Beelden, nieuw en oud

Deze man werkt aan een beeld van Parvati (de vrouw van Shiva). Binnenkort wordt hier het Parvatifestival gevierd en in de wijk Kumartali, de wijk van de beeldenbouwers, wordt volop aan (veel) beelden van haar gewerkt.

Eerst wordt het geraamte van stro gemaakt en daarom heen wordt met klei uit de rivier het lichaam verder geboetseerd.

Er zijn heel grote, maar ook heel kleine beeldjes.

Allemaal Parvati’tjes die liggen te drogen in de zon. Daarna worden ze aangekleed.

Ieder zijn taak.

En dan zijn ze bijna klaar voor het feest. (Er moet alleen nog een ringetje door haar neus)

In India hebben beelden altijd een belangrijke rol in de godsdienstige beleving gespeeld. In elke tempel staan beelden en een beeld is hier niet alleen ‘een beeld’ maar het is ‘de god’.

In het Indian museum staan de beelden uit vroeger tijden. Met de samenstelling van de collectie is in 1814 begonnen en hiermee is het het oudste Aziatische museum.

Het museum heeft o.a. drie collecties die wereldberoemd zijn:

De Mathura collectie

Parvati (12e eeuw)

Scenes van (de feesten rond) de geboorte van de Buddha (2e eeuw)

Gedeeltes van het hekwerk van de Bharhut stupa (2e eeuw)

De stupa is in 1873 ontdekt door een Engelse archeoloog die het hekwerk en de poorten liet afbreken en de onderdelen naar het museum bracht. (De stupa zelf ligt er nu verwaarloosd en ontmanteld bij)

de Gandhara beelden (2e eeuw)

Deze zijn in de 19e eeuw in Pakistan en Afganistan opgegraven en op sommige beelden is duidelijk de Grieks- Romeinse invloed te zien.

‘Mijn’ straat in Kolkata – onderweg

Mumbai heeft de naam: een drukke, moeilijke stad te zijn voor buitenlanders, maar ik vind dat Kolkata deze naam meer verdient. Het is stad met veel armoede die overal zichtbaar, direct aanwezig is. Het lijkt wel of hier de tijd heeft stilgestaan. Ik schrok toen ik vanuit de taxi bij aankomst de eerste loop-riksha zag.

Ik slaap in een b&b midden in het centrum en deze is gevestigd op de 7e verdieping van een flat. Ik denk een yuppenflat. Toen ik gisteren aan kwam lopen en de bewakers vriendelijk begroette (‘Kent u me nog?’ ‘Ik ben geen vreemde hoor’ – je weet maar nooit, straks herkennen ze me niet) stapte er een jonge man uit een auto (met chauffeur) die ook naar de lift liep, de bewaker snelde vooruit om met een lichte buiging de knop van de etage in te drukken en de liftdeur open te houden. En niks begroeten.

De b&b is een kleine oase in de drukke stad. De armoede en rijkdom gaan hier nauw door elkaar gelijk op. Direkt nadat ik het terrein heb verlaten moet ik opletten waar ik stap want er ligt er een man op de grond te slapen. Langs het hek staan kraampjes met streetfood. Regelmatig is er een openbare kraan langs de straat, de mensen die hier op straat leven wassen daar zichzelf en hun pannen en borden. Soms is deze kraan pal voor een glimmende winkel met elektronika of koelkasten, even verderop is een juicebar met sapjes om te detoxen. Alles leeft hier naast en door elkaar.

Hier hangen de bezittingen bij de slaapplaats, de eigenaar is aan het werk.

Even verderop is deze patisserie met prachtige handgemaakte bonbons, a €2.– per stuk.

Als ik een stukje verder loop kom ik bij een zwembad. Daar zitten de ouders (zoals alle ouders op de hele wereld bij de zwemles) op een bankje te kijken naar hun kroost.

Ik wilde naar de de rivier lopen en na een kleine omweg moet ik de weg vragen en wordt dwars door een kleine krottenwijk gestuurd. Als het kan wordt elk leeg plekje gebruikt.

Deze man is met zijn koopwaar op weg naar zijn plekje op de hoek van de straat.

Wassen in de rivier.

En dit zegt mijn gids over Kolkata:

Waarom gaan?

De 2e stad van India is een dagelijks festival van menselijk bestaan, tegelijkerijd mooi en smerig, ontwikkeld en wanhopig, vastbesloten futuristisch en tegelijk prachtig in verval. Kolkata roept in het westen direct beelden van menselijk lijden op, maar dat is niet het hele plaatje van deze 350 jaar oude stad. In India wordt de stad beschouwd als intellecuele, culturele en artistieke hoofdstad.

Ofschoon de armoede nadrukkelijk aanwezig is, stroomt de energie van de self-made middenklasse door de stad en bloeit de hipster cultuur als nergens anders in India.

Als vroegere hoofdstad van Brits India, behoudt Kolkata een feest van koloniale architectuur in sterk contrast met de slums en de nieuwe voorsteden.

Mooi Kerala

Ik ben hier eigenlijk te kort, (en waar niet?) maar wil toch een pagina besteden aan Kerala, de meest zuidelijke en zo prachtig groene staat van India, anders zou ik het ernstig te kort doen. Ik zit nu in een klein vissersdorpje aan de kust en ‘watch the days go by’. Ik wilde 2 dagen aan zee en zonder toeristisch gedoe. Was dit mogelijk, hier aan de drukke, populaire kust vol met backpackers? Ik geloof dat ik bij toeval het allerlaatste heerlijk rustige hotel gevonden heb.

