Bologna is een universiteitsstad en het lijkt wel of vandaag iedereen aan het afstuderen is. Telkens zie ik groepjes mensen: het stralend middelpunt met in 9 van de 10 gevallen met een Dante-achtige lauwerkrans om het hoofd, vergezeld door trotse ouders en vrienden. En daar hoort natuurlijk een uitgebreide maaltijd bij.
Na zijn verbanning uit Florence woonde Dante een paar jaar in Bologna. De universiteit was daar net geopend en hij studeerde er naar alle waarschijnlijkheid filosofie en letterkunde.
‘Zoals de Garisenda toren lijkt te vallen als er wolken overkomen, Zo kon ik nauwelijks mijn angst betomen toen ik Antaeus zag’ Inferno, canto 31
Niemand weet wie de Antaeus is, die Dante hier noemt, maar de dichtregels hangen aan de Garisenda toren. Omdat deze gerestaureerd wordt hebben ze er maar een doek met de -hier- Engelse tekst voor gehangen.
De meridiaan
En over wolken gesproken…. Deze man staat elke dag bij de plaats waar de lichtbundel over de meridiaan gaat. Hij heeft zelfs 2 plakbandjes op de grond geplakt, mocht de lichtbundel de weg kwijt zijn…. Al wachtende heeft hij alles uitgelegd over deze zonne-tijds-meter. Hij sprak alleen Italiaans, dat was jammer. We zagen het licht langzaam over de grond ‘kruipen’. En net, precies op het moment dat het de meridiaan zou bereiken kwam er een wolk voor de zon, en weg was het effect.
Achter de man is een kapel te zien en dit is een bijzondere en omstreden kapel. Vanwege deze kapel wordt de basiliek door gewapende militairen bewaakt, en staat er een pantservoertuig in een hoek van het plein. Er is al twee keer een aanslag op het gebouw gepleegd.
Een afgrijselijke afbeelding van de hel en daar boven de louteringsberg en de hemel
In deze kapel is 1 muur bedekt met een voorstelling van Dante’s hel – de louteringsberg – en de hemel. ( de complete Divina Commedia op 1 muur). In de achtste cirkel van de hel bevinden zich de ‘huichelaars’. Zoals bv de stadsregenten van Bologna en de pausen en bisschoppen waar Dante ruzie mee had. En ook de profeet Mohammed, als stichter van een een ‘verkeerde godsdienst’.
Dit veroorzaakte in 2021, toen er een nieuwe vertaling verscheen veel commotie. In deze nieuwe versie zijn nml. enkele ‘mogelijk kwetsende’ passages geschrapt, waar onder die over Mohammed.
Ik kan me dit nog flauw herinneren. Ik weet nog dat Abdelkader Benali zich erg hard maakte voor de oorspronkelijke versie. Geen idee hoe dit nou weer is afgelopen. Gelukkig laten ze in Bologna dit fresco ‘gewoon’ hangen.
Dinsdag 21 maart Ik ben in een half uur met de hogesnelheidstrein van Florence in Bologna aangekomen en mijn verblijf hier begint dus op het station. Daar hangt de herdenkingsplaquette van de 85 slachtoffers die bij de bomaanslag op 2 augustus 1980 omkwamen. Het is de vijfde keer dat ik bij dit station ben en ik ga er altijd even langs en sta dan even stil.
Alle keren dat ik er aankwam was dat voor wandelreizen, ik kwam hier aan, ging lopen en vertrok er weer. Nu ben ik hier 2 dagen om de stad te bekijken.
De San Petronio basiliek
Woensdag 22 maart. Op het centrale plein staat deze basiliek, hij was nog groter bedoeld dan die van het Vaticaan, maar men moest met de bouw stoppen door de komst van de universiteit (de oudste van Italië).
Een lange meridiaan loopt door de kerk
De tijd ‘vangen’. De meridiaan is een soort zonnewijzer die elke dag 1 keer de tijd aangeeft: als de zon op haar hoogste punt staat en door een gat in het dak er op schijnt.
Ook ‘zuilen’ langs de straten, maar dan in de vorm van lange arcades. Zomers heerlijk koel.
