En ben ik op reis?

Gedachten op het einde van de reis

Ik denk dat het ongeveer 15 jaar geleden is dat ik ‘ingenieurs van de ziel’ las en geraakt werd door het lezen over het leven van de schrijvers in de Sovjet Unie. En al veel langer kan de muziek van de componisten uit die tijd me emotioneren. Na Frank Westerman ben ik o.a. Paustovski gaan lezen, met zijn prachtige beschrijvingen van zijn leven (en daarmee de tijd waarin hij opgroeide en volwassen was), de natuur en zijn filosofische bespiegelingen. De titels Geschiedenis van mijn leven, Begin van een onbekend tijdperk, De tijd van grote verwachtingen, alleen al, zijn kleine mooie verhaaltjes die prachtig het grote verhaal verwoorden. Het is daarom heel bijzonder te reizen langs plekken die een rol spelen in die boeken.

Het is een prachtige reis, maar ik voel me niet op reis. Ik zit in een bubbel, weliswaar een prettige bubbel; veel mensen weten enorm veel over Paustovski, Russische literatuur en/of cultuur, of hebben veel in andere landen gereisd, maar het is wel een bubbel. En niet mijn zelf gekozen, zelf bepaalde bubbel. En dat betekent concreet dat de bubbel alles bepaalt en niet jij. Dus zit ik veel in de bubbel (bus, trein, boot, groep) en kijk naar buiten, in plaats van dat je buiten echt bent. Ik mis de contacten, het gaan door de Russische wereld, de leuke baby die je even aandacht geeft, met daarna een trotse blik van vader of moeder, het moeten zoeken (naar een bepaalde bezienswaardigheid), verdwalen in een stad, de contacten met de mensen in het openbaar vervoer, zelf kiezen waar, wat, wanneer je eet.

En het is soms een toeristenbubbel, dan voel ik me overgeleverd aan de dames van Intourist (zou dat nog bestaan?). Gisteren hadden we 3 gidsen, die allemaal in hun eigen soort Engels met een Russische tongval weer bij Peter de Grote begonnen. En ik onthoud er niets van. Stadsrondritten, excursies in een kerk of museum, ik hoef het niet. Je ziet, hoort, weliswaar veel meer, maar ik ervaar, beleef veel minder. Liever dus de helft minder (eigen motto) met als resultaat veel meer.

Nogmaals, wat het interessant maakt is het onderwerp en het vrij onbekende niet toeristische gebied Karelië in het noorden, met dat prachtige noordelijke licht en de trieste musea en plaatsen. Ik heb plaatsen bezocht die ik anders met moeite bezocht zou hebben, er gingen deuren open die anders dicht bleven.

En het was vaak goed in de bus, er werden verhalen van Paustovski voorgelezen of gedichten van Poesjkin. We werden overladen met cultuur, anekdotes over schrijvers, de geschiedenis van Rusland. En dat is allemaal heerlijk te ervaren met vaak gelijkgestemden.

Maar ik merk dat ik hospitaliseer…….. de Intourist dames denken aan alles, ‘heeft u het witte papiertje nog van de douane?’ Schalde het door de bus. En verdo…..ik ging het ook nog nakijken.

Rusland is een prachtig groot, groot land met aardige, bescheiden mensen. Maar wat moeten er veel hier hard sappelen om rond te komen, wat zie je veel armoede en verwaarloosde dorpen. Met 10 appels op de markt, of met een bosje bloemen te koop bij het graf van Poesjkin. De kloof is groot tussen het platteland en bv St Petersburg. Hier staan dure winkels langs de Nevski Prospekt, staan de laatste versie auto’s in de file en zit de Starbucks vol met moderne jongeren.

En zie je ook mensen de vuilnisbakken uitzoeken op zoek naar drankblikjes, zie je overdag al dronken mensen.

Maar op dat platteland dan weer de mooie houten huizen met het beeldige tuintje, zo keurig onderhouden.

‘Van vrijheid kun je niet eten’.

Het is een ingewikkelde die politiek. Daar in het noorden was ik blij dat ik nooit op de cpn heb gestemd, maar tegelijkertijd had en heb ik nog steeds veel respect voor die mensen die grote idealen koesterden en er ook naar leefden. Voor de emigranten die naar Rusland vertrokken in de 20- en 30-er jaren (en die, hoe idealistisch, hoe naïef, och arme, soms ook met willekeur in de goelag verdwenen), voor de cpn-ers die in de 2e wereldoorlog in het verzet gingen, of in de Spaanse burgeroorlog vochten.