Het hotel blijkt ook zo rustig omdat het hier inmiddels al low season is; het touristenseizoen loopt tot maart. Er is een kliniek in het hotel gevestigd met verschillende behandelwijzen en er zijn nog 3 andere gasten die hier voor een behandeling zijn. Zij mogen ivm de behandeling niet zwemmen, ik heb het zwembad voor mij alleen!

Kerala is ooit gekolonialiseerd door de Portugezen en de meeste mensen zijn hier katholiek.

Overal zie je Portugese naambordjes en soms waan ik me even in het boek ‘De god van de kleine dingen’, dat iets noordelijker in Cochin speelt.

Vanaf mijn balkon kan ik uren naar de zee turen. Daar zijn de vissers aan het werk.

’s Ochtends is het wachten op de boten die zijn uitgevaren.

Enkele uren later schijnt de zon al weer fel en is het beduidend warmer.

Het net wordt door de mannen het land opgetrokken. Gelukkig gaan de boten met een traktor het land op.

’s Middags maak ik een kleine wandeling door het dorp, 2 huizen en die kerk dus. Het is hier al volop verkiezingstijd, Kerala stemt al heel lang communistisch.

Ik heb prachtige muurschilderingen van Marx, Engels en ? (Hoe heet die derde ook al weer?) gezien, maar toen zat ik in een tuktuk, die maar doorreed.

Vanmiddag voeren opeens alle boten vlak langs het strand, heel snel. Omdat ik graag de vangst van deze dag wilde zien ging ik op weg, dezelfde richting. Op weg: bij 36 graden (volgens de krant heerst er een hittegolf) met een legging en een kurta met lange mouwen…… het went, zowel de warmte als de legging. Lang alleen over het strand lopen wordt ten sterkste ontraden ivm de wilde honden aldaar. Dus liep ik langs de weg. Het bleek niet mogelijk te zijn (of ik zag de paadjes niet) via deze weg het strand te bereiken.

Ik kwam alweer bij de volgende kerk en besloot terug te gaan. En zo kwam ik deze dame tegen die vis verkoopt. Toch vis gezien! Maar ik blijf toch maar vegetarisch.

’s Avonds voeren de vissers weer op zee.

Morgen (dinsdag 26 maart) de grote sprong noordwaarts, naar Kolkata. Ik ben er klaar voor.

Leven in de ashram

Het leven in de ashram is klein en basic en toch (juist) daardoor groots en veelomvattend. Dhanwantari (de ashram is vernoemd naar de stichter van Ayurveda) is een ‘orthodoxe’ ashram en de organisatie is gebaseerd op de 4 belangrijkste yoga paden. Deze zijn door de stichter van de ashram toen hij naar het Westen ging voor ons Westerlingen in 5 punten vertaald.

En bij yoga denk ik aan:

ingewikkelde lichaamsstanden, maar wel goed voor het lichaam;

spierpijn;

beter focussen van de aandacht;

ont-spanning, minder stress;

het bloed gaat weer goed stromen;

en een intens bewustzijn van lichaam en geest.

Yoga is in Dhanwantari een levenswijze die het lichaam, de geest en de ziel integreren voor een betere gezondheid en spirituele ontwikkeling. Het leert om de geest, het gevoel (meditatie) en het lichaam (hatha) te beheersen met als uiteindelijk doel op zo’n manier naar binnen te keren dat er eenwording met en realisatie van Brahman, ‘het oneindige absolute’ plaatsvindt (verlichting, bevrijding).

Ga er maar aanstaan, of liever bij liggen.

Op de Kumbh Mela

De vijf uitganspunten zijn:

Asana: de juiste oefeningen …….. en deze goed uitvoeren, het zijn er 12

Pranayama: de juiste ademhaling

Savasana: de juiste ontspanning (hier plat op de grond met benen en armen gespreid)

Vegetarisme: het juiste dieet

Vedanta en Dhyana: positief denken en meditatie

Ik beschrijf hier een dag aan de hand van de 4 yoga paden, de bovengenoemde punten komen hier in terug.

Om 5.20 uur worden we gewekt en om 6 uur begint de dag met Raja-yoga (de geest): een half uur meditatie, gevolgd door een half uur samenzang: Bhakti-yoga (devotie). Daarna volgt een stichtelijk woord, worden eerst de goden(beelden) en daarna wij gezegend, krijgen we prassad (een klein zoet hapje) en is er om 7.30 uur thee.

Ik spijbel vaak dit eerste uur, ik heb nml een terrasje en het is daar ’s ochtends vroeg om 6 uur heerlijk te zitten: het is nog ‘koel’, de vogels beginnen te fluiten en de zon komt op.

Een gouden moment in de tropen

Op zondag en woensdag is er om 6 uur een stilte wandeling naar het meer.

Op maandag is er een dienst.

Om 8.00 uur begint de Raja-yoga (het lichaam): de yoga lessen. Ik heb me bij de beginners ingedeeld en zal daar verder mijn hele leven bij blijven. De lessen worden gegeven door een ervaren leraar bijgestaan door 2 assistentes. De les bestaat uit ontspannings- en ademhalingsoefeningen en het leren en verder be- oefenen van Asana’s: de ’12 standen’. Ik vond zowel de indeling van de les als de opbouw erg goed. De leraar gaf duidelijke instructie en als je dacht nu kan ik niet verder kreeg je van een assistent net daar weer een voorzichtig duwtje zodat je toch weer een cm dichter met je handen bij de grond kwam. Ook werd op alles gelet: de ademhaling, de stand van de voeten, de handen, het hoofd, welke spieren je moet gebruiken enz.

