When I get older………

Vrijdag 5 augustus

Na een heerlijk ontbijt in de luxe ‘refuge’ zijn we weer verder gegaan. Het pad ging al snel omhoog naar de col du Bise hier hadden we een werkelijk schitterend uitzicht op de bergen. Naar deze pas was een heerlijke wandeling, er vanaf…… was een ander verhaal.

Het meer van Genève was nog heel lang te zien.
Uitzicht vanaf de col du Bise

Ja en toen kwam de afdaling, het pad naar beneden…… dit was enorm stijl en de grond bestond hoofdzakelijk uit fijn zand, stof bijna waarop mijn schoenen geen grip konden krijgen. Ik ben 2 keer in een soort versnelling gegaan, zonder dat ik dit wilde ging ik rennend de berg af. De eerste keer kon ik nog stoppen, de 2e keer eindigde de ren in de berm: ik lag midden tussen de planten. Daarna ben ik nog voorzichtiger gaan lopen, tussen 2 stokken als ondersteuning en voor de balans. Ook hiermee kwam ik ten val, nu op het pad: zand en steentjes. Tot mijn grote verbazing had ik behalve de schrik geen noemenswaardige wonden of gebroken botten, ik ‘kon gewoon weer verder’. Verdoofd door de schok, met mijn ogen alleen op het pad gericht en in een vreselijk langzaam tempo bereikte ik uiteindelijk een makkelijker deel van het pad en de hut waar we deze dag sliepen. Sorry, na dit al geen foto’s van de hut en omgeving terwijl die dus wonderschoon was.

Voor de statistici: deze dag totaal 955 meter gestegen en 415 meter afgedaald.

Zaterdag 6 augustus

Na veel denken, aarzelen en zorgen toch maar besloten door te gaan in de hoop dat een dergelijke afdaling niet meer op het, c.q.mijn pad komt. (flauwekul natuurlijk, nergens staat iets dergelijks over het pad in de boekjes)

Al snel (na een uur klimmen) bereikten we col de la Bosse. In de hut waarschuwden vooral de andere wandelaars voor de afdaling ‘deep down’. En het had gisteravond een geonweerd, dus de grond was glibberig. Nou dit viel reuze mee, een ‘normale’ afdaling, weliswaar met veel leem onder de schoen, maar het was niet absurd stijl en ging ook niet loodrecht naar beneden. Onderweg zagen we gemzen (denken we) en herten, maar zij liepen en sprongen te snel voor een foto.

En dit zagen we, vanochtend om 8.00 uur

Hier zou de Mont Blanc op te zien moeten zijn, wij zagen een witte top op de achtergrond schemeren. De telefoon (voor de foto’s) haalde dit niet. Maar hij was er!

Beneden in het dal kwamen we in het plaatsje Le Chapelle d’Abondance, dit bleek een groot toeristisch oord te zijn, zowel zomers (men zat op terrasjes) als ‘s winters: het was een wintersportcentrum. Maar toeristen,dus…..het werd tijd voor een goed kopje koffie en dat dronken we.

Wij komen van rechts van de berg op de achtergrond.

Hierna was het klimmen, eindeloos klimmen, door een bos, langs een waterval, over een wei. Het ging maar door. De hut van vannacht ligt op een kale helling, onder de top. Er is geen elektriciteit, laat staan wificodes. We aten er zalig: onduidelijke groentesoep, omelette met kaas en aardappelen, kaas (een enorme plank ‘snij zelf maar af’) en tenslotte fromage blanc met bosbessen. Tijdens het eten belde er nog iemand om te komen slapen, ‘pas de probleme’ zei ze wel 3 keer door de telefoon. Er werd eten voor hem bewaard en toen hij uiteindelijk binnen viel kreeg hij een gastvrij onthaal. Na het eten ging de olielamp aan en rende ik telkens naar buiten voor dit schitterende uitzicht.

Voor de statistici: deze dag totaal 1200 meter gestegen en 850 meter afgedaald.

Zondag 7 augustus

Vandaag was een dag zonder veel stijgen of dalen maar wel met veel loop uren. Het werden er 8 (inclusief pauzes).

