De tempels van Vrindavan

‘Dit is Vrindavan, de stad waar Krishna geboren werd en opgroeide. Hier verrichtte hij zijn eerste wonderen en versloeg hij voor het eerst een demon.

Alles staat hier in het teken van Krishna.

Is hij er nog? En waar is hij in de stad?

Tussen 6 en half 8 ‘s ochtends wordt de stad wakker van de tempelbellen. Het geklingel raakt de ziel, veegt elke frustratie, alle gevaar en alle teleurstelling weg. Alles is harmonie, er is alleen maar eenheid. Elk lichaam is een deel van de geest. De boodschap die Arjun van Krishna in de Baghawat Gita kreeg: vergeet alle andere dharma’s (hier: wetten) herinner je alleen mij, die boodschap ervaar je in de ene na de andere tempel.’ (Uit de Indiase gids)

Ik ben in Vrindavan opzoek gegaan naar Krishna.

Ik zocht hem in de oudste tempels, en op straat.

Krishna is het meest menselijke aspect van Vishnu. Hij belichaamt zowel de ideale geliefde, de soldaat en de staatsman, als ook de aanbiddelijke baby.

Baanki Bihari

Twee jaar geleden ben ik in een tempel geweest die veel indruk op me maakte en ik ging direct op zoek naar die tempel. Dat is lopend nogal ingewikkeld. Alle tempels staan tussen de huizen en zijn te bereiken via smalle steegjes. Er staan geen bordjes bij (of ik kan ze niet lezen)

De eerste (en enige) tempel die ik die eerste dag ‘vond’ was de Baanke Bihari, de belangrijkste tempel van Vrindavan. Het was enorm druk, en om het wachten van de pelgrims te verlichten trad er een brassband op.

Na een uur wachten ging de tempelpoort open en verdrongen de mensen zich naar binnen. Daar was een grote open ruimte, die vol ballonnen hing! Het zag er allemaal anders uit dan ik me dacht te herinneren en ik twijfel nog steeds of dit de tempel van twee jaar geleden is.

Radaraman

er staan heel veel gebouwen in Vrindavan waaraan te zien is dat het vroeger heel mooie gebouwen waren. Maar wat ziet alles er nu vervallen, verwaarloosd uit. Bij de tempel staat een huis met een prachtig bewerkt portaal.

Gokunalanda (? Gopinath)

In elke tempel wordt muziek gemaakt, vaak door vrouwen.

De weduwen in Vrindavan

Veel vrouwen blijven na de dood van hun man onverzorgd achter. Ze hebben geen kinderen, of familie die voor ze kunnen, of willen zorgen. Sati, de zelf-verbranding van weduwen is (officieel) verboden. En dus trekken die vrouwen weg, arm, vaak heel arm naar twee plaatsen in India en Vrindavan is er 1 van. Er wonen ongeveer 6000 (schatting) weduwen in speciale ashrams of op straat rond de tempels. Voor de broodnodige Rupees maken ze muziek in de tempel of bedelen. Gisteren liep ik toevallig langs 1 van die ashrams, smerig en vervallen met een enorme ruimte waar de vrouwen opeengedrongen in zaten. Toen ik aan de man van het winkeltje ernaast vroeg ‘widdows?’ kreeg ik een meelevend knikje.

In de tempel kreeg ik een handje ‘heilig’ water. Zou het uit de Ganges komen? In Allahabad namen de pelgrims grote flessen water mee terug naar huis. Ik moest het water over mijn net deze ochtend gewassen haar gooien.

Govindadevi

Een tempel van 3 verdiepingen, gebouwd in 1590. De top is vanuit Jaipur te zien. Mirabai (een vrouw die bijna de vrouw van Krishna werd) vond haar Krishna in deze tempel. (Hij wilde geloof ik niet) Er is ook een speciale tempel aan haar gewijd. Daarin ligt de steen met de voetafdruk van Krishna. (Ik geloof dat iedere godsdienst zo zijn eigen heilige steen heeft).

In de tempel, van het allerheiligste (een beeld van Krishna) mogen geen foto’s gemaakt worden. Maar heel in de verte is hij nog te zien. Toen ik met mijn fototoestel dichterbij kwam werd vlug het gordijntje dichtgedaan.

En buiten zitten de onvermijdelijke bedelaars en aapjes.

Ranganath

Een tempel in zuid India stijl gebouwd. Niet gewijd aan Krishna.

Ik vermoed dat deze tempel aan Shiva is gewijd.

Dit waren ‘een paar’ tempels in Vrindavan. De stad staat er vol mee en er worden er nog steeds bijgebouwd. Op de plaats waar Krishna dit deed, of dat. Krishna en zijn tempels is big business (geworden).

In de tempels staat het beeldje, de ‘heilige’.

Vaak lijkt? is? het alsof de Indiërs hem zo als werkelijkheid, als levend zien. Ze hebben een persoonlijke band met hun goden. In de winkels liggen de ‘winterkleren’ voor hem klaar. Hij leeft voor hen, er wordt met hem gepraat, hij krijgt iets te eten en te drinken. Ook de hara Krishna vertelt over zijn wonderen alsof hij ze hier zojuist om de hoek heeft volbracht.

