Op naar New Delhi

Om half 7 ’s ochtends vertrok ik gisteren 15 januari met een tuktuk vanuit het hotel, door een donkere stad, de Kumbh-roadblocks vermijdend en regelmatig vaart minderend  omdat er een stoet mensen op de weg liep. Langs de kant van de weg lagen veel mensen te slapen.

Ik was een half uur te vroeg op het station, een kopje chai! Dat had ik mezelf beloofd. Daarna op naar het perron.

Allemaal onderweg.

Daar was het dus druk, veel drukker dan de foto kan tonen. Ik had een plaats in wagon C5, en vlak voor aankomst van de trein wordt de plaats op het perron  hiervan aangegeven op een elektronisch bord. Voor de zekerheid wilde ik al naar de goede plek. Halverwege stonden 4 toeristen, ik vroeg (ter oriรซntatie) in welke wagon ze een plaats hadden. Er kwam geen reactie. Het bleken Israรซliรซrs te zijn, (dat hoorde ik toen ze iets tegen elkaar zeiden). Dit heb ik al vaker meegemaakt, Israรซliรซrs die zich zo onzichtbaar mogelijk maken. Wat een land, wat een tijd. Ze hadden een indiase gids die me verder wees.

Wachtend om de chaos in goede banen te leiden.

Op de goede plaats aangekomen was het enorm druk. En dan zaten er ook nog mensen op de grond.

Het werd een gevecht toen de trein er eenmaal was. Ik ‘gooide’ maar elke keer mijn koffertje in de strijd (plus de andere elleboog). Eenmaal in de coupรฉ aangekomen heerste een relatieve rust.

Mijn buurman legde mijn koffertje in het bagagenet, ik ging op mijn raamplaatsje zitten en de trein vertrok. (hij heeft verder geen woord gezegd, had wel 3 jerrycans water bij zich en een nieuwe doti aan dus was gelukkig en hij gaf me regelmatig een snoepje, heerlijk zoโ€™n buurman, rust!)

Toen de trein met 3 uur vertraging de buitenwijken van Delhi binnen reed was het daar aardedonker. O ja, dat had ik gelezen, regelmatig viel de elektriciteit uit. Een dingetjeโ€ฆ.ook dat nog.

Op het station aangekomen was het daar weer enorm druk. En nauwelijks โ€˜ordeโ€™ handhavende militairen. Ik weet nog steeds niet hoe ik de trap op weg naar de uitgang ben opgekomen maar ik heb de tuktuk standplaats buiten bereikt.

En gelukkig blijkt het centrum verlicht! (Letterlijk, alhoewel ze ook wel wat geestelijke verlichting kunnen gebruiken)

Met de tuktuk naar het hotel. Het is hun strategie je eerst in hun karretje te krijgen en dan onderweg de weg te vragen. Gelukkig bestaat Google Maps, ik kan inmiddels โ€˜geroutineerdโ€™ de chauffeurs de goede weg wijzen.

En het hotel is fijn en heeft een hete douche. Ik ben daarna als een blok in slaap gevallen. (Blokkeriger kan niet)

En nu donderdag 16 januari heb ik mijn ontbijt achter de rug, massala chai met een massala omelet. Wat zou ik, wat zou dit land zijn zonder massala?

Ik ga de stad verkennen.

Een dag op de Kumbh, nog meer chaos.

Vandaag, 14 januari besloot ik het nog een keer te proberen op het terrein te komen. Het was haast nog drukker dan gisteren, maar ik ging door een andere ingang, dat scheelde.

Bij de ingang van de Kumbh Mela.

Vroeger was de Kumbh bijna uitsluitend voor de verschillende saddhu-sekten. Op de Kumbh vond de initiatie plaats en ontmoetten ze elkaar. (En dat bad natuurlijk). In de loop der tijd zijn er op deze belangrijke data en plaats steeds meer โ€˜gewone mensenโ€™ bijgekomen die ook een dip in de Ganges nemen. De saddhuโ€™s zijn gebleven en worden door de mensen als โ€˜heiligeโ€™ beschouwd. Dus na de dip ook nog een zegening.

Ik vind de saddhuโ€™s het meest interessant. Ik denk omdat deze echt ver van mijn westerse leven afstaan. Ik wil er alles van weten, maar echt begrijpen doe ik niet. Maar misschien daarom fascineren ze zo.

