Bijna thuis

Omdat Mary Oliver het toch weer zo mooi zegt:

It doesn’t have to be

the blue iris, it could be

weeds in a vacant lot

or a few

small stones; just

pay attention, then patch

a few words together and don’t try

to make them eleborate, this isn’t

a contest but the doorway

into thanks, and a silence in which

another voice may speak.

De laatste dag

Tja, bij het ontbijt zat nog een wandelaar. We bespraken het ontbijt. Ik had per ongeluk ook witte bonen in tomatensaus gekregen, allemaal calorieën. We bespraken dat in Engeland de meeste obesitas voorkomt. Dramatische cijfers. Volgens hem kwam dit door de immigranten. Hoe was hij tot deze mening gekomen? Nou, ze waren goedkope arbeidskrachten en wilden graag in de eethuisjes werken. En zo raakten de steden vol met eethuisjes en de Engelse bevolking verslaafd aan het slechte eten. Echt, ik heb nog wel geprobeerd hier enige argumenten tegenin te brengen, maar heb niet het idee hiermee iets bereikt te hebben.

Tijd dus om op stap te gaan. Alleen!

Ik werd met de auto keurig bij het begin van het pad afgezet.

Onderweg kwam ik weer schapen tegen, zouden dit de laatste zijn?

De kust bleef prachtig,

Heel in de verte, daar rechts, is het ‘eindpunt’ te zien, nou ja, eindpunt, hier gaat het pad na de hoek gewoon door, maar daar zou ik Plymouth moeten kunnen zien liggen. (Dacht ik)

Dit is die plek, ooit een belangrijke plaats bij de verdediging van Plymouth tegen een inval van de Fransen……..

Nu waren er koeien……. en kwam eerst nog Cawsand, een mooi oud plaatsje.

Daar waren ook weer de genoegens van de grote stad, want in een leuke, kleine ‘old bakery’ heb ik een zalige salade gegeten, met een volkoren scone!

De volgende kilometers gingen hierna natuurlijk snel…… er was nog een omleiding, er was nog het eerste zicht op Plymouth

En er waren nog de zorgen dat de laatste ferry (ferry’s blijven ook in Plymouth van bijna levensbelang) om 5 uur zou gaan.

Ik bereikte de ferry om tien over 5, die tot 8 uur (tja grote stad) bleek te gaan.

En om 8 minuten over half 6 werden de touwen uitgegooid op de kade van Plymouth, ik was er!

Het was hierna nog 15 minuten naar het hotel.

En toen mochten en gingen de schoenen uit. Morgen op de slippers de stad in.

En dat was gisteren

Ik weet niet meer waarom, maar bij de planning heb ik de laatste 3 dagen uit het boekje in 2 dagen gepland. Dat betekende dus 2 lange wandeldagen. In Fowey sliep ik op een boerderij, een half uur lopen van de ferry. Daarbij opgeteld het wachten op en gaan met de ferry was het een uur ‘extra’ voor ik kon gaan wandelen. De weersvoorspelling was hevige wind en vanaf ongeveer 2 uur regen. Ik ben om kwart over 9 met lopen begonnen.

Het was weer een prachtige tocht, het pad slingerde als een dun draadje over de kliffen. Soms vlak langs de rand.

Met telkens weer mooie rotspartijen.

Om 1 uur zag ik in de verte een donkere lucht aan komen en al spoedig viel de eerste druppel. Het lukte me om mijn regenjack aan te krijgen en de hoes om de rugzak te doen. Maar het waaide enorm en het ging steeds harder regenen. Ik zag me op dat smalle paadje niet op 1 been balanceren om de regenbroek aan te krijgen.

Ik ben nog 2 kliffen op en neer gegaan en toen zag ik een richting aanwijzer: Polperro overland. Een uitkomst, niet meer op die gladde, smalle paadjes klimmen of dalen maar over het land! Ook dat pad ging vlak langs de rand van het klif en het was soms overwoekerd met bramenstruiken en brandnetels. Hierdoor zag ik vaak het pad niet.

Met een drijfnatte broek bereikte ik Polperro, een beeldig dorp, maar helaas door de weersomstandigheden geen foto’s want alles zat in het plastic opgepakt.

Daar was koffie en daar waren scones. Ik was van plan mijn korte broek en de regenbroek aan te trekken, maar de broek droogde wonderbaarlijk snel.