Deze les duurt tot 10 uur, gevolgd door de brunch (het is niet goed te yoga-en met volle maag). De (Indiase) maaltijden bestaan uit rijst of roti, peulvruchten, groentes, een sausje en een kruidendrank. (En geen ‘opwekkende’ middelen zoals scherpe kruiden, gember, knoflook of ui). Het eten wordt op een bord met vakjes opgediend en moet dan gezeten in lotushouding met de handen worden opgegeten. Die houding was al een probleem voor mijn knieen en dan nog met die handen….. het werd het een knoeiboel, maar ik had gelukkig een lepel in de bagage.

Om 11 uur is er karma-yoga: het dienen van de gemeenschap zonder gehechtheid en zonder eigen belang. Bij aankomst krijgt ieder een taak. Ik kreeg als taak ervoor te zorgen dat er altijd bij alle groepen een doos met kleine, opgevouwen doekjes stond waarmee de mat kon worden schoongemaakt.

Om 12 uur zijn er extra yogalessen, yoga coaching, enz. Ik ga dan naar de ‘health-hut’, een bloedhete plek, maar met lassi’s en zalige fruitsalades te koop. Daarna ga ik naar mijn kamer, was wat, ruim wat op enz.

Om 13.30 is er kruidenthee met fruit.

Om 14.00 uur is er Jinaja-yoga: ontwikkeling van het intellekt. We kregen les over de achtergronden van de yoga, de houdingen, Ayurveda, enz. Deze les duurt tot 15.00 uur.

Onbereikbaar….. en het ging nog verder

Om 15.30 uur is de 2e yoga sessie tot 17.30 uur, een graadje verder dan de ochtend sessie. Maar verder precies hetzelfde. Nogmaals wat een mooie opbouw.

Het begin van de ‘Zonnegroet’

Om 18.00 uur is de 2e maaltijd. Gelijk aan de eerste, maar met andere ingredienten.

Om 20.00 uur is de ‘dagsluiting’: eerst weer een half uur meditatie, gevolgd door samenzang en een stichtelijk woord. Ook is er regelmatig een cultureel optreden.

Hier met scenes uit de Bhagavad Gita.

Ook door de warmte (het is hier rond de 34 graden) was ik ’s avonds zullen we zeggen kapot… dus ik sliep als een blok. Ik heb alle lessen gevolgd en toen ik de leraar aan het einde bedankte voor de lessen en vertelde dat ik wegging zei hij dat ‘ik de basis beheerste en thuis verder kon oefenen’, alweer zo’n positive thinking‘ opmerking. Ik, die thuis als ik te diep op de bank heb gezeten met rugpijn 10 minuten ‘krom’ loop, ik heb de hele week geen rugpijn, geen spierpijn gevoeld.

Ik weet niet wat ik hier bereikt heb, ik ben me zeker weer meer bewust van mijn adem, lichaam en de werking van de geest geworden. En werd weer enkele cm leniger. Na 1 dag dacht ik waar ben ik aan begonnen en na 2 dagen dacht ik waarom ben ik hier maar 1 week?

Het was dus zalig.

Dit is de leraar van de middagles met zijn 2 assistentes bij het einde van de les. Alle onderdelen beginnen en eindigen met een gebed.

Dus……

Om, Shanti, Shanti, Shanti…….

Ik ben (hi)-er even niet

Vanaf morgen ben ik tot 23 maart in de Dhanwantari Ashram in Neyyar Dam, Kerala. Voor belangstellenden zie: sivananda.org.in en daar heerst een wifi-stilte.

vandaag een laatste wandeling in Mumbai

Dit zijn dabbawalla’s. Zij brengen elke dag de thuisgekookte lunch naar ‘man-lief’. Er werken 8.000 dabbawalla’s voor 200.000 klanten. Op verschillende plaatsen in de stad hergroeperen ze de lunchbakjes en gaan dan weer verder, met de trein, op de fiets of lopend.

Dit is Crawfordmarket, een enorme overdekte markthal.

Met beeldhouwwerk gemaakt door Kipling’s vader.

Er staan nog erg veel, vaak prachtige koloniale gebouwen.

Dit is de Metro bioscoop. Gebouwd in art deco en van binnen helemaal gerenoveerd, zo prachtig…..maar de camera mocht niet mee naar binnen.

Hornemans circle met……Hermes, zou Joanne Lumpley hier die verschrikkelijk dure sjaal in haar handen hebben gehad? Ik ben maar niet naar binnen gegaan, geen ruimte meer in de koffer.

Dharavari in Mumbai

Vanochtend dus de wandeling door Dharavari. We werden bij het station opgewacht (4 jonge Amerikanen en ik) en reisden toen met de trein in een half uur naar Dharavari. De gids wilde de bewoners duidelijk niet als ‘zielige slachtoffers’ tonen, dat was mooi. Tegelijkertijd bleef het soms moeilijk een gesprek met hem te voeren, we stelden vaak vragen waar hij geen antwoord op had of hij zag het onderwerp niet als een probleem. Ook had ik de indruk dat hij e.e.a. rooskleuriger voorstelde dan het was, zo zou 80% van de kinderen naar school gaan. We zagen heel veel kinderen op straat (zonder schooluniform). Maar het waren geen ‘zielige kinderen’ met vliegen op de ogen, zonder kleren enz. (Ik denk dat we ook niet naar de aller ergste plekken zijn geweest)

De wijken zijn op werkplaats ingedeeld, we bezochten er vier: de plastic recyclers, (hier zouden de zakken met plastic dus naar toe kunnen gaan van de vuilnisbelt uit Ahmedabad) de leerlooiers, de papadmaaksters en de pottenbakkers. Zoals te verwachten zijn de werkomstandigheden zwaar: stank, rook, chemicalien en werken in donkere ruimtes. De mannen die hier werken slapen (leven dus) ook in deze ruimten.