As.

As is heel belangrijk voor de saddhuโ€™s. Ze leven vaak bij crematieplaatsen omdat de as daar de laatste fase van dit materiรซle leven is, een laatste fase die wijst op de overgang van het materiรซle en illusionaire naar de wereldlijke wereld.

Hun vaak naakte lichaam is bijna altijd bedekt met as. Omdat dit een speciale gebeurtenis is, gebruiken ze hier as van verbrand hout.

Intocht op kamelen.
Trommelend.

De saddhuโ€™s hebben vaak een trommeltje in de vorm van een zandloper. Ook een symbool van de vergankelijkheid.

Afwijzen van pijn.

Dat gaat ver dat afwijzen. Deze man zit al heel lang met 1 arm omhoog. Ik zag ook weer een saddhu liggend op doornen. In theorie wijzen ze pijn en plezier af. In de praktijk valt dat afwijzen van plezier wel mee. Ze zaten juichend op de paarden.

Gesprek.

De saddhuโ€™s hebben ieder een eigen tent waar in ze โ€˜audiรซntieโ€™ houden.

Vandaag was het dus weer ontzettend druk. Gelukkigโ€ฆ kon ik op een โ€˜mediatowerโ€™ het geheel bekijken en fotoโ€™s nemen. Het klimmen en dalen op de provisorische ladder vond ik doodeng, maar je moet er wat voor over hebben.

De leiders van de sekten gaan naar de Ganges voor het rituele bad.

Travestiet.
Saddhu wordt geรฏnterviewd voor de televisie.

Een gehandicapt en heel lief (en heilig) meisje zegent een voorbijganger.
Beschermer.

Vroeger, toen er nog veel meer rondtrekkende saddhuโ€™s waren, werden ze vaak aangevallen of hadden ze onderling ruzie. Daarom was er een โ€˜verdedigingssekteโ€™ die toen zwaar gewapend en getraind was.

Zegeningen.

(De schitterend-witte schaamlap is nieuw. De vorige keer heb ik ze niet gezien. Invloed van de verpreutsing die over de wereld waait?)

Tja, en wat vind ik het mooiste hier, wat maakte de meeste indruk? Het zijn niet de onbegrijpelijke saddhuโ€™s, – alhoewel die blijven fascineren -, of de overgave van de mensen. Wat ik erg mooi vind is het zicht op de paden aangelegd met pontonblokken en altijd weer die stroom mensen die er over loopt.

En de drietand van Shiva.

De meeste saddhuโ€™s zijn volgelingen van de God Shiva. Deze bedekte zich ook met as, had ook lang haar en had altijd een drietand bij zich. De drie-tand symboliseert: de schepping – het zijn – en de vernietiging.

โ€˜U kent natuurlijk de voorstelling van de dansende Shiva? Hij, met twee benen en de vier armen, dansend, springend binnen een cirkel van kosmisch vuur, met 1 voet opgeheven en de andere geplant op het lichaam van onwetendheid en kwaad, om die op hun plaats te houden. De dansende Shiva, de dans van schepping, behoud en vernietiging. Een complete kringloop. Een volkomenheid. Het is een moeilijk begrip, men moet er met het hart op reageren, niet met het hoofd.โ€™

En natuurlijk is de god gevleugeld, wat de hele uitbeelding iets luchtigs en vliegends geeft dat je doet denken dat je met hem een sprong in het duister zou kunnen wagen en dat je niets kwaads overkomen zou.โ€™

Chaos.

Vannacht is het het belangrijkste moment. De sterren staan precies in de goede stand, dit is berekend door een wiskundig onderlegde guru. (Aldus een pagina groot artikel in The Times of India), want dit moment komt 1 maal in de 144 jaar voor. Dan moet je van een dip in de Ganges wel heel lichamelijk en spiritueel gereinigd worden. (En wonder boven wonder, niemand schijnt hier ziek te worden van deze dip op een plek in de Ganges waar deze al bijna zijn hoogtepunt van โ€˜meest vervuilde rivierโ€™ heeft bereikt).

Met het doel de Sangam te bezoeken ben ik vanochtend op stap gegaan.

Lange slierten mensen lopen door de straten.

