Ella

Het guesthouse in Ella.

Ella is een ‘touristhub’; van voornamelijk bubbels jonge mensen, backpackers die langs plaatsen zoals Siem Riep, Saigon, Kathmandu reizen. Geen idee wat ze van de omgeving zien, of ze er iets van zien. Ze lopen allen met zo min mogelijk kleren (in dit land waar iedereen alles van het lichaam bedekt) heen en weer door de hoofdstraat, waar ze hamburgers of rotti’s met honing eten en cocktails drinken.

Ik slaap in een heerlijk guesthouse boven op een heuvel, ver weg van alle lawaai. Gisteren kreeg ik een lift naar beneden van een gids die engels strak, dus kon ik wat vragen. De grootste groep toeristen komt uit India, gevolgd door Rusland. Ik dacht al veel Russisch te  horen en hoop dat al die verschillende jonge mensen kontakt met elkaar hebben. (Ijdele hoop, alles blijft in de eigen bubbel).

De toeristenmarkt  richtte zich snel op Russen. 

Het is wrang op het journaal weer die verschrikkelijke beelden uit de Oekraïne te zien en vlak daarna langs een groep Russen te lopen. Ik denk dat dat mijn grootste culturele shock is.

Gisteren, 25 december heb ik een wandeling door de ‘jungle’ gemaakt.

Met weer onbekende planten en bomen.

Een ontmoeting…..ik dacht dat er een hond aankwam, wilde al een steen oppakken om deze naast hem te gooien, bleek het een enorm grote mannetjesaap te zijn, die doodgemoederd op zijn 4 poten  naar me toe kuierde. Wat te doen? Geen idee… gelukkig besloot hij op 3 meter afstand de bosjes in te gaan. (Dus kan ik dit bericht nog afmaken).

Vandaag, 26 december bezocht ik een thee fabriek.

Thee plantage.

Het mooiste groen is rijstvelden-groen, maar thee-groen volgt  snel op de 2e plaats.

‘Once I had a farm in Africa’.

(Ik blijf aan het nuanceren): Het moet gezegd worden, ik dacht hier vaak aan Out of Africa, de film over de grote liefde van Karin Blixen voor Afrika.  Het systeem deugde niet,  maar de mensen van de kolonie  waren niet allemaal ‘fout’. Er waren er ook die van het land en de mensen hielden. 

Arbeidster in de thee fabriek.

We kregen een uitgebreide rondleiding waarin alle handelingen aan bod kwamen.

Hier wordt al het werk door vrouwen gedaan, de man die erbij staat is de opzichter. Zo gaat dat -ook- hier.

Klaar voor vertrek naar Colombo.

In Colombo is de grote thee-beurs waar de goede thee o.a. naar Nederland (bv naar  Simon Levelt, ja….) wordt verscheept, voor de Srilankanen blijft  de thee van mindere kwaliteit.

En wat at ik hier vandaag in dit backpackersparadijs?

‘Do as the Romans’ en dat dan letterlijk. Ik at een pizza, met zongedroogde tomaatjes, verse kruiden en tonijn met wasabisaus. Zoals ik al zei, een paradijsje, even ook voor mij. 

Tegen de avond toverde de zon  weer een prachtige lucht.

En morgen weer verder op reis.

Nog even dit

Ik zit op het station en wacht op de trein. Het is nog 2 uur wachten, (als de trein niet te laat is), en zo heb ik mooi de kans mijn vorige bericht aan te vullen, te verduidelijken.

Ik ging een beetje kort door de bocht met mijn zin ‘ dat de Indiërs voor Engelsman spelen’. Er had wat meer duiding bij gemoeten.

De kolonisator kon (kan) op veel, verschillende manieren  zijn greep op het land verstevigen;  gewelddadig, economisch, emotioneel, cultureel, godsdienstig, noem het maar op, ik denk dat de Engelsen in India, alles toepasten. En altijd is de lokale bevolking het slachtoffer.

In dat altijd weer prachtige boek ‘De Parel in de Kroon’ over de laatste jaren van de Britse overheersing van India wordt de verhouding Engeland – Indiërs (die zo gelaagd, zo gecompliceerd was)  als volgt beschreven.  Het gaat hier om een jonge Indiase zoon van een vooraanstaand congreslid die is overgelopen naar het Japanse leger (dat de vijand van Engeland is) en dat vecht in Birma. Hij is gevangen genomen en zit in de gevangenis ergens in India. Zijn engelse oud-officier (net kapot teruggekeerd uit een krijgsgevangenenkamp in Duitsland) kan dit overlopen niet begrijpen. ‘I am your father and your mother’. Dat was het motto en 1 van de manieren om de bevolking afhankelijk te maken en te houden.  En dan ga je je -denk ik-  identificeren, en daar komt ‘naspelen’ van.

