Een overstap in Delhi

Ik reis met een retour van de KLM naar Delhi en heb een enkeltje naar Kathmandu bij air India gekocht. Dat is zo al twee keren (weliswaar met wat moeite) goed gegaan. Ik hoefde niets aan mijn bagage te doen en bleef dan in de transithal. Ik ben nu dus weer zo ‘s nachts na aankomst naar de transitbalie gegaan. Air India wees me naar de dame van de KLM, die met iemand in gesprek was en er duidelijk geen zin in had. Uiteindelijk vroeg ze me het paspoort, het ticket en het bagagebriefje, belde alles door en zei daarna dat het niet ging. Ik moest door de douane, mijn bagage van de lopende band ophalen, even ‘uit’ India gaan, weer inchecken, weer door de douane en weer door de veiligheidscontrole. Je moet wat zo midden in de nacht bij 21 graden Celsius, vooral als je je winterjack aan hebt.

Overal stond een rij, maar ik had 5 uur de tijd en kon zo deze goed besteden. Zo wilde ik alvast wat Indiase Rupees pinnen voor later. Ik heb 3 atm’s geprobeerd, het lukte niet. Bij de douane raakte ik verzeild in een islamitisch reisgezelschap, ik had ze daarvoor al in de vertrekhal op de grond zien zitten. Ze hadden prachtige potten met water bij zich. Het waren mensen van het platteland, de vrouwen met beeldig geborduurde doeken, de mannen met prachtige verweerde gezichten. Allen op blote voeten. De verhouding was 4 vrouwen per man. Bij de paspoortcontrole blevende de heren er bij staan om de situatie aan de douanebeambte uit te leggen. Dit duurde lang, het was een een al verwarring en uitleg. 2 Vrouwen waren geheel bedekt, lieten hun paspoort zien en de bijbehorende man legde dan uit (denk ik) hoe ze er uit zagen, of waren ze op de foto ook geheel bedekt? Maar het doekje ging niet weg. Halverwege dit al werd ik door de douane geroepen (hij had duidelijk even zin in iets anders) en toen ik direct aan het uitleggen ging waarom ik India al weer uitging, terwijl ik er een uur tevoren was binnen gekomen, ‘my luggage’, begon ik, antwoordde hij dat hij niet interested was in mijn luggage. Hij had er genoeg van! Straalde hij uit. Tja ik was er ook niet interested in, liever niet, maar soms raak je in een situatie.

Tenslotte was daar de veiligheidscontrole, er stond een enorme rij met flesjes water en ik wilde mijn flesjes die ik uit het vliegtuig had meegenomen er ook alvast maar bijzetten, maar dat hoefde niet. Dus de flesjes weer terug in de tas en met de tas door de x-ray. Alles werd goedgekeurd.

En dan kom je tenslotte in de taxfree afdeling, die bijna net zo is ingericht als alle andere taxfree afdelingen. Alleen wat meer heerlijk ruikende oosterse geurtjes (maar daar krijg ik hoofdpijn van, dus niet gekocht) en wat souvenierwinkeltjes. Maar ook congac, en whiskey, enz. Hoe zou het islamitische gezelschap hier doorheen zijn gelopen? Met de roltrap omhoog kom je in de ‘foodcoart’, waar ze heerlijke dosa’s hebben. Waar ik me al dagen op verheugd had. Maar ik zat vol met het vliegtuigeten en had alleen maar dorst. Ik had nog wat rupen van de vorige keer over en dacht met deze 150 een kopje cappuccino van 135 te kunnen kopen. Omdat er altijd een nauwelijks te berekenen tax bijkomt vroeg ik aan de jongeman of een cappuccino haalbaar was met mijn 150 Rupees Just! Zei hij en gaf er ook nog een flavour vanille bij. Op het bonnetje stond daarna 153,40. Dus ik keek hem vragend aan, wat nu? ‘It’s een gift’ sprak hij. En toen was ik de KLM dame, en alle rijen weer vergeten.

Het is nog 2 uur wachten en slaap heb ik niet, het is alleen maar warm dus drink ik mijn klmflesjes op.

Ik ben nog even gaan kijken naar het islamitisch gezelschap. Ze reizen naar Bahrein, en dragen een tas met hadj en nog iets erop. Op bedevaart, de reis van hun leven.

Bij gate 19 liggen toeristen op de grond te slapen. Jonge mensen, de meisjes zeer op het warme weer gekleed. De man van het housekeeping team kan er geen genoeg van krijgen. Het wordt erg schoon hier bij gate 19. Zou ze met die korte rok ook langs het inslamitisch gezelschap zijn gewandeld?

Kathmandu

En nu ben ik al 1 dag in Kathmandu en ben al weer een leven verder.

We stegen in Delhi om 7.40 uur in de smog op, vlogen toen een uur in een stralend blauwe lucht en daalden toen weer in de bruine smog af. Beide steden zijn ontzettend vervuild.

Door de douane ging het in een zucht, de bagage was er en buiten stond de taxi van het guesthouse te wachten. In het vliegtuig had mijn buurman me nog gevraagd hoe laat het was. Ik had waarlijk geen idee en dacht de hele tijd vanochtend heb ik nog mijn krantje op de markt gehaald. In Delhi ging de klok 3,30 uur vooruit, in Kathmandu kwam daar nog 15 minuten bij. Maar in Nederland ging ook de wintertijd in, mijn wereldklok op de telefoon geeft 4,45 uur tijdsverschil aan.

Uiteindelijk was de nacht zeer kort, en omdat ik bijna niet geslapen heb, voelt het nog steeds als dezelfde dag aan.

Alleen wil ik nu de hele tijd de krant van maandag downloaden, maar het is pas zondag.

