That was the night

Het liep vandaag weer heel anders dan bedacht. Eerst wilde ik uitzoeken waar de parade vanavond zou plaats vinden en op welke tijd. Dat klinkt eenvoudig, maar hier iemand vinden die Engels spreekt is niet zo simpel.

Langs de hoofdstraat die naar de tempel leidt stonden grote luxe tenten met banken en stoelen erin. Misschien waren dit betaalde zitplaatsen? Bij de derde tent zei een man die erin zat: ‘Please, sit down’. Hij ging zijn baas bellen. Ik kon hier vanavond komen kijken. Nu de tijd nog. Volgens de man begon alles rond 10 uur. Als ik er om 8 uur zou zijn, zou ik ruim op tijd zijn.

Inmiddels waren twee politieagenten met me in gesprek geraakt. Zij ook in de tent. Ik kreeg de familiefoto’s te zien en 1 bracht me naar de enige atm op het terrein, maar die bleek stuk. De creditcardmachine in het hotel doet het ook niet, ‘It’s the festival’, maar ik ben hier nog 2 nachten dus alle tijd.

Het was erg warm vandaag, er zaten al veel mensen in de brandende zon langs de route klaar voor vanavond en de saddhu’s lagen versuft in hun tent. Ik had in mijn hoofd dat ze vanavond een bad in de rivier zouden nemen, dus heb ik lang naar de rivier lopen zoeken. (Maar ze baadden in een kleine ‘tank’ in de tempel).

Rond 5 uur dacht ik een fles water te gaan kopen voor vannacht en eens te kijken hoe de stand van het feest was. Ik had dan nog tijd om in het hotel te gaan eten en zou dan ruim op tijd voor de parade zijn.

Alles bleek al te zijn af gegezet. Langs de hele route stonden hekken en politieagenten en het zat vol met mensen. Propvol. Met wat gepraat mocht ik elke keer onder een hek doorkruipen tot vlakbij de tent, even dacht ik daar vast te komen zitten tot 1 van de agenten van vanochtend me riep en me daarna weer verder hielp.

Ik zat dus om half 6 klaar voor de parade, waarvan het nog steeds niet duidelijk was hoe laat hij zou beginnen, tussen allemaal mensen met wie ik geen woord kon wisselen. Ik kreeg pinda’s, een kopje thee en er werden weer veel foto’s gemaakt.

Aan de andere kant van de straat stond een groot scherm opgesteld, waar de Indiase Jeroen Pauw gesprekken hield met verschillende mensen. Afgewisseld met beelden van saddhu’s die zenuwachtig stonden te wachten.

Om half 8 begon de parade: een explosie van energie. De stoet werd aangevoerd door de zgn ‘vechtsaddhu’s’ die met stokken een soort gevecht dansten. Ook enkele vrouwelijke saddhu’s deden hieraan mee.

Daarna kwamen de diverse sekten, ieder met hun eigen vlag.

Het ontaardde af en toe in een chaos, wat heb ik een bewondering voor de politieagenten hier, die bleven maar rustig staan in al het tumult.

Alles was om 10 uur klaar, maar toen moest ik weer terug. Er waren nog diverse activiteiten en het was enorm druk. Terwijl de naam van het hotel zichtbaar was, was het weer onmogelijk hier naar toe te kunnen gaan. Maar gelukkig kon ik ook nu weer onder hekken door kruipen, wist iemand weer een paadje enz.

Om half 11 zat ik aan de avondmaaltijd, (aangepast menu, ‘it’s the festival), uitgeput. Zo’n festival is niet iets wat je elke dag mee moet maken. De festiviteiten gingen nog door tot 2 uur (zo werd me verteld, ik sliep als een blok). De koningsnacht met de vrijmarkt (die ik sinds jaren weer ‘ns in Nederland ga meemaken) kan ik nu ook wel aan.