Maar het was ontzettend druk. Overal zijn straten afgezet, waarbij voor de voetgangers een kleine opening is gehouden. Hier probeert men zich met zโ€™n allen tegelijk doorheen te duwen. Ik heb 1 keer meegedaan. Begrijp nu hoe het voelt, opgesloten te zijn in de massa. Toen ik me naar buiten had geworsteld en even stond bij te komen werd er 2x in 5 minuten een portemonnee gerold, de dader rende weg, de eigenaar + de ruim voorradige militairen er achteraan, waarop deze laatsten de dief met stokken tegen de grond werkten.

Toen had ik het wel gehad en zeker even gezien.

Ik liep aan de andere kant van de straat met de stoet daar weer terug. Ik vermoed dat deze mensen hun dip al gehad hebben.

Een enorme operatie van de landelijke overheid. Hier steekt de beveiliging van een risico wedstrijd bij ons erg mager bij af.

De beeldige grijze meneer ging er voor de foto even bijstaan.

Overal langs de kant van de weg zijn waterflessen te koop, om het heilige water mee naar huis te nemen voor hen die de tocht (en dip) niet kunnen ondernemen.

Ook gij!

Ik had eigenlijk vannacht willen gaan kijken, (als de โ€˜heiligeโ€™ mannen te water gaan), had ook al een โ€˜gidsโ€™ gevonden die me tegen een belachelijk hoog bedrag daar wilde rondleiden. Maar ik zie er vanaf. Heb eergisteren al veel moois gezien (daarover later meer) en heb het nachtelijk schouwspel (en het is inderdaad indrukwekkend) 6 jaar geleden al gezien. Toen was het druk, nu is het veel en veel drukker.

Ik heb zojuist wat door de straatjes om het hotel gewandeld, wat ziet alles er armoedig en verwaarloosd uit. Ik bedenk me dat alle โ€˜heiligeโ€™ plaatsen die ik bezocht (bv Ayodha, Maturai, Varanasi) er zo uitzien. Het zijn arme plaatsen, de mensen die er wonen moeten sappelen om rond te komen (maar ja dat doen ze in de krottenwijken van Mumbai ook).

De schoenmaker op straat.

Toch zijn deze plaatsen anders dan de grote niet-heilige steden. Ze zijn nog meer verwaarloosd. Modi schrijft elk jaar een wedstrijd uit โ€˜wat is de schoonste stad?โ€™ Altijd wint er een niet-heilige plaats. Alsof ze het niet uit maakt, hoe de stad eruit ziet.

En daarnaast doet Allahabad me bv denken aan het India van 30 jaar geleden. Alleen de rikshaโ€™s zie je bijna niet meer en iedereen loopt met een telefoon. Maar verder? Nauwelijks verandering.

Jonge samosa verkoper.
Tempeltje langs de straat.
Kumbh reclame.

Voor anderhalve maand staat alles hier in het teken van de Kumbh. Daarna sukkelt Allahabad weer in slaap.

Allahabad

Ik ben vandaag 10 januari 1730 km verder met een vliegtuig naar het noorden van India  gereisd  naar Allahabad. Hier vindt de Kumbh Mela plaats.

Allahabad of Prayagraj?

De stad Allahabad is door keizer Akbar in 1575 gesticht. De stad ligt op de plek waar de Ganges en de Yamuna samen stromen en daarbij voegt zich ook de ondergrondse rivier de Saravasti. Volgens de legende heeft de god Brahma hier zijn eerste offer gebracht. Prayaga betekent offer. Vanaf het moment dat de BJP aan de macht kwam werd de roep om de naam  in een hindoeรฏstische te veranderen luider. Na diverse pogingen veranderde de regering o.i.v. de yogi’s de naam in Prayagraj. Langzaam maar zeker worden de moslims door het beleid van Modi weggeschreven, steden krijgen een andere naam, er worden nieuwe tempeltjes gebouwd, bij voorkeur op een plaats waar een moskee staat. (die dan wordt afgebroken en op een andere plaats weer moet worden opgebouwd). Moslims (en ook Christenen) worden steeds meer als tweederangs burgers behandeld.

Vishnu leidt het karnen van de oceaan van melk. (Reliรซf in Angkor Watt)

Het karnen van de oceaan van melk

Volgens de legende karnden de goden  met behulp van een slang de oceaan van melk, hieruit steeg een kruik (kumbh) op, gevuld met nectar die hen onsterfelijk maakte.