Nou ja, om maar in 1 keer aan het tijdsverschil te wennen ben ik vanochtend niet gaan slapen, maar heerlijk rustig (dacht ik) door Patan gaan lopen. Het verkeer is echter verschrikkelijk druk. Brommertjes, brommertjes, brommertjes en auto’s. En allemaal in de file. Toen ik een foto van de smog wilde maken kwam een brommer me achterna. ‘Ik ben van het guesthouse, u loopt verkeerd’ -ja, dat zeggen ze allemaal, maar het was hem echt, volledig ingepakt, helm en zonnebril op. Van mijn foto van de smog begreep hij weinig.

Diep in de verte hangt de smog.

In het oude stadsdeel van Patan hangen grote borden met de vraag of we wel voorzichtig met de uiterst kwetsbare tempels willen zijn. Dan lijkt het me verstandig er eerst de brommers te verbieden.

De tempels en oude gebouwen waren schitterend, ik heb uitgebreid het museum bekeken, en weer een Kumari, (een levende godin) gezien. Voor geld mocht ik een foto van het arme kind maken. Ik heb het niet gedaan. Het meisje zat volledig als godin aangekleed en behangen met juwelen strak in het gelid voor zich uitkijkend, 9 jaar, godin sinds ze 5 jaar was.

En de laatste tempel vandaag was de Golden tempel. En daar was het feest. Het Boeddhabeeld van deze tempel was aan de beurt om feestelijk te worden rondgedragen door de buurt. Een muziekband voorop, wat monniken, het beeld onder een parasol en tenslotte vrouwen met offergaven. Buiten de tempel ontstond wat rumoer. Door de aardbeving was het gebouw aan de overkant ingestort (de stenen werden door vrouwen in een draagdoek om hun hoofd het bouwwerk op gebracht) en was de straat geheel opengebroken. Daar werd nu aan gewerkt. En had vandaag op de grote dag klaar moeten zijn. Dus gingen de monniken in het gedrang van belangstellenden, muzikanten, dragers en toeristen hierover juist nu met de stratenmakers in gesprek.

Tijdens hun rondwandeling heb ik de prachtige tempel bewonderd en heb gewacht tot alles weer terugkwam.

Doodmoe kwam ik om 6 uur weer in het guesthouse aan. En sliep tot de volgende morgen 8 uur.

Kathmandu revisited

Vandaag was het herinneringsdag. In 1984 bezocht in Nepal voor het eerst en wat is er veel veranderd en veel ook helemaal niet. Allereerst wilde ik na een wandeling van 2 uur koffie gaan drinken bij Pumpernickel, dat was toen een Duitse hippie-bakkerij waar je volkoren brood kon kopen. Nu is het een yuppentent met alle soorten koffie, broodjes en taartjes. Je waant je even terug in Nederland. De bezoekers zijn of jong en zitten achter hun laptop met thuis te skypen of oud(er) zoals ik bv en komen voor de herinnering. En de koffie is er heerlijk.

Thamel, de toeristenwijk is verder nauwelijks veranderd. Behalve dan weer de enorme hoeveelheid brommers die door de nauwe straatjes scheuren. En ik verdwaalde er weer, zoals altijd.

Daarna ben ik naar Swyambhunath gewandeld. Toen, in 1984 was dat een prachtige wandeling door de rijstvelden, nu is alles volgebouwd. Maar de klim naar omhoog, met de stalletjes, de waarzeggers en de aapjes is nog precies hetzelfde.

En de sfeer ook weer. Het was er weer prachtig. Samen met Bodnath (voor morgen) zijn dit mijn 2 plekken in Kathmandu waar ik zoveel mooie herinneringen aan heb en waar ik altijd weer naar toe ga als ik hier ben. Op de trappen van deze tempel is in 2014 mijn portemonnee (waarschijnlijk ….. de rits van mijn heuptasje kan ook zijn opengesprongen want het zat erg vol) gestolen. Ik heb de aangifte nog, maar ben in Nederland de verzekering helemaal vergeten.

Maar verder mooie herinneringen en te her-denken.

Voor de stupa ligt de Vajra, zowel in het hindoeïsme als in het boeddhisme symbool van de kracht (als van een bliksemschicht) en de schoonheid en sterkte (als van een diamant). En de aapjes zijn er ook nog en eten weer de rijst op die voor de vogels is bedoeld.

De reis….en het doel

Als het goed is, is dit ‘de berg’, de Mount Everest. Ik vloog er bijna precies 2 jaar geleden langs. Ik zat aan de goede kant van het vliegtuig, tussen enthousiaste medereizigers uit Nepal en Sikkim. Die me allemaal wezen op ja, ‘de berg’. Of de berg op deze foto hem echt is weet ik niet, al die bergen waren (en zijn) imposant en onwaarschijnlijk prachtig.

The journey is more important then the goal. Stond er ooit op een muur van een klooster in Ladakh waar ik jaren geleden langs liep. Het werd mijn lijfspreuk, en niet alleen bij het wandelen.

En nu ga langs al die imposante bergen lopen en daarmee ook ‘de berg’ benaderen. Benaderen, want het is hoog daar. Dus geen idee of en hoe ik het doel zal halen.

Maar zeker is dat het een reis wordt. Door diepe dalen en over hoge passen.

Daarna (‘want ik ben toch in de buurt’) wil ik met de bus en/of trein door noord India langs boeddhistische en hindoeïstische heilige plaatsen reizen.

Nog meer doelen om onderweg te kunnen zijn dus.

Als het mogelijk is zal ik weer regelmatig op dit blog verslag doen.

Af en toe verschijnt er tussen mijn berichten opeens een reclame boodschap, sorry hiervoor. Het is de moderne tijd

en niet alleen de Boeddha gaat met zijn tijd mee.

Inmiddels is het blog wel beveiligd, er zit een slotje in de bovenbalk. Dat weer wel.

Afscheid van Sint Petersburg

Paustovski en Sint Petersburg

‘In Leningrad bracht ik zoals altijd het grootste deel van mijn tijd door in de Hermitage en het Russisch Museum.