Als we van de ene wijk naar de volgende liepen ging dat door smalle steegjes waar geen zonlicht komt, steegjes van 50 cm breed met een open riool. Af en toe kon ik een blik in de stenen huizen naar binnen werpen. Een paar vierkante meter, vaak leeg met wat doeken. Er wordt nog veel op hout gekookt.

De papadmaaksters zitten buiten: plok, plok en weer was een papad op een klein houten plankje met een stok uitgerold en klaar. Daarna worden ze op een omgekeerde mand in de zon te drogen gelegd.

De pottenbakkers bakken deze in enorme stenen ovens, als stookmateriaal worden. resten lappen stof gebruikt. Er stonden enorm veel prachtige potten klaar, dat gaf even een mooie aanblik, maar tijdens het bakken hing er dikke, vieze rook in de ingebouwde open werkplaatsen.

In de steegjes doemde soms een klein winkeltje op en ‘aan de buitenkant’ waar de weg breder is waren een groentemarkt en wat grotere winkels. ‘Een stad in de stad’. Sommige van de 20.000 bedrijfjes exporteren hun produkten naar de hele wereld. Er zat dus vaak weer een dikke man op een stoeltje niets te doen, temidden van de werkers (‘he is the boss’).

Wat mij het meeste opviel in de wijken waar gewerkt werd was de ontzettende smerigheid van bijna alles. Nergens iets schoons, laat staan iets ‘verzorgds’, een plantje of iets dergelijks. Grauw, vies, ingestorte huizen, enz. Iedereen werkt, ik denk dat dat al moeilijk genoeg is, er is geen tijd, energie, of aandacht voor iets meer dan dat.

In de woonwijken werd af en toe de straat aangeveegd. Maar ook daar zag je nauwelijks ‘iets persoonlijks’.

Het is me niet helemaal duidelijk geworden of sociaal stijgen kan, door hard werken elk jaar een beetje beter? Heeft een intelligent kind een kans verder te kunnen? Ik vrees van niet. Wat ik zag was allemaal net iets meer dan overleven. Dat laatste zag ik de afgelopen weken onderweg soms wel, mensen die alleen maar in een vieze kapotte tent leven met echt helemaal niets.

En dan de zon, ondanks dat ik hem soms niet zag, bij zonlicht ziet het er allemaal, mooi kun je niet zeggen, maar het heeft nog wel iets. Maar dan de tijd van de monsoon. Wat moet dat erg zijn hier: hevige regenbuien, malariamuggen en wat gebeurt er met de riolen?

Tenslotte bezochten we een school waar de organisatie Reality gives cursussen geeft. Een soort Brede school. De school had werkelijk niets, de buitenkant was vrolijk beschilderd, maar binnen in de lokalen hing een schoolbord en stonden lessenaars, waar de kinderen op zaten. Met een schrift en een pen. En dat was het.

De cursussen zijn kleine druppels op gloeiend hete platen.

Een indrukwekkend boek over het leven in de sloppen is (de Engelse titel is toch weer mooier) Behind the Beautiful Forevers:

Katherine Boo: Een beter bestaan. Overleven in de sloppen van Mumbai. Nieuw Amsterdam, 320 blz. € 19,95De inwoners van Annawadi, een nietig sloppenwijkje…
— Lees op www.nrc.nl/nieuws/2012/03/30/een-enkeling-eet-nog-rat-12280527-a427650

The big city

13 maart

Gisteren ben ik hier, in Mumbai, in 45 minuten vliegen met het vliegtuig aangekomen. Daarna was het nog 30 km naar het centrum, waar de taxi ruim 2 uur over deed omdat het verkeer uit 1 file bestond. Mumbai is enorm groot geworden, sinds ik hier 15 jaar geleden was.

Ik slaap in hetzelfde hotel als toen, ‘The Grand Hotel’. Een ouderwerts Indiaas hotel in het centrum. Aan de buitenkant van de kamerdeur zit een haakje, waar ’s ochtends het zakje met de krant aan wordt opgehangen. De lift heeft nog 2 deuren: een traliewerk dat moet worden opgeschoven en een deur. Er is weinig veranderd, behalve de receptie en de badkamers, deze zijn gerenoveerd: er is nu bv een ‘rain-shower’: een enorm oppervlak waar het water uitkomt.

Bij het ontbijtbuffet deze ochtend (4 obers: 1 bij het toastapparaat; 1 voor de bediening, buffet betekent hier dat je aanwijst wat je wilt hebben, het wordt daarna naar je toegebracht; 1 die de eieren ‘to order’ brengt en 1 die de andere 3 coordineert) brandde de toast aan. De ober van de toast kwam daarop met een luchtverfrisser spuitend langs. Hij spoot ook onder de tafels. In de krant lees ik dat gisteren de congrespartij in Ahmedabad de aftrap naar de nationale verkiezingen hield. (De stad hing vol met vlaggen). Dat is een sterke, Gujarat (en dus met Ahmedabad) is de thuisbasis van Modi.

