De Kasagataki tempel

O rust!

de rots doordringend

de stem van de cicade. (Basho)

Vandaag, 16 februari begon ontspannen, we bezochten een tempel met een mooie zentuin, de monnik bracht ons naar de volgende tempel, gaf ons twee mandarijntjes bij het afscheid en we liepen op deze zondagochtend het volgende dorp in.

Daar konden we eerst de weg niet vinden, maar gelukkig kwamen we een oude vrouw tegen die ons (op haar sandalen) over een bospad weer op de ‘henro michi’ (weg van de pelgrim) bracht.

Ook dat pad ging lang over een landweggetje langs een Shinto schrijn, (met koffie automaat), een tempeltje, een Jizo beeld en wat huizen.

Na het laatste huis ging het pad door een enorm bamboe bos.

Na de typhoon.

De kaart had ons gewaarschuwd: slipperly, rocky path! Dit bleek te kloppen:

Al snel veranderde het pad plotseling in een rotsachtige helling waar af en toe een ‘pad’ te onderscheiden was.

Het rots-pad.

Er stonden beeldige kleine Boeddha beeldjes op de helling, ik ging er maar vanuit dat het pad hierlangs ging.

Plotseling ontwaarde ik een tempelbel.

Hier luid ik de tempelbel.

En na het luiden van de bel het pad vervolgend kwamen we onderaan een rotsige helling uit, een helling die leidde naar een tempel, hoog en steil in de lucht.

Met een hek om je omhoog te hijsen.

Dit hek werd later vervangen door een ijzeren ketting. Gelukkig waren hek en ketting stevig en goed in de rotsen verankerd.

De Kasagataki tempel

Later bleek dat dit het ‘okunoin’ van de tempel ‘beneden op de grond’ was. Een okunoin is het allerheiligste, de monniken bewaren er hun dierbaarste bezit en gaan er naar toe om ascetische oefeningen uit te voeren.

(Misschien door op en neer over de helling te gaan?)

Uitzicht.

We konden hier uitkijken op de vallei waar we eergisteren in tegenovergestelde richting liepen. (Maar dat was diep het dal in)

Monnik? Kobo Daishi?

Ook hier is de tempel gedeeltelijk in een grot gebouwd, we moesten door donkere gangen lopen om de hondo (hoofdhal) te bereiken. Hier werd de Boeddha door veel krijger-goden beschermd.

In de hondo.
Kleine Boeddhabeeldjes uitgehakt in de wand.

Weer naar beneden klimmend merkten we deze prachtige beeldjes op.

Me vasthoudend aan de ketting naar beneden.
Het allerlaatste stuk naar beneden.

Het pad werd hier al meer een trap, met langs de kant twee rijen dik lantaarns.

Uitgeput weer beneden aangekomen keken we nog een laatste keer naar boven: pfffff we schrokken bijna van dat wat we gedaan hadden.

Hierna ging de dag weer verder zoals hij begonnen was, een rustig pad met af en toe een tempel, wat huizen en een prachtig enorm beeld van Kannon Bosatsu, hoog op de berg, wakend over Shodoshima.

Kannon Bosatsu.

We zijn van start gegaan!

Wat een stilte

Verzink in de rotsen

Krekels tsjilpen. (Basho)

We ‘doen’ dus 88 tempels in 8 dagen dus zien er elke dag een aantal. Sommige hiervan zijn onbemand, die stempels krijgen we dan weer van de volgende monnik.

Omdat het hoofdkwartier van de sekte die de pelgrimstocht verzorgt in Tonosho is, (waar we het stempelboek moesten kopen) begonnen we met lopen vanuit Tonosho en wel met tempel 40.

Het pad naar deze tempel ging door een prachtig bos, dat ondanks dat het winter is toch mooi is.

Eenmaal halverwege de heuvel bij een tempel aangekomen bleek deze gedeeltelijk in de rotsen, in een grot te zijn. Ik vind dit erg indrukwekkend.

Een rotstempel.

Soms bereik je het belangrijkste via allerlei, spaarzaam verlichte gangen.

In de grot.
Even verderop liggen de graven van de overleden monniken.

De monniken zijn allen erg behulpzaam. We krijgen koffie, koekjes, een appel of een flesje koude thee. Als we de Hartsutra (het belangrijkste Boeddhistische gebed) opzeggen gaan ze achter hun trommel zitten om de maat te slaan. (Die we dan natuurlijk niet kunnen bijbenen)

Monnik laat de schelp horen.
In de verte ligt de zee.