Ik vraag me af wat er voor de gewone, arme mensen hier is veranderd na de perestrojka, we reden door kleine plaatsen met 1 fabriek. Die fabriek werd in 1990 ontmanteld, en toen was het afgelopen met het werk, met de inkomsten. Ik hoor verhalen van scholen die dicht gingen, ziekenhuizen die minder medicijnen hebben. Ik voel de gaten in de weg en zie de vervallen huizen. Eerst had de partij alle macht, nu een kleine groep mensen.

De terreur, de willekeur is verdwenen.

En iedereen ‘rent’ achter de consumptieartikelen aan.

En het geloof, en daarmee de macht van de kerk is terug.

Daarom nog maar ‘ns Paustovski, die het veel mooier kan zeggen dan ik.

‘De religie was voor deze vrouwen een zoet zelfbedrog, een wereld van steriele bedenksels voor vermoeide lieden. Een andere uitweg zagen zij niet en daarom geloofden ze met zo’n fanatieke felheid, en in weerwil van alle gezond verstand en levenservaring, dat de rechtvaardigheid belichaamd werd in de gestalte van een bedelaar uit Galilea, in de gestalte van een God.

Maar waarom bleef deze God, bedacht door de mensen om in de bloedige en vreselijke warwinkel van het bestaan het spoor niet bijster te raken, dan almaar talmen, almaar zwijgen, en greep hij nooit in in het verloop van hun leven? En toch bleef men maar in hem geloven, ook al zag deze God nu al eeuwenlang werkeloos toe.

De dorst naar geluk was zo groot dat de mensen trachtten de poëzie van het geluk over te dragen op de religie, uit te drukken in plechtige bezweringen en in de walm van wierook.’

Morgen, is het nog 1 dag in St Petersburg.

Veli Novgorod

‘Men ziet daar kleine stukjes van het werkelijke leven, bv als Tatjana Andreevena zegt: ‘Een fantastische stad. Schilderachtig en zeer ruig. Maar als jullie naar Novgorod komen in de zomer, als de lindebomen bloeien, dan kun je aangegrepen worden tot je er hoofdpijn van krijgt. Ik ben hier geboren, maar gedurende de witte nachten (zomers zijn er heel korte nachten) kan niemand geloven dat dit echt is. Je loopt door de stad, alsof je je diep onder water bevindt.’

Uit: De rook en het vaderland.

Dit is een heerlijke, rustige stad. We hebben hier langs de rivier gelopen, over de rivier gevaren, het Kremlin bezocht en ik ben op het Rachmaninovplein geweest, daar staat een standbeeld van Rachmaninov en…. zijn muziek klinkt er! Toen dacht ik even als ik hier zou wonen, dan zou ik op zo’n heerlijk stille, zonnige, nazomer zondagochtend op dit pleintje gaan zitten en zou ik gaan luisteren, alleen maar luisteren naar zijn 2e pianoconcert. (De weergave kon iets beter, want de muziek kwam uit luidsprekers, maar toch…….heerlijk zo’n zondagochtend)

De boottocht op De Volchorivier en het Ilmanmeer.

Op de boot ‘kijkt de (Russische) buurman weg’, hij wilde niet op de foto.

Zicht op de arcade van de markt. Veli Novgorod is een hanzestad. De markt was direct aan de rivier. Hiervan is alleen de arcade bewaard gebleven, de rest is weggebombardeerd in de 2e wereldoorlog.

Achter de arcade verschijnen de eerste kerkjes, daarover later meer. Want die kerkjes zijn zo mooi, en erin is zo veel moois te zien.

Ik had graag nog wat langer in deze stad gebleven. Er bleek nog een prachtig oud centrum te zijn, met lange lanen met lindebomen, waar mooie oude huizen stonden. Zalig hier een fiets te huren.

De kerken en kloosters

In en rondom de stad zijn enorm veel kloosters en kerken. Ooit stonden er 200 kerken, waarvan er nu nog 50 over zijn. Sommige worden gerestaureerd, maar volledige restauratie van alle monumenten is duur en daardoor niet mogelijk. De gebouwen hebben in de vorige eeuw(en) veel te lijden gehad; de bolsjewieken sloten de kerken en vaak werden deze daarna als opslagruimte gebruikt, en daarna werd er in dit gebied hevig gevochten in de 2e wereldoorlog, de stad lag midden in de

vuurlinie.