Junagadh en terug in de chaos

Ik ben vandaag in Junagadh aangekomen voor de festiviteiten rond De nacht vanShiva, men noemt het de kleine Mella, maar de drukte en chaos (en saddhu’s) is niet minder dan die in Allahabad.

De trishul (drietand) van Shiva.

Het is de Mahashivratri, en het echte grote moment is morgennacht bij volle maan. Dit is ‘De grote nacht van Shiva’. De grote nacht om Shiva te eren. De maan is hier het symbool van de geest. Het is tevens een markering van het einde van de winter. In de grote tempel hier staat een lingam, die spontaan ontstond. En Shiva en zijn vrouw Parvati hebben hier door de heuvels gewandeld, en lieten hun kleren in het landschap vallen. Allemaal redenen waarom dit stadje super heilig is, juist op deze nacht.

En dat gaan ze vieren!

Het wordt met name gevierd door duizenden Shiva – saddhu’s die hier weer allemaal een plekje hebben. De bezoekers lopen langs hen om te kijken, om een selfie te nemen (met de saddhu), om door hen gezegend te worden, om naar hen te luisteren enz.

Saddhu (?) met op de achtergrond een enorme lingam.

Ik stapte rustig om 2 uur hier uit de bus vanuit Diu op zoek naar een tuk tuk, die me naar het hotel kon brengen. Dat ging echter niet, ‘we are not allowed on the mella’ ik moest met 1 van de speciale bussen gaan. Dit was goed georganiseerd. Een enorme rij, die in 5 rijen uiteen ging en hiervoor kwamen telkens 5 bussen aan rijden. Sneller dan Shiphol! En iedereen bleef rustig op zijn plaats, dit keer geen gevecht om de bus in te komen.

Het hotel staat midden op het terrein. Als ik de deur uit stap sta ik in de mensenmassa. Ik liep deze middag enigszins verdoofd rond. (Het was weer even wennen dus).

Wat impressies van vanmiddag:

Deze saddhu zit (en gaat daarna liggen) op een bed met enorm scherpe doornen. ‘Jongen toch’. Het kwam spontaan uit mijn mond. Hij begreep het niet, niet alleen de taal was hem vreemd, ook de inhoud van mijn zin; hij ziet zich zelf geheel niet als iemand waar je zorgen om moet hebben.

Vrouwelijke saddhu.
De trommel, die de hartslag van het leven slaat.
En er werd weer veel gerookt.

Diu

Diu is een voormalig Portugees stadje en valt rechtstreeks onder het gezag van New Delhi. Daarom geldt het strenge alcohol verbod van Gujarat er niet. En zo gebeurde het dat ik rond 2 uur bijna uitgedroogd een restaurant binnen viel en direct de kaart met gin-wodka-rum enzovoorts onder mijn neus geduwd kreeg. Ik dacht als ik zo’n glaasje zie val ik om, ik heb het maar bij een glas fresh lime and soda gehouden.

Diu was tot 1961 Portugees ‘eigendom’ en na een gewapende overval kon India het pas bij zichzelf inlijven. (Daarom valt het nog onder het gezag van New Delhi) Het is een piepklein stadje met een enorm fort. Dit is het grootste van alle forten die de kolonialisators in Azie hebben achter gelaten. Bovendien was het dankzij dit fort dat de Portugezen ‘de slag om Diu’ wonnen (van de Arabieren) en hiermee de heerschappij over de Indische oceaan (en de handelsroutes), met alle koloniale gevolgen van dien, kregen.

Ik ben niet zo’n forten type, maar na bovenstaande moest ik er toch even kijken. Er is sinds 1961 nauwelijks iets met het fort gebeurd. Langzaam neemt de natuur het weer over.

Daarna heb ik lang lopen zoeken naar de kerken alhier. 1 Kerk is museum geworden, de andere kerk wordt nog gebruikt en de derde kerk werd ziekenhuis(?). Mao deed dit ook, zo hij maakte van geloofshuizen bv een fabriek, maar een ziekenhuis? Ook dit bleek anders: de kerk stond er nog en het aanpalende gebouw was nu een ziekenhuis.

