Isn’t it a beautifull day?

Ik geloof dat iedere Engelsman of vrouw me dit vroeg vandaag, daar herken je de buitenlandse toerist aan, die vraagt niets. En dan vroeg ik het maar. Want het was een prachtige dag, de zon scheen en de temperatuur werd aangenaam; in principe zou ik 6 uur ‘easy’ lopen; en ik zou de meest zuidelijke punt van Engeland bereiken: de Lizard.

De kamer in de premier inn (de Engelse versie van ‘van der Valk’) was heerlijk, met een bad ( wat een weldaad voor mijn spieren!), een tv, koffie en thee, enz. Het avondeten heb ik doorstaan, en het ontbijt was ‘as much you can eat’.

Ik nam porridge, verse fruitsalade met Griekse yoghurt en een gebakken eitje op een geroosterde ‘brown bread’ (brood is niet hun sterkste kant, het wordt gelukkig geroosterd, dan stelt het nog iets voor). Daarna viel mijn oog op de chocolade croissantjes. Die waren dus ook heerlijk.

Ik kon al heel vroeg ontbijten, dus ook vroeg weg. Dat was een geluk want het pad werd twee maal onderbroken ivm onstabiele kliffen. Geen wonder, de zee (of beter gezegd de oceaan) beukt hier op het land.

Er kwamen dus 2 uren extra lopen bij. De eerste keer ging de omleiding door een prachtig bos met tot mijn grote vreugde bedden vol ‘Blue bells’ een prachtig blauw bloemetje, soms is de hele grond ermee bedekt.

Het lukt niet om de foto van de Blue Bells te importeren, daarom deze, die zijn ook mooi.

Omdat de eerste diversion nogal lang duurde en mijn oriëntatievermogen niet echt ontwikkeld is (zonder kaart kom ik nog wel eens op hetzelfde punt uit als waar ik begon) vroeg ik aan een voorbijganger of dit pad naar het coastpath leidde. Een lieve, zachte man die me met zijn telefoon de weg wilde duiden. Hij werd boos door zijn vrouw (?) tot de orde geroepen. Ze liep met nog twee mensen en in totaal 4 grote levendige honden een stukje voor me. De man droop af. Enige minuten later, na moed te hebben gevat kwam hij terug en begon zijn verhaal af te maken. Nu kwamen de honden ook mee, levendig, ik zei het al. Vol vreugde sprongen ze tegen mij, tegen elkaar en tegen de man op. De poedel bleek bij de vrouw te horen, Rosie werd op een alleraardigste toon terug geroepen, ik kreeg een blik alsof het bijna mijn schuld was dat de hond zo rond sprong. Ik heb de man maar snel bedankt, scenes uit een huwelijk….. met hond.

Daarna bereikte ik al snel het pad dat inderdaad prettig begaanbaar licht steeg of daalde. De tocht voerde door een enorm natuurgebied ‘The Lizard’. Ik heb weinig verschil met voorgaande dagen gemerkt. Het bleef mooi. Alleen stond er nu af en toe een bord met uitleg over de begroeiing en de populatie. En de modder bleef ook. Af en toe stonden er poeltjes met water waar al wat kroos op groeide.

Tenslotte bereikte ik mijn doel van vandaag: the Lizard. Op het mooiste punt zat een jongeman, alleen maar te zitten. Dat had je in India ook, net op dat plekje met dat mooie doorkijkje, een hangjongere, wil ook op de foto, of jouw foto bederven, denk ik dan. (Waarschijnlijk heb je ze zo overal, het is de leeftijd)

Aan deze jongeman vroeg ik of hij een foto van mij wilde maken (ik dacht, ik zet hem in een andere rol). Dus hierbij: op het zuidelijkste puntje van Engeland.

De jongen bleek in een (ik hoop) kleine depressie te zitten, kwam uit Duitsland en wilde rust en nadenken en mij hier alles over vertellen. Ik heb geluisterd en ben daarna naar mijn b&b gegaan, daar staat het hier vol mee. En twee pubs en twee souvenirwinkels. Lizard lijkt me geen plaats om van een depressie af te komen. Maar de natuur is hier weer schitterend. Morgen mag ik weer door.