En nu staan ze daar, alsof ze ooit met een losse hand over de stad zijn gestrooid. Overal zie je de koepels tussen de huizen (letterlijk) oplichten.

Het klooster van Sint George

Een enorm complex, waarvan de kerk prachtige fresco’s had.

De wonderen van de schilderkunst en de techniek. Het is donker in deze kerken en de koepel (van de dom) is ver, hoog daarboven. Met de telefoon kun je hier prachtig foto’s maken, en daarna heb ik deze foto ook nog vergroot.

Alle muren zijn bedekt met prachtige afbeeldingen van verhalen uit de bijbel, heiligen, prinsen en prinsessen. Het zijn fresco’s direct op de muren geschilderd. De afbeelding is vaak een icoon. Maar in tegenstelling tot andere iconen zijn deze schilderingen speelser, zijn de mensen levend(ig), zijn ze niet zo schematisch en ‘strak’.

Daarna bezochten we de kerk van de Transfiguratie.

Dit kerkje is gebouwd in de 11e eeuw, de fresco’s zijn geschilderd in de 12e eeuw.

‘De beschrijving van de oude kerken is heel duidelijk: de stenen koude, het roest, het gebroken glas en van op de muren keken de heiligen dreigend toe. Hun kleren waren bedekt door bleke grassprieten, hun blote voeten stonden op koude stenen’.

uit: De rook van het vaderland.

Een kerkje waarvan het dak met houten dakpannen is bedekt, geheel vervallen, wat zou hier binnen ooit een rijkdom hebben gestaan.

En tenslotte de grote trots van Novgorod, de kerk van de Transfiguratie. (wederom). De fresco’s in deze kerk zijn geschilderd door Theophanes de Griek. Novgorod was rijk in die tijden, Theophanes kwam speciaal voor dit werk uit Byzantium. (12e eeuw).

En speciaal voor ons kwam deze dame de deur open doen.

De deurposten, de muren, de raampjes, alles is versierd.

En een uitvergrote foto (techniek!) van de fresco in de koepel, wat heeft dit gezicht een prachtige levendige uitdrukking.

Poesjkin

Ik moet tot mijn schande bekennen dat ik van Poesjkin nog nooit iets gelezen heb. Hij staat nummer 1 hier in Rusland en een bezoek aan het landgoed waarnaar hij verbannen is (geef mij zo’n verbanningsoord) en zijn graf is voor heel veel Russen belangrijk.

Op weg naar het landgoed ontmoetten we het oude Rusland.

Met een borst vol medailles.

Er was weer een gids………..

Zij vergezelde ons sinds Pskov, maar op het landgoed bleek nog een gids, speciaal voor daar te zijn. Er ontstond dus enige spanning tussen de dames, temeer omdat Svetlana, die ons de hele reis begeleidt, ook heel veel kon en wilde vertellen van haar favoriete dichter: Poesjkin.

Hier is de spanning al zichtbaar.

Het landgoed, waar ik heerlijk heb gewandeld, ik waande me even ‘De dame met het hondje’.

En dan het huis waarin hij woonde, een droomhuis op een droomplek.

De werkkamer van Poesjkin. Let even op het voetenbankje, midden links, hier is een plastic doosje omgezet, ter bescherming. Wij moesten om de kamers te bezichtigen plastic hoesjes om de schoenen doen. Alles was zo authentiek mogelijk. En zo moest het (terecht) blijven.

Er stond ook een kantkloskussen, want zijn verzorgster kloste kant. Echter, het werk was in de verkeerde richting opgespeld en het patroon was Deens. Zulke klosjes had ik ook nog nooit gezien, wellicht waren deze echt Russisch.

Het is gebruikelijk dat je bij een bezoek aan het graf er bloemen oplegt. Langs de weg naar het graf staan vrouwen die deze bloemen te koop aanbieden. Ik denk dat de opbrengst van de bloemenverkoop haar enige bron van inkomsten is.

Het graf. Het staat boven op een heuvel bij een kerk (die weer bij een klooster hoort).

Zoveel moois te zien, te lezen, te luisteren van en over Rusland.

Ik heb er minstens nog een heel nieuw leven voor nodig.