Ik blijf het allemaal moeilijk te begrijpen vinden. Het is kleurrijk om te zien, in de tempels hangt vaak een mooie sfeer, maar wat een poppenkast is het toch allemaal ook. Ik heb de afgelopen weken de Baghawat Gita gelezen. In het verhaal worden morele dilemma’s door Krishna opgelost. Het verband tussen wat ik zie in de tempels en wat ik lees is moeilijk te zien. Laat staan met wat ik zie op straat………. maar ja dat geldt voor elke godsdienst.

Ik luister hier naar podcasts van o.a. Stephen Batchelor (seculier Boeddhisme) en dit hoorde ik gisteravond:

Nirvana

‘Nirvana is van alle dag, het is nu, onmiddellijk. (zei de zenmeester Matsu in 590)

En Stephen Batchelor vertaalde dit als volgt:

In alle culturen en samenlevingen is het begrip ‘Nirvana’ verheven, geïdealiseerd en heeft het niets meer met de alledaagse ervaring te maken. Religies hebben de mensen vervreemd van hun innerlijke kwaliteiten en zij (religies) projecteren ‘wijsheid’, ‘kracht’ en ‘vreugde’ op een elite van priesters, alsof zij alleen ‘het goede’ kunnen tonen. Daarmee wordt dat juist ontkracht.’

Geen beelden, geen tempels, geen guru’s enz enz.

Alleen, juist alleen de werkelijkheid.

Tenslotte, dat is India ook.

Het enthousiasme, de ferme pas waarmee je een man s’ochtends weer op pad ziet gaan. Op zijn hoofd een schaal met hapjes, die zijn vrouw, onder vaak eenvoudige omstandigheden heeft klaargemaakt. Als hij die hapjes verkoopt hebben ze weer geld voor het eten van die dag.

Zo op reis zie je honderden van deze mannen en vrouwe elke dag weer. Daar heb ik zo’n bewondering voor.

Iedere dag opnieuw beginnen de mensen weer vol goede moed met hun leven in die harde samenleving.

Zoals de lama zegt in Kim: ‘Reinheid, geduld en volharding overwinnen alle tegenslag. Alles gaat, noodzakelijk, langzaam.

Wat die reinheid betreft, dan is er nog een lange weg te gaan. (En ik eindig niet met de foto van de aapjes op de vuilnisbak)

Vrindavan – Hare Krishna!

Ik was een dag achter op schema en had geen zin om op het laatst nog even te gaan haasten dus ik heb de plannen een beetje gewijzigd. Ik heb een vliegticket naar Delhi gekocht en ben vandaar door gereisd naar Vrindavan, een dag eerder dan gepland.

In het vliegtuig zit ik tussen allemaal ‘westerse’ Indiërs. Mannen en vrouwen in spijkerbroeken, een enkele vrouw zelfs met kort geknipt haar. En ik denk over deze reis, het ene moment zit ik in een bus naast een moeder die haar kind de borst geeft (hup even die lange flap van de sari er over), of ik zit op een station op de trein te wachten en het perron is bedekt met lappen stof waarop hele families zitten, ook met kleine kinderen. En nu zit ik naast een Indiase zakenman, je zou hem zo op de Zuidas tegenkomen. Wat een enorm grote klassenverschillen en wat een gescheiden levens.

En ik ‘loop’ daar tussendoor, en hoor overal en nergens bij. En kan weg als ik dat wil.

Een buitenstaander die het allemaal (vrijblijvend) even meemaakt en dan weer naar huis gaat, naar dat keurig verzorgde, warme, schone bestaan.

Kan ik die rijke Indiër veroordelen, zo rijk naast zo arm? En waar sta ik dan zelf, waar staan wij in Nederland? Zo rijk, naast zo arm.

Al dat onrecht. Niemand heeft er een echte verklaring voor, laat staan een oplossing.

En nu dus in Vrindavan. In een ashram die is opgericht door de Indiase stichter van de hara Krishna beweging. Ze hebben hier hun eigen tempel. ‘It’s not only white on the outside, but also inside: only white people’. Schrijft mijn Indiase gids. Dat valt op zich nog wel mee. De hara Krishna jongens trommelen en de Indiërs dansen ook mee. En iedereen is blij.

Toen ik even zat te internetten bij de receptie (want alleen daar werkt de wifi goed) raakte ik in gesprek met een Nederlandse hara K. vrouw. Woont hier al 27 jaar. Ze heeft een eigen studio in het gedeelte van de ashram dat voor de residents is. De gezinnen hebben een eigen huisje. Het andere gedeelte is een mooi guesthouse. Ik heb een eenvoudige en prettige kamer, een badkamer en een soort studeerkamertje. Alles staat rondom een groot mooi grasveld met bloemen en bomen. (Morgenochtend yoga op het grasveld!). Er is een winkel, een geldwisselkantoor, een lekker restaurant en een afdeling met ‘onze koeien’, waarvoor ze graag willen dat je een donatie geeft. En ze wilde me graag alle tempels laten zien. Maar voor dat je het weet kom je in een sari met een stapel boeken en een belletje terug op Schiphol, dus ik ga morgen alleen naar de tempels. Ze sprak vaak over ‘wij’ en ‘ons’ (de Krishna beweging), ‘die Indiërs gaan de ene dag naar de Ramtempel, de andere dag naar de Hanumantempel en dan ook nog ‘ns naar die van Krishna’.