Na 4 tempels met veel klim- en daalwerk liepen we door een dal terug naar Tonosho. We passeerden deze braakliggende rijstvelden.

Rijstvelden

We kwamen na 9 uur lopen enigszins….gebroken aan in Tonosho.

Zaterdag 15 februari

Weer helemaal uitgerust.

Heilige boom.

Bij de tempels staan vaak oude bomen, soms dood, (oo, oo, dat is weer typisch een westerse rationele opmerking, voor het Shinto zijn deze bomen niet dood, en er wonen ook nog kami’s -goden- in).

En wat zijn die oude stammen mooi.

Combi tempel.

Vandaag liepen we veel langs de kust. Deze tempel (met de Shinto kleuren) bleek binnen in de grot gedeeltelijk een boeddhistisch te zijn.

Tibetaanse boterlampjes.
Kobo Daishi kijkt uit over zee.

De laatste tempel vandaag bleek groot te zijn met alweer een ander verhaal. Er bij stond namelijk de zuil van Ashoka (boeddhistische keizer uit India). De monnik van dienst legde ons uit dat zijn bet – overgrootvader een voettocht door India heeft gemaakt en daar Nehru ontmoette. Zij werden vrienden.

Hier stempelt hij mijn boek.

De bet overgrootvader bezocht ook de grotten van Ajanta. het pronkstuk van de tempel is deze afbeelding van Kannon Bosatsu.

Kannon Bosatsu.

De monniken legden uit dat dit werk is gebaseerd op de Boeddhabeelden uit Ajanta, het is met haar gemaakt en er is echte gouden verf gebruikt.

Uitleg.

Ja, dan ga ik natuurlijk vertellen over Ajanta, een prachtige vallei met aan weerszijden uitgehakte grotten vol met fresco’s en beelden.

Het is winter, alle Jizobeeldjes hebben een dasje om.

En zojuist ben ik naar de onsen geweest, een enorm groot bad waar je alleen schoon in gaat. De dames in het bad houden je (‘onwetende buitenlandse’) scherp in de gaten of je je van te voren wel goed helemaal wast. Het water in de onsen is altijd warm en heerlijk voor je spierpijn. Deze onsen was bloedheet, ik hield het maar even vol en lig nu rozig op bed dit te typen.

Morgen weer een dag.

Tonosho

Het pampasgras valt;

je ziet voor je ogen,

hoe de kou toeneemt.

Dat viel erg mee vandaag met de kou, de zon scheen en het werd 8 graden. (En ik geloof niet dat het pampasgras is). Vandaag, donderdag 13 februari hebben we Tonosho verkend en al enkele tempels bezocht.

Jizo beeldje bij Shofuan, tempel 64.

Ik denk dat dit een Jizo beeldje is. Jizo beschermt de gestorven kinderen en de reizigers, je ziet ze overal staan.

Dit was de eerste tempel die we toevallig tegenkwamen (hij staat eigelijk voor later op het programma, dan komt er ook een foto van).

Vaak staat er naast een boeddhistische tempel een shinto schrijn. Dan bezoeken we ze maar alle twee. En bijna altijd staan ze hoog, baas boven baas, hier staat de shinto schrijn het hoogst.

Komende vanaf de Shinto schrijn.
En hier keek ik naar.

Daar links achter de tori (de poort) staat een oude man bij het water die kwam bidden en met ons mee liep. Hij sprak enkele woorden Engels (ik betwijfel of hij wist wat hij zei), hij verstond ook mijn Japans niet (maar dat lag aan mij).

Tempelbel van Saikoji, tempel 58.

Saikoji is een tempel met een prachtige pagode, die moeilijk mooi op de foto is te zetten.

En Kobo Daishi kijkt over de stad uit.
Ingepakt in nieuwbouw.

De eerste stempels worden gezet.

Saikoji is een grote tempel, die bemenst is dus je krijgt er ook de stempels van de kleinere tempels uit de omgeving (waar geen monniken zijn). Deze monnik spreekt enkele woorden Engels, een vriendelijke jonge man. We kregen koekjes van hem.

Hierna liepen we verder naar de ‘Seven Eleven’. Dit zijn winkels waar van alles te koop is, vooral eten. En er staat ook een ATM, er zijn w.c.’s en ze hebben heerlijke koffie. Onderweg stond een groot standbeeld.

Gedeelte van het beeld.

Een stralende moeder met kinderen, geen idee wat het beeld voorstelt. Er staat geen Engelse tekst bij (en dan ben ik altijd bang dat het iets nationalistisch of over de 2e Wereldoorlog is). Ze kijken in ieder geval blij! Een man (tja wie?) staat enkele meters verder.