Voor de voedselrij
Achter de kerk is het Oratorium van St Cecilia. Aanbevolen in mijn fresco boekje. Dus ging ik achter de laatste persoon staan, binnen ontdekte ik de vergissing: tot 2 uur voor de armen, na 2 uur voor de toeristen. Er gingen allerlei gevoelens door me heen.
Ik ben in het ‘rijke’ noorden van Italië, maar passeerde al 2 marktjes vol met hopen tweedehands kleding waarin gegraaid werd en het was er druk. Als je hier even van de hoofdstraten met die prachtige galerijen af gaat loop je al snel door verwaarloosde buurten.
Bij de kapperBologna heeft een ‘kanaal’ dat snel ‘stroomt’(?)
Ooit stond de stad vol met enorm hoge torens. Ook toen al wist men van gekkigheid niet wat ze met hun geld moesten doen. Zo lieten de bewoners hun rijkdom zien en als het zo nodig was, werd de toren gebruikt als uitkijk toren. Deze heeft 500 treden. Ik heb de 442 treden van de toren in Florence nog in de kuiten, dus laat deze maar aan me voorbij gaan.
De ouderdom komt met gebreken, daar heb ik soms last van, en soms ben ik blij dat het niet meer hoeft al die rare modes, al die rare schoenen. Hier in de chique winkels zie je de meest rare kleding, schoenen of ander. En dat tegen onmogelijke prijzen. Heerlijk, dat hoeft dus niet.
Op mijn lijstje stond het Bargello museum. En ik had getwijfeld. Maar was in de buurt. En er stond geen rij. En dat is vreemd. Op bijna alle lijstjes in de gidsen staat dit museum op de 2e plaats. En de toeristen komen er nauwelijks, onverklaarbaar en dus fijn om er naar binnen te gaan.
Jongens waren het…..
Het had een jongen ‘van om de hoek’ kunnen zijn, anno 2023. Maar Donatello maakte dit beeld in 1440. Het is David, vol bravour staat hij daar (armpje in de zij) op het hoofd van Goliath die hij net verslagen heeft. Het is het eerste vrijstaande bronzen beeld van de Renaissance. En het eerste beeld sinds de antieke tijd dat een naakt laat zien.
Ik ging dus naar dit museum omdat er een fresco van Giotto hangt met een afbeelding van Dante. Deze reis stond eerst alleen helemaal in het teken van deze twee: de frescoes van Giotto en de tijd en het Florence van Dante, maar bij het plannen kwamen er natuurlijk….. nog meer leuke ideeën bij. En in het Bargello valt je oog natuurlijk op dat frivole beeld van David. Zo gaat dat.
Maar Dante door Giotto zag ik ook!
Op de onderste rij staat Dante vijfde van links (boven de knielende man)
Daarna liep ik helemaal (een beetje aan de andere kant van de stad) door naar de kerk Santa Croce, waar een gedenkmonument van Dante staat. Na zijn verbanning kwam hij dus nooit meer terug in Florence en hij is begraven in de plaats waar hij stierf: Ravenna. Daar kreeg Florence de daaropvolgende jaren, en het werden eeuwen, spijt van en ze proberen nog steeds zijn resten ‘terug’ te krijgen. Maar Ravenna houdt haar been stijf.
School excursie naar het Dante monument
De Santa Croce kerk heeft twee prachtige kapellen met werk van Giotto, maar jammer genoeg was 1 van deze niet te bekijken omdat hij gerestaureerd werd.
Kruisbeeld door Cimabue
Dit is een van de topstukken van de kerk en het maakte veel indruk op mij. De Franciscaanse kerk is 800 jaar geleden gebouwd in de armste wijk van Florence. En deze armste wijk stond en staat vlak bij de rivier op de laagste plek. Bij de laatste overstroming (in 1966) stond het water 5 meter hoog in de kerk en ook dit beeld stond dus onder water. Ter herinnering aan deze ramp laat men het beeld zo.
Op mijn wenkbrauwen heb ik me toen nog naar de laatste kerk van het rijtje gesleept: de Santa Maria Novella. Daarvan alleen dit fresco. Dit is in een speciaal project gerestaureerd. Hiervoor is alleen verf gemaakt van kruiden en bloemen gebruikt.