Nou ja,dat is dus het verschil merkte ik zelf in gedachten op. Ik kom juist voor die Indiërs met al die verschillende goden en tempels. En bekijk en onderga het met veel belangstelling en enthousiasme. En daar blijft het bij.

De aapjes

De aapjes van Vrindavan is een apart verhaal. Er zijn er heel veel en ze zijn hondsbrutaal. Ik stapte met de bril op naar buiten, maar werd direct gewaarschuwd hem weg te doen. Onderweg zag ik hoe een aapje de bril van een man afpakte. Het bleef boven op het dak zitten. De truc is dan iets anders naar de aap te gooien, zodat hij dat wil pakken en daarmee de bril loslaat. Het lukte niet. Even later bij een aap die twee poppetjes van Krishna had gepakt wel. Echter, de poppetjes vielen in stukken, deels in het open riool. En in de volgende straat zag ik een aap op het dak, weer met een bril, die de bril vasthield en met zijn andere hand de hem toegegooide banaan oppakte.

Zodoende loop ik dus kippig, zonder bril, door Vrindavan.

Vanavond heb ik met de hara Krishna vrouw gegeten en het was erg gezellig. Er zijn geen pogingen gedaan me te bekeren en we konden overal over praten.

Indore, even terug in het westen

Toen ik hier aan de balie vroeg of ze vervoer voor morgen naar het vliegveld (naar Delhi, en nog even niet verder dan dat) konden regelen vroeg de receptionist me verbaasd of ik geen uber-app op mijn telefoon had. Daarvoor had ik al via een sprekende google-translate met de motorriksha man gesproken. En nog geen koe gezien!

Ik ben in Indore, een welvarende stad. Op de grote straten is een busbaan en er zijn stoplichten en iedereen stopt ervoor.

En ofschoon ik nog niet aan al die yoghurtjes bij AH moet denken (de grote culturele shock bij terugkeer) is het hier wel weer fijn, een stoep die schoon is en een koffieshop met (weliswaar nog steeds slappe) koffie.

Dit is het uitzicht vanuit het restaurant van het hotel. Aan de overkant van de weg staat een moderne Sikhtempel. Na de lunch (soep met doperwten, overal zitten doperwten in: het soepje bij het ontbijt, de curry, de rijst. Want het is doperwtentijd. Op de markten liggen ze prachtig opgestapeld) ben ik er gaan kijken. De schoenen moesten uit en een sjaaltje lag klaar voor het hoofd. Voordat ik de loper op kon om naar binnen te gaan moest ik door een soort voetenbad stappen. Daar houd ik wel van, schone voeten in de tempel!

Binnen was het modern en zakelijk. Bij de deur zat een oude man met een bureau vol met papieren. Hij wilde niet op de foto. Toen ik wegging kreeg ik een handje onduidelijk zoete snoep, ‘dat hoort erbij’ zei hij, nu was ik helemaal gezegend.

Daarna heb ik me laten rondrijden langs de grootste toeristische bezienswaardigheden, dat zijn er niet veel in Indore (volgens de gids), maar in zo’n motorriksha door de stad rijden is natuurlijk erg leuk, dan hoef ik bijna geen bezienswaardigheid meer te zien. Ik snap al die brommertjes wel.

Ik bezocht eerst de Jaintempel. Het Jaingeloof is in dezelfde tijd ontstaan als het boeddhisme. Beide als reactie op de macht van de priesters van het hindoeïsme. Jains leven volgens strenge wetten. Zo willen ze niet doden. Geen mensen en geen dieren. Ik zag onderweg twee vrouwen, gekleed in het wit met een mondkapje voor: zodat ze niet per ongeluk een vliegje zouden inademen. Leek me ook wel wat tegen de vervuilde lucht.

Ook hebben ze zich gespecialiseerd in de handel en het zakendoen, omdat ze verder bijna alle beroepen gewelddadig vinden. En ze zijn natuurlijk vegetarisch.

In de tempels mag je geen leer dragen, maar over mijn riem werd niet moeilijk gedaan. Deze tempel was helemaal bedekt en ingericht met spiegels en glas, erg bijzonder.

Ik mocht binnen geen foto’s maken en heb snel met de telefoon deze foto’s in het ‘voorportaal’ gemaakt.

Onderweg had ik dit al gezien:

Een soort tempels met trappen om te kunnen baden. Niemand deed het en ik zou het ook niemand aanraden want het water was ontzettend smerig en stonk. De cholera sprong er als het ware uit. Op de stoep (vanwaar ik de foto nam) zaten mensen: bedelaars, mensen met handel enz. Wie weet hebben ze nog moeite moeten doen voor hun plekjes hier, hebben ze een corrupte politieagent moeten omkopen. En dan in die stank, verschrikkelijk.

