De Dzongla pas (5300 meter)

Het was koud vannacht, en zou nog veel kouder worden.

Ik ben weer opgeknapt (voorzover je daarvan kunt spreken op 5000 meter hoogte), de groep is doodmoe (waarvan 2 geheel kapot) gistermiddag teruggekeerd en we gaan weer verder, op weg naar de lodge onderaan de pas.

Is dit landschap schuldig? Dat zoveel sterven heeft meegemaakt. Natuurlijk niet, de klimmers doen het zich alleen zelf aan. Het landschap is aanwezig – onleefbaar – prachtig – onbeheersbaar – ongrijpbaar en hard, zo hard.

Je ziet de bloempjes bijna worstelen om te kunnen overleven.

In de lodge aangekomen is het water om de wc mee door te spoelen bevroren. Het is sowieso gevaarlijk om naar de wc te gaan, omdat de hele vloer rondom het hurk-toilet bedekt is met een laag ijs. En ook de douche (wat daar voor doorgaat) is bevroren.

‘s Middags komt er een groep van de pas af, zij storten zich collectief op de banken en gaan daar uitgeput op liggen. Ik neem me voor dat als ik het haal ik in de volgende lodge ook zo heerlijk mag gaan liggen. Het liefst in de zon.

De volgende dag staan we om kwart over 5 op, al het water is bevroren. Het ontbijt, pap met thee en koffie (plaatselijke) smaakt goed en er gaan 2 chappatis en 2 hardgekookte eieren mee voor boven op de pas.

We vertrekken om 6 uur.

Het is wel licht, maar de zon is nog niet over de berg heen. In de loop van het eerste uur kruipt hij tevoorschijn.

s’Nachts hebben we op de berg een lichtje gezien, daar bivakkeren bergbeklimmers. Overdag zijn ze niet te zien.

Onze tocht gaat eerst over een ‘pad’ met stenen, dit ‘pad’ verdwijnt en de stenen worden groter. Uiteindelijk wordt het met handen en voeten omhoog klimmen. ‘Boven’ gaat het links om de hoek en wordt het klimmen via rotsen met ijs. Tenslotte bereiken we een gletsjer die moet worden overgestoken.

Er is een spoor, maar dat is verijst.

Als we de gletsjer over zijn komt een laatste klim over rots-sneeuw-ijs omhoog naar de pas, waar de gebedsvlaggen wapperen. Daar krijgen we een kwartier om uit te rusten en foto’s te maken.

Met Lakma en Kayi, ik denk niet dat ik het zonder hen gehaald zou hebben.

Daarna eet ik mijn eieren op.

Daarna gaat de tocht verder alweer een prachtig dal in, nu naar beneden, weer via rotsen-ijs-sneeuw. Langs een enorme sneeuwwand met stenen. We moeten hier voorbij zijn voordat de zon erop gaat schijnen, want dan gaat het dooien en kunnen er stenen wellicht op ons vallen. Dus ook nog doorlopen……

Het terrein werd minder steil en ook het pad werd duidelijker. Eenmaal nog naar beneden en weer omhoog en over dit kammetje begon het laatste pad naar de lodge. Dat was nog een heel stuk langs een stroompje. We komen er om 2 uur aan.

Daar is de douche bevroren, maar er staan banken waar ik heerlijk in de zon op ga liggen. Er landt nog een helikopter om een zieke op te halen. Ik wil, kan en hoef niet te gaan kijken.

Over grenzen, van 4000 meter en die van mezelf

Intermezzo uit Kathmandu

Mijn neus is al 1,5 week verstopt. Ik vermoed dat het een allergie is, ik ben namelijk allergisch voor stof. Soms heb ik er ‘s nachts bloedneuzen van, hoesten doet pijn en soms voel ik me een beetje koortsig. Maar het is hier 24 graden, dus ja, wanneer is het koorts?

Ik ben inmiddels verslaafd geraakt aan mint snoepjes en slinger er ‘s nachts met gemak een rol closetpapier door. En de stem verlaat me vaak. Eergisteren moesten we hals over kop doorlopen naar Lukla om daar een dag eerder het vliegtuig te kunnen nemen, dat verhaal komt nog. Maar zo ben ik wel een dag extra in Kathmandu. Of dit veel uitmaakt voor de keel en luchtwegen (die waarschijnlijk half zijn dichtgeslibd door het stof) betwijfel ik, want iedereen rochelt hier, maar ik kan deze dag nu wel rustig aan doen. Krantje lezen op het balkon en boodschappen doen in een enorme supermarkt. Nivea, de chips, al die merken, ze zijn een wereld aan het winnen hier. Toen ik weer terugkwam met een pond snoepjes, zakdoekjes, tissues en 6 sinaasappels (‘fruit from Thailand’) stonden er 3 rollen closetpapier in de kamer klaar. Dus ik kan er weer tegenaan.