De Kumbh Mela (het festival van de kruik)

Toen Vishnu de kruik naar de hemel droeg  vielen er 4 druppels nectar op de aarde: op  Prayagraj, Haridwar, Ujjain en Nashik. Dit zijn nu  4 heilige plaatsen waar het festival in een cyclus gebaseerd op de stand van de sterren wordt gehouden.

Bij de opening van het festival rijden de leiders van de verschillende saddhu en yogi sekten op praalwagens door de stad naar de Sangam, de heilige plaats waar de rivieren samen stromen.

Aan het begin van de stoet vindt een ritueel met as plaats. (Over as later meer).

Op een kameel.
De โ€˜chiefโ€™ is het kleine donkere gezichtje.

Ik ben hier 4 dagen, morgen weer verder.

Bengaluru (vervolg)

Zoals met mezelf afgesproken heb ik vandaag de stad met een tuktuk bekeken.  Het was weer verschrikkelijk druk. Een soort Indiase extinction rebellion voert actie tegen de verkeersdrukte. Gewapend met borden met stichtelijke teksten staan ze bij de  kruispunten midden op de weg. 

Actie!

Ik ben maar meteen naar het belangrijkste gegaan: Lalbagh, de oudste botanische tuin van India. Deze tuin is enorm groot en wat een enorme klus is het deze te onderhouden. Temeer daar de inkomsten van de bezoekers niet echt zullen  bijdragen in het bestrijden van de onkosten: ik moest 50 rupees toegang betalen, (ongeveer 50 cent).

Het snoeien van een palmboom.

Dit is duidelijk een voorbeeld van sisyphuswerk.

Maar de cosmea bloeit prachtig.
The Glasshouse.

Het mooiste (en mijn doel) is de kas. Hij  onderging helaas groot onderhoud en het was verboden te fotograferen, dus moest ik snel wat foto’s maken.

Wat zal  het mooi zijn als deze vol met planten staat.

Gebouwd in 1889, ter ere van het bezoek van Prins Albert Victor. Na de onafhankelijkheid waarschijnlijk in verval geraakt, want hij is in 2004 gerestaureerd.

The cotton (?) Tree.

Gisteren, bij het parlementsgebouw miste ik een beeld van Gandhi. Gelukkig wees de tuk-chauffeur me erop. Het beeld staat naast het gebouw.

Gandhi.

Daarna wilde ik graag het museum voor moderne kunst bekijken, dat was helaas dicht. Hierop bracht chauffeur me naar een afgrijselijk ‘kasteel’. Om deze teleurstellingen te verwerken stelde hij vervolgens  ‘shopping’ voor. Ook dat nog. Maar ja, hij krijgt provisie, dus ik liet me toch weer overhalen. De Kasjmiri hebben zich (met kun koopwaar) sinds de onlusten in Kasjmir over heel India verspreid, je kunt nu overal  papier machรฉ doosjes kopen. Allen  ‘real Bengaluru’ (hier dan). Het blijft een vreemd rollenspel: ik wordt naar een winkel vol met tr.. gebracht, wordt bij binnenkomst in 1 seconde getaxeerd ( wat zou ze willen kopen?  hoeveel wil ze besteden?)  ik loop  geรฏnteresseerd (maar niet te) rond, en probeer zonder gezichtsverlies voor alle partijen (en zonder iets gekocht te hebben) het pand te verlaten. Heb in de 2e winkel toch  weer iets gekocht (een dunne broek voor onder de jurken) en liet daar van schrik in het pashokje  de hoed liggen. Maar die heeft de chauffeur gelukkig voor me opgehaald.

Ik vind Bengaluru een mooie stad maar werd gek van het verkeer. Zo verschrikkelijk druk en zoveel lawaai. En wat een luchtvervuiling. Ik probeerde ditย  met de chauffeur (die de hele dag in de uitlaatgassen zit)ย  te bespreken, maar dat was een woorden- en begrippenschat te ver. En het is zijn bestaan. Twee wereldbeelden dus.

Op de terugweg werd nog steeds actie gevoerd. Ik ben bang dat het niets oplevert.

Bengalure

Woensdag 8 januari

Eerste blik op Bengalure.

