Bengalure

Woensdag 8 januari

Eerste blik op Bengalure.

Zo reed de trein Bengalure binnen; en dat is wat je bij het binnen rijden bij elke grote stad in India ziet: dicht opeen gepakte krottenwijken.

Na mijn bagage bij het hotel te hebben afgegeven heb ik een wandeling door de stad gemaakt. Dat is iets wat ik overal wil doen en de Indiase steden zijn daar dus niet geschikt voor: te stoffig, veel te veel verkeer en vaak is er tussen twee bezienswaardigheden niet veel te zien. Bengalure is anders: er zijn stoepen en die zijn schoon, er staan veel mooie, verzorgde gebouwen langs de straten, er zijn geen koeien (in ieder geval niet in het centrum),  maar….het verkeer is vreselijk. Alle straten zijn eenrichtingsverkeer geworden en daar staat en rijdt het 4 baans dik. Doodeng om hier over te steken. Maar ik heb het vanmiddag gehaald! En morgen laat ik me de hele dag in een tuktukje vervoeren.

Het doel (je moet een doel hebben, maar zoals altijd is de weg ernaar toe leuker), was de Vidhana Soudha, het  regeringsgebouw. Dat leek me te voet haalbaar.

Al vrij snel liep ik door het Chubbonpark, een enorm groot park.  Waarschijnlijk door de Engelsen aangelegd want er staat ook nog een standbeeld van Edward de Vll. 

In het Chubbon park.
Vidhana Soudha.
De eerste president: Nehru.
Heerlijk, deze jurk bij deze temperatuur.

Tegenover het Vidhana Soudha is het gerechtsgebouw, ook in mooie Anglo-Indiase stijl. Ik kreeg het niet goed op de foto.

Klaar voor vandaag?

Silicon valley. Bengalure is de computer tech stad van India en is een rijke stad.

Een ‘gezichtsstudio’

Om de hoek van het hotel begint een Islamitische wijk.

Een beeldig moskeetje, zomaar om de hoek vandaag.

Het is een open deur, maar wat zijn de verschillen in dit land toch enorm groot. De trein reed van Combatoire door het oude landelijke India met rijstvelden, herders met kudden geiten of schapen, tempeltjes enย  koeien, een landschap zoals het al eeuwen bestaat.

In de trein draagt mijn buurman een apple-watch dat hem een seintje geeft als hij zijn medicijnen moet innemen.

En dan nu weer deze stad, modern, vitaal. En ook weer zo verschillend van bv Bombay of Calcutta.

Morgen verder….in een tuktuk.

Treinen….

Zondag 5 januari vertrok mijn trein vanuit Metupalayam naar Ooty.

Ik wilde eigelijk alleen maar naar Ooty  vanwege de treinreis ernaar toe en de busrit weer terug naar ‘the burning plane’.

Het treintje doet ruim 4 uur over de 45 km en het spoor gaat over 250 bruggen, door 16 tunnels en maakt 108 bochten.

Blue mountain express

Om de trein naar de 2200 m hoogte van Ooty te kunnen laten  klimmen is de rails  versterkt met een tandrad.  Het is  het steilste spoor in Aziรซ.

De trein wordt door deze locomotief getrokken en door een stoomlocomotief geduwd.
Controle.

Hier wordt mijn kaartje, in Nederland op de laptop  geboekt en thuis geprint, vergeleken met de passagierslijst op de ipad.

Het wordt koud daar in Ooty.

De uitzichten waren onderweg prachtig. De trein stopte  bij oude haltes, waar nu thee werd verkocht.

Prachtige oude bruggen.

Ook waren er weer veel aapjes. Dan moest het raampje dicht (Dit gaf veel gedoe in onze coupe). Halverwege veranderde het landschap en kwamen er theeplantages inzicht.

‘Groenlicht’

Op elk station in India krijgt de machinist zo toestemming om verder te gaan. (Ik heb het wuiven van de rode vlag nog nooit meegemaakt).

Ooty is een zgn ‘hillstation’, een plaats waar de Engelsen in de zomer naar toe trokken om de hitte van de vlakte  te ontlopen. Er herinnert nog weinig aan de Engelse overheersing. Alleen kerken, katholieke kerken, ik telde er wel 6. Ik vermoed dat deze kerken na de onafhankelijkheid katholiek zijn geworden.

