Overdonderend

Eergisteren avond alweer ( as time goes by) zijn Mariet en ik ‘savonds hier in Venetië aangekomen en na een snelle boottaxi rit  van het vliegveld naar de Rio Grande zijn we in een b&b midden in het centrum eigelijk direct in in bed in slaap gevallen.

De b&b staat zo ongeveer naast de Arsenale, en die is zo ongeveer het middelpunt van de Biennale.

Want dat is het doel van dit bezoek. Zalig  iets meer dan 3 dagen veel en mooie moderne kunst bekijken. Kunst tentoongesteld in prachtige oude – veelal palazzo- gebouwen.

Gisteren, zijn we naar de hoofdtentoonstelling geweest, in het Aesenale en de Giardine. de Arsenale is een enorm groot gebouw (wat is Venetië rijk -geweest?- ) dus met veel ruimte. Bijna alle deelnemende landen hebben hier een eigen plek waar de meestal jonge kunstenaars hun werk laten zien.

Het thema dit jaar is ‘ Foreigners eveywhere’ en dit wordt op veel verschillende manieren uitgebeeld.

Hier zijn veel verschillende technieken in gebruikt, wat ik heel bijzonder vind, o.a. verf, krijt en  borduren(?).

En toch, of juist hebben de gezichten enorm veel uitdrukking.

Wat ik altijd heel bijzonder vind is indigo, een kleurstof die over de hele wereld blijkt voor te komen, deze prachtige stof komt uit Afrika.

Het paviljoen van Bangalore (India)

Fremde uberal
Shifting Sands: a battle song

Het paviljoen van Saoedi Arabië is helemaal gevuld met enorme elementen van bedrukte zijde die als bladen van een woestijn roos zijn neergezet. Op het oppervlak teksten over de vrouwen van Saoedi, teksten die een grote invloed hadden en hebben op hun leven.

Rest de vraag, ik vermoed dat AlDowayan (de kunstenaar) niet uit Saoedi Arabië komt, maar het paviljoen is wel van de Saoedi’s (wordt waarschijnlijk (?) door hen betaald. Hoe zit dit?

De Oekraïne: Weaving nets

De kunst blijkt ook in het met toeristen overvolle Venetië op straat te hangen. Overvol, maar zolang je niet op het San Marcoplein en directe omgeving bent, valt het wel mee. En alles op de Biënnale is erg goed te zien.

Veel palazzo’s zijn met werk van ‘kleine’ landen of van individuele kunstenaars ingericht.

Hier met William Kentridge die 9 video- afleveringen van 30 minuten maakte met als titel ‘Zelfportret als koffiepot’. ‘Het geheel is een experiment in fysieke belichaming en fenomenologische ervaring van de werkelijkheid in het digitale tijdperk, net als een reflectie op wat er zou kunnen gebeuren in de hersenen en het atelier van de kunstenaar.’ Kentridge komt zichzelf in het atelier tegen, beide versies voeren een gesprek met elkaar, een gesprek waarin ze duidelijk een verschillende visie op het maken van kunst hebben. Onderwijl tekent, poetst, krast de ene met krijt en ontstaat er telkens weer een koffiepot. Het blijft telkens weer een boeiend filmpje.

Kentridge in zijn studio

Het werk hieraan begon tijdens COVID, de studio is een ‘uitgezet’ hoofd, een kamer waar gedachten en foto’s, reflecties op de muur van de studio worden. En zijn zelfportret wordt dus telkens, in elk filmpje een koffiepot.

En hoe blijft dat overhemd zo wit?

Voor mij zijn een van de andere hoogtepunten de werken in het Nederlandse paviljoen. Het zijn De cacaobeelden van het Congolese kunstenaarscollectief CATPC. Dit collectief bestaat uit voormalige plantagearbeiders. De beelden vertellen samen het verhaal van de kolonisatie.

Oranje druppels palmolie vormen (hier niet te zien) het woord ‘Olanda’

De makers beschouwen hun werk niet als kunst, maar als ‘een systeem’. Een systeem van onderdrukking en uitbuiting. Maar gezien de prachtige, krachtige en ontroerende uitdrukking van deze beelden vind ik het echte en indrukwekkende kunst.