There be Blue birds over…….

The white cliffs of Dover….. zong Vera Lynn vanochtend op de tv. Ze is 101 jaar oud en op de laatste foto die werd getoond zie je een oude, breekbare en sterke vrouw. Er is een dispute over een onderscheiding die ze nog niet heeft gekregen. Het fijne heb ik niet begrepen, maar van mij mag ze elke onderscheiding krijgen die er is. Zo zag ik haar op de tv op een motor door de woestijn rijden. Op naar de forces. Zouden ze hier ook een kwetsbaarheidstest hebben? Laat ze het maar niet horen denk ik, dan pakt ze haar motor en komt. (Maar ik begrijp dat het in sommige gevallen goed is, maar Oo, Oo wat een ingewikkeld onderwerp en wat kan het kwaad in verkeerde handen)

Maar de lucht is blauw vandaag (deze zin komt verder in bovenstaand lied voor) en de peace in the world nog ver te zoeken helaas. Dus laat ik er verder maar over op houden.

Omdat ik nu al 3 dagen veel, eigenlijk alleen maar gelopen heb, en omdat Pencanze een mooi museum(pje) heeft, ben ik daar vanochtend naar toe gegaan.

Ik was te vroeg, maar er was een mooi park bij het museum met een rememberancegarden. De 1e Wereldoorlog, the Great War, zoals ze hier zeggen. In het kapelletje lagen de lijsten van alle gestorvenen uit Penzance, met een aparte lijst van de doden van de slag bij de Somme. De regimenten werden samengesteld uit de jonge mannen uit een dorp, een stad. Dus als een regiment een slag verloor, waren allen uit die ene stad dood. Elk dorp, dat ik passeer, hoe klein ook heeft een monument.

In het Penlee museum wordt het werk getoond van de schilders van Newlyn. Een plaats waar vanaf 1880 tot het begin van de 20ste eeuw een schilderskolonie was.

Een detail van een portret van Rhoda, gemaakt door Harold Harvey.

Er is nu een tentoonstelling van schilderijen over het werken met de visserij. Armoede, verschrikkelijke armoede is er door de schilders vastgelegd.

Daarna ben ik met de bus(!!) naar Marazion gegaan. Het was 5 mijl over de weg, en ik dacht zo dat ik gisteren wel voldoende weg was gegaan.

In Marazion of beter gezegd tegenover dit plaatsje ligt Saint Michaels Mount. Een klein eilandje, met een pad aan het vaste land verbonden en op het eilandje staat een kasteel.

Het is als klooster in de 12e eeuw gebouwd, nu een grote trekpleister met het bronzen beeld van Sint Michael die de duivel heeft verslagen. (Maar het beeld was helaas in renovatie). Je kunt er nu eten en winkelen (wat anders?). Er is ook een tuin en bron, die voorspellende krachten heeft. (Zegt men). Bij eb kun je er naar toe lopen, bij vloed gaat er een bootje.

Het silhouet van het geheel, zo in het water is schitterend.

En daarna moest er weer gelopen worden. Het landschap is iets glooiender geworden, iets minder klif af – klif op, en de zee blijft zichzelf, altijd mooi, altijd weer anders.

Ik slaap in een soort Engels van der Valk hotel, met dito restaurant. Ik realiseerde me dat het lang geleden was dat ik daar gegeten heb. (Maar dat is niet erg, zo bleek)

Weer zo’n dag

Vanochtend kon ik voor Engelse begrippen vroeg ontbijten (kwart voor acht) en zo kon ik al om half negen vertrekken. De weersverwachting was dat het in de loop van de dag zou gaan regenen. En volgens het boekje zou vooral het eerste gedeelte severe enz zijn.

Het werd een tocht van modder ( ik beschouw mezelf nu als expert, ik kan snel de zak- (hoe diep), de plak- (hoeveel blijft er aan de schoenen hangen) en de combinatiefactor (zakken en plakken) inschatten; klimmen ( soms dacht ik dat ik nu zo naar de gevorderden klimcursus van de bergsportvereniging door kan); weer prachtige uitzichten en een kleine ( naar mijn idee vrolijke) achtervolging door jonge stieren. Ik kan dus nu ook weer snel over hekken klimmen. Maar zijn ze niet lief!