Herdenkings plaquette

En er isย  een botanische tuin. Deze was leuk om doorheen te lopen, maar is behalve de twee Victoriaanse kassen, niet spectaculair.

Het ‘varenhuis’.

Geraniums.

Het was heerlijk ‘koel’ in Ooty. Zodra de zon scheen werd het lekker warm (zo rond de 24 graden), als hij op het einde van de dag verdween werd het direct koud. Ik sliep met twee dekens.

Terug was de busrit niet minder spectaculair, in 1,30 uur ‘zakte’ de busย  2200 meterย  bergafwaarts over een weg met 15 haarspeldbochten. Diep beneden lag ‘the burning plane’. We passeerden weer de aapjes en er stond regelmatig een bord met de waarschuwing ‘elephant crossing zone’. Sjouwen die beesten ook de berg op en af?ย 

De heuvels houden abrupt op en daar beneden maakte de bus een eet- en drinkstop (toilet is hier ook mogelijk, maar niet aan te raden). Bij het restaurantje hing een bord ‘Room available, daily and monthly’. Ik vraag me af wie hier een maand zou gaan zitten.

7 januari (nog steeds zonder ‘januarigevoel’)  ben ik verder gereisd naar Comboitore, een enorm drukke, lawaaierige stad. Ik heb er weinig van gezien.

Verkiezingstijd

8 januari

7 uur ’s ochtends

Want hier vertrok de trein naar Bengalure.

De ‘vandebharat’ express

De trein vertrok precies op tijd, ik heb inmiddels al een flesje water en de Times of India gekregen,  ( de vegetarische lunch heb ik thuis ook al besteld). Op naar Bengalure!

Een andere bubbel.

De ashram was weer een geheel andere bubbel. Ja, ze bestaan nog, de jongeren die voor zo weinig mogelijk geld maanden door India reizen, op zoek naar wat? Er waren Israรซliรซrs in de ashram (ze hielden zich afzijdig), mensen uit Libanon, op de vlucht voor het geweld, twee vrouwen uit Iran (volleerde yoga docenten), hele gezinnen uit India, en ook mensen die alleen maar voor de yoga kwamen, zoals een keurige engelse dame en een rijke Maleisiรซr (die  bijna alle beroemde bergen had beklommen).


Yoga lessen.

En waarom kwam ik? Ik kwam voor de yoga en de sfeer. Ver weg van het lawaai van India toch heel erg in India. Op een rustige plek, de hele dag in een ‘yoga-sfeer’. Het geheel staat onder leiding van een indiase man die de dag opent en sluit en ’s middags een lezing geeft.  Van 8 tot 10 en van half 4 tot half 6 kregen we les. Er waren lessen voor  gevorderden en voor beginners. Ik heb me bij de beginners gevoegd en zal dat altijd blijven. Voor zover ik het kan beoordelen werd er uitstekend lesgegeven. (En daar waren we het allemaal over eens). En o wonder, ik heb helemaal geen spierpijn gehad.

Het deed me goed deze oefeningen, maar een hindu zal ik niet worden. Ik blijf het van de buitenkant zien.

De aapjes..

De ashram werd ook bevolkt door een grote groep aapjes, die vooral achter het eten aan zaten. Er was speciaal een man aangesteld die de hele dag de aapjes wegjoeg (naar 20 meter verderop). Het kwam voor dat, terwijl je geconcentreerd bezig was een bepaalde houding op te bouwen er opeens een heel gezin apen door de hal liep.

Kali

De god van de ashram is Kali, Kali  heeft veel betekenissen,  ze staat o.a. symbool voor energie, kracht, (dat kon ik goed gebruiken) macht en materie. Iedere dag om 5 uur is er een kleine dienst, dan  gaan de deuren open en worden de ghee-lampjes aangestoken. 

Vrijdag is facultatief vrij. Ik heb alleen de ochtendles gevolgd en ben toen met de Iraanse vrouwen naar Madurai geweest, toch maar weer even rond de grote tempel gelopen, geld opgenomen, een indiaas simkaartje laten installeren (โ‚ฌ5 voor 30 dagen wifi), fruit gekocht enz.  