De lichte schemering in de zalen van de Hermitage waaraan het donkere bladgoud een zekere glans verleende, heb ik altijd als iets heiligs ondergaan. Ik ging er binnen als in de schatkamer van het menselijk genie. Hier heb ik voor het eerst, heel jong al, een gevoel van geluk gekend dat ik mens was en begrepen hoe groot en goed deze kan zijn.

Aanvankelijk voelde ik me een beetje verloren tussen deze bonte stoet van schilders. Mijn hoofd duizelde van de overvloed aan opgehoopte kleuren en ik ging, om een beetje op verhaal te komen, naar de zalen met de beeldhouwwerken.

Ik bleef daar lang zitten. Hoe langer ik naar de beelden van anoniem gebleven Griekse beeldhouwers of naar bijna onmerkbaar glimlachende vrouwen van Casanova keek, des te duidelijker begreep ik dat deze beeldhouwwerken een appel richten aan het schone in ons zelf, dat zijnde voorboden zijn van het zuiverste morgenrood van de mensheid.’

In Sint Petersburg hebben we een wandeling gemaakt die Paustovski graag maakte.

De tocht ging hoofdzakelijk langs het Gridoebovakanaal. (Een dag later liep ik hier ook, op zoek naar de synagoge. Zoeken, vragen en maar door lopen. Ik heb het enkele keren gevraagd, soms liep men een stukje met me mee, maar ik heb hem niet gevonden. Ik liep wel ‘van de kaart af’, de kaart hield hier op!)

Onze gidsen. Beiden wisten ontzettend veel, over Paustovski. De vader van de vrouw (de naam ben ik vergeten) heeft een boek over hem geschreven. We kregen van haar een mooi boekje. (In het Russisch) Twee betrokken mensen, die met veel zorg ons begeleidden.

Het regende een beetje. Maar Sint Petersburg is ook mooi in de regen.

Het museum van het beleg en de overwinning van Leningrad.

Politiek (uit de audio-tour)

Direct na de overwinning op de Duitsers besloten de bevolking van Leningrad en de militaire leiding van die stad dat er een museum over deze periode moest komen. Al in 1944 werd dit – met vaak persoonlijke spullen van de bevolking – ingericht.

De leiders van de strijd eisten na de oorlog hun plaats in het landelijk bestuur op. Stalin (en andere machthebbers) zag dit als een stap naar autonomie, voelde zich bedreigd in zijn macht en vond dat zijn rol bij het breken van het beleg onderbelicht was en ging tot vervolging van deze leiders over. Het museum moest gesloten worden en een gedeelte van de materialen werd vernietigd. De bevolking redde wat er nog over was en verstopte dit. (Ook dit werd als verzet tegen de centrale macht gezien)

Een aantal leiders werd gedood, anderen kwamen in de goelag terecht.

Na 25 jaar werden de overlevenden gerehabiliteerd.

In 1991 werd er opnieuw een museum ingericht.

De ingeneurs die de spoorlijn ‘Road to freedom’ hebben aan gelegd bij de eerste trein die daarover reed.

Symfonie van honger, dood en hoop

‘De zevende symfonie van Sjostakovitch werd voor het eerst opgevoerd op 9 augustus 1942. In september 1941 waren de Duitsers begonnen met het beleg van de stad, die al vele jaren leefde onder de terreur van Stalin; ruim een miljoen mensen stierven er en nog eens anderhalf miljoen mensen ontvluchtten de stad. Tegen die achtergrond schreef Sjostakovitch zijn symfonie over het beleg. De musici die haar uitvoerden, waren afkomstig van stedelijke orkesten in verval en voelden zich amper in staat te spelen.’

Maar ze speelden.

Toen ik in de hal zat te luisteren naar de audio-tour kwam de dame van de kaartjes uit haar hokje en ging schoonmaken.

Wat had ik graag mijn foto’s van dit museum aan mijn vader laten zien en alles vertelt. Hij had altijd zoveel bewondering voor het Russische volk en wist alles over de slag van Stalingrad en het beleg van Leningrad.

Anna Achmatova

‘In het verschrikkelijke jaar van de Jezjov-terreur heb ik zeventien maanden door gebracht met wachten in de rij voor de gevangenis in Leningrad. Op een dag werd ik door iemand in de drukte herkend. Achter me stond een vrouw, met lippen die blauw van de kou zagen, en die me natuurlijk nooit eerder bij mijn naam had horen noemen. Nu ontwaakte ze uit de verstarring die ons allen in de greep had, en ze vroeg me op fluistertoon (omdat iedereen daar fluisterde) ‘Kunt u dit beschrijven?’

En ik antwoordde: ‘Ja dat kan ik.’

En toen gleed iets van een glimlach over wat eens haar gezicht was geweest.’

Anna Achmatova, ‘In plaats van een voorwoord, Requiem, 1935 – 1940

Tegenover de gevangenis, aan de overkant van de Neva staat een standbeeld van haar. Ze kijkt om naar de gevangenis.

Haar zoon is 4 keer gearresteerd en ze heeft daar vaak in de rij gestaan om bij hem op bezoek te gaan.

Ik heb het museum bezocht dat is gevestigd in het huis waar ze woonde. Ze had zoveel bewonderaars, dat Stalin haar niet durfde te arresteren. Maar wel haar zoon en ook haar ex-man, met wie ze in het huis na de scheiding bleef wonen.

Vanuit haar kamer keek ze uit op een park. Ze keek elke dag even, en wisselde dan een blik met de man van de kgb die daar stond.

Detail van een portret door Nathan Altman (Russisch museum)

Met deze hand schreef ze niet alleen haar gedichten: er is een periode geweest dat ze (terecht) bang was dat de gedichten in beslag zouden worden genomen. Daarom leerde ze de gedichten uit haar hoofd, nadat ze voltooid waren. Daarna verbrandde ze.