Pskov, kerken, iconen en fresco’s

Het regende ’s ochtends in Pskov, we werden opgewacht door de zoveelste gids, die wederom bij Peter de Grote wilde beginnen. Dit kon gelukkig worden afgekapt.

Pskov is 1 van de oudste steden van Rusland. Het Kremlin, een ommuurde citadel, was het administratieve en spirituele centrum van de stad. Dit is de kerk. De iconen uit de kerk sla ik even over. Er was een dienst, deze dames zongen er prachtig bij. Het was een soort beurt-zang: de pater (?) ging voor – de vrouwen antwoordden.

Prachtige fresco’s uit de 12e eeuw in het Mirozhi klooster. De kerk van dit klooster is de oudste kerk van Pskov.

Daarna kwam nog een museum, maar toen had ik dat wel even gehad. Dus met 2 mensen de stad op zoek naar de boekwinkel.

Het was veel zoeken naar de boekwinkel, we vroegen het oa aan dit bruidspaartje dat voor het Leninbeeld voor de bruidsfoto’s poseerde. De bruidegom sprak wat engels en wist het haarfijn (bleek naderhand) uit te leggen. We liepen door de straat, en zagen op de aangewezen plaats een winkel met theepotten en bekers (allen versierd met het plaatselijke Kremlin) in de etalage. maar geen boekwinkel. Uiteindelijk hebben we het 4 keer gevraagd en zijn 2 maal door de straat gelopen. Bij toeval zagen we dat achter de theepotten een boekwinkel bleek te zijn.

De hele middag verder door de stad gelopen. Langs de rivier en over het grote plein met het plaatselijke Leninbeeld en een lichtreclame. En over een mooi marktje, met veel etenswaren, enorm veel soorten honing (die je heerlijk kon proeven), gebreide spullen en brood. Het was zalig, zo zonder gids, zonder veel mensen daar te lopen.

De Solovetski eilanden

‘Er zijn monniken en priesters,
Prostituees en dieven.
Er zijn hier vorsten en baronnen –
Maar hun kronen zijn afgenomen……
Op dit eiland hebben de rijken geen thuis,
Geen kastelen, geen paleizen…….
Gedicht van een anonieme gevangene, Solovetski eilanden, 1926

Kem
Gisteravond (6 september) in het plaatsje Kem aangekomen, vanwaar we morgen met de boot naar de Solovetski eilanden zullen vertrekken. Op deze eilanden staat een beroemd en voor de bevolking hier een belangrijk klooster, het is voor veel mensen een bedevaartsoord.
Zowel op de eilanden als op ‘de vaste wal’ staan kleine kerkjes en kapelletjes.

In het hotel is er op dit moment geen water (maar ik heb niveadoekjes!) en geen wifi, dus nu loop ik 4 berichten achter, en dan vanavond en vannacht in de trein, ik hoop dat er morgen in het hotel wifi is. Maar het eten smaakt goed en de bedden zijn prima. De volgende ochtend was er weer water en stonden de eerste pelgrims al om 7 uur aan de kade.

Het was 2 uur varen over de Witte Zee, en ik moest denken aan de gevangenen die ook over de Witte Zee naar het eiland werden vervoerd. In dat verschrikkelijke klimaat, het is hier nog maar 160 km naar de poolcirkel. De boot vaart alleen nog in september. Daarna beginnen de herfststormen, gevolgd door de winter.

Allereerst kwam er een rondleiding in het klooster. Dit was in de vorige eeuw ernstig verwaarloosd en gebruikt door de bolsjewieken. Zij richtten hier het eerste goelag-kamp in. De gevangenen werden in de kerk gefolterd.

(Ook in de eeuwen hiervoor werd het fort of een gedeelte ervan als gevangenis)

Overal werd er nu gebouwd. De hoofdkerk was inmiddels weer klaar en wordt weer enthousiast gebruikt. Het geloof beleeft een revival hier in Rusland, helemaal weer terug naar af. Het klooster zelf straalde weinig sfeer uit. Er was een gedeelte ingericht als museum (met prachtige fresco’s) en de hoofdkerk was clean, bombastisch en sfeerloos.

En dit was de gids, niet te vergeten. Hij dreunde zijn lesje in moeizaam Engels en mijn vragen interpreteerde hij net iets anders dan bedoeld was. En ja, hij was erg dik, kortademig en iemand zei dat hij wel erg naar de alcohol rook. Maar hij heeft het volbracht.