Zonsopkomst

De tocht begon met een ‘klein colletje’ achter de refuge.

Zicht op de Refuge van vannacht.

Direct bij de start klimmen is niet echt mijn favoriet, maar je bent dan wel meteen wakker. Daarna ging de tocht verder door die betoverende wereld van bergen en nevelwolken.

We liepen tweemaal over een pas, met daarop een restaurant dus konden we weer een kopje koffie drinken.

Koe met beeldige halsband en dito omgeving.

Het is hier de hele dag ‘koeien’, je hoort voortdurend het geklingel van de bellen (ook ‘s nachts, slapen ze niet? Eten ze dan door?) en soms staan ze op het pad en passeren we ze voorzichtig. Gelukkig niets van het achtervolgen zoals de koeien in Engeland nog wel eens deden. Aan het eind van de dag passeerden we de Zwitserse grens, hiervan was niets te merken. We slapen in een Zwitserse Refuge, met wifi! Ik zit schoongewassen, met een warme (!) douche bij het stopcontact in het restaurant dit blog bij te werken met jodelmuziek in mijn oren en mannen met hoedjes met een edelweisje aan de bar. En vanavond wordt het kaasfondue, dus ook deze dag kan niet meer stuk.

De slaapzaal vannacht.

When I am sixty Four…….. nou ja ik ben al wat ouder, dus dit zal ik aan me voorbij gaan, we lopen door…………

Met een groet, uit Zwitserland.

Voor de statistici: we stegen (met eigen benen) 720 meter en daalden 780 meter.

De volgende dag

Zo op het einde van deze dag zit ik wat te mijmeren op een zalige zonnestoel met alweer het mooiste uitzicht van de wereld (1 van de vele mooiste uitzichten) en bedenk me ‘zo stap je in Utrecht in de trein (dat was gisteren) en zo zit je (een dag later) daar in een zonnestoel met jawel…..dat….’

Deze dag begon met een korte busrit naar Sint Gilgolph, een dorpje op de grens met Zwitserland (met een heuse grensovergang, ze bestaan nog. Bij de bushalte enige verwarring gevolgd door paniek. Volgens ons moest de bus aan de overkant de goede kant opgaan, maar de tekst op de bushalte gaf de andere kant van de weg aan. Daar gingen we dus staan. Uiteindelijk kwam de bus aan de overkant en moesten we hard lopen (met rugzak, in de warmte, druk verkeer) om deze bus (de volgende ging 2 uur later) te halen. De bus bleef wachten, de buschauffeur werd er niet vrolijker op en op de boulevard ontstond er een luid toeterende file. Maar we konden mee.

Met deze vlag is het voor de Zwitserse boeren moeilijk actie voeren.

Sint Gilgolph ligt op een hoogte van 375 meter en van hier was het gestaag omhoog, naar 950 meter hoogte.

Het is altijd kiezen in het leven, wij kozen voor rechtdoor.

Het was een warme, maar gelukkig korte tocht en hij ging door een prachtig landschap.

Een laatste blik op het meer van Genève.
Een plek om te mijmeren.

En nu (3 uur later) hebben we heerlijk buiten gegeten (met alweer dat uitzicht) en ga ik toch maar weer op tijd naar bed. Morgen gaat het stijgen verder.

Het dorpje Novel, helemaal rechts de Refuge ‘Les Chemins du Lac’.

Hotel du Lac

Wat een heerlijk boek (Anita Brookner) was dat toch. Ik geloof dat het minstens 30 jaar geleden is dat ik het las.

En nu ben ik zelf aan het meer van Genève in ‘a room with a view’.

Het lijkt bijna een verhaal over boeken te gaan worden, maar dat is dus niet zo het geval.

Maar wel Le Lac (Nog eentje dan) revisited. (Sorry, niet Brideshead)

8 jaar geleden liep ik van Reims naar Aosta en ging het pad aan de overkant (we denken dat daar Montreux ligt) door Genève en Montreux. Ik moest toen een dag langs het meer lopen en ging toen ‘links af’ de berg op en in 3 dagen naar de Sint Bernard pas. Nu zijn we aan de overkant in Frankrijk (en blijven daar grotendeels ook). Maar paden, bergen, passen (en de zon); ze zullen er allemaal weer zijn.

