Een schaap op de weg

Het was vanochtend op het nieuws: ‘bij Polperro loopt een schaap op de weg.’ Zou het niet heerlijk zijn als dat het enige nieuws van vandaag zou zijn. Maar helaas, daar klonk het alweer over Brexit, Trump en het aanstaande Royal Marriage.

Het was een korte dag, dus ik vertrok om 9 uur. Het weer was bewolkt, het zou warmer worden (voor morgen wordt er regen voorspeld), maar zo aan het begin van de dag was het fris, precies lekker wandelweer.

Al snel kwam ik op een groot weiland met schapen.

Er heerste hier een vreemde sfeer, de schapen stonden er gelaten bij en keken me (leek het wel) treurig aan. Al snel zag ik dat er een dood schaap in het gras lag. Haar kop was eraf. Een vos misschien? Wie weet welke drama’s zich hier vannacht hebben afgespeeld.

Het gebouwtje in de verte is en is te huur voor trouwerijen. Dit stond op het bord dat er bij hing. Het gebouwtje lag vol met schapenkeutels, dus ik kan me die trouwerij niet zo snel voorstellen. Maar mocht je van het gebouwtje gebruik willen maken, dan stond er een telefoonnummer op het bord, ik kon naar de boerderij bellen.

Vlak daarna begon het zachtjes te regenen. Dit geeft prachtig effect voor de foto. (De takken zo mooi om het gebouw heen, dat is toeval, bij het nemen van de foto kon ik het kasteel nauwelijks zien).

De regen zette niet door, de wolken wel. Het was niet duidelijk of ik in de mist of in de wolken liep, want op een gegeven moment kon ik nauwelijks een hand voor ogen zien. Zo liep ik langs een groot kruis, dat bijna dreigend bovenop het klif in de mist opdook. Het was hier ooit neergezet om schepen de weg te wijzen naar het vaste land, maar zo met de mist leek me dit niet echt de handigste manier.

Toen ik Gorran Haven naderde braken de wolken en kwam er een waterig zonnetje.

En daar was koffie, en kon de regenjas weer uit.

Daarna klaarde het weer op en waren weer die prachtige kleuren blauw in de zee te zien, elke dag, elk moment is de zee anders.

Het was hierna nog een paar uur naar Megavissey, waar ik vannacht slaap. Het stadje is net boven het eiland te zien.

Mevagissey is een vissersplaatsje dat nog echt van de visserij leeft.

Ik slaap in het laatste huis, op de eerste rij, links in de hoek. (De rij huizen daarachter is duidelijk van later datum).

Bij de haven staan nog oude huizen.

Vanavond heb ik in een eenvoudig plaatselijk restaurantje (vis natuurlijk) gegeten. Er zat een echtpaar, ‘we wonen hier al vijftig jaar, maar zijn nog niet local’, dat een fles wijn deelde en deze snel leeg had. Er zat een oude man, hij wilde dooreten, want vanavond kwam er in de pub een voetbalwedstrijd op ‘een groot scherm’, hij bestelde regelmatig een pint om zijn fish and chips mee weg te spoelen. En er zat een echtpaar uit Kent, hier 40 jaar geleden op huwelijksreis, ‘en er is helemaal niets veranderd’. We werden bediend door een dikke vrouw die zich sloffend langs de tafeltjes voortbewoog en enthousiast aan het gesprek deelnam. Op de achtergrond speelde een klassiek pianostuk, in populaire bewerking. Er ontsprong zich een gesprek over bomen, die recentelijk in Kent gekapt zijn. Het leek me een soort Engelse Oostvaardersplassen-problematiek. ‘It was a shame’ (natuurlijk). Daarna ging de aandacht naar mij. Waar kwam ze vandaan? Wat kwam ze hier doen? Toen ik het vertelde werd uitgebreid de route besproken. Langs de route doken familieleden op, vroegere woonplaatsen en herinneringen van lang geleden.