Gewone huizen.

Uit mijn boek over haiku’s: ‘…..heeft de Japanner de neiging om een kunstwerk te maken van zijn eigen leven, van zijn tuin, zijn huis en al wat daarin is; hij houdt eenvoudig niet van lelijke dingen.’

De gewone huizen zijn hier erg lelijk. Misschien van binnen mooi?

Nee, dan de tempels.

Altijd Reiziger

De winterregen

begint – Altijd Reiziger

zal ik genoemd zijn. (Bassho)

Daar sta ik, alweer op Schiphol. Ik had een soort ‘heimwee’ naar Japan en de kaart van de pelgrimstocht op Shodoshima lag al 5 jaar te wachten. En toen kwam die aanbieding van de KLM…….Dus heb ik de (dit keer) bergschoenen weer aangetrokken en ben naar Japan vertrokken.

Op Schiphol.
In de rij.

Ik ben hier weer net als de vorige keer naar Japan met Mariet. Hier staat ze in de rij voor de trein naar Okayama. De plaats van de rij is op het perron aangegeven en de dame links (met de pet) corrigeert je als je op een verkeerde plaats staat. En ze staan hier allemaal in de rij…..totdat de trein er is, dan wordt het ieder voor zich. We gaan eerst naar Sodoshima, om daar de pelgrimstocht langs 88 tempels te lopen.

Bento (sushi’s) winkeltje op het perron.
Okayama.

We kwamen tegen de avond in Okayama aan. Het was er al donker. Maar deze tram rijdt naar de future, net als wij. Qua past hebben we er inmiddels 22 reisuren opzitten dus snel wat eten en naar het hotel dat gelukkig vlakbij het station is. Morgen weer verder met de future.

En die ochtend viel er natte sneeuw.

Vandaag 12 februari vertrokken we met de bus naar de haven en vandaar met de ferry naar Sodoshima. Een klein eiland waar Kobo Daishi ook heeft rondgelopen en zijn ascetische oefeningen heeft gedaan. (Zegt men…..).

Het eerste zicht op Tonosho, de hoofdstad van Sodoshima.

Op weg naar het hotel stuitten we bij toeval (maar wat is toeval?) op een tempel, het is het hoofdkwartier van de organisatie die de Henro (pelgrimstocht) beheerd. Hier konden we het boek kopen waarin de stempels van de diverse tempels worden gezet.

Mariet voor de tempel.
Kobo Daishi in de tempel.

Kobo Daishi is 1 van de monniken die lang geleden het boeddhisme naar Japan bracht. Hij werd geboren op Shikoku (waar we de pelgrimstocht vorige keer maakten). Sodoshima ligt naast Shikoku en Kobo Daishi kwam hier ongetwijfeld….op doorreis, wie weet ook via Okayama. Op de plekken waar hij zijn oefeningen deed zijn tempels of kleine schrijnen gebouwd en daar gaan we dus langs lopen.

De Hartsutra aan de wand.

Ons hotel staat boven op een heuvel en vanuit de kamer hebben we een een prachtig uitzicht. De bedden liggen al klaar op de grond. Dat wordt weer wennen vannacht.

Japans slapen.

De rijen voor de trein, het eten met stokjes, de bedden, links rijden, de beleefdheid, de kleine gebaren, de w.c.’s, het is allemaal bekend en toch weer wennen.

Vandaag toch nog een klein uitstapje naar Angel road. Als het eb is zijn er drie kleine eilandjes via een smal drooggevallen pad (Angel road) met elkaar verbonden. We haalden (want het werd al donker) niet het gehele droogvallen en zijn bij deze rots gestopt.

Maar altijd weer, een prachtig zicht.
Het avondeten.

Bij deze mevrouw hebben we heerlijk aan de bar gegeten. Met handen en voeten, Google translate en een klein restje Japanse les hebben we het eten besteld. Gegrilde vis, groente tempura’s, rijst, een soepje en wat onduidelijks, het was heerlijk, maar mijn Japans ….is verdwenen? diep weggezonken? Nou ja, de komende tijd kan ik weer veel oefenen.

What am I doing Here?