Dit zijn Margreet en Leo, met wie ik al heel lang bevriend ben en met wie ik in Nederland ook wandel en fiets. Leo loopt de GR5, een lange afstandspad van Hoek van Holland naar Nice. Alweer 4 jaar geleden kwam het plan op met zijn drieën met Leo mee te gaan lopen als hij ‘de Alpen overgaat’. Het idee kwam van Machteld (de vierde persoon, met wie ik al heel wat lange afstandspaden in Nederland heb gelopen en ook bevriend is met Margreet en Leo) en toen kwam Corona en werd de uitvoer telkens uitgesteld.

En nu, nu het echt gaat gebeuren, trein kaartjes gekocht, hutten gereserveerd en veel op de trappetjes in het fitness te hebben geoefend, toen moest Machteld jammer genoeg afzeggen omdat ze hielspoor heeft.

En zo gaan we nu met zijn drieën verder. Morgen nog 20 minuten in de bus naar St Gingolph en dat gaan we van start.

Tja, Torquay

Aankomst in Torquay.

Onderweg ging het pad vandaag erg vaak over de stoep, hoe dichter ik Torquay naderde, hoe dichter de huizen op elkaar stonden.

De rode rotsen van Devon.
Elk stukje strand is in gebruik.
De pier.

Torquay is zo’n beetje alles wat je liever wilt vermijden. Massatoerisme langs de kust, veel dikke mensen, volwassenen en kinderen die al vroeg op de dag patat of chips lopen te eten. Een depressief centrum; dat viel me ook altijd op in Newton Abbot: veel lege winkelpanden, geen sfeer, altijd somber kijkende mensen die zich voort lijken te slepen en een enorme hoeveelheid action-achtige winkels. En bedelaars en daklozen, waaronder ook oude vrouwen op de stoepen.

Gelukkig heb ik hier niets van meegemaakt, het was heerlijk zo weer 14 dagen in de natuur te zijn en mensen te ontmoeten die vaak dicht bij de natuur leven. En Torquay….. dat was even doorlopen. Ik slaap in een b&b aan de andere kant van de klif (Torquay is op een enorme klif gebouwd), in een buurt waar het rustig is.

En waar ik uitzicht heb op het vervolg van het Coastpath (Ja, dat ‘moet’ nog).

Het is in Engeland zo’n mooi gebruik ter nagedachtenis van een gestorvene een bankje neer te zetten. Ik zag ze nu ook voor het eerst met een bosje bloemen eraan vastgemaakt. Deze trof me nog meer:

‘The sounds and scents of heaven’.

it, doesn’t have to be

the blue iris, it could be

weeds in a vacant lot

or a few

small stones, just

pay attention, then patch

a few words together and don’t try

to make them eleborate, this isn’t

a contest but the doorway

into thanks, and a silence in which

another voice may speak

(Mary Oliver)

’er is alleen maar dit’

De dagen gaan tellen, het wordt warmer en de laatste dag komt in zicht.

Gisteren, 10 juni liep ik van Startpoint naar Dartmouth. Ze noemen dit gedeelte de ‘Engelse Rivièra’ en alles is veel rijker dan het noordelijke stuk van het pad. Hele dorpjes zijn in ‘te huren cottages’ veranderd en er zijn veel 2e huizen. Ook is de zee veel minder ruw, lag er eerst in elk dorp een reddingsboot startklaar om uit te varen, nu zijn er de coastguards die naar Fowey bellen als er een boot moet uitrukken.

De kliffen blijven.
En de ferry’s (hier in Dartmouth) ook, maar nu zijn ze ‘echt’.

Na Dartmouth worden de kliffen weer hoog. De site spreekt van challenging to strenuous. (Maar dat las ik zojuist, uitgeteld op bed). En ik maar denken wat doe ik er lang over, het schiet maar niet op. Onderweg hoor ik het geluid van zeeleeuwen, ze zijn echter nauwelijks te zien.

