Peradeniya, de  botanische tuin bij Kandy

Deze tuin hoort tot de mooiste en grootste tuinen van Azië. Ooit begonnen in de 18e eeuw als park voor de koning en zijn hofhouding, maakten de Britten er in 1821 een botanische tuin van.

Ik heb er de hele ochtend in rondgewandeld. Ik ‘mocht’ van mezelf 11 foto’s hier laten zien, dus een kleine selectie.

In het bamboe bos.

De Javaanse vijgenboom.

Er zijn diverse avenues met verschillende palmbomen:

Palmyra palmen avenue.

In het plantenhuis.

In het orchideeën ‘huis’ staan honderden orchideeën.

Moeder natuur, oud en zo krachtig.

Alweer verder

Gisteren, 19 december ben ik doorgereisd naar Polunaruwa. Dit is het tweede koninkrijk (Na Anuradhapura) uit de oude geschiedenis. Terwijl Anuradhapura weer het  spirituele hart van het land is geworden ( de oude Boeddhabeelden zijn in de musea gezet en er zijn niet echt inspirerende beelden voor in de plaats geplaatst), is de oude stad van  Poluranuwa grotendeels zich zelf gebleven. (Maar ook hier zijn de meeste beelden weggehaald).

Het terras van de tand.

Voor de trap weer een maansteen, geflankeerd door twee tempelwachters. De trap is gedecoreerd met o.a. leeuwen en dwergen.

Een dwerg.

Polunaruwa werd in de 12e eeuw gesticht door het Chola volk uit zd India. De stad werd -kort- 1 van de grote centra van Zd Azië (en ging ten onder o.m. door de corruptie van de heersers).

De stad lag daarna 7 eeuwen verborgen in de jungle.

Ook de traptreden zijn rijkelijk versierd.
Stupa. (Ze blijven imponerend)

En hieronder de Gal Vihara. Het pronkstuk van Polunaruwa. 4 enorme beelden van de Boeddha uitgehakt in de rotsen.

Met een ontsierende beveiliging.

Het geheel was ooit een wand in een klooster.

De liggende Boeddha 14 meter lang.

Ik heb Poluranuwa weer heerlijk op de fiets verkend. En die laatste zonnestralen op de resten van de oude stad…..ik vind ze prachtig.

Dus 2 foto’s waard.

Vandaag, 20 december ben ik doorgereisd naar Kandy.

In de verte: de tempel van de tand.

Over die tand een andere keer meer. Het zou 3 uur moeten zijn van Polunaruwa naar Kandy, door allerlei files werden het er 4. Regelmatig kwamen er verkopers in de bus, pinda’s, maïskolven, en allerlei (onduidelijk) hartigs. Ook deze man die vol enthousiasme iets aanprees. Was het (een) God? Hij had wel iets van een zendeling. Halverwege haalde hij een klein potje tevoorschijn. Lustopwekkends? Iedereen wilde wel een potje kopen.

Het was tandpasta.

In Kandy aangekomen snel naar het guesthouse en na een heerlijke douche (wat ga je water toch waarderen) heb ik een wandeling rond het meer gemaakt.

En kwam daar van alles tegen.
Achter de slang zit ook nog een arm aangekleed aapje.

Ik vind Kandy typisch een plaats voor een mooie en nieuwe jurk.

En tot slot een cheesedosa met een zoute lassi.

Tricomalee, de droom van je vader

Mijn vader werd als soldaat uitgezonden naar Indonesië. Hij ging er met een enorm schip naar toe, daar heb ik nog foto’s van. Op 1 van die foto’s hangt hij, een heel jonge man over de reling en het onderschrift meldt: ‘Land in zicht, Tricomalee!’

Hij sprak nauwelijks over die tijd, maar soms wel over Tricomalee, ‘Dat was zo’n andere wereld Marga, voor het eerst zag ik de tropen’.

Het moet voor hem, na de crisistijd, na de 2e Wereldoorlog, na de werkkampen in Duitsland en na een luchtmacht opleiding in Engeland (waar die andere, een mooie wereld voor het eerst voor hem open ging) een onvergetelijk zicht zijn geweest, Tricomalee.