Alle kerken hadden prachtig houtsnijwerk. (Dat soms wel een stofdoek kon gebruiken). Het was overal verboden foto’s te maken. Per kerk zat er 1 persoon om hier op te letten. Deze zat echter zo, dat hij niet kon zien wat er in de kerk gebeurde. Iedereen nam dus foto’s. En ik ook.

De preekstoel

Diu zou ook nog enige Portugese huizen hebben, ik weet echter niet hoe die er uit zien en heb geen echt mooi huis gezien.

Daarna ben ik dus 10 km terug naar het resort (eigenlijk een gewoon hotel, waar alles, behalve het wifi, werkt). Het ligt direct aan een mooi strandje en de zee. Tijdens de terugwandeling bleek dat dit 1 van de weinige en het mooiste strand is.

De kust wordt nml regelmatig onderbroken door rotsen, steile hellingen enz. Zo kon ik dus niet ‘langs het strand’ teruglopen, maar moest ik regelmatig langs de weg. En langs die weg is hier in Diu, een fietspad! Met de bekende verkeersborden die dit aangeven.

Verder geen fietser gezien, maar ik heb er heerlijk over gewandeld.

En zij ook!

Terug bij de zee

Om uit te rusten, bij te slapen, alles te (laten) wassen, de nieren weer goed te laten werken en meer van dat ben ik de komende 3 dagen in een beachresort bij Diu neergestreken. Vanmiddag heb ik zalig langs de vloedlijn gewandeld. Alleen maar dat, heerlijk dus.

Ik vond een schelp, met het diertje er nog in.

En ik zag een ijsvogel (denk ik, hij was in ieder geval prachtig)


Zo mooi, hier is hij nog een keer.

Dit was gisteren, net met die crisis in Kashmir valt het internet hier uit (of zou Modi er achter zitten?) en nu de wifi-stilte na een dag rust weer is opgeheven wil wordpress me een nieuwe uitvoering laten proberen. Dus ik heb maar ‘ns een onderschrift geprobeerd.

Somnath

In Somnath staat de zonnetempel en schijnen zal de zon!

Ik kwam hier gisteren aan en wilde deze plaats eigenlijk ‘onderweg even aandoen’, maar omdat ik de plannen een beetje veranderd heb en er daardoor wat meer ruimte is, besloot ik hier een nacht te slapen. Rustig aan doen dus.

Het enige door de gids aanbevolen hotel was vol, dus via booking com naar een ander. Dit bracht weer nieuwe belevenissen. Ten eerste kende de tuk tuk man het niet, hij bracht me naar een geheel onbekende plaats. (Soms is dit een truc, ik dacht deze keer niet). Na veel gedoe kwam ik tenslotte in hotel Dash. Het bleek aan een snelweg te staan en was nog in aanbouw. Er stond een enorme hoeveelheid jongens bij de balie die op zijn Indiaas mij direct lachend van feedback begonnen te voorzien. Somnath is de eerste plaats na bijna 5 weken waar weer veel toeristen komen en daardoor wekt het gedrag weer vaak, laten we zeggen wat irritaties op. Ik heb hiervoor de volgende strategie: ik vraag onmiddelijk naar de manager en vraag dan om ‘respect’, ‘I respect you too’ (of ‘also’). Ik mag hierbij (van mezelf, een oefening in zelfbeheersing) niet boos worden. Deze strategie helpt wonderbaarlijk. Bovendien vertrek ik direct uit restaurantjes als er gelachen wordt.

Maar goed het hotel, na dit welkom naar de kamer. Ik kreeg eerst een kamer aangeboden met een balkon (uitzicht op de snelweg) waar een gat in de vloer van het balkon zat, (nu al gebreken….en het is nog niet klaar) dus snel naar de volgende, dit balkon had geen gat, ik heb er verder overigens geen gebruik van gemaakt. Het restaurant was nog niet klaar, en aan de lift werd ook met veel lawaai gewerkt, maar de badkamer was wel klaar! De muren waren beeldig betegeld met dolfijnen die uit de golven sprongen. Er kwam ook warm water uit de kraan, echter niet uit de douchekop, maar dat gaf niet, er stond een emmer met mandie-bakje.