Op het bovenste gedeelte de schepping van de dieren en Adam. Op het onderste gedeelte: de tuin van Eden, de schepping van Eva en het ontstaan van het kwaad. En kijk: daar is het waarschuwende vingertje al richting Eva.
Het hele zonde-denken prachtig verbeeld en gerestaureerd.
De hoogste tijd voor een terrasje! Gelukkig staat er zoals overal altijd een bar dichtbij de kerk
‘It was now the hour that melts a sailor heart. And saddens him with longing of the day. He’s said fairwell to his beloved friends.
The hour when the pilgrim’s heart is pierced With love, if he hears the Farr-off bells Which seem to weep for the dying day.’ Louteringsberg, canto 8
Alweer? Nou ja dus hierbij: nadat ik de blog-app had overgezet op de nieuwe iPad heb ik 2 berichten gemaakt om te kijken of alles het nog deed. En dat deed het! Daarna ging WordPress over op een nieuw systeem met ontelbaar veel mogelijkheden…..die ik allemaal niet hoef….en waarna de reacties: mogelijkheden, zichtbaarheid enz verdwenen. Ook speelde de npo app niet meer af. Ik ben inmiddels in contact met de WordPress helpdesk, (ga nu niet in details treden) en de npo app werkt weer! Nu het blog nog.
Zaterdag middag wandelde ik -nog- langs de Amstel en dan stap je de volgende dag in het vliegtuig en dan loop je 24 uur verder op zondag 19 maart over de Ponte Sante Trinida over de Arno en sta je oog in oog met de Ponte Vecchio in Florence.
En ik niet alleen. Er zijn meer mensen op dat idee gekomen.
Een zondagmiddag in Florence
Ruim 40 jaar geleden was ik hier in de mei vakantie voor het eerst en in mijn herinnering slenterden we toen door de stille (?) middeleeuwse straatjes. 20 Jaar later weer in mei was het zo druk dat ik net niet gillend de stad weer uitrende. Ik ‘liep’ er toen langs op weg naar Rome en dacht ‘even’ naar die prachtige deuren van de doop kapel te gaan kijken. Er stonden rijen groepen voor. Geen doorkomen aan.
En nu staat er een hek voor die deuren
Maar die deuren zijn nog steeds mooi. Zoals het hele oude centrum. Ondanks de drukte ‘overvalt’ de pracht me weer.
En als je maar even een hoekje omgaat fietst daar een man en loopt er een groepje voetballers weer terug naar huis.
En is het ‘echt zondag’
Ik heb hier deze zondagmiddag gewoon lekker rond gelopen. Ik volgde gedeeltelijk een Dante route (over Dante wie weet, later meer) en dwaalde hier soms weer af. Het maakt allemaal niets uit.
Maandag 20 maart
En nu dan het serieuzere werk. Daar ben ik vandaag om 8 uur mee ‘begonnen’.
Een ontbijtje in de bar
En toen op naar de Duomo en rondom. Na veel gepuzzel thuis: wat wilde ik allemaal zien; wat kon ik allemaal op een dag zien; wat was er open die dag; en op elke tijd was alles open…… had ik een lijstje gemaakt, wat in zijn geheel met 1 klik als kaartje vooraf te koop bleek te zijn. ik ging eerst naar de doop kapel. Rond half negen bleken er veel minder mensen te zijn dan gistermiddag.
En ik kon erin
Daarna ben ik naar het museum van de Duomo geweest. Hier staan dus de echte deuren (die daar buiten blijken namaak te zijn – en namaak of echt, ze zijn allemaal prachtig) en alle beelden die ooit op de voorgevel of rondom het gebouw hebben gestaan. En dat zijn er dus heel veel.
De ‘echte’ deurenTussen alle bisschoppen en Bijbelse figuren dit beeldige koetje
Om 10 uur kon ik de Duomo in. Eigenlijk was er maar 1 reden waarom ik naar binnen wilde en dat is dit schilderij met Dante. Hij staat in de stad, met op de achtergrond de louteringsberg en de hemel en links onder de hel. Hij heeft zijn meesterwerk geopend voor zich, alsof hij er uit wil voorlezen.