Het bleek een oud, vervallen tempelcomplex te zijn waar zich allemaal mannen ophielden. Was dit een ontmoetingsplaats voor mannen? Ik denk het niet, ze sliepen bijna allemaal. Overal lagen slapende mannen.

Twee straten verder stond het oude paleis van de maharadja, eens de glorie van Indore. In 1984 brak er brand uit en nu staat eigenlijk alleen de oude façade er nog.

Ze waren nog niet veel opgeschoten met het opruimen…..

Een mooi balkonnetje was inmiddels gerestaureerd.

Indore was 1 van de eerste staten die tijdens de campagne van Gandhi tempels en scholen openstelde voor harijans. (Onaantastbaren).

En dit moet iets met vrouwenrechten te maken hebben. En wat zou er onder die vieze vlek links onder staan?

E.M. Forster

Al 2x heb ik geprobeerd plaatsen uit het Indiase leven (en uit zijn boek ‘Passage to India’) van E.M. Forster te bezoeken en beide keren zijn deze mislukt. De eerste keer was in Patna, 14 jaar geleden. Het was bloedheet en ik liep langs een drukke weg op zoek naar de moskee waar Mrs. Moore (zo mooi gespeeld door Peggy Ashcroft) een gesprek voert met Aziz.

Patna is de armste stad van India en de hoofdstad van Bihar, (de armste provincie) en langs de weg stonden riksja’s, honderden riksha’s. En niemand van hen begreep wat ik wilde, dus ik liep maar door. Uiteindelijk ben ik bij een boekenmarkt gestrand, waar ik een boek kon kopen dat ik wilde lezen en dat in Nederland nog niet verschenen was, maar de moskee heb ik niet gezien.

De 2e keer was het doel de Marabar grotten. Ik had vanuit Sarnath een auto gehuurd en liet me naar Bod Gaya rijden met als doel onderweg de grotten. Ik had alles, dacht ik duidelijk afgesproken met de chauffeur (via een tolk) en hij heeft me bijna alle grotten laten zien, maar niet die van Marabar. Daar reed hij voorbij.

En nu ben ik in Dewas, en daar heeft E.M. Forster een tijd gewoond en gewerkt bij de maharadja.

Dewas ligt op de route van Ujjain naar Indore en naar mijn gevoel ben ik nu weer op weg naar huis. Het weer was vanochtend ook Nederlands, een grijze lucht en regen. De Indiase dagen voor kerst, zoiets. Officieel is het nu winter hier, en gek, maar het lijkt wel of het weer inderdaad de afgelopen dagen is veranderd, het is nog wel lekker warm (als de zon schijnt) maar toch voelt het anders aan.

In de loop van de ochtend is het opgeklaard en nu wordt het ook meteen weer warm.

Van de tijd van Forster is hier in Dewas weinig over. Het is een grote plaats en centrum van de katoenindustrie. De enige echt mooie winkels hier zijn enorme showrooms waar auto’s of brommers te koop staan.

Ik heb inmiddels het adres van de ‘womanmarket’ want ik wel nu wel eens mooie stoffen zien. En helemaal in het centrum van de katoenindustrie. (De markt viel tegen)

Maar eerst verder met Forster. Hij reisde twee maal naar India en de tweede maal woonde en werkte hij in Dewas. Over zijn verblijf hier schreef hij het boek The Hill of Devi.

Die heuvel ligt midden in de stad en heet hier Devi Vasini. Misschien wel net zoals Forster 100 jaar geleden heb ik hem beklommen. Voor de mensen hier is het een heilige berg, moeder Devi woont hier. Zij is de manifestatie (godin) van de energie, de energie van alle goden.

De heuvel van Devi, met daarvoor een onduidelijk, maar wel mooi gebouw.

Zicht op de belangrijkste tempel.

Het beeld van Devi.

Tja, en toch maar weer een foto van een heilige man in zijn eigen tempeltje daar op de heuvel.

Forster reisde ook naar Ujjain. Hij was er teleurgesteld over. Van Ujjain en Dewas zei hij: ‘Oude gebouwen zijn gebouwen, ruïnes zijn ruïnes’. Tja, er is nog weinig veranderd. Maar toch hebben beide steden een eigen karakteristieke sfeer. Ik zou er eigenlijk langer moeten blijven en zo’n stad ‘ns helemaal ondergaan. Maar ja, dan zou ik ook de taal moeten spreken……dus laat maar.

De Engelse club uit Passage to India moet in Indore staan. Maar daar is verder niets over te vinden.

En natuurlijk heb ik hier weer een samosa gegeten. Daarom hierbij wat beelden van deze Indiase snackbar. Het openbare leven hier wordt geheel gedomineerd door mannen. En iedereen wil op de foto, of een selfie. Geobsedeerd door die magische klik van het fototoestel.

Maar wat waren ze blij met die foto.

Op weg naar het hotel kwam ik langs een modern fastfood restaurant. Prachtig, gebakjes, pizza’s, ijs, enz. Van de kaart kon ik helaas niets lezen. En de lassi kwam in een pakje. Dan maar een milkcoffee. Dat is hier een kruising tussen slappe Nescafé en chocolademelk. Wakker zal ik er niet van blijven.