Op het rijtje rotsen in het midden liggen een paar zeeleeuwen.
Vandaag heeft de zee een helder blauwe kleur.

Halverwege passeer ik Coleton Fishacre. Een enorm park dat ooit van een rijke adellijke familie was. Zij hebben er een enorme collectie tropische planten in gezet, die hier (veel vocht van zee en van een rivier en veel zon) goed groeien.

Enorme varens.

Het gebied is nu eigendom van de National Trust, de Engelse Natuurmonumenten. Grote gedeelten van het Coastpath worden beheerd door de National Trust en daarvan hebben sommige gebieden nog een aparte status (omdat er bv zeldzame bloemen groeien), in deze gebieden mag bv niet gebouwd worden. En zo gaat het Coastpath grotendeels door enorme, prachtige natuurgebieden.

Achter het meest verre klif ligt Brixham.

In Brixham bleek Willem van Oranje in 1668 voet aan wal te hebben gezet. Op de kade staat een vreselijk beeld van hem. Volgens Wikipedia staat er op de sokkel ook nog (jawel in het Nederlands): ‘Engelands vrijheid door oranje hersteld’, maar dat heb ik gemist.

Na de regen….

De vuurtoren van Startpoint, vanochtend vroeg.

Mild the mist upon the hill

Telling not of storms tomorrow;

No, the day has wept its fill,

Spent it’s store of silent sorrow.

O, I’m gone back to the days of youth,

I am a child once more,

And ‘neath my father’s sheltering roof

And near the old hall door.

I watch this cloudy evening fall

After a day of rain;

Blue mists, sweet mists of summer pall

The horizon’s mountain chain.

The damp stands on the long green grass

As thick as morning’s tears,

And dreamy scents of fragrance pass

That breathe of other years.

Emily Bronte

Chivelstonehouse…..

Donderdag 9 juni (vervolg). Ik slaap vannacht in een b&b in Chivelstone. Op de kaart die ik bij me heb is dat ongeveer 1 mijl van het pad af en staan er 5 huizen en 1 kerk in dit plaatsje. Op mijn overzicht heb ik er Shallingtonhouse van gemaakt dus ik op zoek…. tussen die 5 huizen en de kerk. Ik vond het natuurlijk niet en probeerde te bellen. Probeerde, want de telefoon doet het hier regelmatig niet. Bij de kerk kreeg ik contact (zou het aan de plaats liggen?). Mij werd uitvoerig uitgelegd hoe ik moest lopen. ‘On the other side of the valley’ hoorde ik nog net. Ik moest in ieder geval terug, dat was duidelijk. Ik ontmoette een echtpaar en vroeg de weg. Zij wisten het niet, ‘We are here only for a holiday’, maar wilden me wel graag helpen. Ook hun telefoon werkte niet. ‘Then we’ll walk with you (met de hond) until you reach the place’. Een kleine vrachtwagen met een open bak stopte. Erin zat een vrouw, met ongekamde wilde haren, gekleed in een trui en onderbroek, vergezeld door 4 eveneens vieze honden die naast haar op de zitplaats lagen. Ook zij kende het adres niet. Maar ze kende iemand ‘who knows everybody here, I’ll drive you there, please jump in the back, the frontseats are occupied by the dogs’. Ik antwoordde dat de sprong te hoog voor me was, ‘then you can step on the wheel’. Ook dat leek me niet haalbaar. Ze dacht nogmaals na en zei toen dat het huis wat ik zocht niet bestond. ‘It has to be this house’. Ik zei haar dat ik haar achterna zou rennen als dit fout was (hierna reed ze luid lachend weg) en liep met het mij vergezellende echtpaar (en hond) naar de ingang van het huis. Na enig geroep verscheen een lieve oude vrouw die bevestigend knikte toen ik haar vroeg of we elkaar zojuist via de telefoon hadden gesproken.

