The postman 23 april

Vanochtend, tijdens mijn ochtendwandelingetje zag ik een man foto’s proberen te nemen van die beeldige lammetjes. (Maar ook voor hem renden ze weg). We maakten een praatje. Hij vertelde dat hij zo van de countryside hield en dat hij speciaal voor het buitenzijn voor dit beroep had gekozen en uit Londen verhuisd was. En dat kon ik me allemaal voorstellen.

Deze week 21 april

Zicht vanuit mijn kamer om kwart over 6.

De dag begint.

En dit is het schema voor de komende week:

‘Zitting’ betekent zitten, doodstil zitten. De eerste keer 45 minuten, daarna duren de periodes 35 minuten, afgewisseld met 10 minuten lopen. Tijdens het ontbijt wordt er melk en yoghurt geserveerd, verder zijn de maaltijden veganistisch. En erg lekker! Ik heb weer geprobeerd alles op te schrijven en had het kookboek al eerder aangeschaft.

De lunch is de hoofdmaaltijd en tijdens de ‘tea’ wordt soep met brood, crackers enz geserveerd.

Iedereen wordt ingezet bij de ‘workperiod’, ik gelukkig weer in keuken.

Na de lunch en na de tea is er gelegenheid tot wandelen.

En Devon is zo mooi!

Zicht het op het Gaiahouse (eigenlijk niet te zien, op de linkerheuvel, tussen de bomen)

Zicht op de ‘Moors’, een moerasachtig kaal gebied met heuvels, waar iemand willekeurig (lijkt het) enorme keien op heeft gestrooid. Op de rechter heuvel is nog net een enorme kei te zien: Haytor, de grootste kei.

Het is lente, volop lente 22 april

Wat is het toch prachtig om dat moment mee te maken waarop de hele natuur tot leven lijkt te komen. Alle knoppen, vogels, schapen, kortom alles lijkt te gaan leven, open te springen, dit is het moment.

En wat is het mooi om dat zo in de natuur mee te mogen maken. Dus vandaag veel gewandeld.

🌖 glans van deze dag: mother nature

Friday morning at 5 o’clock when the day begin……..

Het is vandaag vrijdag 20 april en ik zit nu, om 12 uur in het Victoria coach station. Ik had eigenlijk rond deze tijd in een wegrestaurant moeten zitten, maar er traden enige vertragingen op.

Gisteravond 5 voor 10 dacht ik ‘laat ik nog even naar de mail kijken’. Daar bleek een nieuwe mail van de KLM te zijn gearriveerd met een nieuw ticket: vertrek 16.55 en dan zou ik via Luxemburg om 7 uur in Londen aankomen.

Was dit een hack?

Ik had mijn instapkaart voor ‘s ochtends 7 uur al geprint.

Ik belde de KLM. Dat gaat niet zomaar. Er waren zoveel wachtenden voor me dat men zelf de verbinding verbrak. Anders moest ik maar lang wachten. Na nog enkele pogingen kreeg ik een Engels sprekende dame aan de telefoon, van Indiase origine (zo’n call centre in Delhi?) die me vertelde dat mijn oorspronkelijke vlucht gecanceld was en dat ik was overgeboekt. En alle andere vluchten waren vol. Na enig aandringen van mij kwamen er alternatieven: via Berlijn, of via Frankfurt, of via Parijs. Allemaal steden waar het me heerlijk toeven leek, echter ik wilde om 4 uur in Newton Abbot zijn, en hiervoor moest ik met de bus van 10 uur uit Victoria coach station vertrekken. Na nog ettelijke pogingen, (ik kreeg van elke poging direct het ticket toegestuurd) kwam het uiteindelijke alternatief: 8.35 uur vertrek, aankomst 9.10 uur plaatselijke tijd. Hiervan kreeg ik direct de instapkaart toegestuurd. Dit betekende een uur later vanuit Utrecht vertrekken. Een uur langer slapen dus! Dat kon ik wel gebruiken, door al het gedoe ging ik 2 uur later naar bed.

