leuning (die niet altijd vast zit).

Het pad eindigde in een klein dorpje, veel oude huizen zijn van hout gebouwd, dit hout is vaak zwart geblakerd.

We lopen over straten waar werkelijk niets op de grond ligt, brandschoon. Dit geeft snel de indruk dat ‘de Japanners’ zo netjes zijn. Vaak wel, zo op het oog, maar kijk je eens wat verder, of op eenzame plekken, dan staat, ligt er van alles.

Want hoe ruim je een oude auto op?

Beelden langs de kust.

Vandaag, 19 februari sliepen we in Shodoshima town. Dat ‘town’ moet je ruim zien. De town houdt op waar de volgende begint. Het is voorgekomen dat ik vol vreugde dacht eindelijk bv Matsuyama op Shikoku bereikt te hebben en dat ik dan nog 10 km verder moest lopen om de werkelijke stad te bereiken.

Oude vaten voor de sojasaus.

Shodoshima town staat bekend om haar soja saus productie. Hier komt de beste sojasaus vandaan (zegt men…) in de hele stad hangt de geur van sojasaus. Ik vind het niet vies, en niet lekker ruiken.

Nog meer lelijks, en wat is dit? Een schuurtje, een tuinhuisje?

Vaak zien we sporen van harde wind (die we vandaag ook voelden). Van een hotel waren alle ramen kapot gewaaid, en deze vlag (bij elke tempel staat een stok met een vlag) heeft ook zijn beste tijd gehad.

Maar de natuur is altijd mooi.

Omdat ik eerder schreef over de smakeloze huizen, (ik neem het terug), zo tussen de inderdaad neutrale (niet lelijke, maar zeker niet mooie) staan soms moderne en mooie huizen.

Bij het verlaten van de bebouwde kom liepen we langs deze mooie tori’s. Deze oranje-kleurige poorten markeren een Shinto schrijn. Vaak is deze schrijn een soort huisje, waar een kami in woont, ik noem het altijd ‘een kami-huisje‘. (Daar moet je natuurlijk dan wel in geloven, maar ook zonder dat zijn vooral de toegangspoorten erg indrukwekkend).

Sommige tempels die op ‘onze lijst’ staan, staan bij kerkhoven. Een veelzijdig gebruik dus van de tempel. Rouwenden, pelgrims en wie weet wat nog meer. Op de kerkhoven staat soms een groot piramide-achtig bouwsel. Een familiegraf? Bovenaan de top staat een beeld van Kobo Daishi. En deze heeft niet alleen een staf in de hand, maar aan hem is ook een lampje bevestigd.

Beat Shrine, ANGER from the bottom.

Op de eilanden van de binnenzee wordt eens in de drie jaar de Setouchi Triënnale georganiseerd. Men is begonnen de aanstaande in te richten. Zo liepen we langs dit werk. We dachten eerst dat het iets voor kinderen was, maar daar is het veel te boosaardig voor. Het is een echt kunstwerk van de Triënnale. (Ik heb het even opgezocht).

Natuurlijk mochten we vandaag ook klimmen. Op de top van de heuvel liggen 3, men noemt het ‘verlaten’ tempels.

Wachter in de tempelpoort.

En altijd is het uitzicht mooi.

Een rand van Boeddha beeldjes om de tempel.

Een enorm beeld van Kobo Daishi.
Bijna Maria, daar in de grot.

Het is echter een beeld van Kannon, de godin van het mededogen.

Kannon is een bodhisattva, een wezen dat op weg naar de verlichting achterom keek en toen ze zag hoe er op aarde geleden werd, besloot weer om te keren om te helpen.

En nog een foutje dat hersteld moet worden, het beeld dat aan de haven in Tonosho staat, waarvan ik een detail liet zien, is een afbeelding uit de film Twenty Four Eyes, uit 1954. Het is een beeld van een onderwijzeres (de hoofdrol) met kinderen. De film handelt over 3 periodes uit de geschiedenis van Japan: voor de Tweede Wereldoorlog, tijdens en na. En de film speelt op Shodoshima en is daar ook opgenomen. Het oude schoolgebouw staat er nog steeds en is te bezichtigen.

De film is op YouTube te bekijken.

Rondleiding op de filmset, in de oude school.
En de stempels van vandaag?

Dat moesten/mochten we deze keer zelf doen. Alle spullen lagen klaar. Maar hoe weet je nou welk stempel bij welke tempel hoort?

Indiana Jones in de tempel van……

Ik had dit bericht eigenlijk bedoeld voor ‘ns wat anders dan alweer die tempels, maar omdat we weer in speciale tempels kwamen met dito monniken/rituelen toch maar een tempel-blogbericht.

We sliepen in een prachtig resort, met dito onsen en heerlijke maaltijden. Dus konden we er vandaag tegen aan…… Omdat het weer de afgelopen dagen zacht was droeg ik vandaag mijn korte (2/3) broek. Helaas was het weer vandaag niet zacht, er stak in de loop van de ochtend een harde, koude wind op. (Maar ik heb doorgezet).