Daarna heb ik de tempel bezocht. Hij is beroemd, belangrijk en modern. Er hoort een heel verhaal bij, maar dat wordt te lang. Vlak na het nemen van de foto brak er paniek uit. Een hond was het tempelplein opgelopen. Met voedsel is hij weer weggelokt.

Het is een zgn ‘zeetempel’ en ik wilde hem graag zo tussen de golven op de foto zetten, maar erin kon alleen zonder schoenen, camera en bagage, en toen ik buitenom langs de hekken er omheen wilde lopen en zo op het strand terecht dacht te komen werd ik door de bewakingsdienst tegen gehouden.

Ik ben lopend terug naar het hotel gegaan, qua conditie, die hier hardlopend achteruit gaat. In het hotel was weinig veranderd.

Toen ik echter zo langs de snelweg liep, bleek daar een enorm groot en enorm duur hotel te staan, (stond niet in de gids, niet op booking enz.) dus daar ben ik ’s avonds gaan eten. Er was een buffet in een enorme eetzaal met 6 obers. Vanaf half 8 (erg vroeg voor Indiase begrippen) kon ik daar terecht, dus daar zat ik als enige gast, met dat buffet en die obers.

Het eten was zalig, ik heb alles geprobeerd. Elke schep die ik uit een schaal nam werd ondertiteld door een ober. Bij de ‘balletjes in manshoury saus’ proefde ik iets bekends, het smaakte naar China! ‘China’ zei ik tegen de ober en beide waren we blij dat ik dit herkende (en verder niet hoefde want ik ben tenslotte in India).

Als dessert was er o.a. buttermilk! Gujarat is officieel alcohol vrij, dus ook hier geen alcohol. Ik heb een heerlijk glaasje melk genomen.

Deze culinaire uitspatting kostte me 510 rupees, (€7,62).

Ik heb heerlijk geslapen en kon deze ochtend niet met de credit card betalen (de hotels van het reisbudget en de andere uitgaven van het huishoudgeld). Maar dat gaf allemaal niets, want ik ging weer verder.

In het plaatsje bij een wegrestaurantje heerlijk ontbeten, ik wil beschrijven hoe zo’n restaurantje in de ochtend tot leven komt, want dat is zo mooi. Maar het wordt teveel voor nu, dat komt een andere keer.

Ik zit nu in het busstation te wachten op de bus naar Diu. Opeens staat er iemand met een telefoon voor mijn neus, hup een foto! Nieuwe situatie, nieuwe strategie: ‘I always ask to make a photo’ en dan gaan ze achter een paal staan om het stiekum te doen.

Ondertussen is de canteen opgebouwd en is daar de thee klaar. Er schalt muziek uit de luidsprekers en ik ga een kopje thee kopen.

Dwarka

‘Soms lijkt het oude India, het oude, eeuwige India, gewoon almaar voort te duren’. (V.S. Naipaul)

Dwarka ligt aan de Arabische zee, daar waar de rivier de Gomti de zee in stroomt. Het plaatsje wordt niet genoemd in de Lonely Planet, en the Blue Guide (die lijkt het wel, elke steen in India beschrijft) besteedt er slechts een derde pagina aan.

En Dwarka is de stad van Krishna.

Toen ik een foto van de Dwarkadheesh tempel zag, besloot ik definitief deze reis te maken en ook naar Dwarka te gaan.

Volgens het verhaal heeft Krishna hier gewoond en de Dwarkadheesh tempel is aan hem gewijd. Ik mag wel naar binnen, maar zonder fototoestel, schoenen en tas.

De tempel is al oud, en er staan restanten van fundamenten van een eerdere schrijn.