Ujjain

En nu ben ik in Ujjain, 1 van de 7 heilige steden van de hindoes. In de Mahabarata is Ujainni de hoofdstad van het koninkrijk Avanti. Behalve dat er erg veel tempels zijn is er verder weinig van de grandeur uit het verleden te merken. Maar de tempels zijn mooi en vaak weer onbegrijpelijk.

De belangrijkste tempel is de Mahakaltempel. Maar omdat ik (en iedereen) er alleen zonder tas, fototoestel enz in mocht, heb ik dit bezoek overgeslagen. Er waren wel een soort kluisjes, maar toch maar niet. En zo heb ik dus de enorme fallus van Shiva deze keer niet gezien, want die staat in de tempel. Er hing een groot scherm, waarop het offeren te zien was. Voor de zekerheid brandt er ook wat wierook voor het scherm, je weet maar nooit.

En mijn lievelingsgod is Ganesh. (Ik weet niet waarom, maar toch) en er waren veel tempels gewijd aan Ganesha, dit is een van de grootste beelden.

Voor degenen die gegriezeld hebben bij het verhaal over de ratten: onder de rechterknie van Ganesha zit een rat (of een muis).

Houdt hij hem zo onder bedwang? Of is het iets positiefs? Ik moet het nog nazoeken. Zeker weet je het nooit. In Calcutta staat een tempel gewijd aan ratten. En het krioelt er daar dus van.

Er zijn dus erg veel tempels in Ujjain, zomaar langs de kant van de straat, met een voor mij onbekende God.

Na al dit heiligs ben ik wat door de stad gaan lopen, op zoek naar de Bazar en om wat te eten.

Een bakkerij, waar het deeg met hamers gekneed wordt, of aan de muur hangt.

En ik kwam een hells angel annex saddu tegen: hij hing voor de foto eerst zijn ketting goed, maar zijn gezicht was natuurlijk ook een foto waard.

Bij een van de tempels zat deze mevrouw, bij haar kun je kiezen welk patroon henna je op de handen of voeten wilt.

Bij de Ghat (de plaats in de rivier waar men ritueel baadt) zat deze man, onbegrijpelijk. Ik denk soms met mijn (ja ik weet het) westerse blik dat minimaal de helft van al die heilige mannen psychisch gestoord is.

En uiteindelijk vond ik de Bazar, en hij is mooi daar in Ujjain. Op aanraden van de gids heb ik ook nog naar de moskee gezocht die op de fundamenten van een Jain tempel is gebouwd, maar deze niet gevonden. Maar verder wel veel moois. Uitzicht vanuit de grote Krishna tempel (het beeld is van zilver, maar stond achter een deur die op slot bleef) op de straat vol leven.

En een andere straat. Er hingen veel grote lappen stof (?) met gezichten (alleen mannen) in de stad. Met bijna geen tekst. Wie zou het zijn, die man met die zonnebril?

En ‘s middags ging het regenen. Regen maakt de armoede en de stank nog duidelijker en lelijker. De spullen in de kraampjes werden vlug bedekt. En de meeste mensen gingen door met dat waar ze mee bezig waren. Heel wat hadden geen plek, als ze al wilden schuilen.

Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst (ooit, in Nederland, ergens in een ander, vorig leven?) regen heb gehad.

Maar het was maar een buitje.

Bhopal

Bhopal is vooral bekend door de ramp bij Union Carbide, vandaag precies 33 jaar geleden. Door het ontsnapte giftige gas verloren direct 3800 mensen het leven, in de afgelopen 33 jaren is het dodental opgelopen tot 20.000.

Er is gisteravond een herdenkingsbijeenkomst geweest (las ik in de krant) en voor hulp aan de nabestaanden en de kinderen die nog steeds met lichamelijke afwijkingen worden geboren is er een stichting opgericht. Zie http://www.bhopal.org

Ik ben hier gisteren met een soort Indiase tgv (een soort…..) aangekomen, de trein reed soms werkelijk snel. Inbegrepen was de lunch. Deze bestond uit: een literfles water, een bekertje Knorr tomatensoep (een soort cup a soup, het bekertje was in ieder geval van Knorr), rijst met linzen en onduidelijke curry (maar wel lekker) chapati’s en yoghurt. (Yoghurt is hier een bijgerecht). En toe een ijsje.

Ik heb me naar een goed hotel laten vervoeren en ben nu weer bijgegeten en schoongewassen klaar voor de stad.

Bhopal is een grote stad die rond 2 meren is gebouwd. Er is nog een oud gedeelte, gedeeltelijk ommuurd met een bazar en moskeeën.

Bij de eerste moskee begon het gedoe. Ik heb nl mijn rok aan (over de knieën) en die laat een stuk bloot been zien. En zo kon ik niet de moskee in. Ik kreeg van iemand een lap die over de rok ging en na 10 meter later de schoenen te hebben achtergelaten kon ik de open ruimte bezoeken.

Vooral de 3 koepels waren erg mooi.

Hierna ben ik verder de oude stad in gelopen. Bij de volgende moskee werd ik wederom teruggewuifd. Ik ben nog even op zoek gegaan naar een lap, maar zag geen mooie. En ik dacht aan die kist thuis, vol met beeldige lappen en ideeën.