Toen ik ging betalen tekende de eigenaresse op de achterkant van het bonnetje de plattegrond van morgen: ‘hier is een ‘head’, als het mooi weer is gaan we daar dat stuk lopen. En jij loopt dat allemaal’, wees ze aan. Onder het gezelschap viel even een stilte. Ze slofte naar achter de bar en zette een bewerking van het klarinetconcert van Mozart op.

De oude man ging gelijk met mij naar buiten, nog net op tijd voor de voetbalwedstrijd. Hij was niet meer geheel vast ter been. Ik wenste hem een goeden avond en succes met de wedstrijd.

Het was al stil op straat, om half acht, in Mevagissey.

So ferry

Life goes on day after day

Hearts torn in every way

So ferry ‘cross the Mersey

‘Cause this land’s the place I love

And here I’ll stay

People they rush everywhere

Each with their own secret care

so ferry ‘cross the Mersey

And always take me there

The place I love

Ik moest deze laatste twee dagen met vier ferry’s mee, dat was, dacht ik, een heel georganiseer, maar viel uiteindelijk heel relaxed mee. De eerste ferry was over een zijrivier van de Helstonrivier, ik begreep niet helemaal hoe het werkte: hoe je de bootsman laat weten dat je de ferry wilt gebruiken, of er was geen boot omdat het mooi weer was, in ieder geval: er was geen ferry en dat betekende 3 uur om. Het lukte me wel de tweede ferry, vlak daarna te halen, anders zou het 10 uur om zijn geweest.

De man naast me heet George, het is de man met wie ik vorige week getwijfeld heb over dat gevaarlijke stuk op het pad in het mijngebied, de tweede dag dat ik liep. Zo kom je nog ‘ns iemand tegen op de ferry.

Daarna liepen we gedrieën, want er kwam ook nog een Amy, uit Amerika bij (zij beantwoordde bijna aan alle voordelen: luide toon, knauwend Engels, kauwgum etend) tot ze iets zei: het bleek een leuk, redelijk mens dus.

Maar goed, dan loop je met zijn drieën: Amy liep langzaam en hooguit 5 mijl per dag, George liep snel, maar miste regelmatig de tekens, dus liep hij verkeerd. Het was gezellig en leuk, voor een dag.

Dit is vanochtend heel vroeg op weg naar de 3e ferry. Het was fris, er hing mist, maar oooh, wat was die baai mooi in die vroege ochtend.

Hier vaart de boot weg van Falmouth, op weg naar Mawes.

Daar moest ik overstappen op ferry nummer 4, deze bracht me naar Place. De topografie van dit gebied ben ik inmiddels helemaal kwijt. Ik volg blindelings wat de mannen van de boten me zeggen en volg daarna de tekens van het pad.

En in Place begon om 9.15 uur dan eindelijk de wandeling.

Het ging weer erg lang redelijk begaanbaar, rustig omhoog en omlaag. Ik liep regelmatig langs strandjes waar heerlijk van het mooie weer werd genoten. Toch een beetje raar hoor, met die hoge schoenen en de rugzak tussen de badgasten. Het grote voordeel was wel dat ik zeer regelmatig een beker thee of een flesje water kon kopen. Het was warm vandaag.

Na 2 uur ‘s middags werden de kliffen weer hoger en was het weer diep stijgen en hoog klimmen.

Met regelmatig deze waarschuwing. Het eikeltje is het symbool van het coastpath.

En altijd weer de zee dichtbij.

Om half 7 (slik) kwam ik in Portholland (what’s in a name) aan, waar ik nog een kilometer landinwaarts van het pad af moest op weg naar de b&b. Hoe zou dit nu weer aflopen? Waarom heb ik altijd (lijkt het) na een lange dag ook nog een slaapplek van het pad af, waar ik dan ook nog naar moet zoeken, geregeld?

Het was in ieder geval een mooie manier om het gedoe van vorige week definitief te verwerken.

Het viel allemaal mee, reuze mee. Om kwart over zeven (ik ga niet uitrekenen hoe lang ik gelopen heb) stortte ik op een stoel in de keuken van twee aardige mensen neer. Ik kreeg thee en scones, en werd daarna naar een beeldig huisje gebracht, ‘hier wil ik blijven!’ Dat begrepen ze. En ze hadden ook nog met het eten op me gerekend.