Het restaurant, de souvenierwinkeltjes, de bank, alles was nieuw of er werd aan gebouwd. Mijn roebels waren op en de geldautomaat had een Engelse versie voor het gebruik, maar was leeg. Maar ik kon wel mijn kopje koffie a €1,60 met de creditcard betalen.

Daarna het S.L.O.N. museum bezocht. Het klooster was een gevangenenkamp van 1923 – 1939. Daarvoor werd het als heropvoedingskamp gebruikt, de eerste jaren na 1917 geloofden de revolutionairen nog in het heropvoeden.
Tja, het museum. Alweer een museum over macht, ellende, dood, ziekte en willekeur.
Het was zorgvuldig ingericht met veel toelichting. Deze was helaas alleen in het Russsisch.

o.a. Solomon Volkov (schrijver van het boek Getuigenis, over het leven van Sjostakovitsj) heeft hier gevangen gezeten.

Wat waren deze mensen dapper, in die tijd waarin het nooit zeker was of je die avond zou worden opgepakt of dat je de volgende dag in je eigen bed wakker zou worden. Zoveel willekeur en onzekerheid. Geen idee hoe ik me in zo’n systeem zou gedragen.

En verder op reis

Mijn buurvrouwen op de boot, terug van de Solovetski eilanden naar Kem.

Terug was de zee veel wilder dan op de heenweg, de boot ging hevig op en neer. Ik was blij dat ik er weer af kon. Op de vaste wal konden we direct door naar het (enige) restaurant, en daarna direct weer door met een busje 17 km verder naar het station. En daar kon ik pinnen…… na een half uur kwam de trein, die om 9 uur ’s avonds vertrok en in die trein was een restauratie met echte (Turkse) koffie.

Elke wagon heeft iemand die overal voor zorgt. Hij of zij heeft ook een klein winkeltje. Voor de thee is er altijd heet water in de samowar, die op de gang staat. Het hete water is gratis, het theezakje moet je erbij kopen en de thee wordt in prachtige grote theeglazen gebracht. De glazen waren a €15.– te koop. In het winkeltje zijn nootjes, thee, snoep, enz te koop. Er wordt voor het beddengoed gezorgd en ja ik heb ze ook aan het werk gezien in de wc. Daar stond zelfs een luchtverfrisser en er was altijd toiletpapier. (Ik had uit voorzorg een halve rol uit het laatste hotel meegenomen). Dat dus anders dan 25 jaar geleden. De wc zelf, daar was niet aan veranderd. Hij was alleen nog (25 jaar) ouder geworden.

En toen reisden we met een klein groepje en had je veel contact met de mensen in de trein. Nu zaten we met 20 Nederlanders in de restauratie met 1 Rus. Dat praat toch anders.

Ik heb die nacht met z’n vieren in een coupe heerlijk geslapen. Schone lakentjes, een dekentje, de cadans van de trein. En even wakker worden bij een lange stop op onbekende stations en dan naar buiten kijken. De volgende dag om 5 voor 12 kwam de trein precies op tijd in Petersburg aan, waar we na 5 minuten in de bus konden stappen. Het werd nu een kwestie van blik op oneindig en doorgaan.

Ergens verwachtte ik een mooi romantisch station. Die zijn er nog wel in St Petersburg. Maar dit was het duidelijk niet.

Het werd nog een lange rit naar Pskov, eerst door die drukke stad, nog lunchen onderweg, daarna files omdat half St Petersburg in het weekend naar de datsja gaat.

Onderweg nog een koffiestop.

Een heel lieve man, we hadden wel contact, maar wat jammer toch, dat ik de taal niet spreek.

Ik meen dat het half 9 ’s avonds was dat we in het hotel aankwamen, maar toen wist ik nauwelijks welke dag het was, waar ik was en in welk voertuig ik zat. Gisteren vertrek met de boot van half 5 van de Solovetski -eilanden, aankomst in Pskov de volgende dag om half 9 ’s avonds. Ik ga niet meer uitrekenen hoeveel uur onderweg dat is.

Maar ik ben (nu) in Pskov.

En hier niet naar de narigheid van de goelag of het indrukwekkende kanaal. Maar kerken, fresco’s en iconen, even wat anders.

