Zo begint dit mooie gedicht van Robert Frost. Hoe vaak stond ik niet op een splitsing en moest ik kiezen, welke kant, welke richting, wat te doen. In 2017 liep ik mijn eerste deel van het SouthWestCoastpath en passeerde ik Lynmouth.
Daar was een splitsing, een keuze rechtdoor of linksaf. Ik koos toen voor rechtdoor, daar liep het pad.
Nu, terug in Lynmouth sla ik linksaf naar de Two Moors Way, richting Exmoor. Want na Exmoor gaat het pad door Dartmoor, hier was ik in 2016, het jaar van mijn pensioen. Ik was erg onder de indruk van dat landschap en wilde er graag nog een keer naar terug. De laatste keer dat ik het kustpad liep, voor Corona in 2019 eindigde ik in Plymouth. En daar eindigt de TwoMoorsWay (Wembury ligt ‘naast’ Plymouth). Ik zou dus kunnen door lopen. In januari 2020 had ik alles uitgezocht en slaapplaatsen gereserveerd. En in maart dat jaar overspoelde covid de wereld.
Tja, voor sommige keuzes krijg je een tweede kans. Je kunt dan naar punten terugkeren en nog een keer kiezen.
Na de eerste dag wandelen ben ik bij het blauwe puntje, iets voorbij Simonsbath.
Gisteravond bereikte ik met veel reisgedoe (de rijen op Schiphol vermijdend, de vlucht werd geannuleerd, rennend naar de bus in Londen) na 6 uur in de bus Barnstable bereiken en vanochtend ben ik met de local bus naar Lynmouth gereisd. Tijdens de rit regende het en vlak voordat de bus Lynmouth bereikte werd het droog.
Terug kijkend naar de zee.
Ik dacht dat de eerste week een soort warming up voor de kliffen langs de zee zou worden, maar ook nu was het direct weer veel stijgen en dalen.
Op de Cheridon Ridge. Wolken boven de zee.
Ik slaap vannacht in Warren farm, ‘a working farm’. Hiervoor moest ik van het pad afslaan en dwars over het land via een vreselijke steile afdaling naar een brug over een stroompje lopen. Altijd fijn zo op het einde van een dag. En morgen meteen weer steil omhoog terug…… Maar wat een zalige rust hier.
Links bij de twee lichte vlekken ligt Warren farm.
Eremita Augusta werd 25 v Christus gesticht door keizer Augustus. De stad groeide snel uit tot 1 van de belangrijkste steden van het Romeinse rijk en werd in 713 veroverd door de Moren en werd Christelijk in 1230. Er zijn enorm veel prachtige Romeinse monumenten en bezienswaardigheden bewaard gebleven.
Het Romeins museum.
Ik weet niet wat ik mooier vind: het gebouw, de collectie of de combinatie hiervan: het samenspel van museum en inhoud.
De stad werd van water voorzien door vier grote aquaducten.Het theater.
Alles is ontzagwekkend groot en na die 2000 jaar van bestaan nog prachtig.
De tempel van Diana.
Het gebouwtje achter de tempel is half over de tempel gebouwd door de ridders van Santiago. ‘Volgens de esthetische normen van die tijd’, staat er bij op een bordje.
De basiliek van Eulalia.
De basiliek is uit de 13e eeuw en is gewijd aan de martelares Eulalia, een jonge christelijke vrouw die (in de 3e eeuw) weigerde de Romeinse goden te aanbidden. Ze is de beschermvrouwe van de stad.
En ja…daar is ‘ie weer: een afbeelding van Santiago in de basiliek.
En vandaag is het 1 mei, wij hebben nog een dag in Merida en hebben vooral rondgeslenterd en op terrasjes gezeten.
Op de Plaza d’Espagna,Daar was enkele uren later de 1 mei bijeenkomst,
En we liepen over deze brug naar de overkant van de rivier, waar het busstation is. Daar vertrekken we morgenochtend om 10 voor half 6 met de bus naar Malaga. Ik ga nu dus maar ‘ns pakken.
Gisteren stonden we om 13.13 uur op de Romaanse brug in Merida.Aangekomen!