’s Middags ben ik naar het Russisch museum gegaan. Een heerlijk rustig en prachtig museum. De Hermitage is verschrikkelijk druk, vooral met groepen toeristen. In het museum bekeek ik de schilderijen uit de 19e en 20e eeuw. Prachtig. Het museum is enorm groot en de schilderijen zijn niet te dicht op elkaar opgehangen. Natuurlijk veel Repin, Kandinsky en Malewich, maar er is zo veel meer.

‘Kinderen’ (detail) – Alexei en Serge Tkachef

‘Kinderen’ – Valentin Serov

’s Avonds zijn we met een groepje naar een concert geweest. Er trad een fluit kwartet op,vier jonge mensen, die klassieke muziek (bewerkt voor vier fluiten) speelden voor een een enthousiast Russisch publiek. (Veel familie en vrienden).

Dit alles op het dak van een hotel. Omdat het nogal waaide en af en toe regende was er een soort tent op het dak gezet. Af en toe ging het plastic hard te keer. Toen we thee bestelden kregen we een prachtige glazen theepot per persoon.

Bij het hotel hadden ze eerst gezegd dat we met de taxi er heen konden, toen werd dat weer afgeraden, (druk en de hele stad raakt verstopt), de metro was beter, maar ook die werd even later ontraden in de de spits. Dat viel wel mee.

Er bleken prachtige metrostations te zijn, met beeldhouwwerken, jugendstil achtige lampen en schilderijen.

Daarom ben ik de volgende dag met de metro naar het Moskou treinstation gegaan ( begin van de 5 km lange Nevski Prospekt), en ben onderweg uitgestapt, maakte een foto en ben op de zelfde lijn in de volgende trein gestapt.

Op metrostation Puskinkaya staat beneden, tussen de twee perrons een beeld van Poesjkin. (Met een bosje bloemen)

Het Moskou station is erg mooi, maar staat in de steigers. Dichtbij dit station is de Marata straat, waar Sjostakovitch heeft gewoond. In het gebouw is nu een bank gevestigd. Een eenvoudige plaquette op de muur herinnert aan Sjostakovitch (ik hoop tenminste dat dat er staat).

Daarna liep ik eerst een stuk de Nevski Prospekt af, met onderweg een kopje koffie met een klein gebakje in een prachtige gebakswinkel, annex restaurant uit 1903. De piano speelde Debussy (dmv een rol, er zat geen pianist) en de inrichting was wonderschoon.

Tenslotte wilde ik via een omweg weer terug naar het hotel. Maar liep verkeerd, liep ‘van de kaart af’ maar zag gelukkig een metrostation. En ik had nog een muntje.

Zo was ik toch nog op tijd voor vertrek naar het vliegveld.

En nu ben ik weer thuis, het was een mooie reis met een prachtig vol programma.

En nu dit alles nog verwerken.

En ben ik op reis?

Gedachten op het einde van de reis

Ik denk dat het ongeveer 15 jaar geleden is dat ik ‘ingenieurs van de ziel’ las en geraakt werd door het lezen over het leven van de schrijvers in de Sovjet Unie. En al veel langer kan de muziek van de componisten uit die tijd me emotioneren. Na Frank Westerman ben ik o.a. Paustovski gaan lezen, met zijn prachtige beschrijvingen van zijn leven (en daarmee de tijd waarin hij opgroeide en volwassen was), de natuur en zijn filosofische bespiegelingen. De titels Geschiedenis van mijn leven, Begin van een onbekend tijdperk, De tijd van grote verwachtingen, alleen al, zijn kleine mooie verhaaltjes die prachtig het grote verhaal verwoorden. Het is daarom heel bijzonder te reizen langs plekken die een rol spelen in die boeken.

Het is een prachtige reis, maar ik voel me niet op reis. Ik zit in een bubbel, weliswaar een prettige bubbel; veel mensen weten enorm veel over Paustovski, Russische literatuur en/of cultuur, of hebben veel in andere landen gereisd, maar het is wel een bubbel. En niet mijn zelf gekozen, zelf bepaalde bubbel. En dat betekent concreet dat de bubbel alles bepaalt en niet jij. Dus zit ik veel in de bubbel (bus, trein, boot, groep) en kijk naar buiten, in plaats van dat je buiten echt bent. Ik mis de contacten, het gaan door de Russische wereld, de leuke baby die je even aandacht geeft, met daarna een trotse blik van vader of moeder, het moeten zoeken (naar een bepaalde bezienswaardigheid), verdwalen in een stad, de contacten met de mensen in het openbaar vervoer, zelf kiezen waar, wat, wanneer je eet.

En het is soms een toeristenbubbel, dan voel ik me overgeleverd aan de dames van Intourist (zou dat nog bestaan?). Gisteren hadden we 3 gidsen, die allemaal in hun eigen soort Engels met een Russische tongval weer bij Peter de Grote begonnen. En ik onthoud er niets van. Stadsrondritten, excursies in een kerk of museum, ik hoef het niet. Je ziet, hoort, weliswaar veel meer, maar ik ervaar, beleef veel minder. Liever dus de helft minder (eigen motto) met als resultaat veel meer.

Nogmaals, wat het interessant maakt is het onderwerp en het vrij onbekende niet toeristische gebied Karelië in het noorden, met dat prachtige noordelijke licht en de trieste musea en plaatsen. Ik heb plaatsen bezocht die ik anders met moeite bezocht zou hebben, er gingen deuren open die anders dicht bleven.

En het was vaak goed in de bus, er werden verhalen van Paustovski voorgelezen of gedichten van Poesjkin. We werden overladen met cultuur, anekdotes over schrijvers, de geschiedenis van Rusland. En dat is allemaal heerlijk te ervaren met vaak gelijkgestemden.