Dit is de titel van een boek dat ik las, 30 jaar geleden op reis door China. En die zin (die ik hier nog wel eens uitroep) doet me ook direct weer denken aan ‘de dronken Duitser’. We hadden met heel veel moeite een plaats voorin de bus van Labrang naar Langzhou (in China) geregeld, want de bus reed door een prachtig landschap en dat wilden we goed kunnen zien. Vlak nadat we waren gaan zitten reed er een kar het busterrein op met daarop een laveloze man. Ik heb nooit eerder, of daarna zo’n staat van dronkenschap gezien. De Chinezen die hem brachten zetten hem op zijn plaats, precies achter Ina en mij. Nou dat weer, hij zou vast gaan spugen. Een andere Duitser hielp ons door hem achterin de bus te leggen en we hadden een prachtige reis met mooie uitzichten.

Enkele dagen later zaten we in de trein van Langzhou naar Xi’an en ik las het boek ‘What am I doing here?’ Geschreven door Bruce Chatwin. De nu nuchtere Duitser liep langs, zag het boek en zei: ‘Now you know what you are doing here!?’

Ik zie me nog zitten, en elke keer als ik denk, ‘wat doe ik hier?’ Zoals op de trap in het station van New Delhi, maar ook als ik loop in Chandni Chowk dan denk ik ‘what am I doing here’ en ja, dan weet ik het antwoord. Want Chandi Chowk is alles, het is 1 van de zielen van India, het is prachtig.

Donderdag 16 januari ging ik eerst naar Connaught place. Een rond plein met daarom heen 3 wegen, helemaal volgebouwd in de nadagen van de Engelse overheersing.

Connaught Place.

Ik blijf me er altijd over verbazen dat machthebbers hun ondergang te laat of helemaal niet zien aankomen. Pas in de dertiger jaren verplaatste Engeland haar hoofdstad van Calcutta naar New Delhi. Enorm veel grote gebouwen moesten er gebouwd worden. Nog geen 10 jaar later was het afgelopen, India werd onafhankelijk. Connaught Place is nu het moderne commerciële hart van de stad. Veel dure, westerse winkels en restaurants.

Bloemenverkoopster.

Op straat is het er enorm druk met alle mogelijke verkopers, schoenpoetsers en bedelaars (die hun baby op je schoot leggen als de tuktuk voor een stoplicht stopt). En mannen die zich verbaal aan je vastklampen, om je daarna naar hun winkel of hun tuktuk te brengen.

Zwerfhond.

Veel zwerfhonden, en soms ook geitjes hebben een hesje aan tegen de kou. Verder worden ze aan hun lot overgelaten.

Het United Coffeehouse.

Ook op Connaught Place. Verschrikkelijk decadent, maar ze hebben er heerlijke koffie.

Daarna ging ik naar het Birla House, het huis waar Gandhi verbleef toen hij vermoord werd.

Zijn laatste voetstappen leiden naar de plaats van de aanslag.
30 januari, een eenvoudig monument.

In het huis is een uitgebreide tentoonstelling over zijn leven.

De zoutmars.

In 1 van de zalen zijn alle gebeurtenissen met kleifiguurtjes uitgebeeld. Gandhi is geboren in Ghujarat (nu de provincie waar de opmars van Modi begon) en hield hier ook 1 van zijn grote, belangrijke marsen: de zoutmars om af te dwingen dat de Indiase bevolking recht op het zout had.

Gandhi blijft (ondanks de pogingen van Modi daar verandering in te brengen) enorm populair. Ik vraag me af wat hij van het huidige India zou denken, wat hij zou doen. Van zijn grote ideaal is weinig gerealiseerd.

Daarna ging ik naar Rajgat, de plaats waar hij gecremeerd is.

Gandhi Samadhi.

Dit staat op een bord erbij. Het hindoeïsme, boeddhisme en jainisme kennen alledrie ‘Samadhi’. Heel kort gezegd betekent het hier dat Gandhi uit de kringloop van wedergeboorte bevrijd is.

En dan mijn laatste dag, vrijdag 17 januari die heb ik helemaal doorgebracht in Chandni Chowk, de bazaar in Oud Delhi.

.

De Fatehpuri moskee.

Op straat, alsof de tijd er heeft stilgestaan.

De grootste groep hier zijn de Moslims, gevolgd door de Sikhs.

In de Gurudwara Sis Ganj Sahib tempel.

Bij deze tempel was een grote hal waar de mensen zaten te eten, want in een Sikh tempel krijg je altijd te eten.

In de keuken.

De Jama Mashid (onmogelijk goed op de foto te krijgen)
In de vrouwenafdeling.

Eerlijkheidshalve…. De dames dragen donkere kleding, het tegenlicht versterkt het effect.

Vlak na het middaggebed mochten de niet gelovigen naar binnen. Het grootste gedeelte van de moskee is open lucht.