Nu hoopte ik op een bus, want het bleef hard regenen en waaien. De eerstvolgende bus naar Downderry ging over 3 uur, maar een lief oud super Engelse echtpaar ontfermde zich over mij. Ik werd in de eerste bus die aankwam meegenomen en ze bespraken met de chauffeuse waar ik eruit moest, bij het dal waar het riviertje de Derry, doorstroomde. Ik moest het riviertje volgen en kwam dan automatisch weer bij het kustpad uit. Dat zou ik dan nog 2 mijl moeten volgen en dan was ik er. Ik had inmiddels de regenbroek ook aan en begon aan de wandeling. Deze foto is gemaakt toen het even niet regende. Een prachtig klein dal met een rivier.

Bij de kust kon, nee moest ik over de weg want het pad was weggeslagen. In Downderry zelf zou ik niet slapen. Ik moest naar een boerderij weer een stuk landinwaarts. Dit keer had de boer bij het reserveren gezegd dat ik hem moest bellen als ik in de pub van het dorp zou aankomen, dan kwam hij me ophalen. Ik heb daar eerst gegeten en toen gebeld. En het weer klaarde ook weer op. Het is zo raadselachtig hoe dit in, het lijkt wel enkele ogenblikken, geheel kan omslaan.

En tenslotte kwam ik om half 8 daar op die boerderij aan. Ik heb me gedouched en ben op bed gaan liggen en direct in slaap gevallen. Ik werd vanochtend om half 6 weer wakker.

‘Last night I dreamed I went to Manderley again………’

Qua ontbijt ben ik geheel geïntegreerd, ik had deze ochtend o.a. ‘kippers’. Gerookte haringfilets. Het waren ooit 2 grote haringen en met al het andere wat er nog meer bij het ontbijt wordt geserveerd was dit weer een enorme maaltijd. Ik heb gelukkig alweer een tijd geleden besloten het ontbijt als warme hoofdmaaltijd te beschouwen. En elke plaats krijgt een kans op de hoofdprijs: voor de lekkerste salade. Deze prijs is nog niet uitgereikt.

Ik ben inmiddels in Fowey aangekomen, een beeldig plaatsje aan de monding van de Fowey river, nog maar twee dagen te gaan tot Plymouth. (Zei ze met een brok in haar keel, aan alles komt een einde.)

Fowey is bekend omdat Daphne du Maurier hier heeft gewoond. Bekende boeken van haar zijn Jamaica Inn, Rebecca, Don’t look now en the Birds. Allen door Hitchcock verfilmd. Ze heeft op veel plaatsen in Cornwall gewoond en is net zoals Poldark erg bekend. Met het volgen van beide is in Cornwall een lange vakantie te plannen.

Maar Fowey heeft de eer de belangrijkste plaats te zijn. Ieder jaar wordt hier een literair festival rond Daphne Du Maurier georganiseerd, er is een museumpje, een winkel en er staan diverse huizen waar ze heeft gewoond.

Manderley zou daar een van moeten zijn, maar in de film ‘Rebecca’ is dit een groot kasteel, en hier is geen kasteel te bekennen. Niet op de kaarten, niet op de plattegronden, niet als doel van een wandeling, nergens.

Dit zou het huis moeten zijn waarop Manderley is gebaseerd. Ik ben er op weg hiernaar toe ervoor omgelopen. Maar het lijkt niet op de foto’s van de huizen waar ze heeft gewoond.

‘Rebecca’ was een boek dat mijn moeder had. Ik zie het nog staan in de boekenkast en weet niet waarom ik het niet heb bewaard. De meningen zijn erg verdeeld, maar ik zou het omschrijven als een damesroman. Het is een melodrama: een onwaarschijnlijke liefde, een verschrikkelijke huishoudster, een onduidelijke moord en een dramatisch slot.

Er is een prachtige zwart-wit film van gemaakt met een knappe, jonge Laurence Olivier. Zo’n film die met Kerst door de bbc wordt uitgezonden. Heerlijk.

Een klif met een schuur aan de zee speelt een belangrijke rol. En dat zou hier moeten zijn.

Nou ja, ik ben maar lekker door het stadje gaan wandelen, heb het museum en de boekwinkel bezocht en daarna heb ik de ferry naar de overkant genomen en vandaar een prachtige wandeling naar nog een huis van haar gemaakt.

