It’s all part of the game…..

De Chagford brug.

Zaterdag 4 juni. Ik ben inmiddels in Chagford, in het noorden van Dartmoor aangekomen. De brug is het beginpunt van de route naar Wide-Combe-in-the-Moor. De tocht ging eerst langs het riviertje de Leigh. Onderweg passeerde ik hardlopers met een kartonnen kroontje op.

En ook in de openbare toiletten van Chagford wordt aandacht besteed aan het jubilee.

Ik zie een foto van Willem Alexander nog niet zo snel staan op de openbare toiletten in Nederland. Hebben we die eigenlijk nog wel?

Gaandeweg het lopen langs de rivier werd het donker en al snel ging het regenen. De lucht trok dicht. Gehuld in plastic vervolgde ik de tocht. Ik zag mezelf echter niet snel in deze omstandigheden de Moors in en op gaan. Even later begon het hard te onweren. Ik besloot langs de weg verder te gaan. De wegen zijn hier smal en er loopt altijd wel een paadje in de berm. (Maar ja, het is niet ‘het pad’)

Onderweg veel koeien. (En water)

Na enige tijd verschenen de eerste kale heuvels van Dartmoor.

En stenen, veel stenen.

Wide-Combe-in-the-Moor (een hele mond vol voor een kerk en wat huizen) ligt in een dal. Het is een beeldig plaatsje (ik was hier al eerder) en erg toeristisch.

Als de winkels en eethuizen ‘s avonds weer dicht zijn is het er doodstil. Ik had een b&b gereserveerd op de helling, ‘wacht maar tot morgenochtend, dan heb je een prachtig uitzicht uit de eetkamer’, zo sprak de man.

Ergens in het midden ligt het dorp.

Omdat het nog 1,5 mijl naar beneden, naar het dorp was bracht hij me om er te gaan eten (dat deed hij met alle gasten, ‘jullie hebben de hele dag al gelopen’) en haalde hij me weer op. Het eten was er zoals in elke toeristische plaats.

Maar het kerkje is erg mooi.

De volgende ochtend, het is nu zondag 5 juni, was er van het uitzicht vanuit de eetkamer niets meer te zien.

Heel Dartmoor was in de mist gehuld.

Wat te doen? Er stond een lange zware tocht op het programma door moeilijk terrein. Er ging geen directe weg naar Ivybridge, waar ik langs zou kunnen lopen. Ik zag mezelf niet in mijn eentje in deze omstandigheden ‘deze berg opgaan’.

Dus besloot ik met diverse vervoer vandaag naar Ivybridge te gaan. Eerst naar de bus: de halte was 8 mijl verderop in Bovey Stacey. De vrouw van de b&b had de vertrektijden (elke 2 uur ging er een bus) voor me opgeschreven. (In deze streken is er nauwelijks of heel slecht internet en ook de gsm heeft het vaak op). Na enige tijd onderweg doemde in de mist het Dartmoor informatie centrum op. Ik besloot er naar binnen te gaan voor misschien wel een kopje koffie? Het was er niet druk, ik was de enige bezoekster. De verkoper bood direct aan me naar de bushalte te brengen, want ‘het was erg gevaarlijk lopen op de weg’ zo zei hij. (De wegen zijn hier smal en de chauffeurs van de auto’s zagen ook nauwelijks iets) De auto kwam om 11.10 uur bij de bushalte aan en de bus naar Newton Abbot vertrok om 11.19 uur! En dat plaatsje ken ik. Ik ben inmiddels al 3 keer in het Gaia House (een boeddhistisch centrum) geweest en dat ligt op 1,5 uur lopen vanaf Newton Abbot. ‘Als een kind aan huis’ liep ik naar het station. Ook daar kwam de trein er direct aan. Deze stopte regelmatig omdat de bliksem in de bovenleiding was ingeslagen en dan moest er eerst geschakeld worden. Het werd elke keer omslachtig uitgelegd, maar dat ging te snel voor mijn begrip. Ik was om 13.30 uur al in Ivybridge en ik slaap hier in een zeer authentieke inn. Om al het gedoe maar te vergeten ben ik hier wederom zeer authentiek gaan eten. ‘Roast’ is op de zondagmiddag, en dan is het ook nog het jubilee erg populair. (en ze hadden ook niets anders)

De helft van dit alles kan ik niet thuisbrengen, maar ik heb weer kracht voor morgen.

