Een afspraak bij de Jama Mashid moskee 31 januari

Vanochtend heb ik een wandeling door de oude stad gemaakt onder begeleiding van Roshan, een ex dakloze. Hij is op 8 jarige leeftijd van huis (in Bihar) weggelopen en is via allerlei omwegen op het station in Delhi aangekomen. Daar heeft hij 4 jaar gewoond, raakte verslaafd aan lijmsnuiven en scharrelde zijn bestaan elke dag weer bijeen met zware hand- en spandiensten.

Hij is ‘gevonden’ door de Salaam balak trust, een ngo die werd opgericht naar aanleiding van de film Salaam Bombay die over straatkinderen gaat. (Wat was dat toch een mooie, indrukwekkende film)

We hebben 2 uur door de steegjes gelopen, waar mijn vader (van oorsprong elektricien) waarschijnlijk nadat hij eerst even wanhopig werd, direct aan het werk zou gaan.

we maakten een teastop onderweg met het plaatselijk ontbijt. De oranje-bruine massa leek me een soort chutney (het leek erg veel op een chutney zoals ik hem maak), smaakte ook zo, maar is een soort griesmeelpap. En er werd weer chaat geserveerd. Het smaakte allemaal heerlijk. (rechts staat de gid Roshan)

Onderweg bezochten we verschillende bedrijfjes, waar vaak kinderen werkten. Veel werk wordt nog met de handen gedaan.

Ondertussen vertelde Roshan me zijn geschiedenis en zijn toekomstplannen. Hij wil naar Amerika. Ik vond het prachtig. Ik hoop echt dat zijn dromen of een gedeelte daarvan zullen uitkomen, en vooral dat hij zijn positieve houding in de toekomst houdt.

De wandeling eindigde bij 1 van de opvanghuizen, waar ik jammer genoeg geen kinderen kon zien, want die waren -logisch- naar school.

’s Avonds gaat er regelmatig een busje van het huis langs de plekken waar de kinderen zich ophouden. Dit is vooral bij het station. De kinderen worden overgehaald mee te gaan. Sommige kinderen zijn verslaafd, sommige zitten in de prostitutie. Op dit moment wonen er 105 kinderen in het huis. Ze krijgen er onderdak, voedsel, worden op een school ingeschreven en gaan in een afkick behandeling indien nodig. Het jongste kind was 4 (slik) jaar. Wat moet dit kind in zijn korte leventje al niet hebben meegemaakt.

Van buiten zag het gebouw er mooi uit, van binnen was het erg verwaarloost. De kinderen sliepen op slaapzalen, er was een grote keuken met canteen en een gemeenschapsruimte.

Daarna ben ik ’s middags met de metro naar het Nationaal Museum gegaan. Voor de metro heb je een plastic ‘muntje’ nodig waarop het bedrag staat dat je voor een bepaalde afstand nodig hebt. Voordat je het metrostation binnen gaat is er een veiligheidscontrole (met een poortje, de bagage wordt gescand, enz) en voordat je het perron op gaat is er nog zo’n ronde. Op het perron bleek er een speciale wagon ‘for women only’ te zijn. Vlak voordat de deuren dicht gingen wilde een echtpaar nog even snel in stappen. De man kwam klem te zitten tussen de deuren. Ondertussen was hij al gesignaleerd door een bewaker, die schel op een fluitje blies. Arme man, hij kwam niet echt gevaarlijk over, maar werd met harde hand uit de wagon verwijderd. Ik moest even denken aan het moment dat ik onwetend in de ‘mannenwagon’ in de metro in Teheran stapte. De man naast wie ik ging zitten stapte op en ging een bank verderop zitten. That was it.

In deze dameswagon zaten bijna allemaal jonge vrouwen in spijkerbroek. Ik heb 3 zgn kurta’s (een soort jurk met splitten aan de zijkanten) geteld. De metro is duidelijk een luxevervoermiddel, maar voor mij goedkoop omdat er geen ‘toeristenprijs’ voor berekend wordt. En je hebt dat gedoe over de prijs niet.

Maar wat is het lichamelijk werk hier toch goedkoop en zwaar en wat moeten die riksja en tuktuk mannen toch elke dag weer sappelen om die dag door te komen.