Na enkele kleine tempels bezochten we een enorm grote, haast nieuwgebouwde tempel.

Aan de muur: een mandala.

De tempel bleek inderdaad nieuw gebouwd, het vorige gebouw is enkele jaren geleden verwoest. En het is een tempel met een enthousiaste monnik. Hij nodigde ons uit in de hondo, hier kregen we een plaats op een stoel toegewezen. Ik begreep dat we onder zijn leiding de Hartsutra zouden opzeggen. Hij ging zitten bij de trom en startte de inleidende gebeden.

Het duurde al met al wat lang, maar wat kon de man op de trommel slaan! Het swingde de hele tempel door.

Het blijft iedere keer weer mooi hoe de ‘monnik van dienst’ ons telkens weer op de trom begeleidt. (Deze konden we niet bijhouden).

Hierna nodigde hij ons uit voor een kleine maaltijd met udon. Dit ter ere van het nieuwe tempelgebouw dat door de bewoners van Shodoshima bijeen gespaard is. Na de udon kwam nog een soort zoete pap  en een soort Turks fruit. (Maar beide dan Japans).

Kleine zentuin bij Kannon-ji.

Hierna liepen we lang langs de zee met nog maar 3 tempels te gaan. Een soort ‘tempel-rustdag’. Het rust-gevoel was snel over toen het pad naar Emonnotaki, tempel 81 in zicht kwam. Het ging nml weer berg opwaarts en zo was ons verteld deze tempel was weer via een helling met ketting bereikbaar.

De helling met kettingen.

Na een lange weg, gevolgd door veel trappen kwam het laatste stuk de helling (waar nauwelijks rotsen op te onderscheiden waren) + ketting in zicht. Het zag er wel erg steil uit. Wat nu? Gelukkig ging de trap aan de zijkant door, dus heb ik deze tempel geheel op trappen kunnen bereiken.

Is de tempel in gebruik?

Alle deuren waren dicht en er was geen sterveling te bekennen. Kan ik naar binnen? Het gebouw zag er Shinto-like mooi, nieuw uit. Ik ontdekte een deur en deed de schoenen uit. (Je weet nooit waar je terecht komt). Beneden stonden dozen met hout. Werd deze tempel gerenoveerd? Ik ontdekte een trap en klom naar boven.

Het eerste wat ik zag: daruma’s (gelukspoppetjes)

Hier kwam ik in een vrij chaotische ruimte met nog meer hout en een Japans sprekende monnik die vlakbij een luid loeiende kachel zat. (Het was hier erg warm, buiten had ik nog wat resten sneeuw gezien).

Hij vroeg of ik ‘goma’ wilde. En ik zei ja. Goma is een ritueel uit het esoterisch Boeddhisme waarbij symbolisch je negatieve energie,  gehechtheden en verlangens verbrand worden. (Volgens het Boeddhisme wordt het lijden veroorzaakt door drie vergiften: verlangen, – en daarmee gehecht zijn aan- onwetendheid en haat).

Ik moest mijn naam op een houten plankje schrijven (dit gaf veel gedoe omdat het in het Japans moest, ik vrees dat hij er bij de vertaling maar wat van gemaakt heeft) en hij verdween. Daar zat ik dus. Ik heb de ruimte wat bekeken en foto’s gemaakt.

Na 5? 10? minuten kwam hij terug, gekleed in een lang, zwart monniksgewaad. Hij vroeg me mee te gaan.

We kwamen in een door kaarsen verlichte grot terecht, waar een rij stoelen stond. Hierop kon ik zitten. De monnik ging bij een stenen tafel zitten en begon gebeden te reciteren. Na een poosje zette hij het plankje met mijn naam in een verlaging in de tafel en stak het met wat ander hout in brand, onderwijl de Hartsutra opzeggend.

Het goma  ritueel.

Dit duurde al met al een ruim half uur. Het maakte veel indruk op me. Na afloop ben ik de grot nog even doorgelopen en heb de beelden bekeken. Achter het vuur stond een groot beeld van Fudo-Myo.

De god die de slechte geesten verjaagt.

Aannemend dat het afgelopen was heb ik de man bedankt en ben weer via de trappen en weg naar beneden gelopen. Dit gaf mooi de gelegenheid deze ervaring te overdenken.

Het was inmiddels nog kouder geworden. En het was nog ver te gaan naar de volgende slaapplek. Gelukkig stopte er een auto met een vriendelijke man, hij gaf me een lift. In de auto klonk luid muziek van de Shadows, alweer een ander ‘ritueel’.

‘s Avonds moesten we naar het dorp om iets te eten. De man van het hotel bracht ons. Dit restaurant was weer geheel anders dan het vorige…….

Morgen weer een nieuwe dag.