Mijn wasje hangt alweer te drogen, ze hebben met veel moeite een haarfohn kunnen vinden (‘ivm Covid zijn deze uit de kamers gehaald’) en de hemel buiten wordt al weer blauwer en blauwer. Morgen is er weer een dag.

The Ram of Pride

Bij de herdenkingskruizen moet ik altijd weer aan de ‘warpoets’ denken. Jonge mannen die in de Eerste Wereldoorlog hun oorlogservaringen zo prachtig (vreemd en beangstigend: gruwel kan ‘mooi’ zijn) verwoordden. Mijn favoriet is Wilfred Owen. Hij stierf in Noord Frankrijk enkele dagen voor het einde van de Great War.

Helaas nog steeds actueel.

The woods

The woods are lovely, dark and deep,

But I have promises to keep.

And miles to go before I sleep.

And miles to go before I sleep. (Robert Frost)

Ik ben inmiddels (2 juni) in midden Devon aangekomen. Het pad gaat over zachtglooiende heuvels waar het net gemaaide gras nog op de grond ligt, dat zalig ruikt en door dichte bossen waar het heerlijk koel is. Door het gebied stromen veel beekjes en in de bossen waar weinig zonlicht komt is het vaak modderig.

Op de modderigste plaatsen liggen verhoogde loopplanken.

In de eerste Wereld Oorlog werd een regiment (afdeling?) samengesteld met de jongens uit een dorp of stad. Wel zo ‘gemakkelijk’. Zo kenden de soldaten elkaar al. En zo stierven soms alle jongemannen van het dorp.

Herdenkingskruis Eerste en Tweede Wereldoorlog.

In alle dorpjes waar ik doorheen loop staat bij de kerk of op het centrale plein een herdenkingskruis (In 1 dorp was ook dit kruis jubilee-like versierd, helaas geen foto). Hele dorpen stierven in Noord Frankrijk. Daar enorme grote begraafplaatsen, hier een kruis.

Heel in de verte liggen de heuvels van Dartmoor.

En vandaag 3 juni liep ik verder door Devon.

Ik sliep vannacht in het dorpje Black dog. Op mijn kamer lag een boek met verhalen over de ‘Black dog’ en de inn werd door een soort…..pitt bul bewaakt: donker grijs. Bij het eten dronk ik een glas ale, dit gaf me de definitieve dreun: na het eten haalde ik nog net mijn kamer en het bed, maar dat was alles. Ik had de tv op BBC 1 aan gezet, wilde Eastenders zien, maar ik werd bij de aftiteling wakker. Gelukkig wordt alles rond het jubilee honderd keer herhaald. Zo zag ik Charles en Camilla alsnog optreden in Eastenders. ‘It will not go wrong’, zei de verslaggever van de BBC, ‘after all they’re all actors.’ Ja, zo is het maar net: een grote poppenkast.

Gelukkig van die hond, black of niet, niets meer gezien.

Het is vandaag ‘lopen over velden’, veel velden, allen maar velden. Soms zijn ze wel een kilometer lang. De velden zijn van elkaar gescheiden door hekken, beekjes of muurtjes, dus moet je via overstapjes, hekken, planken en zelfs via trappen van het ene naar het andere veld. Bij elkaar opgeteld liep ik zo 3 uur aaneengesloten over de velden. Heerlijk!

Vers gemaaid gras, helaas kan ik de heerlijke geur niet via dit blog ‘delen’.
Op weg naar Morchard Bishop.

Rond koffietijd kwam ik in Morchard Bishop aan.