In het museum heb ik de halve middag in het museum’cafe’ (een soort barak) zitten praten met een nederlandse man die hier onderzoek doet (sociale geschiedenis) en een indiase jongen die duits spreekt en de president een ‘vibrant man’ vond. We zaten herhaaldelijk op verschillende golflengtes, maar wilden echt met elkaar in gesprek en dat is mooi. En die Nederlandse man woonde hier al enkele jaren, dus wist veel.

Maar wat betreft de moslims: ‘die waren India 700 jaar geleden binnengevallen en waren dus geen echte Indiers, het land zelf was de afgelopen 700 jaar door verschillende volken bezet, dus nu moest India zichzelf weer worden’.

Nou, dat geeft voldoende gespreksstof. Net als in het museum, dat ik daarna bezocht, was ik weer heel blij met alles wat ik wist, en realiseerde ik me ook weer hoe weinig ik weet.

Genoeg stof tot nadenken dus weer.

Het museum zelf heeft een prachtige collectie. Het was in verbouwing, de afdeling oudste geschiedenis (3000 jaar geleden) was vernieuwd.

Allahabad 1 februari

Vannacht ben ik met de trein naar Allahabad gegaan. De trein vertrok op tijd! (En kwam met 2 uur vertraging hier aan). Ik was natuurlijk te vroeg op het station, dus het was toch nog lang wachten. s’Nachts slapen er veel mensen op en rond het station. Sommige omdat ze er ‘wonen’, anderen wachten hier op hun trein. Er lopen straathonden tussendoor. En daar sta je dan met je koffertje.

Eenmaal in de trein ben ik direct in slaap gevallen. Vanochtend werd ik al vroeg gewekt door de chai-walla’s, jonge mannen die met grote tonnen thee rond gaan, Chai! Chai! roepend. Voor ongeveer 12 cent heb je een klein bekertje hete sterke kruiden-melkthee. Ik had een leuk gezelschap. Een politieagent uit Allahabad (gaf me meteen zijn telefoonnummer om te bellen als ik problemen had), een jongeman die medicijnen studeert op weg naar Patna en een Italiaanse jonge vrouw die ook enkele maanden hier rondreist. Ondertussen kwam er iemand met brood en massala omelet langs. Dus heerlijk ontbeten, weer veel gespreksstof en ondertussen keek ik vaak naar buiten, daar kleurde het prachtige Indiase landschap onder de opkomende zon.

En nu ben ik dus weer -even- aangekomen, rust!

En dan de politiek……

Tja, dan zegt wordpress: ‘deel hier je verhaal’.

Een paar maanden geleden draaide de film ‘Reason’ van Anand Patwardhan op het Idfa. Een film over het opkomend Hindoe nationalisme. Zo worden er ‘spontaan’ groepen gevormd in de dorpen en steden die vermeende ‘koeienslachters’ mishandelen, journalisten worden gedood (en de daders nooit gevonden). De Militaristische Hindoe jeugdbeweging (waarvan de moordenaar van Gandhi lid was) mag zich weer vrijelijk organiseren en treedt weer zelfbewust op. Modi, de president is hier zijn carriere begonnen.

Straatbeeld in New Delhi

Ook Rahul Gandhi, kleinzoon van Indira (die zacht uitgedrukt ook verschrikkelijke dingen deed) en lijsttrekker van de seculiere Congrespartij is, gaat nu voor het oog van de camera naar de tempel en speelt steeds meer de populistische kaart.

India doet gewoon met de wereld mee: overal reclames, consumeren! consumeren! De mensen worden ook hier gek gemaakt met allemaal troep. De ontwikkeling gaat enorm snel en dat met zoveel mensen, waarvan een groot gedeelte op het platteland woont. En dat met een andere cultuur, godsdienst en geschiedenis. Toen ik hier 20 jaar geleden was, was ‘Dallas’ op de televisie. De hoofdpersoon skiede over een besneeuwde helling naar beneden. Alle kijkers wezen naar mij, ‘Jouw wereld! Kijk dan!’ Zo zagen ze toen het Westen en de televisie, het internet, en de ‘sociale media’ hebben dit alles nog dichterbij, bijna onder handbereik gebracht.