En er lag een slang op het pad (hield ook van de modder) van ongeveer 30 – 40 cm lang, ik kon zijn open kaken met dat tongetje duidelijk zien. Hij was gelukkig ook bang voor mij en verdween snel.

Soms ging het pad over grote keien.

Om 12 uur kwam ik in een kleine baai en daar waar het pad ‘normaal’ werd stond een waarschuwingsbord:

Dat was attent van de counsel of Cornwall, een waarschuwing aan het einde. En vooral dat ‘uneven’ daar had je wat aan! Maar er was meer in deze baai, er was een terrasje! De terrasbezoekers bespraken het toch wel vele klimwerk. Iedereen had het zwaar gevonden. (Dus ik wil maar zeggen…..)

Daarna waren het nog twee kliffen op en neer naar Mousehole, dit bleek een ‘grote’ plaats te zijn. Ondertussen begon het zachtjes te regenen. Vanaf Mousehole ging het pad 3 mijl naar Newlyn, een plaatsje waar ik me direct thuis voelde. Een prachtige haven, winkels met scheepvaartartikelen, de visafslag, visrestaurants enz.

Ik had een b&b gereserveerd ergens ‘het land in’. Ik had het kaartje nauwkeurig bestudeerd en op een briefje de route geschreven. Maar met die googlekaartjes heb ik geen idee hoever de afstanden zijn. Het bleek dus ver te zijn. Ik moest naar de Sancreedroad. Na lange tijd lopen, het bleken 5 mijl (en het was harder gaan regenen en waaien) stond ik bij de Sancreedkerk, in het plaatsje Sancreed – 5 huizen. Geen van allen een b&b. Eigenwijs ging ik op de zijwegen zoeken en pas na een half uur bedacht ik me dat ik kon bellen!

Er kwam een oude stem aan de telefoon. Na lang gepraat bleek ze dat ze me niet op 1 maar op 11 mei had geboekt, en nu geen plaats had. Ik verlangde ondertussen al hevig naar iets meer bewoning dan dit en naar al die vis in Newlyn die ik had gezien. Daarna sprak de stem aarzelend dat ze nog wel een kamer had. Ik vroeg waar de b&b nou was. Het bleek nog 1,5 mijl verder te zijn. Dat gaf de doorslag. Het zou zo morgen wel weer heel ver lopen zijn, eerst terug naar Newlyn om dan het pad te vervolgen en antwoordde dat ik liever nu terugging naar Newlyn, laat alles maar. (Bij aankomst hier had ze me snel gemailed met haar excuses, ze had de datum niet goed gelezen).

Dus 5 mijl terug naar Newlyn en bij de eerste de beste pub heb ik gevraagd of ze een kamer hadden.

En daar zit ik nu heerlijk, na een lekker visje met een glaasje wijn en een warme douche op bed. Buiten ‘waait de wind om het huis’ en regent het, de kachel is aan en met mij is alles goed. (Zolang ik maar niet de benen gebruik)

Morgen is er weer een dag.

The sea, the sea

Pedween (waar ik sliep) ligt in het hart van de voormalige mijnbouw en het gebied rond de Geevormijn is nu cultureel erfgoed.

Het is het grootste van Engeland met zijn 67 acres. Het coastpad loopt er door en zo liep ik 2 uur over dit gebied.

Ofschoon de folder het haast voorstelt als een pretpark ‘Get interactive in our Hard Rock Museum’ hangt er nog een bijzondere sfeer op het terrein.

Het was weer ‘fris’ (laat ik het daar maar op houden) en het waaide hard ‘s ochtends om half 9. Dat gaf prachtige luchten, maar ik moest soms mijn bril vasthouden uit angst dat hij weg zou waaien.

Op het terrein zijn veel routes uitgezet en is het coastpad slecht te vinden. Zo raakte ik op een pad waarbij het echt klimmen werd, en ik zag mezelf al hangen daar aan het klif, boven de bulderende golven. (En dan nog die bril die wegwaait). Er kwam een andere wandelaar aan, samen hebben we getwijfeld en besloten dat dit pad echt niet het goede kon zijn. Met het zoeken naar het pad ging veel tijd verloren, maar zo kon ik alles wel goed zien.