‘Ach, zou die school er nog wel zijn…….’

Er staan geen kastanjebomen op het plein, maar verder…. Het hele dorp was versierd met tekeningen over het jubilee, gemaakt door de leerlingen. Bij de plaatselijke winkel (deze verkocht werkelijk alles) kocht ik een cappuccino (er was een dito apparaat) en deze heb ik heerlijk op een bankje voor de shop opgedronken.

Een druk ‘rooster’ voor de jubilee.

Maar qua foto: ik ‘viel’ voor de chocolade-bijtjes, maar 40p en schattig.

Hierna ging het gewoon weer door over de velden.

Dartmoor (de heuvels in de verte) komt steeds dichterbij.

Ik had een b&b ‘iets’ vanaf de route gereserveerd. Dat ‘iets’ is relatief, ik moest er 1,5 uur voor omlopen. Maar wat een pareltje! Het pand is uit de 16e eeuw en ik heb een prachtige kamer met nooit vervangen balken. Naast de b&b is de pub ‘The duck of Yeofort’ waar ik zojuist heb gegeten en ja, in Yeofort, daar wil ik wel blijven. Maar ja, ook ik ‘heb promises to keep’.

Nou, voor 1 keer dan: hip, hip, hooray!

In een etalage in Barnstable.

Het is dus onmogelijk deze dagen de festiviteiten rond het jubilee van de queen te ontlopen. Het lijkt wel alsof heel Engeland zich in een feestroes heeft gestort. Ik zag zelfs een kerkhof versierd met vlaggetjes (sorry, geen foto het licht stond verkeerd).

Voor de kerk van Witheridge.

In de kerk is de jaarlijkse flowershow, met prachtige bloemstukken allemaal in het teken van de queen.

Een bloemstuk als kroon, een kroon als bloemstuk?

Ook tijdens het wandelen is het jubilee niet te ontlopen, ik kwam drie mannen tegen die de route in de tegengestelde richting lopen: de rugzakken versierd met vlaggetjes. Of de man die me vroeg: ‘Ik dacht dat iedereen bij de straatfeesten het jubilee aan het vieren was? En u loopt hier.’

Zojuist was op het nieuws (dat alleen aan het jubilee aandacht schenkt) dat prins Andrew de dienst in Westminster Abey niet kan bijwonen want hij heeft covid! Gered!

En zoals het woord ‘moor’ in verschillende landen een totaal verschillende betekenis heeft, zo moest ik bij de koffie met scone vanochtend even aan de Islamitische landen denken, als daar iets is om de woede te uiten dan is het de vlag, men loopt erover, men spuugt er op. Hier in Engeland veeg je je mond ermee af.

Overigens, lang niet iedereen hier is koningsgezind. Voor Elizabeth is veel respect, en ze houdt vol. Voor het bijwonen van de vieringen heeft ze 3 dagen gerust en ze stond zojuist op het balkon om de vliegshow te bekijken. De show voor Buckingham palace morgen zal ze met veel plezier missen. Dat hoop ik in ieder geval voor haar. En als ze sterft? Tja dan komt Charles in beeld. Vanavond speelt hij met Camilla mee in Eastenders. Zoals ik al zei, de festiviteiten zijn niet te ontlopen. En alles voor de kroon.

Dwars door Exmoor

Na een ‘full English breakfast’ (min de worstjes en de black pudding) moest ik dus direct weer die steile heuvel op terug naar de route. Die ging al snel een dal in en liep de hele ochtend verder langs het riviertje de Barle.

De vorige keren was ik hier begin mei en nu, een maand later is er van de grote velden met bluebells of wilde knoflook niets meer te zien.

De allerlaatste bluebells aan de oever van de rivier.

Het pad loopt naar de ‘Tarr steps’. Dit is een brug over de rivier helemaal uit enorme stenen opgebouwd. Maar voordat je daar aan komt moest ik over nog veel meer stenen gaan.