Maar ik merk dat ik hospitaliseer…….. de Intourist dames denken aan alles, ‘heeft u het witte papiertje nog van de douane?’ Schalde het door de bus. En verdo…..ik ging het ook nog nakijken.

Rusland is een prachtig groot, groot land met aardige, bescheiden mensen. Maar wat moeten er veel hier hard sappelen om rond te komen, wat zie je veel armoede en verwaarloosde dorpen. Met 10 appels op de markt, of met een bosje bloemen te koop bij het graf van Poesjkin. De kloof is groot tussen het platteland en bv St Petersburg. Hier staan dure winkels langs de Nevski Prospekt, staan de laatste versie auto’s in de file en zit de Starbucks vol met moderne jongeren.

En zie je ook mensen de vuilnisbakken uitzoeken op zoek naar drankblikjes, zie je overdag al dronken mensen.

Maar op dat platteland dan weer de mooie houten huizen met het beeldige tuintje, zo keurig onderhouden.

‘Van vrijheid kun je niet eten’.

Het is een ingewikkelde die politiek. Daar in het noorden was ik blij dat ik nooit op de cpn heb gestemd, maar tegelijkertijd had en heb ik nog steeds veel respect voor die mensen die grote idealen koesterden en er ook naar leefden. Voor de emigranten die naar Rusland vertrokken in de 20- en 30-er jaren (en die, hoe idealistisch, hoe naïef, och arme, soms ook met willekeur in de goelag verdwenen), voor de cpn-ers die in de 2e wereldoorlog in het verzet gingen, of in de Spaanse burgeroorlog vochten.

Ik vraag me af wat er voor de gewone, arme mensen hier is veranderd na de perestrojka, we reden door kleine plaatsen met 1 fabriek. Die fabriek werd in 1990 ontmanteld, en toen was het afgelopen met het werk, met de inkomsten. Ik hoor verhalen van scholen die dicht gingen, ziekenhuizen die minder medicijnen hebben. Ik voel de gaten in de weg en zie de vervallen huizen. Eerst had de partij alle macht, nu een kleine groep mensen.

De terreur, de willekeur is verdwenen.

En iedereen ‘rent’ achter de consumptieartikelen aan.

En het geloof, en daarmee de macht van de kerk is terug.

Daarom nog maar ‘ns Paustovski, die het veel mooier kan zeggen dan ik.

‘De religie was voor deze vrouwen een zoet zelfbedrog, een wereld van steriele bedenksels voor vermoeide lieden. Een andere uitweg zagen zij niet en daarom geloofden ze met zo’n fanatieke felheid, en in weerwil van alle gezond verstand en levenservaring, dat de rechtvaardigheid belichaamd werd in de gestalte van een bedelaar uit Galilea, in de gestalte van een God.

Maar waarom bleef deze God, bedacht door de mensen om in de bloedige en vreselijke warwinkel van het bestaan het spoor niet bijster te raken, dan almaar talmen, almaar zwijgen, en greep hij nooit in in het verloop van hun leven? En toch bleef men maar in hem geloven, ook al zag deze God nu al eeuwenlang werkeloos toe.

De dorst naar geluk was zo groot dat de mensen trachtten de poëzie van het geluk over te dragen op de religie, uit te drukken in plechtige bezweringen en in de walm van wierook.’

Morgen, is het nog 1 dag in St Petersburg.

Veli Novgorod

‘Men ziet daar kleine stukjes van het werkelijke leven, bv als Tatjana Andreevena zegt: ‘Een fantastische stad. Schilderachtig en zeer ruig. Maar als jullie naar Novgorod komen in de zomer, als de lindebomen bloeien, dan kun je aangegrepen worden tot je er hoofdpijn van krijgt. Ik ben hier geboren, maar gedurende de witte nachten (zomers zijn er heel korte nachten) kan niemand geloven dat dit echt is. Je loopt door de stad, alsof je je diep onder water bevindt.’

Uit: De rook en het vaderland.

Dit is een heerlijke, rustige stad. We hebben hier langs de rivier gelopen, over de rivier gevaren, het Kremlin bezocht en ik ben op het Rachmaninovplein geweest, daar staat een standbeeld van Rachmaninov en…. zijn muziek klinkt er! Toen dacht ik even als ik hier zou wonen, dan zou ik op zo’n heerlijk stille, zonnige, nazomer zondagochtend op dit pleintje gaan zitten en zou ik gaan luisteren, alleen maar luisteren naar zijn 2e pianoconcert. (De weergave kon iets beter, want de muziek kwam uit luidsprekers, maar toch…….heerlijk zo’n zondagochtend)

De boottocht op De Volchorivier en het Ilmanmeer.

Op de boot ‘kijkt de (Russische) buurman weg’, hij wilde niet op de foto.

Zicht op de arcade van de markt. Veli Novgorod is een hanzestad. De markt was direct aan de rivier. Hiervan is alleen de arcade bewaard gebleven, de rest is weggebombardeerd in de 2e wereldoorlog.

Achter de arcade verschijnen de eerste kerkjes, daarover later meer. Want die kerkjes zijn zo mooi, en erin is zo veel moois te zien.

Ik had graag nog wat langer in deze stad gebleven. Er bleek nog een prachtig oud centrum te zijn, met lange lanen met lindebomen, waar mooie oude huizen stonden. Zalig hier een fiets te huren.

De kerken en kloosters

In en rondom de stad zijn enorm veel kloosters en kerken. Ooit stonden er 200 kerken, waarvan er nu nog 50 over zijn. Sommige worden gerestaureerd, maar volledige restauratie van alle monumenten is duur en daardoor niet mogelijk. De gebouwen hebben in de vorige eeuw(en) veel te lijden gehad; de bolsjewieken sloten de kerken en vaak werden deze daarna als opslagruimte gebruikt, en daarna werd er in dit gebied hevig gevochten in de 2e wereldoorlog, de stad lag midden in de

vuurlinie.