Na het gebed werd er gepicknickt.

En ja, daarna ben ik weer door de bazaar gaan lopen, ik kon niet ophouden.

Hijras roepen me toe: ‘Hey auntie’.

Hijras is de naam voor de ‘derde gender’ groep. Hijras komen in het hele indische subcontinent voor (Pakistan, Nepal, Bangladesh en India). Het zijn mensen, als man geboren die zich vrouw voelen. Een gedeelte hiervan woont in de stad en leidt een wereldlijk leven. Een ander gedeelte is diep religieus, ze wonen vaak in groepen o.l.v. een guru en houden zich vaak bij tempels gewijd aan de god Ram op.

Bij de visumaanvrage staan er bij geslacht 3 mogelijkheden: man, vrouw en ‘ander’.

What am I doing here? Zoals de vele kleuren in de bazaar, zo verscheiden is India. Ook nu weer heb ik het gevoel dat het toeval was dat ik bepaalde gebeurtenissen, plekken, of mensen zag. Je kunt plannen maken wat je wilt, het toeval bepaalt daarna alles. Was ik hier een straatje linksaf gegaan? Had ik toch maar ook naar die stad gegaan? Had ik niet naar rechts maar naar links gekeken? Het maakt niets uit. Overal ogen die jou al gezien hebben voordat je je hoofd omdraait. En overal mijn verwondering, verbijstering, bewondering, hoe is dit nu weer mogelijk?

Op naar New Delhi

Om half 7 ’s ochtends vertrok ik gisteren 15 januari met een tuktuk vanuit het hotel, door een donkere stad, de Kumbh-roadblocks vermijdend en regelmatig vaart minderend  omdat er een stoet mensen op de weg liep. Langs de kant van de weg lagen veel mensen te slapen.

Ik was een half uur te vroeg op het station, een kopje chai! Dat had ik mezelf beloofd. Daarna op naar het perron.

Allemaal onderweg.

Daar was het dus druk, veel drukker dan de foto kan tonen. Ik had een plaats in wagon C5, en vlak voor aankomst van de trein wordt de plaats op het perron  hiervan aangegeven op een elektronisch bord. Voor de zekerheid wilde ik al naar de goede plek. Halverwege stonden 4 toeristen, ik vroeg (ter oriëntatie) in welke wagon ze een plaats hadden. Er kwam geen reactie. Het bleken Israëliërs te zijn, (dat hoorde ik toen ze iets tegen elkaar zeiden). Dit heb ik al vaker meegemaakt, Israëliërs die zich zo onzichtbaar mogelijk maken. Wat een land, wat een tijd. Ze hadden een indiase gids die me verder wees.

Wachtend om de chaos in goede banen te leiden.

Op de goede plaats aangekomen was het enorm druk. En dan zaten er ook nog mensen op de grond.

Het werd een gevecht toen de trein er eenmaal was. Ik ‘gooide’ maar elke keer mijn koffertje in de strijd (plus de andere elleboog). Eenmaal in de coupé aangekomen heerste een relatieve rust.

Mijn buurman legde mijn koffertje in het bagagenet, ik ging op mijn raamplaatsje zitten en de trein vertrok. (hij heeft verder geen woord gezegd, had wel 3 jerrycans water bij zich en een nieuwe doti aan dus was gelukkig en hij gaf me regelmatig een snoepje, heerlijk zo’n buurman, rust!)

Toen de trein met 3 uur vertraging de buitenwijken van Delhi binnen reed was het daar aardedonker. O ja, dat had ik gelezen, regelmatig viel de elektriciteit uit. Een dingetje….ook dat nog.

Op het station aangekomen was het daar weer enorm druk. En nauwelijks ‘orde’ handhavende militairen. Ik weet nog steeds niet hoe ik de trap op weg naar de uitgang ben opgekomen maar ik heb de tuktuk standplaats buiten bereikt.

En gelukkig blijkt het centrum verlicht! (Letterlijk, alhoewel ze ook wel wat geestelijke verlichting kunnen gebruiken)

Met de tuktuk naar het hotel. Het is hun strategie je eerst in hun karretje te krijgen en dan onderweg de weg te vragen. Gelukkig bestaat Google Maps, ik kan inmiddels ‘geroutineerd’ de chauffeurs de goede weg wijzen.

En het hotel is fijn en heeft een hete douche. Ik ben daarna als een blok in slaap gevallen. (Blokkeriger kan niet)

En nu donderdag 16 januari heb ik mijn ontbijt achter de rug, massala chai met een massala omelet. Wat zou ik, wat zou dit land zijn zonder massala?