De grote torens van de tempel staan in de steigers.

Soms lijkt het alsof er niets veranderd, 30 jaar geleden werd er ook in dit soort steigers gewerkt.

Ik ben (terwijl ik dit typ) alweer een heel stuk verder. Ik ben nu in Mettupalayam. Ik ben even op het station wezen kijken, waar ik morgen op de trein stap.

Eethuisje onderweg.
In het restaurant.
Het eten wordt op palmbladeren geserveerd.

Uit de ashram en weer helemaal terug in het lawaai. Het is echt nooit stil.

Maar……

De dansende Shiva.

‘Achter al het lawaai van India is stilte. Die diepe, durende stilte. Shiva danst erin. Vishnu slaapt erin. Zelfs de muziek is stilte. Het is de enige muziek die ik ken, die klinkt alsof hij zich ervan bewust is de stilte te breken en er weer in terug te keren als het afgelopen is, als om te bewijzen dat ieder door de mens gemaakt geluid een illusie is’.

Veranderingen, telkens weer.

De dag van gisteren 29 december, begon in Delhousie, zoals de Srilankanen zeggen, een slaperig dorpje tussen de thee plantages. Delhousie bestaat hoofdzakelijk uit eenvoudige hotelletjes en eethuisjes, allen gericht op de pelgrims die de tocht naar de voetafdruk van de Boeddha (en van nog zoveel meer) willen maken. 5 maanden bruist het dorpje, 7 maanden is het in rust.

De groenteboer

Iedere ochtend rijdt de groenteboer (de man met de muts) door het dorpje om zijn waar te verkopen. Om te waarschuwen dat hij eraan komt tingelt Clair de la Lune. Even later pingelt er een wals van Chopin door de straat,  dat is  de bakker.

De dienstregeling

Alleen in het pelgrimseizoen rijden de bussen af en aan. (Maar dan rijden er ook heel veel) ik nam de bus van 10 uur richting Hatton.

Tot Kandy reed de trein weer door dat prachtige heuvellandschap, na Kandy verdwenen de heuvels en kwam daar jungle voor in de plaats.

Colombo was een schok, met een luidruchtige klap belandde ik in het moderne Sri Lanka. Het was hier nog steeds Kerstmis. Het hele centrum was veranderd in een soort muziekfestival. Op het strand stond een groot podium met daverende muziek.  De wegen zaten verstopt en het was moeilijk een tuktuk te krijgen want er was geen doorkomen aan.

Ik het hotel aangekomen ben ik als een blok in slaap gevallen.

Ook Sri Lanka.

En nu, maandag 30 december landde het vliegtuigย  om 14.40 in Madurai, India. Daar begon het te regenen: ‘a little cycloon’ zei de taxichauffeur.

Het werd al snel weer droog en verder was er  niets van de cycloon te merken.  Tegen de avond kon ik me niet bedwingen en ben toch even met een tuktuk naar de Meenakshi tempel geweest.

Dames uit Radjastan (zeiden ze)

In de rij om naar binnen te gaan.
1 van de 4 toegangspoorten.

Het is nu inmiddels dinsdag 31 december. Straks vertrek ik naar de Sivananda yoga vedanta Meenakshi Ashram en daar blijf ik tot zaterdag. Daar is weinig internet dus bij deze:

Een stralend 2025!

There is a crack in everything

Ring the bell

Uitzicht vanaf mijn balkon: Sri Pada (Adams Peak)

De berg in de verte is de Sri Pada, (heilige voetafdruk). Hij is 2243 meter hoog en om de top te bereiken moet je 7 km klimmen  via ongeveer 5500 traptreden. De berg is heilig omdat de Boeddha, op weg naar de verlichting, hier een voetafdruk achterliet. En deze voetafdruk is populair, Moslims claimen dat dit een voetafdruk van Adam is (die hier zijn voet neerzette nadat hij uit het paradijs verbannen was), de Hindoes claimen dat de voetafdruk van Shiva is en de Portugezen voegden hier als voeteigenaar Sint Thomas bij. Anno nu neemt niemand dit allemaal nog serieus, de tocht omhoog is een Boeddhistische pelgrimstocht, die elke Srilankaan eens in het leven gemaakt moet hebben.