Na voor de laatste keer een ontbijtje ‘in de bar’ vertrokken we om 8 uur uit San Pedro de Merida.
De bar van hostal Kavanne.
Halverwege de ochtend bereikten we het plaatsje Trullijanos waar een Santiago kerk bleek te staan uit de Reconquista tijd.
En toen wandelden we voor de allerlaatste keer door de olijfgaarden.
Heel in de verte ligt Merida.
Bij de binnenkomst van Merida moesten we eerst door een industriegebied en daarna door woonwijken lopen. De natuur was voorbij, dat was duidelijk!
Op een kruispunt tussen al het lelijks stond een beeldig kerkje.
We zijn direct door gelopen naar de Romeinse Brug (de langste Romeinse brug in Spanje, 800 meter). Dit is het ‘officiële’ eindpunt van de camino mozárabe. Na de foto door de drukke binnenstad naar het hotel. Douchen! De rugzak uitpakken! We zijn er!
‘s Avonds trakteerde Mariet op een heerlijke ‘we hebben het verdiend’ maaltijd de Parador. Op weg ernaar toe passeerden we de tempel van Diana. (Merida staat vol met Romeinse resten). Voor de tempel was een podium waarop een ‘dansvoorstelling’: keiharde beatmuziek waar jonge kinderen op hip-hopten. De tempel was hel verlicht,
Van ‘uit de tijd’ terug in de wereld van anno nu.
De Moren vielen in 711 Spanje binnen en ze veroverden grote delen van het Iberische schiereiland, (met uitzondering van de noordelijke provincies). Vanaf ongeveer 800 begon de reconquista, waarbij ze steeds verder naar het zuiden werden teruggedrongen door de kruisvaarders. De reconquista eindigde in 1492 met de val van het allerlaatste overgebleven islamitisch koninkrijk Granada.
Er is weinig bekend over de geschiedenis en cultuur van de caminoMozárabe. De route werd van oudsher gebruikt door christenen die in het Moorse gedeelte van Spanje woonden op bedevaart naar Santiago en is daarmee 1 van de oudste routes. (Maar dat zeggen ze van alle routes). De bedevaarten hadden naast de religieuze altijd politieke, economische redenen. Volgens sommige theorieën stond het economische doel voorop. Ook werden de pelgrimsroutes ‘ingezet’ in de strijd tegen de Moren. Grote stromen mensen vormden zo een barrière. En er waren veel, heel veel mensen op weg naar Santiago.
Santiago (Jacobus) was de 3e apostel van Christus. Op de plaats waar nu Compostela ligt werden in 800 zijn beenderen ontdekt. Hij zou in Jeruzalem onthoofd zijn en met een schip in Finistere (enkele dagen verder lopen na Compostela) zijn aangespoeld. Eerder had hij het geloof al in Spanje gebracht. De vondst van zijn beenderen kwam de kerk erg goed uit bij de reconquista van Spanje. Men had een beschermheilige nodig in de strijd tegen de moren. (Zie zijn afbeelding als Morendoder in de Mezquita in Cordoba).
De route naar Finistere was in de oudheid al een magische route naar het eind van de wereld. De Kelten trokken er langs de sterren van de Melkweg volgend. Toen Santiago beschermheilige was geworden had dit een enorme aantrekkingskracht in de middeleeuwse wereld.
De ridders van Santiago, opgericht in 1170 was een religieuze orde met als doel het verslaan van de Moren. Ze ontwikkelden een grote militaire en economische macht. De orde leefde onder milde kloosterregels, de leden mochten zelfs trouwen. De orde beschermde de pelgrimsroutes en zorgde voor hospitaals en kerken. Ze vochten in diverse oorlogen vooral in het zuiden en verwierven grote gebieden rond Merida en Caceras.
Om cancelling te voorkomen………….
Kalifaat is in Spanje een gewoon woord. Ik heb nog gezocht naar een tasje met dat woord erop, want hoe zou men daar in Nederland op reageren? En met het woord ‘Moren’ wordt de islamitische bevolking bedoeld die tussen 700 en 1300 op het Iberisch schiereiland woonde.