Ik ga de stad verkennen.

Een dag op de Kumbh, nog meer chaos.

Vandaag, 14 januari besloot ik het nog een keer te proberen op het terrein te komen. Het was haast nog drukker dan gisteren, maar ik ging door een andere ingang, dat scheelde.

Bij de ingang van de Kumbh Mela.

Vroeger was de Kumbh bijna uitsluitend voor de verschillende saddhu-sekten. Op de Kumbh vond de initiatie plaats en ontmoetten ze elkaar. (En dat bad natuurlijk). In de loop der tijd zijn er op deze belangrijke data en plaats steeds meer ‘gewone mensen’ bijgekomen die ook een dip in de Ganges nemen. De saddhu’s zijn gebleven en worden door de mensen als ‘heilige’ beschouwd. Dus na de dip ook nog een zegening.

Ik vind de saddhu’s het meest interessant. Ik denk omdat deze echt ver van mijn westerse leven afstaan. Ik wil er alles van weten, maar echt begrijpen doe ik niet. Maar misschien daarom fascineren ze zo.

As.

As is heel belangrijk voor de saddhu’s. Ze leven vaak bij crematieplaatsen omdat de as daar de laatste fase van dit materiële leven is, een laatste fase die wijst op de overgang van het materiële en illusionaire naar de wereldlijke wereld.

Hun vaak naakte lichaam is bijna altijd bedekt met as. Omdat dit een speciale gebeurtenis is, gebruiken ze hier as van verbrand hout.

Intocht op kamelen.
Trommelend.

De saddhu’s hebben vaak een trommeltje in de vorm van een zandloper. Ook een symbool van de vergankelijkheid.

Afwijzen van pijn.

Dat gaat ver dat afwijzen. Deze man zit al heel lang met 1 arm omhoog. Ik zag ook weer een saddhu liggend op doornen. In theorie wijzen ze pijn en plezier af. In de praktijk valt dat afwijzen van plezier wel mee. Ze zaten juichend op de paarden.

Gesprek.

De saddhu’s hebben ieder een eigen tent waar in ze ‘audiëntie’ houden.

Vandaag was het dus weer ontzettend druk. Gelukkig… kon ik op een ‘mediatower’ het geheel bekijken en foto’s nemen. Het klimmen en dalen op de provisorische ladder vond ik doodeng, maar je moet er wat voor over hebben.

De leiders van de sekten gaan naar de Ganges voor het rituele bad.

Travestiet.
Saddhu wordt geïnterviewd voor de televisie.

Een gehandicapt en heel lief (en heilig) meisje zegent een voorbijganger.
Beschermer.

Vroeger, toen er nog veel meer rondtrekkende saddhu’s waren, werden ze vaak aangevallen of hadden ze onderling ruzie. Daarom was er een ‘verdedigingssekte’ die toen zwaar gewapend en getraind was.

Zegeningen.

(De schitterend-witte schaamlap is nieuw. De vorige keer heb ik ze niet gezien. Invloed van de verpreutsing die over de wereld waait?)

Tja, en wat vind ik het mooiste hier, wat maakte de meeste indruk? Het zijn niet de onbegrijpelijke saddhu’s, – alhoewel die blijven fascineren -, of de overgave van de mensen. Wat ik erg mooi vind is het zicht op de paden aangelegd met pontonblokken en altijd weer die stroom mensen die er over loopt.

En de drietand van Shiva.

De meeste saddhu’s zijn volgelingen van de God Shiva. Deze bedekte zich ook met as, had ook lang haar en had altijd een drietand bij zich. De drie-tand symboliseert: de schepping – het zijn – en de vernietiging.

‘U kent natuurlijk de voorstelling van de dansende Shiva? Hij, met twee benen en de vier armen, dansend, springend binnen een cirkel van kosmisch vuur, met 1 voet opgeheven en de andere geplant op het lichaam van onwetendheid en kwaad, om die op hun plaats te houden. De dansende Shiva, de dans van schepping, behoud en vernietiging. Een complete kringloop. Een volkomenheid. Het is een moeilijk begrip, men moet er met het hart op reageren, niet met het hoofd.’

En natuurlijk is de god gevleugeld, wat de hele uitbeelding iets luchtigs en vliegends geeft dat je doet denken dat je met hem een sprong in het duister zou kunnen wagen en dat je niets kwaads overkomen zou.’

Chaos.