(En verder is er veel discussie en meningsverschil over deze beelden, bij belangstelling hiervoor: zie de kranten).

Het paviljoen van Venetië (zelf)

‘First thing is to let the pain in,

To think there is a father crying,

There is a lad who doesn’t know of his sisters death

There’s the weft of history,

Everything has become the pretext

To voice our opinions.

But this is the time to rejoice

For the joys of others,

And to suffer for those who suffer,

Humanity is not a place, but a conquest.

Franco Arminio

‘Humanity is not a palace……’

Indringende foto’s langs de rand van het schilderij

Deze schilderijen zijn van Vittorio Marcella.

Tegen de avond kwamen we met voeten die moe van het lopen waren en een hoofd moe van alle indrukken weer bij de b&b aan.

En toen hadden we het ‘andere’ Venetië nog helemaal niet gezien.

Maar wat heb ik een prachtige werken gezien!

De engelen van Berlinde De Bruyckere

De stad als toevlucht

In de Abbazia di San Giorgio Maggiori hangen de gesluierde engelen van de Bruyckere. Het zijn engelen die  tussen de hemel en de aarde lijken te zweven.

De Bruyckere vond in het werk van Giorgioni: De dode Christus die verzorgd wordt door een engel troost en inspiratie voor dit werk.

Bij Giorgioni verschijnt de engel uit de donkere omgeving achter Christus en slaat zijn armen om diens naakte schouders.

Haar engelen zijn zo lijkt het gesluierd, hun voeten zoeken onzeker de aarde. Ze hebben hun vleugels afgelegd en lijken rouwenden die om het lijden van de mensen treuren. Zonder gezicht, naamloos en eenzaam in hun verdriet.

Alleen.

Terug (maar niet in de tijd)

Gisteren was het  alweer de laatste wandeldag. Ik liep van Zemmer naar een plaats voorbij Kordel. Een plaats waar de eerste huizen van Trier verschijnen en waar een bushalte is.

In de bus zaten al de 2 Duitse vrouwen, die een gedeelte van het pad liepen ieder met een hond. De ene hond liep los, de andere de hele tijd aan de lijn. Het is mij een raadsel hoe iemand met een aan de riem rukkende hond, met twee stokken het soms onbegaanbare pad liep maar ze had het dus gehaald.

We kennen elkaar inmiddels een beetje. Dat begon anders. 3 Dagen geleden stonden ze op een parkeerplaats en 1 van beiden zag er typisch duits uit. Een vooroordeel volgde…… langs de route zou een bord met ‘soldatenfriedhof’ staan en ze leek me typisch ‘een kleindochter van’ die naar dat kerkhof ging.

In deze streek heeft elk dorp een herdenkingsbeeld voor de gesneuvelde soldaten. Het beeld is gemaakt voor de gestorvenen uit de 1e Wereldoorlog, die uit de 2e Wereldoorlog zijn erbij gevoegd.

Gedenkplaats in Blankenheim

(De zin klopt niet, alsof er iets is uitgehaald). Ik vind dat iedereen het recht heeft  hun gestorvenen te herdenken. En gestorvenen moeten ook met zorg begraven worden. ‘Eren’ vind ik dan een grens, dus (al denkende tijdens deze wandeling) gaat het om hoe iemand her-dacht wordt.

Nieuwsgierig naar dit kerkhof besloot ik de pijl te volgen. Ik kwam uit bij een dorp. Google sprak van a cemetry, het kan dus ook nog een bv Amerikaans kerkhof zijn. In geen velden of wegen was er iets van een kerkhof te zien, dus ik besloot terug naar het pad te gaan en door te lopen. Daar bleek ik me in de pijl vergist te hebben.

De volgende dag stonden de beide dames  onderweg onder een boom te schuilen en begroetten we elkaar. Ze sliepen in hetzelfde hotel (toen at ik met de twee Nederlandse dames) en de volgende dag in Zemmer sliepen we weer in hetzelfde hotel (kon moeilijk anders want er was verder niets). En raakten we in gesprek, gewoon twee wandelaars net als ik. Wij, alledrie met met eigen geschiedenis. Hoe vreemd kunnen gedachten gaan als je in Duitsland loopt. 

En zo kwamen we gedrieën in Trier aan.

Terug in de drukke wereld.