En nu staan ze daar, alsof ze ooit met een losse hand over de stad zijn gestrooid. Overal zie je de koepels tussen de huizen (letterlijk) oplichten.

Het klooster van Sint George

Een enorm complex, waarvan de kerk prachtige fresco’s had.

De wonderen van de schilderkunst en de techniek. Het is donker in deze kerken en de koepel (van de dom) is ver, hoog daarboven. Met de telefoon kun je hier prachtig foto’s maken, en daarna heb ik deze foto ook nog vergroot.

Alle muren zijn bedekt met prachtige afbeeldingen van verhalen uit de bijbel, heiligen, prinsen en prinsessen. Het zijn fresco’s direct op de muren geschilderd. De afbeelding is vaak een icoon. Maar in tegenstelling tot andere iconen zijn deze schilderingen speelser, zijn de mensen levend(ig), zijn ze niet zo schematisch en ‘strak’.

Daarna bezochten we de kerk van de Transfiguratie.

Dit kerkje is gebouwd in de 11e eeuw, de fresco’s zijn geschilderd in de 12e eeuw.

‘De beschrijving van de oude kerken is heel duidelijk: de stenen koude, het roest, het gebroken glas en van op de muren keken de heiligen dreigend toe. Hun kleren waren bedekt door bleke grassprieten, hun blote voeten stonden op koude stenen’.

uit: De rook van het vaderland.

Een kerkje waarvan het dak met houten dakpannen is bedekt, geheel vervallen, wat zou hier binnen ooit een rijkdom hebben gestaan.

En tenslotte de grote trots van Novgorod, de kerk van de Transfiguratie. (wederom). De fresco’s in deze kerk zijn geschilderd door Theophanes de Griek. Novgorod was rijk in die tijden, Theophanes kwam speciaal voor dit werk uit Byzantium. (12e eeuw).

En speciaal voor ons kwam deze dame de deur open doen.

De deurposten, de muren, de raampjes, alles is versierd.

En een uitvergrote foto (techniek!) van de fresco in de koepel, wat heeft dit gezicht een prachtige levendige uitdrukking.

Poesjkin

Ik moet tot mijn schande bekennen dat ik van Poesjkin nog nooit iets gelezen heb. Hij staat nummer 1 hier in Rusland en een bezoek aan het landgoed waarnaar hij verbannen is (geef mij zo’n verbanningsoord) en zijn graf is voor heel veel Russen belangrijk.

Op weg naar het landgoed ontmoetten we het oude Rusland.

Met een borst vol medailles.

Er was weer een gids………..

Zij vergezelde ons sinds Pskov, maar op het landgoed bleek nog een gids, speciaal voor daar te zijn. Er ontstond dus enige spanning tussen de dames, temeer omdat Svetlana, die ons de hele reis begeleidt, ook heel veel kon en wilde vertellen van haar favoriete dichter: Poesjkin.

Hier is de spanning al zichtbaar.

Het landgoed, waar ik heerlijk heb gewandeld, ik waande me even ‘De dame met het hondje’.

En dan het huis waarin hij woonde, een droomhuis op een droomplek.

De werkkamer van Poesjkin. Let even op het voetenbankje, midden links, hier is een plastic doosje omgezet, ter bescherming. Wij moesten om de kamers te bezichtigen plastic hoesjes om de schoenen doen. Alles was zo authentiek mogelijk. En zo moest het (terecht) blijven.

Er stond ook een kantkloskussen, want zijn verzorgster kloste kant. Echter, het werk was in de verkeerde richting opgespeld en het patroon was Deens. Zulke klosjes had ik ook nog nooit gezien, wellicht waren deze echt Russisch.

Het is gebruikelijk dat je bij een bezoek aan het graf er bloemen oplegt. Langs de weg naar het graf staan vrouwen die deze bloemen te koop aanbieden. Ik denk dat de opbrengst van de bloemenverkoop haar enige bron van inkomsten is.

Het graf. Het staat boven op een heuvel bij een kerk (die weer bij een klooster hoort).

Zoveel moois te zien, te lezen, te luisteren van en over Rusland.

Ik heb er minstens nog een heel nieuw leven voor nodig.

Pskov, kerken, iconen en fresco’s

Het regende ’s ochtends in Pskov, we werden opgewacht door de zoveelste gids, die wederom bij Peter de Grote wilde beginnen. Dit kon gelukkig worden afgekapt.

Pskov is 1 van de oudste steden van Rusland. Het Kremlin, een ommuurde citadel, was het administratieve en spirituele centrum van de stad. Dit is de kerk. De iconen uit de kerk sla ik even over. Er was een dienst, deze dames zongen er prachtig bij. Het was een soort beurt-zang: de pater (?) ging voor – de vrouwen antwoordden.

Prachtige fresco’s uit de 12e eeuw in het Mirozhi klooster. De kerk van dit klooster is de oudste kerk van Pskov.

Daarna kwam nog een museum, maar toen had ik dat wel even gehad. Dus met 2 mensen de stad op zoek naar de boekwinkel.

Het was veel zoeken naar de boekwinkel, we vroegen het oa aan dit bruidspaartje dat voor het Leninbeeld voor de bruidsfoto’s poseerde. De bruidegom sprak wat engels en wist het haarfijn (bleek naderhand) uit te leggen. We liepen door de straat, en zagen op de aangewezen plaats een winkel met theepotten en bekers (allen versierd met het plaatselijke Kremlin) in de etalage. maar geen boekwinkel. Uiteindelijk hebben we het 4 keer gevraagd en zijn 2 maal door de straat gelopen. Bij toeval zagen we dat achter de theepotten een boekwinkel bleek te zijn.