Onverzadigbaar, net zoals in Nederland, ga ‘ns kijken op zondagmiddag in Hoog Catharijne.

In Tegenlicht legde Pankaj Mishra het erg goed uit, in zijn boeken gaat hij nog verder, trekt hij het in een breder perspectief, net als C.A. Thomas bij ons in zijn boek en artikelen doet. Lees en huiver: De autoritaire verleiding.

Gisteren dacht ik bij elk bord, het lijkt de ‘kinloze man’ wel. Net als in Syrie, waar je overal Assad zag hangen, zie je hier overal Modi, bij voorkeur afgebeeld als een lieve, rustige oude man, die een moreel gezag uitstraalt en overal, maar vooral voor jou! zorgt. En ondertussen.

De andere kant is, dat er binnenkort verkiezingen zijn, dus misschien staan er op de helft van die borden verkiezingsleuzen. Ik kan ze niet allemaal lezen.

Hier lacht Modi je toe, thuis wenst Buma je goedenmorgen. want ook Nederland doet met de wereld mee. (Gelukkig nog wel op haar eigen manier, maar laat ons eerst maar de komende verkiezingen afwachten).

Ik vind het een groot voordeel, dat ik hier vaker ben geweest en er veel over heb gelezen. Maar dat is op een ander vlak ook een nadeel.

En buiten Modi en al die ontwikkelingen gebeurden en gebeuren hier op grote en kleine schaal verschrikkelijke dingen.

Ik moest even kwijt, dit onderwerp zal nog wel vaker aan bod komen.

Maar laat me vandaag eindigen met iets moois.

Delhi revisited

Vandaag heb ik enkele plaatsen bezocht die ik ooit, 30 jaar geleden gezien moet hebben. Ik heb er nauwelijks herinnering aan. Soms een geur of een kleur. Soms een bepaald gevoel.

Dus hop! Even een dag met de toeristenhub mee.

Allereerst was daar Purana Qila.

Op een enorm gebied stonden diverse gebouwen waaronder de Qila-i Kuhna moskee uit de 16e eeuw met prachtig inlegwerk.

Er nestelden parkieten (?) in een zijtorentje.

Daarna kwam de India Gate, een poort die werd opgericht ter nagedachtenis aan de vele Indiase soldaten (90.000) die in het Engelse leger in de eerste Wereldoorlog en de grensoorlogen met Afganistan in het Engelse leger mee vochten en stierven.

Bij deze poort begint een lange weg naar een heuvel, daar staan de voormalige (Engelse) regeringsgebouwen. Enorm groot en macht uitstralend. Zelfverzekerd van het gezag. Pas in 1911 werd Delhi de hoofdstad van het koloniale India en werd met de bouw van de stadsuitbreiding begonnen. Het geheel was pas in 1931 klaar. Hoe snel kan het gaan, 16 jaar later werd India onafhankelijk.

Daarna (het wordt toch een beetje een opsomming) kwam de tombe voor Humayan.

Ik liep eerst hiernaar toe, dacht dat dit de tombe was. Het was maar ‘een bijgebouwtje’.

Dit is de echte tombe.

Aan de overkant van de weg ligt Nizamuddin, hier ligt Sheik Nizamuddin begraven, een Moslim heilige die in 1325 stierf en een volgeling van de Sufi Islam was. Zijn graf is nu een belangrijke Sufi pelgrimsplaats. ik kreeg er een vieze hoofddoek en heb bedankt voor een bezoek aan het graf.

En tenslotte was daar de hoofdprijs, de Qutb Minar (minaret). Dit was ooit de hoogste toren van de wereld. (72,5 meter) met de bouw ervan is in 1202 begonnen, (maar heeft niet elk land een hoogste toren van de wereld?) In de loop der tijden heeft de toren natuurlijk van alles meegemaakt, aardbevingen, blikseminslag, oorlogen enz., maar hij is telkens weer hersteld.

Er bleken 22 foto’s van me te zijn gemaakt, allen met dit Pisa-achtige effect. Deze toren staat echter recht.