Nu in december is het pelgrimsseizoen  begonnen. Men onderneemt de tocht bij voorkeur ’s nachts om op de top de zon te zien opkomen. Omdat het verschrikkelijk druk is, besluit ik overdag naar de top te gaan.

Ik liep eerst langs allemaal kraampjes met de gebruikelijke prullaria. Ook zijn er grote hallen met voetmassage apparaten.

De Japanse vredespagode.

Japan heeft bij alle plaatsen waar de Boeddha geboren, geweest of gestorven zou zijn een vredespagode gebouwd.

Deze monnik coรถrdineert de muziek.

Langs het pad naar boven zijn regelmatig thee-stalletjes, uitrust hallen en hangen er luidsprekers, waar Boeddhistische, opbeurende muziek uitkomt. (Op de heenweg klonk er niets en was bovenstaande monnik met de techniek in de weer).

Het zou koud zijn op de top, dus mutsen op!

Ik sleepte dus mijn fleece en regenjack mee. Dit was niet echt nodig. Door het subtropische klimaat was niet alleen de temperatuur maar ook de luchtvochtigheidsgraad hoog, na een kwartier was ik drijfnat van het zweten.

Het pad is met vlaggetjes gemarkeerd.

Door de hoge vochtigheidsgraad was het klimmen dodelijk vermoeiend. Ik ‘mocht’ stoppen na 100 treden, of bij een thee stalletje, of als het pad sporadisch plat was.

Alles moet omhoog gedragen worden.

Op alles voorbereid, je weet maar nooit.
Heel in de verte de pagode met rechts het plaatsje Dalhousie (met mijn hotel).

Bij deze Tibetaanse gebedsvlaggetjes hoorde ik voor het eerst de bel, boven op de top. Dit gaf moed!

De drager Nicolas heeft zijn doel bereikt.

Bij een glaasje thee raakten we  in gesprek. Hij is 38 jaar en doet dit werk alleen in het pelgrimseisoen. Daarbuiten is hij kok in Colombo. In deze zak zaten flesjes water en frisdrank, totaal 45 kg. Met dit sjouwwerk (alle dragers hebben de vracht op hun hoofd) verdient hij 3400 rupees (ongeveer โ‚ฌ11) per dag. Ja, en daar zat ik dus met mijn kopje thee en wat zeg je dan?

De top, hier binnen is de voetafdruk.

Ik heb 4 uur over deze 7 km en 5500 treden gedaan. Waarschijnlijk speelde ook de hoogte een rol, twee Srilankaanse vrouwen moesten onderweg overgeven.

Boven aangekomen markeren de klokken van de eerste foto boven de toegang naar het heilige terrein en  moesten eerst de schoenen uit (gelukkig niet beneden al) en kon ik het terrein rond de pagode op. Blij dat ik had doorgezet. Rond de pagode was het vol met mensen. Er heerste een mooie, ontspannen sfeer.

Er is hier boven ook een politiepost. De voetafdruk en de pagode worden  door gewapende politieagenten bewaakt.

Nadat ik de grote bel een keer heb laten klinken ben ik mee naar binnen gegaan, naar de daadwerkelijke plek van de voetafdruk. Ik kreeg direct bloemen om te offeren. De hele ruimte, inclusief de plaquette van een enorme voetafdruk (op de ‘echte’ voetafdruk?) en een Boeddhabeeld is van goud.

Moderne (?) pelgrim.

Naar beneden ging een stuk gemakkelijker. Mijn knieรซn hielden het!

In bad.

Het pad kruiste meerdere keren een waterval, daar werd dankbaar gebruik van gemaakt.

Snoepgoed?

Beneden kwam ik weer in het laatste gedeelte van het pad  vol met kraampjes. Dit ziet er zoet uit. Er zit echter nauwelijks smaak aan.

Ik dacht daarna bij de ‘foot massage’ mijn arme voeten eens lekker te laten verwennen. Echter, mijn kuiten werden in het apparaat ‘vastgezet’ en na een druk op de knop ging het apparaat aan het werk; afwisselend werden de kuitenย  gedurende 10 sec. bijna platgedruk en daarna mochten ze 5 seconden in natuurlijke stand.ย  Nou ja, misschien helpt dit ook tegen de ontluikende spataderen. En dat voor 100 rupees (30 cent).