Dus ik besloot, dan maar niet de moskee in. Dit is de buitenkant, ook mooi.

‘S Middags ben ik naar het modernere deel van de stad gegaan en heb bij Kwality restaurant buiten!! op een terras heerlijk gegeten.

Daarna nog wat winkels bekeken en weer naar het hotel.

En ik moet het zeggen, ik heb niet 1 mannelijk of vrouwelijk half, of een kwart ontbloot been gezien. Alles, alles is door iedereen bedekt hier. En bij nader inzien, ik heb de afgelopen dagen hier in India nooit een ontbloot onderbeen gezien, iedereen man en vrouw is bedekt, totally bedekt.

Vandaag ben ik naar Sanchi geweest.

Sanchi ligt ongeveer 50 km ver van Bhopal en hier liggen de opgegraven resten van een groot boeddhistisch complex met stupa’s, resten van kloosters en tempels. (En er is een mooi museum). Het is gebouwd in de 3e eeuw voor Christus, tijdens de regering van keizer Ashok. (De enige boeddhistische heerser) toen het boeddhisme hier op haar hoogtepunt was.

In de loop der jaren is het verlaten, vergeten en half bedekt door oerwoud en zand en in 1818 is het pas weer her ontdekt.

De grote stupa is het mooist, vooral de vier toegangspoorten. Zij zijn allen versierd met prachtig beeldhouwwerk van scenes uit het leven van de boeddha.

Een soort boeddhistische piëta (?) in het museum.

Sakhi’s en hizra’s

Om nog even op het vorige bericht terug te komen.

Sakhi’s zijn mannen die vanuit een godsdienstige roeping als vrouw willen leven, en die zich dan ook als vrouw opmaken en kleden. Ze dansen alleen tijdens bijzondere erediensten en alleen ter ere van Ram. Daarom zag ik ze dus al in Ayodhya en nu ook in Orcha.

Hizra’s zijn zijn de personen (‘not a man, not a woman zei de man van mijn guesthouse toen ik de foto liet zien) die vooral vroeger muziek maakten op bruiloften en nu vaak in de prostitutie terecht komen om geld te verdienen.

Veel mooie (en angstaanjagende) informatie op de site: adolphus.nl van Dolf Hartsuiker, die ook een mooi boek over de saddu’s geschreven heeft.

Op een van mijn eerste reizen naar India kwam ik na een reis met de nachttrein ‘s ochtends vroeg op het station in Mumbai aan. Om me wat op te frissen ging ik naar de ladies restroom en toen ik daar mijn tanden stond te poetsen werd er met een klap een toilettas naast me neer gezet. Ik keek op, wie stond daar? Het was een hizra, zwaar opgemaakt die me met een uitdagende blik aankeek.

En ik dacht, ik ben in India, en hier sta ik, in de toiletten op het station in Mumbai. Het zijn van die momenten waarin je je tot in je botten realiseert waar je bent, en het zijn momenten die je nooit vergeet.

Orcha

Na een lange treinreis, de trein arriveerde met 3 uur vertraging in Allahabad en kwam uiteindelijk met 5 uur vertraging in Jhansi aan, ben ik gisteren hier in Orcha aangekomen. De trein zou om 22.25 uur vertrekken en 3 uur wachten op een nachtelijk station is weer een verhaal apart. Maar er zijn altijd mensen die je willen helpen, bekeren of met je op de foto gelukkig. En ik kon ook iemand helpen. Er lopen nml veel ratten (en verwilderde honden en enorme kakkerlakken) op de stations: tussen de rails en rondom de eetstalletjes. Ze bleken ook te komen uit de spleten in het stenen bankje waarop ik zat. Ik ben toen gaan staan, dan maar niet zitten, tot grote hilariteit van de Indiërs. ‘Typisch weer zo’n toerist!’ De man die me wilde bekeren tot de een of andere guru ging zelfs zo ver zijn chapati met de beesten te delen. ‘The animal has also the right to live’.

Nou ja, toen ik daar stond, sprong opeens een mevrouw gillend op, zat er een rat in haar sari? Ze struikelde hierbij bijna over mijn koffertje, gaf het daardoor een zet en net voordat het het perron af dreigde te rollen kon ik het in een beweging tegenhouden en de dame opvangen die dreigde te vallen. Samen met haar man hem ik haar rug en haren onderzocht, geen ratten. Dit alles om 12.00 uur ‘s nachts.

Uiteindelijk kwam de trein met mijn eerste klas A-C reservering en dit was heerlijk! Zelfs de wc was schoon. Dit had ik nog nooit meegemaakt. Ik kreeg lakens, een deken en een kussentje en ben eigenlijk direct als een blok in slaap gevallen. Ik werd helaas…. niet af en toe wakker als de trein met zo’n lange fluit over een brug boven een grote rivier reed of als hij midden in de nacht op een station stopt. Allemaal gemist. Van die prachtige momenten.

Om half 8 kwam de eerste man met thee langs en ik kon daarna zelfs mijn tanden poetsen.

Nou dus laat in Jhansi aangekomen en daar direct met een autoriskha 18 km verderop naar Orcha.