Naar Dingboche (4410 meter)

En weer een prachtige tocht door dat onwaarschijnlijke landschap. De tocht voerde langs een berghelling met zicht op sneeuwbergen en morenen.

Ik vond dat we wel erg snel stegen, maar ik was hierin de enige. Dus doorgaan maar, we zien (en voelen) wel.

Zonsondergang in Dingboche, de wereld was alweer zo mooi.

De volgende dag stond er een acclamatiseringstocht op het programma, op naar een heuvel? naar een berg? Het was 5000 meter hoog, maar de verhoudingen zijn geheel anders hier. De omliggende bergen zijn allemaal minstens 7000 meter.

Wij moesten bijna 600 meter stijgen. Er liep een mooi pad, dat regelmatig onvindbaar was. Het kostte me moeite zo naar boven te gaan, maar ik heb het gehaald. En het uitzicht was weer prachtig.

Naar beneden ging het voorzichtig en langzaam (veel los zand, steentjes enz). Daar nam ik ook nog de verkeerde afslag en werd even later teruggehaald, dus weer even omhoog.

Terug in de lodge heb ik mijn haar gewassen. Met warm water!

A field of stupa’s

Via een dal met alweer (ik zal het vanaf nu niet meer zeggen) prachtige vergezichten op wonderschone bergen, bereikten we een restaurantje aan de voet van een pas. Daar heb ik twee chappati’s met twee hardgekookte eieren gegeten, dat smaakte heerlijk. Daarna was het een lange klim omhoog en bereikten we dit veld met stupa’s.

Een indrukwekkende plek. Voor veel van de gesneuvelde bergbeklimmers op de Mount Everest is er hier een gedenkstupa opgericht, soms met hun lichamelijke resten hieronder begraven. Er liggen beroemdheden en anonieme, niet meer te identificeren klimmers.Je vraagt je af of dit het waard is, zoveel risico’s te lopen, zover te gaan.

We lopen door een haast doods, onwerkelijk landschap. Een landschap dat zoveel heeft meegemaakt. En de natuur is hier zo oppermachtig, zo sterk.

Hierna was het als het ware ‘de hoek om’ en kwamen we in een ander dal. Na een lange tocht hierdoor heen kwamen we tenslotte in

Lobuchi (4950 meter)

Ik heb hier al minder last van de hoogte, maar het hijgen blijft. ‘sMiddags beklimmen we een kleine heuvel en hebben dan uitzicht op de uitloop van een gletsjer van de Mount Everest. Alweer een onwerkelijk, het lijkt wel doods landschap. Nu een enorme stroom puin, morenen en ijs. Heel in de verte ligt de gletsjer,

Na een nacht slapen, het is hier ijskoud, gaan we de volgende dag op weg naar Korecheb, om vandaar het basiskamp van de Mount Everest te bereiken. Als we een heuvel naderen, die weer beklommen moet worden, sta ik stil en het lukt me niet om verder te gaan. Ik heb die nacht slecht geslapen, werd regelmatig hijgend, naar adem happend wakker en de hoofdpijn gaat ook niet over. En ik heb al zoveel moois gezien. Ik wil terug naar de lodge en ga dan ook. Kayi, de sherpa brengt me. Als hij daar aangekomen is en een kom noedelsoep eet krijg ik direct trek en eet ook een kom soep op.

De lodge is, op een man na, leeg en er wordt schoongemaakt. De man hangt half, suf op de bank en zegt dat het beter is om lager te gaan. Ik zit verder die ochtend op een stoeltje buiten in de zon en doezel wat. Ondertussen vliegen reddingshelikopters af en aan. De eigenaar van de lodge heeft een radioverbinding met de piloten en de gesprekken gaan de hele tijd door. Na de landing worden de materialen voor de lodge uitgelaten en strompelt de zieke, vaak ondersteunt, de helikopter in. Dit alles met draaiende wieken. Binnen vijf minuten vertrekt de helikopter weer.

‘sMiddags ga ik naar mijn kleine eenpersoons kamertje en daar schijnt de zon in! Ik had geen groter geschenk kunnen krijgen. Ik lig de hele middag heerlijk warm te lezen in de zon.‘s Avonds blijken er meer mensen door ziekte geveld. Er zitten drie Nederlandse alpinisten, die ook geen pap meer kunnen zeggen. De volgende dag gaan we met zijn vieren op zoek naar een koffietentje, dat in dit door God verlaten oord, op de rand van de wereld, zou moeten zijn. Ik houd het maar op thee, maar wel met appeltaart. Het gaat dus weer goed met me. En daar bespreken we ook, dat wehet nu nog kunnen’, tja, ondertussen landt er weer een helikopter.

Thyanboche (3800 meter)

Na Namche Bazar begon de tocht ‘echt’. De lodge in Namche zou de laatste redelijk schone blijken te zijn. Vreugde, toen ik er na twee weken terugkeerde. Een schoon bed en een douche die het deed met lauw water.