En zo kwam de trein op tijd! Ik reis weer verder.

Ik ben nu in Ella, het is hier inmiddels kwart over 6 en de avond is gevallen. Ik zit heerlijk op een klein terrasje bij mijn kamer en het enige dat ik hoor is de waterval verderop.

Morgen weer verder.

Nuwara Eliya

Na de onafhankelijkheid is men hier in dezelfde Engelse bouw- en ontspanningsstijl doorgegaan. De hotels lijken Victoriaans en hebben Engelse namen. Er is een golfbaan, een  racebaan (waar nu koeien grazen) en er zijn paarden waarop je stapvoets een ritje kunt maken. (Ik zag wel opeens een ruiter in draf over de weg gaan, maar dat is dacht ik niet de bedoeling) en er is een verschrikkelijk duur hotel waar je high tea op the lawn kunt drinken. Nuwara Eliya is een soort namaak Engels plaatsje geworden. (Behalve het Victoriapark zag ik geen overblijfselen uit de koloniale tijd). En soms lijkt het alsof de Indiase toeristen hier ‘voor Engelsman spelen’.

In mijn hotel.

Het postkantoor.

En wat er nieuw is gebouwd is de  gebruikelijke chaos.

Onder het oog van een Boeddhabeeld het busstation.

In Nuwara Eliya is volgens de gids niets ‘bijzonders’ te zien. Dat gaf dus mooi de gelegenheid om hier zomaar wat rond te wandelen, en maar zien wat en of er iets bijzonders…. op mijn pad komt. (Want ja, wat is ‘bijzonder’?)

Tamil vrouw.

Ze is warm aangekleed, want ze vindt de 22 graden hier koud!

Nuwara Eliya is grotendeels op rijke toeristen uit India ingericht. Die dan ook weer precies hetzelfde doen als wat ze  in de hillstations in India doen. (Maar ja, ook hen is niets menselijks vreemd, dat doen wij ook vaak he? Overal hetzelfde doen). Er is (voor zover ik dat kan zien)  geen kontakt tussen de arme Tamils die op de thee plantages werken en de Indiase toeristen.

Overigens, de relatie tussen Sri Lanka en India is gecompliceerd. De Tamil Tigers kregen financiële steun uit Tamil Nadu (in het zuiden van India)  en ze werden er getraind.

Spelevaren op het meer.
IJsverkoper, voor de foto zette hij zijn petje recht.

Ik ben zomaar een stuk de weg af gelopen. En stuitte op dit beeldige Hindoe tempeltje. Het is gewijd aan de god Ram, die volgens de legende gered werd door Hanuman, een god in de vorm van een aap.

Er zijn dus heel veel aapjes in en op dit tempeltje.

Aapje op de staf van Sita, de vrouw van Ram.

Thee plantage.
Kas met aardbeien.

Daar heb ik natuurlijk direct een doosje van gekocht en ook meteen opgegeten. En ik moest even aan mijn jonge aardbeienplantjes denken, overleven zij de winter?

Op deze hoogte is het klimaat subtropisch. Overal zie je bewerkte stukjes land, prei is hier de grote favoriet. De groentes worden direct in stalletjes langs de weg verkocht. En ook die zalige aardbeien.

In een plantenwinkel.

Maar de mensen zijn natuurlijk het allermooist.

Als die ogen konden spreken….

Ballonnenverkoper.

En zij liep met een enorme bos prei.

De restaurants zijn hier hoofdzakelijk Indiaas of van alles wat. En ik heb nog nergens iets met prei op de kaart zien staan. Die lekkere groentes? Die eten ze zelf op. Groot gelijk.

Het heuvelland

Gisteren, 22 december ben ik met de trein van Kandy naar Nuwara Eliya gereisd. De afstand bedraagt 76 km, de trein doet daar 4 uur over. Deze reis is schitterend. De trein ‘vecht’ zich hortend en stotend omhoog de heuvel op  en staat regelmatig stil om te wachten op een tegenligger die over het enkelspoor uit de tunnel komt.