Ik was hier zo blij mee dat ik die ochtend via de tunnel, (de kortste, maar niet de veiligste route naar het station) zomaar

‘s ochtends om kwart voor 5 het station binnenging, Schiphol here I come!

(Had wel mijn kaartjes en geld in mijn buideltje onder de kleren).

Op Schiphol ging alles voorspoedig (nog geen meivakantie drukte) en om 9.10 uur plaatselijke tijd arriveerde ik in Londen. Maar zou ik het vanaf Heathrow nog halen op tijd naar Victoria? Dat kost officieel ruim 50 minuten. Nee dus. Ook nu was de bus door mij zo geroemd, ‘altijd op tijd!’ – op tijd vertrokken. Ik kwam 10 minuten te laat aan.

Ofschoon de hersens door het slaaptekort en tijdsverschil niet echt goed werkten, verwachtte ik dat het om half 7 ‘s avonds, als ik in Newton Abbot aankom nog licht zou zijn, want dan is het nog anderhalf uur lopen.

Ondertussen wilde ik hier naar het toilet. Daar bleek dat de ponden, die ik nog ergens thuis had gevonden niet meer gebruikt werden, ik kon ze bij elke bank inwisselen. Dus op zoek naar een bank en tegelijk het papieren geld maar even laten controleren. Ook dat waren inmiddels andere biljetten geworden. Ik kon maar 30 pond per bank omruilen, dus heb ik diverse banken bezocht. Denkend aan Londen, dan denk ik aan biljetten omwisselen, ik heb het ettelijke keren gedaan, voor mijn vader, voor een vriend, voor een oom. Ik ken de banken in Engeland beter dan die in Nederland.

En nu zit ik hier, naar het toilet geweest, een vers kopje latte gekocht, nog een heerlijke boterham uit Nederland gegeten, te wachten op de bus.

En ja hoor keurig op tijd vertrokken. Het is natuurlijk heel leuk, zo langs de Theems rijdend de stad te verlaten.

Met 10 minuten vertraging kwam de bus in Newton Abbot aan. Dit is een klein plaatsje met een hoofdstraat, een postkantoor, een station en een overdekte markt. En verder veel pubs, Indiase afhaaltentjes en fish & chips shops. En veel arme mensen. Zag je in Londen de enorm grote kloof tussen arm en rijk, hier zie je alleen maar arm.

Binnen een kwartier had ik het plaatsje verlaten langs de

Daarna werd het al snel landelijk, heel landelijk. Alles verlicht door een bijna ondergegane zon, was het zo heerlijk de stilte, de rust binnen te lopen. Ik kwam weer thuis.

🌖 de glans van deze dag: de buschauffeur die op Victoria busstation mijn rugzak pakte, ‘Let me take this love’. Toen was al het KLM gedoe al weer geschiedenis.

De laatste dag

Vanmiddag vertrek ik naar Delhi en vannacht vlieg ik via Parijs (fusie KLM – air France) weer terug naar Nederland.

Vanochtend was het koud en mistig, de winter is hier nu echt begonnen. Het was erg mistig dus maakte ik me zorgen of het vliegtuig wel kon landen. En dan daarna, hoe is het weer in Parijs? En hoe in Nederland? Voor de zekerheid gevraagd of de taxi een uur eerder kan komen.

En verder, nou, ik zie het allemaal wel.

Als ontbijt kwam er waterige rijstepap met bananen. Het is een ‘vastendag’ vandaag.

Daarna ben ik met de warme jas nog 1 keer naar de oude stad gegaan. En toch nog maar een keer naar de belangrijkste tempel. In de loop van de ochtend klaarde het op en nu schijnt de zon. Straks ga ik nog heel even in de tuin zitten.

In de stad was het erg druk met veel saddu’s. Gisteren had ik ook al een bijna naakte man gezien die helemaal bedekt was met as. Misschien is het een bepaalde dag, maar niemand kan het zeggen.

En ik neem afscheid van de koeien!

Zal weer raar zijn onderweg om boodschappen te doen in Utrecht. Niet op de aapjes, niet op de koeien, niet op dat onmogelijke verkeer hier letten.