Het interessants vond ik de resten van de moskee, het is de oudste moskee van Delhi en hij is mede gebouwd door Hindoe’s. De pilaren zijn versierd met Hindoe motieven, zoals een paard, menselijke figuren en er was zelfs nog een fries te zien met afbeeldingen van de geboorte van Krishna. Alles erg ongebruikelijk voor een moskee.

Volgens de gids is er een inscriptie waarop staat dat de kolonnades gebouwd zijn met resten van overwonnen Hindoe tempels (wel 27). Die inscriptie heb ik niet gevonden, er stond nu een algemene tekst.

Ik moet echt erkennen dat niets van dit al ook maar iets van herkenning op riep. Het was allemaal volslagen nieuw voor me. Het enige dat bekend was, was het gevoel toen de tuktukchauffeur me tenslotte meenam naar een winkel met tapijten…..beeldjes…….pashminasjaals…….sari’s………thee. Dat gesprek, dat gevoel. Ik heb me beheerst……niets gekocht.

De ziel komt te paard.

Vannacht om kwart over 1 landde het vliegtuig in New Delhi en na anderhalf uur wachten op de bagage kwam daar de douane: met een driedubbele check van het paspoortnummer, het visum, het ‘landingsbriefje’ en het maken van nog een foto, gevolgd door een duimafdruk (‘please, your left hand madam’) mocht ik ‘erin’. Gelukkig stond daar de afgesproken taxi te wachten en na een tocht door een donker Delhi met nauwelijks verkeer en af en toe een oplichtende vuurtje op de stoep waar de mensen die op straat moeten slapen zich aan warmen, kwam ik enigszins versleten in het hotel aan.

Ik sliep direct.

De volgende dag wist ik even niet waar ik was. In welk leven? Welk jaar? Welk land?

Het ontbijt verhelderde veel. Dit was Indiaas.

Daar werd ik ook door een Zweedse man aangesproken die vroeg of ik met hem meeging met een stadstour, hij had een taxi geregeld. Dit leek me wat veel deze dag, een hele dag auto in, auto uit. Ik wilde naar buiten, lekker lopen, dwars door de jetlag heen. Het hotel ligt aan de rand van de oude stad. Op weg naar het ‘nieuwe’ Delhi en de musea werd het een wandeling door een stad vol tegenstellingen. De mannen achter hun typmachine voor het kantoor van een advocaat en de yup die daar langs loopt via zijn oordopjes luisterend naar de iphone. De vrouwen die met hun handen het vuil van de straat moeten opvegen voor de winkel van H&M die ‘sale’ heeft.

Rozenverkoopsters op Connaughtplace


Het was vandaag een feestdag ‘Beating of the Retreat’ (more military pageantry zei het boek). Alle officiele gebouwen, de musea, de bezienswaardigheden, alles was dicht. Hoe dichter ik bij Raipath (een grote boulevard waar de parade zou plaatsvinden) kwam, hoe drukker het werd met militairen, politie, zandzakken, roadblocks, enz. Het leek me een gezellig feest te worden. Toen er zwart gepantserde auto’s aankwamen rijden, met in het zwart geklede soldaten (?) getooid met bivakmuts en zonnebril, had ik er genoeg van. Ik ben heerlijk naar het park gegaan en heb daar wat rondgewandeld en lekker in de zon (25 graden….code 😊) op een bankje gezeten.

Helaas te vroeg (of te laat) voor de fountain.

Ik ben met een tuk tuk weer naar het hotel gegaan. Plaatselijke tijd om half 8 ging het restaurant open. (Ik wil even niet weten hoe laat het nu in Nederland is). En daar at ik chaat, een soort snack. Deze was gemaakt van aardappels met kruiden. Een soort aardappelkoekje gegardeerd met yoghurt en granaatappelpitten. Dat laatste heb ik hier nog nooit gezien. De vooruitgang (?) ook hier. En ondertussen blijf ik maar denken aan die uitzending van Tegenlicht, afgelopen zondagavond op de televisie.

Die hoed…….