Tenslotte heb ik me in een heerlijke tearoom teruggetrokken met thee en scones. (En iets teveel clotted cream)

‘A man and his dog……..’ ik ben vandaag 6 pitbulachtige honden tegengekomen. 6!

In alle gevallen trok de hond de man met de riem vooruit.

De wandeling naar het andere huis ging weer door een prachtig bos.

De witte bloemen blijkt wilde knoflook te zijn, en gelukkig waren er weer trappen, ik zou ze toch ‘ns vergeten.

En uiteindelijk bereikte ik het huis ‘Ferryside’, de naam alleen al is prachtig, de foto is (natuurlijk) vanaf de ferry genomen.

Wat je ook van haar boeken vindt, ze wist wel de plekjes waar je fijn kon wonen.

En tenslotte kwam ik in de b&b van vandaag, een boerderij.

Nog zo’n plaats waar ik wel zou willen wonen.

Een dag van trappen

Het leek wel of alle trappen vandaag bij elkaar waren gezet. Dat hoop ik althans, want dat betekent dat er hierna geen trappen meer zullen zijn. Weinig kans, er komen nog een aantal steile kliffen en om omhoog, en omlaag te gaan zijn er vaak traptreden aangelegd. Op zich een mooi idee, ware het niet dat de treden allemaal ongelijk zijn en erg hoog en/of diep. Het is dus zwaar lopen, zowel omhoog als omlaag. En bij het omlaag gaan krijgen je knieën bij elke stap een flinke dreun.

Op weg naar de schapen kruipt het pad langs de brem omhoog.

Halverwege was er een mooie onderbreking in Charlestown. Dit is een klein plaatsje met een oude haven. Deze haven wordt vaak gebruikt bij de opnames van films of tv series, bv Poldark.

Het havenhoofd.

Elke dag weer is het water zo prachtig helder. En elke keer weer is het een andere kleur groen, blauw, grijs is.

Vlak voor Par, waar ik zou slapen ging het pad over een enorm groot golfterrein, het stond er vol met bordjes: de wandelaar moest op het pad blijven en vooral vaak naar links en rechts kijken, er kon een bal aankomen. (Zouden die bordjes ook op het terrein voor de golfers staan: er kon wel eens een wandelaar aan komen?) Het pad ging vlak langs de zee, en daar stonden weer borden met waarschuwingen ivm gevaarlijke kliffen. (En dan wil ik ook nog uitkijken of ik niet bij toeval op een slang trap…..)

Hier is het weggezakte klif afgezet met een hek.

In de verte is een oude fabriek te zien. De plek waar het geld wordt uitgegeven gaat moeiteloos over in de plek waar er voor gewerkt wordt, (alleen niet door dezelfde mensen). Vroeger was Par beroemd om het porselein dat er werd gemaakt, China bone. Nu komt het meeste porselein uit China.

Ps

Ik liep ook nog een keer verkeerd, samen met een Engels echtpaar dat ik in de b&b had ontmoet, verkeerd naar beneden, het pad hield daar op en weer omhoog. Dus: ‘that’s one scone more this afternoon’ – ik dacht zo qua calorieën, het is ook een dag voor fish and chips, met azijn. En waar is die azijn voor? De vis of de patat? Ik vreesde het ergste, ik heb het over de patat gedaan (gedeeltelijk). Het viel best mee.

Een schaap op de weg

Het was vanochtend op het nieuws: ‘bij Polperro loopt een schaap op de weg.’ Zou het niet heerlijk zijn als dat het enige nieuws van vandaag zou zijn. Maar helaas, daar klonk het alweer over Brexit, Trump en het aanstaande Royal Marriage.

Het was een korte dag, dus ik vertrok om 9 uur. Het weer was bewolkt, het zou warmer worden (voor morgen wordt er regen voorspeld), maar zo aan het begin van de dag was het fris, precies lekker wandelweer.

Al snel kwam ik op een groot weiland met schapen.

Er heerste hier een vreemde sfeer, de schapen stonden er gelaten bij en keken me (leek het wel) treurig aan. Al snel zag ik dat er een dood schaap in het gras lag. Haar kop was eraf. Een vos misschien? Wie weet welke drama’s zich hier vannacht hebben afgespeeld.