Dante
Florence pronkt nogal met Dante, en negeert hiermee dat hij uit de stad verbannen is (ook toen al de politiek) en er nooit meer terugkeerde.
Muurschildering van gay-versie van Dante
Hierna beklom ik de toren. In de hele stad zijn nog resten Corona maatregelen. Mensen met mondkapjes, desinfecteer spullen, plastic schermen in bars, op tafeltjes in restaurants enz. Alleen niet op de trappen van de toren. Op de smalle, ronddraaiende trappen, 414 treden…., ontstonden regelmatig opstoppingen, files. Allemaal dicht op elkaar dus. En maar zuchten en hijgen van dat klimmen.
Zowel het gedicht als het schilderij zijn van Lucebert. Beide hangen bij de ingang van het fotomuseum in Rotterdam waar ik ging kijken naar de tentoonstelling van foto’s van Johan vd Keuken. Het zijn mooie foto’s maar Lucebert maakte de meeste indruk op me.
Tegen het uitwissen
Suze Robertson
In het Panorama Mesdag Museum is een overzichtstentoonstelling van Suze Robertson. En zij ging er tegen in: tegen het idee dat vrouwen niet konden schilderen (en helemaal niet als beroep), tegen de toenmalige manier van schilderen: ze gebruikte het materiaal anders en had andere opvattingen over de onderwerpen van haar schilderijen.
Op de tekenacademie werd ze in eerste instantie toegang geweigerd bij het schilderen van de (vrouwelijke) naakten. (En tja die mannen natuurlijk wel…). Via, via kwam ze er binnen. En net zo ging het met haar eerste baan, ook daar werd ze in eerste instantie weggestuurd. (Na een wel zeer open sollicitatie: ze wandelende gewoon naar binnen).
Haar talent gebruikte ze eerst door te werken als tekenlerares, na enkele jaren waagde ze de sprong: ze ging als zelfstandig kunstenaar door. Ze bleef opkomen voor de rechten van vrouwen.
‘Het Steegje’ (detail) ‘Portret van Siska’
Critici vonden haar schilderijen veel te donker, ze gebruikte veel te veel zwart. ‘Het is beter bestreden dan genegeerd (en daarmee ook uitgewist) te worden’, was haar antwoord hierop. En wat leeft dit gezicht! Zagen die critici dat ook?
‘Pietje op boerenstoel’
Van ‘Pietje’ (ik meen een dienstmeisje) heeft ze diverse schilderijen gemaakt. Grote ‘platte’ vlakken met duidelijke contourlijnen. Wat me opviel zijn de gouden blaadjes op de achtergrond. (In Birma worden ze verkocht om op de Boeddha beelden te plakken die daar een klomp goud van worden……kassa voor de monniken). Suze Robertson gebruikte ze om de hele achtergrond met goud te bedekken. Pietje als madonna?
En daarna ging ik naar het Kunstmuseum.
Nicole Eisenman
Dit was een emotionele ‘overval’. Enorme schilderijen, verschillende technieken, maar allemaal afbeeldingen van ‘de mens in zijn bestaan’: identiteit, queerness (Eisenman laat zich ‘hen’ noemen), de maatschappij, racisme: het komt allemaal en soms op enorm grote werken aan bod. Het zijn schilderijen waar ik haast niet van kon loskomen. Je wilde er naar blijven kijken, analyseren, alles opnemen wat er op stond. En dat was zo veel…. Vaak werd ik door emoties overspoeld. Wat een kracht straalde dit werk uit.
Op de tentoonstelling hangt haar werk naast dat van andere moderne schilders: zoals Jawlensky, Paula Modersohn-Becker en Max Beckman.
‘Zelfportret lopend over straat’‘Vooruitgang: echt en ingebeeld’Detail
Het kon niet op, naast het Kunstmuseum staat het Fotomuseum.
Judith Joy Ross
Portretten van Amerika.