Met deze tocht neem ik op een mooie manier afscheid van Sri Lanka. Morgenochtend eerst 1,5 uur met de bus naar Hatton en daar stap ik op de trein om via Kandy in 6 uur naar Colombo te reizen. Van daar vlieg ik de daarop volgende dag naar India.

Ella

Het guesthouse in Ella.

Ella is een ‘touristhub’; van voornamelijk bubbels jonge mensen, backpackers die langs plaatsen zoals Siem Riep, Saigon, Kathmandu reizen. Geen idee wat ze van de omgeving zien, of ze er iets van zien. Ze lopen allen met zo min mogelijk kleren (in dit land waar iedereen alles van het lichaam bedekt) heen en weer door de hoofdstraat, waar ze hamburgers of rotti’s met honing eten en cocktails drinken.

Ik slaap in een heerlijk guesthouse boven op een heuvel, ver weg van alle lawaai. Gisteren kreeg ik een lift naar beneden van een gids die engels strak, dus kon ik wat vragen. De grootste groep toeristen komt uit India, gevolgd door Rusland. Ik dacht al veel Russisch te  horen en hoop dat al die verschillende jonge mensen kontakt met elkaar hebben. (Ijdele hoop, alles blijft in de eigen bubbel).

De toeristenmarkt  richtte zich snel op Russen. 

Het is wrang op het journaal weer die verschrikkelijke beelden uit de Oekraรฏne te zien en vlak daarna langs een groep Russen te lopen. Ik denk dat dat mijn grootste culturele shock is.

Gisteren, 25 december heb ik een wandeling door de ‘jungle’ gemaakt.

Met weer onbekende planten en bomen.

Een ontmoeting…..ik dacht dat er een hond aankwam, wilde al een steen oppakken om deze naast hem te gooien, bleek het een enorm grote mannetjesaap te zijn, die doodgemoederd op zijn 4 poten  naar me toe kuierde. Wat te doen? Geen idee… gelukkig besloot hij op 3 meter afstand de bosjes in te gaan. (Dus kan ik dit bericht nog afmaken).

Vandaag, 26 december bezocht ik een thee fabriek.

Thee plantage.

Het mooiste groen is rijstvelden-groen, maar thee-groen volgt  snel op de 2e plaats.

‘Once I had a farm in Africa’.

(Ik blijf aan het nuanceren): Het moet gezegd worden, ik dacht hier vaak aan Out of Africa, de film over de grote liefde van Karin Blixen voor Afrika.ย  Het systeem deugde niet,ย  maar de mensen van de kolonieย  waren niet allemaal ‘fout’. Er waren er ook die van het land en de mensen hielden. 

Arbeidster in de thee fabriek.

We kregen een uitgebreide rondleiding waarin alle handelingen aan bod kwamen.

Hier wordt al het werk door vrouwen gedaan, de man die erbij staat is de opzichter. Zo gaat dat -ook- hier.

Klaar voor vertrek naar Colombo.

In Colombo is de grote thee-beurs waar de goede thee o.a. naar Nederland (bv naar  Simon Levelt, ja….) wordt verscheept, voor de Srilankanen blijft  de thee van mindere kwaliteit.

En wat at ik hier vandaag in dit backpackersparadijs?

‘Do as the Romans’ en dat dan letterlijk. Ik at een pizza, met zongedroogde tomaatjes, verse kruiden en tonijn met wasabisaus. Zoals ik al zei, een paradijsje, even ook voor mij. 

Tegen de avond toverde de zon  weer een prachtige lucht.

En morgen weer verder op reis.

Nog even dit

Ik zit op het station en wacht op de trein. Het is nog 2 uur wachten, (als de trein niet te laat is), en zo heb ik mooi de kans mijn vorige bericht aan te vullen, te verduidelijken.

Ik ging een beetje kort door de bocht met mijn zin ‘ dat de Indiรซrs voor Engelsman spelen’. Er had wat meer duiding bij gemoeten.