People around every corner

They seem to smile and say

We don’t care what your name is

We’ll never turn you away

So I’ll continue to say

Here I always will stay

So ferry ‘cross the Mersey

Cause this land’s the place I love

And here I’ll stay

And here I’ll stay

Here I’ll stay

Gerry and the Pacemakers

Lilacs……

Ik heb in mijn tuintje een seringen boompje, waar ik erg aan gehecht ben. Vorig jaar gaf hij geen bloemen, maar dit jaar zat het boompje vol met knoppen toen ik wegging. Net als de tulpen hadden de knoppen moeite met uitkomen. Elke keer als ze op het punt stonden open te gaan, ging het vriezen of zelfs nog sneeuwen. De tulpen zagen er gehavend uit, zo aan het begin van de lente, toen ik vertrok. Dus hoe zou het met de knoppen van de sering verder gaan?

Zojuist liep ik door een straat waar een prachtige sering stond, zo aan het begin van de avond rook hij heerlijk. Ik moest meteen aan mijn seringen boompje thuis denken………

En toen ik zojuist mijn mail opende, was daar het daar! In volle bloei!

Je ziet duidelijk hoe ik hem twee jaar geleden verkeerd gesnoeid heb (maar hij zet door!) en dat de achterburen nog steeds niet hun verhuisdozen hebben uitgepakt.

Bedankt voor de foto’s buurman Dik! Pluk je er een mooie bos van?

In november stond er nog een plant van me in prachtige bloei, ook gemist. Maar gelukkig zo ook wel gezien.

En omdat we nu toch in de bloemen zitten, toch maar weer een foto van die prachtige bloemen onderweg.

Het was weer een mooie, rustige en goed begaanbare tocht. De kliffen zijn hier lager en vaak met weilanden bedekt. Af en toe verschijnt er een strandje, die door het mooie weer vol met strandgangers liggen. Ook hier wordt gebarbecued, voordat ik het strandje zie, ruik ik het al. Dit is op het strand bij Falmouth. Ze hebben hier van die beeldige strandhuisjes, piepklein, alleen te gebruiken om zich te verkleden of even in de schaduw te zitten.

Het hele gebied rondom Falmouth (waar ik slaap deze nacht) was het grote verzamelgebied van waar de troepen naar Normandië vertrokken voor de invasie. Als ik zo langs de weilanden loop, moet ik denken aan die vaak zo jonge soldaten die hier wel wisten dat ze een ongewisse en moeilijke toekomst tegemoet gingen, maar zich waarschijnlijk niet konden voorstellen hoe erg het werkelijk was. Het gebied dat dit allemaal meemaakte, ligt er nu weer zo prachtig, stil bij.

Het is lente, de natuur jubelt

De laatste twee dagen was het pad moderate (rustig omhoog en omlaag, soms nog wat modder, -het moet natuurlijk niet al te luxe worden- en een enkele steile rotsbeklimming). Gisteren was het nog bewolkt en wat broeierig, vandaag is het volop lente, het lijkt wel zomer.

Hier zitten de meeuwen ‘s ochtends vroeg in Lizard te wachten, zij kijken het nog even aan, ‘wat wordt het weer vandaag?’

Het is hier een barre winter geweest, dat had een boer in Newton Abbot me ook al gezegd (‘it was a miserable winter’, maar ja dat zeggen de boeren altijd). Maar hij had dus gelijk. Gedeelten van de kust, en daarmee van het pad zijn in zee gezakt.

Dit betekende veel diversions, soms een lange, soms een korte. Vandaag ging de omleiding ver het land in, er was geen meeuw meer te bekennen en ook de zee hoorde je niet. Opeens liep ik weer door een, weliswaar klein bos. De eekhoorns roetsjten boven me van tak naar tak. En er groeiden weer prachtige white(?)bells.

Ik hoorde niet alleen de eekhoorns, toen ik weer bij de kust terug was zag ik ook een haai. Had ik er nog even spijt van gehad dat ik mijn badpak niet had meegenomen, dat gevoel is nu weg. Het water is trouwens toch te koud.