Zo reed de trein Bengalure binnen; en dat is wat je bij het binnen rijden bij elke grote stad in India ziet: dicht opeen gepakte krottenwijken.

Na mijn bagage bij het hotel te hebben afgegeven heb ik een wandeling door de stad gemaakt. Dat is iets wat ik overal wil doen en de Indiase steden zijn daar dus niet geschikt voor: te stoffig, veel te veel verkeer en vaak is er tussen twee bezienswaardigheden niet veel te zien. Bengalure is anders: er zijn stoepen en die zijn schoon, er staan veel mooie, verzorgde gebouwen langs de straten, er zijn geen koeien (in ieder geval niet in het centrum),  maar….het verkeer is vreselijk. Alle straten zijn eenrichtingsverkeer geworden en daar staat en rijdt het 4 baans dik. Doodeng om hier over te steken. Maar ik heb het vanmiddag gehaald! En morgen laat ik me de hele dag in een tuktukje vervoeren.

Het doel (je moet een doel hebben, maar zoals altijd is de weg ernaar toe leuker), was de Vidhana Soudha, het  regeringsgebouw. Dat leek me te voet haalbaar.

Al vrij snel liep ik door het Chubbonpark, een enorm groot park.  Waarschijnlijk door de Engelsen aangelegd want er staat ook nog een standbeeld van Edward de Vll. 

In het Chubbon park.
Vidhana Soudha.
De eerste president: Nehru.
Heerlijk, deze jurk bij deze temperatuur.

Tegenover het Vidhana Soudha is het gerechtsgebouw, ook in mooie Anglo-Indiase stijl. Ik kreeg het niet goed op de foto.

Klaar voor vandaag?

Silicon valley. Bengalure is de computer tech stad van India en is een rijke stad.

Een ‘gezichtsstudio’

Om de hoek van het hotel begint een Islamitische wijk.

Een beeldig moskeetje, zomaar om de hoek vandaag.

Het is een open deur, maar wat zijn de verschillen in dit land toch enorm groot. De trein reed van Combatoire door het oude landelijke India met rijstvelden, herders met kudden geiten of schapen, tempeltjes enย  koeien, een landschap zoals het al eeuwen bestaat.

In de trein draagt mijn buurman een apple-watch dat hem een seintje geeft als hij zijn medicijnen moet innemen.

En dan nu weer deze stad, modern, vitaal. En ook weer zo verschillend van bv Bombay of Calcutta.

Morgen verder….in een tuktuk.

Treinen….

Zondag 5 januari vertrok mijn trein vanuit Metupalayam naar Ooty.

Ik wilde eigelijk alleen maar naar Ooty  vanwege de treinreis ernaar toe en de busrit weer terug naar ‘the burning plane’.

Het treintje doet ruim 4 uur over de 45 km en het spoor gaat over 250 bruggen, door 16 tunnels en maakt 108 bochten.

Blue mountain express

Om de trein naar de 2200 m hoogte van Ooty te kunnen laten  klimmen is de rails  versterkt met een tandrad.  Het is  het steilste spoor in Aziรซ.

De trein wordt door deze locomotief getrokken en door een stoomlocomotief geduwd.
Controle.

Hier wordt mijn kaartje, in Nederland op de laptop  geboekt en thuis geprint, vergeleken met de passagierslijst op de ipad.

Het wordt koud daar in Ooty.

De uitzichten waren onderweg prachtig. De trein stopte  bij oude haltes, waar nu thee werd verkocht.

Prachtige oude bruggen.

Ook waren er weer veel aapjes. Dan moest het raampje dicht (Dit gaf veel gedoe in onze coupe). Halverwege veranderde het landschap en kwamen er theeplantages inzicht.

‘Groenlicht’

Op elk station in India krijgt de machinist zo toestemming om verder te gaan. (Ik heb het wuiven van de rode vlag nog nooit meegemaakt).

Ooty is een zgn ‘hillstation’, een plaats waar de Engelsen in de zomer naar toe trokken om de hitte van de vlakte  te ontlopen. Er herinnert nog weinig aan de Engelse overheersing. Alleen kerken, katholieke kerken, ik telde er wel 6. Ik vermoed dat deze kerken na de onafhankelijkheid katholiek zijn geworden.

