Gisteren, 22 februari vertrokken wij uit Tonosho. Het was een afwisselende reis…
Eerst met de ferry naar Okayama.
Daar met de bus naar het station. Het eten op Shodoshima was een uitdaging. Zo hadden we drie keer een hotel met restaurant zonder eten…. Twee keer werden we naar een winkel gebracht om sushi’s en salades te kopen, een keer naar een plaatselijk eethuisje. Een andere keer bleek de kok die dag te zijn weggelopen (??) in dit strak georganiseerde, hiërarchische land, maar toen hadden we uit voorzorg al eten meegenomen.
Dus als we op het station in Okayama aan zouden komen, zo hadden we onszelf beloofd, dan ‘mochten’ we daar broodjes kopen en koffie drinken in het enorme winkelcentrum daar, vol met heerlijk eten.
Er bleken 33 mensen voor ons te zijn bij het kaartjes loket. We durfden niet weg te gaan in de angst onze plaats in de rij te verliezen. het gaf mij weer de mogelijkheid de getallen in het Japans te oefenen…..
Uiteindelijk zijn we met de bijna onbegrijpelijke kaartjes toch aan het eten gegaan. En we kochten daarna ook nog wat lekkers voor in de trein.
Want het eerste stuk was die trein de shinkansen, de supersnelle trein. Hij kwam op het station van Okayama zo snel binnen dat hij al bijna voorbij was voordat ik de telefoon voor onderstaand filmje had gepakt.
In Nagoya stapten we over op een iets langzamere, maar toch nog snelle trein.
Een passagier met heel speciale nagellak.
Hier rijdt de trein door een sneeuwbui.
De machinist van de laatste trein maakte bijzondere gebaren.
We zijn nu in Ise. Dit is de belangrijkste religieuze plaats in dit land van de rijzende zon. (Over die zon later meer).
En we hebben hier in het hotel alweer… heerlijk gegeten.
P.s. en Mariet heeft ook al, al onze kleren gewassen. Soms is er geen kok, soms geen eten, maar altijd wasmachines en drogers. In elk hotel. Dat is ook Japan.
Gisteren, vrijdag 21 februari was onze laatste wandeling op Shodoshima. We ‘moesten’ nog rond een schiereiland lopen, en omdat we aan het eindpunt geslapen hadden, liepen we dit keer tegen de route in. (En waar zijn dan de pijlen? die er toch al zo sporadisch zijn). We bezochten eerst 3 tempels, allen mooi en bij alledrie kregen we weer stempels.
Osettai.
Op Shikoku krijg je als pelgrim Osettai (een kleinigheid, iets te eten of wat geld) van de bewoners, hier krijg je Osettai in de tempels. Hier kregen we een kopje thee en mochten een zakje Japanse koekjes/crackers uit de doos kiezen. (Mijn stempelboek ligt vooraan).
De tempel Aizenji is erg mooi met prachtige cactusachtige planten waarvan de zaden alweer klaar zijn voor de naderende lente.
Geen ‘horen, zien en zwijgen’.
Deze drie monnikjes staan bij de tempels, we vonden ze zo mooi. En konden ze nergens te koop vinden. Boven de beeldjes houten kaartjes waarop de Japanse pelgrim zijn of haar wensen schrijft.
Nadat we lang over de weg hadden gelopen (zwaar lopen, maar altijd weer met mooie uitzichten op de vissersdorpjes) kwamen we bij de op een na laatste tempel van vandaag. Deze was weer helemaal anders, dus heb ik er een filmpje van gemaakt.
Te zien: een slapende Kobo Daishi (hij heeft ooit onder een brug op Shikoku geslapen, bij die brug is een tempel gebouwd. Een slapende, toegedekte Kobo ligt in veel tempels), de bruine beelden: waarschijnlijk beschermende krijger/goden, een rij beeldige Jizo beeldjes, in het midden de gesloten kast met het Boeddha beeld, diverse trommels, twee beelden: ? en Fudo Myo en tenslotte een streng kraanvogels.
Achter deze tempel ging het pad verder door een prachtig kaal bos. Op de grond lagen bladeren van verschillende herfsten, zo dachten wij. Misschien een bladsoort die langzaam afbreekt?
Mariet met links een erg modern bord.
Dat erg moderne bord hebben we 4 keer gezien. Meestal hangt er een kaartje aan de boom of staat er een paal met een wijzende hand.
Eenmaal aan de andere kant van het schiereiland gekomen was het nog een uur naar de bushalte. De bussen gaan hier onregelmatig en structuur in de dienstregeling heb ik er ook niet in kunnen herkennen. Maar we wisten dat er rond half 5 een bus naar Tonosho zou gaan, dus moesten op het einde van een lange wandeling ook nog doorlopen.
Zo ga ik me Shodoshima herinneren, bijzondere tempels op plaatsen met een prachtig uitzicht.