Ik slaap dus deze nacht in een enige, oude, authentieke Engelse boerenwoning. Toen ik me geïnstalleerd had kwam de vrouw naar boven. Ze had geen zin om te koken, had ik misschien zin om met haar en haar man mee te gaan naar de pub, 5 mijl verderop. Nou dat leek me natuurlijk heerlijk, ik had me helemaal niet gerealiseerd misschien wel in een dorp te komen van 5 huizen dat misschien wel een kerk, maar geen geen pub had.

En daar hebben we gegeten.

Ik had graag van bijna iedereen in deze pub een foto gemaakt. De vrouw die me verzocht achterin de bak te springen was hier zeker niet de enige in haar soort. Ik durfde niet, helaas. Maar ter illustratie: er zat ook een vrouw in haar b.h. (En toch, zo warm was het niet) en er liepen 6 honden rond. Ik at hier natuurlijk fish and chips. (De azijn, die over de patatten moet heb ik laten staan). Het was heerlijk en heel gezellig.

The long and winding road.

Woensdag 8 juni Het was twee uur lopen van Kingston, waar ik had geslapen naar Bigbury. Zodra ik buiten stond ging het regenen en omdat ik via de voetpaden liep, werden de benen nu niet alleen door de brandnetels en braamstruiken aangevallen, maar werd alles van de struiken en van de regen nat. Dus toch maar ook de regenbroek aan. In Bigbury werd het droog en om 11 uur bereikte ik het bordje en de bel van de ferry.

Je moest hard op de bel slaan en zwaaien naar het boothuis aan de overkant. Nadat ik op de bel had geslagen zwaaide ik, er kwam echter geen reactie. Ik luidde nogmaals de bel en zag een bootje in de verte varen, de schipper zwaaide. Het kwam van een ander boothuis.

Who pays the ferryman?

Dat betalen ging eenvoudig, met mijn betaalpas. Aan boord zaten ook 2 Engelse echtparen met wie ik in gesprek raakte en later een kopje koffie dronk.

En waar spraken we over? The Queen, Boris and Brexit.

Daarna (het was inmiddels 12 uur en ik had nog 24 km te gaan) snel op pad, naar wat alweer een prachtige wandeling zou worden. Ik werd regelmatig stil, in stille bewondering voor de prachtige natuur, de prachtige wereld waar je zomaar doorheen kunt, mag lopen.

In de verte ligt Bigbury.
Het laatste stuk naar Salcombe.

Hier ging het pad om de rots heen en toen lag daar Salcombe, waar ik slaap vannacht. Het was nog een stuk naar het dorpje, ik heb me er naar toe heb gesleept.

Salcombe.

Salcombe ligt aan een rivier, dus jawel…. morgen begint de dag weer met een ferry.

Donderdag 9 juni

Het eikeltje is het teken van het coastpath, dus rechtsaf hier, naar de ferry.
Zicht op Salcombe.

De ferry’s zijn meestal kleine motorbootjes bestuurd door een werkstudent. En oo wat ben ik er blij mee, anders is het 9 mijl omlopen.

De alles wetende site http://www.southwestcoastpath.org.uk spreekt vandaag van ‘moderate to streneous’ en als ze spreken van ‘streneous’ dan is het dat ook. Maar het was erg de moeite waard.

Het is bewolkt vandaag, en vooral in het begin lekker fris wandelweer. Aan het eind van de ochtend werd het broeierig en om 2 uur ging het regenen.

Net als ik bedenk dat dit geen pad voor mensen met hoogtevrees is, (soms is het pad 30 cm breed naast een steile afgrond naar de zee), kom ik een man en vrouw tegen die ik ook al in Bigbury had ontmoet. Ze lopen terug! De vrouw beeft over haar hele lichaam en vooral haar handen gaan zo hard dat het lijkt alsof ze ermee wappert. De man vertelt dat ze teruggaan, ze heeft een onverwachte paniekaanval door de hoogte.

Later blijkt dat het zwaarste stuk nog moet komen.

Langs het klif klauter je over de stenen.