Reclame in Cordoba.
Ook vond ik een folder met de ‘camino’ Califaat. (Langs alle Moorse restanten in het zuiden). De moslimraad van Spanje ijvert al jaren om te mogen, kunnen bidden in de Mezquita en krijgen hiervoor tot op heden geen toestemming. In de kathedraal van Compostela is de strijd van Santiago in een zijkapel uitgebeeld: aan zijn voeten liggen ‘morenkoppen’. (Men heeft er nu discreet (?) bloemen voorgezet. Er is nog een lange weg te gaan…….
En wat zagen wij hiervan op de camino Mozárabe.
We zagen op deze camino prachtige Moorse restanten en ‘stoere’ Santiago kerken (ze moesten tenslotte kracht uitstralen). Na de overwinning door de reconquista zijn er nog veel Moorse bouwmeesters gebleven, hun invloed op de bouwstijl en cultuur bleef tot heden. Omdat er in het Nederlands en Engels (voorzover ik weet) weinig literatuur over deze camino is, kwam het herhaaldelijk voor dat ik een Santiago kerk meende te ‘ontdekken’. Ook de plaatselijke vvv (voorzover open, ze waren vaak dicht) had nauwelijks informatie over de Santiago geschiedenis.
Santiago kerk in Trujillanos.
De laatste dag passeerden we het plaatsje Trujillanos. Hier bleek een kerk te staan gesticht door de Santiagoridders in 1327 om de omgeving te herbevolken. Het land is hier vruchtbaar dus dit lukte. Deze informatie vond ik op een blog van een andere pelgrim. Ter plekke geen bordje, geen info.
Voordat de Moren het land binnenvielen, heersten de Visigoten en daarvoor de Romeinen.
De Romeinse weg van Merida naar Cordoba.
De weg.
Culturen komen en gaan, hun wegen (en gelukkig veel meer) blijven en altijd weer is het voor mij een prachtige ervaring langs deze ‘oude wegen’ te gaan. Wegen die zoveel hebben meegemaakt, zoveel hebben veroorzaakt en zoveel hebben betekend. Ze vertellen van de geschiedenis van die honderden jaren, zoals van Moren die hier leefden en van de pelgrims die in de middeleeuwen op bedevaart naar Santiago liepen. ‘Een pad in de wereld’, vaak door prachtige, ongerepte natuur. Het is de weg, soms zwaar, soms mooi. En altijd weer realiseer ik me in dat ‘kleine’ bestaan ‘het wonder en de grootsheid’ ervan.
‘Wandelaar, jouw voetsporen zijn de weg, niets meer. Wandelaar er is geen weg, de weg maak je al lopende’.
En tenslotte, wil ik iedereen bedanken voor het meelezen, meeleven en reageren. Om onduidelijke redenen verschijnen jullie reacties (en mijn antwoord) niet meer op het blog. Maar weet dat ik er blij mee ben.
Wij zijn vandaag, woensdag 27 april in Santa Amalia aanbeland. In Nederland is het Koningsdag, in Utrecht vrijmarkt en hier, in Santa Amalia heerst de siësta rust, zelfs de bars, zelfs de bazaars (nog erger dan de Action, vol met snoepjes en Chinese spullen en dito verkopers) alles is dicht. Met de man van het hostal veel spraakverwarring. Bij aankomst was het hostal dicht, dus naar de bar ook gelegen aan de Plaza dEspagna. Na een kopje koffie en een servezza weer naar het hostal, hierbij bleken we gevolgd door de man van de tap, hij coördineerde ook het hostal. Na uitrusten, douchen en telefoon opladen wilden we wat eten (meestal halen we de middagmaaltijd die vaak tot 4 uur mogelijk is). Hier in deze bar kwamen we 5 minuten te laat. Eten kon ‘s avonds weer na half 8. Het hele, doodstille dorp door op zoek naar iets te eten. Na vragen bleek dat er bij het zwembad (waar nog geen water in zat) iets te eten was. Daar was de keuken ook weer net dicht, maar ze wilden wel een broodje maken (als ze zelf klaar waren met eten). Maar wij blij. Terug bij het hostal konden we er niet in. (Hadden alleen zo’n modern kaartje). Dus de man uit zijn siësta gebeld. Het kaartje bleek ook de hoofddeur te openen. We zijn ‘s avonds nog even naar ‘onze bar’ gegaan voor een kopje koffie met iets kleins, en daar was een keurig tafeltje voor ons gedekt. Toen toch maar een gang van het menu besteld.