Opeens realiseerde ik me (laat, maar beter laat dan nooit) dat ik niet heb vertelt waar en wat ik aan het doen ben. Daarom, hierbij een summiere uitleg. Ik hou van wandelen en ik vind het boeddhisme mooi. En in Japan wordt dat prachtig gecombineerd. Ben ik het met alles eens? Daar gaat het niet om, het zijn symbolen, metaforen, manieren om iets uit te leggen. Het gaat om de intentie, zou Nico Tydeman zeggen.
Het Boeddhisme is in Japan sterk beïnvloed door de tweede godsdienst, het Shintoïsme. Japan heeft zo een heel eigen, specifieke vorm. Het is het uiterlijk, niet de inhoud, laat staan de intentie……
Henro betekent pelgrimeren, pelgrim, pelgrimage. Zowel op het eiland Shikoku, als op Shodoshima kun je een pelgrimstocht langs 88 tempels maken. Deze tempels hebben allen iets met de monnik Kobo Daishi te maken. Hij is op Shikoku geboren, heeft er een tempel gesticht of heeft er esoterische oefeningen gedaan. Op zijn terugreis van China heeft hij enige tijd op Shodoshima door gebracht. (Is de legende)
Kobo Daishi is 1 van de twee monniken die het Boeddhisme naar Japan heeft gebracht.
Kobo Daishi.
Bij elke tempel staat een beeld van Kobo Daishi, vaak gekleed als pelgrim.
Ik heb 2 maal de tocht op Shikoku (1300 km) gelopen, 1 keer alleen in 2016 in het voorjaar en 1 maal met Mariet in de herfst van 2019.
In 2020 heb ik de kaart (meer is er niet) van de tocht op Shodoshima (150 km) gekocht om hem te gaan lopen. Maar corona gooiende roet in het eten.
Dus nu en weer met Mariet.
Kongo.
De kongo is een rituele bliksemschicht, hard als een diamant vernietigt hij onwetendheid. De legende vertelt dat Kobo Daishi vanuit China de kongo naar Japan gooide en zo er het boeddhisme bracht. (De kongo kwam op Shikoku terecht, op de plaats van aankomst is een tempel gebouwd). De Kongo ligt vaak voor op het altaar.
De toegangspoort.
De toegangspoort markeert de overgang van het seculiere naar de heilige grond. Vaak hangt er naast de poort een bel, waarmee je je komst aankondigt.
De draak.
Direct na de poort moeten de handen gewassen worden, het water hiervoor komt vaak uit de mond van een draak.
De onontwarbare knoop van het leven.Een tempel.
Het hoofdgebouw van het tempelcomplex is de hondo. Daar wordt het bezit van de tempel (vaak een boeddhabeeld) bewaard, is het altaar en zijn er bijeenkomsten (bv als er iemand gestorven is). Het boeddhisme kent geen diensten zoals in de christelijke kerk.
Soms lijkt het altaar een rommeltje.En soms is het erg netjes.De hartsutra en de pelgrim.
De hartsutra is het belangrijkste gebed in het boeddhisme. Het vertelt de kern van het geloof. Het is gebruikelijk de sutra in de tempel, voor de hondo op te zeggen. Hier op Shodoshima werden we hierbij tot onze verrassing bijna altijd begeleid door de monnik, soms sprong hij zelfst enthousiast achter de trommel.
Gebedsmolens.
De gebedsmolen komt uit Tibet. Maar hier in Japan zag ik hem diverse malen in tempels. In de molen zit een gebed. Als je aan de molen draait, neemt de wind het gebed mee naar de goden.
Stempelboek.
Van elke tocht is er een stempelboek. Op Shikoku krijg je in elke tempel een stempel, hier krijg je (omdat niet elke tempel bemenst is) soms wel 5 stempels tegelijk. Het stempel bevat de naam, de mantra (kort gebed) en de plaats van de tempel. Het volle bestempelde boek is het bewijs dat je in elke tempel geweest bent. In Japan bouw je zo goed karma op. En het is een leuke bron van inkomsten voor de tempel…….de stempels kosten geld.
De stempels zijn erg mooi, elke keer weer wil ik een mooie inlijsten. Maar ja dan moet je dat boek uit elkaar halen, en hoe krijg je het weer goed dicht? Toch maar weer eens proberen straks thuis.
De tempelbel.Applaus na het opzeggen van de hartsutra.
Deze monnik was een eind verderop het plein aan het vegen toen we uitgeput (nadat we de berg waren opgeklommen) het tempelterrein op liepen. Toen ik naar de hondo vroeg, liep hij met me mee en liet me zijn tempelschatten zien. Daarna begeleidde hij ons bij het opzeggen van de hartsutra. Bij het afscheid kregen we een zakje snoepjes mee.