Maar niet voor hem dus, een basketshark.

En nu jubelt de natuur dus, ik heb de korte broek uit de rugzak gehaald en de windstopper (for the time being…..) erin gedaan.

Ik slaap vannacht hier, in een zeer lokale pub. In de bus naar St Ives bespraken twee vrouwen de mode in Australië, die vonden ze maar niks. ‘Just like the sixties’. Nou, dan zouden ze eens hier moeten komen, ook hier heeft de tijd stilgestaan. En over kleren gesproken, ik was hier al vroeg, heb alles gewassen, heb het hier buiten aan de brandtrap opgehangen, en nu is het droog!

Ik zal terug in Nederland een poosje geen mosselen eten, want ze waren erg lekker. En als toetje was er rabarberkruimeltaart met gember (en clothed cream), daar heb ik het recept, het smaakte net als thuis, zalig.

Het leven is goed daar, in the Five Pilchards Inn.

The bluebells

590DFB7D-9D53-4F17-A03E-C985FB1CC11C

And so the mind

That comes to rest among the bluebells

Comes to rest in motion, refined

By alteration. The bud swells

Opens, makes seeds, falls, is well,

Being becoming what is is:

Miracle and parable

Exceeding though, because it is

Immeasurable; the understander

Encloses understanding, thus

Darkens the light. We can stand under

No ray that is not dimmed by us.

The mind that comes to rest is tended

In ways that it cannot intend:

Is borne, preserved, and comprehended

By what it cannot comprehend.

Wendell Berry

Isn’t it a beautifull day?

Ik geloof dat iedere Engelsman of vrouw me dit vroeg vandaag, daar herken je de buitenlandse toerist aan, die vraagt niets. En dan vroeg ik het maar. Want het was een prachtige dag, de zon scheen en de temperatuur werd aangenaam; in principe zou ik 6 uur ‘easy’ lopen; en ik zou de meest zuidelijke punt van Engeland bereiken: de Lizard.

De kamer in de premier inn (de Engelse versie van ‘van der Valk’) was heerlijk, met een bad ( wat een weldaad voor mijn spieren!), een tv, koffie en thee, enz. Het avondeten heb ik doorstaan, en het ontbijt was ‘as much you can eat’.

Ik nam porridge, verse fruitsalade met Griekse yoghurt en een gebakken eitje op een geroosterde ‘brown bread’ (brood is niet hun sterkste kant, het wordt gelukkig geroosterd, dan stelt het nog iets voor). Daarna viel mijn oog op de chocolade croissantjes. Die waren dus ook heerlijk.

Ik kon al heel vroeg ontbijten, dus ook vroeg weg. Dat was een geluk want het pad werd twee maal onderbroken ivm onstabiele kliffen. Geen wonder, de zee (of beter gezegd de oceaan) beukt hier op het land.

Er kwamen dus 2 uren extra lopen bij. De eerste keer ging de omleiding door een prachtig bos met tot mijn grote vreugde bedden vol ‘Blue bells’ een prachtig blauw bloemetje, soms is de hele grond ermee bedekt.

Het lukt niet om de foto van de Blue Bells te importeren, daarom deze, die zijn ook mooi.

Omdat de eerste diversion nogal lang duurde en mijn oriëntatievermogen niet echt ontwikkeld is (zonder kaart kom ik nog wel eens op hetzelfde punt uit als waar ik begon) vroeg ik aan een voorbijganger of dit pad naar het coastpath leidde. Een lieve, zachte man die me met zijn telefoon de weg wilde duiden. Hij werd boos door zijn vrouw (?) tot de orde geroepen. Ze liep met nog twee mensen en in totaal 4 grote levendige honden een stukje voor me. De man droop af. Enige minuten later, na moed te hebben gevat kwam hij terug en begon zijn verhaal af te maken. Nu kwamen de honden ook mee, levendig, ik zei het al. Vol vreugde sprongen ze tegen mij, tegen elkaar en tegen de man op. De poedel bleek bij de vrouw te horen, Rosie werd op een alleraardigste toon terug geroepen, ik kreeg een blik alsof het bijna mijn schuld was dat de hond zo rond sprong. Ik heb de man maar snel bedankt, scenes uit een huwelijk….. met hond.