Stepping stones.

Het boek ‘After Buddhism’ van Stephen Batchelor heeft een foto van stepping stones op de voorkant. Ik vind dat zo’n mooie metafoor: stenen om zo naar de andere oever te gaan. Altijd als ik deze stenen zie moet ik aan dat boek denken.

Stenen op het pad.

Tenslotte verliet ik de rivier via de Tarr steps en ging het direct weer heuvel op.

En altijd weer schapen op de weg.
En wijdse uitzichten.

Ik sliep vannacht (en ook weer de komende) in een boerderij. Wat een geheel ander leven hebben de mensen hier. Voor een winkel moeten ze 25 km verderop en buren zijn er ook niet dichtbij. De vrouwen van de vorige en deze boerderij, die het slapen van de gasten organiseren bleken vriendinnen. De boerderijen hebben hun eigen bron waar ze het water uit halen.

Slapen in Zeal farm.

Vandaag, 1 juni had ik een lekker kort dagje rustig lopend door de velden op weg naar Knowstone. Onderweg werd ik ‘aangehouden’ door een boer op een soort bromfiets (het zal een naam hebben, ik weet hem niet). Ze waren koeien van het ene naar het andere weiland aan het verplaatsen en deze koeien gedroegen zich soms wat agressief naar vreemden. (Hij ging het pad dus een stukje af om eventuele wandelaars te waarschuwen) Ik moest op een bepaalde plek even wachten tot de koeien voorbij waren.

‘A man and his dogs’, de koeiendrijver.,

Ik was erg blij met de waarschuwing. Ik ben ooit op een weiland ‘achtervolgd’ door koeien en had toen geen idee of ze kwaad of goed in de zin hadden. Ze zagen er vrolijk uit, maar ja dat is ook maar een idee. Ik kon toen met rugzak op de rug nog net op tijd over een hek klimmen, ik weet niet of ik dat nog zou kunnen.

Hierna was ik al vlug in Knowstone. Daar stond een kopje op de kaart, dus hoopte ik er ook een kleine lunch te kunnen eten. Er bleek een inn te staan, dus ik naar binnen. Een restaurant met een Michelin! En omdat de eetmogelijkheden in dit gebied nogal variabel zijn ben ik er heerlijk van de lunch gaan genieten.

Het was daarna nog een uurtje lopen en toen was ik in Bowden Farm waar ik vannacht slaap.

Bowden Farm.

Ik heb inmiddels mijn eerste wasje gedaan en daarna thee (met scones) in de tuin, het lijkt wel vakantie.

The road not taken.

Two roads diverged in a yellow wood,

And sorry I could not travel both.

And be one traveller, long I stood

And looked down one as far as I could

To where it bent in the undergrowth.

Zo begint dit mooie gedicht van Robert Frost. Hoe vaak stond ik niet op een splitsing en moest ik kiezen, welke kant, welke richting, wat te doen. In 2017 liep ik mijn eerste deel van het SouthWestCoastpath en passeerde ik Lynmouth.

Daar was een splitsing, een keuze rechtdoor of linksaf. Ik koos toen voor rechtdoor, daar liep het pad.

Nu, terug in Lynmouth sla ik linksaf naar de Two Moors Way, richting Exmoor. Want na Exmoor gaat het pad door Dartmoor, hier was ik in 2016, het jaar van mijn pensioen. Ik was erg onder de indruk van dat landschap en wilde er graag nog een keer naar terug. De laatste keer dat ik het kustpad liep, voor Corona in 2019 eindigde ik in Plymouth. En daar eindigt de TwoMoorsWay (Wembury ligt ‘naast’ Plymouth). Ik zou dus kunnen door lopen. In januari 2020 had ik alles uitgezocht en slaapplaatsen gereserveerd. En in maart dat jaar overspoelde covid de wereld.

Tja, voor sommige keuzes krijg je een tweede kans. Je kunt dan naar punten terugkeren en nog een keer kiezen.