Een half jaar geleden liep Joanna Lumley op de televisie zo enthousiast (met hoed) door India, dat ik me niet kon beheersen. Ik ben geen Joanna, heb ook al die beeldige kleren niet, maar ik heb wel een hoed! Ik heb hem gepakt en ben aan het nadenken geslagen. En nu zijn de plannen klaar, het koffertje wacht en morgen vertrek ik. Ik ga weer (proberen) mijn ervaringen op dit blog te verwerken. Het blog is zojuist ‘ge-upgraded’ – een beetje laat…….. met tal van nieuwe mogelijkheden waar ik dus helemaal geen tijd voor heb om die uit te zoeken. We zien wel!

Bijna thuis

Omdat Mary Oliver het toch weer zo mooi zegt:

It doesn’t have to be

the blue iris, it could be

weeds in a vacant lot

or a few

small stones; just

pay attention, then patch

a few words together and don’t try

to make them eleborate, this isn’t

a contest but the doorway

into thanks, and a silence in which

another voice may speak.

De laatste dag

Tja, bij het ontbijt zat nog een wandelaar. We bespraken het ontbijt. Ik had per ongeluk ook witte bonen in tomatensaus gekregen, allemaal calorieën. We bespraken dat in Engeland de meeste obesitas voorkomt. Dramatische cijfers. Volgens hem kwam dit door de immigranten. Hoe was hij tot deze mening gekomen? Nou, ze waren goedkope arbeidskrachten en wilden graag in de eethuisjes werken. En zo raakten de steden vol met eethuisjes en de Engelse bevolking verslaafd aan het slechte eten. Echt, ik heb nog wel geprobeerd hier enige argumenten tegenin te brengen, maar heb niet het idee hiermee iets bereikt te hebben.

Tijd dus om op stap te gaan. Alleen!

Ik werd met de auto keurig bij het begin van het pad afgezet.

Onderweg kwam ik weer schapen tegen, zouden dit de laatste zijn?

De kust bleef prachtig,

Heel in de verte, daar rechts, is het ‘eindpunt’ te zien, nou ja, eindpunt, hier gaat het pad na de hoek gewoon door, maar daar zou ik Plymouth moeten kunnen zien liggen. (Dacht ik)

Dit is die plek, ooit een belangrijke plaats bij de verdediging van Plymouth tegen een inval van de Fransen……..

Nu waren er koeien……. en kwam eerst nog Cawsand, een mooi oud plaatsje.

Daar waren ook weer de genoegens van de grote stad, want in een leuke, kleine ‘old bakery’ heb ik een zalige salade gegeten, met een volkoren scone!

De volgende kilometers gingen hierna natuurlijk snel…… er was nog een omleiding, er was nog het eerste zicht op Plymouth

En er waren nog de zorgen dat de laatste ferry (ferry’s blijven ook in Plymouth van bijna levensbelang) om 5 uur zou gaan.

Ik bereikte de ferry om tien over 5, die tot 8 uur (tja grote stad) bleek te gaan.

En om 8 minuten over half 6 werden de touwen uitgegooid op de kade van Plymouth, ik was er!

Het was hierna nog 15 minuten naar het hotel.

En toen mochten en gingen de schoenen uit. Morgen op de slippers de stad in.

En dat was gisteren

Ik weet niet meer waarom, maar bij de planning heb ik de laatste 3 dagen uit het boekje in 2 dagen gepland. Dat betekende dus 2 lange wandeldagen. In Fowey sliep ik op een boerderij, een half uur lopen van de ferry. Daarbij opgeteld het wachten op en gaan met de ferry was het een uur ‘extra’ voor ik kon gaan wandelen. De weersvoorspelling was hevige wind en vanaf ongeveer 2 uur regen. Ik ben om kwart over 9 met lopen begonnen.

Het was weer een prachtige tocht, het pad slingerde als een dun draadje over de kliffen. Soms vlak langs de rand.

Met telkens weer mooie rotspartijen.

Om 1 uur zag ik in de verte een donkere lucht aan komen en al spoedig viel de eerste druppel. Het lukte me om mijn regenjack aan te krijgen en de hoes om de rugzak te doen. Maar het waaide enorm en het ging steeds harder regenen. Ik zag me op dat smalle paadje niet op 1 been balanceren om de regenbroek aan te krijgen.