Grote projecten en stille gebaren van liefde

‘Waar bemoste kliffen en water sluimerden,
Daar zullen, dankzij de kracht van de arbeid,
Fabrieken gebouwd worden.
En daar zullen steden ontstaan.
Schoorstenen zullen oprijzen
Onder de noordelijke hemelen.
Gebouwen zullen het licht verspreiden
Van bibliotheken, schouwburgen en clubs.
Door: Medvedkof, arbeider bij het Witte Zeekanaal.

Deze dag stond in het teken van de jaren van Stalin en de Grote Terreur. Bizar om dat op een vakantie te gaan bekijken. En toch blijft het me bezighouden, ‘de schuldige landschappen’ zoals Armando ze noemt.
Door een prachtig landschap van berkenbossen waarvan de bladeren voorzichtig naar de herfst gingen kleuren, reden we naar Povenets, een plaatsje aan Het Witte Zeekanaal. Dit kanaal is in 1931 gegraven door dwangarbeiders. Het is 227 km lang en 126.000 dwangarbeiders moesten dit op bevel van Stalin in 1 jaar graven. Het verbindt de Witte Zee met de Finse Golf.

Alleen plaatselijk materiaal mocht gebruikt worden en langzamerhand ontstond er een nederzetting, met huizen en werkplaatsen waar kleren werden gemaakt, meubels enz. De meeste arbeiders stierven door de verschrikkelijke omstandigheden waaronder ze moesten werken: een karig rantsoen, ’s winters temperaturen ver onder het vriespunt en zomers werkdagen van 12-16 uur, want zo dicht bij de poolcirkel zijn in de zomer de dagen lang. De nederzetting werd een dorp, en dit bestaat nog steeds.

Er heerste hongersnood in de kampen. Frank Westerman vertelt in ‘Ingenieurs van de ziel’ hoe in de jaren 30 er plotseling geen ganzen meer op doortocht in Nederland kwamen. Het bleek dat ze door de gevangenen in de kampen in Noord Rusland werden gevangen en opgegeten. Pas in de jaren 60 was de ganzenstand weer op orde.

De arbeiders werden met treinen naar het station van Medvezjegorsk gebracht. Vandaar moesten ze 22 km lopen naar Povenets.

Deze foto is idyllisch. Toen ik een foto vanaf het perron wilde maken, werden er juist een aantal gevangenen naar de trein gebracht, ze moesten op hun knieën zitten, herdershonden, schreeuwende bewakers, het hele circus, een rot gezicht.

De tocht ging langs dit gebouw:

Een bizar gebouw. Speciaal voor Stalin gebouwd om in te slapen als hij Medvezjegorsk kwam bezoeken. Vanuit de toren in het midden kon hij met een verrekijker de vorderingen van de bouw van het kanaal 22 km verderop. Links voor het gebouw staat het plaatselijke marktje, het rechtergedeelte is museum. (Een mooi artikel hierover is: ‘Stalins gruwelkeuken’ NRC 28 oktober 2000, even googelen)

Wij bezochten een van de vele sluizen. In deze tijd passeren er ongeveer 6 schepen per week het plaatsje. Er kwam gelukkig net een enorm schip aan, zodat er gestut moest worden. Het blijft een prachtig gezicht, zo’n enorme boot door de sluizen te zien gaan.

De sluis werd bewaakt (?) door mannen (alweer die pakken) met geweren, deze is in gesprek met de gids van vandaag, de directeur van het plaatselijk museum.

In de 2e wereldoorlog liep hier de grens met Finland.

Daarna bezochten we Sandermog. Dit is 1 van de drie executieplaatsen in dit gebied. Het waren vooral politieke gevangenen die hier in de Stalintijd werden geëxecuteerd. Er liggen veel van dergelijke plaatsen over heel Rusland verspreid, vaak in moeilijk te bereiken gebieden, waar de misdaden ongezien konden worden uitgevoerd.
Sinds 1997 zijn op 5 van dergelijke plekken de graven geopend en inmiddels zijn op deze plek 8000 lichamen opgegraven. Het zoeken gaat nog door. Ook hangen er briefjes aan de bomen van mensen opzoek naar een verdwenen familielid. De meeste graven dateren van 1937-1938, het hoogtepunt van de zuiveringen en de terreur. Er liggen lichamen van mensen uit o.a. Rusland, Finland, de Verenigde Staten en Roemenië.

Op de plek waar het lichaam gevonden is zetten de nabestaanden, die vaak lang hebben gezocht naar duidelijkheid over hun verdwenen familielid, een bloem, een kruis of een grafsteen.