Zojuist nog gelunched met de hara Krishna (heerlijke fruitsalade) en straks in Delhi mijn allerlaatste Indiase maaltijd.

Ik ga het hier allemaal missen en ik ben ook weer blij naar mijn leven daar in Nederland te gaan. (En het duurt nog 2 maanden, dan is het alweer maart). Ik heb al mijn warme kleren in de handbagage.

Iedereen bedankt voor alle reacties en mailtjes! Ik vind het maken van een blog leuk, maar dat jullie reageren, dat is nog leuker en hoop jullie weer snel te zien en te spreken, liefs, Marga

De tempels van Vrindavan

‘Dit is Vrindavan, de stad waar Krishna geboren werd en opgroeide. Hier verrichtte hij zijn eerste wonderen en versloeg hij voor het eerst een demon.

Alles staat hier in het teken van Krishna.

Is hij er nog? En waar is hij in de stad?

Tussen 6 en half 8 ‘s ochtends wordt de stad wakker van de tempelbellen. Het geklingel raakt de ziel, veegt elke frustratie, alle gevaar en alle teleurstelling weg. Alles is harmonie, er is alleen maar eenheid. Elk lichaam is een deel van de geest. De boodschap die Arjun van Krishna in de Baghawat Gita kreeg: vergeet alle andere dharma’s (hier: wetten) herinner je alleen mij, die boodschap ervaar je in de ene na de andere tempel.’ (Uit de Indiase gids)

Ik ben in Vrindavan opzoek gegaan naar Krishna.

Ik zocht hem in de oudste tempels, en op straat.

Krishna is het meest menselijke aspect van Vishnu. Hij belichaamt zowel de ideale geliefde, de soldaat en de staatsman, als ook de aanbiddelijke baby.

Baanki Bihari

Twee jaar geleden ben ik in een tempel geweest die veel indruk op me maakte en ik ging direct op zoek naar die tempel. Dat is lopend nogal ingewikkeld. Alle tempels staan tussen de huizen en zijn te bereiken via smalle steegjes. Er staan geen bordjes bij (of ik kan ze niet lezen)

De eerste (en enige) tempel die ik die eerste dag ‘vond’ was de Baanke Bihari, de belangrijkste tempel van Vrindavan. Het was enorm druk, en om het wachten van de pelgrims te verlichten trad er een brassband op.

Na een uur wachten ging de tempelpoort open en verdrongen de mensen zich naar binnen. Daar was een grote open ruimte, die vol ballonnen hing! Het zag er allemaal anders uit dan ik me dacht te herinneren en ik twijfel nog steeds of dit de tempel van twee jaar geleden is.

Radaraman

er staan heel veel gebouwen in Vrindavan waaraan te zien is dat het vroeger heel mooie gebouwen waren. Maar wat ziet alles er nu vervallen, verwaarloosd uit. Bij de tempel staat een huis met een prachtig bewerkt portaal.

Gokunalanda (? Gopinath)

In elke tempel wordt muziek gemaakt, vaak door vrouwen.

De weduwen in Vrindavan

Veel vrouwen blijven na de dood van hun man onverzorgd achter. Ze hebben geen kinderen, of familie die voor ze kunnen, of willen zorgen. Sati, de zelf-verbranding van weduwen is (officieel) verboden. En dus trekken die vrouwen weg, arm, vaak heel arm naar twee plaatsen in India en Vrindavan is er 1 van. Er wonen ongeveer 6000 (schatting) weduwen in speciale ashrams of op straat rond de tempels. Voor de broodnodige Rupees maken ze muziek in de tempel of bedelen. Gisteren liep ik toevallig langs 1 van die ashrams, smerig en vervallen met een enorme ruimte waar de vrouwen opeengedrongen in zaten. Toen ik aan de man van het winkeltje ernaast vroeg ‘widdows?’ kreeg ik een meelevend knikje.

In de tempel kreeg ik een handje ‘heilig’ water. Zou het uit de Ganges komen? In Allahabad namen de pelgrims grote flessen water mee terug naar huis. Ik moest het water over mijn net deze ochtend gewassen haar gooien.