Herdenkings plaquette

En er isย  een botanische tuin. Deze was leuk om doorheen te lopen, maar is behalve de twee Victoriaanse kassen, niet spectaculair.

Het ‘varenhuis’.

Geraniums.

Het was heerlijk ‘koel’ in Ooty. Zodra de zon scheen werd het lekker warm (zo rond de 24 graden), als hij op het einde van de dag verdween werd het direct koud. Ik sliep met twee dekens.

Terug was de busrit niet minder spectaculair, in 1,30 uur ‘zakte’ de busย  2200 meterย  bergafwaarts over een weg met 15 haarspeldbochten. Diep beneden lag ‘the burning plane’. We passeerden weer de aapjes en er stond regelmatig een bord met de waarschuwing ‘elephant crossing zone’. Sjouwen die beesten ook de berg op en af?ย 

De heuvels houden abrupt op en daar beneden maakte de bus een eet- en drinkstop (toilet is hier ook mogelijk, maar niet aan te raden). Bij het restaurantje hing een bord ‘Room available, daily and monthly’. Ik vraag me af wie hier een maand zou gaan zitten.

7 januari (nog steeds zonder ‘januarigevoel’)  ben ik verder gereisd naar Comboitore, een enorm drukke, lawaaierige stad. Ik heb er weinig van gezien.

Verkiezingstijd

8 januari

7 uur ’s ochtends

Want hier vertrok de trein naar Bengalure.

De ‘vandebharat’ express

De trein vertrok precies op tijd, ik heb inmiddels al een flesje water en de Times of India gekregen,  ( de vegetarische lunch heb ik thuis ook al besteld). Op naar Bengalure!

Een andere bubbel.

De ashram was weer een geheel andere bubbel. Ja, ze bestaan nog, de jongeren die voor zo weinig mogelijk geld maanden door India reizen, op zoek naar wat? Er waren Israรซliรซrs in de ashram (ze hielden zich afzijdig), mensen uit Libanon, op de vlucht voor het geweld, twee vrouwen uit Iran (volleerde yoga docenten), hele gezinnen uit India, en ook mensen die alleen maar voor de yoga kwamen, zoals een keurige engelse dame en een rijke Maleisiรซr (die  bijna alle beroemde bergen had beklommen).


Yoga lessen.

En waarom kwam ik? Ik kwam voor de yoga en de sfeer. Ver weg van het lawaai van India toch heel erg in India. Op een rustige plek, de hele dag in een ‘yoga-sfeer’. Het geheel staat onder leiding van een indiase man die de dag opent en sluit en ’s middags een lezing geeft.  Van 8 tot 10 en van half 4 tot half 6 kregen we les. Er waren lessen voor  gevorderden en voor beginners. Ik heb me bij de beginners gevoegd en zal dat altijd blijven. Voor zover ik het kan beoordelen werd er uitstekend lesgegeven. (En daar waren we het allemaal over eens). En o wonder, ik heb helemaal geen spierpijn gehad.

Het deed me goed deze oefeningen, maar een hindu zal ik niet worden. Ik blijf het van de buitenkant zien.

De aapjes..

De ashram werd ook bevolkt door een grote groep aapjes, die vooral achter het eten aan zaten. Er was speciaal een man aangesteld die de hele dag de aapjes wegjoeg (naar 20 meter verderop). Het kwam voor dat, terwijl je geconcentreerd bezig was een bepaalde houding op te bouwen er opeens een heel gezin apen door de hal liep.

Kali

De god van de ashram is Kali, Kali  heeft veel betekenissen,  ze staat o.a. symbool voor energie, kracht, (dat kon ik goed gebruiken) macht en materie. Iedere dag om 5 uur is er een kleine dienst, dan  gaan de deuren open en worden de ghee-lampjes aangestoken. 

Vrijdag is facultatief vrij. Ik heb alleen de ochtendles gevolgd en ben toen met de Iraanse vrouwen naar Madurai geweest, toch maar weer even rond de grote tempel gelopen, geld opgenomen, een indiaas simkaartje laten installeren (โ‚ฌ5 voor 30 dagen wifi), fruit gekocht enz.  

De grote torens van de tempel staan in de steigers.

Soms lijkt het alsof er niets veranderd, 30 jaar geleden werd er ook in dit soort steigers gewerkt.