Na de eerste dag wandelen ben ik bij het blauwe puntje, iets voorbij Simonsbath.

Gisteravond bereikte ik met veel reisgedoe (de rijen op Schiphol vermijdend, de vlucht werd geannuleerd, rennend naar de bus in Londen) na 6 uur in de bus Barnstable bereiken en vanochtend ben ik met de local bus naar Lynmouth gereisd. Tijdens de rit regende het en vlak voordat de bus Lynmouth bereikte werd het droog.

Terug kijkend naar de zee.

Ik dacht dat de eerste week een soort warming up voor de kliffen langs de zee zou worden, maar ook nu was het direct weer veel stijgen en dalen.

Op de Cheridon Ridge.
Wolken boven de zee.

Ik slaap vannacht in Warren farm, ‘a working farm’. Hiervoor moest ik van het pad afslaan en dwars over het land via een vreselijke steile afdaling naar een brug over een stroompje lopen. Altijd fijn zo op het einde van een dag. En morgen meteen weer steil omhoog terug…… Maar wat een zalige rust hier.

Links bij de twee lichte vlekken ligt Warren farm.

Eremita Augusta – Merida

Eremita Augusta werd 25 v Christus gesticht door keizer Augustus. De stad groeide snel uit tot 1 van de belangrijkste steden van het Romeinse rijk en werd in 713 veroverd door de Moren en werd Christelijk in 1230. Er zijn enorm veel prachtige Romeinse monumenten en bezienswaardigheden bewaard gebleven.

Het Romeins museum.

Ik weet niet wat ik mooier vind: het gebouw, de collectie of de combinatie hiervan: het samenspel van museum en inhoud.

De stad werd van water voorzien door vier grote aquaducten.
Het theater.

Alles is ontzagwekkend groot en na die 2000 jaar van bestaan nog prachtig.

De tempel van Diana.

Het gebouwtje achter de tempel is half over de tempel gebouwd door de ridders van Santiago. ‘Volgens de esthetische normen van die tijd’, staat er bij op een bordje.

De basiliek van Eulalia.

De basiliek is uit de 13e eeuw en is gewijd aan de martelares Eulalia, een jonge christelijke vrouw die (in de 3e eeuw) weigerde de Romeinse goden te aanbidden. Ze is de beschermvrouwe van de stad.

En ja…daar is ‘ie weer: een afbeelding van Santiago in de basiliek.

En vandaag is het 1 mei, wij hebben nog een dag in Merida en hebben vooral rondgeslenterd en op terrasjes gezeten.

Op de Plaza d’Espagna,
Daar was enkele uren later de 1 mei bijeenkomst,

En we liepen over deze brug naar de overkant van de rivier, waar het busstation is. Daar vertrekken we morgenochtend om 10 voor half 6 met de bus naar Malaga. Ik ga nu dus maar ‘ns pakken.

Aankomst in Merida.

Gisteren stonden we om 13.13 uur op de Romaanse brug in Merida.

Aangekomen!

Na voor de laatste keer een ontbijtje ‘in de bar’ vertrokken we om 8 uur uit San Pedro de Merida.

De bar van hostal Kavanne.

Halverwege de ochtend bereikten we het plaatsje Trullijanos waar een Santiago kerk bleek te staan uit de Reconquista tijd.

En toen wandelden we voor de allerlaatste keer door de olijfgaarden.

Heel in de verte ligt Merida.

Bij de binnenkomst van Merida moesten we eerst door een industriegebied en daarna door woonwijken lopen. De natuur was voorbij, dat was duidelijk!

Op een kruispunt tussen al het lelijks stond een beeldig kerkje.

We zijn direct door gelopen naar de Romeinse Brug (de langste Romeinse brug in Spanje, 800 meter). Dit is het ‘officiële’ eindpunt van de camino mozárabe. Na de foto door de drukke binnenstad naar het hotel. Douchen! De rugzak uitpakken! We zijn er!