Daarna bereikte ik al snel het pad dat inderdaad prettig begaanbaar licht steeg of daalde. De tocht voerde door een enorm natuurgebied ‘The Lizard’. Ik heb weinig verschil met voorgaande dagen gemerkt. Het bleef mooi. Alleen stond er nu af en toe een bord met uitleg over de begroeiing en de populatie. En de modder bleef ook. Af en toe stonden er poeltjes met water waar al wat kroos op groeide.

Tenslotte bereikte ik mijn doel van vandaag: the Lizard. Op het mooiste punt zat een jongeman, alleen maar te zitten. Dat had je in India ook, net op dat plekje met dat mooie doorkijkje, een hangjongere, wil ook op de foto, of jouw foto bederven, denk ik dan. (Waarschijnlijk heb je ze zo overal, het is de leeftijd)

Aan deze jongeman vroeg ik of hij een foto van mij wilde maken (ik dacht, ik zet hem in een andere rol). Dus hierbij: op het zuidelijkste puntje van Engeland.

De jongen bleek in een (ik hoop) kleine depressie te zitten, kwam uit Duitsland en wilde rust en nadenken en mij hier alles over vertellen. Ik heb geluisterd en ben daarna naar mijn b&b gegaan, daar staat het hier vol mee. En twee pubs en twee souvenirwinkels. Lizard lijkt me geen plaats om van een depressie af te komen. Maar de natuur is hier weer schitterend. Morgen mag ik weer door.

There be Blue birds over…….

The white cliffs of Dover….. zong Vera Lynn vanochtend op de tv. Ze is 101 jaar oud en op de laatste foto die werd getoond zie je een oude, breekbare en sterke vrouw. Er is een dispute over een onderscheiding die ze nog niet heeft gekregen. Het fijne heb ik niet begrepen, maar van mij mag ze elke onderscheiding krijgen die er is. Zo zag ik haar op de tv op een motor door de woestijn rijden. Op naar de forces. Zouden ze hier ook een kwetsbaarheidstest hebben? Laat ze het maar niet horen denk ik, dan pakt ze haar motor en komt. (Maar ik begrijp dat het in sommige gevallen goed is, maar Oo, Oo wat een ingewikkeld onderwerp en wat kan het kwaad in verkeerde handen)

Maar de lucht is blauw vandaag (deze zin komt verder in bovenstaand lied voor) en de peace in the world nog ver te zoeken helaas. Dus laat ik er verder maar over op houden.

Omdat ik nu al 3 dagen veel, eigenlijk alleen maar gelopen heb, en omdat Pencanze een mooi museum(pje) heeft, ben ik daar vanochtend naar toe gegaan.

Ik was te vroeg, maar er was een mooi park bij het museum met een rememberancegarden. De 1e Wereldoorlog, the Great War, zoals ze hier zeggen. In het kapelletje lagen de lijsten van alle gestorvenen uit Penzance, met een aparte lijst van de doden van de slag bij de Somme. De regimenten werden samengesteld uit de jonge mannen uit een dorp, een stad. Dus als een regiment een slag verloor, waren allen uit die ene stad dood. Elk dorp, dat ik passeer, hoe klein ook heeft een monument.

In het Penlee museum wordt het werk getoond van de schilders van Newlyn. Een plaats waar vanaf 1880 tot het begin van de 20ste eeuw een schilderskolonie was.

Een detail van een portret van Rhoda, gemaakt door Harold Harvey.

Er is nu een tentoonstelling van schilderijen over het werken met de visserij. Armoede, verschrikkelijke armoede is er door de schilders vastgelegd.

Daarna ben ik met de bus(!!) naar Marazion gegaan. Het was 5 mijl over de weg, en ik dacht zo dat ik gisteren wel voldoende weg was gegaan.

In Marazion of beter gezegd tegenover dit plaatsje ligt Saint Michaels Mount. Een klein eilandje, met een pad aan het vaste land verbonden en op het eilandje staat een kasteel.