Fudo Myo
Op het tempelplein staan diverse goden, manifestaties van de Boeddha en bijna altijd Fudo Myo. Soms is er een tempel aan hem gewijd. Fudo Myo vernietigt de negatieve energie.
88 boeddha’s (voor de 88 tempels) + Kobo Daishi.
Morgen, nog 1 laatste dag. Dan hebben we bijna alle 88 tempels bezocht.
Gisteren, 18 februari, begon de dag eigenlijk direct met een klim over een pasje. Op de steile stukken is er meestal een leuning (die niet altijd vast zit).
Het pad eindigde in een klein dorpje, veel oude huizen zijn van hout gebouwd, dit hout is vaak zwart geblakerd.
We lopen over straten waar werkelijk niets op de grond ligt, brandschoon. Dit geeft snel de indruk dat ‘de Japanners’ zo netjes zijn. Vaak wel, zo op het oog, maar kijk je eens wat verder, of op eenzame plekken, dan staat, ligt er van alles.
Want hoe ruim je een oude auto op?Beelden langs de kust.
Vandaag, 19 februari sliepen we in Shodoshima town. Dat ‘town’ moet je ruim zien. De town houdt op waar de volgende begint. Het is voorgekomen dat ik vol vreugde dacht eindelijk bv Matsuyama op Shikoku bereikt te hebben en dat ik dan nog 10 km verder moest lopen om de werkelijke stad te bereiken.
Oude vaten voor de sojasaus.
Shodoshima town staat bekend om haar soja saus productie. Hier komt de beste sojasaus vandaan (zegt men…) in de hele stad hangt de geur van sojasaus. Ik vind het niet vies, en niet lekker ruiken.
Nog meer lelijks, en wat is dit? Een schuurtje, een tuinhuisje?
Vaak zien we sporen van harde wind (die we vandaag ook voelden). Van een hotel waren alle ramen kapot gewaaid, en deze vlag (bij elke tempel staat een stok met een vlag) heeft ook zijn beste tijd gehad.
Maar de natuur is altijd mooi.
Omdat ik eerder schreef over de smakeloze huizen, (ik neem het terug), zo tussen de inderdaad neutrale (niet lelijke, maar zeker niet mooie) staan soms moderne en mooie huizen.
Bij het verlaten van de bebouwde kom liepen we langs deze mooie tori’s. Deze oranje-kleurige poorten markeren een Shinto schrijn. Vaak is deze schrijn een soort huisje, waar een kami in woont, ik noem het altijd ‘een kami-huisje‘. (Daar moet je natuurlijk dan wel in geloven, maar ook zonder dat zijn vooral de toegangspoorten erg indrukwekkend).
Sommige tempels die op ‘onze lijst’ staan, staan bij kerkhoven. Een veelzijdig gebruik dus van de tempel. Rouwenden, pelgrims en wie weet wat nog meer. Op de kerkhoven staat soms een groot piramide-achtig bouwsel. Een familiegraf? Bovenaan de top staat een beeld van Kobo Daishi. En deze heeft niet alleen een staf in de hand, maar aan hem is ook een lampje bevestigd.
Beat Shrine, ANGER from the bottom.
Op de eilanden van de binnenzee wordt eens in de drie jaar de Setouchi Triënnale georganiseerd. Men is begonnen de aanstaande in te richten. Zo liepen we langs dit werk. We dachten eerst dat het iets voor kinderen was, maar daar is het veel te boosaardig voor. Het is een echt kunstwerk van de Triënnale. (Ik heb het even opgezocht).
Natuurlijk mochten we vandaag ook klimmen. Op de top van de heuvel liggen 3, men noemt het ‘verlaten’ tempels.
Wachter in de tempelpoort.
En altijd is het uitzicht mooi.
Een rand van Boeddha beeldjes om de tempel.Een enorm beeld van Kobo Daishi.Bijna Maria, daar in de grot.
Het is echter een beeld van Kannon, de godin van het mededogen.
Kannon is een bodhisattva, een wezen dat op weg naar de verlichting achterom keek en toen ze zag hoe er op aarde geleden werd, besloot weer om te keren om te helpen.
En nog een foutje dat hersteld moet worden, het beeld dat aan de haven in Tonosho staat, waarvan ik een detail liet zien, is een afbeelding uit de film Twenty Four Eyes, uit 1954. Het is een beeld van een onderwijzeres (de hoofdrol) met kinderen. De film handelt over 3 periodes uit de geschiedenis van Japan: voor de Tweede Wereldoorlog, tijdens en na. En de film speelt op Shodoshima en is daar ook opgenomen. Het oude schoolgebouw staat er nog steeds en is te bezichtigen.
De film is op YouTube te bekijken.
Rondleiding op de filmset, in de oude school.En de stempels van vandaag?
Dat moesten/mochten we deze keer zelf doen. Alle spullen lagen klaar. Maar hoe weet je nou welk stempel bij welke tempel hoort?
