10 maart, de herdenking van de Chinese inval in Tibet

Het is vandaag 62 jaar geleden dat China Tibet binnenviel en het annexeerde.

In 1986 heb ik Tibet bezocht en sindsdien ging ik op 10 maart altijd naar de herdenking van de Chinese inval. Deze werd lange tijd in de Dominicuskerk aan de Spuistraat in Amsterdam gehouden. De hele kerk stond dan vol kraampjes van actiegroepen. De bezoekers waren een bonte verzameling Tibetaanse monniken, vluchtelingen, en Westerse belangstellenden: Boeddhisten, hippies, en handelaren in Tibetaanse prullaria en -kunst.

De herdenking had meer weg van een reünie, en van ‘stilstaan bij’ kan ik me niets herinneren. Rond 12 uur was er een lange pauze, waarin ik altijd in de buurt rond ging lopen. Die buurt was (en is) een ‘rosse’ en ik weet nog goed hoe de monniken langs die dames liepen. Vandaag is er een bijeenkomst bij de Chinese ambassade gehouden. Al 62 jaar bezetting. Al 62 jaar protest en het schiet geen meter op.

Die reis van 1986 was zwaar. We vlogen naar Kathmandu en zouden met de bus naar de grens met China gaan, alwaar we zouden overstappen naar het Chinees openbaar vervoer. Op weg naar die grens bleek (het was moesson) dat er ‘landslights’ waren: grote gedeeltes van de weg waren weggespoeld en zo moesten we daar de bus uit, boven langs lopen en aan de andere kant weer vervoer zien te regelen (dat ook niet verder de weg af kon) , dat ons naar de volgende landslight kon brengen.

Bij de grens aangekomen, liep er een enorme modderstroom over het pad dat we moesten kruisen waarna we omhoog ‘de hoogvlakte op’ moesten klimmen. Er stonden Nepalese dragers klaar om de bagage naar de overkant te sjouwen, dus toen ik mijn rugzak daar door de stroom zag gaan moest ik hem wel volgen.

Aan de overkant stond de bus (er stond een bezem in), die al snel naar boven de 5000 meter steeg. Een van de medereizigers raakte in coma. We deden er 3 dagen over Lhasa te bereiken, onderweg bezochten we het Tashilunpo klooster waar de Panchenlama op bezoek was. We sliepen daar boven het toilet. Alle Tibetanen waren nog in Mao blauw gekleed.

Lhasa was nog een Tibetaanse stad, met behulp van meegebrachte foto’s van de Dalai Lama kreeg ik o.a. toegang tot het dak van de JokHang (de hoofdtempel van het Tibetaans Boeddhisme). De muren van dat dak waren versierd met prachtige fresco’s. Daar maakte ik deze foto van de dansende witte Tara:

Ze hangt er nu niet meer. Bij een van de opstanden is het dak door het Chinese leger verwoest.

Van Lhasa zouden we via Golmud en Xining naar Kashgar gaan, vanaf Xining zou het 2 dagen met de bus over de hoogvlakte en door de woestijn rijden zijn. Het werden er 4. We kwamen 2 dagen (en koude nachten) vast te zitten in het moeras.

Toen ik in Kashgar aankwam zag ik daar een meisje dat met haar ‘mooie jurk’ voor de spiegel stond, ‘Hier willen ze weer mooi zijn…..’ verzuchtte ik, ik wilde geloof ik even helemaal niets. We sliepen in de oude Russische ambassade. Kashgar ligt op een strategisch punt in de Taklamakanwoestijn en aan het begin van de vorige eeuw wilden de grootmachten allen invloed in dat gedeelte van de wereld, die ambassade stond nu leeg en was door de reizigers als hotel geconfisceerd. De strijd en het hotel worden prachtig beschreven in het boek ‘The Great Game’ door Peter Hopkirk.

Ontmoeting in Kashkar

Van Kashgar gingen we met de bus verder over de Karakoram Highway (weer boven de 5000 meter, het sneeuwde op de pas) naar Pakistan. En ook toen kwamen we onderweg weer vast te zitten. Ik vergeet nooit het gezicht van Joke, met wie ik toen reisde. Ze had nml 2 enorme meloenen uit de vrachtauto voor ons bemachtigd, bezorgd om weer zonder eten vast te komen zitten. ‘Marga! Ik heb meloenen!’

Pakistan was prachtig, maar door al het oponthoud moesten we door. De laatste busrit zat ik naast de chauffeur die de hele nacht doorreed en gaf hem de hele tijd een sigaretje, zodat hij maar wakker bleef.

Rawalpindi was een soort paradijs. Het was alleen jammer dat het ramadan was, alles was dicht.

Inmiddels zijn zowel Tibet als het NoordWesten van China waar de Oeigoeren wonen voor reizigers compleet afgesloten en vond en vindt er een genocide plaats. Beide gebieden zitten vol mineralen, erts en liggen strategisch. Ook heeft China ‘lebensraum’ nodig voor haar bevolking. De kranten en tv geven geen aandacht meer aan de herdenking van de inval in Tibet.

De Oeigoeren hebben (wat aandacht betreft) meer ‘geluk’. Deze foto stond vanochtend in de krant:

Deze foto is een duidelijk voorbeeld van de ‘Chinezizering’. De Oeigoeren zijn een soort Turkse ‘stam’, ze spreken Turks en eten o.a. kabab en Turks brood. (en meloenen dus) De chinezen eten mie.

De laatste jaren zijn er veel Oeigoeren naar Turkije gevlucht, maar die Erdogan he? Die ziet zijn belangen bij China slinken en zinspeelt er nu op de gevluchte Oeigoeren regelrecht terug het strafkamp in te sturen.

Ik wilde eigenlijk een stukje schrijven over Birma, gisteravond hoorde ik op de radio dat de demonstranten daar hopen op hulp van de internationale wereld. En toen moest ik denken aan de Tibetanen, de Oeigoeren, de Koerden enz. enz. Telkens weer die hoop op hulp van buiten en telkens weer dat bedrogen uitkomen.

De volgende keer nee, een andere keer Birma. (‘het lijkt wel of ze in het verleden leeft’)

4 Reacties op “10 maart, de herdenking van de Chinese inval in Tibet”

  1. Ik heb weer genoten Marga en reis met je mee.
    Wat heb je al veel gezien op onze planeet!
    En zeker heel bedroevend dat we veel mensen op de wereld in de kou laten staan.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s