En Orcha heeft een fort.

Met daarop Indiase hangjongeren, die zich maar wat graag willen laten fotograferen.

Maar daar kwam ik natuurlijk niet voor.

Het fort zelf is wederom in slechte, verwaarloosde staat. Ooit was het van een maharadja, gebouwd door moslims. De schilderingen in het fort zijn wat inhoud betreft hindoeïstisch, de stijl is islamitisch. Ook het fort zelf is geheel volgens islamitische bouwnormen gebouwd.

Dit is een afbeelding van de Ramayana.

Het was, na heel wat zoeken en klauteren dus prachtig daar binnen in dat fort.

Er is natuurlijk, ook een tempel in Orcha, deze is gewijd aan Ram.

Hij ziet er wel charmant uit hier. Dit staat allemaal in een soort tuin. De werkelijke tempel is hier achter en die gaat ‘s avonds slechts 2 uur open. Hij wordt bewaakt door gewapende politieagenten, die als de deurtjes naar het heiligdom geopend zijn eerst zelf gaan offeren. (Weer koekjes, snoep en bloemen). De verzamelde menigte roept luidt ‘Ram, Ram’ en nog iets, ik ben soms blij dat ik niet alles kan verstaan. Het is hier ten strengste verboden foto’s te nemen. Maar het is ongeveer dit beeldje als dit, wat vanachter de deurtjes getoond wordt.

En verder wilde iedereen weer op de foto of met mij op een selfie.

Ook deze twee dames, waarvan ik bij nader inzien vermoed dat het twee heren zouden kunnen zijn. Het is een aparte kaste, de travestieten. Vroeger zongen ze op bruiloften, nu moeten ze vaak als prostitué wat geld bij elkaar scharrelen. Meestal willen ze niet op de foto, in Bombay heb ik er veel gezien, zwaar opgemaakt. In Ayodhya wilde er ook een op de foto, maar ik was even met de gedachten ergens anders.

Het is een vraag, vrouwen of mannen…….. of ltb (of zoiets, de juiste letters weet ik niet).

Vanmiddag heb ik hier in het duurste hotel werkelijk zalige samosa’s gegeten. Orcha is nml nogal toeristisch, gericht op de backpacker. Met aangepast voedsel. Er zaten gisteravond zelfs champignons in mijn eten. Dat was dus even wennen na het pure Ayodhya en Allahabad. Maar die samosa’s, zalig!

Een dag in Allahabad

Allahabad ligt op een belangrijke strategische plaats en was de hoofdstad tijdens de regering van de moslims en die van de Engelsen. Uit die tijd stamt nog het Fort. Dit heeft men laten verwaarlozen. De belangrijkste voorwerpen zijn naar musea verhuisd en wat rest is een enorme dikke muur.

Je kunt in Allahabad een Heritage walk wandelen en ik heb er een stukje van gedaan. Ik liep langs

de All Saints Cathedral (waar ik helaas niet in kon) en ik maakte een wandeling door het prachtige Alfredpark (en wie was Alfred?), waarin het Victoria Memorial stond. (Victoria was ‘removed’ en ook de palm voor het beeld had zijn beste tijd gehad)

In het park ook een gebouw dat eruit zag als een kerk, maar het bleek een studiezaal te zijn (geworden?) met een heerlijke rust. Ik miste mijn boeken. Dan had ik nu heerlijk een poosje daar kunnen gaan lezen.

Daarna ben ik naar de Sangam gegaan. Dit is de plek waar de Yamuna en de Ganges elkaar ontmoeten en als 1 rivier verder stromen. Hindoes geloven dat zich hieronder nog een derde (mythologische) rivier bevindt, de Saraswati. Ook deze voegt zich in. Dubbel dubbel heilig dus.

Er was weer veel gedoe bij het bemachtigen van een zitplaats in de boot. Het eerste bod was 1000 rupees (special tourist price), maar de Indiase familie die zich over me ontfermde bracht dit terug tot 60 rps.

De boot vaarde langzaam naar de plek. Onderweg passeerden we een kolonie zeemeeuwen, er kwam direct een bootje aanvaren waar we voedsel voor de vogels konden kopen.

Op de plek zelf was het een drukte van belang. Iedereen nam hier een ‘shower’. (Een ritueel bad in het zeer smerige water) men begreep gelukkig dat ik slecht foto’s wilde maken, maar haalde me toch over een hand water over mijn hoofd te gooien, ‘that’s also enough’.

Na de shower trok men schone kleren aan. De natte doeken werden op de boot gehangen, zij droogden tijdens de terugreis.

Eens in de 12 jaar verzamelen zich hier (bijna) alle saddu’s uit India. De Kumbh Mela. Dat was nu helaas niet het geval. Maar je kunt niet alles hebben en thuis kan ik kijken naar de prachtige film over de Kumbh Mela: ‘Faith Connections’.

Op de wal zwierf nog een eenzame saddu.

En er zaten kinderen, beeldig aangekleed, en waarom? (Waarschijnlijk om te bedelen, maar dat deden ze niet)

Vandaag ben ik naar het (geboorte) huis van Nehru geweest, de Anand Bhawan. Een prachtig huis dat nu als museum is ingericht.