We zijn vanochtend om half 8, na het ontbijt uit Santa Amalia vertrokkenen en bedachten dat we op deze wandeltocht toch wel erg veel van het eenvoudige, niet toeristische boeren leven in Spanje mee konden maken. Het echte Spanje dus.
Het fort van Medellin.
Maar nog even gisteren: Vanochtend passeerden we juist rond koffietijd Medellin. Een woord dat allerlei associaties oproept. Zoals bv drugs.
Het Colombiaanse Medellin, bekend van de drugskartels, heeft een evenknie in Spanje. Nee, dat moet natuurlijk andersom, het Zuid-Amerikaanse Medellin is een kopie van het Spaanse. Gelukkig geen drugs in de Spaanse versie (alhoewel ik vanmiddag wel iets dacht te ruiken) maar Romeinse resten en kerken. (Het liefst allemaal bij elkaar). En gelukkig de koffie natuurlijk.
Romeinse resten en zicht op Medellin.Ooievaars op het dak van de Santa Cecilia kerk.
In Medellin staat ook een standbeeld van Hernan Cortes, de kolonisator van Mexico.
Met het kruis in de hand…..Daar staat hij in volle glorie, hij is nog niet gecancelled, en van het woke gebeuren is hier zo te zien ook nog geen sprake.Hernan kijkt uit op het gemeentehuis, hier hangt een spandoek ‘stop la guerre’.
Ik heb een kleine wandeling door het ‘archeologische park’ gemaakt. Een rondleiding was hier mogelijk. Met korting voor pensionades. Echter, ik moest er 25 minuten op wachten en de uitleg was in het Spaans. Dat zou niet opschieten, ik ben zelf maar wat gaan kijken.
De Santiagokerk.
Deze kerk staat dus ‘onderaan’ het Moorse fort en naast het Romeinse theater, alweer een vierkante kilometer vol geschiedenis.
Romaanse brug?? (en ook de rivier is er niet)
Deze brug is niet de echte Romaanse brug, de resten daarvan liggen ernaast (om onduidelijke redenen niet te zien). De rivier staat bijna helemaal droog.
Een koninklijk pad.
Ofschoon het zojuist nog even regende zagen we onderweg al veel droogte en veel pogingen het land vochtig te houden. Door de klimaatveranderingen wordt dit gebied in het zuiden van Spanje steeds meer woestijn. Een korte periode is alles groen en bloeien de bloemen uitbundig. Wat een geluk daar tussen door te lopen, elke dag weer.
We liepen een groot stuk over een cañada. Daarnaast is al heel lang geleden een waterleiding aangelegd. Deze stond ook droog.
Maar gelukkig nog wel veel bloemen.Bloempje van deze dag, ook op droge grond.
Donderdag 28 april, bijna de laatste loodjes……liepen we naar San Pedro de Merida (We zijn dus vlakbij Merida, nog ongeveer 16 km te gaan). Dit keer had het pad niet de schoonheidsprijs. We waren er al voor gewaarschuwd, ruim 2 km langs een doodenge snelweg.
Het eerste stuk ging nog langs boerenland. Veel boomgaarden en graanvelden.
Amandelbomen.
Halverwege passeerden we het dorpje Torrefresneda, hier zou volgens de boekjes en berichten niets zijn (geen winkels, geen bar), maar er was dus wel een bar, naast een moderne kerk. En er bleek ook een winkel met de meest basale levensmiddelen. Er lagen allerlei broden, deze waren al gereserveerd, ik kon alleen een stokbrood en wat kaas kopen. en het smaakte heerlijk.