Eerst klommen we uit het dorp, daarna was het lang vals plat. Na de lunch ging het steil omhoog. Onderweg veel toeristen (in beide richtingen) en yak karavanen, de dieren volgeladen met spullen. Thyanboche is een klooster, waar eens per jaar het Mani Rimdufestival worst gehouden.

Het klooster ligt hoog op een berg, strategisch (altijd strategisch) met zicht op twee dalen.

Bij onze aankomst werd er door de monniken gedanst. Alvast ter voorbereiding van het festival.

De dag erna zou het hoogtepunt zijn: de zegening door de lama.

Het was koud in Thyanboche (het zou later nog veel kouder worden). Hier maakte ik kennis met de kachel. In het midden van de eetzaal (de centrale en enige gezellige plek in de lodge) staat een kachel. Deze wordt gestookt met hout (als dat er is) of yakmest. Dat laatste geeft een speciaal aroma……)

Het romantisch effect ontstaat door de kou, de lens beslaat. Ook lopen de batterijen snel leeg door de kou en hoogte.

‘s Nachts stoppen we ze daarom in de slaapzak, evenals de kleren voor de volgende dag.

Het was onduidelijk hoe laat de feestelijkheden zouden beginnen, dus ben ik met een groepje de heuvel opgegaan, voor een kleine wandeling. daar was daar ook het eerste herinneringsbord ter ere van gestorven bergbeklimmers. Er zouden er nog veel volgen.

‘sMiddags begon het feest dan echt. Allereerst met een optocht vanuit het klooster naar de plaats van ceremonie.

Deze gemaskerde man loopt voorop. Om de boze geesten af te leiden.

Inmiddels had de plaatselijke bevolking zich verzameld om de zegen van de lama te krijgen. Dit was een oude broze man, die ondersteund door twee monniken de 200 meter liep. Hij las de gebeden op door een enorm vergrootglas, verlicht door een modern halogeen lampje. Zou hij de volgende winter nog wel halen?

Er waren veel mensen uit de omliggende dorpje gekomen, die allemaal netjes zaten te wachten op hun beurt. Ondertussen werden er koekjes en iets te drinken uitgedeeld.

Omdat ik ‘er toch was’ samen met Kayi (een van de sherpa’s) en Marcello, een groepslid ook de zegening ontvangen. Dit was nog veel gedoe. We stonden op een gladde berghelling in een grote groep en er was veel gedrang en er ontstonden ruzies. Maar…. oudere vrouw….. de monnik die de menigte met een stok in bedwang hield liet me voor gaan, Marcello zei vlug dat hij mijn zoon was (nou ja! We scheelden maar 15jaar) en Kayi volgde ons snel.

De foto is zoals het hoort, sjaaltje, snoep en geld, alles wordt aan het klooster gegeven. De monniken mochten als eerste bij de lama komen. Zij kregen de offergaven van de bevolking.

Na de zegening, zonder geld, zonder sjaaltje, kregen we een onduidelijk watertje op de handen gegoten, waarvan ik niet begreep of ik het moest opdrinken of er de handen mee moest schoonmaken. Daarna volgde een hand vol tsampa balletjes (gerst) en wat rode balletjes, ook geen idee wat dit was en waarvoor het diende.

Maar Kayi was blij!

Van al dit eten heb ik niets overgehouden, dus trokken we de volgende dag ‘ gelouterd’ verder. Het zou nog hoog en zwaar worden en ontzettend mooi blijven.

Ik ben er weer…. nog…..

CDDA1C57-97EB-44E0-AF5E-42CF625B3441.jpegNa een kleine veertien dagen weer terug in Namche Bazar. Het was erg zwaar (soms) en altijd erg mooi. En in Namche verkopen ze illy koffie, bijna weer als thuis. En ik ben hier ook nog onder de douche geweest! Als de vliegtuigen vliegen ben ik over 2 dagen in Kathmandu, vandaar volgt meer. Tot dan, Groetjes, Marga

Namche Bazar (3440 m)

Vandaag dus hier in Namche Bazar aangekomen. Een bergstadje met een mix van bergsport toeristen  en lokale bevolking. De yaks lopen beladen langs de atm en ik zit hier in het 8848cafe waar ze heerlijke illykoffie schenken. Alles door elkaar dus. En Ik ben nog niet van de koffie afgekickt.  Een prachtige tocht hier naar toe, met het eerste zicht op de Mount Everest:

8DABC0F7-70C6-4FE7-9B42-86556E99CEB9.jpeg

 

Onderweg vlogen er meer helicopters over dan dat er fietsers in Kathmandu zijn. Aan de andere kant van het pad was het uitzicht ook prachtig:

3EC11E79-C214-4362-9AD5-BE2E517B67AE.jpeg

 

Met mij dus alles goed. Het glas van mijn horloge ging spontaan aan het barsten… waarschijnlijk de hoogte? Ik heb het in een  verbandje verpakt en hoop dat het nog gemaakt kan worden.