Govindadevi

Een tempel van 3 verdiepingen, gebouwd in 1590. De top is vanuit Jaipur te zien. Mirabai (een vrouw die bijna de vrouw van Krishna werd) vond haar Krishna in deze tempel. (Hij wilde geloof ik niet) Er is ook een speciale tempel aan haar gewijd. Daarin ligt de steen met de voetafdruk van Krishna. (Ik geloof dat iedere godsdienst zo zijn eigen heilige steen heeft).

In de tempel, van het allerheiligste (een beeld van Krishna) mogen geen foto’s gemaakt worden. Maar heel in de verte is hij nog te zien. Toen ik met mijn fototoestel dichterbij kwam werd vlug het gordijntje dichtgedaan.

En buiten zitten de onvermijdelijke bedelaars en aapjes.

Ranganath

Een tempel in zuid India stijl gebouwd. Niet gewijd aan Krishna.

Ik vermoed dat deze tempel aan Shiva is gewijd.

Dit waren ‘een paar’ tempels in Vrindavan. De stad staat er vol mee en er worden er nog steeds bijgebouwd. Op de plaats waar Krishna dit deed, of dat. Krishna en zijn tempels is big business (geworden).

In de tempels staat het beeldje, de ‘heilige’.

Vaak lijkt? is? het alsof de Indiërs hem zo als werkelijkheid, als levend zien. Ze hebben een persoonlijke band met hun goden. In de winkels liggen de ‘winterkleren’ voor hem klaar. Hij leeft voor hen, er wordt met hem gepraat, hij krijgt iets te eten en te drinken. Ook de hara Krishna vertelt over zijn wonderen alsof hij ze hier zojuist om de hoek heeft volbracht.

Ik blijf het allemaal moeilijk te begrijpen vinden. Het is kleurrijk om te zien, in de tempels hangt vaak een mooie sfeer, maar wat een poppenkast is het toch allemaal ook. Ik heb de afgelopen weken de Baghawat Gita gelezen. In het verhaal worden morele dilemma’s door Krishna opgelost. Het verband tussen wat ik zie in de tempels en wat ik lees is moeilijk te zien. Laat staan met wat ik zie op straat………. maar ja dat geldt voor elke godsdienst.

Ik luister hier naar podcasts van o.a. Stephen Batchelor (seculier Boeddhisme) en dit hoorde ik gisteravond:

Nirvana

‘Nirvana is van alle dag, het is nu, onmiddellijk. (zei de zenmeester Matsu in 590)

En Stephen Batchelor vertaalde dit als volgt:

In alle culturen en samenlevingen is het begrip ‘Nirvana’ verheven, geïdealiseerd en heeft het niets meer met de alledaagse ervaring te maken. Religies hebben de mensen vervreemd van hun innerlijke kwaliteiten en zij (religies) projecteren ‘wijsheid’, ‘kracht’ en ‘vreugde’ op een elite van priesters, alsof zij alleen ‘het goede’ kunnen tonen. Daarmee wordt dat juist ontkracht.’

Geen beelden, geen tempels, geen guru’s enz enz.

Alleen, juist alleen de werkelijkheid.

Tenslotte, dat is India ook.

Het enthousiasme, de ferme pas waarmee je een man s’ochtends weer op pad ziet gaan. Op zijn hoofd een schaal met hapjes, die zijn vrouw, onder vaak eenvoudige omstandigheden heeft klaargemaakt. Als hij die hapjes verkoopt hebben ze weer geld voor het eten van die dag.

Zo op reis zie je honderden van deze mannen en vrouwe elke dag weer. Daar heb ik zo’n bewondering voor.

Iedere dag opnieuw beginnen de mensen weer vol goede moed met hun leven in die harde samenleving.

Zoals de lama zegt in Kim: ‘Reinheid, geduld en volharding overwinnen alle tegenslag. Alles gaat, noodzakelijk, langzaam.

Wat die reinheid betreft, dan is er nog een lange weg te gaan. (En ik eindig niet met de foto van de aapjes op de vuilnisbak)

Vrindavan – Hare Krishna!