Een prachtig oud kruis voor een (lelijke) nieuwe kerk.
Hierna liepen we op een pad langs de snelweg (ipv langs de vangrail op de snelweg) helemaal naar San Piedro de Merida.
En daar slapen we voor de laatste keer in een pelgrimshostal. En hier ‘haalden’ we de middagmaaltijd nog wel. We aten kikkererwtensoep met vis en spinazie en daarna pasta met tomaten en tonijn. Het echte Spanje. En het smaakte heerlijk.
Daar doen we ook heerlijk 2 dagen over. Bij het vertrek uit Campanario liepen we door het kleine centrum. We sliepen in een soort buitenwijk, het centrum bleek veel leuker dan gedacht.
Zo loop je door een straat en zo, in een tel, ben je buiten de stad.
En daar liep een kudde schapen langs de snelweg.Met een herder.
Direct eigenlijk al zagen we heel in de verte Magacela liggen, het ligt tegen en op een steile heuvel, die eenzaam in het bijna lege landschap ligt.
Nog 10 km te gaan.Nog meer schapen op de weg.
In Magacela slapen we in een casa rural, dit ligt aan de voet van de heuvel. We hebben hier een zitkamer, een keuken, een slaapkamer en een grote binnenplaats. Maar ja, hadden we eten meegebracht? We dachten dat er wel een bar en/of restaurant zou zijn, daar wilden we desnoods die heuvel wel voor beklimmen, maar al snel hoorden we dat er niets in het dorpje was, alleen 1 sparwinkel helemaal boven op de top. Gelukkig wilden de eigenaren ons met de auto naar boven en daarna naar beneden brengen en zo konden we boodschappen doen. Bij het casa terug kregen we ook nog heerlijke sla uit de moestuin en zo hebben we deze avond heerlijk buiten gegeten.
Dinsdag 26 moesten we dus echt de heuvel beklimmen. Je wordt er in ieder geval wel wakker van, direct zo’n inspanning. Magacela was ooit een Moors plaatsje (helemaal op de top staan de resten van een Moors fort) en de invloed hiervan is nog op de huisjes te zien.
Langs de weg liepen we aan de andere kant van de heuvel weer naar beneden naar La Haba.
Ingenieuze skatebaan naar de kerk.
Hierna ging het weer over een lege vlakte naar Don Benito.
Lunch pauze.
In Don Benito slapen we in een push hotel, niet echt zo’n hotel waar je met een rugzak en op bergschoenen naar binnengaat. Maar dat deden we. En er is een zwembad………….maar dat was dicht. (Daar ging mijn zwemdroom). Maar de luxe hier is even erg fijn. En er is een ontbijtbuffet, hiermee kan ik mooi de psychische resten van die ontzettend vieze bar met het kleffe brood en dito barman van gisteren in Campanario verwerken.
Straatbeeld in Don Benito.
In de blogs en boekjes die we lezen (en gebruiken) komt Don Benito er bekaaid van af. Men loopt er snel doorheen. Ik ben vanavond even ‘de stad in geweest’ en vond het allemaal wel mee vallen. Het is een plaatsje met ‘intrinsieke motivatie’. En er was weer leven op straat! Buurvrouwen die met elkaar de laatste roddels doornemen, spelende kinderen, drukke bedrijvigheid op straat en terrasjes, veel terrasjes. En een Santiagokerk! (werd ook niet in die gidsjes genoemd). Er stond een deur open dus ik op zoek naar het beeld en iemand met een stempel. Tja, er zat een groepje mensen in een kring in de sacristie in gesprek, dus ik wilde hen niet storen en er zou een beeld van Santiago staan, maar daar hing een doek voor. Ingestort? Uitgeleend aan een tentoonstelling? Op renovatie? We zullen het nooit weten.
Op zoek naar Santiago in de donkere kerk. De Santiagokerk op de Plaza d’Espagna.
En het houdt niet op, elke dag weer nieuwe bloemen.