Die klank heeft voor mij ook altijd iets onvergetelijks betekent.

Hij bleef zijn hele leven reizen, maar alleen nog maar in Europa (en veel naar Engeland). Ik ben ‘reizend opgevoed’,  met de nachttrein naar Joegoslavië en opblijven tot Keulen, dan zag je de Dom nog, vlak naast het station.

Dat verklaart misschien een deel(tje) van mijn reislust.

En wat ik mijn hele leven zeker wist: ik wil naar Tricomalee!

En nu ben ik er! En hier dwalend door de straatjes, langs de oceaan, weer naar de zoveelste tempel, denk ik weer even aan die magere, jonge man die hier voor het eerst de tropen zag.

De binnenzee.

Het is heiig en de haven die verderop ligt is niet te zien.

De vissers zijn voor vandaag klaar.
Verse vis.

Dwalend door de stad.

Kleine straatjes nog met open riool.
Langs de kant. Een tempeltje is om een boom gebouwd.

En ja, al in de 17e eeuw hadden de Nederlanders hier ook een nederzetting: huizen, een fort en een kerk (die is verdwenen).

Oude Hollandse huizen.
Langs de Dykestraat.
Op weg naar de zee tempel.

Het fort is er nog steeds en ook in gebruik. Daar zetelt nu het Sri Lankaanse leger (in Tricomalee zeer prominent aanwezig). Op weg naar de tempel aan de zee loop je door het fort, langs de soldaten.

De Thirukomeshwaram tempel is erg groot en op de muren zijn hoofdstukken uit de Mahabarata uitgebeeld. Het toegangsbeleid is streng, twee mannen met een korte broek worden bars weggestuurd. Er staat een bord met een pijl naar de plaats waar het haar kan worden afgeknipt om te offeren. Ik ben een stukje die kant opgegaan, maar er was niets te zien.

Weer iets nieuws, die rekjes. (??)
En hier kun je alles aan Nandi vertellen.

En tot slot….

at ik vandaag bij het Dutch Bank Cafe Sri Lankaanse nasi goreng.

Jaffna en Belfast

Hier in het noorden denk ik veel aan Belfast, een stad die ik in het voorjaar bezocht. Belfast en Jaffna zijn steden, beide met een gewelddadige geschiedenis, een geschiedenis nog zo kort geleden en nog zo aanwezig.

Zowel de IRA als de Tamil Tigers hadden hun oorsprong in achterstelling, de ene religieus bepaald, de andere etnisch/religieus. Beide begonnen met terechte, begrijpelijke redenen en beide ontaardden zo snel in terreur – terreur naar de vijand, terreur naar de eigen organisatie.

Op dit moment draait de serie ‘Say nothing’ (ik heb voor het eerst van mijn leven een (maand) abonnement op disney+ genomen) over twee zussen die carrière maken binnen de IRA. De serie laat de ontwikkeling van de IRA, de willekeur, de hypocrisie, nou ja alles zien. De eerste afleveringen zijn als een romantische b film, maar al snel wordt het verschrikkelijk en echt, zo echt. En alles is gebaseerd op de werkelijkheid, het is echt zo gegaan, zo was het echt realiseerde ik me de hele tijd bij het kijken.

Hoe gaat een stad, een volk om met haar geschiedenis, met zo’n geschiedenis? Je kunt tegenwoordig bij de plaatselijke vvv een folder over rondleidingen door ex IRA gevangenen halen, in het museum in Belfast is een prachtige tentoonstelling over de geschiedenis van de muurschilderingen en er is zelfs een IRA museum (in de flat die een belangrijke rol in de serie speelt).

Nu in het ‘hart’ van het Tamil Tigers gebied is er door mij niets van welke conflicten dan ook te merken. Ik spreek en lees de taal niet, dat kan een reden zijn. Maar ik denk eerder dat de Tamils helemaal verslagen zijn en dat er ‘rust’ heerst (zolang het duurt). De boeddhistische Senegalezen laten duidelijk zien dat ze de baas zijn. Jaffna ligt op een schiereiland, verbonden met het vaste land door een heel smalle strook land: de Olifantenpas. Om die pas is de beslissende ‘veldslag’ gevoerd. Nu staat er aan het begin een verschrikkelijk lelijk herinnerings- overwinningsbeeld: een klomp beton waar de loop van een geweer uitsteekt, en hieruit rijst een lelijke ijzeren Lotus op.