De Romeinse Porta Nigra
En ’s avonds een laatste wandeling langs de Moezel.

Het geheim (van) nee is Denis

Het was vandaag  (bijna) een dag zoals alle andere. De tocht ging weer door een prachtig gebied; soms was het pad gemakkelijk, soms weer niet. Het blijft hier mooi.

Op verschillende manieren merk en ervaar je het klimaatprobleem. Kleinschalig: enorme braambossen waar je je soms een weg door moet banen en grootschalig: de enorme problemen (men spreekt hier van de catastrofe) met het water. Regelmatig was de brug verdwenen, soms was er een nieuwe, soms een tijdelijke en soms ben ik toch maar over een afgesloten brug gelopen. Het komt ook voor dat het pad langs de rivier is weggespoeld en dat er een provisorisch paadje is aangelegd.

Het gebied van de Urft is verschrikkelijk getroffen. Zo sliep ik in een hotel waarvan de helft was weggespoeld. Een gedeelte van het  treintraject Trier – Keulen is nog steeds niet hersteld. Onderweg zag ik de werkzaamheden: hele stukken rails en aarde daaronder waren weggespoeld.

Ook zijn er stukken van het bos afgesloten of staan er waarschuwingsborden. De bomen dreigen om te vallen. (Droogte? Langdurige regen?)

Vandaag liep ik van Niederkail (van de route af) naar Zemmer. Daarover later meer.

Rochus

In Bruch is de kerk gewijd aan St. Rochus, hij is patroon tegen de pest en besmettelijke ziekten en laat altijd heel charmant een bloot been zien. (Daar zit/zat een pestbuil). En: hij wordt vaak afgebeeld als pelgrim (en heeft vaak dezelfde attributen als St Jacob). Dus vandaar.

Ja en toen kwam na 3 uur lopen Zemmer.

De indeling van de Eifelsteig is qua kilometers redelijk goed, maar een slaapplek vinden gaat vaak moeilijk. Zo zijn die er soms niet aan het einde van een etappe. Daarom moet je of je eigen indeling maken (met slaapplaatsen) of na aankomst een stuk verder lopen of met de bus verder. En uiteindelijk komt alles natuurlijk goed.

In Bruch (het eigenlijke eindpunt van etappe 14) is een dure b&b die behalve duur ook bijna altijd is volgeboekt. Daarom week ik uit naar Niederkail, 8 km daarvoor. Als je dan toch weer circa 20 km wil lopen kom je uit in Zemmer. Daar was trouwens de enige slaap mogelijkheid in de wijde omgeving.

In Zemmer dus bij ‘Bei Denis’. Zo’n naam roept bij mij allerlei associaties op. Maar er was niets anders (of 15 km verder lopen) dus toch maar geboekt.

Bij binnenkomst zat Denis zelve, een dikke man, aan de tap met een glas bier voor zich. (Dit voldeed geheel aan de verwachtingen). Hij bracht me tot de trap. Ik moest verder alleen. De kamer is prima (de verwarming stond op 5, een beetje warm).

Op zoek naar de WiFi code wilde ik naar beneden, alle deuren waren dicht. Uiteindelijk bleek de code als schilderijtje in de gang te hangen.

Om half 7 was de deur gelukkig open en kon ik naar het restaurant.

En daar heb ik dus eindelijk heerlijk duits gegeten.

Het voorafje, alleen de boter ken ik

Daarna een heerlijke paddestoelensoep

En tenslotte het hoofdgerecht

Ik geef het toe, het is vlees. (Er zijn hier geen vegetarische gerechten) Het was heerlijk, een soort dikke plakken zure zult met een scherpe azijn en uien (rauw, voor de helft opgegeten) met gebakken aardappels en een salade (die niet in de saus verdronk).

Morgen naar Trier (als ik dit alles verwerkt heb). Voor Denis zou je bijna een stuk omlopen.