De hele middag verder door de stad gelopen. Langs de rivier en over het grote plein met het plaatselijke Leninbeeld en een lichtreclame. En over een mooi marktje, met veel etenswaren, enorm veel soorten honing (die je heerlijk kon proeven), gebreide spullen en brood. Het was zalig, zo zonder gids, zonder veel mensen daar te lopen.

De Solovetski eilanden

‘Er zijn monniken en priesters,
Prostituees en dieven.
Er zijn hier vorsten en baronnen –
Maar hun kronen zijn afgenomen……
Op dit eiland hebben de rijken geen thuis,
Geen kastelen, geen paleizen…….
Gedicht van een anonieme gevangene, Solovetski eilanden, 1926

Kem
Gisteravond (6 september) in het plaatsje Kem aangekomen, vanwaar we morgen met de boot naar de Solovetski eilanden zullen vertrekken. Op deze eilanden staat een beroemd en voor de bevolking hier een belangrijk klooster, het is voor veel mensen een bedevaartsoord.
Zowel op de eilanden als op ‘de vaste wal’ staan kleine kerkjes en kapelletjes.

In het hotel is er op dit moment geen water (maar ik heb niveadoekjes!) en geen wifi, dus nu loop ik 4 berichten achter, en dan vanavond en vannacht in de trein, ik hoop dat er morgen in het hotel wifi is. Maar het eten smaakt goed en de bedden zijn prima. De volgende ochtend was er weer water en stonden de eerste pelgrims al om 7 uur aan de kade.

Het was 2 uur varen over de Witte Zee, en ik moest denken aan de gevangenen die ook over de Witte Zee naar het eiland werden vervoerd. In dat verschrikkelijke klimaat, het is hier nog maar 160 km naar de poolcirkel. De boot vaart alleen nog in september. Daarna beginnen de herfststormen, gevolgd door de winter.

Allereerst kwam er een rondleiding in het klooster. Dit was in de vorige eeuw ernstig verwaarloosd en gebruikt door de bolsjewieken. Zij richtten hier het eerste goelag-kamp in. De gevangenen werden in de kerk gefolterd.

(Ook in de eeuwen hiervoor werd het fort of een gedeelte ervan als gevangenis)

Overal werd er nu gebouwd. De hoofdkerk was inmiddels weer klaar en wordt weer enthousiast gebruikt. Het geloof beleeft een revival hier in Rusland, helemaal weer terug naar af. Het klooster zelf straalde weinig sfeer uit. Er was een gedeelte ingericht als museum (met prachtige fresco’s) en de hoofdkerk was clean, bombastisch en sfeerloos.

En dit was de gids, niet te vergeten. Hij dreunde zijn lesje in moeizaam Engels en mijn vragen interpreteerde hij net iets anders dan bedoeld was. En ja, hij was erg dik, kortademig en iemand zei dat hij wel erg naar de alcohol rook. Maar hij heeft het volbracht.

Het restaurant, de souvenierwinkeltjes, de bank, alles was nieuw of er werd aan gebouwd. Mijn roebels waren op en de geldautomaat had een Engelse versie voor het gebruik, maar was leeg. Maar ik kon wel mijn kopje koffie a €1,60 met de creditcard betalen.

Daarna het S.L.O.N. museum bezocht. Het klooster was een gevangenenkamp van 1923 – 1939. Daarvoor werd het als heropvoedingskamp gebruikt, de eerste jaren na 1917 geloofden de revolutionairen nog in het heropvoeden.
Tja, het museum. Alweer een museum over macht, ellende, dood, ziekte en willekeur.
Het was zorgvuldig ingericht met veel toelichting. Deze was helaas alleen in het Russsisch.

o.a. Solomon Volkov (schrijver van het boek Getuigenis, over het leven van Sjostakovitsj) heeft hier gevangen gezeten.

Wat waren deze mensen dapper, in die tijd waarin het nooit zeker was of je die avond zou worden opgepakt of dat je de volgende dag in je eigen bed wakker zou worden. Zoveel willekeur en onzekerheid. Geen idee hoe ik me in zo’n systeem zou gedragen.

En verder op reis

Mijn buurvrouwen op de boot, terug van de Solovetski eilanden naar Kem.

Terug was de zee veel wilder dan op de heenweg, de boot ging hevig op en neer. Ik was blij dat ik er weer af kon. Op de vaste wal konden we direct door naar het (enige) restaurant, en daarna direct weer door met een busje 17 km verder naar het station. En daar kon ik pinnen…… na een half uur kwam de trein, die om 9 uur ’s avonds vertrok en in die trein was een restauratie met echte (Turkse) koffie.

Elke wagon heeft iemand die overal voor zorgt. Hij of zij heeft ook een klein winkeltje. Voor de thee is er altijd heet water in de samowar, die op de gang staat. Het hete water is gratis, het theezakje moet je erbij kopen en de thee wordt in prachtige grote theeglazen gebracht. De glazen waren a €15.– te koop. In het winkeltje zijn nootjes, thee, snoep, enz te koop. Er wordt voor het beddengoed gezorgd en ja ik heb ze ook aan het werk gezien in de wc. Daar stond zelfs een luchtverfrisser en er was altijd toiletpapier. (Ik had uit voorzorg een halve rol uit het laatste hotel meegenomen). Dat dus anders dan 25 jaar geleden. De wc zelf, daar was niet aan veranderd. Hij was alleen nog (25 jaar) ouder geworden.

En toen reisden we met een klein groepje en had je veel contact met de mensen in de trein. Nu zaten we met 20 Nederlanders in de restauratie met 1 Rus. Dat praat toch anders.

Ik heb die nacht met z’n vieren in een coupe heerlijk geslapen. Schone lakentjes, een dekentje, de cadans van de trein. En even wakker worden bij een lange stop op onbekende stations en dan naar buiten kijken. De volgende dag om 5 voor 12 kwam de trein precies op tijd in Petersburg aan, waar we na 5 minuten in de bus konden stappen. Het werd nu een kwestie van blik op oneindig en doorgaan.