Ik ben (terwijl ik dit typ) alweer een heel stuk verder. Ik ben nu in Mettupalayam. Ik ben even op het station wezen kijken, waar ik morgen op de trein stap.

Eethuisje onderweg.
In het restaurant.
Het eten wordt op palmbladeren geserveerd.

Uit de ashram en weer helemaal terug in het lawaai. Het is echt nooit stil.

Maar……

De dansende Shiva.

‘Achter al het lawaai van India is stilte. Die diepe, durende stilte. Shiva danst erin. Vishnu slaapt erin. Zelfs de muziek is stilte. Het is de enige muziek die ik ken, die klinkt alsof hij zich ervan bewust is de stilte te breken en er weer in terug te keren als het afgelopen is, als om te bewijzen dat ieder door de mens gemaakt geluid een illusie is’.

Veranderingen, telkens weer.

De dag van gisteren 29 december, begon in Delhousie, zoals de Srilankanen zeggen, een slaperig dorpje tussen de thee plantages. Delhousie bestaat hoofdzakelijk uit eenvoudige hotelletjes en eethuisjes, allen gericht op de pelgrims die de tocht naar de voetafdruk van de Boeddha (en van nog zoveel meer) willen maken. 5 maanden bruist het dorpje, 7 maanden is het in rust.

De groenteboer

Iedere ochtend rijdt de groenteboer (de man met de muts) door het dorpje om zijn waar te verkopen. Om te waarschuwen dat hij eraan komt tingelt Clair de la Lune. Even later pingelt er een wals van Chopin door de straat,  dat is  de bakker.

De dienstregeling

Alleen in het pelgrimseizoen rijden de bussen af en aan. (Maar dan rijden er ook heel veel) ik nam de bus van 10 uur richting Hatton.

Tot Kandy reed de trein weer door dat prachtige heuvellandschap, na Kandy verdwenen de heuvels en kwam daar jungle voor in de plaats.

Colombo was een schok, met een luidruchtige klap belandde ik in het moderne Sri Lanka. Het was hier nog steeds Kerstmis. Het hele centrum was veranderd in een soort muziekfestival. Op het strand stond een groot podium met daverende muziek.  De wegen zaten verstopt en het was moeilijk een tuktuk te krijgen want er was geen doorkomen aan.

Ik het hotel aangekomen ben ik als een blok in slaap gevallen.

Ook Sri Lanka.

En nu, maandag 30 december landde het vliegtuigย  om 14.40 in Madurai, India. Daar begon het te regenen: ‘a little cycloon’ zei de taxichauffeur.

Het werd al snel weer droog en verder was er  niets van de cycloon te merken.  Tegen de avond kon ik me niet bedwingen en ben toch even met een tuktuk naar de Meenakshi tempel geweest.

Dames uit Radjastan (zeiden ze)

In de rij om naar binnen te gaan.
1 van de 4 toegangspoorten.

Het is nu inmiddels dinsdag 31 december. Straks vertrek ik naar de Sivananda yoga vedanta Meenakshi Ashram en daar blijf ik tot zaterdag. Daar is weinig internet dus bij deze:

Een stralend 2025!

There is a crack in everything

Ring the bell

Uitzicht vanaf mijn balkon: Sri Pada (Adams Peak)

De berg in de verte is de Sri Pada, (heilige voetafdruk). Hij is 2243 meter hoog en om de top te bereiken moet je 7 km klimmen  via ongeveer 5500 traptreden. De berg is heilig omdat de Boeddha, op weg naar de verlichting, hier een voetafdruk achterliet. En deze voetafdruk is populair, Moslims claimen dat dit een voetafdruk van Adam is (die hier zijn voet neerzette nadat hij uit het paradijs verbannen was), de Hindoes claimen dat de voetafdruk van Shiva is en de Portugezen voegden hier als voeteigenaar Sint Thomas bij. Anno nu neemt niemand dit allemaal nog serieus, de tocht omhoog is een Boeddhistische pelgrimstocht, die elke Srilankaan eens in het leven gemaakt moet hebben.

Nu in december is het pelgrimsseizoen  begonnen. Men onderneemt de tocht bij voorkeur ’s nachts om op de top de zon te zien opkomen. Omdat het verschrikkelijk druk is, besluit ik overdag naar de top te gaan.