Cornwall leefde van de mijnbouw, voorzover je dat leven kunt noemen. Het was enorm zwaar en levensgevaarlijk werk. Soms zie je de kleine huisjes nog staan waar de arbeiders in woonden.

Hierna liep ik langs Cape Cornwall.

En was er weer veel zee, die heerlijke zee, heel dichtbij.

Ik kon weer een groot stuk over het strand lopen (dat vonden vooral de blote voeten heerlijk). Het water was steenkoud en de stroom was sterk. Toen ik in een geul stond werd ik haast omvergetrokken door de opkomende vloed. Om te herstellen heb ik in Sennen Cove (na ruim 4 uur de eerste plaats met ‘refreshments’) een zalige krab (verse!) sandwich gegeten.

Het pad ging verder naar Landsend, eindelijk Landsend! Het is me niet duidelijk geworden waarom dit zo heet. Ik dacht dat dit de uiterste hoekpunt was, waar je ahw ‘de hoek omgaat, richting oosten, maar dat punt komt later. En is helaas door mij niet opgemerkt. Maar goed Landsend.

Die mevrouw poseerde voor haar man, ze zei nog sorry tegen me (alsof iets deze foto zou kunnen bederven en ze heeft tenslotte, met haar man, in een auto deze plaats bereikt!) Ik heb voor mijn tante hier een kaart gekocht. Het meisje uit de winkel vroeg of ik er een Landsend-special-sign op wilde. Ik begreep dit niet en vroeg waarom? Ja, dat wist ze bij nader inzien ook niet.

Toen ik door het poortje weer terug naar buiten liep, stond ik opeens weer in deze wereld:

Het pad ging door en kwam uiteindelijk uit in Porthcurno, waar het Minacktheater staat. Aan het begin van de vorige eeuw door een vrouw gebouwd. Er werd gerepeteerd voor een toneelstuk dat speelt in de 1e Wereldoorlog, maar wordt pas over enkele dagen opgevoerd. Ik had het graag willen zien. Maar ja, als alles goed gaat dan ben ik alweer ettelijke mijlen en ervaringen verder.

En is Porthcurno met het Minacktheater alweer geschiedenis.

Bijna kapot

Het was vandaag een zware dag, het boekje had al gezegd ‘streneous’ en gaf 7 uur voor de 22 km, ik deed er 9 uur over. (Met extra km naar Zennor, voor een kopje koffie en 1,5 mijl extra naar Pendeen).

Het is vandaag niet voorgekomen dat er 10 meter normaal, redelijk vlak (het mag omhoog of omlaag gaan) pad was.

De dag begon met een wandeling langs het haventje van St Ives, daarna het laatste zicht op deze plaats. En ik weet nog, vorig jaar toen ik hier aankwam en mijn tocht beeindigde, toen zag ik dit schiereilandje met het kerkje en dacht, ‘ ik wil doorlopen’ – en nu doe ik dat.

Het pad was per definitie rotsig, met afwisselend: enorme stenen waar over heen geklommen moest worden (maar gelukkig niet op 5000 meter hoogte), modder, variërend van waterpoeltjes tot beekjes, koeien op het pad (dat al ernstig blubberig was), stieren op het pad (dat toen al onbegaanbaar was), hevige rukwinden (terwijl ik op een van die keien balanceerde om niet in een poeltje te stappen) – van die dingen dus.

En soms was ik het pad even kwijt.

Af en toe lagen er ‘stap-stenen’, erg handig maar ik vroeg me af, wie heeft in hemelsnaam die stenen hier naar boven gedragen en zo keurig neergelegd?

Maar het zicht was weer prachtig.

En het weer!! Hulde aan het weer, zon, wat wolkjes, eigenlijk dus prima wandelweer, eigelijk…… het was natuurlijk een prima wandeldag! Maar een zware dag. Mijn voeten zijn erg blij dat ze niets meer hoeven…….. vandaag.