Ik had dit bericht eigenlijk bedoeld voor ‘ns wat anders dan alweer die tempels, maar omdat we weer in speciale tempels kwamen met dito monniken/rituelen toch maar een tempel-blogbericht.
We sliepen in een prachtig resort, met dito onsen en heerlijke maaltijden. Dus konden we er vandaag tegen aan…… Omdat het weer de afgelopen dagen zacht was droeg ik vandaag mijn korte (2/3) broek. Helaas was het weer vandaag niet zacht, er stak in de loop van de ochtend een harde, koude wind op. (Maar ik heb doorgezet).
Na enkele kleine tempels bezochten we een enorm grote, haast nieuwgebouwde tempel.
Aan de muur: een mandala.
De tempel bleek inderdaad nieuw gebouwd, het vorige gebouw is enkele jaren geleden verwoest. En het is een tempel met een enthousiaste monnik. Hij nodigde ons uit in de hondo, hier kregen we een plaats op een stoel toegewezen. Ik begreep dat we onder zijn leiding de Hartsutra zouden opzeggen. Hij ging zitten bij de trom en startte de inleidende gebeden.
Het duurde al met al wat lang, maar wat kon de man op de trommel slaan! Het swingde de hele tempel door.
Het blijft iedere keer weer mooi hoe de ‘monnik van dienst’ ons telkens weer op de trom begeleidt. (Deze konden we niet bijhouden).
Hierna nodigde hij ons uit voor een kleine maaltijd met udon. Dit ter ere van het nieuwe tempelgebouw dat door de bewoners van Shodoshima bijeen gespaard is. Na de udon kwam nog een soort zoete pap en een soort Turks fruit. (Maar beide dan Japans).
Kleine zentuin bij Kannon-ji.
Hierna liepen we lang langs de zee met nog maar 3 tempels te gaan. Een soort ‘tempel-rustdag’. Het rust-gevoel was snel over toen het pad naar Emonnotaki, tempel 81 in zicht kwam. Het ging nml weer berg opwaarts en zo was ons verteld deze tempel was weer via een helling met ketting bereikbaar.
De helling met kettingen.
Na een lange weg, gevolgd door veel trappen kwam het laatste stuk de helling (waar nauwelijks rotsen op te onderscheiden waren) + ketting in zicht. Het zag er wel erg steil uit. Wat nu? Gelukkig ging de trap aan de zijkant door, dus heb ik deze tempel geheel op trappen kunnen bereiken.
Is de tempel in gebruik?
Alle deuren waren dicht en er was geen sterveling te bekennen. Kan ik naar binnen? Het gebouw zag er Shinto-like mooi, nieuw uit. Ik ontdekte een deur en deed de schoenen uit. (Je weet nooit waar je terecht komt). Beneden stonden dozen met hout. Werd deze tempel gerenoveerd? Ik ontdekte een trap en klom naar boven.
Het eerste wat ik zag: daruma’s (gelukspoppetjes)
Hier kwam ik in een vrij chaotische ruimte met nog meer hout en een Japans sprekende monnik die vlakbij een luid loeiende kachel zat. (Het was hier erg warm, buiten had ik nog wat resten sneeuw gezien).
Hij vroeg of ik ‘goma’ wilde. En ik zei ja. Goma is een ritueel uit het esoterisch Boeddhisme waarbij symbolisch je negatieve energie, gehechtheden en verlangens verbrand worden. (Volgens het Boeddhisme wordt het lijden veroorzaakt door drie vergiften: verlangen, – en daarmee gehecht zijn aan- onwetendheid en haat).
Ik moest mijn naam op een houten plankje schrijven (dit gaf veel gedoe omdat het in het Japans moest, ik vrees dat hij er bij de vertaling maar wat van gemaakt heeft) en hij verdween. Daar zat ik dus. Ik heb de ruimte wat bekeken en foto’s gemaakt.
Na 5? 10? minuten kwam hij terug, gekleed in een lang, zwart monniksgewaad. Hij vroeg me mee te gaan.
We kwamen in een door kaarsen verlichte grot terecht, waar een rij stoelen stond. Hierop kon ik zitten. De monnik ging bij een stenen tafel zitten en begon gebeden te reciteren. Na een poosje zette hij het plankje met mijn naam in een verlaging in de tafel en stak het met wat ander hout in brand, onderwijl de Hartsutra opzeggend.
Het goma ritueel.
Dit duurde al met al een ruim half uur. Het maakte veel indruk op me. Na afloop ben ik de grot nog even doorgelopen en heb de beelden bekeken. Achter het vuur stond een groot beeld van Fudo-Myo.
De god die de slechte geesten verjaagt.
Aannemend dat het afgelopen was heb ik de man bedankt en ben weer via de trappen en weg naar beneden gelopen. Dit gaf mooi de gelegenheid deze ervaring te overdenken.