‘s Avonds trakteerde Mariet op een heerlijke ‘we hebben het verdiend’ maaltijd de Parador. Op weg ernaar toe passeerden we de tempel van Diana. (Merida staat vol met Romeinse resten). Voor de tempel was een podium waarop een ‘dansvoorstelling’: keiharde beatmuziek waar jonge kinderen op hip-hopten. De tempel was hel verlicht,

Van ‘uit de tijd’ terug in de wereld van anno nu.

En altijd weer de weg. Camino Mozárabe, Spanje en de Arabieren.

De Moren vielen in 711 Spanje binnen en ze veroverden grote delen van het Iberische schiereiland, (met uitzondering van de noordelijke provincies). Vanaf ongeveer 800 begon de reconquista, waarbij ze steeds verder naar het zuiden werden teruggedrongen door de kruisvaarders. De reconquista eindigde in 1492 met de val van het allerlaatste overgebleven islamitisch koninkrijk Granada.

Er is weinig bekend over de geschiedenis en cultuur van de camino Mozárabe. De route werd van oudsher gebruikt door christenen die in het Moorse gedeelte van Spanje woonden op bedevaart naar Santiago en is daarmee 1 van de oudste routes. (Maar dat zeggen ze van alle routes). De bedevaarten hadden naast de religieuze altijd politieke, economische redenen. Volgens sommige theorieën stond het economische doel voorop. Ook werden de pelgrimsroutes ‘ingezet’ in de strijd tegen de Moren. Grote stromen mensen vormden zo een barrière. En er waren veel, heel veel mensen op weg naar Santiago.

Santiago (Jacobus) was de 3e apostel van Christus. Op de plaats waar nu Compostela ligt werden in 800 zijn beenderen ontdekt. Hij zou in Jeruzalem onthoofd zijn en met een schip in Finistere (enkele dagen verder lopen na Compostela) zijn aangespoeld. Eerder had hij het geloof al in Spanje gebracht. De vondst van zijn beenderen kwam de kerk erg goed uit bij de reconquista van Spanje. Men had een beschermheilige nodig in de strijd tegen de moren. (Zie zijn afbeelding als Morendoder in de Mezquita in Cordoba).

De route naar Finistere was in de oudheid al een magische route naar het eind van de wereld. De Kelten trokken er langs de sterren van de Melkweg volgend. Toen Santiago beschermheilige was geworden had dit een enorme aantrekkingskracht in de middeleeuwse wereld.

De ridders van Santiago, opgericht in 1170 was een religieuze orde met als doel het verslaan van de Moren. Ze ontwikkelden een grote militaire en economische macht. De orde leefde onder milde kloosterregels, de leden mochten zelfs trouwen. De orde beschermde de pelgrimsroutes en zorgde voor hospitaals en kerken. Ze vochten in diverse oorlogen vooral in het zuiden en verwierven grote gebieden rond Merida en Caceras.

Om cancelling te voorkomen………….

Kalifaat is in Spanje een gewoon woord. Ik heb nog gezocht naar een tasje met dat woord erop, want hoe zou men daar in Nederland op reageren? En met het woord ‘Moren’ wordt de islamitische bevolking bedoeld die tussen 700 en 1300 op het Iberisch schiereiland woonde.

Reclame in Cordoba.

Ook vond ik een folder met de ‘camino’ Califaat. (Langs alle Moorse restanten in het zuiden). De moslimraad van Spanje ijvert al jaren om te mogen, kunnen bidden in de Mezquita en krijgen hiervoor tot op heden geen toestemming. In de kathedraal van Compostela is de strijd van Santiago in een zijkapel uitgebeeld: aan zijn voeten liggen ‘morenkoppen’. (Men heeft er nu discreet (?) bloemen voorgezet. Er is nog een lange weg te gaan…….

En wat zagen wij hiervan op de camino Mozárabe.