Judith Joy Ross maakte hoofdzakelijk portretten van mensen, gewone mensen. Geboren in een arbeidersmilieu is ze later naar haar geboortestad teruggegaan om ‘de meisjes uit haar straat’ op de foto vast te leggen. Ze gebruikte een ingewikkelde, moeilijke ontwikkel techniek waardoor haar foto’s zachte zwart wit ‘kleuren’ hebben. Alle foto’s laten de emoties zien en het geheel is een dwarsdoorsnede van de Amerikaanse samenleving, met de nadruk op de arbeidersklasse.
‘In het park’‘Ze geven me, ik krijg. Ik moedig ze aan, ze geven me meer’ (Judith Joy Ross over haar fotograferen)Uit de serie ‘Portretten bij het Vietnam Veterans Memorial’
Alles van waarde is weerloos
Alle drie deze kunstenaars lieten zich niet uitwissen, Suze Robertson niet door de conventies van haar tijd, Judith Ross’ niet door haar milieu en Nicole Eisenman niet door haar gender. Ze werden niet alleen niet uitgewist, maar ze zetten er een stempel op, ze lieten de wereld zien in al haar facetten, door de mens te tonen in al haar ‘zijn’, in al haar weerloosheid.
En ondertussen wisselt de ellende zich af, Afghanistan, Oekraïne, Turkije en Syrië, het gaat maar door. Ik verberg me niet achter de getallen waar Doris Lessing over sprak, maar ik kan ze niet vatten, zulke enorme hoeveelheden, ‘twee keer zo groot als Nederland’, 300.000 Russische soldaten, Oekraïne, de aardbeving. We leven in verschrikkelijke tijden.
Dit zijn de woorden die me deze maand bezighouden, die maar niet uit mijn hoofd willen verdwijnen. ‘De vrouwen worden uitgewist’, sprak een Afghaanse mensenrechten activiste in ‘Onze man bij de Taliban’. In deze documentaire reist Thomas Erdbrink door het Afghanistan van de Taliban en praat hij veel (!) met de bewoners. Want hij kan met ze spreken, wat is het toch mooi als mensen met elkaar kunnen praten, naar elkaar luisteren en elkaar proberen te begrijpen.
Afghanistan is al eeuwen lang speelbal in strijd, eerst strijd tussen stammen, en in de 19e eeuw tussen Engeland, Rusland en later ook China. Dit was de periode van ‘The Great Game’, overigens prachtig beschreven door Peter Hopkirk. En in de 20e eeuw ging het vechten door: nu tussen de stammen onderling, gesteund door de grootmachten, zo behielden ze hun invloed.
‘We cry to you for help, but the wind blows away our words’. Doris Lessing was nauw betrokken bij de ‘Mujahedien’ de guerillastrijders die tegen de Russische overheersing vochten en in 1986 schreef ze over haar ontmoetingen met hen het indrukwekkende boekje ‘The wind blows away our words’. Het staat bij mij in de boekenkast, en als ik het open komt de geur van de oude, vergeelde bladzijdes me tegemoet. Oude bladzijdes met helaas een inhoud die nog steeds actueel is. Het eerste hoofdstuk heet ‘Her Long Hair Streaming Loose’ en ‘The Strange Case Of The Western Conscience’ is het laatste.
In dat laatste hoofdstuk noemt ze het ‘uitwissen’ van o.a. zigeuners, Chinezen (Mao), Oekraïners (Stalin), Cambodjanen (Rode Khmer). Ik noem ze niet allemaal op, het zijn er veel, veel te veel. Ze roept ons op het verhaal van al die talloze slachtoffers te vertellen, want ‘wij zijn de gevangenen van getallen, statistieken’, die altijd weer dat Westers bewustzijn, dat Westers geweten zo anoniem maken en bedekt houden. Ook toen al werden de Afghanen vergeten, ‘uitgewist’.
Dit boekje schrijvend voelt ze zich achtervolgd door de woorden van de Russische dichter Osip Mandelstam, die in de goelag stierf. ‘And only my own kind will kill me’.
Achtervolgd worden door woorden, beelden, en wat doe je dan? Hoe kom je daar van los? Al is het maar even. Ik ging naar Den Haag, naar musea!