Als ik 2 uur later een hoek omsla staat de man, Tim te wachten hij heeft zijn vriendin terug naar Salcombe gebracht en gaat alleen deze dag verder. (Zij volgt s’avonds met een auto). Samen lopen we verder, hij is verschrikkelijk moe, wil alleen maar achter me lopen, het is een zware dag en dan ook nog heen en weer. Het is dus maar goed dat we dit stuk samen lopen.

En dan naderen we toch weer onverwachts ‘Startpoint’ het meest zuidelijke puntje van Devon.

het gebouwtje van de coastguards. .

Naast het gebouw van de coastguards is een informatiecentrum over de plek en het kustpad. Uitgebreid en erg interssant, er staan ook enorme telescopen waarmee je de zee kunt afspeuren. Ik ben ook nog even bij de coastguards gaan kijken.

Daar ging hij voor staan.

Daarna ging het verder naar ‘Startpoint’, het Devonse Lands End. Maar ja dat is ook zo maar een punt (en een soort pretpark). Want het pad gaat door, en ‘starten’, ook dat gaat maar door – een lang pad van start punten tot voorbij de horizon.

A long and winding road.

Soms smal, soms breed, soms hoog en altijd is er daar de horizon.

0

De mens wikt….en het getij beslist.

Ik moest vanochtend direct over de rivier de Yealm en daarom was het wachten op de ferry, die pas om 10 uur ging varen.

In de baai van Wembury.

Daarna ging het pad weer snel naar de zee en verder over de kliffen en weer vaak op en neer en altijd weer mooi.

Het is steiler dan het lijkt.

Rond 3 uur kwam ik in Mothecombe aan. Hier moest ik de rivier de Erme over, maar hoe? Er was geen brug, geen ferry, zelfs geen klein bootje te bekennen. Naast het cafe hing een bord met tekst en uitleg.

Rechtsonder de eb tijden van deze zomer.

Het was wachten op eb, volgens het bord zou dat vandaag om 5.45 uur zijn. Want dan viel het droog en kon je naar de overkant lopen. Een uur eerder of daarna, kon je door het water waden. Met een kop thee heb ik tot 4 uur gewacht en besloot het toen maar te wagen. Onder aanmoedigend gekrijs van de meeuwen ben ik ‘te water gegaan’. Het was een heerlijke koele massage voor de voeten (behalve de stenen, en ik heb dit keer geen plastic schoentjes mee).

En dan erin….
Veilig aan de overkant.

Aan de overkant heb ik zittend op een steen mijn voeten gedroogd.

En dan blijk je ook nog op een steen met kunst te zitten.
Het is wel duidelijk dat er bij vloed weinig te lopen valt.

Hierna moest ik nog een uur lopen naar Knowstone, waar ik in de Dolphin inn slaap. Hiervoor moest ik van het Coast Path af en verder over een public footpath, dit stond ook op het bord aangegeven.

De naderende regen stond niet op dat bord…..

Ik kwam net op tijd in Knowstone aan. De jubilee vlaggetjes hangen er treurig bij. Het regent inmiddels.

Terug bij, maar eerst naar de kust

Op deze foto staan ze alle twee, het Coast to Coast Path (dit liep grotendeels samen met de Two Moors Way, dit I laatste eindigt in Ivybridge, ik liep dus door langs het Coast to Coast Path). Ik kom van rechts, uit Lynmouth en heb de afgelopen week ongeveer 117 mijl gelopen. (Gisteren telt natuurlijk niet mee, maar omdat ik toch elke dag wel weer een keer verkeerd liep denk ik dat het toch wel ongeveer 117 mijl geweest zijn).

Naar ‘achteren’ staat het SouthWestCoastPath richting Minehead en is het 424 mijl (die heb ik al gedaan) en ‘naar voren’ staat richting Poole, dat is nog 206 mijl. Daarvan wil ik deze reis tot Torquay lopen. (Zal nog uitrekenen hoeveel mijl dat is).

De dag begon in Ivybridge, een mooie naam die allerlei verwachtingen bij me opriep, maar dat viel tegen, het plaatsje stelt niet veel voor.

Maar zodra je uit het plaatsje bent….