Een prachtige, verstilde plaats vol emoties.

En zo groot, zoveel doden.

Medvezjegorsk

En hier heeft de tijd stil gestaan…………
Wij maakten een kleine wandeling door het centrum, o.a. langs de markt en op zoek naar het postkantoor en een apotheek.
Dit is Kirov,

nog niet van zijn standbeeld gevallen. (of gegooid, gestapt…..) en dat verdient hij wel!

Op de markt stonden vijf kraampjes, waarvan twee met kleding, een met noten en kruiden, een met vis, en een met van alles. En er stond een auto waar je vlees kon kopen. Zo achter het glas kunnen de vliegen er in ieder geval niet bij.

Bij de notenkraam heb ik heerlijke abrikoosjes en pistache nootjes gekocht. Van beeldige mensen: zuidelijk, Kazachstan of daar in de buurt. Ze wilden helaas niet op de foto.

Om het postkantoor binnen te gaan ging je eerst over een kapot trappetje, dan door een zware ijzeren deur, en door nog een deur. Maar toen was daar het postkantoor, met een balie voor prachtige postzegels, waarvan we er voor veertig roebel porto zoveel moeten opplakken dat de hele kaart bedekt zal zijn.

Enkele straatbeelden

Kizi Pogost en verder

Het eiland Kizo Pogost is in zijn geheel openluchtmuseum en Unesco wereld erfgoed. De tocht ernaar toe duurde 1,5 uur met de hydrofoil. Ooit begonnen als kleine nederzetting met een kerkje, is het nu een openluchtmuseum met diverse kerken en huizen, alles van hout en allemaal uit Karelië. Denk ik. Daar kan niemand hier duidelijkheid over geven. Net zo als bv de relatie Karelië – centraal gezag, Poetin bv. wordt er hier gedacht aan onafhankelijkheid? Hoe is de economische verhouding? Ik denk dat Karelië wel wat ontwikkelingshulp uit Moskou kan gebruiken. Ooit toen de staten zich hier aan het vormen waren was Karelië een zelfstandig gebied, Stalin heeft de grens met Finland er dwars doorheen getrokken. En toen hoorde de helft van Karelië bij de USSR.
Gisteren, op weg naar een socialistische reclame wilden we niet 20 meter omlopen naar het zebrapad, maar hup, zo de weg over steken. (Nederlanders nietwaar?). Toen begon een voorbijganger ‘Finland?’ te roepen. (Finnen steken misschien ook niet bij het zebrapad over? Of misschien is iedereen die er een beetje anders uitziet een Fin? Of misschien komen er hier alleen maar Finnen?) ‘Holland’ riepen we terug, onbegrip, ‘Cruyff! Ajax! Europa! Engeland!’ Geen reactie, behalve ‘ Finland!’ Toen maar ‘Frankrijk’ , je wilt toch duidelijkheid over je identiteit verschaffen, Frankrijk ligt tenslotte relatief dichtbij Nederland, hij knikte toen maar, waarschijnlijk om er van af te zijn. Wij zijn toen maar via het zebrapad overgestoken.

Maar nu verder met Kizi Pogost.
Het eerste gezicht op de Kerk van de Intersession.
DSC_0377

Rechts, de kleinere kerk is de winterkerk, (deze kon verwarmd worden), rechts staat de zomerkerk. In het midden de klokkentoren. De zomerkerk werd gerestaureerd. De winterkerk heeft 10 doms, die allen met houten dakpannen bedekt zijn. (De gehele kerk is trouwens van hout).

Dit is Serje, de gids op het eiland. (In elke plaats, op elk moment is er een nieuwe gids, en de eerste dagen allemaal met een enig hoedje op). Dus dacht ik deze reis van hen allen een foto te nemen. En toen kwam Serje, en met hem hielden de hoedjes op.
Maar hij sprak vloeiend Engels en Turks.

Naast het kerkje ligt het kerkhof .

Een detail van een raam uit het district Medvezjegorsk, Noord Rusland, stond er op het bordje.