Het is als klooster in de 12e eeuw gebouwd, nu een grote trekpleister met het bronzen beeld van Sint Michael die de duivel heeft verslagen. (Maar het beeld was helaas in renovatie). Je kunt er nu eten en winkelen (wat anders?). Er is ook een tuin en bron, die voorspellende krachten heeft. (Zegt men). Bij eb kun je er naar toe lopen, bij vloed gaat er een bootje.

Het silhouet van het geheel, zo in het water is schitterend.

En daarna moest er weer gelopen worden. Het landschap is iets glooiender geworden, iets minder klif af – klif op, en de zee blijft zichzelf, altijd mooi, altijd weer anders.

Ik slaap in een soort Engels van der Valk hotel, met dito restaurant. Ik realiseerde me dat het lang geleden was dat ik daar gegeten heb. (Maar dat is niet erg, zo bleek)

Weer zo’n dag

Vanochtend kon ik voor Engelse begrippen vroeg ontbijten (kwart voor acht) en zo kon ik al om half negen vertrekken. De weersverwachting was dat het in de loop van de dag zou gaan regenen. En volgens het boekje zou vooral het eerste gedeelte severe enz zijn.

Het werd een tocht van modder ( ik beschouw mezelf nu als expert, ik kan snel de zak- (hoe diep), de plak- (hoeveel blijft er aan de schoenen hangen) en de combinatiefactor (zakken en plakken) inschatten; klimmen ( soms dacht ik dat ik nu zo naar de gevorderden klimcursus van de bergsportvereniging door kan); weer prachtige uitzichten en een kleine ( naar mijn idee vrolijke) achtervolging door jonge stieren. Ik kan dus nu ook weer snel over hekken klimmen. Maar zijn ze niet lief!

En er lag een slang op het pad (hield ook van de modder) van ongeveer 30 – 40 cm lang, ik kon zijn open kaken met dat tongetje duidelijk zien. Hij was gelukkig ook bang voor mij en verdween snel.

Soms ging het pad over grote keien.

Om 12 uur kwam ik in een kleine baai en daar waar het pad ‘normaal’ werd stond een waarschuwingsbord:

Dat was attent van de counsel of Cornwall, een waarschuwing aan het einde. En vooral dat ‘uneven’ daar had je wat aan! Maar er was meer in deze baai, er was een terrasje! De terrasbezoekers bespraken het toch wel vele klimwerk. Iedereen had het zwaar gevonden. (Dus ik wil maar zeggen…..)

Daarna waren het nog twee kliffen op en neer naar Mousehole, dit bleek een ‘grote’ plaats te zijn. Ondertussen begon het zachtjes te regenen. Vanaf Mousehole ging het pad 3 mijl naar Newlyn, een plaatsje waar ik me direct thuis voelde. Een prachtige haven, winkels met scheepvaartartikelen, de visafslag, visrestaurants enz.

Ik had een b&b gereserveerd ergens ‘het land in’. Ik had het kaartje nauwkeurig bestudeerd en op een briefje de route geschreven. Maar met die googlekaartjes heb ik geen idee hoever de afstanden zijn. Het bleek dus ver te zijn. Ik moest naar de Sancreedroad. Na lange tijd lopen, het bleken 5 mijl (en het was harder gaan regenen en waaien) stond ik bij de Sancreedkerk, in het plaatsje Sancreed – 5 huizen. Geen van allen een b&b. Eigenwijs ging ik op de zijwegen zoeken en pas na een half uur bedacht ik me dat ik kon bellen!

Er kwam een oude stem aan de telefoon. Na lang gepraat bleek ze dat ze me niet op 1 maar op 11 mei had geboekt, en nu geen plaats had. Ik verlangde ondertussen al hevig naar iets meer bewoning dan dit en naar al die vis in Newlyn die ik had gezien. Daarna sprak de stem aarzelend dat ze nog wel een kamer had. Ik vroeg waar de b&b nou was. Het bleek nog 1,5 mijl verder te zijn. Dat gaf de doorslag. Het zou zo morgen wel weer heel ver lopen zijn, eerst terug naar Newlyn om dan het pad te vervolgen en antwoordde dat ik liever nu terugging naar Newlyn, laat alles maar. (Bij aankomst hier had ze me snel gemailed met haar excuses, ze had de datum niet goed gelezen).