Dit bezoek eindigde met een afknapper. In de bijbehorende boekwinkel lag tussen de biografie van de Boeddha en die van Einstein de biografie van Hitler. Ik ben enigszins geshockeerd naar de manager gegaan die mijn upset begreep. Ik heb er later nog ‘ns over nagedacht, er lag ook een biografie van Bose. Dit was de leider van de fel anti Engelse eng nationalistische en fascistische voorloper van de BJP. Hij zocht in de oorlog inderdaad toenadering tot Hitler als bondgenoot tegen de Engelsen.

Nou ja, ik blijf erbij dat een dergelijke biografie niet thuishoort in het huis van Nehru.

Wat betreft Indira, de dochter heb ik mijn mond gehouden. In haar huis, naast dat van haar vader, was een tentoonstelling over haar. Zeer pro. In de biografie, die tien jaar geleden verscheen wordt een beeld geschetst van een gehaaide, harde en onmenselijke politica.

Dit is de kamer waar de congrespartij werd opgericht en vergaderde.

Om (weer) tot rust te komen ben ik ‘s middags naar het Kushrou Bagh park geweest. Een enorm groot park, met daarin 3 tombes. Uit de glorietijd van de Mogols. Het was een prachtig park, lekker de monumenten bezocht en beklommen, af en toe kwam er een man met thee langs en heerlijk in de schaduw gezeten.

Naar Faizabad

Ik wilde eigenlijk morgen deze pagina over Faizabad/ Ayodhya maken, maar omdat de dag anders liep dan gepland en het een leuke dag werd hierbij het verslag.

Ik ben al vroeg naar Highway28 vertrokken om daar een bus op te pikken (of beter om door een bus opgepikt te worden) en was daar enigszins bezorgd om. Ik stap het liefst in een bus bij het beginpunt, dan is er plek, vaak vooraan en kun je de bagage kwijt. Als de bus eenmaal rijdt, zit hij vaak vol, of helemaal vol. Je moet dan vaak snel instappen en waar kun je dan zitten?

Nou ja, alle zorgen voor niets. Er stopte snel een bus, die was helemaal vol, maar ik kon op het bankje bij de deur van de kaartjesverkoper zitten.

In Goktapur moest ik overstappen. De volgende zorgen. Zachtjes uitgedrukt is het busstation een puinhoop. Op de heenreis had ik een uur met een groepje mensen de bus naar Kushinagar lopen zoeken. Maar ook dit ging nu anders. De kaartjesverkoper had me al gevraagd waar ik naar toe ging (waar ik vandaan kwam begreep hij niet Nederland?? En ook ‘Cruyff’ helpt niet meer), maar waar ik naar toe wilde, ja nu kon hij iets voor me betekenen. Bij aankomst in de chaos wees hij me op een al rijdende bus, ‘Faizabad!’ En maande spoed. Dus snel uit de bus en op naar de volgende. Gelukkig kwamen er meer mensen uit mijn bus en stopte de andere even. Ik werd weer naar binnen gehesen en naast een hoopje doeken gezet, waarin een heel oud gerimpeld vrouwtje zat.

Ze reisde met 2 jongemannen, die aan de andere kant van het gangpad zaten en mij maar meteen in de zorgen meenamen. Toen ze in Faizabad allemaal uitstapten bleek dat ze nog maar net kon lopen.

In Faizabad op naar het hotel dat ik via internet gereserveerd had. Daar wist men van niets. Een gesprek volgde en uiteindelijk kreeg ik de enig nog beschikbare kamer tegen de zelfde prijs als die van het internet enz. Het bleek een heerlijke, schone kamer te zijn. Toen ik om een handdoek ging vragen en meteen ook mijn complimenten over de kamer uitsprak, brak het ijs bij de receptie. Zij wilden me perse naar een bruiloft brengen, hier in de grote zaal. Ik voelde me wat opgelaten, een ongenode gast direct uit de bus, vies en stoffig. Maar nee, natuurlijk was ik welkom!

Dus wat hier volgt is een kleine reportage van de bruiloft.

Bij mijn binnenkomst zitten de familie en vrienden van de bruidegom aan de ene kant, die van de bruid aan de andere.

Op het podium vindt het ritueel plaats. Het was me eerst niet helemaal duidelijk wie de bruidegom was, maar de man met het mutsje is de geestelijke, die zong. Dit ritueel duurt ongeveer een uur.

Daarna trekt de bruidegom zich terug om zich te verkleden en wordt de bruid door haar moeder en familie de zaal binnengebracht.

Zij gaat ook op het podium zitten en alle vrouwen uit de zaal voegen zich bij haar. De mannen storten zich nu op het lopend buffet, en ik mocht, nee moest natuurlijk mee.

De vrouwen geven de bruid allemaal geschenken of geld.

Tenslotte komt de bruidegom weer terug in de zaal en wordt door de mannen gefeliciteerd.

Hij gaat ook op het podium, naast de bruid staan en de moeder van de bruid komt nu met een zilveren schaal vol voorwerpen, waaronder de ringen. Deze doet men bij elkaar om, en dan is het paar getrouwd.