Ik heb de was op de plaatselijke wasplaats gewassen en die hangt in de tuin van de lodge te drogen, dat schiet niet op, maar vanavond stoken ze de houtkachel, daar ga ik het om heen hangen. Overigens een prachtige lodge hier in Namche. Wat slapen betreft waant je je af en toe in de Alpen. Na de was ben ik naar de plaatselijke gompa op de berg geweest, je merkt het direct als je een stap omhoog zet, hijgen bij elke stap. En de sandalen hielpen ook niet echt op het pad.

Met een groet, uit Namche. Dit is de plaatselijke toegangsstupa, helemaal nieuw, 6 maanden jong. De vorige was verwoest bij de aardbeving.

0FC36196-A0A0-48BC-93C6-6BFCF0FC8F3F.jpeg

 

Lukla (2800 m)

Vanochtend om 7 uur naar het vliegveld vertrokken, waar het een chaos was. De vliegtuigen konden tot 10 uur (bewolking) niet vertrekken. Uiteindelijk om 14.30 uur met een Helicopter naar Lukla vertrokken. Ondanks de bewolking was het een prachtige tocht. Nu in Lukla (een straat naast de landingsstrook) gegeten en even, af en toe werkt het WiFi. Dus ik houd het kort.

Ik heb natuurlijk spectaculaire foto’s….. maar het lukt niet deze op te laden.

Morgen om 6 uur op en dan begint de tocht.

bistali! (= langzaam -snel gaat sowieso niet)

ik denk dat dit nu het laatste bericht is…….

 

Een dag in Kathmandu

Het heeft vannacht geregend en toen ik vanochtend de straat op stapte was het net droog, er was geen berg te zien en het dal zat dicht. En ik dacht heerlijk weer wandelen. Nou ja, vandaag was dit alleen maar naar de hoofdstraat om een taxi te onderscheppen. De groep is bijna compleet, we kregen vanochtend de briefing van de gids. En dat was leuk! Want de sherpa die ons gaat gidsen is Lubla, een van de gidsen van de Manaslu-tocht van 4 jaar geleden.

Na de briefing nog wat spullen gekocht, o.a. Een soort zak waarmee je de slaapzak compacter kunt maken, zodat hij weinig ruimte inneemt. In Thamel, de toeristenwijk zijn veel bergsportwinkels met veel namaak. Toen ik mijn slaapzak had uitgepakt zei de jongen van de winkel direct ‘it is real!’

De boekwinkel wel bezocht, maar ik heb me beheerst. En ik kom nog terug hier.

Daarna op zoek naar een bureautje dat treintickets voor India verkoopt. Dat, met de grote reclame op het raam bleek ze niet meer te verkopen, maar ze wisten wel een ander. Dat zou 10 minuten lopen moeten zijn, maar omdat het verkeer in het straatje waar ik door heen liep van twee kanten kwam en elkaar en zichzelf vastzette, en er zelfs geen voetganger meer door kon duurde deze wandeling ruim een half uur.

Het goede nieuws daarna is dat ik voor 2 lange treinritten een eerste klas en een tweede klas sleeper kaartje heb kunnen kopen.

Daarna heb ik geprobeerd de stank, de vervuiling en chaos van het verkeer op een foto vast te leggen.

Diep respect voor de politie agenten hier, een gedeelte van Thamel wordt auto-en brommer vrij gehouden en de borden met ‘verboden voor auto’s en brommers’ worden door groepjes agenten bewaakt. Ik heb het plan een fietstocht te gaan maken naar Bhaktapur afgelast. Er zijn trouwens nergens meer fietsen te huur en ik heb deze dagen 4 autochtone fietsers gezien. In totaal!

Na het oversteken van deze straat had ik geen zin meer om met een taxi naar Bodnath te gaan. En ben lekker door het niet toeristische (of minder) gedeelte van Kathmandu gaan wandelen. En ontdekte nog een stupa.

Vanaf morgen denk ik een tijd geen berichten meer. Alhoewel er wel soms wifi schijnt te zijn. We zien wel. In ieder geval tot de 19de! (Hoop ik)

Een overstap in Delhi

Ik reis met een retour van de KLM naar Delhi en heb een enkeltje naar Kathmandu bij air India gekocht. Dat is zo al twee keren (weliswaar met wat moeite) goed gegaan. Ik hoefde niets aan mijn bagage te doen en bleef dan in de transithal. Ik ben nu dus weer zo ‘s nachts na aankomst naar de transitbalie gegaan. Air India wees me naar de dame van de KLM, die met iemand in gesprek was en er duidelijk geen zin in had. Uiteindelijk vroeg ze me het paspoort, het ticket en het bagagebriefje, belde alles door en zei daarna dat het niet ging. Ik moest door de douane, mijn bagage van de lopende band ophalen, even ‘uit’ India gaan, weer inchecken, weer door de douane en weer door de veiligheidscontrole. Je moet wat zo midden in de nacht bij 21 graden Celsius, vooral als je je winterjack aan hebt.