Dus 5 mijl terug naar Newlyn en bij de eerste de beste pub heb ik gevraagd of ze een kamer hadden.

En daar zit ik nu heerlijk, na een lekker visje met een glaasje wijn en een warme douche op bed. Buiten ‘waait de wind om het huis’ en regent het, de kachel is aan en met mij is alles goed. (Zolang ik maar niet de benen gebruik)

Morgen is er weer een dag.

The sea, the sea

Pedween (waar ik sliep) ligt in het hart van de voormalige mijnbouw en het gebied rond de Geevormijn is nu cultureel erfgoed.

Het is het grootste van Engeland met zijn 67 acres. Het coastpad loopt er door en zo liep ik 2 uur over dit gebied.

Ofschoon de folder het haast voorstelt als een pretpark ‘Get interactive in our Hard Rock Museum’ hangt er nog een bijzondere sfeer op het terrein.

Het was weer ‘fris’ (laat ik het daar maar op houden) en het waaide hard ‘s ochtends om half 9. Dat gaf prachtige luchten, maar ik moest soms mijn bril vasthouden uit angst dat hij weg zou waaien.

Op het terrein zijn veel routes uitgezet en is het coastpad slecht te vinden. Zo raakte ik op een pad waarbij het echt klimmen werd, en ik zag mezelf al hangen daar aan het klif, boven de bulderende golven. (En dan nog die bril die wegwaait). Er kwam een andere wandelaar aan, samen hebben we getwijfeld en besloten dat dit pad echt niet het goede kon zijn. Met het zoeken naar het pad ging veel tijd verloren, maar zo kon ik alles wel goed zien.

Cornwall leefde van de mijnbouw, voorzover je dat leven kunt noemen. Het was enorm zwaar en levensgevaarlijk werk. Soms zie je de kleine huisjes nog staan waar de arbeiders in woonden.

Hierna liep ik langs Cape Cornwall.

En was er weer veel zee, die heerlijke zee, heel dichtbij.

Ik kon weer een groot stuk over het strand lopen (dat vonden vooral de blote voeten heerlijk). Het water was steenkoud en de stroom was sterk. Toen ik in een geul stond werd ik haast omvergetrokken door de opkomende vloed. Om te herstellen heb ik in Sennen Cove (na ruim 4 uur de eerste plaats met ‘refreshments’) een zalige krab (verse!) sandwich gegeten.

Het pad ging verder naar Landsend, eindelijk Landsend! Het is me niet duidelijk geworden waarom dit zo heet. Ik dacht dat dit de uiterste hoekpunt was, waar je ahw ‘de hoek omgaat, richting oosten, maar dat punt komt later. En is helaas door mij niet opgemerkt. Maar goed Landsend.

Die mevrouw poseerde voor haar man, ze zei nog sorry tegen me (alsof iets deze foto zou kunnen bederven en ze heeft tenslotte, met haar man, in een auto deze plaats bereikt!) Ik heb voor mijn tante hier een kaart gekocht. Het meisje uit de winkel vroeg of ik er een Landsend-special-sign op wilde. Ik begreep dit niet en vroeg waarom? Ja, dat wist ze bij nader inzien ook niet.

Toen ik door het poortje weer terug naar buiten liep, stond ik opeens weer in deze wereld:

Het pad ging door en kwam uiteindelijk uit in Porthcurno, waar het Minacktheater staat. Aan het begin van de vorige eeuw door een vrouw gebouwd. Er werd gerepeteerd voor een toneelstuk dat speelt in de 1e Wereldoorlog, maar wordt pas over enkele dagen opgevoerd. Ik had het graag willen zien. Maar ja, als alles goed gaat dan ben ik alweer ettelijke mijlen en ervaringen verder.

En is Porthcurno met het Minacktheater alweer geschiedenis.