We zagen op deze camino prachtige Moorse restanten en ‘stoere’ Santiago kerken (ze moesten tenslotte kracht uitstralen). Na de overwinning door de reconquista zijn er nog veel Moorse bouwmeesters gebleven, hun invloed op de bouwstijl en cultuur bleef tot heden. Omdat er in het Nederlands en Engels (voorzover ik weet) weinig literatuur over deze camino is, kwam het herhaaldelijk voor dat ik een Santiago kerk meende te ‘ontdekken’. Ook de plaatselijke vvv (voorzover open, ze waren vaak dicht) had nauwelijks informatie over de Santiago geschiedenis.

Santiago kerk in Trujillanos.

De laatste dag passeerden we het plaatsje Trujillanos. Hier bleek een kerk te staan gesticht door de Santiagoridders in 1327 om de omgeving te herbevolken. Het land is hier vruchtbaar dus dit lukte. Deze informatie vond ik op een blog van een andere pelgrim. Ter plekke geen bordje, geen info.

Voordat de Moren het land binnenvielen, heersten de Visigoten en daarvoor de Romeinen.

De Romeinse weg van Merida naar Cordoba.

De weg.

Culturen komen en gaan, hun wegen (en gelukkig veel meer) blijven en altijd weer is het voor mij een prachtige ervaring langs deze ‘oude wegen’ te gaan. Wegen die zoveel hebben meegemaakt, zoveel hebben veroorzaakt en zoveel hebben betekend. Ze vertellen van de geschiedenis van die honderden jaren, zoals van Moren die hier leefden en van de pelgrims die in de middeleeuwen op bedevaart naar Santiago liepen. ‘Een pad in de wereld’, vaak door prachtige, ongerepte natuur. Het is de weg, soms zwaar, soms mooi. En altijd weer realiseer ik me in dat ‘kleine’ bestaan ‘het wonder en de grootsheid’ ervan.

‘Wandelaar, jouw voetsporen zijn de weg, niets meer. Wandelaar er is geen weg, de weg maak je al lopende’.

En tenslotte, wil ik iedereen bedanken voor het meelezen, meeleven en reageren. Om onduidelijke redenen verschijnen jullie reacties (en mijn antwoord) niet meer op het blog. Maar weet dat ik er blij mee ben.

Santa Amalia

Wij zijn vandaag, woensdag 27 april in Santa Amalia aanbeland. In Nederland is het Koningsdag, in Utrecht vrijmarkt en hier, in Santa Amalia heerst de siësta rust, zelfs de bars, zelfs de bazaars (nog erger dan de Action, vol met snoepjes en Chinese spullen en dito verkopers) alles is dicht. Met de man van het hostal veel spraakverwarring. Bij aankomst was het hostal dicht, dus naar de bar ook gelegen aan de Plaza dEspagna. Na een kopje koffie en een servezza weer naar het hostal, hierbij bleken we gevolgd door de man van de tap, hij coördineerde ook het hostal. Na uitrusten, douchen en telefoon opladen wilden we wat eten (meestal halen we de middagmaaltijd die vaak tot 4 uur mogelijk is). Hier in deze bar kwamen we 5 minuten te laat. Eten kon ‘s avonds weer na half 8. Het hele, doodstille dorp door op zoek naar iets te eten. Na vragen bleek dat er bij het zwembad (waar nog geen water in zat) iets te eten was. Daar was de keuken ook weer net dicht, maar ze wilden wel een broodje maken (als ze zelf klaar waren met eten). Maar wij blij. Terug bij het hostal konden we er niet in. (Hadden alleen zo’n modern kaartje). Dus de man uit zijn siësta gebeld. Het kaartje bleek ook de hoofddeur te openen. We zijn ‘s avonds nog even naar ‘onze bar’ gegaan voor een kopje koffie met iets kleins, en daar was een keurig tafeltje voor ons gedekt. Toen toch maar een gang van het menu besteld.

We zijn vanochtend om half 8, na het ontbijt uit Santa Amalia vertrokkenen en bedachten dat we op deze wandeltocht toch wel erg veel van het eenvoudige, niet toeristische boeren leven in Spanje mee konden maken. Het echte Spanje dus.