Het gebouwtje in de verte is en is te huur voor trouwerijen. Dit stond op het bord dat er bij hing. Het gebouwtje lag vol met schapenkeutels, dus ik kan me die trouwerij niet zo snel voorstellen. Maar mocht je van het gebouwtje gebruik willen maken, dan stond er een telefoonnummer op het bord, ik kon naar de boerderij bellen.

Vlak daarna begon het zachtjes te regenen. Dit geeft prachtig effect voor de foto. (De takken zo mooi om het gebouw heen, dat is toeval, bij het nemen van de foto kon ik het kasteel nauwelijks zien).

De regen zette niet door, de wolken wel. Het was niet duidelijk of ik in de mist of in de wolken liep, want op een gegeven moment kon ik nauwelijks een hand voor ogen zien. Zo liep ik langs een groot kruis, dat bijna dreigend bovenop het klif in de mist opdook. Het was hier ooit neergezet om schepen de weg te wijzen naar het vaste land, maar zo met de mist leek me dit niet echt de handigste manier.

Toen ik Gorran Haven naderde braken de wolken en kwam er een waterig zonnetje.

En daar was koffie, en kon de regenjas weer uit.

Daarna klaarde het weer op en waren weer die prachtige kleuren blauw in de zee te zien, elke dag, elk moment is de zee anders.

Het was hierna nog een paar uur naar Megavissey, waar ik vannacht slaap. Het stadje is net boven het eiland te zien.

Mevagissey is een vissersplaatsje dat nog echt van de visserij leeft.

Ik slaap in het laatste huis, op de eerste rij, links in de hoek. (De rij huizen daarachter is duidelijk van later datum).

Bij de haven staan nog oude huizen.

Vanavond heb ik in een eenvoudig plaatselijk restaurantje (vis natuurlijk) gegeten. Er zat een echtpaar, ‘we wonen hier al vijftig jaar, maar zijn nog niet local’, dat een fles wijn deelde en deze snel leeg had. Er zat een oude man, hij wilde dooreten, want vanavond kwam er in de pub een voetbalwedstrijd op ‘een groot scherm’, hij bestelde regelmatig een pint om zijn fish and chips mee weg te spoelen. En er zat een echtpaar uit Kent, hier 40 jaar geleden op huwelijksreis, ‘en er is helemaal niets veranderd’. We werden bediend door een dikke vrouw die zich sloffend langs de tafeltjes voortbewoog en enthousiast aan het gesprek deelnam. Op de achtergrond speelde een klassiek pianostuk, in populaire bewerking. Er ontsprong zich een gesprek over bomen, die recentelijk in Kent gekapt zijn. Het leek me een soort Engelse Oostvaardersplassen-problematiek. ‘It was a shame’ (natuurlijk). Daarna ging de aandacht naar mij. Waar kwam ze vandaan? Wat kwam ze hier doen? Toen ik het vertelde werd uitgebreid de route besproken. Langs de route doken familieleden op, vroegere woonplaatsen en herinneringen van lang geleden.

Toen ik ging betalen tekende de eigenaresse op de achterkant van het bonnetje de plattegrond van morgen: ‘hier is een ‘head’, als het mooi weer is gaan we daar dat stuk lopen. En jij loopt dat allemaal’, wees ze aan. Onder het gezelschap viel even een stilte. Ze slofte naar achter de bar en zette een bewerking van het klarinetconcert van Mozart op.

De oude man ging gelijk met mij naar buiten, nog net op tijd voor de voetbalwedstrijd. Hij was niet meer geheel vast ter been. Ik wenste hem een goeden avond en succes met de wedstrijd.

Het was al stil op straat, om half acht, in Mevagissey.

So ferry

Life goes on day after day

Hearts torn in every way

So ferry ‘cross the Mersey

‘Cause this land’s the place I love

And here I’ll stay

People they rush everywhere

Each with their own secret care

so ferry ‘cross the Mersey

And always take me there

The place I love

Ik moest deze laatste twee dagen met vier ferry’s mee, dat was, dacht ik, een heel georganiseer, maar viel uiteindelijk heel relaxed mee. De eerste ferry was over een zijrivier van de Helstonrivier, ik begreep niet helemaal hoe het werkte: hoe je de bootsman laat weten dat je de ferry wilt gebruiken, of er was geen boot omdat het mooi weer was, in ieder geval: er was geen ferry en dat betekende 3 uur om. Het lukte me wel de tweede ferry, vlak daarna te halen, anders zou het 10 uur om zijn geweest.