En langs het tuinpad van mijn vader, zag ik de hoge bomen staan……
Dit bericht is eigenlijk bedoeld om ieder te laten weten dat het goed met me gaat. Het was nog 2 dagen warm en ik heb rustig aangedaan in Chamonix. (Eigenlijk het enige dat je daar kunt doen, als je je niet met het kinderlijk vermaak wilt bezighouden. Zo rijdt er een soort speelgoedtreintje, waarvan een keer de laatste wagon gevuld was met Arabieren. Zij zongen van blijdschap en klapten daar enthousiast bij.) ik heb dus rustig aan gedaan, had wat andere plekken op het lichaam die ook een dreun hebben gehad, dus ‘smiddags een tukje, veel terrasjes met heerlijke koffie (dat wel) en uitgebreid de winkels bezocht. Ik denk dat China en/of Vietnam hier goede souvenirzaken doen. De Action is er niets bij.
Kan niet missen: het Mont Blanc station.,
Vandaag had ik bedacht naar Landry te gaan, Margreet en Leo komen daar morgen aan en overmorgen vertrekken we van daar. Ik had het op ‘nsinternationaal’ opgezocht, 4 keer overstappen, een enorme rondtoert langs de bergen, maar het kon. (Ik denk dat je beter kunt gaan lopen) Ik ging voor de zekerheid toch maar even langs het toeristenbureau. Daar zat dezelfde juffrouw die me verteld had dat ik via het internet een afspraak in het ziekenhuis moest maken. (ik ben maar gewoon gegaan en werd in 15 minuten geholpen). Ze gaf me een ingewikkeld schema, waar ik niets van begreep.
Het advies van de lokale vvv, het zou vroeg op zijn en dan met een dure taxi, maar vroeg in Landry!
Dus toen maar naar de balie van de SNCF. Hier was de route gelijk aan die van de ns, de tijden waren echter anders, ik zou nu om 19.15 uur in Landry aankomen. Het kon echt niet anders, zo werd me verzekerd.
Ik besloot maar op eigen houtje te gaan. Ik heb de 4 kaartjes gekocht en ben met andere treinen (dan waar de kaartjes voor waren) om 5 voor 10 vertrokken, moest alleen bij de laatste overstap 1,30 uur wachten en kwam keurig om 10 voor 4 in Landry aan. Het hotel van morgen was vandaag vol, ik ben er wel even langs gegaan om morgen te bespreken en wilde toen naar Montchevan lopen, volgens booking com (het is hier erg moeilijk deze te vermijden, ook als je direct bij een hotel wilt boeken wordt je automatisch naar hen geleid) was het 1,1 km. Ik dacht een buitenwijkje. Het bleken er 7 km te zijn stijl de berg op. Maar dan heb je ook wat!
Een dorp met een heuse toegangspoort.
Ik heb wat rondgeslenterd en dacht elke keer ‘wat mis ik toch?’ Ik miste de geur van koeien, ik miste bewoners, eigenlijk miste ik leven. Ik heb de Alpen leren kennen en ben ervan gaan houden doordat ik met mijn ouders in Oostenrijk of Joegoslavië de vakantie doorbracht en we sliepen dan bij mensen thuis. Vaak op de boerderij en altijd in een levend dorp.
Een kompleet nieuw gebouwd ski dorp.
.Hier woont dus nauwelijks een autochtoon, laat staan een koe. Het hele dorp is volgebouwd met dit soort huizen, er is een skischool, er is een ski-verhuur winkel enz. De parkeerplaats staat vol met auto’s en alle huizen, appartementen en hotels zijn bezet. Met toeristen. Een stuk boven op de berg is nog zo’n dorp, maar dan veel groter. En overal skibanen, liften enz. Een soort ski- CenterParc geheel dus.
Achter de wolken ligt de Mont Blanc, daar komt het pad vandaan.
’Daar komt het pad vandaan’, tja dat is mijn wereld. die wereld trekt. Ik ben dus wel weer hersteld.
Maar……
Ik heb heerlijk gegeten.