Ergens verwachtte ik een mooi romantisch station. Die zijn er nog wel in St Petersburg. Maar dit was het duidelijk niet.

Het werd nog een lange rit naar Pskov, eerst door die drukke stad, nog lunchen onderweg, daarna files omdat half St Petersburg in het weekend naar de datsja gaat.

Onderweg nog een koffiestop.

Een heel lieve man, we hadden wel contact, maar wat jammer toch, dat ik de taal niet spreek.

Ik meen dat het half 9 ’s avonds was dat we in het hotel aankwamen, maar toen wist ik nauwelijks welke dag het was, waar ik was en in welk voertuig ik zat. Gisteren vertrek met de boot van half 5 van de Solovetski -eilanden, aankomst in Pskov de volgende dag om half 9 ’s avonds. Ik ga niet meer uitrekenen hoeveel uur onderweg dat is.

Maar ik ben (nu) in Pskov.

En hier niet naar de narigheid van de goelag of het indrukwekkende kanaal. Maar kerken, fresco’s en iconen, even wat anders.

Grote projecten en stille gebaren van liefde

‘Waar bemoste kliffen en water sluimerden,
Daar zullen, dankzij de kracht van de arbeid,
Fabrieken gebouwd worden.
En daar zullen steden ontstaan.
Schoorstenen zullen oprijzen
Onder de noordelijke hemelen.
Gebouwen zullen het licht verspreiden
Van bibliotheken, schouwburgen en clubs.
Door: Medvedkof, arbeider bij het Witte Zeekanaal.

Deze dag stond in het teken van de jaren van Stalin en de Grote Terreur. Bizar om dat op een vakantie te gaan bekijken. En toch blijft het me bezighouden, ‘de schuldige landschappen’ zoals Armando ze noemt.
Door een prachtig landschap van berkenbossen waarvan de bladeren voorzichtig naar de herfst gingen kleuren, reden we naar Povenets, een plaatsje aan Het Witte Zeekanaal. Dit kanaal is in 1931 gegraven door dwangarbeiders. Het is 227 km lang en 126.000 dwangarbeiders moesten dit op bevel van Stalin in 1 jaar graven. Het verbindt de Witte Zee met de Finse Golf.

Alleen plaatselijk materiaal mocht gebruikt worden en langzamerhand ontstond er een nederzetting, met huizen en werkplaatsen waar kleren werden gemaakt, meubels enz. De meeste arbeiders stierven door de verschrikkelijke omstandigheden waaronder ze moesten werken: een karig rantsoen, ’s winters temperaturen ver onder het vriespunt en zomers werkdagen van 12-16 uur, want zo dicht bij de poolcirkel zijn in de zomer de dagen lang. De nederzetting werd een dorp, en dit bestaat nog steeds.

Er heerste hongersnood in de kampen. Frank Westerman vertelt in ‘Ingenieurs van de ziel’ hoe in de jaren 30 er plotseling geen ganzen meer op doortocht in Nederland kwamen. Het bleek dat ze door de gevangenen in de kampen in Noord Rusland werden gevangen en opgegeten. Pas in de jaren 60 was de ganzenstand weer op orde.

De arbeiders werden met treinen naar het station van Medvezjegorsk gebracht. Vandaar moesten ze 22 km lopen naar Povenets.

Deze foto is idyllisch. Toen ik een foto vanaf het perron wilde maken, werden er juist een aantal gevangenen naar de trein gebracht, ze moesten op hun knieën zitten, herdershonden, schreeuwende bewakers, het hele circus, een rot gezicht.

De tocht ging langs dit gebouw:

Een bizar gebouw. Speciaal voor Stalin gebouwd om in te slapen als hij Medvezjegorsk kwam bezoeken. Vanuit de toren in het midden kon hij met een verrekijker de vorderingen van de bouw van het kanaal 22 km verderop. Links voor het gebouw staat het plaatselijke marktje, het rechtergedeelte is museum. (Een mooi artikel hierover is: ‘Stalins gruwelkeuken’ NRC 28 oktober 2000, even googelen)

Wij bezochten een van de vele sluizen. In deze tijd passeren er ongeveer 6 schepen per week het plaatsje. Er kwam gelukkig net een enorm schip aan, zodat er gestut moest worden. Het blijft een prachtig gezicht, zo’n enorme boot door de sluizen te zien gaan.

De sluis werd bewaakt (?) door mannen (alweer die pakken) met geweren, deze is in gesprek met de gids van vandaag, de directeur van het plaatselijk museum.

In de 2e wereldoorlog liep hier de grens met Finland.

Daarna bezochten we Sandermog. Dit is 1 van de drie executieplaatsen in dit gebied. Het waren vooral politieke gevangenen die hier in de Stalintijd werden geëxecuteerd. Er liggen veel van dergelijke plaatsen over heel Rusland verspreid, vaak in moeilijk te bereiken gebieden, waar de misdaden ongezien konden worden uitgevoerd.
Sinds 1997 zijn op 5 van dergelijke plekken de graven geopend en inmiddels zijn op deze plek 8000 lichamen opgegraven. Het zoeken gaat nog door. Ook hangen er briefjes aan de bomen van mensen opzoek naar een verdwenen familielid. De meeste graven dateren van 1937-1938, het hoogtepunt van de zuiveringen en de terreur. Er liggen lichamen van mensen uit o.a. Rusland, Finland, de Verenigde Staten en Roemenië.

Op de plek waar het lichaam gevonden is zetten de nabestaanden, die vaak lang hebben gezocht naar duidelijkheid over hun verdwenen familielid, een bloem, een kruis of een grafsteen.

Een prachtige, verstilde plaats vol emoties.

En zo groot, zoveel doden.