De man naast me heet George, het is de man met wie ik vorige week getwijfeld heb over dat gevaarlijke stuk op het pad in het mijngebied, de tweede dag dat ik liep. Zo kom je nog ‘ns iemand tegen op de ferry.

Daarna liepen we gedrieën, want er kwam ook nog een Amy, uit Amerika bij (zij beantwoordde bijna aan alle voordelen: luide toon, knauwend Engels, kauwgum etend) tot ze iets zei: het bleek een leuk, redelijk mens dus.

Maar goed, dan loop je met zijn drieën: Amy liep langzaam en hooguit 5 mijl per dag, George liep snel, maar miste regelmatig de tekens, dus liep hij verkeerd. Het was gezellig en leuk, voor een dag.

Dit is vanochtend heel vroeg op weg naar de 3e ferry. Het was fris, er hing mist, maar oooh, wat was die baai mooi in die vroege ochtend.

Hier vaart de boot weg van Falmouth, op weg naar Mawes.

Daar moest ik overstappen op ferry nummer 4, deze bracht me naar Place. De topografie van dit gebied ben ik inmiddels helemaal kwijt. Ik volg blindelings wat de mannen van de boten me zeggen en volg daarna de tekens van het pad.

En in Place begon om 9.15 uur dan eindelijk de wandeling.

Het ging weer erg lang redelijk begaanbaar, rustig omhoog en omlaag. Ik liep regelmatig langs strandjes waar heerlijk van het mooie weer werd genoten. Toch een beetje raar hoor, met die hoge schoenen en de rugzak tussen de badgasten. Het grote voordeel was wel dat ik zeer regelmatig een beker thee of een flesje water kon kopen. Het was warm vandaag.

Na 2 uur ‘s middags werden de kliffen weer hoger en was het weer diep stijgen en hoog klimmen.

Met regelmatig deze waarschuwing. Het eikeltje is het symbool van het coastpath.

En altijd weer de zee dichtbij.

Om half 7 (slik) kwam ik in Portholland (what’s in a name) aan, waar ik nog een kilometer landinwaarts van het pad af moest op weg naar de b&b. Hoe zou dit nu weer aflopen? Waarom heb ik altijd (lijkt het) na een lange dag ook nog een slaapplek van het pad af, waar ik dan ook nog naar moet zoeken, geregeld?

Het was in ieder geval een mooie manier om het gedoe van vorige week definitief te verwerken.

Het viel allemaal mee, reuze mee. Om kwart over zeven (ik ga niet uitrekenen hoe lang ik gelopen heb) stortte ik op een stoel in de keuken van twee aardige mensen neer. Ik kreeg thee en scones, en werd daarna naar een beeldig huisje gebracht, ‘hier wil ik blijven!’ Dat begrepen ze. En ze hadden ook nog met het eten op me gerekend.

People around every corner

They seem to smile and say

We don’t care what your name is

We’ll never turn you away

So I’ll continue to say

Here I always will stay

So ferry ‘cross the Mersey

Cause this land’s the place I love

And here I’ll stay

And here I’ll stay

Here I’ll stay

Gerry and the Pacemakers

Lilacs……

Ik heb in mijn tuintje een seringen boompje, waar ik erg aan gehecht ben. Vorig jaar gaf hij geen bloemen, maar dit jaar zat het boompje vol met knoppen toen ik wegging. Net als de tulpen hadden de knoppen moeite met uitkomen. Elke keer als ze op het punt stonden open te gaan, ging het vriezen of zelfs nog sneeuwen. De tulpen zagen er gehavend uit, zo aan het begin van de lente, toen ik vertrok. Dus hoe zou het met de knoppen van de sering verder gaan?

Zojuist liep ik door een straat waar een prachtige sering stond, zo aan het begin van de avond rook hij heerlijk. Ik moest meteen aan mijn seringen boompje thuis denken………

En toen ik zojuist mijn mail opende, was daar het daar! In volle bloei!

Je ziet duidelijk hoe ik hem twee jaar geleden verkeerd gesnoeid heb (maar hij zet door!) en dat de achterburen nog steeds niet hun verhuisdozen hebben uitgepakt.