Het was inmiddels nog kouder geworden. En het was nog ver te gaan naar de volgende slaapplek. Gelukkig stopte er een auto met een vriendelijke man, hij gaf me een lift. In de auto klonk luid muziek van de Shadows, alweer een ander ‘ritueel’.
‘s Avonds moesten we naar het dorp om iets te eten. De man van het hotel bracht ons. Dit restaurant was weer geheel anders dan het vorige…….
Vandaag, 16 februari begon ontspannen, we bezochten een tempel met een mooie zentuin, de monnik bracht ons naar de volgende tempel, gaf ons twee mandarijntjes bij het afscheid en we liepen op deze zondagochtend het volgende dorp in.
Daar konden we eerst de weg niet vinden, maar gelukkig kwamen we een oude vrouw tegen die ons (op haar sandalen) over een bospad weer op de ‘henro michi’ (weg van de pelgrim) bracht.
Ook dat pad ging lang over een landweggetje langs een Shinto schrijn, (met koffie automaat), een tempeltje, een Jizo beeld en wat huizen.
Na het laatste huis ging het pad door een enorm bamboe bos.
Na de typhoon.
De kaart had ons gewaarschuwd: slipperly, rocky path! Dit bleek te kloppen:
Al snel veranderde het pad plotseling in een rotsachtige helling waar af en toe een ‘pad’ te onderscheiden was.
Het rots-pad.
Er stonden beeldige kleine Boeddha beeldjes op de helling, ik ging er maar vanuit dat het pad hierlangs ging.
Plotseling ontwaarde ik een tempelbel.
Hier luid ik de tempelbel.
En na het luiden van de bel het pad vervolgend kwamen we onderaan een rotsige helling uit, een helling die leidde naar een tempel, hoog en steil in de lucht.
Met een hek om je omhoog te hijsen.
Dit hek werd later vervangen door een ijzeren ketting. Gelukkig waren hek en ketting stevig en goed in de rotsen verankerd.
De Kasagataki tempel
Later bleek dat dit het ‘okunoin’ van de tempel ‘beneden op de grond’ was. Een okunoin is het allerheiligste, de monniken bewaren er hun dierbaarste bezit en gaan er naar toe om ascetische oefeningen uit te voeren.
(Misschien door op en neer over de helling te gaan?)
Uitzicht.
We konden hier uitkijken op de vallei waar we eergisteren in tegenovergestelde richting liepen. (Maar dat was diep het dal in)
Monnik? Kobo Daishi?
Ook hier is de tempel gedeeltelijk in een grot gebouwd, we moesten door donkere gangen lopen om de hondo (hoofdhal) te bereiken. Hier werd de Boeddha door veel krijger-goden beschermd.
In de hondo.Kleine Boeddhabeeldjes uitgehakt in de wand.
Weer naar beneden klimmend merkten we deze prachtige beeldjes op.
Me vasthoudend aan de ketting naar beneden. Het allerlaatste stuk naar beneden.
Het pad werd hier al meer een trap, met langs de kant twee rijen dik lantaarns.
Uitgeput weer beneden aangekomen keken we nog een laatste keer naar boven: pfffff we schrokken bijna van dat wat we gedaan hadden.
Hierna ging de dag weer verder zoals hij begonnen was, een rustig pad met af en toe een tempel, wat huizen en een prachtig enorm beeld van Kannon Bosatsu, hoog op de berg, wakend over Shodoshima.
We ‘doen’ dus 88 tempels in 8 dagen dus zien er elke dag een aantal. Sommige hiervan zijn onbemand, die stempels krijgen we dan weer van de volgende monnik.
Omdat het hoofdkwartier van de sekte die de pelgrimstocht verzorgt in Tonosho is, (waar we het stempelboek moesten kopen) begonnen we met lopen vanuit Tonosho en wel met tempel 40.
Het pad naar deze tempel ging door een prachtig bos, dat ondanks dat het winter is toch mooi is.
Eenmaal halverwege de heuvel bij een tempel aangekomen bleek deze gedeeltelijk in de rotsen, in een grot te zijn. Ik vind dit erg indrukwekkend.
Een rotstempel.
Soms bereik je het belangrijkste via allerlei, spaarzaam verlichte gangen.
In de grot. Even verderop liggen de graven van de overleden monniken.
De monniken zijn allen erg behulpzaam. We krijgen koffie, koekjes, een appel of een flesje koude thee. Als we de Hartsutra (het belangrijkste Boeddhistische gebed) opzeggen gaan ze achter hun trommel zitten om de maat te slaan. (Die we dan natuurlijk niet kunnen bijbenen)
Monnik laat de schelp horen. In de verte ligt de zee.
Na 4 tempels met veel klim- en daalwerk liepen we door een dal terug naar Tonosho. We passeerden deze braakliggende rijstvelden.