Het eerste gedeelte gaat door laag oerwoud.

De trein Klimt hoger en hoger.

De eerste thee plantages.

Alleen al voor deze treinreis zou je dus naar Nuwara Eliya gaan.

Het plaatsje ligt op 1868 meter hoog en is daarmee de hoogste ‘stad’ in Sri Lanka. Nuwara Eliya is een Britse uitvinding. Zowel in India als in Sri Lanka bouwden ze de zgn ‘hillstations’,  hoog  in de heuvels en daarmee koel, zodat ze  de hitte van de zomer konden ontvluchten.  

Uit het leven van een relikwie.

Kandy is nu de 2e stad van Sri Lanka en is het thuis van de ‘Tempel met de tand’. Lang nadat de rest van het land voor respectievelijk eerst de Portugezen en daarna de Hollanders viel bleef de stad soeverein. De Britten namen de stad in 1815 over (Na een interne opstand tegen de excessen -ook toen al- van de laatste koning).  Na 2 jaar rebelleerde de stad. Deze opstand spreidde zich over het hele zuidelijke heuvelland uit en om hun bezettings troepen gemakkelijk en snel te kunnen verplaatsen  moesten de Engelsen een goede infrastructuur aanleggen.

Maar nu de Tand.

Volgens de legende werden er na de crematie van de Boeddha in Kushinagar verschillende delen gered, waaronder een tand. Toen het boeddhisme in India aan macht inboette werd de tand naar Sri Lanka (in het haar van een prinses uit Orissa) gesmokkeld. Daar werd hij eerst in Anuradhapura en vervolgens in Polunaruwa in een ‘Tempel van de Tand’ bewaard en na nog wat plaatsen kwam hij in 1592 in Kandy aan. Een Portugees verklaarde hem al in 1597 voor een tand van een buffel en nam hem  mee naar Goa, om hem daar te verbrijzelen en in de oceaan uit te strooien. (Dit was waarschijnlijk een missionaris, ‘al dat bijgeloof’). Maar zie: de tand verrees uit het water en werd weer snel naar Kandy teruggebracht. Daar verklaarde ene Bella S Woolf hem in 1914 voor onecht. ‘Een stuk verkleurd ivoor van tenminste 3 inches – dit kan geen menselijke tand zijn’. Nu was voor de Senegalezen de maat vol. De Tand werd opgeborgen en alleen nog maar bij heel speciale gelegenheden getoond. Nog 1 keer werd de Tand aangevallen, in 1998 reed een vrachtauto vol met explosieven het terrein op en verwoestte de ingang van de tempel (door, daar zijn ze weer: de Tamil Tijgers), maar de Tand bleef als door een wonder gespaard.

De tempel.
Lakshmi (?)

Volgens twee gidsen (boeken) is dit de hindoegod Lakshmi. Ik heb er naar lopen zoeken. De gidsen aan wie ik het vroeg reageerden boos ‘een hindoegod in onze tempel!’

Veel olifantentanden bij de ingang naar het allerheiligste.
Bewakende god.
Hekwerk.
En -natuurlijk- veel lotussen om te offeren.

Relikwieën, de verhalen zijn van overal en van alle tijden. Wonderen, je moet erin geloven.

Peradeniya, de  botanische tuin bij Kandy

Deze tuin hoort tot de mooiste en grootste tuinen van Azië. Ooit begonnen in de 18e eeuw als park voor de koning en zijn hofhouding, maakten de Britten er in 1821 een botanische tuin van.

Ik heb er de hele ochtend in rondgewandeld. Ik ‘mocht’ van mezelf 11 foto’s hier laten zien, dus een kleine selectie.

In het bamboe bos.

De Javaanse vijgenboom.

Er zijn diverse avenues met verschillende palmbomen:

Palmyra palmen avenue.

In het plantenhuis.

In het orchideeën ‘huis’ staan honderden orchideeën.

Moeder natuur, oud en zo krachtig.

Alweer verder

Gisteren, 19 december ben ik doorgereisd naar Polunaruwa. Dit is het tweede koninkrijk (Na Anuradhapura) uit de oude geschiedenis. Terwijl Anuradhapura weer het  spirituele hart van het land is geworden ( de oude Boeddhabeelden zijn in de musea gezet en er zijn niet echt inspirerende beelden voor in de plaats geplaatst), is de oude stad van  Poluranuwa grotendeels zich zelf gebleven. (Maar ook hier zijn de meeste beelden weggehaald).