Inmiddels is mijn was opgehaald en ga ik bedenken wat ik vandaag ga doen. En hoe. Er rijden hier geen riksha’s (de laatste fiets riksha’s zag ik in Allahabad) en geen tuktuks, alleen maar taxi’s en particuliere auto’s. De taxi’s passen dezelfde tactiek toe als de tuk tuks: ze snijden je vaak af of gaan plotsklaps voor je staan.

ik heb de halve dag gewandeld. Alles is dichtbij en ik had helemaal geen zin in een taxi.

Dit is het ‘VT’ het Victoria Terminus. Een prachtig gebouw in een stijl met Hindoe, Islamitische en Victoriaanse kenmerken. 34 Jaar nadat de eerste trein van deze plek vertrok was de bouw in 1887 voltooid.

Dit is de hal met de loketten. Hiermee vergeleken is de hal van het oude postkantoor aan het Neude in Utrecht er niets bij.

Vanaf dit station heb ik gewandeld, langs de universiteitsgebouwen (de Engelsen stichtten scholen en een universiteit voornamelijk om hiermee ‘het kader’ op te leiden dat voor hen moest werken). Toen ik dit veld over stak kreeg ik bijna een bal tegen mijn hoofd. Ik had niets in de gaten, gelukkig een ander wel.

Hiernaast staat een klokkentoren, gelijk de Big Ben. Hij klonk om 12 uur en – inderdaad – het zelfde.

Een klein beetje ‘Amsterdamse school’ in Mumbai. Dit gebouw stamt uit de dertiger jaren. Ik blijf me altijd verbazen over het feit dat de Engelsen de wil tot onafhankelijk totaal niet in de gaten hadden en over hoe snel de wereld kan veranderen.

Nog een icoon uit die tijd, de Regal bioscoop.

Morgen heb ik hier, bij Churchgate station, een afspraak met Reality Tours and Travel. Dan ga ik een wandeling maken door Dharavi slum. Een heel andere kant van Mumbai. Een soort ‘wijksafari’ maar dan zonder Adelheid Roosen. 60% van de bevolking van Mumbai leeft in de sloppenwijken. Het wordt geen ‘mensen kijken’ (maar dat is het natuurlijk toch wel ….) en 80% van de kosten gaan naar Reality Gives, een NGO die in de slums werkt. (Dus toch ook een klein doekje op mijn geweten). Hier de email met informatie. Hierin staan ook de kledingvoorschriften. Want ook hier in het moderne Mumbai zie je geen blote Indiase vrouwenbenen (een enkele man loopt in een sportbroekje) en bij hoge uitzondering een blote arm. Wel alweer een westerse touriste gezien in een afgeknipte spijkerbroek.

Terug in Ahmedabad

Zondag 10 maart, onderweg

‘Omdat de geslachten die gedoemd zijn tot honderd jaar eenzaamheid, geen tweede kans krijgen op aarde.’ (Het is ook vaak ‘Honderd jaar eenzaamheid’ in India, ik moest er onderweg vaak aan denken)

Het is erg warm vandaag en ik moet er niet aan denken hoe heet het hier zomers zal zijn. (Volgens de gids loopt het kwik in maart al richting de 40 graden – en het is maart, realiseer ik me, ik raak hier alle noties van tijd: dagen, maanden kwijt – ).

Met de bus in 4.30 uur van Bhavnagar hier in Ahmedabad weer aangekomen, het voelt toch een beetje als thuiskomen.

De bus reed grotendeels door een woestijngebied waar regelmatig heuvels met zout lagen. We passeerden een kamelen karavaan (erg mooi, donker geklede mensen, opgetuigde kamelen) en geiten- en schapenkuddes. Maar onze karavaan trok verder, het was niet mogelijk een foto te maken.

Halverwege stond een bus met panne. De passagiers stonden buiten en renden naar onze bus. Slechts enkelen werden toegelaten, tot groot ongenoegen van de anderen. Toen de bus eenmaal weer reed moest er van de conducteur toch nog iemand uit. En waarom? Geen idee. De bus stopte. Hij verliet de bus, de hitte in.

Ook reed de bus langs Lothal. Dit was 4500 jaar geleden 1 van de belangrijkste nederzettingen in de Indus-beschaving, die een gebied besloeg tot ver in Pakistan. Men veronderstelt dat er handel werd gedreven tot Mesopotamie, Egypte en Perzie. De gids zei: ‘You’ll need a strong imagination to make the ruins come to life’. Dus ik dacht laat maar.

In Kachchh is nog zo’n nederzetting opgegraven, Dholavira, dicht bij de Pakistaanse grens. Deze was alleen met veel extra permits te bereiken en het was een dag heen, en een dag terug reizen. (En er waren tensions)

Zo onderweg in de hitte dacht ik aan de lange busreizen door de woestijn in China, bijna 20 jaar geleden. Soms duurde zo’n reis 2 dagen en moesten we in the middle of nowhere overstappen. We leefden op water, koekjes en kebab. Ik vraag me af of ik dat nu nog zou kunnen.

Bij aankomst bij het hotel nog een ‘weerzien’. Voor het hotel trad deze koorddanseres op.