Vannacht is het het belangrijkste moment. De sterren staan precies in de goede stand, dit is berekend door een wiskundig onderlegde guru. (Aldus een pagina groot artikel in The Times of India), want dit moment komt 1 maal in de 144 jaar voor. Dan moet je van een dip in de Ganges wel heel lichamelijk en spiritueel gereinigd worden. (En wonder boven wonder, niemand schijnt hier ziek te worden van deze dip op een plek in de Ganges waar deze al bijna zijn hoogtepunt van ‘meest vervuilde rivier’ heeft bereikt).

Met het doel de Sangam te bezoeken ben ik vanochtend op stap gegaan.

Lange slierten mensen lopen door de straten.

Maar het was ontzettend druk. Overal zijn straten afgezet, waarbij voor de voetgangers een kleine opening is gehouden. Hier probeert men zich met z’n allen tegelijk doorheen te duwen. Ik heb 1 keer meegedaan. Begrijp nu hoe het voelt, opgesloten te zijn in de massa. Toen ik me naar buiten had geworsteld en even stond bij te komen werd er 2x in 5 minuten een portemonnee gerold, de dader rende weg, de eigenaar + de ruim voorradige militairen er achteraan, waarop deze laatsten de dief met stokken tegen de grond werkten.

Toen had ik het wel gehad en zeker even gezien.

Ik liep aan de andere kant van de straat met de stoet daar weer terug. Ik vermoed dat deze mensen hun dip al gehad hebben.

Een enorme operatie van de landelijke overheid. Hier steekt de beveiliging van een risico wedstrijd bij ons erg mager bij af.

De beeldige grijze meneer ging er voor de foto even bijstaan.

Overal langs de kant van de weg zijn waterflessen te koop, om het heilige water mee naar huis te nemen voor hen die de tocht (en dip) niet kunnen ondernemen.

Ook gij!

Ik had eigenlijk vannacht willen gaan kijken, (als de ‘heilige’ mannen te water gaan), had ook al een ‘gids’ gevonden die me tegen een belachelijk hoog bedrag daar wilde rondleiden. Maar ik zie er vanaf. Heb eergisteren al veel moois gezien (daarover later meer) en heb het nachtelijk schouwspel (en het is inderdaad indrukwekkend) 6 jaar geleden al gezien. Toen was het druk, nu is het veel en veel drukker.

Ik heb zojuist wat door de straatjes om het hotel gewandeld, wat ziet alles er armoedig en verwaarloosd uit. Ik bedenk me dat alle ‘heilige’ plaatsen die ik bezocht (bv Ayodha, Maturai, Varanasi) er zo uitzien. Het zijn arme plaatsen, de mensen die er wonen moeten sappelen om rond te komen (maar ja dat doen ze in de krottenwijken van Mumbai ook).

De schoenmaker op straat.

Toch zijn deze plaatsen anders dan de grote niet-heilige steden. Ze zijn nog meer verwaarloosd. Modi schrijft elk jaar een wedstrijd uit ‘wat is de schoonste stad?’ Altijd wint er een niet-heilige plaats. Alsof ze het niet uit maakt, hoe de stad eruit ziet.

En daarnaast doet Allahabad me bv denken aan het India van 30 jaar geleden. Alleen de riksha’s zie je bijna niet meer en iedereen loopt met een telefoon. Maar verder? Nauwelijks verandering.

Jonge samosa verkoper.
Tempeltje langs de straat.
Kumbh reclame.

Voor anderhalve maand staat alles hier in het teken van de Kumbh. Daarna sukkelt Allahabad weer in slaap.

Allahabad

Ik ben vandaag 10 januari 1730 km verder met een vliegtuig naar het noorden van India  gereisd  naar Allahabad. Hier vindt de Kumbh Mela plaats.

Allahabad of Prayagraj?

De stad Allahabad is door keizer Akbar in 1575 gesticht. De stad ligt op de plek waar de Ganges en de Yamuna samen stromen en daarbij voegt zich ook de ondergrondse rivier de Saravasti. Volgens de legende heeft de god Brahma hier zijn eerste offer gebracht. Prayaga betekent offer. Vanaf het moment dat de BJP aan de macht kwam werd de roep om de naam  in een hindoeïstische te veranderen luider. Na diverse pogingen veranderde de regering o.i.v. de yogi’s de naam in Prayagraj. Langzaam maar zeker worden de moslims door het beleid van Modi weggeschreven, steden krijgen een andere naam, er worden nieuwe tempeltjes gebouwd, bij voorkeur op een plaats waar een moskee staat. (die dan wordt afgebroken en op een andere plaats weer moet worden opgebouwd). Moslims (en ook Christenen) worden steeds meer als tweederangs burgers behandeld.