Donkere wolken pakken zich samen

De dag begon fris. Het was 5 graden. Ik loop nog steeds in korte broek (net op de knie) en heb ook de warme jas, die zo’n beetje de hele rugzak vult, nog niet aan gehad. Dacht wel even me om te kleden, zodra dit mogelijk was, maar toen werd het alweer warmer: 13 graden en dat blijkt prima wandelweer. (maar in de hotels is de verwarming aan).

mooi oud in Grosslitter

Wandelend in het voorjaar, maak je mee als je geluk hebt, dat de natuur ‘open springt’, het lijkt wel alsof alle planten en bloemen in onderling overleg allemaal tegelijk weer beginnen te groeien. Opeens staan er weer bloemen en is de lucht vol energie.

Ik ben benieuwd of er ook zo’n moment van verandering in de herfst te ervaren is. Ruiken doe ik de herfst hier nog niet. Maar het lijkt wel of alles gestopt is met groeien, de natuur staat in stilstand. Aan de stelen van bloemen hangen de zaden en de eerste blaadjes vallen -nog twijelend- van de takken.

Aan het weer merk ik ook dat de herfst komt. Soms waait er een harde wind. In  de ochtend scheen vandaag de zon, en dat zonnetje voelde ik ook nog. Maar rond 1 uur begonnen zich donkere wolken samen te pakken.

En ze werden steeds donkerder

Deze wolk barstte uiteindelijk los. Er zat zelfs hagel tussen. Gelukkig allemaal niet  op een moeilijk paadje maar jammer genoeg ook niet in een dicht bos.

Even was de hele hemel donker, maar gelukkig kwam eerst het licht en toen de zon terug. En wat blijft dat licht in dit wijde landschap mooi.

Een laatste blik op Bruch, waar ik morgen langs loop. Ik ging hier rechtsaf, naar Niederkail. 1 Km van het pad af.

In het hotel stuitte ik op 2 Nederlandse dames (van 85 jaar) die voorstelden met z’n drieën te eten. Het werd een gezellige maaltijd.

De regenbroek of de stok?

Gisteren voorspelde het weerbericht 70% regen (de hele nacht plensde het), maar vanochtend was het droog en zwaar bewolkt.

En omdat ik 2 nachten in Manderscheid slaap (Geen slaapmogelijkheid in de volgende etappe, dus vandaag met de bus terug en morgenochtend weer met de bus naar het vertrekpunt van morgen  het is maar 10 minuten) bleef de rugzak ik Manderscheid en moest ik kiezen: de regenbroek in een plastic zak mee, of de stok.

Het weerbericht gaf nu ‘de hele dag droog’ als voorspelling dus ik waagde het erop: alleen het regenjasje aan en de stok in de hand mee.

En wat was ik daar blij mee!

De rivier de Lieser

16 van de 18 km van deze dag volgde het pad de rivier de Lieser. Beeldschoon, daar niet van, maar het pad was smal, glad van de regen en het ging steil omhoog en  steil  omlaag. Over de 16 km deed ik 6 uur.

De wolken trekken omhoog

Na een uur brak de zon door. Hier ziet het pad er nog ontspannen uit….later hingen er kabels aan de wand waar ik me aan vast moest houden.

Maar wat een uitzichten!

Soms ging het pad even over het hoog gelegen land, om daarna weer snel naar beneden af te dalen.

De Lieser, nu zo lieflijk voortkabbelend werd in 2021 een woeste stroom en sloeg de brug weg.

Een gedenkplaat op de nieuwe brug

Na 16 km was het nog 2 km naar Grosslittgen, alweer zo’n gehucht zonder leven. Maar hier was bakkerij annex cafe  Leonard!  De hoogste tijd voor een kopje koffie met iets erbij. In het café was er wel een vorm van leven, hier namen de aanwezigen de politiek door. Tenslotte werd woest de Bild op tafel gegooid: ‘871 killers vrij op straat’ stond er op de voorpagina en dit werd ook nog even door het cafe geschreeuwd.

Dat was het wel weer voor deze  dag.

Het uitzicht uit de bus was zo mooi dat ik  in Manderscheid aangekomen nog even een stukje ben teruggelopen.

Hollandse luchten in de Eifel.
Twee foto’s waard.

The hills are a loud….

Deze dag had een hoog Sound of music gehalte: heerlijk wandel weer en een prachtig landschap. Het lijkt me dat de dalen dieper worden, de bossen nog dichter en de paden steiler (althans volgens mijn knieën)

Het beekje naast het hotel

De tocht ging eerst langs 3 vulkaan meren (het hele gebied is vulkanisch, en dit wordt hier breed ingezet: de donerkebab zaak heet ‘vulcano’, er zijn vulkaanwandelingen, -souvenirs en -musea. En de grond zal ook nog wel uit niet meer actieve vulkaan bestaan.