Het terras van de tand.

Voor de trap weer een maansteen, geflankeerd door twee tempelwachters. De trap is gedecoreerd met o.a. leeuwen en dwergen.

Een dwerg.

Polunaruwa werd in de 12e eeuw gesticht door het Chola volk uit zd India. De stad werd -kort- 1 van de grote centra van Zd Azië (en ging ten onder o.m. door de corruptie van de heersers).

De stad lag daarna 7 eeuwen verborgen in de jungle.

Ook de traptreden zijn rijkelijk versierd.
Stupa. (Ze blijven imponerend)

En hieronder de Gal Vihara. Het pronkstuk van Polunaruwa. 4 enorme beelden van de Boeddha uitgehakt in de rotsen.

Met een ontsierende beveiliging.

Het geheel was ooit een wand in een klooster.

De liggende Boeddha 14 meter lang.

Ik heb Poluranuwa weer heerlijk op de fiets verkend. En die laatste zonnestralen op de resten van de oude stad…..ik vind ze prachtig.

Dus 2 foto’s waard.

Vandaag, 20 december ben ik doorgereisd naar Kandy.

In de verte: de tempel van de tand.

Over die tand een andere keer meer. Het zou 3 uur moeten zijn van Polunaruwa naar Kandy, door allerlei files werden het er 4. Regelmatig kwamen er verkopers in de bus, pinda’s, maïskolven, en allerlei (onduidelijk) hartigs. Ook deze man die vol enthousiasme iets aanprees. Was het (een) God? Hij had wel iets van een zendeling. Halverwege haalde hij een klein potje tevoorschijn. Lustopwekkends? Iedereen wilde wel een potje kopen.

Het was tandpasta.

In Kandy aangekomen snel naar het guesthouse en na een heerlijke douche (wat ga je water toch waarderen) heb ik een wandeling rond het meer gemaakt.

En kwam daar van alles tegen.
Achter de slang zit ook nog een arm aangekleed aapje.

Ik vind Kandy typisch een plaats voor een mooie en nieuwe jurk.

En tot slot een cheesedosa met een zoute lassi.

Tricomalee, de droom van je vader

Mijn vader werd als soldaat uitgezonden naar Indonesië. Hij ging er met een enorm schip naar toe, daar heb ik nog foto’s van. Op 1 van die foto’s hangt hij, een heel jonge man over de reling en het onderschrift meldt: ‘Land in zicht, Tricomalee!’

Hij sprak nauwelijks over die tijd, maar soms wel over Tricomalee, ‘Dat was zo’n andere wereld Marga, voor het eerst zag ik de tropen’.

Het moet voor hem, na de crisistijd, na de 2e Wereldoorlog, na de werkkampen in Duitsland en na een luchtmacht opleiding in Engeland (waar die andere, een mooie wereld voor het eerst voor hem open ging) een onvergetelijk zicht zijn geweest, Tricomalee.

Die klank heeft voor mij ook altijd iets onvergetelijks betekent.

Hij bleef zijn hele leven reizen, maar alleen nog maar in Europa (en veel naar Engeland). Ik ben ‘reizend opgevoed’,  met de nachttrein naar Joegoslavië en opblijven tot Keulen, dan zag je de Dom nog, vlak naast het station.

Dat verklaart misschien een deel(tje) van mijn reislust.

En wat ik mijn hele leven zeker wist: ik wil naar Tricomalee!

En nu ben ik er! En hier dwalend door de straatjes, langs de oceaan, weer naar de zoveelste tempel, denk ik weer even aan die magere, jonge man die hier voor het eerst de tropen zag.

De binnenzee.

Het is heiig en de haven die verderop ligt is niet te zien.

De vissers zijn voor vandaag klaar.
Verse vis.

Dwalend door de stad.

Kleine straatjes nog met open riool.
Langs de kant. Een tempeltje is om een boom gebouwd.

En ja, al in de 17e eeuw hadden de Nederlanders hier ook een nederzetting: huizen, een fort en een kerk (die is verdwenen).

Oude Hollandse huizen.
Langs de Dykestraat.
Op weg naar de zee tempel.

Het fort is er nog steeds en ook in gebruik. Daar zetelt nu het Sri Lankaanse leger (in Tricomalee zeer prominent aanwezig). Op weg naar de tempel aan de zee loop je door het fort, langs de soldaten.