Bedankt voor de foto’s buurman Dik! Pluk je er een mooie bos van?

In november stond er nog een plant van me in prachtige bloei, ook gemist. Maar gelukkig zo ook wel gezien.

En omdat we nu toch in de bloemen zitten, toch maar weer een foto van die prachtige bloemen onderweg.

Het was weer een mooie, rustige en goed begaanbare tocht. De kliffen zijn hier lager en vaak met weilanden bedekt. Af en toe verschijnt er een strandje, die door het mooie weer vol met strandgangers liggen. Ook hier wordt gebarbecued, voordat ik het strandje zie, ruik ik het al. Dit is op het strand bij Falmouth. Ze hebben hier van die beeldige strandhuisjes, piepklein, alleen te gebruiken om zich te verkleden of even in de schaduw te zitten.

Het hele gebied rondom Falmouth (waar ik slaap deze nacht) was het grote verzamelgebied van waar de troepen naar Normandië vertrokken voor de invasie. Als ik zo langs de weilanden loop, moet ik denken aan die vaak zo jonge soldaten die hier wel wisten dat ze een ongewisse en moeilijke toekomst tegemoet gingen, maar zich waarschijnlijk niet konden voorstellen hoe erg het werkelijk was. Het gebied dat dit allemaal meemaakte, ligt er nu weer zo prachtig, stil bij.

Het is lente, de natuur jubelt

De laatste twee dagen was het pad moderate (rustig omhoog en omlaag, soms nog wat modder, -het moet natuurlijk niet al te luxe worden- en een enkele steile rotsbeklimming). Gisteren was het nog bewolkt en wat broeierig, vandaag is het volop lente, het lijkt wel zomer.

Hier zitten de meeuwen ‘s ochtends vroeg in Lizard te wachten, zij kijken het nog even aan, ‘wat wordt het weer vandaag?’

Het is hier een barre winter geweest, dat had een boer in Newton Abbot me ook al gezegd (‘it was a miserable winter’, maar ja dat zeggen de boeren altijd). Maar hij had dus gelijk. Gedeelten van de kust, en daarmee van het pad zijn in zee gezakt.

Dit betekende veel diversions, soms een lange, soms een korte. Vandaag ging de omleiding ver het land in, er was geen meeuw meer te bekennen en ook de zee hoorde je niet. Opeens liep ik weer door een, weliswaar klein bos. De eekhoorns roetsjten boven me van tak naar tak. En er groeiden weer prachtige white(?)bells.

Ik hoorde niet alleen de eekhoorns, toen ik weer bij de kust terug was zag ik ook een haai. Had ik er nog even spijt van gehad dat ik mijn badpak niet had meegenomen, dat gevoel is nu weg. Het water is trouwens toch te koud.

Maar niet voor hem dus, een basketshark.

En nu jubelt de natuur dus, ik heb de korte broek uit de rugzak gehaald en de windstopper (for the time being…..) erin gedaan.

Ik slaap vannacht hier, in een zeer lokale pub. In de bus naar St Ives bespraken twee vrouwen de mode in Australië, die vonden ze maar niks. ‘Just like the sixties’. Nou, dan zouden ze eens hier moeten komen, ook hier heeft de tijd stilgestaan. En over kleren gesproken, ik was hier al vroeg, heb alles gewassen, heb het hier buiten aan de brandtrap opgehangen, en nu is het droog!

Ik zal terug in Nederland een poosje geen mosselen eten, want ze waren erg lekker. En als toetje was er rabarberkruimeltaart met gember (en clothed cream), daar heb ik het recept, het smaakte net als thuis, zalig.

Het leven is goed daar, in the Five Pilchards Inn.

The bluebells

590DFB7D-9D53-4F17-A03E-C985FB1CC11C

And so the mind

That comes to rest among the bluebells

Comes to rest in motion, refined

By alteration. The bud swells

Opens, makes seeds, falls, is well,

Being becoming what is is:

Miracle and parable

Exceeding though, because it is

Immeasurable; the understander

Encloses understanding, thus

Darkens the light. We can stand under

No ray that is not dimmed by us.

The mind that comes to rest is tended

In ways that it cannot intend:

Is borne, preserved, and comprehended

By what it cannot comprehend.

Wendell Berry