Ik ben nu in Trincomalee, ook een plaats in de burgeroorlog. Hier staat aan het begin van het pad naar de belangrijkste hindoeïstische tempel een spiksplinternieuwe boeddhistische pagode en het hele gebied wordt bevolkt door herten! Iets waar Hindoes dus niet mee hebben. het zijn symbolen, belangrijke symbolen.

Kon ik in Belfast (weliswaar van 1 kant) alles horen en zien over de burgeroorlog, hier niets. Er moet toch een manier van verwerken zijn, verwerken van wat je is aangedaan, wat jezelf hebt gedaan? Er moet toch iets van leren samen wonen te zijn?

Morgen reis ik het Tamil gebied weer uit en kom in het ‘gewone Sri Lanka’, waar je ook niets van die recente geschiedenis merkt.

Ik gavme daar maar weer heerlijk met het boeddhisme van lang geleden bezig houden, met de prachtige beelden en tempels, heerlijk veilig.

Maar het blijft me bezig houden, hoe gaat het nu echt daar achter de deuren van de huizen waar ik langs loop, wat gaat er nu echt om in het hoofd van de tuktuk chauffeur. .

Jaffna

Ik ben gisteren zondag 15 december in Jaffna, hoofdstad van het noordelijke Tamil-land aangekomen.

Aan de ‘grens’.

Het eerste teken dat ik in het Tamil-noorden ben aangekomen is bij het grensplaatsje Vavuniya, daar is een kleine hindoeïstische tempel direct aan het station gebouwd.

De strijd tussen de Tamilminderheid en de Singaleese meerderheid ontstond toen enkele jaren na de onafhankelijkheid de toenmalige regering in reactie op de intellectuele door Engeland opgeleide bovenlaag de Senegalese taal en cultuur wilde promoten. De Tamils (die van de plantages in het zuiden -door Engeland hierheen gebracht- en die in het noorden – die er al eeuwenlang woonden -) voelden zich en werden hiermee achtergesteld. In 1971 werd het boeddhisme de officiële godsdienst en vanaf 1975 ging het van kwaad tot erger. Zowel van pro-Senegalese en pro boeddhistische maatregelen als van gewapende reacties hierop. Het vuur van het nationalisme ontbrandde en is ook nu nog lang niet gedoofd. In principe is er een soort ‘vrede’, maar zoals mijn gids zegt: ‘de weg naar herstel is nog lang en moeilijk’.

En Jaffna is geen rijke stad. Het hele gebied hier, al die jaren achtergesteld, ziet er arm en verwaarloosd uit. In de stad valt de elektra regelmatig uit, de wegen zijn slecht onderhouden en er wordt veel gebedeld. Het Sri Lankaanse leger is duidelijk zichtbaar aanwezig.

Overigens in heel Sri Lanka is het al die jaren niet goed gegaan, uitmondend in een enorme crisis in 2022, gevolgd door een massale opstand tegen de toenmalige president. Hij vluchtte, in september 2024 werden er verkiezingen gehouden en werd Kumara Dissanayka tot president gekozen.

Vandaag, maandag 16 december heb ik een wandeling door Jaffna gemaakt.

Visverkoper.
De Nallur Kandaswamy tempel.

Deze tempel is de trots van Jaffna en hij is prachtig, de hoofdkleur is steenrood, vaak goudkleurig beschilderd. Ik vind het 1 van de mooiste hindoeïstische tempels die ik ooit zag.

De tempel is gewijd aan Skanda, de god van de oorlog.

Even vlug deze foto

Binnen zijn alle zuilen ook goudkleurig. En op allen is een groot plakkaat geplakt: verboden te fotograferen. Dat heb ik dus maar niet gedaan…..zo’n god van de oorlog.