De foto is genomen op de Kumbh Mela, daar trad ze uren achter elkaar op. En nu dus hier in Ahmedabad. Hoe zou zij hier naar toe zijn gereisd? Onderweg optredend?

maandag 11 maart

Vanochtend keek ik uit het raam en zag dit. Even voor 1 keer een ander plaatje van India. De auto staat er altijd, dus op straat ruik je alleen maar dat hier een vuilnisbelt is. Er is een jongen aan het werk alles te sorteren (met een rood shirt) en op de achtergrond wordt een hond wakker. Maar wat me het meest intrigeert is de man op het stoeltje. Hij zit er ontspannen bij. Is hij hier aan het werk?

Het textiel museum

Vol bewondering heb ik hier rondgelopen. In India heb nog nooit zo’n mooi museum gezien. En verder, buiten India? Misschien het Jim Thompsonhouse in Bangkok? en in Nederland? (Ik noem Jim Thompson omdat de foto op de webside er een prachtige indruk van geeft van hoe mooi het daar is….)

Even wat praktische informatie:

Het museum is opgericht door een steenrijke familie en nu in een stichting ondergebracht. Er mogen 20 mensen per dag in en met een (verplichte) rondleiding mee en ook opgave van te voren is verplicht. (Naam, paspoortnummer, beroep, ze willen weer alles van je weten). De rondleiding is meestal al een maand van te voren volgeboekt, maar ik kwam hier in Ahmedabad terug…….. dus kon vandaag.

Bij de poort stonden twee beveiligers met een overzicht van de bezoekers van die dag. Daarna moest ik alle bagage en elektronica afgeven.

En mocht doorlopen naar de eigenlijke ontvangst. Deze was met thee, water en een koekje. De rondleiding duurde 2.30 uur, onderbroken door een korte thee stop.

En inhoudelijk?

Een enorme collectie alle soorten textiel uit Gujarat en India. Schitterend tentoongesteld in prachtige, enorme ruimtes. En bij alles kwam een verhaal: ‘a picture is an universal language’ of ‘by making it the weaver lifts the beauty he has inside up into the cloth’. Er hingen oude doeken met afbeeldingen van de goden, (de rondleiding begon bij het ontstaan van India) en de functie die de doeken toen hadden. Er hingen sari’s, ‘haram’doeken, doeken van de stammen, en ga zo maar door. En allemaal even mooi.

Het museum bestond uit twee gebouwen, met daar tussen een prachtige tropische tuin. Het tweede gebouw was helemaal als oorspronkelijke haveli hersteld met prachtig houtsnijwerk.

Het winkeltje viel (gelukkig, anders al weer aan de koop) tegen. En tenslotte kregen we nog een kopje thee met pinda’s.

En voor dit alles was de toegang gratis.

Rajkot – Palitana – Bhavnagar

Woensdag 6 maart

De wegen en het vervoer zijn hier veel beter dan wat de gids erover schrijft, dus ik kon enkele omwegen (Bv 2 keer naar Ahmedabad) schrappen. Ik ben driekwart dag in Rajkot geweest, hoofdzakelijk om het huis te bezoeken waar Ghandi in zijn jeugd heeft gewoond.

Omdat de menukaart ivm het festival de laatste dagen wat karig was, ben ik eerst lekker, uitgebreid gaan lunchen. Een restaurant was moeilijk te vinden. Een portier wenkte me. Ik moest een trap op en zou dan, en jawel ik stapte een modern restaurant voor jong publiek binnen. Ik kwam in een andere wereld terecht. Aan de muur nostalgische foto’s van de Beatles, Marilyn Monroe enz. en snelle jonge obers met een enorme kuif.

Ik bestelde het lunch menu. Bij de eerste gang: de soep ‘braken de vliezen’ en het stromen is niet meer over gegaan. Ik ben inmiddels aardig aan het scherp gekruide eten gewend. Kan bv in de pakoda’s (gefituurde groentes) rustig hele pepers eten. Maar dit sloeg alles. Ik geloof dat zelfs mijn ogen door het kijken ernaar pijn deden…… daarna kwamen ‘dumplins’ een soort aardappelbollen, gevolgd door gefrituurde groenten en daarna een salade (rauwe groenten, ik heb de uien laten liggen). Toen pas kwam het bord voor het hoofdgerecht. Dit bestond uit twee schalen met groente’prut’ en boter roti’s. Toen ik deze met veel moeite had opgegeten vroeg de ober of nu de rijst kon komen. Daar ben ik gestopt. Het toetje was gulab jamun, twee zoete, machtige balletjes in een mierzoete saus. Dat zoet is heerlijk na al die scherpte.

En wat dronk ze erbij?

Ik heb al het water dat op de tafel stond opgedronken, en het welkomstdrankje, een paarse zoete drank met ijs…..en bij het hoofdgerecht werd melk! geserveerd.

Ik had de rest van de dag nodig om deze maaltijd te verwerken.

Het huis van Gandhi was mooi en in tegensteling tot dat in Porpandar was er niemand. Er was weer een kleine tentoonstelling met hoofdzakelijk dezelfde foto’s.

Daarna nog op zoek naar het Willincdonmuseum. Willincdon was ooit de Engelse gouverneur hier. (en geen prettige) In het museum staat een standbeeld van Victoria waarvan de gids zegt ‘queen Victoria seems not amused’ dat wilde ik graag zien. Ik dacht dat ik de goede ingang gevonden had, maar kwam in een soort weeksluiting van een enorm grote school terecht. Zingende kinderen op het toneel, ontroerde moeders in de zaal en zenuwachtige leerkrachten. Voordat ze me konden benaderen ben ik snel weer weg gegaan. Dan maar geen Victoria.