De tempel is ook van binnen prachtig. Een enorm complex met kleinere tempeltjes, allen gewijd aan Krishna, zijn vrouw of verwante goden en de muren zijn prachtig bewerkt. Er klinkt muziek, er klinken mantra’s.

Het hele plaatsje staat in het teken van krishna en de pelgrims. Winkeltjes met offergaven, afbeeldingen van de goden en veel toeristische prullaria.

Ik ben al een tijdje de enige ‘foreigner’ waar ik me verder niet van bewust ben, behalve bv in de wc. Papier gebruikt men hier niet en mijn papieren zakdoekjes zijn ook op. Een rol papier kan ik nergens vinden. Uiteindelijk wijst een man me naar een winkeltje verderop, daar kan ik een pak servetten kopen, ‘100’ zegt de man.

Het is heerlijk lopen langs de ghats (de plaats waar in de rivier gebaden kan worden), vooral tegen de avond. Ik loop onderlangs de tempel, er zijn hier veel kleine ruimtes waar saddhu’s wonen en ook weer kleine tempeltjes staan.

Voor de ladies zijn er badhokjes.

Als het pad een bocht omgaat zie ik in de verte een vuur branden. Ik nader de plaats van de lijkverbrandingen en er vindt er juist 1 plaats. Ondertussen flaneren de mensen gewoon door, lopen er koeien en honden rond en loopt enkele meters daarvoor een opgetuigde kameel met enkele kinderen op zijn rug. Naast de houtstapel staat een modern gebouw: een crematorium, met een enorm lange pijp, waar ook rook uitkomt. Op een bepaalde manier is het allemaal organisch, alles is deel van het leven, ook dit. Het leven is. Het is lang niet zo confronterend als de ghats in Varanassi, waar alles veel groter, nadrukkelijker is ( en veel viezer is).

Langs de hele promenade staan teksten uit de Bhagavad Gita.

‘Zoals een mens nieuwe kleren aantrekt, en daarmee de oude wegdoet, zo aanvaardt de ziel het nieuwe materiele lichaam en geeft het het oude en onbruikbare lichaam op.

De rotsen langs de zee zijn bedekt met resten: van as, gebroken potten, een draagbaar, wat lappen stof.

De groene hesjes in Jamnagar

Ik ben uiteindelijk goed in Jamnagar (aan)gekomen. Alleen de ‘staats-bussen’ staken, niet de ‘private companies’, die iets duurder maar veel sneller en veel comfortabeler zijn. Dus daar ben ik gisteren mee naar Jamnagar gegaan. Ik kon kiezen tussen een sleeper en een seat. Omdat de bus rond 9 uur ‘ s avonds zou aankomen vond ik een sleeper niet nodig. Ik ben dol op de nachttreinen en al het gedoe daarom heen (het compartiment, de thee, de medereizigers, ja zelfs het kaartje koester ik) en houd niet van de nachtbussen. Enkele reizen geleden had ik een busreis geboekt en niet goed naar de tijd gekeken. Daar stond ik om 9 uur ‘ s ochtends, bleek het 9.00 p.m. te zijn. Ik reisde toen dus ’s nachts, wat helemaal goed ging, maar toch, liever niet met de nachtbus.

Vandaag dacht ik heerlijk te gaan wandelen. Ik wil altijd wandelen in steden en de steden in India lenen zich daar echt niet voor. Maar toch doe ik het elke keer. En meestal loop ik verkeerd. Ook nu.

Als start liet ik me met een tuk tuk bij de Khambhaliya gate af zetten, een poort uit de 17e eeuw en na de aardbeving weer hersteld.

Daarna dacht ik dus goed naar de bazaar te lopen… de weg werd drukker, de huizen kleiner en alles werd nog rommeliger en stoffiger. Zo gaat het altijd.

Onderweg een winkel waar e-bikes te koop zijn! E-bikes in India? Ik moet er niet aan denken. Maar Pollution Free Drive!