Het fort.
De hond heeft er vandaag duidelijk geen zin in.

Dit is het grootste door de Nederlanders gebouwde fort op Sri Lanka. (Eerlijkheidshalve: de Portugezen hadden hier een kleiner fort, Nederland heeft het uitgebreid). Ergens las ik dat ook dit met behulp van de Nederlandse regering weer gerestaureerd wordt. Daar heb ik niets van gemerkt. Vergeleken met het beeldige plaatsje Galle, ten zuiden van Colombo is het verschil in behandeling, waardering wel heel duidelijk. Galle is een geheel ommuurd fort-plaatsje en beeldschoon. Het zal inmiddels wel een World Heritage status hebben.

De muren van het fort zijn met plaatselijke stenen gebouwd.
Soms met prachtige fossielen.

De gids adviseerde langs Newroad (de ‘Nieuwe straat’) te gaan wandelen omdat daar nog enkele oude Nederlandse huizen zouden staan. Wellicht is dit er 1 (een vermoeden).

Zwaantjes op het hek.
De bibliotheek.

Deze bibliotheek was 1 van de grootste van Azië en bevatte meer dan 97.000, vaak eeuwen oude Tamil boeken en manuscripten. Het gebouw werd in 1981 overvallen door bendes Singalezen, de boeken werden in brand gestoken en het gebouw verwoest.

Voor de Tamils staat de verwoesting symbool voor het geweld van de burgeroorlog. Hij werd met ingezameld geld van de bevolking weer opgebouwd en daarna in de burgeroorlog weer vernietigd. De Tamiltijgers hadden zich verschanst in de bibliotheek, het Sri Lankaanse leger beschoot en bombardeerde het gebouw vanuit het fort, er recht tegenover.

In een poging het vertrouwen van de bevolking te winnen begon de Sri Lankaanse regering in 1998 met de herbouw. In 2003 is de bibliotheek onder Tamil protest weer geopend.

Helaas is de bibliotheek op maandag gesloten, ik had hem graag willen zien. Alleen de kranten-afdeling was open. En alle plaatsen waren bezet. Ik weet niet hoe het met de persvrijheid gesteld is, maar de aanblik van al die lezende mensen daar was prachtig.

Geboorteplaatsen van het Boeddhisme

Vragen van een lezende arbeider ( Brecht)

(een fragment)

Wie bouwde het zevenpoortige Thebe?    

In de boeken staan de namen van koningen.                                                      

Hebben de koningen de rotsblokken

aangesleept?                                             

En het meermaals verwoeste Babylon?

De Stupa’s van Anuradhapura.

Vrijdag 13 december kwam ik al vroeg aan, dus ben ik ‘s middags naar Mihintale geweest.

Mihintale ligt op 12 km afstand van Anuradhapura en ik heb me heerlijk door een tuk tuk laten brengen. Mihintale is beroemd (althans hier) omdat op deze plek het Boeddhisme in Sri Lanka aankwam: volgens de legende rustte de koning tijdens een jachtpartij even uit op de top van een heuvel en werd toen bezocht (uit de hemel…..?) door de zoon van keizer Ashoka uit India, (die zoon was uitgezonden, ja wel, om dit koninkrijk tot het boeddhisme te bekeren) en die hem, na de koning op zijn intelligentie getest te hebben, het ‘ware’ geloof gaf.

Dit gebeurde dus op een heuvel. Het landschap hier is bezaaid met heuvels, maar de hoogste is de ware. De tocht gaat via 1850 treden ‘omhoog’. Deze treden zijn niet altijd in goede staat. Je passeert 4 platforms waar een stupa opstaat, dus dat geeft even rust bij de beklimming. En het geeft ook de mogelijkheid van het prachtige uitzicht te genieten.

Zicht op het hoogste punt.