Het Gemunde Maar (Maar is meer)

Er lopen hier dus veel paden. Ook is er een fitness traject uitgezet. En zo waren de Eifelsteig tekens niet meer zichtbaar. Dus raakte ik van het Eifelpad af en kwam in een ski gebied terecht. Gelukkig kon ik mbv de kaart de route weer vinden.

Ik liep daarna waarschijnlijk met zo’n vertrouwen wekkend gezicht rond dat mij 3x de weg werd gevraagd. En het bleken allemaal weer Nederlanders. 

Zicht op het dorp Schalkenmehren

En ja, om half 10 was daar een terras, het was open, het uitzicht was op het meer en was er koffie.

En naast het terras wachtten de mussen

Dit gebied is populair bij toeristen. Langs het water staan hotels met terrassen. Daar achter gaat het ‘normale’ (en wat is nog normaal anno 2024) leven gewoon door. Mooie vakwerkhuizen, in bedrijf zijnde boerderijen enz.

Na de klim  uit het dal van Schalkenmehren
Heel even is het pad vlak

Het pad volgt heel lang de rivier de Lieser, (hier is ook een pad van).  Soms loop ik er vlak langs, soms gaat het pad heel hoog en  is er ver beneden nog een glimp rivier te zien.

De Lieser
En soms zie je hem even helemaal niet
Enorm hoge bomen
De herfst is in aantocht
De burcht van Manderscheid

Manderscheid ligt prachtig hoog boven de rivier op een rots. Het is een mooi dorp, en staat vol met hotels en restaurants die bijna allemaal gesloten zijn. Aan het onkruid en de vervallen staat is deze sluiting niet seizoensgebonden. Het komt allemaal een beetje ‘doods’ over.

Maar het café serveerde flammenkuche. Ik heb er 2 genomen en ze waren heerlijk. Morgen weer!

‘Kein Sonne heute’

Sprak een in plastic gehulde man. Ik was bijna in Daun en het pad ging naar beneden, hij klom omhoog. Dat  plastic van hem was een beetje overdreven, het regende af en toe, motregen of iets meer. Maar die zon? Die was er (bijna) niet vandaag.

Mist of wolk?

De site zei dat het ‘schwer’  zou worden vandaag: ‘een lange wandeling door een woud over de hoogste hoogten van de Vulkaaneifel’, maar vooral in het begin liep ik over een breed bospad. Ik heb geklokt: 3 uur in het bos: geen mens gezien, wel een hert en twee eekhoorns en geen auto gehoord.

Zicht op de Nerother Kopf (647 meter)

Na die 3 uur kwam ik in Neroth aan, de hoogste tijd voor een kopje koffie. Er was 1 hotel restaurant open, met een droevige man achter de balie die me de Karte gaf, waar geen broodje kaas op stond maar heerlijke gerechten tegen dito prijzen. Maar  ik kwam voor een kopje koffie, helaas…. niet voor  een uitgebreide lunch. (Moest tenslotte die Kopf nog op).

In het restaurant zat nog een wandelaarster met een hond. We bespraken onze twijfels of we die Kopf wel op zouden gaan, het was een steil pad en wie weet zou het hard gaan regenen.

Ik besloot een stuk over de weg te gaan en het steile pad over te slaan. Maar toen ik op die weg liep stond daar dat bordje: ‘zuwege Eifelsteig. Ik besloot toch maar naar ‘de top’ te gaan.

Op die top natuurlijk (de ruïne van) een burcht.

Met de steilheid viel het (soms) wel mee en af en toe scheen er wat zon door de wolken.

De zon

Een brug

Om weer van de Kopf af te komen moest ik via deze brug over een moerasachtig gebied (de brug gaat buiten de foto nog een stukje door)

Hier is de zon dus weer weg.

Op het bord staat:   15 km naar Gerolstein en  9 km naar Daun. Het had daar een prachtig uitzicht kunnen zijn. Maar ik was daar duidelijk over de helft.