Bijna kapot

Het was vandaag een zware dag, het boekje had al gezegd ‘streneous’ en gaf 7 uur voor de 22 km, ik deed er 9 uur over. (Met extra km naar Zennor, voor een kopje koffie en 1,5 mijl extra naar Pendeen).

Het is vandaag niet voorgekomen dat er 10 meter normaal, redelijk vlak (het mag omhoog of omlaag gaan) pad was.

De dag begon met een wandeling langs het haventje van St Ives, daarna het laatste zicht op deze plaats. En ik weet nog, vorig jaar toen ik hier aankwam en mijn tocht beeindigde, toen zag ik dit schiereilandje met het kerkje en dacht, ‘ ik wil doorlopen’ – en nu doe ik dat.

Het pad was per definitie rotsig, met afwisselend: enorme stenen waar over heen geklommen moest worden (maar gelukkig niet op 5000 meter hoogte), modder, variërend van waterpoeltjes tot beekjes, koeien op het pad (dat al ernstig blubberig was), stieren op het pad (dat toen al onbegaanbaar was), hevige rukwinden (terwijl ik op een van die keien balanceerde om niet in een poeltje te stappen) – van die dingen dus.

En soms was ik het pad even kwijt.

Af en toe lagen er ‘stap-stenen’, erg handig maar ik vroeg me af, wie heeft in hemelsnaam die stenen hier naar boven gedragen en zo keurig neergelegd?

Maar het zicht was weer prachtig.

En het weer!! Hulde aan het weer, zon, wat wolkjes, eigenlijk dus prima wandelweer, eigelijk…… het was natuurlijk een prima wandeldag! Maar een zware dag. Mijn voeten zijn erg blij dat ze niets meer hoeven…….. vandaag.

Ik heb gisteren een man ontmoet die het hele pad loopt (in 1 keer van Minehead naar Poole) in zijn strijd tegen de kanker. Ik heb nog niet durven vragen hoe ziek hij is. Ik sprak hem zojuist in de pub waar ik eet: ‘it was a very difficult day today, wasn’t it love’ zei hij. Hij heeft zijn bagage hierheen laten vervoeren, maar wil, moet? het morgen zelf dragen.

En nu zit ik in de North Inn. Ik heb een heerlijke kamer, een wasje gedaan, gedouched, het haar gewassen en fish & chips gegeten. (Met erwten). Erbij een glaasje wijn, dat niet veel voorstelde en een kopje filterkoffie toe, omdat het zondag is. Op zondag staat het espresso – apparaat uit en duurt het een half uur voor het is opgewarmd. Men heeft mij nog willen uitleggen waarom dit is, maar dat was op dit moment te hoog voor me gegrepen.

Naast me aan de gemeenschappelijke tafel zit een echtpaar, waarvan de man de gehele tijd aan het woord is, en de vrouw deze avond verdrinkt met een fles wijn en een glas, dat nooit lang gevuld op tafel staat.

Tegenover me zitten twee Nederlandse jongemannen, problemen met de relaties, tja de jeugd. Om dit alles te vergeten hebben ze een schaal met patat op tafel.

En verder is hier een biljart, met biljartende mannen (zij maakten space toen ik hier naar-binnen-viel) en hangen er aan de muur foto’s van weleer: de mijnen. Ik loop deze dagen door het vroegere mijngebied, overal staan nog ruïnes van de mijngebouwen en staan er bordjes met waarschuwingen dat er in dit gebied nog mijnschachten zijn, je loopt hier dus op eigen risico! (Het uitroepteken is van de bordjes). Maar toen had ik de koeien, de modder, de keien, de stieren, de beekjes al gehad en maakte het me eerlijk gezegd niets meer uit.

De jonge man aan de overkant besluit dat het ‘toch uit moet worden gemaakt’, de vrouw naast me haalt het nog net een patatje in de saus te dopen en het daarna in haar mond te stoppen en haar man praat nu over tandpasta.

Het wordt tijd, nee het is tijd om naar mijn kamer te gaan.

Ps dank voor jullie reacties, ik kom nog een keer terug op het Gaiahouse.