Overal stond een rij, maar ik had 5 uur de tijd en kon zo deze goed besteden. Zo wilde ik alvast wat Indiase Rupees pinnen voor later. Ik heb 3 atm’s geprobeerd, het lukte niet. Bij de douane raakte ik verzeild in een islamitisch reisgezelschap, ik had ze daarvoor al in de vertrekhal op de grond zien zitten. Ze hadden prachtige potten met water bij zich. Het waren mensen van het platteland, de vrouwen met beeldig geborduurde doeken, de mannen met prachtige verweerde gezichten. Allen op blote voeten. De verhouding was 4 vrouwen per man. Bij de paspoortcontrole blevende de heren er bij staan om de situatie aan de douanebeambte uit te leggen. Dit duurde lang, het was een een al verwarring en uitleg. 2 Vrouwen waren geheel bedekt, lieten hun paspoort zien en de bijbehorende man legde dan uit (denk ik) hoe ze er uit zagen, of waren ze op de foto ook geheel bedekt? Maar het doekje ging niet weg. Halverwege dit al werd ik door de douane geroepen (hij had duidelijk even zin in iets anders) en toen ik direct aan het uitleggen ging waarom ik India al weer uitging, terwijl ik er een uur tevoren was binnen gekomen, ‘my luggage’, begon ik, antwoordde hij dat hij niet interested was in mijn luggage. Hij had er genoeg van! Straalde hij uit. Tja ik was er ook niet interested in, liever niet, maar soms raak je in een situatie.

Tenslotte was daar de veiligheidscontrole, er stond een enorme rij met flesjes water en ik wilde mijn flesjes die ik uit het vliegtuig had meegenomen er ook alvast maar bijzetten, maar dat hoefde niet. Dus de flesjes weer terug in de tas en met de tas door de x-ray. Alles werd goedgekeurd.

En dan kom je tenslotte in de taxfree afdeling, die bijna net zo is ingericht als alle andere taxfree afdelingen. Alleen wat meer heerlijk ruikende oosterse geurtjes (maar daar krijg ik hoofdpijn van, dus niet gekocht) en wat souvenierwinkeltjes. Maar ook congac, en whiskey, enz. Hoe zou het islamitische gezelschap hier doorheen zijn gelopen? Met de roltrap omhoog kom je in de ‘foodcoart’, waar ze heerlijke dosa’s hebben. Waar ik me al dagen op verheugd had. Maar ik zat vol met het vliegtuigeten en had alleen maar dorst. Ik had nog wat rupen van de vorige keer over en dacht met deze 150 een kopje cappuccino van 135 te kunnen kopen. Omdat er altijd een nauwelijks te berekenen tax bijkomt vroeg ik aan de jongeman of een cappuccino haalbaar was met mijn 150 Rupees Just! Zei hij en gaf er ook nog een flavour vanille bij. Op het bonnetje stond daarna 153,40. Dus ik keek hem vragend aan, wat nu? ‘It’s een gift’ sprak hij. En toen was ik de KLM dame, en alle rijen weer vergeten.

Het is nog 2 uur wachten en slaap heb ik niet, het is alleen maar warm dus drink ik mijn klmflesjes op.

Ik ben nog even gaan kijken naar het islamitisch gezelschap. Ze reizen naar Bahrein, en dragen een tas met hadj en nog iets erop. Op bedevaart, de reis van hun leven.

Bij gate 19 liggen toeristen op de grond te slapen. Jonge mensen, de meisjes zeer op het warme weer gekleed. De man van het housekeeping team kan er geen genoeg van krijgen. Het wordt erg schoon hier bij gate 19. Zou ze met die korte rok ook langs het inslamitisch gezelschap zijn gewandeld?

Kathmandu

En nu ben ik al 1 dag in Kathmandu en ben al weer een leven verder.

We stegen in Delhi om 7.40 uur in de smog op, vlogen toen een uur in een stralend blauwe lucht en daalden toen weer in de bruine smog af. Beide steden zijn ontzettend vervuild.

Door de douane ging het in een zucht, de bagage was er en buiten stond de taxi van het guesthouse te wachten. In het vliegtuig had mijn buurman me nog gevraagd hoe laat het was. Ik had waarlijk geen idee en dacht de hele tijd vanochtend heb ik nog mijn krantje op de markt gehaald. In Delhi ging de klok 3,30 uur vooruit, in Kathmandu kwam daar nog 15 minuten bij. Maar in Nederland ging ook de wintertijd in, mijn wereldklok op de telefoon geeft 4,45 uur tijdsverschil aan.

Uiteindelijk was de nacht zeer kort, en omdat ik bijna niet geslapen heb, voelt het nog steeds als dezelfde dag aan.

Alleen wil ik nu de hele tijd de krant van maandag downloaden, maar het is pas zondag.