De kolonisator kon (kan) op veel, verschillende manieren  zijn greep op het land verstevigen;  gewelddadig, economisch, emotioneel, cultureel, godsdienstig, noem het maar op, ik denk dat de Engelsen in India, alles toepasten. En altijd is de lokale bevolking het slachtoffer.

In dat altijd weer prachtige boek ‘De Parel in de Kroon’ over de laatste jaren van de Britse overheersing van India wordt de verhouding Engeland – Indiรซrs (die zo gelaagd, zo gecompliceerd was)ย  als volgt beschreven.ย  Het gaat hier om een jonge Indiase zoon van een vooraanstaand congreslid die is overgelopen naar het Japanse leger (dat de vijand van Engeland is) en dat vecht in Birma. Hij is gevangen genomen en zit in de gevangenis ergens in India. Zijn engelse oud-officier (net kapot teruggekeerd uit een krijgsgevangenenkamp in Duitsland) kan dit overlopen niet begrijpen. ‘I am your father and your mother’. Dat was het motto en 1 van de manieren om de bevolking afhankelijk te maken en te houden.ย  En dan ga je je -denk ik-ย  identificeren, en daar komt ‘naspelen’ van.

En zo kwam de trein op tijd! Ik reis weer verder.

Ik ben nu in Ella, het is hier inmiddels kwart over 6 en de avond is gevallen. Ik zit heerlijk op een klein terrasje bij mijn kamer en het enige dat ik hoor is de waterval verderop.

Morgen weer verder.

Nuwara Eliya

Na de onafhankelijkheid is men hier in dezelfde Engelse bouw- en ontspanningsstijl doorgegaan. De hotels lijken Victoriaans en hebben Engelse namen. Er is een golfbaan, een  racebaan (waar nu koeien grazen) en er zijn paarden waarop je stapvoets een ritje kunt maken. (Ik zag wel opeens een ruiter in draf over de weg gaan, maar dat is dacht ik niet de bedoeling) en er is een verschrikkelijk duur hotel waar je high tea op the lawn kunt drinken. Nuwara Eliya is een soort namaak Engels plaatsje geworden. (Behalve het Victoriapark zag ik geen overblijfselen uit de koloniale tijd). En soms lijkt het alsof de Indiase toeristen hier โ€˜voor Engelsman spelenโ€™.

In mijn hotel.

Het postkantoor.

En wat er nieuw is gebouwd is de  gebruikelijke chaos.

Onder het oog van een Boeddhabeeld het busstation.

In Nuwara Eliya is volgens de gids niets โ€˜bijzondersโ€™ te zien. Dat gaf dus mooi de gelegenheid om hier zomaar wat rond te wandelen, en maar zien wat en of er iets bijzondersโ€ฆ. op mijn pad komt. (Want ja, wat is โ€˜bijzonderโ€™?)

Tamil vrouw.

Ze is warm aangekleed, want ze vindt de 22 graden hier koud!

Nuwara Eliya is grotendeels op rijke toeristen uit India ingericht. Die dan ook weer precies hetzelfde doen als wat ze  in de hillstations in India doen. (Maar ja, ook hen is niets menselijks vreemd, dat doen wij ook vaak he? Overal hetzelfde doen). Er is (voor zover ik dat kan zien)  geen kontakt tussen de arme Tamils die op de thee plantages werken en de Indiase toeristen.

Overigens, de relatie tussen Sri Lanka en India is gecompliceerd. De Tamil Tigers kregen financiรซle steun uit Tamil Nadu (in het zuiden van India)  en ze werden er getraind.

Spelevaren op het meer.
IJsverkoper, voor de foto zette hij zijn petje recht.

Ik ben zomaar een stuk de weg af gelopen. En stuitte op dit beeldige Hindoe tempeltje. Het is gewijd aan de god Ram, die volgens de legende gered werd door Hanuman, een god in de vorm van een aap.

Er zijn dus heel veel aapjes in en op dit tempeltje.

Aapje op de staf van Sita, de vrouw van Ram.

Thee plantage.
Kas met aardbeien.

Daar heb ik natuurlijk direct een doosje van gekocht en ook meteen opgegeten. En ik moest even aan mijn jonge aardbeienplantjes denken, overleven zij de winter?