Ik heb ongeveer 2 uur dit riviertje gevolgd, daarna ging het pad verder door veel, erg veel weilanden. Ik heb het weer allemaal meegemaakt: koeien die vrolijk met me meeliepen, die me achtervolgden, die me negeerden of die hard wegliepen. Ik heb nooit geweten dat koeien zo hard kunnen lopen.

Mij negerende koeien.

Tot Yealmpton waren er nog prachtige vergezichten richting Dartmoor, waar het leek nu mooi weer te zijn. (‘leek’ je weet maar nooit).

Ja, hier lopend moest ik toch weer aan het lied ‘Jerusalem’ denken (en zachtjes zingen). Het wordt elk jaar gezongen bij de afsluiting van de zomerse Promenade concerten in de ‘Last night at the Proms’ en ik weet niet of het nu nog door de ‘cancel criteria’ zou komen, maar het heeft tot nu toe elke storm overleeft. Het is net als de andere slotliederen nationalistisch en de muziek en de tekst ondersteunen, versterken elkaar perfect.

Oordeel zelf.

Na de groene weiden kwam ik dus in Yealmton aan waar ik iets te eten zocht. En mijn blik vond al snel dit beeldige authentieke gebouw. Er hing ook nog een soort pub-achtig uithangbord.

Een kopje koffie met wat kleins?

Het bleek een Chinees restaurant te zijn en vandaag gesloten. Gelukkig was er aan de overkant nog een restaurant, (hoe gelukkig dit was bleek later) waar ik een heerlijke focaccia at (ik ben tenslotte in Engeland).

Over dit pad ontstond bij mij enige twijfel. Volgens het boekje moest ik nog een stuk rechtdoor, maar er had een stukje terug wel een richtingaanwijzer ‘naar rechts’ gestaan. Dit was me wel vaker overkomen en dan ben je opeens het pad ook kwijt…. Ik passeerde twee wandelaars en vroeg (voor de zekerheid, alleen maar voor de zekerheid) of zij wisten of dit het Coast pad was. Eerst zeiden ze dat dit niet kon en vroegen waar ik naar toe ging. ‘Wembury’, dat was de hele andere kant op. Ik liet het kaartje zien, (hier staan de namen van de grote boerderijen op), ‘wacht’, zei de vrouw ‘ik heb een vriend die veel wandelt, ik zal hem even bellen’. De man begon me alvast omslachtig uit te leggen dat ik na boerderij x naar links en dan een stuk (yards…..) verderop naar rechts moest. Inmiddels was het telefoongesprek beëindigd en deelde de vrouw me mee dat dit het goede pad was. Ik kon verder lopen, zij gingen een andere kant op. Na 10 minuten kwam ik op een kruispunt van paden. En ja, daar stonden ze te wachten, liep ze wel goed? Voor de zekerheid toch maar even kijken…….Ze knikten goedkeurend, en wezen me nogmaals de goede kant op.

Dit is me al eerder overkomen, of ze komen me met een auto achterop. Ontzettend hulpvaardig, Het kost veel tijd, want ze nemen de tijd voor de uitleg, maar zo ontzettend hulpvaardig.

Na de boerderijen die ik ook volgens het boekje moest passeren klom ik voor de allerlaatste keer (deze dag) omhoog en had nog 1 keer uitzicht op Dartmoor.

En toen ik me daarna omdraaide en doorliep….

Was daar met tegenlicht, de zee! nauwelijks te zien, maar het is ‘m wel.

Het was nog een flink stuk lopen, maar toen stond daar het ‘verlossende’ bordje:

Ik zit inmiddels in een leuke b&b, vlak bij de zee. Er is 1 pub in Wembury, hiervoor moest ik bijna een half uur weer klimmen en dalen. Hij was echter dicht, uitrusten van het feesten, de afgelopen vier dagen. Gelukkig had ik die focaccia op, er was nog wel een winkel open, daar heb ik nog wat kaas en fruit enz gekocht, Morgen neem ik wel een full English breakfast, ik had het ontbijt toch al als de ‘warme’ maaltijd verklaard.