Rijstvelden
We kwamen na 9 uur lopen enigszins….gebroken aan in Tonosho.
Zaterdag 15 februari
Weer helemaal uitgerust.
Heilige boom.
Bij de tempels staan vaak oude bomen, soms dood, (oo, oo, dat is weer typisch een westerse rationele opmerking, voor het Shinto zijn deze bomen niet dood, en er wonen ook nog kami’s -goden- in).
En wat zijn die oude stammen mooi.
Combi tempel.
Vandaag liepen we veel langs de kust. Deze tempel (met de Shinto kleuren) bleek binnen in de grot gedeeltelijk een boeddhistisch te zijn.
Tibetaanse boterlampjes. Kobo Daishi kijkt uit over zee.
De laatste tempel vandaag bleek groot te zijn met alweer een ander verhaal. Er bij stond namelijk de zuil van Ashoka (boeddhistische keizer uit India). De monnik van dienst legde ons uit dat zijn bet – overgrootvader een voettocht door India heeft gemaakt en daar Nehru ontmoette. Zij werden vrienden.
Hier stempelt hij mijn boek.
De bet overgrootvader bezocht ook de grotten van Ajanta. het pronkstuk van de tempel is deze afbeelding van Kannon Bosatsu.
Kannon Bosatsu.
De monniken legden uit dat dit werk is gebaseerd op de Boeddhabeelden uit Ajanta, het is met haar gemaakt en er is echte gouden verf gebruikt.
Uitleg.
Ja, dan ga ik natuurlijk vertellen over Ajanta, een prachtige vallei met aan weerszijden uitgehakte grotten vol met fresco’s en beelden.
Het is winter, alle Jizobeeldjes hebben een dasje om.
En zojuist ben ik naar de onsen geweest, een enorm groot bad waar je alleen schoon in gaat. De dames in het bad houden je (‘onwetende buitenlandse’) scherp in de gaten of je je van te voren wel goed helemaal wast. Het water in de onsen is altijd warm en heerlijk voor je spierpijn. Deze onsen was bloedheet, ik hield het maar even vol en lig nu rozig op bed dit te typen.
Dat viel erg mee vandaag met de kou, de zon scheen en het werd 8 graden. (En ik geloof niet dat het pampasgras is). Vandaag, donderdag 13 februari hebben we Tonosho verkend en al enkele tempels bezocht.
Jizo beeldje bij Shofuan, tempel 64.
Ik denk dat dit een Jizo beeldje is. Jizo beschermt de gestorven kinderen en de reizigers, je ziet ze overal staan.
Dit was de eerste tempel die we toevallig tegenkwamen (hij staat eigelijk voor later op het programma, dan komt er ook een foto van).
Vaak staat er naast een boeddhistische tempel een shinto schrijn. Dan bezoeken we ze maar alle twee. En bijna altijd staan ze hoog, baas boven baas, hier staat de shinto schrijn het hoogst.
Komende vanaf de Shinto schrijn.En hier keek ik naar.
Daar links achter de tori (de poort) staat een oude man bij het water die kwam bidden en met ons mee liep. Hij sprak enkele woorden Engels (ik betwijfel of hij wist wat hij zei), hij verstond ook mijn Japans niet (maar dat lag aan mij).
Tempelbel van Saikoji, tempel 58.
Saikoji is een tempel met een prachtige pagode, die moeilijk mooi op de foto is te zetten.
En Kobo Daishi kijkt over de stad uit.Ingepakt in nieuwbouw.De eerste stempels worden gezet.
Saikoji is een grote tempel, die bemenst is dus je krijgt er ook de stempels van de kleinere tempels uit de omgeving (waar geen monniken zijn). Deze monnik spreekt enkele woorden Engels, een vriendelijke jonge man. We kregen koekjes van hem.
Hierna liepen we verder naar de ‘Seven Eleven’. Dit zijn winkels waar van alles te koop is, vooral eten. En er staat ook een ATM, er zijn w.c.’s en ze hebben heerlijke koffie. Onderweg stond een groot standbeeld.
Gedeelte van het beeld.
Een stralende moeder met kinderen, geen idee wat het beeld voorstelt. Er staat geen Engelse tekst bij (en dan ben ik altijd bang dat het iets nationalistisch of over de 2e Wereldoorlog is). Ze kijken in ieder geval blij! Een man (tja wie?) staat enkele meters verder.
Gewone huizen.
Uit mijn boek over haiku’s: ‘…..heeft de Japanner de neiging om een kunstwerk te maken van zijn eigen leven, van zijn tuin, zijn huis en al wat daarin is; hij houdt eenvoudig niet van lelijke dingen.’
De gewone huizen zijn hier erg lelijk. Misschien van binnen mooi?