We zijn gisteren om 7 uur vertrokken uit Monterubbio omdat het weerbericht meldde dat het tot 12 uur droog zou blijven. Het was echter de hele dag droog, sterker nog, ‘s ochtends nog veel wolken en ‘s middags weer een mooie blauwe lucht met hier en daar een wolk.
Onderweg naar Castuera kwamen we een Franse man tegen met wie we een stukje opliepen. Hij maakt tijdens zijn tocht van AlmerÃa naar Salamanca elke dag een beeldige aquarel. Op de Facebook pagina van de Franse amis van de camino Mozarabe komt zijn werk herhaaldelijk voor. Wat leuk om hem te ontmoeten en later aan het werk te zien.
In de herberg van Castuera, pelgrim Andre aan het werk.Castuera.
In Castuera sliepen we in de pelgrimsherberg. De herberg is nieuw: 2 ruimtes met elk 2 stapelbedden, 2 badkamers met 2 douches annex w.c. en een grote keuken met tafels en stoelen. De sleutel moesten we ophalen bij de politie. Nadat we in de herberg de rugzak hadden neergezet (en de onderste bedden hadden ‘gereserveerd’) gingen we op zoek naar iets te eten. Castuera was uitgestorven. Wat een dode, stille, zielloze dorpjes komen we deze laatste dagen tegen. Na een uur rond zoeken kwamen we terecht bij het zwembad waar een restaurant bij was. Daar gegeten, we hadden sterk de indruk dat toeristen (buitenlanders, pelgrims?) een andere behandeling krijgen dat de gemiddelde Spaanse gast. We liepen terug langs de Spar, waar we brood, beleg en aqua…. liters aqua kochten voor de avondmaaltijd en het ontbijt. Bij terugkomst bleken er twee nogal chagrijnige Franse dames te zijn gearriveerd, ja, zij moesten de stapelbedden beklimmen.
Dit is ook Spanje.
Ik ben ‘s avonds voor de boodschappen voor de volgende dag op zoek gegaan naar de Dia (een Spaanse AH) en vond hem natuurlijk weer niet. Ik vroeg de weg aan de oude vrouw (je ziet erg weinig mensen op straat). ‘Dia?’ Ze begreep me niet en haalde haar man erbij. Hij bleek Duits te spreken, hij had 8 jaar in Keulen als gastarbeider gewerkt en bracht me al herinneringen ophalend naar de Dia.
Vandaag, zondag 24april (waar blijft de tijd….) liepen we van Castuera naar Campanario. Alweer een plaats om niet naar terug te verlangen.
We lopen door een wijd, leeg landschap.
Het was een prettige wandeling, niet te lang 20 (of 24 -het is telkens onduidelijk wat de juiste afstand is-) km, niet te veel stijgen of dalen en een heerlijke zon, precies goed wandelweer.
Honderd tinten groen.
In Campanario slapen we in een casa rural. Voorzover je daar hiervan kunt spreken staat dit in het centrum van het plaatsje. Er blijkt ook een restaurant te zijn in Campanario (te weten 1 restaurant en 1 bar). Hier hebben we heerlijk gegeten. De bar gaan we morgen zoeken voor het ontbijt.
‘Gelukkig’ was de tv aan in restaurant Seneca en gelukkig dit keer niet met stierengevechten.
Andre zat ook op het terras, dus als afsluiting nog wat moois van hem.
En wat voor drup. Vandaag regende het de hele dag, dan weer hard, dan weer zacht, maar altijd gestaag.
Hinojosa del Duque.
We vertrokken gisteren met zon en een strakke blauwe lucht uit Hinosoja. Omdat het een lange etappe is, hadden we ook deze in tweeën gedeeld. Mariet had belde met het hotel van de volgende dag om een taxi voor een afhaalpunt af te spreken, toen de eigenaar heel aardig aanbood ons na 20 km bij een punt waar het pad een weg kruist op te pikken. ‘Hij reed er toch langs’.
We liepen deze dag door een vlak gebied met veel landbouw en veel bloemen.