Maar geen bazaar. Uiteindelijk kwam ik bij het meer, dat voor die middag op het programma stond. Ik heb er heerlijk de rest van de ochtend door gebracht. Romdom het meer is een prachtige promenade aangelegd, met een speciaal pad voor hardlopers, (zij liepen vandaag niet), een park met tropische bomen, een speeltuin en een soort terras, waar ik de krant van 3 dagen geleden las, want ik blijf achterlopen.

Ondertussen liep zij de hele tijd voorbij, heen met een schaal koeienmest, terug met een lege schaal. Ze hoorde bij een groep vrouwen die de promenade schoon hielden (en schoon was hij).

Dit is de hele ploeg. Ze gingen er maar ‘ns goed en prachtig voor staan.

Het was hun lunchpauze en nadat ze de foto hadden gezien boden ze me wat te eten aan. Ze eten hier een plaatselijk gerecht: een soort kadet met scherp gekruide bonenprut.

Ik maakte een compliment, wat wat alles mooi schoon. Zo op het oog maak je gemakkelijk kontakt, maar een woord wisselen? Een gesprek? Dat kan jammer genoeg niet.

En welk beeld hebben we van elkaar? Wat denken ze van mij? Ik ben tenslotte maar een rare buitenlander, een buitenstaander die maar wat doet zoals het haar goed lijkt, (want volgens de niet gekende Indiase normen, doe ik het toch niet goed). Maar zo, op dit soort momenten heb je toch, vind ik……. een vorm van contact.

En dan wat hebben ze eraan? Ik weer een mooie foto, maar wat hebben zij er aan?

Daarna heb ik me maar weer met een tuk tuk naar de bazaar laten brengen. (Even geen lopen dus). Het bleek natuurlijk de geheel andere kant op te zijn.

In de bazaar prachtige oude Jain tempels.

Allen omringd door juweliers, honderden juweliers hier in de bazaar van Jamnagar.

En tenslotte deze dag maar weer neergevallen in een restaurant waar ik een lassi bestelde en een soort saffraanijs milkshake kreeg. Hij was heerlijk. Mijn blik viel op het schilderij dat aan de muur tegenover me hing. De berg Kailas! De eigenaar was op bedevaart geweest. Hij wel!

Via de highway van Bhuj naar Mandvi.

Ik wilde eigenlijk in Mandvi een nacht blijven en de daaropvolgende dag (overmorgen) met de ferry naar Okha, vlakbij Dwarka. Maar gaat er wel een ferry? Echt uitsluitsel hierover kwam niet, behalve dat er veel meer ‘nee-zeggers’ waren dan ‘ja-zeggers’. Ik besloot dus via Jamnagar naar Dwarka te gaan en een dagtripje naar Mandvi te maken. En toen gingen vandaag de bussen ook nog staken. Terwijl ik gisteren nog wel zo blij was met het buskaartje voor morgen, naar Jamnagar. Op dit moment weet nog niemand of er morgen een bus gaat.

Ik zie wel.

Na de aanschaf van het buskaartje liep ik langs de resten van het Prag Mahal, 1 van de 3 paleizen van Bhuj. De stad, grotendeels verwoest tijdens een aardbeving in 2001, is inmiddels weer opgebouwd en aan het herstel van dit paleis wordt gewerkt.

Daarna kwam ik in de bazaar terecht. In Bhuj is nog een echte bazaar waar de mensen uit de omringende dorpen hun boodschappen komen doen.

Dit zijn de echte kleuren en patronen van de mensen hier. Het staat haar prachtig. Ik verviel natuurlijk veelvuldig in de wens ook zo’n doek om te mogen doen. (Als sjaal?) Dat gaf veel gezoek, want de meeste doeken komen ‘aan een sari’, een beetje te lang voor me.

Uiteindelijk heb ik gisteren…..1 sjaal gekocht. Met zo’n prachtige rand als boven. Hij had ook nog twee niet afgewerkte kanten. Daar moest ik maar mee naar een tailor gaan. (Hij is inmiddels afgewerkt).