Zicht op Neukirchen

Daar dacht ik dat ik er bijna was. Leider… door alle regen zijn sommige paden onbegaanbaar en was er een omleiding (altijd fijn na 23 km lopen).

In Daun heb ik weer lang gezocht naar een restaurant met duits eten. Tijdens deze wandeling realiseerde ik me dat het in Nederland ook bijna  onmogelijk is Nederlands eten (en wat is dat trouwens?) te  vinden. Ik geloof dat de lonely planet poffertjes, pannekoeken en de Chinees (‘real indonesian’) adviseert.

En omdat ik een hotel voorbij (weer 2 km erbij) Daun had gereserveerd besloot ik daar in de buurt te gaan eten.

Het is gelukt: een soort knodel, met een heerlijke groene salade, ohne saus!

En mijn kamer heeft een piepklein balkon, waar ik nog heerlijk op heb gezeten en zag hoe de avond over de bossen viel.

Eifelsteig de derde ‘steig’

4 weken geleden  liep ik in 5 dagen van Schleiden naar Gerolstein (Geen blog van gemaakt, ik had gewoon even  geen zin). Nu  ga ik weer voluit.

Uitzicht ‘vanaf de rots’ op  Gerolstein

Die laatste dag was het bloedheet, maar omdat de bakkers hier al vroeg open zijn ( wat is vroeg? In Blankenheim is dat 5 uur) kon ik om 6 uur met lopen beginnen.

Die dag ging door een prachtig landschap. Met opmerkelijke ontmoetingen. Halverwege passeerde mij een Duits stel, duidelijk wandelaars, dacht ik. En zo zie je maar weer, gedachteloos liep ik achter ze aan, en gedachteloos liepen we verkeerd.

En een stuk verder:

Een kruis voor neergestorte Engelse vliegers in de 2e WO.

Dit kruis wordt herhaaldelijk beklad met nazi tekens en -kreten. En dan ook telkens weer schoongemaakt. Op het bordje erachter staat een krantenartikel hierover. En daarboven op de paal het teken van de Eifelsteig. Ganz praktisch!

Vlak voor Gerolstein stond een man naast het pad te plassen. Eerst wachtte ik nog even (om hem passerende niet in verlegenheid te brengen) maar omdat het nogal lang duurde liep ik toch maar door. Vlakbij was een zitje (tafeltje, stoelen, een vrieskist enz) en een chagrijnig kijkende vrouw (ze leek me niet gelukkig). Tot besluit schudde de man nog even, wat bij mij de reactie opriep ‘welja schud maar ns lekker uit’ waarop de man me in het Nederlands antwoordde (iets van schoon water). Hij paste wel bij die mevrouw en dat zitje.

Een uur later ging het pad over een camping en stond daar een  bankje. Verderop zat een jong echtpaar met een klein kindje te picknicken. Moeder stuurde het kindje met een emmertje met stukjes watermeloen naar me. Zo lief (want het was warm) en ook weer Nederlanders!

Zicht op ‘de rots’

Als slot van die dag kwam daar dus die rots. Ik had hem kunnen laten, maar ja ik wilde het natuurlijk weer helemaal doen. Inmiddels had een jonge Duitse vrouw zich bij me aangesloten en samen volgden we het pad naar boven. Het uitzicht was mooi, (zie ganz oben). Maar omdat er aan de andere kant van die rots ook een weg naar bijna boven ging (de rots is hier letterlijk een toeristisch hoogtepunt) was het druk daar boven en waren de tekens verdwenen. (Als souvenir gepakt?) Gelukkig liepen daar twee mannen, ook op zoek. En gevieren vonden we de weg naar beneden en naar een terras (leider geen foto). Ik was die dag rond 5 uur erg blij daar op dat terras).

En nu ben ik weer terug in Gerolstein, het is nog 1 week lopen en dan hoop ik in Trier aan te komen en zit de Eifelsteig (van Aken naar Trier) er op.