Ik liep eerst langs allemaal kraampjes met de gebruikelijke prullaria. Ook zijn er grote hallen met voetmassage apparaten.

De Japanse vredespagode.

Japan heeft bij alle plaatsen waar de Boeddha geboren, geweest of gestorven zou zijn een vredespagode gebouwd.

Deze monnik coรถrdineert de muziek.

Langs het pad naar boven zijn regelmatig thee-stalletjes, uitrust hallen en hangen er luidsprekers, waar Boeddhistische, opbeurende muziek uitkomt. (Op de heenweg klonk er niets en was bovenstaande monnik met de techniek in de weer).

Het zou koud zijn op de top, dus mutsen op!

Ik sleepte dus mijn fleece en regenjack mee. Dit was niet echt nodig. Door het subtropische klimaat was niet alleen de temperatuur maar ook de luchtvochtigheidsgraad hoog, na een kwartier was ik drijfnat van het zweten.

Het pad is met vlaggetjes gemarkeerd.

Door de hoge vochtigheidsgraad was het klimmen dodelijk vermoeiend. Ik ‘mocht’ stoppen na 100 treden, of bij een thee stalletje, of als het pad sporadisch plat was.

Alles moet omhoog gedragen worden.

Op alles voorbereid, je weet maar nooit.
Heel in de verte de pagode met rechts het plaatsje Dalhousie (met mijn hotel).

Bij deze Tibetaanse gebedsvlaggetjes hoorde ik voor het eerst de bel, boven op de top. Dit gaf moed!

De drager Nicolas heeft zijn doel bereikt.

Bij een glaasje thee raakten we  in gesprek. Hij is 38 jaar en doet dit werk alleen in het pelgrimseisoen. Daarbuiten is hij kok in Colombo. In deze zak zaten flesjes water en frisdrank, totaal 45 kg. Met dit sjouwwerk (alle dragers hebben de vracht op hun hoofd) verdient hij 3400 rupees (ongeveer โ‚ฌ11) per dag. Ja, en daar zat ik dus met mijn kopje thee en wat zeg je dan?

De top, hier binnen is de voetafdruk.

Ik heb 4 uur over deze 7 km en 5500 treden gedaan. Waarschijnlijk speelde ook de hoogte een rol, twee Srilankaanse vrouwen moesten onderweg overgeven.

Boven aangekomen markeren de klokken van de eerste foto boven de toegang naar het heilige terrein en  moesten eerst de schoenen uit (gelukkig niet beneden al) en kon ik het terrein rond de pagode op. Blij dat ik had doorgezet. Rond de pagode was het vol met mensen. Er heerste een mooie, ontspannen sfeer.

Er is hier boven ook een politiepost. De voetafdruk en de pagode worden  door gewapende politieagenten bewaakt.

Nadat ik de grote bel een keer heb laten klinken ben ik mee naar binnen gegaan, naar de daadwerkelijke plek van de voetafdruk. Ik kreeg direct bloemen om te offeren. De hele ruimte, inclusief de plaquette van een enorme voetafdruk (op de ‘echte’ voetafdruk?) en een Boeddhabeeld is van goud.

Moderne (?) pelgrim.

Naar beneden ging een stuk gemakkelijker. Mijn knieรซn hielden het!

In bad.

Het pad kruiste meerdere keren een waterval, daar werd dankbaar gebruik van gemaakt.

Snoepgoed?

Beneden kwam ik weer in het laatste gedeelte van het pad  vol met kraampjes. Dit ziet er zoet uit. Er zit echter nauwelijks smaak aan.

Ik dacht daarna bij de ‘foot massage’ mijn arme voeten eens lekker te laten verwennen. Echter, mijn kuiten werden in het apparaat ‘vastgezet’ en na een druk op de knop ging het apparaat aan het werk; afwisselend werden de kuitenย  gedurende 10 sec. bijna platgedruk en daarna mochten ze 5 seconden in natuurlijke stand.ย  Nou ja, misschien helpt dit ook tegen de ontluikende spataderen. En dat voor 100 rupees (30 cent).

Met deze tocht neem ik op een mooie manier afscheid van Sri Lanka. Morgenochtend eerst 1,5 uur met de bus naar Hatton en daar stap ik op de trein om via Kandy in 6 uur naar Colombo te reizen. Van daar vlieg ik de daarop volgende dag naar India.