Wel de school van de jeugdige Gandhi gezien. (Hij kwam uit een rijke familie, zijn vader was dewan, een soort minister president).

Donderdag 7 maart

Vanochtend met de bus naar Palitana. De bus reed door uitgestrekte katoen velden en ik dacht ‘wat een goede keuze van Gandhi om als symbool en wapen van (de strijd voor) onafhankelijkheid het spinnewiel en de katoen te kiezen’. In Engeland waren eind 19e eeuw tijdens de industriele revolutie enorme katoen fabrieken en weverijen gebouwd (Manchester, Leeds) waarvoor de grondstoffen uit India werden gehaald, de Indiers konden daarna wel weer de kant en klare katoen (tegen een hoge prijs) ‘terug’kopen. Terwijl ondertussen hierdoor hun economie in elkaar zakte.

Boycotten dus, die handel. Met Gandhi maakte en gebruikte India weer haar eigen katoen.

In Palitana veel gewandeld op zoek naar haar intrinsic motivation (als je op het punt komt dat je denkt: hier is niets aan, dan blijkt er toch wel weer iets in elke stad te zijn). Maar ik ben bang dat er hier sinds de onafhankelijkheid weinig veranderd is. Veel, heel veel jonge mannen op straat (dus veel werkeloosheid), bedelaars, kleine straathandel en vergane Willincdon glorie. Er stond nog een overdekte groentemarkthal en een bibliotheek van hem.

En het was warm. Ik ben tot aan de voet van de de heuvel (met tempels, ja, alweer tempels) gelopen. Die ga ik morgenochtend vroeg bekijken. Ik ben blij dat ik het enige hotel in deze plaats gekozen heb en niet het aanbevolen guesthouse van de gids, dat zag er griebusachtig uit. Tijdens deze middag heb ik van elke drinkmogelijkheid gebruik gemaakt, vruchtensappen, bamboesap en veel lassi’s. De enige echte koele drinkbare en zalige lassi hebben ze hier weer.

vrijdag 8 maart: de Jaintempels van Palitana

Ik kwam naar Palitana voor de Jaintempels in Shatrunjaya en wat waren ze mooi. Vandaag dus vroeg op stap om niet in de ergste hitte alweer een heuvel op te gaan. Het waren dit keer ‘slechts’ 3000 treden. Beneden bij de ingang kon je een ‘dhoti’ huren, voor 1000 rupees werd je door twee mannen naar boven gesjouwd. (zitplaats hangende aan een stok) Woog je meer dan 70 kg….. dan kon je op een echte stoel voor 2000 rupees, met vier mannen naar boven. Er stond een enorme weegschaal voor twijfelgevallen.

Soms ging alleen de bagage zo naar boven, zo zag ik ook een handtas die de heuvel op gedragen werd. De eigenaresse liep er puffend achteraan.

Dilemma’s…..ik, ‘stoere’ westerling wilde dit natuurlijk…….zelf lopen. Op het pad bedacht ik me dat ik daarmee tegelijkertijd hen geen werk gaf. En op zo’n stoel zitten is toch wel weer erg koloniaal.

Drank, voedsel, camera’s, leer, veel mocht niet naar de tempels. Daarom deed de dame van de veiligheidscontrole mijn fles water in de rugzak. Zo, die was uit het zicht.

Het is ten strengste verboden foto’s te nemen, hiervoor loopt een aparte bewakingsdienst rond. Het voordeel hiervan is dat hierdoor niemand met mij op de foto kon, geen ‘selfies’, wat een rust. Ik heb een uitgebreide rondleiding gekregen. De tempels liggen op twee heuvels en de kom daartussen is inmiddels ook volgebouwd.

In totaal staan er 600 tempels, 900 jaar geleden is met de bouw begonnen.

De belangrijkste en oudste tempel is de Adinath tempel. Adinath is de stichter van het Jainisme en in zijn tempel stond een beeld van hem met kristallen ogen en een gouden kroon. Naast de tempel staat een boom waaronder, zo gaat het verhaal, Adinath zelf nog gemediteerd heeft.

Ik was om half 2 weer beneden en de man bij de poort riep ‘breakfast!’ naar me. Het idee, dat je zonder iets in je maag hier omhoog zou moeten. De ware Jain doet het.

ik had deze dag als ontbijt sandwiches van wit brood (zonder korst, met boter) en curryaardappels met rijst gekregen.

Een tweede ontbijtje was dus zeer welkom.

Naar Bhavnagar

Na het eten heb ik mijn bagage in het hotel opgehaald en ben direct door gegaan naar Bhavnagar, 55 km verderop. Eerst was het plan de tempels vanuit deze stad te bezoeken, maar met de extra tijd heb ik nu morgen een dagje rust.

Zaterdag 9 maart

Ik slaap hier twee nachten in een oud paleis van een Maharadja. ‘De gasten mogen gebruik maken van het zwembad en de tennisbaan’. Op weg naar mijn kamer werd in door enorme gangen en zalen geleid en er liggen perzische tapijtjes op de vloer in mijn kamer.

Dit is een gedeelte van de zaal, waar mijn kamer aangrenst. In de boekenkast staan veel boeken over vogels en de verzamelde werken van Lenin.