We moesten weer een brede stroom over, de bodem was glibberig en lag vol stenen. Hiervoor heb ik ‘waterschoenen’ (plastic sandalen van van Haren) bij me. En zo kost een stroompje veel tijd: bergschoenen en sokken uit trekken, soms de stokken van de rugzak losmaken en langer maken (en vastdraaien…..anders zak je nog het water in), de waterschoenen en handdoekje uit de rugzak halen en aantrekken. En dan zo opgetuigd het koele water in. En je weet nooit wat deze toekomst brengen zal. Aan de overkant hetzelfde ritueel maar dan in andere volgorde. Bijkomend punt hierbij: hoe houd je de voeten schoon, want na het afdrogen moet je direct de sok en schoen aan, erop gaan staan geeft weer zand en modder aan de voet. Het handigst hiervoor is een goede grote steen om op te zitten, maar die ligt helaas niet overal klaar. Mariet was deze keer in het gras aan de oever gaan zitten. Toen er plotseling een hond verscheen. Even later riep een man de hond terug. Ik stedeling uit een andere wereld dacht dat de man de hond uit liet, maar al snel bleek dit niet het geval. Er kwam namelijk een grote kudde schapen en geiten aan en deze dreigde over Mariet heen te galopperen. Gelukkig wist de herder ze langs haar heen te leiden, hierna renden de beesten (waarschijnlijk net zo geschrokken als wij) snel weg.
Mariet maakte deze aktie foto.
Hierna ging de wandeling deze dag heerlijk rustig in de zon, met prachtige vergezichten door. We kwamen een kwartier voor de afgesproken tijd op de plaats aan.
Onderweg velden vol bloemen.
We sliepen deze nacht in Monterrubio de la Serena in een erg leuk hotelletje op de Plaza de España tegenover de kerk.
En vandaag, vrijdag 22 april zouden we eigenlijk het tweede deel van de wandeling doen, maar het weer is voor de zoveelste keer weer helemaal omgeslagen. Het is koud (we hebben de airco op warm gezet) en het regent. En we horen van sneeuw in Spanje…maar zo erg is het gelukkig bij ons nog (?) niet.
Vanochtend, kleumend wachten op het ontbijt.
Ik wilde toch de 12 km van de tweede helft lopen, dacht anderhalf uur heen langs de weg en daarna weer terug. Gehuld in plastic ging ik op pad. Drie maal stopte er een auto met de vraag of ik een lift wilde, en na de derde keer ben ik maar weer terug gegaan. Zo werden het slechts 10 km deze dag.
Weer terug in Monterubbio de la Serena. Bloemen van gisteren.
tot 100 jaar eenzaamheid geentweede kans krijgen op aarde.
Alcaracejos.
We sliepen twee nachten in Alcaracejos en zo kon ik het dorpje uitgebreid bekijken. We lopen deze dagen door een gebied met stille, half verlaten dorpjes waar veel huizen verkrot zijn en/of te koop staan. Het doet me allemaal erg denken aan de dorpjes uit de boeken van Gabriel GarcÃa Marquez.
In de bar hing een affiche van een tentoonstelling van vrouwen die naar Santiago waren gelopen, deze tentoonstelling was in dit kerkje. Het waren mooie foto’s van krachtige vrouwen. Ze liepen met? tegen? borstkanker (ik begreep natuurlijk weer niets van de tekst).
Wij moesten gisteren dinsdag 19 april, nog de 2e helft van de lange etappe lopen, het was luxe zo zonder rugzak. En alhoewel het koeler was, was het nog…. heerlijk wandelweer.
Het landschap is erg veranderd. We lopen door een brede vallei met veel landbouw en veeteelt.
Er waren weer de nodige stroompjes over te steken.
En vandaag, woensdag 20 april liepen we van Alcaracejos naar Hinojosa del Duque. Het weer is vannacht omgeslagen, we liepen de 21 km bijna helemaal met tegenwind en in de regen. Na 3 km kwam er een dorpje waar we de bar niet konden ontdekken, (het had wel een beeldige kerk, maar geen foto ivm de regen). Na 10 km was er gelukkig weer een dorpje met bar, waar we koffie dronken en een croissant aten (maar was deze oud? Te snel uit de oven? Nog niet gaar? Hij bleef in mijn maag de rest van de dag erg aanwezig)
Door heel Spanje lopen deze Canadá’s, dit zijn brede zandwegen waar het vee twee keer per jaar over trok, als ze van de winterweiden en zomerweiden wisselden. En wij liepen er nu over, in de regen.