Deze laatste rots heb ik halverwege opgegeven. Het was enorm druk, er waren nauwelijks treden en ik werd bang te vallen (of dat iemand boven mij zou vallen),

Als dank voor dit nieuwe geloof stichtte de koning Anuradhapura. Eerst stond er 1 klooster, en toen er ook nog een stek van de Bodhi boom kwam waaronder de Boeddha tot verlichting was gekomen groeide Anuradnapura rond 437 voor Chr. snel uit tot een volwaardige stad, vol met kloosters en stupa’s.

Ik heb de stad op de fiets bezocht.
De Jetavana stupa.

Ooit stond het hier vol met kloosters en woonden er hier 10.000 monniken. Anuradnapura werd de grootste en invloedrijkste stad van het toenmalige koninkrijk.

De eeuwenoude muur van deze stupa.

Er is een speciale ‘pauwentuin’. De Pauw symboliseert de mogelijkheid van de mens om de 3 giften (haat, hebzucht en onwetendheid) op te nemen op zijn weg naar verlichting. (Dit omdat de pauw giftig voedsel kan eten waar de mens dood van gaat)

Tempelwachter.

Maansteen.

De maansteen komt alleen bij de tempels in Sri Lanka voor. Hij markeert de plaats waar je van het wereldlijke naar het spirituele stapt.

Sommige zijn prachtig.

Ik was dus van plan met de fiets alle bezienswaardigheden te bekijken. Het is een groot gebied, met rijstvelden, palmbomen enz en de fiets is prima en de asfaltwegen zijn goed onderhouden. Heerlijk om hier te fietsen.

Rond 12 uur begon het echter te stromen van de regen, en gelukkig kon ik schuilen in een glazen gebouw waar de olielampjes worden aangestoken. Ze gaven zoveel warmte af dat ik weer droog werd. Het werd er vol met mensen die kwamen schuilen en ik kreeg van alles aangeboden. De bui duurde ruim een uur.

Beklimming van de Abhayagia stupa.

De oude stupa’s zijn vaak in vervallen staat. De verschillende lagen zijn er af gebladerd en er groeit onkruid op. Deze stupa wordt schoongemaakt. Tijdens de regenbui zijn ze even gestopt, maar al snel ging het in de regen (op blote voeten, want op ‘holy ground’) gewoon door.

Ondanks de regen werd het erg druk want het was 14 december en dat is een nationale feestdag. In de derde eeuw voor Chr. bracht de dochter van Keizer Ashoka een stek van de Bodhi boom uit Bodhgaya (India) naar Anuradhapura. En dat wordt gevierd op de dag van de volle maan in de 9e maand van de Singalese kalender. (Volgens onze jaartelling meestal in december).

Vandaag 14 december is Unduvap: de volle maan Puya

Ik ben nog langs twee bezienswaardigheden gefietst en stuitte toen op een groep pelgrims. Er komen deze dag duizenden pelgrims naar Anuradnapura om dit te vieren. Ze steken wierook aan, branden olielampjes en offeren bloemen en soms enorme schalen fruit.

Allen in het wit gekleed.

Tja wit…… de fiets had ik bij een moslim-man gehuurd en omdat ik een mouwloos bloesje aan had gaf hij me een zwarte doek mee. Voor om mijn schouders als ik een tempel bezocht. Ik deed dat ding natuurlijk automatisch om mijn hoofd.

De Ruwanwelisaya tempel.

Van deze tempel wordt geloofd dat hier resten van de Boeddha liggen. Om de stupa zijn diverse randen olifanten. Zo dragen zij symbolisch de stupa, (in de kosmologie van het boeddhisme dragen de olifanten de aarde).

Altijd alert, en wachten op wat er te pakken is.

Om half 6 (vlak voordat het donker werd) bracht ik de fiets weer terug. Fietsen is wel weer heel speciaal hier. Links rijden en dan de hele tijd getoeter om je heen (is dit voor mij? Wat doe ik fout?) ondertussen springen er aapjes over de weg en rennen er honden achter je aan. Het was met al die mensen verschrikkelijk druk met auto’s en bussen. Er moeten verkeersregels zijn, maar ik heb ze nog niet helder. In Trouw stond deze zaterdag een interview met een Chinese monnik van de tempel aan de Zeedijk in Amsterdam. Hij noemde 10 ‘zenpunten’ om veilig door het chaotische verkeer in Amsterdam (en helaas ook van toepassing in Utrecht) te rijden. Ik heb ze hier meteen toegepast!