Golikovka
‘In de arbeidersnederzetting Golikovka was de voormalige kerk ingericht tot streekmuseum. Daar waren reusachtige blokken van rose en goudkleurige glimmer tentoongesteld, naast kant en monsters van prachtig gegoten voorwerpen. In dit museum waar ik volledig alleen was (op de oude zaalwachter na was er bijna niemand te zien) besefte ik dat ik mij tot dan toe, net als de meeste andere bezoekers van musea, onverstandig gedragen had en daarom ook zo snel moe werd. Ik probeerde om zoveel mogelijk alles te bekijken. Na een half uur kreeg ik dan een stekende hoofdpijn en ging ik gebroken en leeg weer weg. Mijn poging, hoe volledig oprecht ook, om in een uur of twee, drie alles te leren kennen wat in de loop der eeuwen geschapen was en tijdens lange, lange jaren door de mensen verzameld was, was op zichzelf al onzinnig genoeg.’
Uit: Reis naar het Noorden

Kondopoga, kerk van het Ontslapen Moeder Gods

Prachtige iconen op die houten muren. Ik moest denken aan die prachtige fresco’s van Giotto, of de beschilderingen in de Tibetaanse tempels. Allemaal stripverhalen voor de analfabeten, zoveel werk, zoveel tijd, zoveel liefde en allemaal zo mooi.

Een detail van een icoon, baby Jezus.

Breed inzetbaar, in pak!

Toen we buiten naar de kerk stonden te kijken, kwam deze man er aan. Met een bijzonder pak. Veel mannen lopen hier in bijzondere pakken. Een halve, of hele militaire outfit, soms werkelijk militair, of een soort van, soms nationalist, enz. Eerst dacht ik dat ik een staatsgreep gemist had, maar het is gebruik, of mode.
Van deze man moesten we eenmaal binnen in de kerk ons hoofd bedekken, ik had zelf een sjaal bij me, hij lette op dat we geen flitsfoto’s maakten en hij verkocht souvenirs.

En dit was de gids deze keer

Kivatsji-watervallen
Vanuit Petrozavodsk ging ik naar de waterval van Kivatsji en aanschouwde deze ‘diamant strooiende berg’ zoals Derzjavin het uitdrukte.
Uit: Reis naar het Noorden

Ik zag veel meren met water in de kleur van tin, ademde de geur van run in waar heel Karelië mee doordrongen was, luisterde naar een oude vertelster uit de Zaonezje van wie de liederen in de noordelijke nacht en de smart van de vrouwen aldaar geboren waren, bezichtigde ons houten Florence met zijn kerken en kloosters, voer op het Onegameer en ik kan me tot op de dag van vandaag niet aan de indruk onttrekken dat dit betoverd was en overgebleven uit tijden toen de oerstilte van de aarde nog door geen enkel geweerschot verstoord werd.’
Uit: Reis naar het Noorden

En dit is Petrozavodsk anno 2018

Petrozavodsk is de hoofdstad van de Russische autonome deelrepubliek Karelië. Het ligt aan de oever van het Onegameer, verspreid over een lengte van 27 kilometer.

Waarom weet ik niet, maar ik was gefascineerd door de bussen, 'gewone' bussen, trolleybussen, mooie, schone bussen, oude en vieze bussen. Alle versies reden daar door de stad.

Er stonden ook nog borden met 'socialistische reclame' langs de straat.

Een prachtig oud gebouw, waar (helaas, ik weet het, het is de moderne tijd) KFC zich in heeft gevestigd.

Maar een standbeeld met Karl Marx en Friedrich staat er nog. In het centrum van de stad is een groot plein, hierop staat een groot standbeeld van Lenin, ook hij is dus 'nog niet uit de gratie'. De naam van het plein is wel met de tijd meegegaan: Rond-, Peter de Grote-, Revolutie-, Administratie- en Leninplein.

Langs de straat staan particuliere verkopers met kleine kraampjes. Hier worden noten, dadels en zakjes thee verkocht.

Beeldige zakjes, je zou ze bijna alleen daarvoor al kopen. We dachten eerst dat er bloemenzaadjes in zaten.

En waar gaan zij naar toe? Even op straat iets anders aan trekken.
Het is al aardig koud hier, zo in het noorden. Ik heb warme kousen gekocht in een beeldige winkeltje met wol, lappen stof, jurken en veel borduurpakketten. Je kunt hier van alles borduren, iconen, filmsterren, Lenin, alles is mogelijk.
Ik heb helaas geen tijd voor borduurpakketten. En jammer, vergeten een foto te maken van dat winkeltje met al die spullen en behulpzame verkoopsters……die taal……