Nou ja, om maar in 1 keer aan het tijdsverschil te wennen ben ik vanochtend niet gaan slapen, maar heerlijk rustig (dacht ik) door Patan gaan lopen. Het verkeer is echter verschrikkelijk druk. Brommertjes, brommertjes, brommertjes en auto’s. En allemaal in de file. Toen ik een foto van de smog wilde maken kwam een brommer me achterna. ‘Ik ben van het guesthouse, u loopt verkeerd’ -ja, dat zeggen ze allemaal, maar het was hem echt, volledig ingepakt, helm en zonnebril op. Van mijn foto van de smog begreep hij weinig.

Diep in de verte hangt de smog.

In het oude stadsdeel van Patan hangen grote borden met de vraag of we wel voorzichtig met de uiterst kwetsbare tempels willen zijn. Dan lijkt het me verstandig er eerst de brommers te verbieden.

De tempels en oude gebouwen waren schitterend, ik heb uitgebreid het museum bekeken, en weer een Kumari, (een levende godin) gezien. Voor geld mocht ik een foto van het arme kind maken. Ik heb het niet gedaan. Het meisje zat volledig als godin aangekleed en behangen met juwelen strak in het gelid voor zich uitkijkend, 9 jaar, godin sinds ze 5 jaar was.

En de laatste tempel vandaag was de Golden tempel. En daar was het feest. Het Boeddhabeeld van deze tempel was aan de beurt om feestelijk te worden rondgedragen door de buurt. Een muziekband voorop, wat monniken, het beeld onder een parasol en tenslotte vrouwen met offergaven. Buiten de tempel ontstond wat rumoer. Door de aardbeving was het gebouw aan de overkant ingestort (de stenen werden door vrouwen in een draagdoek om hun hoofd het bouwwerk op gebracht) en was de straat geheel opengebroken. Daar werd nu aan gewerkt. En had vandaag op de grote dag klaar moeten zijn. Dus gingen de monniken in het gedrang van belangstellenden, muzikanten, dragers en toeristen hierover juist nu met de stratenmakers in gesprek.

Tijdens hun rondwandeling heb ik de prachtige tempel bewonderd en heb gewacht tot alles weer terugkwam.

Doodmoe kwam ik om 6 uur weer in het guesthouse aan. En sliep tot de volgende morgen 8 uur.

Kathmandu revisited

Vandaag was het herinneringsdag. In 1984 bezocht in Nepal voor het eerst en wat is er veel veranderd en veel ook helemaal niet. Allereerst wilde ik na een wandeling van 2 uur koffie gaan drinken bij Pumpernickel, dat was toen een Duitse hippie-bakkerij waar je volkoren brood kon kopen. Nu is het een yuppentent met alle soorten koffie, broodjes en taartjes. Je waant je even terug in Nederland. De bezoekers zijn of jong en zitten achter hun laptop met thuis te skypen of oud(er) zoals ik bv en komen voor de herinnering. En de koffie is er heerlijk.

Thamel, de toeristenwijk is verder nauwelijks veranderd. Behalve dan weer de enorme hoeveelheid brommers die door de nauwe straatjes scheuren. En ik verdwaalde er weer, zoals altijd.

Daarna ben ik naar Swyambhunath gewandeld. Toen, in 1984 was dat een prachtige wandeling door de rijstvelden, nu is alles volgebouwd. Maar de klim naar omhoog, met de stalletjes, de waarzeggers en de aapjes is nog precies hetzelfde.

En de sfeer ook weer. Het was er weer prachtig. Samen met Bodnath (voor morgen) zijn dit mijn 2 plekken in Kathmandu waar ik zoveel mooie herinneringen aan heb en waar ik altijd weer naar toe ga als ik hier ben. Op de trappen van deze tempel is in 2014 mijn portemonnee (waarschijnlijk ….. de rits van mijn heuptasje kan ook zijn opengesprongen want het zat erg vol) gestolen. Ik heb de aangifte nog, maar ben in Nederland de verzekering helemaal vergeten.

Maar verder mooie herinneringen en te her-denken.

Voor de stupa ligt de Vajra, zowel in het hindoeïsme als in het boeddhisme symbool van de kracht (als van een bliksemschicht) en de schoonheid en sterkte (als van een diamant). En de aapjes zijn er ook nog en eten weer de rijst op die voor de vogels is bedoeld.

De reis….en het doel

Als het goed is, is dit ‘de berg’, de Mount Everest. Ik vloog er bijna precies 2 jaar geleden langs. Ik zat aan de goede kant van het vliegtuig, tussen enthousiaste medereizigers uit Nepal en Sikkim. Die me allemaal wezen op ja, ‘de berg’. Of de berg op deze foto hem echt is weet ik niet, al die bergen waren (en zijn) imposant en onwaarschijnlijk prachtig.

The journey is more important then the goal. Stond er ooit op een muur van een klooster in Ladakh waar ik jaren geleden langs liep. Het werd mijn lijfspreuk, en niet alleen bij het wandelen.