De vrouw van de fietsenverhuurder.

Bij het fietsenbedrijf aangekomen moest ik binnen komen voor een kopje thee. De ketel kookt! De thee is klaar en smaakte zalig.

Het was een dag vol warmte en dankbaarheid.

Op reis, naar Anuradnapura

De conducteur en links mijn buurman.

De trein vertrok vanochtend om half 6. Het was de enige trein die ik kon reserveren, gewoon thuis van achter mijn laptop. Er gaan nog twee treinen, maar die zijn overvol.

Ik had gisteravond een tuktuk gereserveerd, dacht ik. Maar gaan tuktuk vanochtend (om 5 uur…) Gelukkig hield een man van het hotel er eentje langs de weg aan, waarvan de bestuurder me helemaal in de trein wilde brengen. Dat is erg goed bedoeld, maar hij wist niets van coupe nummers, reserveringen enz. En ik vraag me ook af of hij kon lezen. Weer met hulp van andere reizigers belandde ik na twee verkeerde pogingen op de goede zitplaats.

Ik ben direct in slaap gevallen.

Toen ik wakker werd was het licht en reed de trein door een tropisch landschap: rijstvelden, bananenbomen, kleine dorpjes enz. jammer genoeg zijn de ramen vies, dus geen foto’s. En de plaats naast mij was ook bezet.

We raakten in gesprek, mijn buurman en ik. Hij werkte op het ministerie van landbouw en vertelde dat op dit stuk (de trein reed hier erg langzaam) regelmatig botsingen met olifanten voorkomen. O.a. door treinen, auto’s en vergiftigingen zijn er dit jaar al 800 olifanten gestorven. Nu zijn er plannen om een soort onderdoorgang voor de dieren te maken. De olifanten richten ook veel schade aan op de plantages. Natuurlijk kwam het gesprek toen op de wolf. Zo heeft elk land haar problemen met de natuur.

De man had met een beurs van de overheid in Japan gestudeerd. Omdat hij al snel merkte dat niet 1 Japanner Engels sprak heeft hij toen een cursus Japans gevolgd. Hij vond de mensen daar erg aardig, al begreep hij van hun gedrag er vaak niets van. Het eten was maar flauw en bij min 10 graden vond hij het dodelijk koud.

Zijn zoon studeerde in Nanjing, via (heet het zo?) FaceTime werd ik ook aan hem voorgesteld.

Zo reisde ik naar Anuradnapura, met een slakkengang i.v.m. de olifanten en in gesprek met een jonge Sri Lankaan in Nanjing.

Over de olifanten nog even. Er is een prachtige roman Het Glazen Paleis (Amitav Gosh) die speelt in Birma, Maleisië en India ten tijde van de overheersing door de Britten. Hierin komen ook olifanten voor. Ik weet niet meer hoe en wat, maar ze liepen in een kudde honderden kilometers door het oerwoud ‘terug naar huis’ en alles verwoestend dat ze tegenkwamen. Ik ga het thuis even opzoeken, ik vond het erg indrukwekkend.

De Boeddha’s van Sri Lanka

De Boeddha beelden hier, daar heb ik qua uiterlijk dus niet zo veel mee. Ik ga hier ook niet naar de grotten met deze beelden.

Twee tempels werden door de gids aanbevolen als ‘modern’ en daar ben ik vandaag naar toe geweest. Je weet maar nooit.

Dit is de Sama Malaka tempel.

Het gebouwtje hierachter hoort erbij. (Maar was niet toegankelijk).

Stil, kijkend, staan ze daar.

De beelden is het enige wat hier staat.  Verder niets. Ik vind ze bijna Birmees of Thais van uiterlijk. In de volgende tempel staan de gebruikelijke beelden. Het contrast is enorm.

Stil, maar heel aanwezig.

Het heeft vannacht geregend en het is vandaag erg vochtig. Moesonachtig klam. Maar deze lucht en dit licht geven een speciaal effect op de foto.