Ik was een dag achter op schema en had geen zin om op het laatst nog even te gaan haasten dus ik heb de plannen een beetje gewijzigd. Ik heb een vliegticket naar Delhi gekocht en ben vandaar door gereisd naar Vrindavan, een dag eerder dan gepland.

In het vliegtuig zit ik tussen allemaal ‘westerse’ Indiërs. Mannen en vrouwen in spijkerbroeken, een enkele vrouw zelfs met kort geknipt haar. En ik denk over deze reis, het ene moment zit ik in een bus naast een moeder die haar kind de borst geeft (hup even die lange flap van de sari er over), of ik zit op een station op de trein te wachten en het perron is bedekt met lappen stof waarop hele families zitten, ook met kleine kinderen. En nu zit ik naast een Indiase zakenman, je zou hem zo op de Zuidas tegenkomen. Wat een enorm grote klassenverschillen en wat een gescheiden levens.

En ik ‘loop’ daar tussendoor, en hoor overal en nergens bij. En kan weg als ik dat wil.

Een buitenstaander die het allemaal (vrijblijvend) even meemaakt en dan weer naar huis gaat, naar dat keurig verzorgde, warme, schone bestaan.

Kan ik die rijke Indiër veroordelen, zo rijk naast zo arm? En waar sta ik dan zelf, waar staan wij in Nederland? Zo rijk, naast zo arm.

Al dat onrecht. Niemand heeft er een echte verklaring voor, laat staan een oplossing.

En nu dus in Vrindavan. In een ashram die is opgericht door de Indiase stichter van de hara Krishna beweging. Ze hebben hier hun eigen tempel. ‘It’s not only white on the outside, but also inside: only white people’. Schrijft mijn Indiase gids. Dat valt op zich nog wel mee. De hara Krishna jongens trommelen en de Indiërs dansen ook mee. En iedereen is blij.

Toen ik even zat te internetten bij de receptie (want alleen daar werkt de wifi goed) raakte ik in gesprek met een Nederlandse hara K. vrouw. Woont hier al 27 jaar. Ze heeft een eigen studio in het gedeelte van de ashram dat voor de residents is. De gezinnen hebben een eigen huisje. Het andere gedeelte is een mooi guesthouse. Ik heb een eenvoudige en prettige kamer, een badkamer en een soort studeerkamertje. Alles staat rondom een groot mooi grasveld met bloemen en bomen. (Morgenochtend yoga op het grasveld!). Er is een winkel, een geldwisselkantoor, een lekker restaurant en een afdeling met ‘onze koeien’, waarvoor ze graag willen dat je een donatie geeft. En ze wilde me graag alle tempels laten zien. Maar voor dat je het weet kom je in een sari met een stapel boeken en een belletje terug op Schiphol, dus ik ga morgen alleen naar de tempels. Ze sprak vaak over ‘wij’ en ‘ons’ (de Krishna beweging), ‘die Indiërs gaan de ene dag naar de Ramtempel, de andere dag naar de Hanumantempel en dan ook nog ‘ns naar die van Krishna’.

Nou ja,dat is dus het verschil merkte ik zelf in gedachten op. Ik kom juist voor die Indiërs met al die verschillende goden en tempels. En bekijk en onderga het met veel belangstelling en enthousiasme. En daar blijft het bij.

De aapjes

De aapjes van Vrindavan is een apart verhaal. Er zijn er heel veel en ze zijn hondsbrutaal. Ik stapte met de bril op naar buiten, maar werd direct gewaarschuwd hem weg te doen. Onderweg zag ik hoe een aapje de bril van een man afpakte. Het bleef boven op het dak zitten. De truc is dan iets anders naar de aap te gooien, zodat hij dat wil pakken en daarmee de bril loslaat. Het lukte niet. Even later bij een aap die twee poppetjes van Krishna had gepakt wel. Echter, de poppetjes vielen in stukken, deels in het open riool. En in de volgende straat zag ik een aap op het dak, weer met een bril, die de bril vasthield en met zijn andere hand de hem toegegooide banaan oppakte.

Zodoende loop ik dus kippig, zonder bril, door Vrindavan.