Vandaag ben ik dus naar Mandvi gegaan. Omdat de bussen staakten met een soort four-wheel-taxi. Heen was hij snel vol, terug was het een klein uur wachten voor hij vertrok.

Mandvi ligt aan de kust en er worden prachtige grote houten boten gemaakt.

Ik was hier erg van onder de indruk, dus nog maar een foto.

Tijdens het zoeken naar een weg die naar de zee zou leiden zag ik deze prachtige vogels.

Uiteindelijk kon ik hier niet dichterbij de zee komen. Ik kon wel naar the beach, maar dat hoefde nou ook weer niet.

Terug in Bhuj, toch nog maar een keer door de bazaar lopen.

Ook typisch voor hier: de borsten krijgen dmv de kleding extra accent. En ik weet niet of deze vrolijke dames een bh kennen. (of willen dragen).

En banden, het liefst zoveel mogelijk, overal omheen waar het maar kan. Ik zag ook enkele dames met een band, (ter dikte van een armband) door de neus, maar die wilden beslist niet op de foto.

’s Middags ben ik naar een bedrijf, annex winkel geweest dat materialen levert aan het Tropenmuseum en wijlen Abai. Tja, toen viel ik definitief voor twee sjaals, 1 van katoen (met indigo….) en 1 van wol met plaatselijke motiefjes.

In de werkplaats kon ik de weverijen en het indigo verven bekijken.

Hier hangt nog meer katoen te wachten.

Er worden speciale textiel-reizen naar Gujarat georganiseerd. Zoveel aspecten: de mensen, De natuur, de cultuur, de religie, de politiek, het eten en de textiel. En dan zal ik ook nog wel iets vergeten zijn. Maar veel te veel om je overal goed in te verdiepen.

Morgen is er weer een dag.

Het zout der aarde

Na enig googlen bleek deze zin uit de bijbel te komen. Daar gaat het hier verder dus niet over. Maar ik ben in Kachchh (zonder spelfouten getypt). Volgens de reisgids is het India’s wilde westen en de ‘witte woestijn’ heet Rann. Dus ik dacht dat ik in een soort cowboygebied met ranches zou komen. Hoe snel kan een voor-oordeel ontstaan.

Kachchh is een platte vlakte en een tijdelijk, seizoensgebonden eiland. Tijdens de droge periode is Rann vaste grond van opgedroogde modder en zout. Tijdens de monsoon wordt het land eerst door de zee en daarna door de rivieren overstroomt. Door het zout (in die aarde) is het grotendeels onvruchtbaar. (Maar ik geloof niet dat de bijbel dit zo bedoelde……..)

Op de heuvels – boven zee niveau – groeit nog wat gras. In deze harde omstandigheden (de hitte is zomers ondragelijk) leven ook nog mensen. Het zijn stammen en ‘subkasten’ (geen idee wat men hier mee bedoeld) en ze maken prachtige stoffen en handwerk. Het is (gelukkig maar weer) niet mijn stijl. Maar mooi om te zien.

Dus ging ik gisterochtend na aankomst van de trein om half 8, direct naar mijn hotel (dat alweer een geluk, tegenover het station ligt), nam een douche, ging ontbijten en werd daarna opgehaald door Julie, die een excursie had geregeld. Ik heb haar ontmoet in Ahmedabad, ze komt uit Engeland, reist hier ook enkele weken en gaat dan naar een ashram. Ze heeft minder tijd dan ik dus is hier in Bhuj, de hoofdstad van Kachchh, maar 1,5 dag en had me geappt of ik mee wilde op excursie.

De bezochte dorpen waren toeristisch. Maar de mensen zagen er prachtig uit.

Deze dame is aan het handwerken.

Daarna zijn we naar het hoogste uitkijkpunt gegaan. Men zegt dat hier ook Pakistan te zien is. Maar volgens de kaarten kan dit niet. (Ze zijn hier een beetje Pakistan-fobisch).