En nu ga langs al die imposante bergen lopen en daarmee ook ‘de berg’ benaderen. Benaderen, want het is hoog daar. Dus geen idee of en hoe ik het doel zal halen.

Maar zeker is dat het een reis wordt. Door diepe dalen en over hoge passen.

Daarna (‘want ik ben toch in de buurt’) wil ik met de bus en/of trein door noord India langs boeddhistische en hindoeïstische heilige plaatsen reizen.

Nog meer doelen om onderweg te kunnen zijn dus.

Als het mogelijk is zal ik weer regelmatig op dit blog verslag doen.

Af en toe verschijnt er tussen mijn berichten opeens een reclame boodschap, sorry hiervoor. Het is de moderne tijd

en niet alleen de Boeddha gaat met zijn tijd mee.

Inmiddels is het blog wel beveiligd, er zit een slotje in de bovenbalk. Dat weer wel.

Afscheid van Sint Petersburg

Paustovski en Sint Petersburg

‘In Leningrad bracht ik zoals altijd het grootste deel van mijn tijd door in de Hermitage en het Russisch Museum.

De lichte schemering in de zalen van de Hermitage waaraan het donkere bladgoud een zekere glans verleende, heb ik altijd als iets heiligs ondergaan. Ik ging er binnen als in de schatkamer van het menselijk genie. Hier heb ik voor het eerst, heel jong al, een gevoel van geluk gekend dat ik mens was en begrepen hoe groot en goed deze kan zijn.

Aanvankelijk voelde ik me een beetje verloren tussen deze bonte stoet van schilders. Mijn hoofd duizelde van de overvloed aan opgehoopte kleuren en ik ging, om een beetje op verhaal te komen, naar de zalen met de beeldhouwwerken.

Ik bleef daar lang zitten. Hoe langer ik naar de beelden van anoniem gebleven Griekse beeldhouwers of naar bijna onmerkbaar glimlachende vrouwen van Casanova keek, des te duidelijker begreep ik dat deze beeldhouwwerken een appel richten aan het schone in ons zelf, dat zijnde voorboden zijn van het zuiverste morgenrood van de mensheid.’

In Sint Petersburg hebben we een wandeling gemaakt die Paustovski graag maakte.

De tocht ging hoofdzakelijk langs het Gridoebovakanaal. (Een dag later liep ik hier ook, op zoek naar de synagoge. Zoeken, vragen en maar door lopen. Ik heb het enkele keren gevraagd, soms liep men een stukje met me mee, maar ik heb hem niet gevonden. Ik liep wel ‘van de kaart af’, de kaart hield hier op!)

Onze gidsen. Beiden wisten ontzettend veel, over Paustovski. De vader van de vrouw (de naam ben ik vergeten) heeft een boek over hem geschreven. We kregen van haar een mooi boekje. (In het Russisch) Twee betrokken mensen, die met veel zorg ons begeleidden.

Het regende een beetje. Maar Sint Petersburg is ook mooi in de regen.

Het museum van het beleg en de overwinning van Leningrad.

Politiek (uit de audio-tour)

Direct na de overwinning op de Duitsers besloten de bevolking van Leningrad en de militaire leiding van die stad dat er een museum over deze periode moest komen. Al in 1944 werd dit – met vaak persoonlijke spullen van de bevolking – ingericht.

De leiders van de strijd eisten na de oorlog hun plaats in het landelijk bestuur op. Stalin (en andere machthebbers) zag dit als een stap naar autonomie, voelde zich bedreigd in zijn macht en vond dat zijn rol bij het breken van het beleg onderbelicht was en ging tot vervolging van deze leiders over. Het museum moest gesloten worden en een gedeelte van de materialen werd vernietigd. De bevolking redde wat er nog over was en verstopte dit. (Ook dit werd als verzet tegen de centrale macht gezien)

Een aantal leiders werd gedood, anderen kwamen in de goelag terecht.

Na 25 jaar werden de overlevenden gerehabiliteerd.

In 1991 werd er opnieuw een museum ingericht.

De ingeneurs die de spoorlijn ‘Road to freedom’ hebben aan gelegd bij de eerste trein die daarover reed.

Symfonie van honger, dood en hoop

‘De zevende symfonie van Sjostakovitch werd voor het eerst opgevoerd op 9 augustus 1942. In september 1941 waren de Duitsers begonnen met het beleg van de stad, die al vele jaren leefde onder de terreur van Stalin; ruim een miljoen mensen stierven er en nog eens anderhalf miljoen mensen ontvluchtten de stad. Tegen die achtergrond schreef Sjostakovitch zijn symfonie over het beleg. De musici die haar uitvoerden, waren afkomstig van stedelijke orkesten in verval en voelden zich amper in staat te spelen.’

Maar ze speelden.

Toen ik in de hal zat te luisteren naar de audio-tour kwam de dame van de kaartjes uit haar hokje en ging schoonmaken.