Hierna liep ik naar de andere tempel, de Gangaramay.

Dit is een beeld zoals ik het ken hier.

Deze tempel is enorm groot en in de grote, centrale hal is rondom dit beeld het leven van de Boeddha uitgebeeld.

Een Srilankaanse barokke voorstelling.

De tempel bestaat uit vele ruimten. Een aantal (slik) is als ‘museum’ ingericht. Ik moest meteen aan het paleis van Assad in Syrië denken. Er staan zelfs een aantal auto’s.

De ‘Borobudur’.

Deze stupa vind ik prachtig (en was onmogelijk goed te fotograferen). Dit is een detail, er staan enorm veel rijen beelden omheen.

In een hoekje van dit complex: bij de bodhiboom.

Toen ik hierna wat door de prachtige buurt wandelde kwam ik bij een mooie kledingzaak. Gisteren op de bazar had ik me beheerst (ik vond trouwens ook geen kleermaker, dus beheerst?). Maar nu dus die kledingzaak……ik heb twee mooie katoenen kurta’s ( ‘jurken’) gekocht, was in 1 klap klaar.

Colombo

De bevolking van Sri Lanka bestaat geheel uit de nakomelingen van immigranten (welk land niet?). Het zijn merendeels diverse groepen uit India: de Singalezen en de Tamils. En daarna kwamen er nog de Arabieren. De Singalezen trokken zelf naar het eiland, de Arabieren stichtten er handelsplaatsen en de Tamils werden door Engeland hier gebracht om vooral op de thee plantages te werken.

En omdat elke groep zijn/haar eigen geloof meebracht zijn er hier vaak conflicten tussen deze groepen (geweest hoop ik)  waarvan de burgeroorlog tussen de Tamils en de Singalezen de laatste is geweest.

En last but not least, de kolonisatoren, wat brachten (en vooral…wat haalden) ze?

Allereerst kwamen de Portugezen, zijn bouwden een fort, dreven er voornamelijk handel en brachten er missionarissen, die veel Singalezen tot het katholicisme bekeerden.

Al vrij snel kwamen de Nederlanders (Balkenende! V.O.C.!) Zij waren minder op de ziel en meer op het geld gericht, zij handelden, vooral in kruiden. (Maar toch), een kleine groep werd toch maar bekeerd. Tot het calvinisme.

En daarna kwamen de Engelsen, wederom voor de kruiden en zij brachten de koffieplant. Koffie wordt nu na thee het meest verbouwd.

Vandaag maakte ik een wandeling door Pettah. Het gebied aan de haven waar de eerste kolonisten zich vestigden. Hier wonen al die groepen al eeuwen door elkaar. Zij bouwden hier hun residentie’s, godshuizen en vooral winkels. Pettah is nu een enorme chaotische bazaar. Heerlijk om door heen te wandelen dus.

Er zijn heel weinig Portugese resten (behalve het katholicisme) te vinden. Geen gebouwen, soms een naam: zo staat er bv ‘da Silva’ op een uithangbord aan een winkel.

Ooit Engeland’s glorie.

(Er staan nog prachtige Engelse gebouwen, maar ik vond dit als symbool mooi)

Het rode gebouw rechts is een moskee.

En verder liep ik door de Keyserstraat, moest de Damstraat oversteken en kwam toen in de Princestraat.

Het Nederlandse museum.

Dit was dus de woning van de resident. Op onderstaande foto wordt het allemaal uitgelegd. De foto nam ik omdat die eerste resident tot mijn verwondering Thomas van Ree heette!

In dit museum (dat met geld van de Nederlandse regering (Balkenende? Ik noem hem voor de laatste keer) gerestaureerd wordt, staan hoofdzakelijk meubels. Veel kasten en stoelen en een vitrine met poffertjespannen.

Ik vond 1 foto genoeg.

Op weg naar de Wolfendaelkerk liep ik langs deze mooie moskee.

Die mooi bij de palmboom kleurt.

De Wolfendaelkerk werd in 1642 gebouwd.