Op deze hoogte is het klimaat subtropisch. Overal zie je bewerkte stukjes land, prei is hier de grote favoriet. De groentes worden direct in stalletjes langs de weg verkocht. En ook die zalige aardbeien.

In een plantenwinkel.

Maar de mensen zijn natuurlijk het allermooist.

Als die ogen konden spreken….

Ballonnenverkoper.

En zij liep met een enorme bos prei.

De restaurants zijn hier hoofdzakelijk Indiaas of van alles wat. En ik heb nog nergens iets met prei op de kaart zien staan. Die lekkere groentes? Die eten ze zelf op. Groot gelijk.

Het heuvelland

Gisteren, 22 december ben ik met de trein van Kandy naar Nuwara Eliya gereisd. De afstand bedraagt 76 km, de trein doet daar 4 uur over. Deze reis is schitterend. De trein ‘vecht’ zich hortend en stotend omhoog de heuvel op  en staat regelmatig stil om te wachten op een tegenligger die over het enkelspoor uit de tunnel komt.

Het eerste gedeelte gaat door laag oerwoud.

De trein Klimt hoger en hoger.

De eerste thee plantages.

Alleen al voor deze treinreis zou je dus naar Nuwara Eliya gaan.

Het plaatsje ligt op 1868 meter hoog en is daarmee de hoogste ‘stad’ in Sri Lanka. Nuwara Eliya is een Britse uitvinding. Zowel in India als in Sri Lanka bouwden ze de zgn ‘hillstations’,  hoogย  in de heuvels en daarmee koel, zodat zeย  de hitte van de zomer konden ontvluchten.ย ย 

Uit het leven van een relikwie.

Kandy is nu de 2e stad van Sri Lanka en is het thuis van de ‘Tempel met de tand’. Lang nadat de rest van het land voor respectievelijk eerst de Portugezen en daarna de Hollanders viel bleef de stad soeverein. De Britten namen de stad in 1815 over (Na een interne opstand tegen de excessen -ook toen al- van de laatste koning).ย  Na 2 jaar rebelleerde de stad. Deze opstand spreidde zich over het hele zuidelijke heuvelland uit en om hun bezettings troepen gemakkelijk en snel te kunnen verplaatsen  moesten de Engelsen een goede infrastructuur aanleggen.

Maar nu de Tand.

Volgens de legende werden er na de crematie van de Boeddha in Kushinagar verschillende delen gered, waaronder een tand. Toen het boeddhisme in India aan macht inboette werd de tand naar Sri Lanka (in het haar van een prinses uit Orissa) gesmokkeld. Daar werd hij eerst in Anuradhapura en vervolgens in Polunaruwa in een ‘Tempel van de Tand’ bewaard en na nog wat plaatsen kwam hij in 1592 in Kandy aan. Een Portugees verklaarde hem al in 1597 voor een tand van een buffel en nam hemย  mee naar Goa, om hem daar te verbrijzelen en in de oceaan uit te strooien. (Dit was waarschijnlijk een missionaris, ‘al dat bijgeloof’). Maar zie: de tand verrees uit het water en werd weer snel naar Kandy teruggebracht. Daar verklaarde ene Bella S Woolf hem in 1914 voor onecht. ‘Een stuk verkleurd ivoor van tenminste 3 inches – dit kan geen menselijke tand zijn’. Nu was voor de Senegalezen de maat vol. De Tand werd opgeborgen en alleen nog maar bij heel speciale gelegenheden getoond. Nog 1 keer werd de Tand aangevallen, in 1998 reed een vrachtauto vol met explosieven het terrein op en verwoestte de ingang van de tempel (door, daar zijn ze weer: de Tamil Tijgers), maar de Tand bleef als door een wonder gespaard.

De tempel.
Lakshmi (?)

Volgens twee gidsen (boeken) is dit de hindoegod Lakshmi. Ik heb er naar lopen zoeken. De gidsen aan wie ik het vroeg reageerden boos ‘een hindoegod in onze tempel!’

Veel olifantentanden bij de ingang naar het allerheiligste.
Bewakende god.
Hekwerk.
En -natuurlijk- veel lotussen om te offeren.

Relikwieรซn, de verhalen zijn van overal en van alle tijden. Wonderen, je moet erin geloven.