Steeneiken.
Zo liepen we langs eindeloze velden met steeneiken, afgewisseld met graanvelden.
Graansilo’s.
In Hinojosa staan deze graansilo’s. Ze zijn niet meer in gebruik, het zijn nu monumenten. En ze zijn prachtig.
Het is 35 km lopen…..klimmen en dalen, dus we doen dit traject in 2 dagen.
Half 8 ‘s ochtends, uitzicht vanuit Villa Harta.
Het was prima wandelweer (‘s ochtends vroeg…later werd het weer erg warm) en we moesten direct veel stijgen. En dit dan ook nog op de verkeerde berg. Daar ging het echt steil omhoog, maar boven aangekomen zagen we geen gele pijlen (die door heel Spanje de routes naar Santiago aangeven). De gps gaf aan dat we wel op een pad zaten maar niet op het goede. Dus weer terug naar beneden, naar de rivier die we zojuist waren overgestoken.
Het ziet er eenvoudiger uit dan het was. Hier klimt Mariet op de verkeerde berg omhoog. De foto laat niet duidelijk zien hoe steil het was.
Beneden aangekomen zagen we gelukkig direct het goede pad dat op een andere berg omhoog ging. Daarna moesten we gedurende de volgende 4 uur klimmen en dalen tot we op de plek kwamen waar een afslag was naar de weg. (Dit bij de steen die aangaf dat het nog 18 km te gaan was, gelukkig hadden we deze informatie op een blog van een andere pelgrim gelezen). Toen we deze afslag waren afgelopen kwamen we bij ‘het monument’, dat staat bij de snelweg naar Cordoba.
RaÃces de los Pedroches.
Aurelio Teno maakte dit beeld ‘de wortels van de Pedroches’ ter herinnering aan de gevallenen in de Spaanse burgeroorlog. In dit gebied Pedroches (betekenis vallei en ook graniet, steen) vond in 1937 een belangrijke veldslag plaats bij het plaatsje Pozoblanco waarbij de Republikeinen stand hielden en de troepen van Franco zich moesten terugtrekken. De dictatuur van Franco werd pas eind 1939 in dit gebied ingevoerd.
Uit Spaanse literatuur en documentaires weet je dat de Spaanse burgeroorlog nog altijd aanwezig is. Als buitenlander hier merk je daar weinig van. Tot je plotseling op zo’n beeld stuit. We lopen dus door een gebied waar de Republikeinen (in het Franco gezinde zuiden) lang ‘als graniet’ stand hielden.
Ik had al zo’n vermoeden van een republikeins gebied toen ik gisteren in Villaharta het straatnaambordje met de naam Antonio Machado ontdekte en een oudere bewoner mij glunderend aankeek toen ik de naam uitsprak.
Op deze plaats hebben we naar een taxi naar Alcaracejos gebeld, die na 15 minuten kwam. Hoe eenvoudig is het lopen anno 2022……….je volgt de route via de gps op de telefoon (ook handig om te zien dat je op de verkeerde berg staat) en als je een taxi nodig hebt om je uit the middle of nowhere te halen dan bel je even. Alleen de voeten die zijn niet meegegaan met de ontwikkelingen richting nieuwe tijd: ze zijn nog steeds vermoeid en doen pijn na 20 km lopen. Maar dat van die telefoon? Wat een gemak!
In een kwartier waren we ‘thuis’ in hostal ‘Tres Jotas’. Daar bleek net zoals in het hele dorp alles gesloten te zijn. ‘Een feestdag’, ik weet nog niet welke, 2e Paasdag wordt hier niet gevierd. Vanochtend als ontbijt een geroosterde boterham met olijfolie, als lunch een droog wit broodje en nu als avondeten een bocadillo (broodje) kaas in de bar van een benzinepomp 2 km verderop. Het was een brooddag vandaag.