Vanavond heb ik met de hara Krishna vrouw gegeten en het was erg gezellig. Er zijn geen pogingen gedaan me te bekeren en we konden overal over praten.

Indore, even terug in het westen

Toen ik hier aan de balie vroeg of ze vervoer voor morgen naar het vliegveld (naar Delhi, en nog even niet verder dan dat) konden regelen vroeg de receptionist me verbaasd of ik geen uber-app op mijn telefoon had. Daarvoor had ik al via een sprekende google-translate met de motorriksha man gesproken. En nog geen koe gezien!

Ik ben in Indore, een welvarende stad. Op de grote straten is een busbaan en er zijn stoplichten en iedereen stopt ervoor.

En ofschoon ik nog niet aan al die yoghurtjes bij AH moet denken (de grote culturele shock bij terugkeer) is het hier wel weer fijn, een stoep die schoon is en een koffieshop met (weliswaar nog steeds slappe) koffie.

Dit is het uitzicht vanuit het restaurant van het hotel. Aan de overkant van de weg staat een moderne Sikhtempel. Na de lunch (soep met doperwten, overal zitten doperwten in: het soepje bij het ontbijt, de curry, de rijst. Want het is doperwtentijd. Op de markten liggen ze prachtig opgestapeld) ben ik er gaan kijken. De schoenen moesten uit en een sjaaltje lag klaar voor het hoofd. Voordat ik de loper op kon om naar binnen te gaan moest ik door een soort voetenbad stappen. Daar houd ik wel van, schone voeten in de tempel!

Binnen was het modern en zakelijk. Bij de deur zat een oude man met een bureau vol met papieren. Hij wilde niet op de foto. Toen ik wegging kreeg ik een handje onduidelijk zoete snoep, ‘dat hoort erbij’ zei hij, nu was ik helemaal gezegend.

Daarna heb ik me laten rondrijden langs de grootste toeristische bezienswaardigheden, dat zijn er niet veel in Indore (volgens de gids), maar in zo’n motorriksha door de stad rijden is natuurlijk erg leuk, dan hoef ik bijna geen bezienswaardigheid meer te zien. Ik snap al die brommertjes wel.

Ik bezocht eerst de Jaintempel. Het Jaingeloof is in dezelfde tijd ontstaan als het boeddhisme. Beide als reactie op de macht van de priesters van het hindoeïsme. Jains leven volgens strenge wetten. Zo willen ze niet doden. Geen mensen en geen dieren. Ik zag onderweg twee vrouwen, gekleed in het wit met een mondkapje voor: zodat ze niet per ongeluk een vliegje zouden inademen. Leek me ook wel wat tegen de vervuilde lucht.

Ook hebben ze zich gespecialiseerd in de handel en het zakendoen, omdat ze verder bijna alle beroepen gewelddadig vinden. En ze zijn natuurlijk vegetarisch.

In de tempels mag je geen leer dragen, maar over mijn riem werd niet moeilijk gedaan. Deze tempel was helemaal bedekt en ingericht met spiegels en glas, erg bijzonder.

Ik mocht binnen geen foto’s maken en heb snel met de telefoon deze foto’s in het ‘voorportaal’ gemaakt.

Onderweg had ik dit al gezien:

Een soort tempels met trappen om te kunnen baden. Niemand deed het en ik zou het ook niemand aanraden want het water was ontzettend smerig en stonk. De cholera sprong er als het ware uit. Op de stoep (vanwaar ik de foto nam) zaten mensen: bedelaars, mensen met handel enz. Wie weet hebben ze nog moeite moeten doen voor hun plekjes hier, hebben ze een corrupte politieagent moeten omkopen. En dan in die stank, verschrikkelijk.

Het bleek een oud, vervallen tempelcomplex te zijn waar zich allemaal mannen ophielden. Was dit een ontmoetingsplaats voor mannen? Ik denk het niet, ze sliepen bijna allemaal. Overal lagen slapende mannen.

Twee straten verder stond het oude paleis van de maharadja, eens de glorie van Indore. In 1984 brak er brand uit en nu staat eigenlijk alleen de oude façade er nog.