Ik ben nog 2 kliffen op en neer gegaan en toen zag ik een richting aanwijzer: Polperro overland. Een uitkomst, niet meer op die gladde, smalle paadjes klimmen of dalen maar over het land! Ook dat pad ging vlak langs de rand van het klif en het was soms overwoekerd met bramenstruiken en brandnetels. Hierdoor zag ik vaak het pad niet.

Met een drijfnatte broek bereikte ik Polperro, een beeldig dorp, maar helaas door de weersomstandigheden geen foto’s want alles zat in het plastic opgepakt.

Daar was koffie en daar waren scones. Ik was van plan mijn korte broek en de regenbroek aan te trekken, maar de broek droogde wonderbaarlijk snel.

Nu hoopte ik op een bus, want het bleef hard regenen en waaien. De eerstvolgende bus naar Downderry ging over 3 uur, maar een lief oud super Engelse echtpaar ontfermde zich over mij. Ik werd in de eerste bus die aankwam meegenomen en ze bespraken met de chauffeuse waar ik eruit moest, bij het dal waar het riviertje de Derry, doorstroomde. Ik moest het riviertje volgen en kwam dan automatisch weer bij het kustpad uit. Dat zou ik dan nog 2 mijl moeten volgen en dan was ik er. Ik had inmiddels de regenbroek ook aan en begon aan de wandeling. Deze foto is gemaakt toen het even niet regende. Een prachtig klein dal met een rivier.

Bij de kust kon, nee moest ik over de weg want het pad was weggeslagen. In Downderry zelf zou ik niet slapen. Ik moest naar een boerderij weer een stuk landinwaarts. Dit keer had de boer bij het reserveren gezegd dat ik hem moest bellen als ik in de pub van het dorp zou aankomen, dan kwam hij me ophalen. Ik heb daar eerst gegeten en toen gebeld. En het weer klaarde ook weer op. Het is zo raadselachtig hoe dit in, het lijkt wel enkele ogenblikken, geheel kan omslaan.

En tenslotte kwam ik om half 8 daar op die boerderij aan. Ik heb me gedouched en ben op bed gaan liggen en direct in slaap gevallen. Ik werd vanochtend om half 6 weer wakker.

‘Last night I dreamed I went to Manderley again………’

Qua ontbijt ben ik geheel geïntegreerd, ik had deze ochtend o.a. ‘kippers’. Gerookte haringfilets. Het waren ooit 2 grote haringen en met al het andere wat er nog meer bij het ontbijt wordt geserveerd was dit weer een enorme maaltijd. Ik heb gelukkig alweer een tijd geleden besloten het ontbijt als warme hoofdmaaltijd te beschouwen. En elke plaats krijgt een kans op de hoofdprijs: voor de lekkerste salade. Deze prijs is nog niet uitgereikt.

Ik ben inmiddels in Fowey aangekomen, een beeldig plaatsje aan de monding van de Fowey river, nog maar twee dagen te gaan tot Plymouth. (Zei ze met een brok in haar keel, aan alles komt een einde.)

Fowey is bekend omdat Daphne du Maurier hier heeft gewoond. Bekende boeken van haar zijn Jamaica Inn, Rebecca, Don’t look now en the Birds. Allen door Hitchcock verfilmd. Ze heeft op veel plaatsen in Cornwall gewoond en is net zoals Poldark erg bekend. Met het volgen van beide is in Cornwall een lange vakantie te plannen.

Maar Fowey heeft de eer de belangrijkste plaats te zijn. Ieder jaar wordt hier een literair festival rond Daphne Du Maurier georganiseerd, er is een museumpje, een winkel en er staan diverse huizen waar ze heeft gewoond.

Manderley zou daar een van moeten zijn, maar in de film ‘Rebecca’ is dit een groot kasteel, en hier is geen kasteel te bekennen. Niet op de kaarten, niet op de plattegronden, niet als doel van een wandeling, nergens.

Dit zou het huis moeten zijn waarop Manderley is gebaseerd. Ik ben er op weg hiernaar toe ervoor omgelopen. Maar het lijkt niet op de foto’s van de huizen waar ze heeft gewoond.