Er worden nog steeds diensten gehouden in deze ‘former reformed church’. Ik kon er niet in. (Tijdens deze wandeling waren alle godshuizen dicht: de moskee had lunchpauze (3 uur), het hek van deze kerk zat op slot (had volgens mijn boekje open moeten zijn) en de deur van de hindoe tempel zat ook op slot)

Oude Nederlandse grafstenen
Een enorme keuze aan belegde kadetten.

In dit restaurant wilde ik (eindelijk) iets drinken en wat eten, een samoza bv. Er waren geen ‘vegetable’ samoza’s, dus heb ik iets gelijksoortigs, maar toch onduidelijks gegeten. Vlak daarna schoof deze aardige man aan. Hij kreeg een enorme schaal met kadetten voor zich. Kadetten belegd met alweer wat onduidelijks. Kortom een vreemd Indiaas restaurant!

Later las ik dat de Nederlanders hier ook een soort rijsttafel (gerecht) hebben gebracht. En die poffertjes dus. Misschien ook kadetjes?

De hindoe tempel.

En ja, dat kan natuurlijk niet missen op dit boeddhistische eiland, op weg terug liep ik langs deze stupa. (Maar de boeddhistische gebouwen staan morgen op het programma en mijn voeten wilden niet meer, dus heb ik dit complex niet bezocht).

Maar hij is wel, stralend in de zon, mooi.
En ook vandaag ging de zon weer prachtig onder.

Tussenstop in Doha

Op Schiphol aangekomen stap je direct een parallelle wereld in. Om de een of manier vind ik dit altijd het duidelijkste voorbeeld van een wereld vol uiterlijkheden, buitenkanten. Alles vraagt er om hieraan mee te doen. De luxe winkels met het  internationale publiek dat of gestrest of semi ontspannen mondain rondloopt en het personeel, de stewardessen op hoge hakken, gekleed in onpraktische kleren, een andere wereld dus, met eigen waarden en normen.

In het vliegtuig is het ook tijdelijk  inclusief:  een bont gezelschap. Ik zit naast een man uit Iran, die toen de shah vertrok (vertrok hij? Of werd hij vermoord?) uit Iran  naar Nederland vluchtte. Hij is gespecialiseerd monteur op weg naar Dubai, om daar een kapotte machine in de Heinz fabriek te repareren.

Bij het opstijgen en de daling gaan de wc’s op slot, bidden mag wel, het pijltje richting Mekka blijft de hele reis nauwkeurig zijn werk doen.

En dit is Doha

Ik loop hier met 2 fleeces  en een regenjack aan (er is regen voorspeld in Sri Lanka) deze wonderwereld in. Wat heeft dit in vredesnaam nog met een vliegveld te maken?

Ook hier weer een bont gezelschap, waarbij de westerse toeristen in korte broek gekleed uit de toom vallen. Maar daar let niemand op hier, alle ogen zijn op de enorm veel en  dure winkels gericht. Met weinig echte klanten. Schiphol, of de P.C.Hooft straat, ze zijn hier niets bij vergeleken.

Ik besluit de Chanelgarden in te gaan.

Is dit een modern altaar?

Ik kon het niet laten een foto van deze man te nemen. O ja, als je door de kijker kijkt zie je hoe het sneeuwt over de fles parfum  en hoor je vogels fluiten.

Ondertussen ben ik in een tijdloze stand geraakt.

Zo uit de lucht gevallen deze  nutteloze consumptiewereld in.

Het is allemaal zo buitenkant.

Identificeren, copieren, daar is het op gebaseerd. Een beetje zoals je je bij Bever met al die prachtige kleren een bergbeklimmer waant, daar bij willen horen.

Is het aangeboren, mens eigen? Dat steeds meer, steeds luxer? En wordt het dan gecultiveerd? Want we reageren allemaal op prikkels.

Nou ja, wie weet,  ga ik daar ns over nadenken.

Maar nu? Ik ben er,  in Colombo op de boulevard waar de zon schijnt. Ik heb geen idee hoe laat het hier?  waar? thuis?  is. Ik ga mijn hotel opzoeken en de jetlag wegstemmen.