De Thirukomeshwaram tempel is erg groot en op de muren zijn hoofdstukken uit de Mahabarata uitgebeeld. Het toegangsbeleid is streng, twee mannen met een korte broek worden bars weggestuurd. Er staat een bord met een pijl naar de plaats waar het haar kan worden afgeknipt om te offeren. Ik ben een stukje die kant opgegaan, maar er was niets te zien.

Weer iets nieuws, die rekjes. (??)
En hier kun je alles aan Nandi vertellen.

En tot slot….

at ik vandaag bij het Dutch Bank Cafe Sri Lankaanse nasi goreng.

Jaffna en Belfast

Hier in het noorden denk ik veel aan Belfast, een stad die ik in het voorjaar bezocht. Belfast en Jaffna zijn steden, beide met een gewelddadige geschiedenis, een geschiedenis nog zo kort geleden en nog zo aanwezig.

Zowel de IRA als de Tamil Tigers hadden hun oorsprong in achterstelling, de ene religieus bepaald, de andere etnisch/religieus. Beide begonnen met terechte, begrijpelijke redenen en beide ontaardden zo snel in terreur – terreur naar de vijand, terreur naar de eigen organisatie.

Op dit moment draait de serie ‘Say nothing’ (ik heb voor het eerst van mijn leven een (maand) abonnement op disney+ genomen) over twee zussen die carrière maken binnen de IRA. De serie laat de ontwikkeling van de IRA, de willekeur, de hypocrisie, nou ja alles zien. De eerste afleveringen zijn als een romantische b film, maar al snel wordt het verschrikkelijk en echt, zo echt. En alles is gebaseerd op de werkelijkheid, het is echt zo gegaan, zo was het echt realiseerde ik me de hele tijd bij het kijken.

Hoe gaat een stad, een volk om met haar geschiedenis, met zo’n geschiedenis? Je kunt tegenwoordig bij de plaatselijke vvv een folder over rondleidingen door ex IRA gevangenen halen, in het museum in Belfast is een prachtige tentoonstelling over de geschiedenis van de muurschilderingen en er is zelfs een IRA museum (in de flat die een belangrijke rol in de serie speelt).

Nu in het ‘hart’ van het Tamil Tigers gebied is er door mij niets van welke conflicten dan ook te merken. Ik spreek en lees de taal niet, dat kan een reden zijn. Maar ik denk eerder dat de Tamils helemaal verslagen zijn en dat er ‘rust’ heerst (zolang het duurt). De boeddhistische Senegalezen laten duidelijk zien dat ze de baas zijn. Jaffna ligt op een schiereiland, verbonden met het vaste land door een heel smalle strook land: de Olifantenpas. Om die pas is de beslissende ‘veldslag’ gevoerd. Nu staat er aan het begin een verschrikkelijk lelijk herinnerings- overwinningsbeeld: een klomp beton waar de loop van een geweer uitsteekt, en hieruit rijst een lelijke ijzeren Lotus op.

Ik ben nu in Trincomalee, ook een plaats in de burgeroorlog. Hier staat aan het begin van het pad naar de belangrijkste hindoeïstische tempel een spiksplinternieuwe boeddhistische pagode en het hele gebied wordt bevolkt door herten! Iets waar Hindoes dus niet mee hebben. het zijn symbolen, belangrijke symbolen.

Kon ik in Belfast (weliswaar van 1 kant) alles horen en zien over de burgeroorlog, hier niets. Er moet toch een manier van verwerken zijn, verwerken van wat je is aangedaan, wat jezelf hebt gedaan? Er moet toch iets van leren samen wonen te zijn?

Morgen reis ik het Tamil gebied weer uit en kom in het ‘gewone Sri Lanka’, waar je ook niets van die recente geschiedenis merkt.

Ik gavme daar maar weer heerlijk met het boeddhisme van lang geleden bezig houden, met de prachtige beelden en tempels, heerlijk veilig.

Maar het blijft me bezig houden, hoe gaat het nu echt daar achter de deuren van de huizen waar ik langs loop, wat gaat er nu echt om in het hoofd van de tuktuk chauffeur. .

Jaffna

Ik ben gisteren zondag 15 december in Jaffna, hoofdstad van het noordelijke Tamil-land aangekomen.

Aan de ‘grens’.

Het eerste teken dat ik in het Tamil-noorden ben aangekomen is bij het grensplaatsje Vavuniya, daar is een kleine hindoeïstische tempel direct aan het station gebouwd.