Daar sta ik, alweer op Schiphol. Ik had een soort ‘heimwee’ naar Japan en de kaart van de pelgrimstocht op Shodoshima lag al 5 jaar te wachten. En toen kwam die aanbieding van de KLM…….Dus heb ik de (dit keer) bergschoenen weer aangetrokken en ben naar Japan vertrokken.
Op Schiphol.In de rij.
Ik ben hier weer net als de vorige keer naar Japan met Mariet. Hier staat ze in de rij voor de trein naar Okayama. De plaats van de rij is op het perron aangegeven en de dame links (met de pet) corrigeert je als je op een verkeerde plaats staat. En ze staan hier allemaal in de rij…..totdat de trein er is, dan wordt het ieder voor zich. We gaan eerst naar Sodoshima, om daar de pelgrimstocht langs 88 tempels te lopen.
Bento (sushi’s) winkeltje op het perron. Okayama.
We kwamen tegen de avond in Okayama aan. Het was er al donker. Maar deze tram rijdt naar de future, net als wij. Qua past hebben we er inmiddels 22 reisuren opzitten dus snel wat eten en naar het hotel dat gelukkig vlakbij het station is. Morgen weer verder met de future.
En die ochtend viel er natte sneeuw.
Vandaag 12 februari vertrokken we met de bus naar de haven en vandaar met de ferry naar Sodoshima. Een klein eiland waar Kobo Daishi ook heeft rondgelopen en zijn ascetische oefeningen heeft gedaan. (Zegt men…..).
Het eerste zicht op Tonosho, de hoofdstad van Sodoshima.
Op weg naar het hotel stuitten we bij toeval (maar wat is toeval?) op een tempel, het is het hoofdkwartier van de organisatie die de Henro (pelgrimstocht) beheerd. Hier konden we het boek kopen waarin de stempels van de diverse tempels worden gezet.
Mariet voor de tempel.Kobo Daishi in de tempel.
Kobo Daishi is 1 van de monniken die lang geleden het boeddhisme naar Japan bracht. Hij werd geboren op Shikoku (waar we de pelgrimstocht vorige keer maakten). Sodoshima ligt naast Shikoku en Kobo Daishi kwam hier ongetwijfeld….op doorreis, wie weet ook via Okayama. Op de plekken waar hij zijn oefeningen deed zijn tempels of kleine schrijnen gebouwd en daar gaan we dus langs lopen.
De Hartsutra aan de wand.
Ons hotel staat boven op een heuvel en vanuit de kamer hebben we een een prachtig uitzicht. De bedden liggen al klaar op de grond. Dat wordt weer wennen vannacht.
Japans slapen.
De rijen voor de trein, het eten met stokjes, de bedden, links rijden, de beleefdheid, de kleine gebaren, de w.c.’s, het is allemaal bekend en toch weer wennen.
Vandaag toch nog een klein uitstapje naar Angel road. Als het eb is zijn er drie kleine eilandjes via een smal drooggevallen pad (Angel road) met elkaar verbonden. We haalden (want het werd al donker) niet het gehele droogvallen en zijn bij deze rots gestopt.
Maar altijd weer, een prachtig zicht. Het avondeten.
Bij deze mevrouw hebben we heerlijk aan de bar gegeten. Met handen en voeten, Google translate en een klein restje Japanse les hebben we het eten besteld. Gegrilde vis, groente tempura’s, rijst, een soepje en wat onduidelijks, het was heerlijk, maar mijn Japans ….is verdwenen? diep weggezonken? Nou ja, de komende tijd kan ik weer veel oefenen.
Dit is de titel van een boek dat ik las, 30 jaar geleden op reis door China. En die zin (die ik hier nog wel eens uitroep) doet me ook direct weer denken aan ‘de dronken Duitser’. We hadden met heel veel moeite een plaats voorin de bus van Labrang naar Langzhou (in China) geregeld, want de bus reed door een prachtig landschap en dat wilden we goed kunnen zien. Vlak nadat we waren gaan zitten reed er een kar het busterrein op met daarop een laveloze man. Ik heb nooit eerder, of daarna zo’n staat van dronkenschap gezien. De Chinezen die hem brachten zetten hem op zijn plaats, precies achter Ina en mij. Nou dat weer, hij zou vast gaan spugen. Een andere Duitser hielp ons door hem achterin de bus te leggen en we hadden een prachtige reis met mooie uitzichten.
Enkele dagen later zaten we in de trein van Langzhou naar Xi’an en ik las het boek ‘What am I doing here?’ Geschreven door Bruce Chatwin. De nu nuchtere Duitser liep langs, zag het boek en zei: ‘Now you know what you are doing here!?’
Ik zie me nog zitten, en elke keer als ik denk, ‘wat doe ik hier?’ Zoals op de trap in het station van New Delhi, maar ook als ik loopin Chandni Chowk dan denk ik ‘what am I doing here’ en ja, dan weet ik het antwoord. Want Chandi Chowk is alles, het is 1 van de zielen van India, het is prachtig.