Ze waren nog niet veel opgeschoten met het opruimen…..

Een mooi balkonnetje was inmiddels gerestaureerd.

Indore was 1 van de eerste staten die tijdens de campagne van Gandhi tempels en scholen openstelde voor harijans. (Onaantastbaren).

En dit moet iets met vrouwenrechten te maken hebben. En wat zou er onder die vieze vlek links onder staan?

E.M. Forster

Al 2x heb ik geprobeerd plaatsen uit het Indiase leven (en uit zijn boek ‘Passage to India’) van E.M. Forster te bezoeken en beide keren zijn deze mislukt. De eerste keer was in Patna, 14 jaar geleden. Het was bloedheet en ik liep langs een drukke weg op zoek naar de moskee waar Mrs. Moore (zo mooi gespeeld door Peggy Ashcroft) een gesprek voert met Aziz.

Patna is de armste stad van India en de hoofdstad van Bihar, (de armste provincie) en langs de weg stonden riksja’s, honderden riksha’s. En niemand van hen begreep wat ik wilde, dus ik liep maar door. Uiteindelijk ben ik bij een boekenmarkt gestrand, waar ik een boek kon kopen dat ik wilde lezen en dat in Nederland nog niet verschenen was, maar de moskee heb ik niet gezien.

De 2e keer was het doel de Marabar grotten. Ik had vanuit Sarnath een auto gehuurd en liet me naar Bod Gaya rijden met als doel onderweg de grotten. Ik had alles, dacht ik duidelijk afgesproken met de chauffeur (via een tolk) en hij heeft me bijna alle grotten laten zien, maar niet die van Marabar. Daar reed hij voorbij.

En nu ben ik in Dewas, en daar heeft E.M. Forster een tijd gewoond en gewerkt bij de maharadja.

Dewas ligt op de route van Ujjain naar Indore en naar mijn gevoel ben ik nu weer op weg naar huis. Het weer was vanochtend ook Nederlands, een grijze lucht en regen. De Indiase dagen voor kerst, zoiets. Officieel is het nu winter hier, en gek, maar het lijkt wel of het weer inderdaad de afgelopen dagen is veranderd, het is nog wel lekker warm (als de zon schijnt) maar toch voelt het anders aan.

In de loop van de ochtend is het opgeklaard en nu wordt het ook meteen weer warm.

Van de tijd van Forster is hier in Dewas weinig over. Het is een grote plaats en centrum van de katoenindustrie. De enige echt mooie winkels hier zijn enorme showrooms waar auto’s of brommers te koop staan.

Ik heb inmiddels het adres van de ‘womanmarket’ want ik wel nu wel eens mooie stoffen zien. En helemaal in het centrum van de katoenindustrie. (De markt viel tegen)

Maar eerst verder met Forster. Hij reisde twee maal naar India en de tweede maal woonde en werkte hij in Dewas. Over zijn verblijf hier schreef hij het boek The Hill of Devi.

Die heuvel ligt midden in de stad en heet hier Devi Vasini. Misschien wel net zoals Forster 100 jaar geleden heb ik hem beklommen. Voor de mensen hier is het een heilige berg, moeder Devi woont hier. Zij is de manifestatie (godin) van de energie, de energie van alle goden.

De heuvel van Devi, met daarvoor een onduidelijk, maar wel mooi gebouw.

Zicht op de belangrijkste tempel.

Het beeld van Devi.

Tja, en toch maar weer een foto van een heilige man in zijn eigen tempeltje daar op de heuvel.

Forster reisde ook naar Ujjain. Hij was er teleurgesteld over. Van Ujjain en Dewas zei hij: ‘Oude gebouwen zijn gebouwen, ruïnes zijn ruïnes’. Tja, er is nog weinig veranderd. Maar toch hebben beide steden een eigen karakteristieke sfeer. Ik zou er eigenlijk langer moeten blijven en zo’n stad ‘ns helemaal ondergaan. Maar ja, dan zou ik ook de taal moeten spreken……dus laat maar.