Een suikerzakje voor Omtzigt

En de koffie die bij het suikerzakje hoort. En kijk daar links: saus! In deze contreien eet men dus niets zonder saus. Vorige keer bestelde ik ergens een omelet met cantharellen (kan zo lijkt me niets mee fout gaan) had men dwars over de cantharellen een breed spoor van saus gespoten. En nu, hier in Gerolstein, waar alleen maar Grieks, kroatisch of Italiaans gegeten kan worden …. und nur mit fleisch, nur mit viel fleisch, heb ik bij een Turkse Italiaan (er stond ook borek op het menu) een pizza besteld. Vlak voor het opdienen passeerde een man met een pizzadoos het terras waar ik zat. Hij ging achterom de keuken ik en ik besloot hier verder niet over na te denken. Maar goed die pizza …..ja! Werd ook met vette knoflooksaus geserveerd (gelukkig apart in een kommetje).

Gerolstein is dus niet echt een culinarisch hoogtepunt, ik heb het hotel geraadpleegd, ‘morgen in Daun’ daar schijn je goed te kunnen eten. Maar ja, dan is het maandag, heb je dat weer, is alles dicht.

Ik zie wel.

The last rose  of summer

Gisteren, 19 juni ben ik met de trein naar Londonderry geweest. Typisch een plaats voor (maximaal) een dag.

De Peace bridge

Het station ligt aan de overkant van de Foyle. De oevers zijn met deze brug verbonden.

Het stadhuis

Net als in Belfast waan je je in Derry veel meer in Groot Brittannië dan in Dublin. Hier staan nog veel grote macht uitstralende gebouwen. (En in dit stadhuis staat een enorm wit marmeren beeld van koningin Victoria).

Maar de foto gaat naar de kerk:

Piepschuime schapen in de kerk.

Deze kerk hing ook vol met gewaden en vlaggen.

De grote attractie hier is over de oude muren te lopen, dat was heerlijk, maar (als je voor alles veel tijd neemt) heb je dat in 1,5 uur wel gedaan.

Uitzicht op de ‘bogside’

Daar beneden  ligt de straat waar in 1972 het drama van Bloody Sunday plaats vond. Geschiedenis is hier nooit ver weg en komt in de tijd steeds dichter bij.

Dus besloot ik ook nog even daar te gaan kijken.

Op die dag werd naar het gemeentehuis een demonstratie gehouden die bloedig werd neergeslagen door Britse soldaten. 14 (vaak nog jonge en onschuldige) betogers werden hierbij gedood. De straat waar het plaatsvond is 1 grote herdenkingsplek. Talloze monumenten, weer een museum, weer rondleidingen, enz.

Hier wordt ook een pastoor herdacht

Van de kerk kozen alleen degenen die in de wijk, bij de mensen werkten partij, deze pastoor zwaait met een zakdoek om een ambulance te wenken.

Vandaag, 20 juni ben ik heerlijk naar de botanische tuin geweest waar deze jaloersmakende kamerlinde staat.

Bijna 3 meter!
Het ‘palmenhuis’

Op het terrein van de botanische tuin staat ook het Ulstermuseum. Hier is een aparte afdeling over de muurschilderingen, dit blijkt in Ierland een oude traditie te zijn, hier in Belfast door de protestanten begonnen. De universiteit heeft vanaf het begin van de politieke (‘troubles’) schilderingen,  deze geïnventariseerd en de tentoonstelling toont de  ontwikkeling ervan.

Demonstratie van vrouwen, begin vorige eeuw

Even een ander perspectief Ik moet eerlijk zeggen dat de confrontatie met alle geweld van de laatste 2 dagen; de muren, de verhalen, de foto’s voor me heftig is. Zo gewelddadig, zo dichtbij. Eergisteren ging ik even het museum over O’Connel in (1 van de oprichters van de arbeidersbeweging) en liep daar hop tegen een vitrine met een mitrailleur  aan. Ik dronk een kop koffie, zit er een man aan het tafeltje naast me te vertellen over een carbom.

Wat een geschiedenis van onderdrukking en geweld heeft dit land achter de rug. Het museum gaf me overzicht en wat rust.

Onderweg

Terug naar het centrum lopend nog een laatste muurschildering. Pas een paar jaar oud met een afbeelding van een familie die zich de laatste eeuw (1e Wereldoorlog, onafhankelijkheidsstrijd, de troubles) voor vrede heeft ingezet.

Maar tenslotte, the last rose  of summer

De cirkel is rond, van het lied voor Molly uit de Ulysses in Dublin naar de rozentuin in de botanische tuin in Belfast.