Vanochtend heb ik eerst het vervoer naar Ahmedabad geregeld en heb daarna wat in de oude stad rondgelopen. En er was weer een Gandhimuseum (elke stad waar hij ooit geweest is heeft zo’n museum – en hij is in veel steden geweest) en een Bentonmuseum, maar dat was ook dicht. Maar: ik heb een reservering voor het Calico museum of Textiles maandag in Ahmedabad. Toen ik daar in februari (honderd levens geleden) aankwam was het voor die hele maand al volgeboekt, er mogen per dag nml maar 20 mensen in, en dan ook nog onder begeleiding. Dus ik kon en heb voor maandag in maart geboekt. Volgens beide gidsen heeft dit museum 1 van de mooiste collecties antieke en moderne Indiase textiel.

Ik heb even gedacht dat dit aardappeltjes zijn, ik kreeg ze vanochtend bij het ontbijt: het zijn verse dadels. Bij deze man heb ik dus meteen een pond gekocht.

in de oude stad stonden vreemde gebouwen. En welke stijl is dit?

En vanmiddag heb ik gezwommen en gelezen in de zon, aan de rand van het zwembad.

The day after

Hier is het gewone leven weer terug. Vanochtend werd ik gewekt door het geluid van een tuk tuk en ook de honden hoor je weer blaffen. En vanmiddag deed het creditcardapparaat het ook weer.

En in Junagadh is meer dan het festival. Er is nog een fort en een heilige berg met tempels. beide van harte aanbevolen door de gids. Ik koos voor de berg.

Dit is de het hoogtepunt van gisteren: de Bhavnath tempel met op de achtergrond het doel van vandaag: de berg Girnar, bezaaid met Jain – en Hindoetempels. (de zwarte plastic lingam met de witte strepen van Shiva, achter de tempel was vanmiddag ook al weer weg).

De berg is 1117 meter hoog en om de tempels te bezoeken zijn 7000 traptreden aangelegd. Als je niet wilt of kunt lopen kun je gedragen worden, in een stoel die aan een dikke stok hangt, die door twee mannen de berg op wordt gesjouwd. En ook wordt er een kabelbaan aangelegd, de materialen hiervoor worden ook de berg opgedragen. (Palen van 35 kg, gedragen door 1 man, 500 rupees (ruim €6.–) per week.)

Dat alles gaat dus de berg op en af (weer 7000 treden). Gelukkig staan er langs het pad kraampjes met drinken en eten.

Toen ik een flesje water kocht en dit 2x zo duur bleek te zijn, bemoeide een man: Gunvan, zich met het gesprek en daarna zijn we gedrieen (hij liep met zijn broer) verder gegaan. De broer had het er moeilijk mee dus we konden vaak stoppen om uit te rusten en iets te drinken. De mannen hebben de hele tocht bijna alles voor me betaald en als ik een rondje terug wilde doen braken ze in luid schaterlachen uit. Hoe kwam ik op het idee. (Het rondje is me met een snelle aktie uiteindelijk toch gelukt, maar ze vonden het maar niks). Gunvan sprak goed engels dus we konden veel bespreken: de koeien, de hoogte van het pensioen, -er is geen aow in India – welke groentes groeien er in Nederland, godsdiensten, sekten: zij hebben er veel en in Nederland maar 1. (Ik ben gekomen tot uitleg Katholiek – Protestant, de onderverdeling heb ik laten zitten)

Ik heb deze dag veel onduidelijks gegeten en gedronken.

Ze waren met hun vrouw (die geen zin in de beklimming hadden) naar het festival gekomen en nu bezochten ze de tempels boven op de berg.

Halverwege de berg staan Jaintempels, ik had er weer een kopie’tje over bij me en wilde deze natuurlijk zien. Jaintempels hadden ze nog nooit bezocht, maar ze gingen mee.

De tempels van bovenaf gezien, beneden aan de voet van de heuvel ligt het feestgebied, achter de heuvel ‘aan de overkant’ ligt Junagadh.

Uiteindelijk bereikten we de top, dacht ik, maar we moesten nog een keer dalen en dan weer stijgen naar de laatste en belangrijkste Hindoe tempel.

Hier sta ik met Gunvar en de broer. De voeten zijn express niet op de foto gezet, we stonden nml in een klein vuilnisbeltje. De voor de foto aangeschoten voorbijganger vermeldde dit nadrukkelijk. (Ik vind het pad ook wel iets van de Chinese muur weg hebben).

De laatste tempel was geheel ‘open’. Er stond alleen een beeldje van Shiva. Maar ook daar hebben we de schoenen uitgedaan en hebben zij gebeden.

De 7000 treden terug ging gemakkelijker en toen stelde Gunvar voor me aan zijn vrouw voor te stellen. Ze hadden deze dagen in een Dharmsala (een slaapmogelijkheid aan een tempel verbonden speciaal voor pelgrims) geslapen. Ik was naar beide benieuwd: de dharmsala en de vrouw.

De vrouw was erg verlegen, sprak alleen maar Gujarati en durfde me nauwelijks een vraag te stellen. De dharmsala was erg eenvoudig…….. een enorme zaal voor de mannen en een enorme zaal voor de vrouwen. Een stenen vloer waarop ze zelf meegebrachte doeken hadden neergelegd om op te slapen. Ik heb er een kwartiertje gezeten en een kopje thee gedronken. Ze hadden de parade vanaf het dak gezien. (In de verte dus). Ze wilden mijn foto’s en filmpjes bekijken dus dat hebben we gedaan.

Maar wat een wereld van verschil toch: deze levens en het mijne.