Ik heb gisteren een man ontmoet die het hele pad loopt (in 1 keer van Minehead naar Poole) in zijn strijd tegen de kanker. Ik heb nog niet durven vragen hoe ziek hij is. Ik sprak hem zojuist in de pub waar ik eet: ‘it was a very difficult day today, wasn’t it love’ zei hij. Hij heeft zijn bagage hierheen laten vervoeren, maar wil, moet? het morgen zelf dragen.

En nu zit ik in de North Inn. Ik heb een heerlijke kamer, een wasje gedaan, gedouched, het haar gewassen en fish & chips gegeten. (Met erwten). Erbij een glaasje wijn, dat niet veel voorstelde en een kopje filterkoffie toe, omdat het zondag is. Op zondag staat het espresso – apparaat uit en duurt het een half uur voor het is opgewarmd. Men heeft mij nog willen uitleggen waarom dit is, maar dat was op dit moment te hoog voor me gegrepen.

Naast me aan de gemeenschappelijke tafel zit een echtpaar, waarvan de man de gehele tijd aan het woord is, en de vrouw deze avond verdrinkt met een fles wijn en een glas, dat nooit lang gevuld op tafel staat.

Tegenover me zitten twee Nederlandse jongemannen, problemen met de relaties, tja de jeugd. Om dit alles te vergeten hebben ze een schaal met patat op tafel.

En verder is hier een biljart, met biljartende mannen (zij maakten space toen ik hier naar-binnen-viel) en hangen er aan de muur foto’s van weleer: de mijnen. Ik loop deze dagen door het vroegere mijngebied, overal staan nog ruïnes van de mijngebouwen en staan er bordjes met waarschuwingen dat er in dit gebied nog mijnschachten zijn, je loopt hier dus op eigen risico! (Het uitroepteken is van de bordjes). Maar toen had ik de koeien, de modder, de keien, de stieren, de beekjes al gehad en maakte het me eerlijk gezegd niets meer uit.

De jonge man aan de overkant besluit dat het ‘toch uit moet worden gemaakt’, de vrouw naast me haalt het nog net een patatje in de saus te dopen en het daarna in haar mond te stoppen en haar man praat nu over tandpasta.

Het wordt tijd, nee het is tijd om naar mijn kamer te gaan.

Ps dank voor jullie reacties, ik kom nog een keer terug op het Gaiahouse.

28 april, vertrek naar St Ives

Nog een laatste keer dit prachtige beeld, het eerste dat ik zie als ik ochtends naar buiten kijk.

Na het ontbijt (waarbij we weer mochten praten – en wat was het leuk om op deze manier met de mensen die deze week naast me zaten kennis te maken) ben ik direct (weer lopend) naar Newton Abbot vertrokken, met een half uurtje speling, zodat ik daar een lekker kopje koffie kon drinken.

Via Plymouth was het een lange tocht naar St Ives, de bus ging niet verder dan St Ersch (het busstation van St Ives is gedeeltelijk in zee gevallen) en vandaar was het nog 2 uur lopen naar St Ives. Ik ben alweer door de eerste wei met koeien, of met paarden gegaan en heb alweer herhaaldelijk de schoenen moeten schoon stampen.

En ik was weer net op tijd voor de laatste zonnestralen,

Beeld van Barbara Hepworth bij de haven,

En ben alweer bijna gewend aan alle geluiden, alle indrukken, al het gedoe om me heen.

Morgen vroeg op, op weg naar Pendeen Watch!

26 april

In de keuken hangt deze tekst:

En zo dus ook te wandelen.

Ook als het regent…….

Zueignung 25 april

‘Zueignung’ van Richard Strauss

De gedachte aan het volmaakt open

einde, dat iets ophoudt nog

voor dat het eindigt,

verdwijnt voor het

weg is, ligt

voor het ligt.

die is er.

Rutger Kopland.

Mist 24 april

Hier had eigenlijk de foto van gisteren moeten staan, maar ja, die staat er al, dus dan de foto van vandaag, met het gedichtje van gisteren.

‘The old poets of China

Wherever I am, the world comes after me.

It offers me its business.

It does not believe that I do not want it.

Now I understand, why the old poets of China

Went so far and so high into the mountains.

And then crept into the pale mist.