‘Rebecca’ was een boek dat mijn moeder had. Ik zie het nog staan in de boekenkast en weet niet waarom ik het niet heb bewaard. De meningen zijn erg verdeeld, maar ik zou het omschrijven als een damesroman. Het is een melodrama: een onwaarschijnlijke liefde, een verschrikkelijke huishoudster, een onduidelijke moord en een dramatisch slot.

Er is een prachtige zwart-wit film van gemaakt met een knappe, jonge Laurence Olivier. Zo’n film die met Kerst door de bbc wordt uitgezonden. Heerlijk.

Een klif met een schuur aan de zee speelt een belangrijke rol. En dat zou hier moeten zijn.

Nou ja, ik ben maar lekker door het stadje gaan wandelen, heb het museum en de boekwinkel bezocht en daarna heb ik de ferry naar de overkant genomen en vandaar een prachtige wandeling naar nog een huis van haar gemaakt.

Tenslotte heb ik me in een heerlijke tearoom teruggetrokken met thee en scones. (En iets teveel clotted cream)

‘A man and his dog……..’ ik ben vandaag 6 pitbulachtige honden tegengekomen. 6!

In alle gevallen trok de hond de man met de riem vooruit.

De wandeling naar het andere huis ging weer door een prachtig bos.

De witte bloemen blijkt wilde knoflook te zijn, en gelukkig waren er weer trappen, ik zou ze toch ‘ns vergeten.

En uiteindelijk bereikte ik het huis ‘Ferryside’, de naam alleen al is prachtig, de foto is (natuurlijk) vanaf de ferry genomen.

Wat je ook van haar boeken vindt, ze wist wel de plekjes waar je fijn kon wonen.

En tenslotte kwam ik in de b&b van vandaag, een boerderij.

Nog zo’n plaats waar ik wel zou willen wonen.

Een dag van trappen

Het leek wel of alle trappen vandaag bij elkaar waren gezet. Dat hoop ik althans, want dat betekent dat er hierna geen trappen meer zullen zijn. Weinig kans, er komen nog een aantal steile kliffen en om omhoog, en omlaag te gaan zijn er vaak traptreden aangelegd. Op zich een mooi idee, ware het niet dat de treden allemaal ongelijk zijn en erg hoog en/of diep. Het is dus zwaar lopen, zowel omhoog als omlaag. En bij het omlaag gaan krijgen je knieën bij elke stap een flinke dreun.

Op weg naar de schapen kruipt het pad langs de brem omhoog.

Halverwege was er een mooie onderbreking in Charlestown. Dit is een klein plaatsje met een oude haven. Deze haven wordt vaak gebruikt bij de opnames van films of tv series, bv Poldark.

Het havenhoofd.

Elke dag weer is het water zo prachtig helder. En elke keer weer is het een andere kleur groen, blauw, grijs is.

Vlak voor Par, waar ik zou slapen ging het pad over een enorm groot golfterrein, het stond er vol met bordjes: de wandelaar moest op het pad blijven en vooral vaak naar links en rechts kijken, er kon een bal aankomen. (Zouden die bordjes ook op het terrein voor de golfers staan: er kon wel eens een wandelaar aan komen?) Het pad ging vlak langs de zee, en daar stonden weer borden met waarschuwingen ivm gevaarlijke kliffen. (En dan wil ik ook nog uitkijken of ik niet bij toeval op een slang trap…..)

Hier is het weggezakte klif afgezet met een hek.

In de verte is een oude fabriek te zien. De plek waar het geld wordt uitgegeven gaat moeiteloos over in de plek waar er voor gewerkt wordt, (alleen niet door dezelfde mensen). Vroeger was Par beroemd om het porselein dat er werd gemaakt, China bone. Nu komt het meeste porselein uit China.

Ps

Ik liep ook nog een keer verkeerd, samen met een Engels echtpaar dat ik in de b&b had ontmoet, verkeerd naar beneden, het pad hield daar op en weer omhoog. Dus: ‘that’s one scone more this afternoon’ – ik dacht zo qua calorieën, het is ook een dag voor fish and chips, met azijn. En waar is die azijn voor? De vis of de patat? Ik vreesde het ergste, ik heb het over de patat gedaan (gedeeltelijk). Het viel best mee.