Ere wie ere toekomt, het was een beetje geciviliseerd maar de tartiflette (een lokale specialiteit, een soort veredelde aardappelgratin) smaakte me weer heerlijk. En ik kreeg er groene! echte! sla bij. Toe een kaasplankje, omdat ik zielig ben (hoe zo?) het zoveelste. en dat was ook heerlijk. Het is goed toeven in dit ski dorp, even………
Had ik net gedacht alles onder ‘controle’ te hebben: stijgend: elke voetstap gelijk op met de in- en uitademing (de loopmeditatie is niet voor niets de favoriete meditatie van de Dalai Lama), dalend elke voetstap, elke beweging, elke houding met volle aandacht, ik dacht aan niets anders…….
Woensdagochtend om half zeven.
De Mont Blanc lag er majesteitelijk bij deze ochtend: ik ben om half zeven in slaaptenue naar buiten gegaan, wat was dit mooi.
En na het ontbijt gingen we snel op pad.
Behalve de sticker met ‘verboden te roken’ is er de afgelopen 50? 100? Jaar in deze Refuge niets veranderd.
Het ging eerst een stuk naar beneden, we passeerden een stroompje (alles heeft veel te lijden van de hitte) en moesten toen klimmen, 920 meter de lucht in.
Het pad was goed, het pad was onmogelijk, maar het uitzicht bleef altijd prachtig.
Soms leek het pad dus weg, dan moesten we over rotsblokken klimmen of via treetjes in het leisteen omhoog gaan.
Op weg naar de pas.
Uiteindelijk bereikten we de pas, hier was het uitzicht onvoorstelbaar, en weer nog mooier.
Oog in oog met de berg.
Van hieruit zou het 30 minuten naar de kabelbaan zijn. Want: eergisteren sprak Leo het advies aan mij ‘dat het (morgen) een zware afdaling zou zijn, en misschien is het voor jou beter via Chamonix te gaan.’ En even later ‘misschien voor jou ook Margreet’. We dachten toen nog te gaan winkelen. Daarna kreeg hij een mail dat het water in de volgende hut op rantsoen was. We hadden ons toen al twee dagen niet kunnen douchen, of de douche was ijskoud. Nu moest er voor elke druppel (drinkwater) betaald gaan worden omdat de bron was opgedroogd. Dus besloot Leo ook mee naar Chamonix te gaan.
Het pad naar de kabelbaan was verschrikkelijk, ik heb er geen andere woorden voor. Regelmatig zagen we het pad niet meer en moest er geklommen worden over gladde stenen, via leistenen treetjes (boven velden met rotsblokken) enz. Tot ik een voet verkeerd zette en met mijn hoofd op een rand van een rotsblok terecht kwam. De bril ging kapot, een glas viel in een spleet en mijn hoofd bloedde enorm. Maar weer niets gebroken! Was mijn eerste gedachte. Ik lag op het onherkenbare pad en kreeg zo een verscheidenheid aan reacties van de andere wandelaars soms letterlijk over me heen. Margreet en Leo die het hadden zien gebeuren waren erg geschrokken en probeerden met pleisters te redden wat er te redden viel. Sommige mensen stapten over me heen, (ik lag tenslotte op het pad?) sommige boden aan te helpen maar konden niets doen. Uiteindelijk passeerde een Amerikaans echtpaar dat de wond schoonmaakte en met een soort krammetjes-pleister de snee kanten tegen elkaar plakten.
Leo met de man van de krammetjes, ze kwamen hem vandaag tegen.
Toen ik goed en wel stond kwam er nog een verwilderd type langs dat zei dokter te zijn en me vroeg de mond wijd open te doen, misschien had ik mijn kaak gebroken?
En het uitzicht bleef mooi.
Voetje voor voetje, tussen Leo en Margreet in ben ik verder naar de kabelbaan gegaan, (wat hebben zij mij goed geholpen!) klimmend, stappend, ‘rots klimmend’ tegen de wand op en met als sluitstuk: via ijzeren voetsteunen in de rots naar twee ladders die we moesten beklimmen. (We hebben hier totaal anderhalf uur over gedaan).