Donderdag 16 januari ging ik eerst naar Connaught place. Een rond plein met daarom heen 3 wegen, helemaal volgebouwd in de nadagen van de Engelse overheersing.
Connaught Place.
Ik blijf me er altijd over verbazen dat machthebbers hun ondergang te laat of helemaal niet zien aankomen. Pas in de dertiger jaren verplaatste Engeland haar hoofdstad van Calcutta naar New Delhi. Enorm veel grote gebouwen moesten er gebouwd worden. Nog geen 10 jaar later was het afgelopen, India werd onafhankelijk. Connaught Place is nu het moderne commerciële hart van de stad. Veel dure, westerse winkels en restaurants.
Bloemenverkoopster.
Op straat is het er enorm druk met alle mogelijke verkopers, schoenpoetsers en bedelaars (die hun baby op je schoot leggen als de tuktuk voor een stoplicht stopt). En mannen die zich verbaal aan je vastklampen, om je daarna naar hun winkel of hun tuktuk te brengen.
Zwerfhond.
Veel zwerfhonden, en soms ook geitjes hebben een hesje aan tegen de kou. Verder worden ze aan hun lot overgelaten.
Het United Coffeehouse.
Ook op Connaught Place. Verschrikkelijk decadent, maar ze hebben er heerlijke koffie.
Daarna ging ik naar het Birla House, het huis waar Gandhi verbleef toen hij vermoord werd.
Zijn laatste voetstappen leiden naar de plaats van de aanslag.30 januari, een eenvoudig monument.
In het huis is een uitgebreide tentoonstelling over zijn leven.
De zoutmars.
In 1 van de zalen zijn alle gebeurtenissen met kleifiguurtjes uitgebeeld. Gandhi is geboren in Ghujarat (nu de provincie waar de opmars van Modi begon) en hield hier ook 1 van zijn grote, belangrijke marsen: de zoutmars om af te dwingen dat de Indiase bevolking recht op het zout had.
Gandhi blijft (ondanks de pogingen van Modi daar verandering in te brengen) enorm populair. Ik vraag me af wat hij van het huidige India zou denken, wat hij zou doen. Van zijn grote ideaal is weinig gerealiseerd.
Daarna ging ik naar Rajgat, de plaats waar hij gecremeerd is.
Gandhi Samadhi.
Dit staat op een bord erbij. Het hindoeïsme, boeddhisme en jainisme kennen alledrie ‘Samadhi’. Heel kort gezegd betekent het hier dat Gandhi uit de kringloop van wedergeboorte bevrijd is.
En dan mijn laatste dag, vrijdag 17 januari die heb ik helemaal doorgebracht in Chandni Chowk, de bazaar in Oud Delhi.
.
De Fatehpuri moskee.Op straat, alsof de tijd er heeft stilgestaan.
De grootste groep hier zijn de Moslims, gevolgd door de Sikhs.
In de Gurudwara Sis Ganj Sahib tempel.
Bij deze tempel was een grote hal waar de mensen zaten te eten, want in een Sikh tempel krijg je altijd te eten.
In de keuken. De Jama Mashid (onmogelijk goed op de foto te krijgen)In de vrouwenafdeling.
Eerlijkheidshalve…. De dames dragen donkere kleding, het tegenlicht versterkt het effect.
Vlak na het middaggebed mochten de niet gelovigen naar binnen. Het grootste gedeelte van de moskee is open lucht.
Na het gebed werd er gepicknickt.
En ja, daarna ben ik weer door de bazaar gaan lopen, ik kon niet ophouden.
Hijras roepen me toe: ‘Hey auntie’.
Hijras is de naam voor de ‘derde gender’ groep. Hijras komen in het hele indische subcontinent voor (Pakistan, Nepal, Bangladesh en India). Het zijn mensen, als man geboren die zich vrouw voelen. Een gedeelte hiervan woont in de stad en leidt een wereldlijk leven. Een ander gedeelte is diep religieus, ze wonen vaak in groepen o.l.v. een guru en houden zich vaak bij tempels gewijd aan de god Ram op.
Bij de visumaanvrage staan er bij geslacht 3 mogelijkheden: man, vrouw en ‘ander’.
What am I doing here? Zoals de vele kleuren in de bazaar, zo verscheiden is India. Ook nu weer heb ik het gevoel dat het toeval was dat ik bepaalde gebeurtenissen, plekken, of mensen zag. Je kunt plannen maken wat je wilt, het toeval bepaalt daarna alles. Was ik hier een straatje linksaf gegaan? Had ik toch maar ook naar die stad gegaan? Had ik niet naar rechts maar naar links gekeken? Het maakt niets uit. Overal ogen die jou al gezien hebben voordat je je hoofd omdraait. En overal mijn verwondering, verbijstering, bewondering, hoe is dit nu weer mogelijk?