Wat had ik graag mijn foto’s van dit museum aan mijn vader laten zien en alles vertelt. Hij had altijd zoveel bewondering voor het Russische volk en wist alles over de slag van Stalingrad en het beleg van Leningrad.

Anna Achmatova

‘In het verschrikkelijke jaar van de Jezjov-terreur heb ik zeventien maanden door gebracht met wachten in de rij voor de gevangenis in Leningrad. Op een dag werd ik door iemand in de drukte herkend. Achter me stond een vrouw, met lippen die blauw van de kou zagen, en die me natuurlijk nooit eerder bij mijn naam had horen noemen. Nu ontwaakte ze uit de verstarring die ons allen in de greep had, en ze vroeg me op fluistertoon (omdat iedereen daar fluisterde) ‘Kunt u dit beschrijven?’

En ik antwoordde: ‘Ja dat kan ik.’

En toen gleed iets van een glimlach over wat eens haar gezicht was geweest.’

Anna Achmatova, ‘In plaats van een voorwoord, Requiem, 1935 – 1940

Tegenover de gevangenis, aan de overkant van de Neva staat een standbeeld van haar. Ze kijkt om naar de gevangenis.

Haar zoon is 4 keer gearresteerd en ze heeft daar vaak in de rij gestaan om bij hem op bezoek te gaan.

Ik heb het museum bezocht dat is gevestigd in het huis waar ze woonde. Ze had zoveel bewonderaars, dat Stalin haar niet durfde te arresteren. Maar wel haar zoon en ook haar ex-man, met wie ze in het huis na de scheiding bleef wonen.

Vanuit haar kamer keek ze uit op een park. Ze keek elke dag even, en wisselde dan een blik met de man van de kgb die daar stond.

Detail van een portret door Nathan Altman (Russisch museum)

Met deze hand schreef ze niet alleen haar gedichten: er is een periode geweest dat ze (terecht) bang was dat de gedichten in beslag zouden worden genomen. Daarom leerde ze de gedichten uit haar hoofd, nadat ze voltooid waren. Daarna verbrandde ze.

’s Middags ben ik naar het Russisch museum gegaan. Een heerlijk rustig en prachtig museum. De Hermitage is verschrikkelijk druk, vooral met groepen toeristen. In het museum bekeek ik de schilderijen uit de 19e en 20e eeuw. Prachtig. Het museum is enorm groot en de schilderijen zijn niet te dicht op elkaar opgehangen. Natuurlijk veel Repin, Kandinsky en Malewich, maar er is zo veel meer.

‘Kinderen’ (detail) – Alexei en Serge Tkachef

‘Kinderen’ – Valentin Serov

’s Avonds zijn we met een groepje naar een concert geweest. Er trad een fluit kwartet op,vier jonge mensen, die klassieke muziek (bewerkt voor vier fluiten) speelden voor een een enthousiast Russisch publiek. (Veel familie en vrienden).

Dit alles op het dak van een hotel. Omdat het nogal waaide en af en toe regende was er een soort tent op het dak gezet. Af en toe ging het plastic hard te keer. Toen we thee bestelden kregen we een prachtige glazen theepot per persoon.

Bij het hotel hadden ze eerst gezegd dat we met de taxi er heen konden, toen werd dat weer afgeraden, (druk en de hele stad raakt verstopt), de metro was beter, maar ook die werd even later ontraden in de de spits. Dat viel wel mee.

Er bleken prachtige metrostations te zijn, met beeldhouwwerken, jugendstil achtige lampen en schilderijen.

Daarom ben ik de volgende dag met de metro naar het Moskou treinstation gegaan ( begin van de 5 km lange Nevski Prospekt), en ben onderweg uitgestapt, maakte een foto en ben op de zelfde lijn in de volgende trein gestapt.

Op metrostation Puskinkaya staat beneden, tussen de twee perrons een beeld van Poesjkin. (Met een bosje bloemen)

Het Moskou station is erg mooi, maar staat in de steigers. Dichtbij dit station is de Marata straat, waar Sjostakovitch heeft gewoond. In het gebouw is nu een bank gevestigd. Een eenvoudige plaquette op de muur herinnert aan Sjostakovitch (ik hoop tenminste dat dat er staat).

Daarna liep ik eerst een stuk de Nevski Prospekt af, met onderweg een kopje koffie met een klein gebakje in een prachtige gebakswinkel, annex restaurant uit 1903. De piano speelde Debussy (dmv een rol, er zat geen pianist) en de inrichting was wonderschoon.

Tenslotte wilde ik via een omweg weer terug naar het hotel. Maar liep verkeerd, liep ‘van de kaart af’ maar zag gelukkig een metrostation. En ik had nog een muntje.

Zo was ik toch nog op tijd voor vertrek naar het vliegveld.

En nu ben ik weer thuis, het was een mooie reis met een prachtig vol programma.

En nu dit alles nog verwerken.