Het fort van Medellin.

Maar nog even gisteren: Vanochtend passeerden we juist rond koffietijd Medellin. Een woord dat allerlei associaties oproept. Zoals bv drugs.

Het Colombiaanse Medellin, bekend van de drugskartels, heeft een evenknie in Spanje. Nee, dat moet natuurlijk andersom, het Zuid-Amerikaanse Medellin is een kopie van het Spaanse. Gelukkig geen drugs in de Spaanse versie (alhoewel ik vanmiddag wel iets dacht te ruiken) maar Romeinse resten en kerken. (Het liefst allemaal bij elkaar). En gelukkig de koffie natuurlijk.

Romeinse resten en zicht op Medellin.
Ooievaars op het dak van de Santa Cecilia kerk.

In Medellin staat ook een standbeeld van Hernan Cortes, de kolonisator van Mexico.

Met het kruis in de hand…..Daar staat hij in volle glorie, hij is nog niet gecancelled, en van het woke gebeuren is hier zo te zien ook nog geen sprake.
Hernan kijkt uit op het gemeentehuis, hier hangt een spandoek ‘stop la guerre’.

Ik heb een kleine wandeling door het ‘archeologische park’ gemaakt. Een rondleiding was hier mogelijk. Met korting voor pensionades. Echter, ik moest er 25 minuten op wachten en de uitleg was in het Spaans. Dat zou niet opschieten, ik ben zelf maar wat gaan kijken.

De Santiagokerk.

Deze kerk staat dus ‘onderaan’ het Moorse fort en naast het Romeinse theater, alweer een vierkante kilometer vol geschiedenis.

Romaanse brug?? (en ook de rivier is er niet)

Deze brug is niet de echte Romaanse brug, de resten daarvan liggen ernaast (om onduidelijke redenen niet te zien). De rivier staat bijna helemaal droog.

Een koninklijk pad.

Ofschoon het zojuist nog even regende zagen we onderweg al veel droogte en veel pogingen het land vochtig te houden. Door de klimaatveranderingen wordt dit gebied in het zuiden van Spanje steeds meer woestijn. Een korte periode is alles groen en bloeien de bloemen uitbundig. Wat een geluk daar tussen door te lopen, elke dag weer.

We liepen een groot stuk over een cañada. Daarnaast is al heel lang geleden een waterleiding aangelegd. Deze stond ook droog.

Maar gelukkig nog wel veel bloemen.
Bloempje van deze dag, ook op droge grond.

Donderdag 28 april, bijna de laatste loodjes……liepen we naar San Pedro de Merida (We zijn dus vlakbij Merida, nog ongeveer 16 km te gaan). Dit keer had het pad niet de schoonheidsprijs. We waren er al voor gewaarschuwd, ruim 2 km langs een doodenge snelweg.

Het eerste stuk ging nog langs boerenland. Veel boomgaarden en graanvelden.

Amandelbomen.

Halverwege passeerden we het dorpje Torrefresneda, hier zou volgens de boekjes en berichten niets zijn (geen winkels, geen bar), maar er was dus wel een bar, naast een moderne kerk. En er bleek ook een winkel met de meest basale levensmiddelen. Er lagen allerlei broden, deze waren al gereserveerd, ik kon alleen een stokbrood en wat kaas kopen. en het smaakte heerlijk.

Een prachtig oud kruis voor een (lelijke) nieuwe kerk.

Hierna liepen we op een pad langs de snelweg (ipv langs de vangrail op de snelweg) helemaal naar San Piedro de Merida.

En daar slapen we voor de laatste keer in een pelgrimshostal. En hier ‘haalden’ we de middagmaaltijd nog wel. We aten kikkererwtensoep met vis en spinazie en daarna pasta met tomaten en tonijn. Het echte Spanje. En het smaakte heerlijk.

Bloem van deze dag.