De strijd tussen de Tamilminderheid en de Singaleese meerderheid ontstond toen enkele jaren na de onafhankelijkheid de toenmalige regering in reactie op de intellectuele door Engeland opgeleide bovenlaag de Senegalese taal en cultuur wilde promoten. De Tamils (die van de plantages in het zuiden -door Engeland hierheen gebracht- en die in het noorden – die er al eeuwenlang woonden -) voelden zich en werden hiermee achtergesteld. In 1971 werd het boeddhisme de officiële godsdienst en vanaf 1975 ging het van kwaad tot erger. Zowel van pro-Senegalese en pro boeddhistische maatregelen als van gewapende reacties hierop. Het vuur van het nationalisme ontbrandde en is ook nu nog lang niet gedoofd. In principe is er een soort ‘vrede’, maar zoals mijn gids zegt: ‘de weg naar herstel is nog lang en moeilijk’.

En Jaffna is geen rijke stad. Het hele gebied hier, al die jaren achtergesteld, ziet er arm en verwaarloosd uit. In de stad valt de elektra regelmatig uit, de wegen zijn slecht onderhouden en er wordt veel gebedeld. Het Sri Lankaanse leger is duidelijk zichtbaar aanwezig.

Overigens in heel Sri Lanka is het al die jaren niet goed gegaan, uitmondend in een enorme crisis in 2022, gevolgd door een massale opstand tegen de toenmalige president. Hij vluchtte, in september 2024 werden er verkiezingen gehouden en werd Kumara Dissanayka tot president gekozen.

Vandaag, maandag 16 december heb ik een wandeling door Jaffna gemaakt.

Visverkoper.
De Nallur Kandaswamy tempel.

Deze tempel is de trots van Jaffna en hij is prachtig, de hoofdkleur is steenrood, vaak goudkleurig beschilderd. Ik vind het 1 van de mooiste hindoeïstische tempels die ik ooit zag.

De tempel is gewijd aan Skanda, de god van de oorlog.

Even vlug deze foto

Binnen zijn alle zuilen ook goudkleurig. En op allen is een groot plakkaat geplakt: verboden te fotograferen. Dat heb ik dus maar niet gedaan…..zo’n god van de oorlog.

Het fort.
De hond heeft er vandaag duidelijk geen zin in.

Dit is het grootste door de Nederlanders gebouwde fort op Sri Lanka. (Eerlijkheidshalve: de Portugezen hadden hier een kleiner fort, Nederland heeft het uitgebreid). Ergens las ik dat ook dit met behulp van de Nederlandse regering weer gerestaureerd wordt. Daar heb ik niets van gemerkt. Vergeleken met het beeldige plaatsje Galle, ten zuiden van Colombo is het verschil in behandeling, waardering wel heel duidelijk. Galle is een geheel ommuurd fort-plaatsje en beeldschoon. Het zal inmiddels wel een World Heritage status hebben.

De muren van het fort zijn met plaatselijke stenen gebouwd.
Soms met prachtige fossielen.

De gids adviseerde langs Newroad (de ‘Nieuwe straat’) te gaan wandelen omdat daar nog enkele oude Nederlandse huizen zouden staan. Wellicht is dit er 1 (een vermoeden).

Zwaantjes op het hek.
De bibliotheek.

Deze bibliotheek was 1 van de grootste van Azië en bevatte meer dan 97.000, vaak eeuwen oude Tamil boeken en manuscripten. Het gebouw werd in 1981 overvallen door bendes Singalezen, de boeken werden in brand gestoken en het gebouw verwoest.

Voor de Tamils staat de verwoesting symbool voor het geweld van de burgeroorlog. Hij werd met ingezameld geld van de bevolking weer opgebouwd en daarna in de burgeroorlog weer vernietigd. De Tamiltijgers hadden zich verschanst in de bibliotheek, het Sri Lankaanse leger beschoot en bombardeerde het gebouw vanuit het fort, er recht tegenover.

In een poging het vertrouwen van de bevolking te winnen begon de Sri Lankaanse regering in 1998 met de herbouw. In 2003 is de bibliotheek onder Tamil protest weer geopend.

Helaas is de bibliotheek op maandag gesloten, ik had hem graag willen zien. Alleen de kranten-afdeling was open. En alle plaatsen waren bezet. Ik weet niet hoe het met de persvrijheid gesteld is, maar de aanblik van al die lezende mensen daar was prachtig.