We zijn met de kabelbaan naar beneden gegaan, hebben daar iets gedronken, hebben de slaapplaats opgezocht en hebben iets gegeten en toen heb ik besloten niet meer verder mee te gaan. 4 keer ‘geluk’: geen botbreuken of erger, geen helikopter die me van de berg moet takelen, dit ‘geluk’ zou ik niet altijd hebben. En ik ben bang geworden voor elk paadje dat naar beneden gaat. Ik heb driemaal geprobeerd me over de angst heen te zetten, en nu is het genoeg.
We hebben gisteravond nog een zalig hotel (met wel 4 schone, zachte kussens op het bed) geboekt en daar blijf ik 3 nachten. Zondag ga ik naar Landry, waar Margreet en Leo maandag aankomen. En dan gaan we dinsdag samen terug naar Nederland.
Zojuist ben ik voor de zekerheid toch maar even langs het ziekenhuis gegaan, waar ik direct werd geholpen.
Ik ben twee stitches rijker.
En naar buiten ga ik zo:
Toch ernstig Chamonix-like nietwaar?
(Gelukkig heb ik de zonnebril op goede sterkte bij me. En die lippenstift -bijna vloeibaar geworden – heerlijk deze op te doen, past mooi bij mijn sjaaltje).
Toen we wakker werden bleek er een gletsjer op de berg ‘aan de overkant’ te zijn. Het lijkt zo dichtbij.
Maar nog flink ver weg.
En staat gelukkig…..niet op ons programma. Direct achter de Refuge liep het pad verder richting grens met Zwitserland. Op de pas stond nog een kantoortje van de douane, dit was dicht.
Een kruispunt van wandelpaden op de grens.Nog een blik terug, naar Frankrijk.
En toen liepen we zomaar Zwitserland binnen en bleek er dus verder niets veranderd te zijn.
Verkoeling vlak onder de pas in een zuchtje wind.
We sliepen dit keer in het plaatsje Samoëns, in een appartement. Het kostte enige moeite er binnen te komen (opbellen naar een buro, deze spreken rap Frans (wij dus niet), gedoe met codes, enz.) Maar uiteindelijk waren we binnen. Ofschoon het plaatsje vol met toeristen zit was het moeilijk een restaurant te vinden en dat dan ook nog open was. Maar uiteindelijk heerlijk buiten gegeten en naar de flanerende mensen gekeken. (En even een zwierige rok gemist om mee te lopen door de Grande Rue)
Dinsdag 9 augustus
Omdat de eerstvolgende Refuge 9 uur lopen is, (dit getal is volgens het boekje, het worden er meestal veel meer), wilden we ons op een parkeerplaats 500 meter de berg op laten afzetten. Dit hadden we met behulp van Franse mede wandelaars telefonisch en via de mail met een taxibedrijf geregeld. Dachten we. Na een uur staan wachten langs de straat hebben we maar een andere taxi gebeld, die zei binnen een half uur te komen. En hij kwam! Maar al met al begonnen we een ruim anderhalf uur later met wandelen. Niet echt fijn in de warmte.
Zicht op de Mont Blanc.
En nu moet ik een heleboel foto’s overslaan omdat er hier bijna nooit wifi is, ik gebruik dan het wifi van mezelf via de telefoon maar daarmee komen de helft van de foto’s niet over.
Maar het ging dus eerst uren omhoog via een onmogelijk pad, daarna heerlijk gelunched op een alpenweitje, weer wat gedaald en geklommen, nog een tweede ‘colletje’ (rond de 2000 meter, ik blijf hijgen op alweer een onmogelijk pad) en toen stond ik bij het laatste richting bord, met bovenaan ‘refuge’ de Moede Anterre.
En daar slapen we nu. Vanuit de eetzaal heb je een stilmakend uitzicht op de Mont Blanc (met ondergaand zonlicht, opkomende maan enz. Maar ook dit is voor mijn telefoon camera teveel, de foto’s geven het niet goed weer, en daarna verschijnen ze niet op de iPad.
Er is de afgelopen 50? 100? Jaar niets veranderd in deze Refuge Het uitzicht.
Dat probleem is opgelost……. en nu morgen, woensdag 10 augustus nog.