Vishnu leidt het karnen van de oceaan van melk. (Reliëf in Angkor Watt)

Het karnen van de oceaan van melk

Volgens de legende karnden de goden  met behulp van een slang de oceaan van melk, hieruit steeg een kruik (kumbh) op, gevuld met nectar die hen onsterfelijk maakte.

De Kumbh Mela (het festival van de kruik)

Toen Vishnu de kruik naar de hemel droeg  vielen er 4 druppels nectar op de aarde: op  Prayagraj, Haridwar, Ujjain en Nashik. Dit zijn nu  4 heilige plaatsen waar het festival in een cyclus gebaseerd op de stand van de sterren wordt gehouden.

Bij de opening van het festival rijden de leiders van de verschillende saddhu en yogi sekten op praalwagens door de stad naar de Sangam, de heilige plaats waar de rivieren samen stromen.

Aan het begin van de stoet vindt een ritueel met as plaats. (Over as later meer).

Op een kameel.
De ‘chief’ is het kleine donkere gezichtje.

Ik ben hier 4 dagen, morgen weer verder.

Bengaluru (vervolg)

Zoals met mezelf afgesproken heb ik vandaag de stad met een tuktuk bekeken.  Het was weer verschrikkelijk druk. Een soort Indiase extinction rebellion voert actie tegen de verkeersdrukte. Gewapend met borden met stichtelijke teksten staan ze bij de  kruispunten midden op de weg. 

Actie!

Ik ben maar meteen naar het belangrijkste gegaan: Lalbagh, de oudste botanische tuin van India. Deze tuin is enorm groot en wat een enorme klus is het deze te onderhouden. Temeer daar de inkomsten van de bezoekers niet echt zullen  bijdragen in het bestrijden van de onkosten: ik moest 50 rupees toegang betalen, (ongeveer 50 cent).

Het snoeien van een palmboom.

Dit is duidelijk een voorbeeld van sisyphuswerk.

Maar de cosmea bloeit prachtig.
The Glasshouse.

Het mooiste (en mijn doel) is de kas. Hij  onderging helaas groot onderhoud en het was verboden te fotograferen, dus moest ik snel wat foto’s maken.

Wat zal  het mooi zijn als deze vol met planten staat.

Gebouwd in 1889, ter ere van het bezoek van Prins Albert Victor. Na de onafhankelijkheid waarschijnlijk in verval geraakt, want hij is in 2004 gerestaureerd.

The cotton (?) Tree.

Gisteren, bij het parlementsgebouw miste ik een beeld van Gandhi. Gelukkig wees de tuk-chauffeur me erop. Het beeld staat naast het gebouw.

Gandhi.

Daarna wilde ik graag het museum voor moderne kunst bekijken, dat was helaas dicht. Hierop bracht chauffeur me naar een afgrijselijk ‘kasteel’. Om deze teleurstellingen te verwerken stelde hij vervolgens  ‘shopping’ voor. Ook dat nog. Maar ja, hij krijgt provisie, dus ik liet me toch weer overhalen. De Kasjmiri hebben zich (met kun koopwaar) sinds de onlusten in Kasjmir over heel India verspreid, je kunt nu overal  papier maché doosjes kopen. Allen  ‘real Bengaluru’ (hier dan). Het blijft een vreemd rollenspel: ik wordt naar een winkel vol met tr.. gebracht, wordt bij binnenkomst in 1 seconde getaxeerd ( wat zou ze willen kopen?  hoeveel wil ze besteden?)  ik loop  geïnteresseerd (maar niet te) rond, en probeer zonder gezichtsverlies voor alle partijen (en zonder iets gekocht te hebben) het pand te verlaten. Heb in de 2e winkel toch  weer iets gekocht (een dunne broek voor onder de jurken) en liet daar van schrik in het pashokje  de hoed liggen. Maar die heeft de chauffeur gelukkig voor me opgehaald.

Ik vind Bengaluru een mooie stad maar werd gek van het verkeer. Zo verschrikkelijk druk en zoveel lawaai. En wat een luchtvervuiling. Ik probeerde dit  met de chauffeur (die de hele dag in de uitlaatgassen zit)  te bespreken, maar dat was een woorden- en begrippenschat te ver. En het is zijn bestaan. Twee wereldbeelden dus.

Op de terugweg werd nog steeds actie gevoerd. Ik ben bang dat het niets oplevert.