Hier sta ik in mijn nieuwe kleren voor de zoutvlakte. Zowel de plaatselijke bevolking als ikzelf zijn erg blij met deze aankoop. De stof fladdert om je heen en dit is zalig in de hitte. En je bent altijd bedekt, het is heerlijk in en uitstappen (van een tuk tuk bv), je hoeft je geen zorgen over inkijk te maken en ik moet alleen nog iets bedenken mbt de achterflap bij het ter toilette gaan op het plaatselijk toilet. Maar tot nu toe ging ook dit goed.

Het werd een lange dag, want daarna zouden we de zonsondergang en opkomst van de volle maan in de woestijn gaan bekijken. Vooral de zonsondergang was prachtig.

Her en der staan tentenkampen in deze woestijn, het is onder Indiers erg populair hier een paar dagen in te slapen. (Een soort lokale center parcs). Ook zij gingen in grote getale naar de zonsondergang kijken. Om je te verplaatsen zijn kamelen-karren te huur (er stonden enorm veel kamelen) en ook is er een soort uitkijktoren geplaatst waar al enkele uren van te voren een grote groep mensen op stond.

Ik ben een heel stuk de woestijn ingelopen, ‘de zon achterna’, weg van het lawaai en de stilte in. Dit was heerlijk en prachtig.

Daarna hebben we ook nog de (volle!) maan gezien maar deze werd versluierd door enkele wolken. Dit was jammer, maar ik was ook een beetje blij, want Ik begon enigszins uitgeput te raken.

Ik was om 10 uur terug in het hotel en kon toen gelukkig nog gaan eten. vandaag heb ik rustig aan gedaan. Hiervan later meer.

Ook Ahmedabad

Met al dat moois en de tijd die weer zo snel gaat zou ik bijna een bericht van Ahmedabad vergeten. Maar ik doe rustig aan vandaag, vertrek vanavond met de nachttrein naar Bhuj en om 10 uur kan het museum gebeld worden. Het Calico textielmuseum heeft een prachtige collectie textiel. Er mogen maar 20 mensen per dag in en februari is volgeboekt. 11 Maart ben ik hier nog een keer dus ik probeer nu straks voor die datum een kaartje te reserveren. Dus nu even tijd voor het oude Ahmedabad.

De toegangspoorten naar de bazaar zijn nog intakt. Maar alles is in vervallen, slecht onderhouden staat.

Brommertjes, brommertjes het stikt weer van de brommers. En allemaal denken, nee zijn ze de baas hier in het verkeer.

De Jama Masjied moskee dateert uit 1423. Tja, hij is gebouwd met materiaal van ‘overwonnen’ Jain en Hindoe tempels. En gedeeltelijk verwoest door de natuur, de minaretten zijn ineengestort tijdens de aardbeving van 1812.

Het mooist vind ik de ‘levensbomen’ aan beide zijden van de ingang.

En werkelijk prachtige ‘levensbomen’ (het zijn palmbomen) waren op de muren van de Siddi Sayid moskee te zien:

En ook in Ahemdabad een step-well. De Nederlandse vertaling is ‘stap-put’. Zal wel kloppen, maar het klinkt weer zo…..

dus ik houd het op step-well, hier de Dapa hariki wav (what’s in a name).

7 verdiepingen diep! Een man zei ‘that keeps the ladies in a good condition’, je zal toch maar elke dag hier naar beneden moeten gaan om water te halen. Hij kon ook wel wat extra beweging gebruiken, maar laat maar.

En tenslotte mijn stamcafe voor de lassi (die is hier erg dik en wordt met een lepel geserveerd) en de thee: Lucky cafe. Ik ga nog proberen een foto naar lucky tv op te sturen. Want in Lucky cafe staan tombes, wel zo gezellig, de tafeltjes zijn er omheen gezet. Ik heb natuurlijk naar dit gevraagd, veel geglimlach enz. Maar geen uitleg. Die had ik trouwens toch niet verstaan.