De Engelse club uit Passage to India moet in Indore staan. Maar daar is verder niets over te vinden.

En natuurlijk heb ik hier weer een samosa gegeten. Daarom hierbij wat beelden van deze Indiase snackbar. Het openbare leven hier wordt geheel gedomineerd door mannen. En iedereen wil op de foto, of een selfie. Geobsedeerd door die magische klik van het fototoestel.

Maar wat waren ze blij met die foto.

Op weg naar het hotel kwam ik langs een modern fastfood restaurant. Prachtig, gebakjes, pizza’s, ijs, enz. Van de kaart kon ik helaas niets lezen. En de lassi kwam in een pakje. Dan maar een milkcoffee. Dat is hier een kruising tussen slappe Nescafé en chocolademelk. Wakker zal ik er niet van blijven.

Ujjain

En nu ben ik in Ujjain, 1 van de 7 heilige steden van de hindoes. In de Mahabarata is Ujainni de hoofdstad van het koninkrijk Avanti. Behalve dat er erg veel tempels zijn is er verder weinig van de grandeur uit het verleden te merken. Maar de tempels zijn mooi en vaak weer onbegrijpelijk.

De belangrijkste tempel is de Mahakaltempel. Maar omdat ik (en iedereen) er alleen zonder tas, fototoestel enz in mocht, heb ik dit bezoek overgeslagen. Er waren wel een soort kluisjes, maar toch maar niet. En zo heb ik dus de enorme fallus van Shiva deze keer niet gezien, want die staat in de tempel. Er hing een groot scherm, waarop het offeren te zien was. Voor de zekerheid brandt er ook wat wierook voor het scherm, je weet maar nooit.

En mijn lievelingsgod is Ganesh. (Ik weet niet waarom, maar toch) en er waren veel tempels gewijd aan Ganesha, dit is een van de grootste beelden.

Voor degenen die gegriezeld hebben bij het verhaal over de ratten: onder de rechterknie van Ganesha zit een rat (of een muis).

Houdt hij hem zo onder bedwang? Of is het iets positiefs? Ik moet het nog nazoeken. Zeker weet je het nooit. In Calcutta staat een tempel gewijd aan ratten. En het krioelt er daar dus van.

Er zijn dus erg veel tempels in Ujjain, zomaar langs de kant van de straat, met een voor mij onbekende God.

Na al dit heiligs ben ik wat door de stad gaan lopen, op zoek naar de Bazar en om wat te eten.

Een bakkerij, waar het deeg met hamers gekneed wordt, of aan de muur hangt.

En ik kwam een hells angel annex saddu tegen: hij hing voor de foto eerst zijn ketting goed, maar zijn gezicht was natuurlijk ook een foto waard.

Bij een van de tempels zat deze mevrouw, bij haar kun je kiezen welk patroon henna je op de handen of voeten wilt.

Bij de Ghat (de plaats in de rivier waar men ritueel baadt) zat deze man, onbegrijpelijk. Ik denk soms met mijn (ja ik weet het) westerse blik dat minimaal de helft van al die heilige mannen psychisch gestoord is.

En uiteindelijk vond ik de Bazar, en hij is mooi daar in Ujjain. Op aanraden van de gids heb ik ook nog naar de moskee gezocht die op de fundamenten van een Jain tempel is gebouwd, maar deze niet gevonden. Maar verder wel veel moois. Uitzicht vanuit de grote Krishna tempel (het beeld is van zilver, maar stond achter een deur die op slot bleef) op de straat vol leven.

En een andere straat. Er hingen veel grote lappen stof (?) met gezichten (alleen mannen) in de stad. Met bijna geen tekst. Wie zou het zijn, die man met die zonnebril?

En ‘s middags ging het regenen. Regen maakt de armoede en de stank nog duidelijker en lelijker. De spullen in de kraampjes werden vlug bedekt. En de meeste mensen gingen door met dat waar ze mee bezig waren. Heel wat hadden geen plek, als ze al wilden schuilen.

Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst (ooit, in Nederland, ergens in een ander, vorig leven?) regen heb gehad.

Maar het was maar een buitje.